CConstaterende datOoststellingwerf
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. MadR Septembercirculaire 2024

Gezamenlijke raadscommissie P&C, Ruimte en Samenleving 3 december 2024, gemeente OoststellingwerfBij agendapunt: Begrotingswijziging Septembercirculaire 20241.779 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage B mededeling aan de raad “Septembercirculaire 2024” 1. Toelichting structurele effecten septembercirculaire 2024 2024 2025 bedra gen x € 1.000

Meicirculaire 2024 Septembercirculaire 2024

a b c d e f g

2026

2027

2028

61.982 62.451 469

63.197 63.335 138

59.668 59.895 227

60.172 60.355 183

60.829 61.136 307

Correctie incidentele baten AU

-229

-100

-100

0

0

Structureel gevolg baten AU

240

38

127

183

307

Analyse structurele baten LPO en ontwikkeling uitkeringsbasis BCF Hervormingsagenda jeugd Indexatie Wmo demografie Wet op lijkbezorging Wet Betaalbare huur Overige - en hoeveelheidsverschillen

-387 652 0 0 0 23 -48

0 0 0 0 0 25 13

-14 0 -20 125 5 21 10

-99 0 -1 252 5 12 14

-207 0 102 383 5 9 14

240

38

127

183

306

De toelichting van de incidentele baten bij de septembercirculaire 2024 staat verderop. 1a. LPO en ontwikkeling uitkeringsbasis Bij de ontwikkeling van de uitkeringsbasis gaat het om de mutaties van de landelijke aantallen inwoners, woonruimten, leerlingen, uitkeringsgerechtigden, WOZ-waarden enzovoort. In de veronderstelling dat het te verdelen bedrag niet toeneemt als de hoeveelheid (Q) stijgt, zal per maatstaf het maatstafgewicht (P) evenredig moeten dalen. Dat is een ingewikkelde methode en daarom wordt gekozen voor een eenvoudige oplossing, namelijk de daling van de uitkeringsfactor. Op basis hiervan daalt de uitkeringsfactor in 2024 met 8 punten. Belangrijkste maatstaven hierin zijn Huishoudens met laag inkomen boven drempel (-5,4 punten), Inwoners 75+ met drempel (-1,9 punten), Inwoners met migratieachtergrond (-1,7 punten) en Regionale centrumfunctie (-1 punt). De belastingcapaciteit geeft positief effect van 2,2 punten. In latere jaren is sprake van een kleinere daling van de uitkeringsfactor: -5 punten in 2025, -4 punten in 2026 en 2027, -5 punten in 2028 en -6 punten in 2029. Belangrijkste maatstaven hierin zijn Huishoudens met laag inkomen boven drempel (oplopend van -1 naar -3 punten), inwoners 75+ met drempel (ongeveer -1,5 punt) en de Regionale centrumfunctie (-1 punt).

Het volume accres wordt vanaf 2024 gebaseerd op een 8-jaars historisch gemiddelde (t-9 t/m t-2) van de ontwikkeling van het bbp. In de septembercirculaire is een nieuwe raming voor het accres 2025 en verder opgenomen. Deze raming is gebaseerd op de actuele raming van de ontwikkeling van het bbp door het Centraal Planbureau (CPB; MEV25). Voor de jaren 2025 tot en met 2029 is de raming van het volume deel neerwaarts bijgesteld. De indexatie voor inflatie volgt de prijs bbp van het lopende jaar. Voor 2025 is de raming voor de prijs bbp omhoog bijgesteld. De ramingen voor de ontwikkeling van de prijs bbp lijkt structureel te laag te zijn. Zo is als voorbeeld het percentage van de prijs bbp voor het jaar 2024 vastgezet in de meicirculaire 2024 op basis van de CEP24 op 4%. Op basis van de werkelijke cijfers bedraagt de werkelijke ontwikkeling op basis van de MEV25 5,1%. Er vindt in deze circulaire geen compensatie voor de hogere prijsontwikkeling plaats.

1b. BTW-compensatiefonds (BCF) Het BTW-Compensatiefonds (BCF) heeft een plafond. Dit plafond muteert jaarlijks met het accrespercentage. In 2024 bedraagt het BCF-plafond voor gemeenten € 4,3 miljard. Als de gezamenlijke declaraties onder dit plafond blijven, wordt het verschil in het gemeentefonds gestort. Bij overschrijding volgt een uitname. Jaarlijks wordt bij de septembercirculaire een voorschot verstrekt op de verwachte onderschrijding van dat kalenderjaar. In de meicirculaire van het volgende jaar volgt dan de afrekening. In deze circulaire bedraagt het voorschot voor het jaar 2024 € 447 miljoen, dat wordt verrekend via de uitkeringsfactor met 14,8 punten. 1c. Hervormingsagenda jeugd Het kabinet Schoof zet de uitvoering van de Hervormingsagenda Jeugd door en laat de besparing Jeugdzorg vanaf 2026 structureel vervallen. In de septembercirculaire 2024 is dit verwerkt door een toevoeging aan het cluster Individuele voorzieningen jeugd van € 500 miljoen in 2026 en € 511 miljoen vanaf 2027. Dit verloopt voor ons nagenoeg budgettair neutraal, omdat wij in de begroting voor Jeugdzorg voor 2026 en verder rekening mochten houden met de voorgenomen besparing en een lagere raming van de uitgaven. Voor 2026 en 2027 hadden wij € 800.000 en vanaf 2028 € 700.000 opgenomen als lagere uitgaven.

Nu in de septembercirculaire 2024 ontvangen we in 2026 € 780.000, 2027 € 799.000 en vanaf 2028 € 802.000. Het verschil is opgenomen in de analyse. 1d. Indexatie Wmo demografie Het Rijk en gemeenten werken aan de beheersbaarheid van de uitgaven van gemeenten voor de wettelijke zorgtaken Wmo. De verwachting is dat in de toekomst (een nader te bepalen deel van) de Wmo niet langer via de algemene uitkering van het gemeentefonds gaat, maar via een aparte financiering. Vooruitlopend op de gekozen bekostigingsvorm is in de septembercirculaire 2024 vanaf 2026 een jaarlijks bedrag € 75 miljoen oplopend tot € 300 miljoen in 2029 opgenomen. Voor de begroting 2026-2029 is inzicht in de gevolgen van demografie voor de budgetten Wmo voor Ooststellingwerf. Dan wordt ook duidelijk of de compensatie vanuit het Rijk voldoende is. Wij stellen dan ook voor om deze budgetten weer beschikbaar te stellen, zie ook onderdeel ‘Compensaties’. 1e. Wet op de Lijkbezorging De inwerkingtreding van het wetsvoorstel van de modernisering van de Wet op de lijkbezorging (Wlb) is voorzien op 1 januari 2026. Ten behoeve van de financiering van de beoogde wettelijke uitbreiding van de taken van de gemeentelijke lijkschouwer is voor de periode 2026-2031 jaarlijks € 3,2 miljoen naar de algemene uitkering overgeheveld. De middelen worden toegevoegd aan het cluster Bestuur en ondersteuning.

Voor de jaren 2032 en verder dient over het structureel toekennen van middelen in het kader van het programma Werk aan Uitvoering (WaU) nog een besluit te worden genomen door de Ambtelijke Commissie Uitvoering (ACU). We stellen u voor de budgetten beschikbaar te stellen, zie ook onderdeel ‘Compensaties’. 1f. Wet Betaalbare huur Met de Wet betaalbare huur wordt de op 1 juli 2023 in werking getreden Wet goed verhuurderschap gewijzigd. Daarmee krijgen gemeenten de bevoegdheid om toezicht te houden en handhavend op te treden met betrekking tot: • De maximale huurprijzen die gelden op grond van het woningwaarderingsstelsel (WWS). • De maximale huurverhogingen in de gereguleerde sector. • De informatieplicht op verhuurders om hun huurders een puntentelling te overleggen bij het afsluiten van een contract. Het Rijk stelt middelen ter beschikking om gemeenten financieel te ondersteunen bij de implementatie en uitvoering van het wetsvoorstel. De financiering bestaat uit een incidentele bijdrage van circa € 5,5 miljoen in 2024 voor de eenmalige kosten die gemeenten maken bij de implementatie van het wetsvoorstel. Deze implementatiegelden worden verdeeld aan de hand van de grootte van de gemeenten. Daarnaast ontvangen gemeenten een bijdrage voor het ontvangen en behandelen van meldingen en de handhaving op deze meldingen.

Voor deze werkzaamheden ontvangen gemeenten vanaf 2024 een structurele bijdrage van circa € 6,5 miljoen per jaar. Deze middelen worden verdeeld op basis van het aandeel private huur per gemeente en de lokale woningmarktdruk (gemeten op basis van de gemiddelde WOZ-waarde).

Vanwege de piekperiode in de eerste jaren na inwerkingtreding van de wet is er een aanvullende incidentele bijdrage beschikbaar. De incidentele middelen worden in de periode 2024-2028 uitgekeerd op basis van inschattingen van de piek. Daarmee wordt er zorg voor gedragen dat de gemeenten die naar verwachting veel meldingen zullen ontvangen, hiervoor ook gecompenseerd worden. Het betreft niet alleen de kosten van de eigen ambtelijke inzet, maar ook de verplichte onderzoeken die de gemeente moet uitvoeren (bv m.b.t. de correctheid van de puntentelling). Deze incidentele middelen worden eveneens verdeeld op basis van het aandeel private huur per gemeente en de lokale woningmarktdruk (gemeten op basis van de gemiddelde WOZ-waarde). We stellen u voor de budgetten beschikbaar te stellen, zie ook onderdeel ‘Compensaties’. 1g. Overige- en hoeveelheidsverschillen De maatstaven zijn geactualiseerd naar de laatst bekende gegevens. Dit leidt dan tot hoeveelheidsverschillen. En daarnaast zijn er kleine overige verschillen.

2. Incidentele baten septembercirculaire 2024 2024 bedra gen x € 1.000 Incidentele baten a Alleenverdienersproblematiek 2023-2024 17 b Openbare bibliotheken 0 c Suppletie-uitkering lage inkomens 212

229

2025

2026

2027

2028

0 100 0

0 100 0

0 0 0

0 0 0

100

100

0

0

2a. Alleenverdienersproblematiek 2023-2024 Gemeenten kunnen financiële ondersteuning bieden aan huishoudens die als gevolg van de alleenverdienersproblematiek in 2023 en 2024 onder het bestaansminimum uitkomen. Gemeenten kunnen de gemiste huur- en zorgtoeslag compenseren vanuit de individuele bijzondere bijstand. Via deze decentralisatie-uitkering ontvangen gemeenten budget om aan de betreffende huishoudens bijzondere bijstand te verstrekken. Huishoudens in de gemeente Ooststellingwerf die hiervoor in aanmerking komen zijn geïnventariseerd. De lasten die hieruit komen worden gedekt uit het reguliere beschikbare budget.

2b. Openbare bibliotheken In de periode 2023-2024 konden gemeenten een specifieke uitkering ontvangen voor het versterken van het lokale bibliotheekstelsel. Daarna zal een wettelijke zorgplicht voor gemeenten worden ingevoerd ten aanzien van de openbare bibliotheek. Voor het uitvoeren van deze taak zullen gemeenten een structurele bijdrage via het gemeentefonds ontvangen. In de periode tussen de specifieke uitkering en de invoering van de wettelijke zorgplicht ontvangen de gemeenten een decentralisatie-uitkering, om zich op de periode van de zorgplicht te kunnen voorbereiden. Hiervoor is in 2025 en 2026 in totaal een bedrag van € 59,3 miljoen beschikbaar. Dit bedrag wordt over alle gemeenten verdeeld op basis van een bedrag van € 2,95 per inwoner. Voor kleinere gemeenten waar het bedrag per inwoner leidt tot een bedrag lager dan € 100.000 wordt de uitkering aangevuld tot € 100.000. Wij stellen u voor deze middelen voor 2025 en 2026 weer beschikbaar te stellen (zie ook onderdeel “Compensatie” hierna). 3c. Suppletie-uitkering lage inkomens Deze suppletie-uitkering is verschenen op de laatst ontvangen betaalspecificatie van het Rijk. Dit is niet aangekondigd in de septembercirculaire 2024 of eerdere circulaires. Ook is deze niet opgenomen in het rekenmodel voor de septembercirculaire 2024 van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties.

We vermoeden dat dit dan bekend wordt gemaakt in de decembercirculaire 2024. De gemeentefondsspecialist PAUW adviseert dit bedrag alleen voor 2024 op te nemen.

3. Voorgestelde compensatie (verhoging van lasten) 2024 bedra gen x € 1.000 Compensatie a Indexatie Wmo demografie 0 b Wet op lijkbezorging 0 c Wet Betaalbare huur -23 d Openbare bibliotheken 0

Uitgesplitst naar structureel en incidenteel Compensatie structureel Compensatie incidenteel

3a. Indexatie Wmo demografie Zie het gestelde onder 1d. 3b. Wet op de lijkbezorging Zie het gestelde onder 1e. 3c. Wet betaalbare huur Zie het gestelde onder 1f. 3d. Openbare bibliotheken Zie het gestelde onder 2b.

2025

2026

2027

2028

0 0 -25 -100

-125 -5 -21 -100

-252 -5 -12 0

-383 -5 -9 0

-23

-125

-251

-269

-397

-23 0 -23

-25 -100 -125

-151 -100 -251

-269 0 -269

-397 0 -397

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Ooststellingwerf&id=1711d4c7-804b-4cf2-8171-a4cd7c89b417