Bijlage 2 - Nieuwe statuten Onderwijsgroep
Tekst van het document
Statuten van de Stichting Onderwijsgroep X INHOUDSOPGAVE Afdeling A, Algemeen Artikel 1, Begripsomschrijvingen. Artikel 2, Naam en zetel. Artikel 3, Doel. Artikel 4, Grondslag. Artikel 5, Onderwijs. Afdeling B, Organisatie Artikel 6, Organen van de stichting. Hoofdstuk B1, Het college van bestuur Artikel 7, College van bestuur: samenstelling, benoeming, taakverdeling en profiel. Artikel 8, College van bestuur: onverenigbaarheden. Artikel 9, College van bestuur: schorsing en ontslag. Artikel 10, College van bestuur: defungeren, vervulling vacatures, ontstentenis en belet. Artikel 11, College van bestuur: taak en bevoegdheden. Artikel 12, College van bestuur: benoeming personeel. Artikel 13, College van bestuur, werkwijze. Artikel 14, Vertegenwoordiging. Hoofdstuk B2, De raad van toezicht. Artikel 15, Raad van toezicht: samenstelling, benoeming, herbenoeming en profiel. Artikel 16, Raad van toezicht: onverenigbaarheden. Artikel17, Raad van toezicht: schorsing en ontslag. Artikel 18, Raad van toezicht: defungeren, vervulling vacatures, ontstentenis en belet. Artikel 19, Raad van toezicht: taak en bevoegdheden. Artikel 20, Raad van toezicht: werkwijze. Afdeling C, Financiën Artikel 21, Geldmiddelen. Artikel 22, Boekjaar, begroting en jaarstukken. Afdeling D, Interne logistiek Artikel 23, Reglementen. Artikel 24, Statutenwijziging. Artikel 25, Ontbinding en vereffening.
AFDELING A, ALGEMEEN Begripsomschrijvingen Artikel 1 1. In deze statuten wordt verstaan onder: gemeenten:
de gemeenten Ooststellingwerf en Weststellingwerf.
gemeenteraden:
de gemeenteraden van Ooststellingwerf en Weststellingwerf.
stichting:
de Stichting Onderwijsgroep X.
bestuur:
het college van bestuur van de stichting.
raad van toezicht:
de raad van toezicht van de stichting.
school/scholen:
iedere van de stichting uitgaande school of vestiging van een school die als zelfstandige onderwijseenheid functioneert. Daar waar in deze statuten voor een persoon, functie of hoedanigheid de mannelijke benaming is gebruikt, kan ook de vrouwelijke benaming worden gelezen en omgekeerd.
Naam en zetel Artikel 2 1.
De stichting draagt de naam ‘Stichting Onderwijsgroep X’.
2. 3.
De stichting heeft zijn zetel in Wolvega, in de gemeente Weststellingwerf. De stichting is opgericht voor onbepaalde tijd.
Doel Artikel 3 1. De stichting stelt zich ten doel het doen geven en bevorderen van kwaliteitsrijk, openbaar, algemeen bijzonder, protestants-christelijk en rooms-katholiek voortgezet onderwijs in afzonderlijke scholen voor onderscheidenlijk openbaar en bijzonder onderwijs. 2. De stichting tracht dit doel te realiseren door instandhouding van scholen voor voortgezet onderwijs in de gemeenten Ooststellingwerf, Steenwijkerland en Weststellingwerf. Zij streeft ernaar om op basis van gelijkwaardigheid een zo breed mogelijk aanbod van voortgezet onderwijs te realiseren in alle gemeenten waarin de stichting actief is. Grondslag Artikel 4 1. Uitgaande van de grondslagen en verworvenheden van de onder het beheer van de stichting staande scholen, wordt de persoonsvorming van iedere leerling ontwikkeld en bevorderd. 2. Iedere leerling wordt met respect voor de overtuiging van anderen mede door het onderwijs tot ontwikkeling van zijn eigen levensbeschouwing gestimuleerd. Daar waar mogelijk, ontmoeten alle betrokkenen en met name de leerlingen elkaar, om hun zienswijze ten aanzien van levensbeschouwing en de waarden die hieruit voortkomen met elkaar te bespreken. 3. Geen leerling wordt de toelating tot de onder het beheer van de stichting staande scholen geweigerd op grond van zijn levensbeschouwing of die van de ouders, voogden en verzorgers. 4.
De grondslag van de onder het beheer van de stichting staande scholen komt onder meer in het schoolplan van de te onderscheiden scholen tot uitdrukking. In het schoolplan worden waarborgen neergelegd ter zake van de te onderscheiden identiteit van de scholen. Onderwijs Artikel 5 1. De inhoud van het onderwijs wordt in het schoolplan van de scholen vastgelegd. In dat onderwijs staat centraal het bevorderen van de individuele ontplooiing van de leerlingen in de ruimste zin van het woord. 2. Op de van de stichting uitgaande scholen voor openbaar onderwijs wordt invulling gegeven aan de actiefpluriforme opdracht van het openbaar onderwijs. Op deze scholen wordt voorts de mogelijkheid geboden tot het volgen van godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs, op de wijze zoals wettelijk is geregeld in de Wet op het voortgezet onderwijs 2020. 3. Op de van de stichting uitgaande scholen voor bijzonder onderwijs wordt naast het wettelijk verplichte onderwijs en de lessen levensbeschouwelijke vorming aan leerlingen de mogelijkheid geboden om identiteitsgericht onderwijs te volgen dat past bij de identiteit van deze scholen. AFDELING B, ORGANISATIE Organen van de stichting Artikel 6 1. De stichting kent een college van bestuur en raad van toezicht. Beide organen bezitten, op grond van deze statuten, afzonderlijke bevoegdheden. 2. 3.
Het college van bestuur en de raad van toezicht kunnen commissies instellen. Het college van bestuur, de raad van toezicht en de leden van deze organen richten zich bij de vervulling van hun taak naar het belang van de stichting en de scholen die daarvan uitgaan, alsmede op het maatschappelijk belang van het onderwijs in de Nederlandse samenleving.
2
4. 1. 2.
3.
4. 5.
6.
College van bestuur; samenstelling, benoeming, taakverdeling en profiel Artikel 7 De stichting wordt bestuurd door het college van bestuur bestaande uit ten minste één natuurlijk persoon. De raad van toezicht bepaalt het aantal leden van het college van bestuur. De raad van toezicht benoemt de leden van het college van bestuur. De raad van toezicht benoemt de voorzitter van het college van bestuur in functie. Als het college van bestuur slechts uit één persoon bestaat, is deze persoon tevens de voorzitter. Alle leden van het college van bestuur worden benoemd op basis van een door de raad van toezicht vastgesteld en vooraf openbaar gemaakt profiel. Bij de vaststelling van dit profiel wordt in elk geval gelet op algemeen bestuurlijke kwaliteiten en de vaardigheid om leiding te geven aan de stichting. Voor de werving en selectie van leden van het college van bestuur stelt de raad van toezicht een procedure vast. Leden van het collecte van bestuur zijn op basis van een arbeidsovereenkomst werkzaam, onverminderd het bepaalde in artikel 10 lid 4. De arbeidsvoorwaarden van de leden van het college van bestuur worden vastgesteld door de raad van toezicht. Leden van het college van bestuur worden benoemd voor een periode gelijk aan de duur van hun arbeidsovereenkomst.
.
College van bestuur: onverenigbaarheden. Artikel 8 1.
De volgende personen kunnen niet worden benoemd als lid van het college van bestuur: a. b.
personen die tegelijkertijd in een ander dienstverband bij de stichting werkzaam zijn; personen die tegelijkertijd anderszins werkzaamheden verrichten voor rekening van de stichting, dan wel daaraan diensten verlenen en/of goederen leveren;
c. d.
2.
personen die tegelijkertijd deel uitmaken van een medezeggenschapsorgaan van de stichting; personen waarmee een in dienstverband bij de stichting werkzame persoon een duurzame huishouding voert; e. bloed- en aanverwanten tot en met de tweede graad van de onder sub a. tot en met sub c. bedoelde personen. f. personen die lid zijn van de raad van toezicht van de stichting of dat op enig moment in een periode van vier jaar voorafgaand aan de benoeming zijn geweest; g. personen die zitting hebben in een college van burgemeester en wethouders of lid zijn van de gemeenteraad van een gemeente waarin de stichting openbare scholen in standhoudt; of h. personen die een andere functie of hoedanigheid bekleden waarvan de bekleding redelijkerwijs leidt tot vermenging van belangen met de belangen van de stichting of tot aantasting van de goede naam en eer van de stichting; i. personen voor wie op grond van de geldende code voor goed bestuur en de daarin opgenomen uitgangspunten een benoemingsonmogelijkheid geldt. Indien een persoon als lid van het college van bestuur is benoemd en nadien doet zich een omstandigheid voor als bedoeld in het vorig artikel, beëindigt het betreffende lid op zo kort mogelijke termijn deze omstandigheid, tenzij de raad van toezicht besluit dat die omstandigheid mag blijven voortduren.
College van bestuur; schorsing en ontslag Artikel 9 1. Een lid van het college van bestuur kan te allen tijde worden geschorst door de raad van toezicht. De schorsing van een lid van het college van bestuur vervalt, indien de raad van toezicht niet binnen drie maanden na de datum van ingang van de schorsing besluit tot opheffing of handhaving van de schorsing. Een schorsing kan voor ten hoogste drie maanden worden verlengd, ingaande op de datum waarop het besluit tot verlenging van de schorsing wordt genomen. Het betreffende lid van het college van bestuur
3
2.
3.
wordt in de gelegenheid gesteld om zich in een vergadering van de raad van toezicht waarin schorsing of verlenging daarvan aan de orde is, te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman. De raad van toezicht is te allen tijde bevoegd om het college van bestuur of een lid daarvan te ontslaan. Een betreffend lid van het college van bestuur wordt in de gelegenheid gesteld om zich ten overstaan van de raad van toezicht te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman. Een besluit als bedoeld in de vorige leden kan alleen worden genomen met een twee/derde meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen in een vergadering van de raad van toezicht waarin alle niet geschorste of belet hebbende leden aanwezig zijn.
College van bestuur: defungeren, vervulling vacatures, ontstentenis en belet Artikel 10 1.
2. 3.
4.
Een lid van het college van bestuur defungeert: a.
door zijn overlijden;
b.
door beëindiging van zijn dienstverband met de stichting;
c. d.
door zijn ondercuratelestelling; doordat hij het vrij beheer over zijn vermogen verliest;
e.
door zijn ontslag verleend door de rechtbank;
f. door zijn ontslag verleend door de raad van toezicht. In vacatures wordt zo spoedig mogelijk door de raad van toezicht voorzien. Een niet voltallig college van bestuur behoudt zijn bevoegdheden. Bij ontstentenis of belet van alle leden van het college van bestuur of van het enige lid daarvan wordt het bestuur waargenomen door een beletfunctionaris die daartoe door de raad van toezicht, niet uit diens midden, is of wordt aangewezen. Gaat de raad van toezicht niet tot een zodanige aanwijzing over, dan wordt het bestuur waargenomen door een beletfunctionaris die daartoe door de president van de arrondissementsrechtbank op verzoek van één of meer belanghebbende(n) is of wordt aangewezen. De raad van toezicht kan op dit punt nadere regels vaststellen. In afwijking van het bepaalde in artikel 7 lid 5 kan een persoon, die wordt benoemd of aangewezen als beletfunctionaris werkzaam zijn op andere basis dan op basis van een arbeidsovereenkomst.
College van bestuur; taak en bevoegdheden Artikel 11 1. 2.
3.
Het college van bestuur is belast met het besturen van de stichting. Het college van bestuur heeft al die taken en bevoegdheden die niet bij of krachtens de wet of deze statuten aan andere organen of personen zijn toegekend. Het college van bestuur legt verantwoording af aan de raad van toezicht ter zake van de uitoefening van zijn bestuurlijke taken en bevoegdheden. Het college van bestuur formuleert de missie en het strategisch beleid van de stichting en de vertaling daarvan in concrete doelstellingen voor de scholen, daarbij rekening houdend met de eisen die de samenleving aan het onderwijs stelt. De visie en het strategisch beleid van de stichting legt het college van bestuur ter goedkeuring voor aan de raad van toezicht. Het college van bestuur legt in het jaarverslag verantwoording af over de mate waarin de vastgestelde missie en doelstellingen zijn gerealiseerd. Op de volgende terreinen formuleert het college van bestuur in ieder geval stichtingsbreed geldende kaders: a. strategisch beleid; b. financieel beleid en beheer; c. personeels- en formatiebeleid; d. kwaliteitsbeleid en onderwijs; e. beleid met betrekking tot het opleidingsaanbod; f. het participeren in samenwerkingsverbanden en het aangaan van duurzame samenwerking met derden; g. aanbestedings- en inkoopbeleid; h. huisvestingsbeleid; i. beleid met betrekking tot de planning, controle en interne verantwoording;
4
4.
5.
Het college van bestuur is bevoegd tot het verrichten van alle rechtshandelingen, daaronder met name ook begrepen het besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk schuldenaar verbindt. Deze besluiten zijn onderworpen aan de goedkeuring van de raad van toezicht. Het ontbreken van bedoelde goedkeuring tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid aan. Het college van bestuur behoeft, onverminderd hetgeen met betrekking tot andere aangelegenheden elders in deze statuten is bepaald, de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht voor het nemen van besluiten met betrekking tot: a. het aangaan van financiële verplichtingen en samenwerkingsovereenkomsten die niet binnen de begroting zijn opgenomen en waarvan het belang meer bedraagt dan een door de raad van toezicht vastgesteld en aan het college van bestuur meegedeeld bedrag; b. de beëindiging van de dienstbetrekking van een aanmerkelijk aantal werknemers tegelijkertijd of binnen een kort tijdbestek; c. een ingrijpende wijziging van de arbeidsomstandigheden van een aanmerkelijk aantal werknemers in dienst van de stichting; d. een aanvraag tot faillissement of van surseance van betaling voor de stichting; e.
opheffing of afsplitsing van (een deel van) één van de door de stichting in stand gehouden scholen, voor zover die besluitvorming niet aan een gemeenteraad toekomt; f. samenvoeging, omzetting of bestuursoverdracht van door de stichting in standgehouden scholen, voor zover die besluitvorming niet aan een gemeenteraad toekomt; g. het aangaan of verbreken van een duurzame samenwerking met een andere rechtspersoon indien deze samenwerking of verbreking van ingrijpende betekenis is voor de stichting of één van de scholen van de stichting; h. het vaststellen, wijzigen of intrekken van het managementstatuut van één van de scholen of van de stichting; i. het vaststellen of wijzigen van de (meerjaren)begroting van de stichting; j. het vaststellen of wijzigen van het strategisch beleid/beleidsplan van de stichting; k. het vaststellen of wijzigen van de visie en missie van de stichting; l. aangelegenheden die een impact hebben die vergelijkbaar is met de onder lid a. tot en met lid h. aangelegenheden genoemde, zulks ter beoordeling van de raad van toezicht;
College van bestuur: benoeming personeel Artikel 12 1.
Het college van bestuur benoemt, schorst en ontslaat het personeel.
2. 3.
Het personeel respecteert de grondslag van de stichting en de door de stichting beheerde scholen. Bij de uitvoering van het personeelsbeleid inzake benoeming, overplaatsing en vermindering van formatie wordt zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de identiteit van de betrokken scholen en de levensbeschouwelijke overtuiging van het betrokken personeelslid.
College van bestuur; werkwijze Artikel 13 1. Het college van bestuur besluit op basis van consensus. Indien consensus over een voorliggend voorstel ontbreekt, is de stem van de voorzitter van het college van bestuur doorslaggevend. 2. Het college van bestuur kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen, mits geen van de leden van dit college zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet. 3.
Alleen de voorzitter van het college van bestuur is bevoegd om een vergadering van het college van bestuur bijeen te roepen. Indien de voorzitter van het college van bestuur het verzoek van een lid van dit college om het bijeenroepen van een vergadering afwijst, en het betreffende lid persisteert bij het verzoek, is de voorzitter alsnog gehouden aan dit verzoek te voldoen.
5
4.
Bij een college van bestuur dat uit meer dan één persoon bestaat kan het college van bestuur slechts rechtsgeldige besluiten nemen als alle niet geschorste en geen belet hebbende leden van dit college aanwezig zijn.
5. 6.
De vergaderingen van het college van bestuur worden geleid door de voorzitter van het college van bestuur. Een lid van het college van bestuur neemt niet deel aan de beraadslaging of besluitvorming over een aangelegenheid waarbij hij een persoonlijk belang heeft dat direct of indirect tegenstrijdig is het met het belang genoemd in artikel 6 lid 3 van deze statuten. Indien het college van bestuur, als gevolg hiervan, geen besluit kan nemen, wordt dit besluit genomen door de raad van toezicht. Van de besluiten van het college van bestuur wordt een besluitenlijst gemaakt. Indien een besluit van het college van bestuur niet is genomen op basis van consensus, wordt hiervan een aantekening gemaakt in de besluitenlijst. De vergaderingen van het college van bestuur zijn openbaar voor zover het college van bestuur niet – gemotiveerd per agendapunt – beslist dat openbaarheid tegen het belang van de stichting is of een ontoelaatbare inbreuk op de privacy van personen oplevert. Indien het college van bestuur uit één persoon bestaat is het bepaalde in de vorige volzin niet van toepassing. De opgelegde geheimhouding wordt zowel door degenen die bij de behandeling aanwezig waren als door degenen die op andere wijze van het behandelde en van de stukken kennisnemen, in acht genomen, totdat het college van bestuur de geheimhouding opheft.
7.
8.
9.
Vertegenwoordiging Artikel 14 1. Het college van bestuur alsmede ieder lid van het college van bestuur afzonderlijk vertegenwoordigt de stichting, voor zover uit de wet niet anders voortvloeit. 2. De voorzitter van de raad van toezicht of diens plaatsvervanger vertegenwoordigt de stichting in gevallen sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 13 lid 6 van deze statuten. De voorzitter van de raad van toezicht, of diens plaatsvervanger vertegenwoordigt de stichting voorts in gevallen waarbij de raad van toezicht optreedt als de werkgever van het college van bestuur. 3. Het college van bestuur kan besluiten tot de verlening van volmacht aan derden, om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen. Hoofdstuk B2, de raad van toezicht Raad van toezicht: samenstelling, benoeming, herbenoeming en profiel Artikel 15 1. Het intern toezicht op de stichting wordt uitgeoefend door de raad van toezicht. De raad van toezicht bestaat uit ten minste vier en ten hoogste zeven natuurlijke personen. De raad van toezicht bepaalt het aantal leden van de raad van toezicht. 2. De raad van toezicht benoemt de leden van de raad van toezicht, met inachtneming van het bepaalde in de twee volgende leden. 3. Alle leden van de raad van toezicht worden benoemd op basis van een door de raad van toezicht vastgesteld en vooraf openbaar gemaakt profiel. 4.
De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad heeft het recht om één lid voor benoeming in de raad van toezicht voor te dragen op basis van de het vorige lid genoemde profielschets. Deze voordracht heeft een bindend karakter. 5. Om benoembaar te zijn tot lid van de raad van toezicht dient een kandidaat de grondslag van de stichting en de door de stichting beheerde scholen te respecteren. Voorts dient ieder lid, voorafgaande aan zijn benoeming, een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens te overleggen. 6. 7. 8.
De raad van toezicht wijst uit zijn midden een voorzitter en een vicevoorzitter aan. De vergoeding van de inzet door de leden van de raad van toezicht wordt door de raad van toezicht vastgesteld. Alle verstrekte vergoedingen worden verantwoord in het jaarverslag. De leden van de raad van toezicht worden benoemd voor een periode van vier jaar.
6
9.
Aftreden geschiedt volgens een door de raad van toezicht op te stellen rooster van aftreden. Een volgens rooster aftredend lid van de raad van toezicht is onmiddellijk herbenoembaar. Herbenoeming is slechts eenmaal mogelijk.
Raad van toezicht: onverenigbaarheden Artikel 16 Tot lid van de raad van toezicht kunnen niet worden benoemd: a. personen die in dienstverband bij de stichting werkzaam zijn, dan wel anderszins werkzaamheden verrichten voor rekening van de stichting dan wel daaraan diensten verlenen of goederen leveren; b. c. d.
personen die deel uitmaken van een medezeggenschapsorgaan van de stichting; personeelsleden en/of leden van het college van bestuur van de stichting; personen waarmee een in dienstverband bij de stichting werkzame persoon een duurzame huishouding voert;
e. f.
bloed- en aanverwanten tot en met de tweede graad van de onder sub b. tot en met e. bedoelde personen; personen die zitting hebben in een college van burgemeester en wethouders of lid zijn van de gemeenteraad van een gemeente waarin de stichting scholen in standhoudt; personen waarvoor anderszins een in de van toepassing zijnde code voor goed bestuur of code voor goed toezicht een benoemingsonmogelijkheid geldt.
g.
Raad van toezicht: schorsing en ontslag Artikel 17 1. Een lid van de raad van toezicht kan te allen tijde worden geschorst door de raad van toezicht. De schorsing van een lid van de raad van toezicht vervalt, indien de raad van toezicht niet binnen drie maanden na de datum van ingang van de schorsing besluit tot opheffing of handhaving van de schorsing. Een schorsing kan voor ten hoogste drie maanden worden verlengd, ingaande op de datum waarop het besluit tot verlenging van de schorsing wordt genomen. Het betreffende lid van de raad van toezicht wordt in de gelegenheid gesteld om zich in een vergadering van de raad van toezicht waarin schorsing of verlenging daarvan aan de orde is, te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman. 2. De raad van toezicht is te allen tijde bevoegd om een lid van de raad van toezicht te ontslaan. Een betreffend lid van de raad van toezicht wordt in de gelegenheid gesteld om zich ten overstaan van de raad van toezicht te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman. 3. Een besluit als bedoeld in de vorige leden kan alleen worden genomen met algemene stemmen in een vergadering van de raad van toezicht waarin alle niet geschorste of belet hebbende leden aanwezig zijn, het betreffende lid daarbij niet inbegrepen. Het betreffende lid heeft in deze vergadering geen stemrecht.
Raad van toezicht: defungeren, vervulling vacatures, ontstentenis en belet Artikel 18 1.
Een lid van de raad van toezicht defungeert: a. b.
door zijn overlijden; door zijn vrijwillig aftreden (bedanken);
c.
door het verstrijken van de termijn vermeld in het rooster van aftreden;
d.
door zijn ondercuratelestelling;
e. f.
2. 3.
doordat hij het vrij beheer over zijn vermogen verliest; door zijn ontslag, hem verleend door de raad van toezicht met toepassing van het bepaalde in artikel 17. In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Een niet voltallige raad van toezicht houdt zijn bevoegdheden. Bij ontstentenis of belet van alle leden van de raad van toezicht of van het enige (overgebleven) lid worden de taken en bevoegdheden van de raad van toezicht waargenomen door de beletfunctionaris(sen)die
7
daartoe door de president van de arrondissementsrechtbank waar de stichting statutair is gevestigd, op verzoek van één of meer belanghebbende(n) is of wordt aangewezen. Raad van toezicht: taak en bevoegdheden Artikel 19 1.
De raad van toezicht heeft tot taak: a. het uitoefenen van het toezicht op het college van bestuur en de stichting overeenkomstig de eisen die in de Wet op het voortgezet onderwijs 2020 zijn opgenomen; b.
2.
3. 4.
het, gevraagd en ongevraagd, met raad bijstaan van het college van bestuur;
c. het uitvoeren van de werkgeverstaak jegens het college van bestuur; Het college van bestuur verschaft de raad van toezicht tijdig de voor de uitoefening van diens taken en bevoegdheden noodzakelijke gegevens en voorts aan ieder lid van de raad van toezicht alle inlichtingen betreffende de aangelegenheden van de stichting die deze mocht verlangen en voor zover die van belang zijn voor de vervulling van de functie. De raad van toezicht is daarbij bevoegd inzage te nemen en te doen nemen van alle boeken, bescheiden, overige gegevensdragers en correspondentie van de stichting; een door de raad van toezicht aangewezen lid van de raad heeft toegang tot alle bij de stichting in gebruik zijnde ruimten en terreinen, tenzij zulks redelijkerwijs niet past bij de vervulling van zijn taak als lid van de raad van toezicht. De raad van toezicht kan zich voor rekening van de stichting in de uitoefening van zijn taak doen bijstaan door één of meer deskundigen. De leden van de raad van toezicht handelen zonder last of ruggespraak.
Raad van toezicht; werkwijze Artikel 20 1. In de vergaderingen van de raad van toezicht heeft ieder lid één stem. Alle besluiten worden genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Rechtsgeldige besluiten kunnen alleen worden genomen in een vergadering waarin meer dan de helft van het aantal niet geschorste en geen belet hebbende leden van de raad van toezicht aanwezig zijn. Bij staking van de stemmen wordt het onderwerp voor de eerstvolgende vergadering van de raad van toezicht opnieuw geagendeerd. Staken ook dan de stemmen, dan wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. Stemmen bij volmacht is niet mogelijk. 2. Een vergadering kan worden gehouden door middel van een fysieke bijeenkomst, of, en zulks ter bepaling door de voorzitter van de raad van toezicht, door middel van een bijeenkomst waarbij een of meer leden aanwezig zijn middels een digitaal communicatiemedium. 3. De raad van toezicht kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen, mits alle leden in de gelegenheid worden gesteld hun stem uit te brengen en geen van hen zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet. Een besluit is alsdan genomen, indien de volstrekte meerderheid van het aantal leden zich vóór het voorstel heeft verklaard.
Van elk buiten vergadering genomen besluit wordt mededeling gedaan in de eerstvolgende vergadering, welke mededeling in de notulen van die vergadering wordt vermeld. 4. Ten minste twee leden van de raad van toezicht zijn gelijkelijk bevoegd een vergadering van de raad van toezicht bijeen te roepen. 5. De bijeenroeping van de vergaderingen van de raad van toezicht geschiedt schriftelijk op een termijn van ten minste zeven dagen, onder opgave van de te behandelen onderwerpen. In spoedeisende gevallen, ter beoordeling van de voorzitter van de raad van toezicht, kan de termijn van oproeping worden beperkt tot ten minste vierentwintig uur. Indien werd gehandeld in strijd met het hiervoor in dit lid bepaalde, kan de raad van toezicht niettemin rechtsgeldige besluiten nemen, mits de ter vergadering afwezige leden vóór het tijdstip van de vergadering hebben verklaard zich niet tegen de besluitvorming te verzetten. 6. De voorzitter van de raad van toezicht leidt de vergaderingen van de raad van toezicht; bij zijn afwezigheid wordt het voorzitterschap waargenomen door de vicevoorzitter. Is zowel de voorzitter als de vicevoorzitter afwezig, dan voorziet de vergadering zelf in zijn leiding. 7.
Een lid van de raad van toezicht neemt niet deel aan de beraadslaging of besluitvorming over een aangelegenheid waarbij hij een persoonlijk belang heeft dat direct of indirect tegenstrijdig is met het belang
8
genoemd in artikel 6 lid 3 van deze statuten. Indien de raad van toezicht als gevolg daarvan geen besluit kan nemen, neemt het dat besluit toch, onder vermelding in de notulen van de overwegingen die aan dit besluit ten grondslag liggen. 8. De voorzitter van de raad van toezicht bepaalt de wijze waarop de stemmingen in de vergaderingen worden gehouden, met dien verstande, dat indien één of meer leden zulks verlangen, stemmingen over personen schriftelijk geschieden. 9. Het door de voorzitter van de raad van toezicht ter vergadering uitgesproken oordeel omtrent de uitslag van de stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel. 10. Van het verhandelde in de vergaderingen van de raad van toezicht worden notulen gehouden door de daartoe door de voorzitter van de raad van toezicht aangewezen persoon. De notulen worden vastgesteld in dezelfde of eerstvolgende vergadering. 11. De vergaderingen van de raad van toezicht zijn openbaar, tenzij en voor zover de raad van toezicht besluit dat het belang van de stichting, de door de stichting in standgehouden scholen of de privacy van betrokkenen zich daartegen verzet. Een vergadering waarin het eigen functioneren van de raad van toezicht en/of het functioneren van het college van bestuur worden besproken zal in ieder geval besloten zijn.
Van een besloten vergadering wordt een afzonderlijk verslag opgemaakt dat niet openbaar wordt gemaakt, tenzij de raad van toezicht anders beslist. AFDELING C, FINANCIËN Geldmiddelen Artikel 21 1. De middelen van de stichting bestaan uit het stichtingskapitaal, school- en cursusgelden, schenkingen, giften, erfstellingen, legaten, vermogensopbrengsten, subsidies en alle andere de stichting rechtmatig toekomende baten 2. Erfstellingen mogen slechts worden aanvaard onder het voorrecht van boedelbeschrijvingen. Schenkingen en giften mogen slechts worden aanvaard indien die niet bezwarend zijn voor de grondslag van de stichting of strijdig met het doel van de stichting. Boekjaar, begroting en jaarstukken Artikel 22 1. 2. 3.
4.
5.
6. 7.
Het boekjaar van de stichting is het kalenderjaar. Het college van bestuur maakt jaarlijks een begroting op, voorzien van een meerjarenraming en investeringsbegroting. De investeringsbegroting behoeft de goedkeuring van de raad van toezicht. Na overleg met de gemeenteraad van een gemeente waarin een school voor openbaar onderwijs is gevestigd, en goedkeuring door de raad van toezicht, wordt de begroting vastgesteld door het college van bestuur. Jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar van de stichting maakt het college van bestuur een jaarrekening en jaarverslag op over dat boekjaar, waarin in ieder geval aandacht wordt geschonken aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs dat binnen de stichting wordt verzorgd. In het jaarverslag is het bestuursverslag en het verslag van de raad van toezicht opgenomen. De jaarrekening en het jaarverslag behoeven de goedkeuring van de raad van toezicht na overleg met de gemeenteraad of gemeenteraden, waarin een school voor openbaar onderwijs is gevestigd. Na de goedkeuring door de raad van toezicht gaat het college van bestuur over tot de vaststelling van het jaarverslag. De jaarrekening wordt ten blijke van de vaststelling ondertekend door het voltallige bestuur. Indien een handtekening ontbreekt, wordt daarvan onder opgave van reden melding gemaakt.
De raad van toezicht draagt het college van bestuur op de jaarrekening te doen onderzoeken door een door de raad van toezicht aangewezen accountant. De raad van toezicht verleent niet eerder goedkeuring op de jaarrekening dan nadat door de aangewezen accountant een goedkeurende verklaring voor de betreffende jaarrekening is afgegeven.
9
8.
Het jaarverslag wordt openbaar gemaakt. De colleges van burgemeester en wethouders en de gemeenteraden van de gemeenten waarin scholen die van de stichting uitgaan zijn gevestigd worden in de gelegenheid gesteld om ten minste eenmaal per jaar met het college van bestuur overleg te voeren over de algemene gang van zaken betreffende de scholen en de stichting, Het college van bestuur rapporteert over dit overleg aan de raad van toezicht. AFDELING D, INTERNE LOGISTIEK Reglementen Artikel 23 1.
2. 3.
4.
De raad van toezicht stelt een bestuurs- en toezichtsreglement vast. Dit reglement bevat in ieder geval nadere regels met betrekking tot de invulling van het bestuur van de stichting en de wijze waarop het toezicht wordt vormgegeven. De raad van toezicht kan andere reglementen vaststellen die betrekking hebben op de relatie tussen het college van bestuur en de raad van toezicht en vastgestelde reglementen intrekken of wijzigen. Het college van bestuur kan reglementen vaststellen, intrekken of wijzigen die betrekking hebben op andere aangelegenheden binnen de stichting dan bedoeld in het tweede lid. Het college van bestuur legt deze reglementen, voorafgaande aan de vaststelling, ter goedkeuring voor aan de raad van toezicht. Indien de raad van toezicht of het college van bestuur een commissie instellen, wordt de instelling en de werkwijze van die commissie vastgelegd in een reglement, vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in het tweede of derde lid van dit artikel.
Statutenwijziging Artikel 24 1. Het college van bestuur is bevoegd de statuten te wijzigen. Een besluit tot statutenwijziging is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht. 2. Een besluit tot statutenwijziging is voorts onderworpen aan de goedkeuring van de gemeenteraden, waarbij een gemeenteraad haar goedkeuring hieraan slechts kan onthouden indien de overheersende invloed van de overheid niet is verzekerd in het bestuur voor zover het openbaar onderwijs betreft. 3. Het besluit van de raad van toezicht tot het verlenen van goedkeuring behoeft twee/derde van de uitgebrachte stemmen in een vergadering, waarin alle niet geschorste en geen belet hebbende leden van de raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn. Zijn in een vergadering waarin een voorstel als bedoeld in dit lid aan de orde wordt gesteld, niet alle niet-geschorste en geen belet hebbende leden van de raad van toezicht aanwezig, dan zal binnen veertien dagen na het houden van de eerste vergadering een tweede vergadering worden bijeengeroepen, waarin alsdan, ongeacht het aantal aanwezige leden van de raad van toezicht, met een meerderheid van tenminste twee/derde van de uitgebrachte stemmen besluiten omtrent een zodanig voorstel kunnen worden genomen. 4. 5.
Een statutenwijziging treedt eerst in werking nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt. Het college van bestuur is verplicht een authentiek afschrift van de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister.
Ontbinding en vereffening Artikel 25 1. Een besluit tot opheffing, overdracht en omzetting van een school kan slechts door het college van bestuur worden genomen na voorafgaande goedkeuring door de raad van toezicht, waarbij de raad van toezicht besluit met unanimiteit en onverminderd het bepaalde in het volgende lid. Op een besluit is het bepaalde in artikel 23 lid 3 van toepassing. 2. Een besluit tot opheffing van een openbare school of een besluit tot omzetting van een openbare school in een bijzondere school, wordt genomen door de gemeenteraad van de gemeente waarin de openbare school is gevestigd. Het college van bestuur van de stichting bereidt dit besluit voor. Op de voorbereiding van dit besluit is het bepaalde in de eerste volzin van het vorige lid van overeenkomstige toepassing.
10
3.
Het college van bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden. Het besluit tot ontbinding is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht. Ten aanzien van de openbare scholen, zal het college van bestuur met de gemeenteraad, waarin een school voor openbaar onderwijs is gevestigd, voorafgaand aan het besluit tot ontbinding overleg voeren over de wijze waarop het openbaar voortgezet onderwijs in de betreffende gemeente na de ontbinding van de stichting, gecontinueerd kan worden.
4. 5.
Tenzij het college van bestuur anders besluit, is het college van bestuur met de vereffening belast. De vereffenaars dragen er zorg voor, dat van de ontbinding inschrijving geschiedt in het ten kantore van het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister. Een eventueel batig liquidatiesaldo vervalt in drie gelijke delen aan de gemeenten Ooststellingwerf, Weststellingwerf en Steenwijkerland of hun rechtsopvolgers. Het liquidatiesaldo wordt besteed met inachtneming van de bestedingsverplichting zoals die is opgenomen in de Wet op het voortgezet onderwijs 2020. Na de ontbinding blijft de stichting voortbestaan voor zover dit tot de vereffening van zijn vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht. In stukken en aankondigingen die van hem uitgaan, moeten aan de naam van de stichting de woorden ‘in liquidatie’ worden toegevoegd. Na afloop van de vereffening blijven de boeken, bescheiden en overige gegevensdragers van de ontbonden stichting gedurende de door de wet bepaalde termijn onder berusting van de door de vereffenaars aangewezen persoon. Deze persoon is gehouden zijn aanwijzing ter inschrijving op te geven in het handelsregister.
6.
7.
8.
11