CConstaterende datOoststellingwerf
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Jaarstukken 2023 gemeente Ooststellingwerf AANGEPAST

Raadsvergadering 28 mei 2024, gemeente OoststellingwerfBij agendapunt: Jaarstukken 202342.835 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Organisatorische kostenplaatsen en OWO-kostenplaatsen, voordeel € 66.000 Voor een aantal specifieke zaken zoals concerncontrol, uitvoering energietoeslag, pilot leerwerkcentrum en subsidioloog/accommodatiebeleid zijn budgetten beschikbaar die worden gedekt via de algemene reserve. Hier zijn de lasten € 234.000 lager. Dit betekent een lagere onttrekking uit de algemene reserve.  Het resultaat op de organisatorische kostenplaatsen is € 202.000 nadelig. Dit heeft te maken met niet doorbelaste uren (€ 126.000) en hogere personele uitgaven/inhuur.  Bij de OWO-kostenplaatsen is er per saldo een voordeel van € 98.000. Dit o.a. het gevolg van het niet altijd gelijk kunnen invullen van vacatures. Algemene reserve, nadeel € 234.000 Lagere onttrekking. Zie hierboven bij organisatorische kostenplaatsen. Belastingen en Wet WOZ, voordeel € 69.000 Hogere opbrengsten OZB. Tot het moment van aanslagoplegging in februari van het dienstjaar worden WOZ-waarden gemuteerd op basis van de marktsituatie, de tarieven zijn al vastgesteld in december voorafgaand aan het dienstjaar. Hogere WOZ-waarden betekenen een hogere opbrengst.

80

Algemene uitkering, voordeel € 2.330.000 Verrekeningen algemene uitkering voorgaande jaren, nadeel € 6.000. De gevolgen van de september- en de decembercirculaire 2023 zijn niet via een begrotingswijziging in de begroting verwerkt, voordeel € 2.083.000. Dit is via mededelingen aan u gecommuniceerd. Ook is er een verrekening als gevolg van een onjuiste berekening van een maatstaf verantwoord. En er zijn verschillen in gehanteerde maatstaven. Dit is enerzijds een gevolg van eigen prognoses en anderzijds aanpassingen door het Rijk in gewicht en aantallen bij de decembercirculaire die pas in het jaar erop volgend via de betaalspecificatie wordt verrekend. Nog te bestemmen posten, voordeel € 84.000 Dit betreffen budgetten die nog niet functioneel zijn ingevuld/verantwoord: ontvangen middelen rijk voor wet open overheid € 36.000 en verbetering dienstverlening € 98.000 en een besparing bij het sociaal domein € 50.000. Kapitaalreserve, nadeel € 56.000 Bij de besluitvorming over de toekomst van het Biosintrum is besloten om vanaf 2023 € 22.000 te laten vrijvallen ten laste van deze reserve.

81

Paragrafen Paragraaf 1 | Lokale Heffingen De gemeente stuurt aanslagen voor een aantal belastingen en heffingen. Denk aan o.a. de onroerendezaakbelasting, rioolheffing en afvalstoffenheffing. Deze lokale heffingen zijn een belangrijk onderdeel van onze inkomsten. Deze paragraaf laat de hoogte van de inkomsten zien en geeft een overzicht van de diverse heffingen. Algemene beleidslijn Het fiscale beleid voeren we uit in overeenstemming met de fiscale wetgeving, de gevormde jurisprudentie en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zoals die gelden voor het belastingrecht. Daarnaast zijn rechtvaardigheid, redelijkheid en billijkheid zowel bij de heffing als bij de invordering de bepalende elementen. Bijzonderheden en ontwikkelingen De Wet Waardering Onroerende Zaken (Wet WOZ) Zoals elk jaar, worden de nieuwe WOZ-waarden gebruikt voor o.a. de heffing van de onroerendezaakbelasting en forensenbelasting, gebaseerd op het prijspeil van het voorliggende jaar. De waardepeildatum ligt steeds één jaar voor het belastingjaar en blijft daardoor actueel. Door de actualiteit van de waarde wordt deze mede voor andere doeleinden, zoals de belastingdienst voor de erfbelasting en eigen woningforfait, forensenbelasting, waterschapslasten en door notarissen gebruikt.

Tot en met 2021 werden de woningen getaxeerd op basis van de inhoud, maar per 2022 gebeurt dit op basis van de gebruiksoppervlakte van een woning (een nieuwe ontwikkeling en wettelijke verplichting). Landelijk waren er verschillen in waarderingsmethodiek waardoor ervoor gekozen is om alle gemeenten de woningen te laten taxeren op oppervlakten. De Landelijke Voorziening WOZ is openbaar voor vele afnemers zoals notarissen, het CBS, de burgers etc. Door de overgang op de gebruiksoppervlakte bij woningen zijn er ook geen problemen bij de verplichte levering aan de afnemers. Basisregistraties Vanaf 1 juli 2011 geldt het verplicht gebruik van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) en de Wet Waardering Onroerende Zaken (WOZ). Aangezien de WOZ de overgang naar de gebruiksoppervlakten van de woningen heeft gerealiseerd volgt nu de afstemming met de oppervlakten in de BAG. De BAG/WOZ koppeling speelt hierbij een belangrijke rol als het gaat om de onderlinge afstemming. Deze afstemming tussen basisregistraties is het begin van de samenhangende objectenregistratie. Het ministerie van BZK is gestart met doorontwikkeling in samenhang van de GEO-basisregistraties (Beter Anders Minder = BAM). Doelstelling daarvan is om meer samenhang te creëren in de Geo informatie Infrastructuur.

Onderdeel is de doorontwikkeling van enkele bestaande GEO-basisregistraties tot een samenhangende objectenregistratie. Dit betreft een objectenregistratie met daarin basisgegevens van objecten in de fysieke werkelijkheid zoals o.a. gebouwen, wegen, water, spoorlijnen, bomen, terreindelen en gemeentegrenzen. Er wordt nu gewerkt door het Ministerie aan een roadmap voor de vervolgstappen. Het betreft een intensief traject en zal de komende jaren verder ingevuld worden. De BAG, BGT en de WOZ gaan onderdeel uitmaken van de samenhangende objectenregistratie. Ook zijn er belangrijke raakvlakken met de basisregistratie topografie (BRT) en het Nationaal Wegenbestand. Omgevingswet De Omgevingswet (inwerkingtredingdatum januari 2024) bundelt en moderniseert de wetten voor de leefomgeving. Hierbij gaat het onder meer om wet- en regelgeving over bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. De Omgevingswet staat voor een goed evenwicht tussen het benutten en beschermen van de leefomgeving. Met de Omgevingswet wil de overheid de regels voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigen en samenvoegen. Zodat het bijvoorbeeld makkelijker is om bouwprojecten te starten.

82

Het team BVI werkt nauw samen met andere vakafdelingen. BVI draagt zorg voor de actualiteit, betrouwbaarheid en compleetheid van de gegevens in de basisregistraties BAG en BGT en stelt overige ruimtelijke Geo data beschikbaar die via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) wordt ontsloten. Daarnaast leveren de Adviseur GEO-informatie en de GIS-medewerker ieder vanuit hun een eigen rol een bijdrage in de project pilot OWO omgevingsplan. Legesverordening Er is duidelijkheid over de invoeringsdatum van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb), namelijk 1 januari 2024. Dit betekent dat de legesverordening is aangepast aan de nieuwe wetgeving. Bestuurlijk is de ambitie uitgesproken om gelijktijdig met de wetswijziging in te zetten op harmonisatie van de legesverordeningen binnen de OWO gemeenten. Aan de nieuwe legesverordening is in samenwerking binnen OWO vorm gegeven. Wat hebben we bereikt. Een legesverordening met ingangsdatum 1 januari 2024, aangepast aan de nieuwe wetgeving namelijk de Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging (Wkb) Wat hebben we daarvoor gedaan We zijn de afgelopen 2,5 jaar bezig geweest om de legesverordening naar aanleiding van de invoering Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen, aan te passen aan deze nieuwe regelgeving.

Bij het opstellen van de legesverordeningen is rekening gehouden met de harmonisatie van de verordeningen binnen de OWO gemeenten. Wat heeft de inwoner daarvan gemerkt De Omgevingswet brengt nog een hoop onduidelijkheid met zich mee in de uitvoering. Komend jaar wordt gebruikt om te kijken wat er op ons afkomt en hoe we dit proces kunnen verbeteren. Belastingsoorten Onroerendezaakbelasting (OZB) De hoogte van de OZB is een percentage van de WOZ-waarde van een pand. Het percentage wordt ieder jaar opnieuw vastgesteld. Eigenaren van woningen en eigenaren en gebruikers van niet-woningen (bedrijfspanden voornamelijk) betalen OZB. De opbrengst OZB is voor een gemeente vrij te besteden. Benchmark: vergelijking gemeentelijke woonlasten per provincie. Vanaf 2020 is de macronorm OZB vervangen door deze benchmark. De benchmark beoogt, door middel van meer vergelijking, de informatievoorziening over de ontwikkeling van de lokale lasten te bevorderen. Dit kunnen gemeenten gebruiken bij hun keuzes over de ontwikkeling van de lokale lasten. De benchmark vergelijkt voor alle gemeenten binnen een provincie de hoogte van de woonlasten voor meerpersoonshuishoudens met een koopwoning. De woonlasten zijn de som van de gemiddeld betaalde OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing minus een eventuele heffingskorting (= eenmalige korting die sommige gemeenten geven).

De benchmark moet het lokale debat over de keuzes voor ontwikkelingen, zoals stijging van de lasten, bevorderen. Rioolheffing Eigenaren en gebruikers van woningen en niet-woningen (voornamelijk bedrijfspanden) die aangesloten zijn op het riool betalen rioolheffing. Met de opbrengsten hiervan betalen we het beheer en onderhoud van de riolering, drainage, een aantal sloten binnen de bebouwde kom en andere zaken die nodig zijn voor de inzameling en het transport van afval-, grond- en regenwater. In 2020 heeft u het nieuwe Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2020-2024 vastgesteld. Het plan is een voortzetting van het vorige GRP op gebied van beheer en onderhoud. Aangevuld met beleid over klimaatadaptatie en -mitigatie. Het uitgangspunt is dat de rioolheffing met niet meer dan de inflatiecorrectie stijgt. In het kostendekkingsplan behorende bij het GRP is weergegeven hoe de heffing zich ontwikkelt in de periode 2020-2024.

83

Leges Leges zijn retributies voor diensten die door de gemeente worden verleend. Het gaat bijvoorbeeld om bouwvergunningen en paspoorten. De legesverordening is met ingangsdatum 1 januari 2024 aangepast aan de nieuwe wetgeving namelijk de Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging (Wkb). Toeristenbelasting In 2023 bedroeg de toeristenbelasting € 1,50 per persoon per nacht. Voor kampeerboerderijen met tenminste 50 slaapplaatsen en voor kampeermiddelen op kampeerterreinen gold een afwijkend tarief van € 1,10 per persoon per nacht. Vanaf 2020 geldt voor kinderen tot en met de leeftijd van 4 jaren een vrijstelling voor de heffing toeristenbelasting. We voerden een onderzoek uit naar de forfaitaire berekening van standplaatsen op campings. Dit heeft geleid tot een wijziging in de verordening toeristenbelasting. Op 27 juni 2023 stelde de gemeenteraad de Verordening toeristenbelasting Ooststellingwerf 2024 vast. Hiermee zij de tarieven voor de periode 20242026 vastgesteld op € 1,65 en € 1,20 per persoon per nacht. Vanaf 2024 geldt voor kinderen tot en met de leeftijd van 12 jaren een vrijstelling voor de heffing toeristenbelasting. En er is een nieuwe overeenkomst opgesteld waarbij de ondernemer akkoord gaat met de forfaitaire berekening of akkoord gaat met het afdragen van elke overnachting en dus het bijhouden van een nachtregister.

Forensenbelasting Onder de naam ‘forensenbelasting’ heffen we een belasting van personen die (voor meer dan 90 dagen per jaar) een gemeubileerde woning als bedoeld in artikel 223 van de Gemeentewet voor zichzelf en/of hun gezin beschikbaar houden. De belasting heffen we naar de heffingsmaatstaf voor de onroerendezaakbelastingen (de WOZ-waarden). De belasting van caravans of chalets met een standplaats voor meerdere jaren wordt naar een vast bedrag geheven. Bij de programmabegroting 2020-2023 heeft u besloten om de opbrengsten van de forensenbelasting vanaf 2020 tot en met 2023 jaarlijks te verhogen met € 15.000. Bedrijven Investeringszone (BIZ)  Reclamebelasting: met de invoering van de BIZ (Bedrijven Investeringszone) is deze belasting komen te vervallen.  BIZ (Bedrijven Investeringszone): Op 20 oktober 2021 heeft u ingestemd met de verordening Bedrijveninvesteringszone Oosterwolde Centrum 2021 (BIZ). De opbrengsten van de BIZ worden als subsidie uitgekeerd aan de stichting BIZO. Met de stichting is een uitvoeringsovereenkomst gesloten waarin de activiteiten zijn opgenomen die zij met de subsidie gaan verwezenlijken. Afvalstoffenheffing Voor het ophalen en verwerken van afval vraagt de gemeente aan inwoners een vergoeding. Dit noemen we afvalstoffenheffing.

De afvalstoffenheffing bestaat uit een vast bedrag per woning (vastrecht), een bedrag voor het aantal keren dat afval wordt aangeboden en het aantal kilo's restafval (Diftar+). Het vastrecht moet altijd worden betaald, ook als er geen afval wordt aangeboden. Vanaf 2021 is het vastrecht vermeld op de belastingaanslag met daarbij het aantal ledigingen over het hele voorafgaande jaar. Kwijtschelding We voeren de kwijtschelding uit volgens de Uitvoeringsregeling van de Invorderingswet 1990. Als inkomenstoets voor de kwijtschelding wordt de 100% bijstandsnorm gehanteerd. Dit betekent dat aanvragers met een inkomen op bijstandsniveau in principe voor kwijtschelding in aanmerking komen, behalve als ze vermogen hebben. Kwijtschelding geldt niet voor alle belastingsoorten alleen voor de afvalstoffenheffing vast deel (+ Diftar tot € 100) en rioolheffing (alleen gebruikersdeel). Sinds begin 2018 is er een versnelde en vereenvoudigde, geautomatiseerde toets vooraf (via het Inlichtingenbureau) om te bepalen of iemand in aanmerking komt voor kwijtschelding. Vanaf 1 januari 2023 is de vermogensgrens voor mensen met een AOW opgehoogd, vastgesteld in de kwijtscheldingsverordening in december 2022. Hierdoor is kwijtschelding voor meer mensen mogelijk. De kosten voor kwijtschelding worden uiteindelijk vertaald in het tarief voor rioolheffing en vastrecht van de afvalstoffenheffing.

84

Inkomsten Lokale heffingen en leges x € 1.000 Lokale heffingen en leges

Rekening

Primitieve

Actuele

Rekening

2022

Begroting

Begroting

2023

8.974

9.494

8.778

8.817

39 V

leges

945

853

753

749

-4N

Totaal

9.920

10.347

9.531

9.566

35 V

lokale heffingen

Verschil

Lokale heffingen x € 1.000 Lokale heffingen

Rekening

Primitieve

Actuele

Rekening

Verschil

2022

Begroting

Begroting

2023

Toeristenbelasting

322

319

319

347

28 V

Bedrijven investeringszone

63

66

66

58

-7N

Rioolheffing (gecombineerd)

2.858

2.894

2.759

2.799

40 V

Reinigingsrechten en afvalstoffenheffing

2.593

2.923

2.419

2.321

- 98 N

Onroerende zaakbelasting eigenaren

2.777

2.891

3.079

3.148

69 V

Onroerende zaakbelasting gebruikers

245

265

0

-1

-1N

Forensenbelasting

117

137

137

145

8V

8.974

9.494

8.778

8.817

39 V

3.1 Thema Economische ontwikk.

3.3 Thema Milieu

6.3 Thema Financiën

Totaal

85

Leges x € 1.000 Leges

Rekening

Primitieve

Actuele

Rekening

2022

Begroting

Begroting

2023

Verschil

17

27

27

20

-7N

19

30

30

13

- 17 N

Omgevingsvergunningen, baten

568

500

400

418

18 V

Burgerzaken leges

306

268

268

269

0V

Burgerlijke stand / huwelijk

18

13

13

17

4V

Overige leges

13

15

15

8

-7N

IP Bedrijfsvoering algemeen

2

-

-

-

-

IP Buitendienst acc. Nanningawerf

3

-

-

5

5V

Afdeling Openbare Ruimte

1

-

-

-

-

945

853

753

749

-4N

3.2 Thema Openbare ruimte Verharding

3.4 Thema Bouwen en wonen Bestemmingsplannen

6.2 Thema Dienstverlening

6.3 Thema Financiën

Totaal

Kostendekking Berekening van kostendekkendheid riolering en reiniging In onderstaande tabellen staan de berekeningen van kostendekkendheid van de heffingen riolering en reiniging. Het uitgangspunt bij deze heffingen is volledige kostendekking. Naast de baten en lasten verantwoord op het taakveld mogen we een aantal lasten toerekenen, waaronder overhead. De overhead is berekend als opslagpercentage over de directe salarislasten die op het taakveld verantwoord zijn. Daarbij is onderscheid gemaakt in een opslagpercentage voor de salarislasten van de buitendienst (61%) en van de binnendienst (80%). Een deel van de opbrengst van de reinigingsheffing wordt gerealiseerd door een onttrekking aan de egalisatiereserve (reserve lastenverlichting). De dotatie aan de rioleringsvoorziening voor de exploitatie is verwerkt in de lasten van het taakveld. Berekening van kostendekkendheid leges In onderstaande tabellen staan de berekeningen van kostendekkendheid van de heffingen leges. Hieruit blijkt dat per titel van de algemene legesverordening de heffingen onder de 100% kostendekkendheid blijven. Kostendekkendheid bij leges burgerzaken (titel 1) is niet haalbaar, kostendekkendheid bij leges omgevingsvergunningen (titel 2) fluctueert afhankelijk van de omvang van de bouwactiviteiten en de lage kostendekkendheid bij APV gerelateerde onderwerpen (titel 3) is een politieke keuze.

Bij de netto lasten zijn de directe personeelskosten en de materiële kosten opgenomen die samenhangen met het verstrekken van de dienstverlening. Bij directe kosten gaat het bijvoorbeeld om de uren van baliemedewerkers en van de uren van de medewerkers bij Vergunningen, Toezicht en Handhaving (VTH) en Ruimtelijke Ordening (RO). De basis voor de toerekening van deze kosten zijn de teamplannen en historische cijfers. Materiële kosten zijn bijvoorbeeld de kosten die samenhangen met de afdracht aan het Rijk en RDW voor rijbewijzen. We hanteren een opslag van 80% voor overhead over de directe loonkosten. De totale kostendekkendheid van de Algemene Legesverordening komt uit op 57%.

86

Toelichting overhead In de bijlage van de begroting is een overzicht met taakvelden opgenomen. Op de taakvelden verantwoorden we alle baten en lasten die direct betrekking hebben op het taakveld, waaronder salarislasten. De lasten die we niet direct aan de taakvelden kunnen toerekenen, zijn de overheadkosten. Overhead is 'alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces'. Het gaat hier dan om onder andere personele kosten, huisvesting, ICT, etc. Omdat alle directe kosten al rechtstreeks zijn toegerekend aan de taakvelden, passen we een opslagpercentage toe voor overhead op salarislasten bij taakvelden waarvoor we kostendekkende tarieven mogen berekenen. Bijvoorbeeld afval, riolering en leges. x € 1.000 Berekening van kostendekkendheid

Begroting Rioolheffing Realisatie Rioolheffing (taakveld 7.2)

(taakveld 7.2)

Begroting Reinigingsheffing Realisatie Reinigingsheffing (taakveld 7.3)

(taakveld 7.3)

Lasten Lasten

2.155

2.107

3.016

2.807

Baten

0

0

-644

-623

2.155

2.107

2.372

2.184

Overhead

320

364

134

149

Kwijtschelding

51

46

90

92

-1

-1

10

10

Netto lasten taakveld

Toe te rekenen lasten

Rente Dubieuze debiteuren

7

7

Slootonderhoud en straatreiniging

112

153

BTW

274

284

318

318

Totaal toe te rekenen lasten

764

854

551

568

Totale lasten

2.919

2.961

2.923

2.752

Opbrengst heffingen

-2.919

-2.802

-2.923

2.321

Dekkingspercentage

100%

95%

100%

84%

87

x € 1.000 Berekening van

Begr. titel 1

Begr. titel 2

Begr. titel 3

Totaal

Realisatie

Realisatie titel 2

Realisatie titel 3

Totaal

kostendekkendheid

Algemene

Fysieke

Dienst-

begroting

titel 1

Fysieke

Dienst-

realisatie

dienst-

leefomgeving

verlening

Algemene

leefomgeving/

verlening

verlening

/omgevings-

vallend onder

dienst-

omgevings-

vallend onder

vergunningen

Europese

verlening

vergunningen

Europese

diensten-

diensten-

richtlijn

richtlijn

Lasten Lasten

333

448

33

Baten

0

0

0

344

477

33

854

0

0

0

0

333

448

33

814

344

477

33

854

Overhead

171

279

19

469

171

279

19

469

Totaal toe te rekenen

171

279

19

469

171

279

19

469

Totale lasten

504

727

52

1.283

515

756

52

1.323

Opbrengst heffingen

-308

-530

-15

-853

-310

-431

-8

-749

Dekkingspercentage

61%

73%

29%

66%

60%

57%

15%

57%

Netto lasten

814

Toe te rekenen lasten

lasten

88

Paragraaf 2 | Weerstandsvermogen en risicobeheersing Deze paragraaf laat zien hoe solide onze begroting is en in hoeverre we financiële tegenvallers kunnen opvangen. Het gaat om de relatie tussen de (financiële) weerstandscapaciteit en alle risico’s die de gemeente loopt die niet zijn afgedekt door reserves, voorzieningen en verzekeringen. Door het vormen van een weerstandsvermogen hoeven we bij een financiële tegenvaller in de begrotingsuitvoering niet direct te anticiperen. Het weerstandsvermogen is op dit moment voldoende om de risico’s af te dekken. Conclusie weerstandsvermogen De beschikbare weerstandscapaciteit is per 31 december 2023 € 30,168 miljoen. Dit bestaat uit de Algemene reserve van € 26,724 miljoen (exclusief het bodembedrag van € 3 miljoen) en de bestemmingsreserves van € 3,3444 miljoen. Het totaal van de bestemmingsreserves is € 8,175 miljoen. Voor de weerstandscapaciteit halen we hier de reserve Kapitaallasten € 2,438 miljoen en de Algemene reserve grondexploitatie € 2,293 miljoen vanaf. De benodigde weerstandscapaciteit is € 2,735 miljoen (zie overzicht bij kwantificeerbare risico's). Het weerstandsvermogen is ruim voldoende om de risico’s af te dekken. Naast de beschikbare weerstandscapaciteit van € 30,168 miljoen is er nog de algemene buffer van € 3 miljoen (als onderdeel van de Algemene reserve).

Deze beide gecombineerd maakt dat in relatie tot de omvang van de activiteiten er voldoende buffer aanwezig is voor het opvangen van de risico’s. Risico’s die zich regelmatig voordoen en die vrij goed meetbaar zijn, maken geen onderdeel uit van de risico’s binnen het weerstandsvermogen. Hiervoor zijn verzekeringen afgesloten of reserves en voorzieningen gevormd. We gaan op de volgende manier om met de risico’s rondom grondexploitatie, openeinderegelingen, verbonden partijen en projecten: Grondexploitatie Hiervoor is de Algemene reserve grondexploitatie ingesteld. Deze reserve is bestemd voor het opvangen van verliezen (bijvoorbeeld van niet-kostendekkende complexen), planschadeclaims en verlaging van verkoopprijzen. We beoordelen ieder jaar opnieuw of de reserve toereikend is. Openeinderegelingen De belangrijkste openeinderegelingen zijn de regelingen Sociaal Domein en WWB. De risico’s binnen het Sociaal Domein (Wmo, jeugd en participatie) kunnen niet meer worden gedekt uit de reserve Sociaal Domein. De risico's nemen we mee in de bepaling van de weerstandscapaciteit. Verbonden Partijen Jaarlijks beoordelen we de jaarrekeningen, begrotingen en tussentijdse rapportages van de verbonden partijen en leggen die aan u voor. We nemen deel aan aandeelhoudersvergaderingen en bij de meeste verbonden partijen ook aan tussentijdse overleggen.

Net als bij de grondexploitatie geldt dat er geen extra financiële buffer noodzakelijk is, omdat er geen risico’s zijn die een gevaar vormen voor de financiële positie. Als dit wel het geval is, nemen we dat risico mee in deze paragraaf. Dat beoordelen we ieder jaar opnieuw. Projecten De risico's bij projecten worden per project geïnventariseerd en maken onderdeel uit van het projectplan. Algemene beleidslijn Om het weerstandsvermogen te beoordelen zetten we de beschikbare weerstandscapaciteit af tegen de benodigde weerstandscapaciteit. De weerstandscapaciteit is een optelsom van middelen die beschikbaar zijn om de gevolgen van risico's die niet begroot zijn te dekken. Benodigde weerstandscapaciteit De benodigde weerstandscapaciteit stellen we vast aan de hand van een risico-inventarisatie. Per risico is een inschatting gemaakt van de kans dat het risico zich voordoet. Daarnaast zijn de financiële gevolgen van deze risico’s zo veel mogelijk weergegeven.

89

Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en de mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet-begrote kosten, die onverwachts en substantieel zijn, te dekken. Het gaat dan vooral om de reservecapaciteit (algemene- en bestemmingsreserves), de onbenutte begrotingscapaciteit, de onbenutte investeringscapaciteit en de stille reserves. We bepalen de beschikbare weerstandscapaciteit aan de hand van de algemene reserve en bestemmingsreserve. We willen een beschikbare weerstandscapaciteit met minimaal de omvang van de benodigde weerstandscapaciteit. Risicobeheersing Risicobeheersing is de manier waarop we risico’s beheersen, inclusief de processen en systemen waarmee we dat doen. Onze organisatie heeft tal van beheersmaatregelen getroffen om de doelstellingen in de programma's te realiseren. Er is een grote verscheidenheid aan maatregelen, die we als volgt indelen:  Juridische beheersmaatregelen (inkoopvoorwaarden, contractbepalingen, leveringsvoorwaarden, juridische kwaliteitszorg)  Financiële beheersmaatregelen (financial control, verzekeringen, bankgaranties, financieringsfunctie Financiële verordening)  Organisatorische beheersmaatregelen (AO/IC, procedures, 4-ogen-principe, audits)  Materiële beheersmaatregelen en informatiebeveiligingsbeheersmaatregelen (gemeentelijk informatiebeveiligingsplan).

Twee keer per jaar, als onderdeel van de P&C-cyclus, actualiseren we het overzicht met de belangrijkste risico’s. Dit doen we op basis van dossieronderzoek en interviews met management en medewerkers. Na identificatie van het risico brengen we de oorzaak en het gevolg van het risico in beeld. We kwantificeren ieder risico (als dat mogelijk is). En we maken een inschatting van de kans dat het risico zich voordoet, evenals het financiële gevolg. Dit resulteert in het risicoprofiel voor onze gemeente. Vervolgens inventariseren we voor elk risico de getroffen beheersmaatregelen. Bij de kwantificeerbare risico's staat een opsomming van de risico’s. Per risico is een inschatting gemaakt van de kans dat het risico zich voordoet, evenals de financiële gevolgen. Bij deze inschattingen gebruiken we onderstaande tabel: Categorie

Kans op voorkomen

Kwantitatief

Financieel gevolg

1.

< of 1 keer per 10 jaar

10%

Geen geld gevolgen

2.

1 keer per 5-10 jaar

30%

< € 25.000

3.

1 keer per 2-5 jaar

50%

> € 25.000 - € 100.000

4.

1 keer per 1-2 jaar

70%

> € 100.000 - € 500.000

5.

1 keer per jaar of meerdere keren per jaar

90%

> € 500.000

Kwantificeerbare risico's De benodigde weerstandscapaciteit is ten opzichte van de Jaarstukken 2022 € 110.000 hoger. Het verschil kan als volgt worden verklaard:  Het risicobedrag van gerechtelijke procedures is iets afgenomen (-/- €70.000)  Een toename van de boekwaarde en een gewijzigde berekeningssystematiek bij het onderdeel Gebouwen, waarmee het risicobedrag van afschrijving bedrijfsgebouwen met restwaarde is toegenomen (+ € 150.000)  Diverse kleine verschillen, zoals Algemene Uitkering en WWB-I (+ € 30.000)

90

Nr. Risico en beheersmaatregel

Kans op voorkomen Financieel gevolg

Benodigde weerstands-

risico 1 Risico: Vangnet-uitkering wordt niet toegekend

1

capaciteit -

-

Toelichting risico: Het risico is dat we niet voldoen aan de voorwaarden waardoor we geen vangnetuitkering ontvangen. Voor 2024 is dit risico nihil omdat we verwachten dat we geen aanspraak op de vangnetuitkering behoeven te doen. 2 Risico: Afwijking op WWB I-deel budgetten, waardoor beroep op

2

4

€ 185.378

algemene middelen onvermijdelijk is Toelichting risico: Bij een tekort van 10% van het WWB I-deel budget moeten wij 7,5% betalen uit eigen middelen. Het risico gaat over dit mogelijke tekort. Beheersmaatregel: Eén keer per maand ontvangen we managementcijfers met de stand van zaken. Hierdoor kan op financieel gebied bijgestuurd worden. Ook zijn er procesmaatregelen aan de poort en ten aanzien van uitstroom. Beïnvloeding van klantaantallen is niet of zeer marginaal mogelijk. 3 Risico: Rijksmiddelen voor jeugdhulp structureel geraamd

3

5

€ 978.000

Toelichting risico: We hebben in 2022 extra middelen van het Rijk voor de jeugdhulp ontvangen. In augustus 2022 is bekend geworden dat we de verwachte jeugdmiddelen vanaf 2024 voor 100% mogen ramen. Dit was 75%. Daarnaast is in het regeerakkoord een besparing van € 500 miljoen afgesproken op de jeugdzorg. Het rijk is verantwoordelijk voor de invoering. In de gemeentelijke begroting kunnen we dan een lagere raming opnemen voor de uitgaven. Dat hebben we in deze begroting verwerkt. Omdat nog steeds niet zeker is of we de 100% vergoeding structureel mogen ramen, nemen we een risico op. Het bedrag dat we in 2024 hebben opgenomen is € 1.856.000 aan baten en € 100.000 aan lagere lasten. Het totale risico komt daarmee op € 1.956.000. Beheersmaatregel: nb 4 Risico: Bijstelling Algemene uitkering gemeentefonds (au)

5

5

€ 597.000

Toelichting risico: De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de totale rijksuitgaven, de zogenaamde “trap op, trap af systematiek”. Als na afloop van een jaar blijkt dat de rijksuitgaven lager zijn dan gepland, wordt de algemene uitkering naar beneden aangepast. Dit vertaalt zich in een aanpassing van het accres. We nemen 1% van de algemene uitkering op als benodigd weerstandsvermogen. Beheersmaatregel: Drie keer per jaar verschijnt er een circulaire. Deze circulaires beoordelen we en rekenen we door. 5 Risico: Extra lasten door invoering Wmo abonnementstarief

3

-

PM

Toelichting risico: De invoering van het abonnementstarief leidt aantoonbaar tot een aanzuigende werking op Wmo-ondersteuning, vooral huishoudelijke hulp. Toch weigert het kabinet gemeenten volledig te compenseren voor de extra kosten. Gemeenten moeten volledig worden gecompenseerd voor de effecten van de invoering van het abonnementstarief. Niet volledig compenseren zal er aan bijdragen dat gemeenten, gezien de grote tekorten in het sociaal domein, verder moeten bezuinigingen en zij de Wmo niet kunnen blijven uitvoeren zoals beoogd. Vanaf 1 januari 2025 komt een aanpassing in de eigen bijdrage Wmo, waarbij meer rekening wordt gehouden met de draagkracht van huishoudens. Wie meer dan 185 procent van het sociaal minimum verdient, betaalt een hogere eigen bijdrage. Voor huishoudens met een inkomen boven 185 procent van het sociaal minimum stijgt de eigen bijdrage geleidelijk naarmate het inkomen hoger wordt. Voor een huishouden met een inkomen van duizend euro boven dat grensbedrag zal de maandelijkse eigen bijdrage ongeveer 6,70 euro hoger zijn. Vanaf een inkomen van ongeveer € 66.000 gaat een maximum van de eigen bijdrage gelden, van 255 euro per maand. Beheersmaatregel: Er wordt al scherp gekeken naar de uitvoeringskosten op dit vlak. Daarbij is de gemeente afhankelijk van de VNG, die onderhandelt over aanpassing van de zogenaamde 'openeinderegeling'.

De (financiële) gevolgen hiervan zijn nog niet bekend, daarom wordt dit punt vooralsnog als PM aangemerkt. 6 Risico: Terugbetaling verstrekte geldleningen

1

2

€ 6.000

Toelichting risico: Er zijn leningen verstrekt aan instellingen op het terrein van volkshuisvesting, veiligheid, sport en dorpshuizen. Het is niet in alle gevallen duidelijk of er voldoende opstallen, installaties e.d. aanwezig zijn, om in geval van het uitblijven van betaling de restant schuld te voldoen. Beheersmaatregel: Bij eventuele achterstanden in aflossingen ondernemen we meteen actie. 7 Risico: Garanties woningbouwcorporaties

1

3

€ 50.000

Toelichting risico: Het waarborgfonds Sociale Woningbouw heeft de bestaande directe risico’s op geldleningen overgenomen. De gemeente kan op basis van de ‘achtervangregeling’ worden aangesproken. Beheersmaatregel: Het door het Waarborgfonds verstrekte overzicht wordt beoordeeld en daarnaast wordt bij een individuele aanvraag de situatie beoordeeld. Per 1 augustus 2022 is het 'meetekenen' met nieuwe leningen vervallen en wijzigt de wijze van berekening van de achtervangpositie op nieuwe leningen. De impact hiervan op het risico voor de gemeente is zeer beperkt. 8 Risico: National Hypotheek Garantie

1

2

€ 19.000

91

Toelichting risico: Vanaf 2011 heeft het Rijk de achtervang voor alle nieuwe hypotheekgaranties op zich genomen. De gemeente blijft echter wel garant staan voor de vóór 1 januari 2011 verleende garanties. Beheersmaatregel: We beoordelen het jaarlijks verstrekte overzicht van hypotheekgaranties. 9 Risico: Overige garanties

1

3

€ 50.000

Toelichting risico: Er zijn garanties verleend aan instellingen op het terrein van gezondheid, volkshuisvesting en onderwijs. Beheersmaatregel: We beoordelen het overzicht garanties. 10 Risico: Leegstand in M.F.A.’s in eigendom van de gemeente met

5

3

€ 90.000

overwegend een onderwijsfunctie Toelichting risico: Per 1 januari 2020 heeft de gemeente het beheer & de exploitatie van MFS Waskemeer overgenomen van de Stichting Beheer Multifunctioneel Vastgoed Waskemeer; de Stichting is opgeheven. Het gedeelte waarin eerder obs Mst van Hasseltschool was gehuisvest staat leeg maar wordt voor een gedeelte gebruikt voor Kinderopvang. MFA Haulerwijk (= de Samensprong) heeft een groot normatief overschot aan bruto vloeroppervlak c.q. leegstand door een permanent dalend aantal leerlingen waardoor de accommodatie niet meer kostendekkend te exploiteren valt. De exploitatie is per 1 januari 2023 in handen van de gemeente. De Stichting Beheer is ondertussen opgeheven. MFA Oosterwolde Zuid heeft ook leegstand maar dat wordt gedeeltelijk gebruikt door één van de vaste deelnemers. De Stichting Beheer Multifunctioneel Vastgoed Oosterwolde Zuid heeft de accommodatie in 2023 met een klein negatief resultaat (i.v.m. de hoge energiekosten) geëxploiteerd. Door het toepassen van de componentenmethode voor het berekenen van de onderhoudsvoorziening is de exploitatie houdbaar. Beheersmaatregel: Nieuw op te stellen integraal huisvestingsplan als onderdeel van het accommodatiebeleid. 11 Risico: Diverse gerechtelijke procedures

4

3

€ 25.000

Toelichting risico: Op basis van de huidige stand van zaken lopende procedures en/of te verwachten claims/procedures is een inschatting gemaakt. Beheersmaatregel: Juridische kwaliteitszorg en inhuur van externe juristen bij lopende procedures en/of te verwachten claims. 12 Risico: Veiligheidsmaatregelen politieke ambtsdragers

2

-

PM

Toelichting risico: In rechtspositionele besluiten is uitdrukkelijk bepaald dat het betreffende bestuursorgaan verantwoordelijk is voor de bekostiging van voorzieningen ten behoeve van de politieke ambtsdrager, welke in het Stelsel bewaken en beveiligen worden aangemerkt als werkgeverskosten. In deze lijn past dat beveiliging op het werk maar ook daarbuiten voor zover die een werkgeverszorg is, voor rekening komt van de gemeente en door de gemeente geregeld wordt. 13 Risico: Invoering omgevingswet

5

-

PM

Toelichting risico: De omgevingswet en Wet kwaliteitsborging bouwen zijn per 2024 ingegaan. Voor de ontwikkeling van het omgevingsplan geldt een overgangstermijn tot eind 2031. De OWO gemeenten gaan het omgevingsplan gefaseerd uitwerken. Hier is de komende jaren nog veel inzet voor nodig. We kunnen op dit moment nog niet inschatten of de beschikbare middelen voor de verdere implementatie toereikend zijn voor deze periode. In het omgevingsplan maakt de gemeente keuzes of omgevingsplanactiviteiten vergunningplichtig blijven, meldingsplichtig worden of geen van beide. Deze keuzes kunnen effect hebben op de kosten en baten. Met de inwerkingtreding van de wet Kwaliteitsborging wordt het bouwtechnische deel van de werkzaamheden van nieuwbouw in gevolgklasse 1 overgeheveld naar de private kwaliteitsborgers. Het is de bedoeling dat deze verschuiving van werkzaamheden ook gaat plaatsvinden voor verbouw gevolgklasse 1 en bouwwerken in hogere gevolgklassen. Dit heeft effect op de kosten en baten. Beheersmaatregel: implementatie wordt jaarlijks gemonitord. Indien de verwachting is dat een aanvulling nodig is zal de raad hierover worden geïnformeerd en of een aanvullend krediet worden aangevraagd. 14 Risico: Fraude

5

-

PM

Toelichting risico: het risico dat de gemeente financiële schade loopt door onrechtmatige handelingen door medewerkers op het gebied van fraude, corruptie, bedreiging en beïnvloeding Beheersmaatregel: Er wordt vanaf 2019 periodiek een fraude risicoanalyse uitgevoerd door IC. Daarbij komen de risico's jaarlijks aan bod in een separate bespreking met het DT. Daarbij worden zowel interne risico's (functiescheiding e.d.) als externe risico's (cybercrime, ransomware e.d.) besproken. 15 Risico: Verduurzaming gemeentelijk onroerend goed

5

-

PM

92

Toelichting risico: Er is een sectorale routekaart vastgesteld om invulling te geven aan het landelijke beleid en de wet- en regelgeving rondom de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed. In de kern gaat het om 49% CO2-redutie in 2030 en 95% CO2-reductie in 2050 ten opzichte van 1990. In de themaraad van 8 februari en 13 december 2022 is dit besproken. Hierin is aangegeven dat de indicatieve investering € 38 miljoen bedraagt (= 1 op 1 verduurzamen) of € 60 miljoen bedraagt (= Integraal en doordacht) en de indicatieve structurele toename van de kapitaallasten tussen de € 1,3 en € 1,6 miljoen bedraagt. Indicatieve kapitaallasten en investering zijn gebaseerd op het verduurzamen van zowel de gebouwen in juridische eigendom gemeente, onderwijsgebouwen en gebouwen met economisch claimrecht. Beheersmaatregel: Het onderwerp ligt op tafel en is bij iedereen top-of-mind. Op 4 juli 2023 is een werkbijeenkomst met de raad aan het onderwerp gewijd. Uiteindelijke investering en kapitaallasten zijn afhankelijk van diverse factoren zoals het eventueel slimmer inzetten van accommodaties, verdeling verantwoordelijkheden investering onderwijsgebouwen en gebouwen economisch claimrecht en bijdrages rijksoverheid.

Op basis van het door de raad op 8 november 2022 aangenomen Amendement A-019 'Gas erop van het aardgas af voor slim en toekomstgericht accommodatiebeleid' is per 2024 € 200.000 structureel beschikbaar voor 'uitvoering accommodatiebeleid'. De jaren erna wordt het budget steeds met € 100.000 verhoogd, tot er voldoende budget beschikbaar is. 16 Risico: Informatiebeveiliging risico datalekken

5

-

PM

Toelichting risico: Het risico dat de gemeente financiële schade loopt door datalekken, cybercrime e.d. Beheersmaatregel: Er is een informatieveiligheids- en privacy beleid opgesteld. Alle (nieuwe) medewerkers volgen een e-learning privacy en informatieveiligheid. Daarbij zijn beheersmaatregelen verwerkt in processen en systemen. 17 Risico: Verbonden partijen

2

-

PM

Toelichting risico: Ten aanzien van de verbonden partijen blijft extra aandacht noodzakelijk voor de uitvoeringsorganisatie FUMO en de Veiligheidsregio Fryslân (VRF). Deze samenwerkingsverbanden zijn van rijkswege verplicht gesteld en gelden dus voor de 18 Friese gemeenten. De invloed die als individuele gemeente kan worden uitgeoefend is (zeer) beperkt. Beheersmaatregel: De OWO-samenwerking heeft een positief effect als vanuit een gezamenlijk belang kan worden opgetrokken. Ook in de overige samenwerkingsverbanden zien we dat gemeenten elkaar steeds beter vinden, maar dat er lang niet altijd een eensluidende visie is binnen de 18 Friese gemeenten. Daarbij is de gemeente altijd vertegenwoordigd in de gezamenlijke overleggen. Verder is onze gemeente betrokken bij het controllers overleg voor Friese gemeenten inzake verbonden partijen. Gezamenlijk optrekken t.a.v. verbonden partijen heeft als voordeel om gezamenlijk vanuit hetzelfde afwegingskader de acteren richting de verbonden partij. Mogelijke beheersing van risico’s van verbonden partijen is kansrijker als dit namens alle/meer deelnemers worden gedaan. Daarnaast is het ook efficiënter. Zowel voor de gemeente als voor de verbonden partij. Vooralsnog is de financiële impact lastig in te schatten, dus voor nu op PM gezet. 18 Risico: OWO bedrijfsvoering

2

-

PM

Toelichting risico: Het risico bestaat dat er vanuit de samenwerking extra lasten naar voren komen die of onvermijdelijk zijn, danwel grote voorkeur genieten van 2 van de 3 gemeentes. Beheersmaatregel: Er is structureel overleg en tot op heden is er nog geen sprake van 2 tegen 1 besluiten. De financiële impact is lastig op geld te zetten, daarom op PM gezet. 19 Risico: Afschrijvingen bedrijfsgebouwen met restwaarde (60% van de

1

5

€ 734.875

WOZ waarde) Toelichting risico: Bij de heroverwegingen in 2021 is besloten om miv 2022 de bedrijfsgebouwen i.p.v. 50%, af te schrijven tot 60% van de WOZ-waarde. Risico: Als het bedrijfsgebouw niet meer de maatschappelijke functie vervult is er het risico dat de resterende boekwaarde hoger is dan de eventuele verkoop c.q. vervanging. Beheersmaatregel: Het percentage ligt in lijn met het percentage van de WOZ bij verkopen de laatste jaren (59%). De kans dat dit de komende jaren fors verslechterd is beperkt. TOTAAL

€ 2.735.253

93

Financiële kengetallen Kengetallen drukken de verhouding uit tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen ons helpen bij de beoordeling van de financiële positie van onze gemeente. De kengetallen geven informatie over hoeveel (financiële) ruimte onze gemeente heeft om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of opvangen. Ze geven inzicht in de financiële weerbaarheid en wendbaarheid. Ook geeft het mogelijkheden om onze gemeente te vergelijken met andere gemeenten. Kengetallen

Rekening 2022

Rekening 2023

Netto schuldquote

20%

19%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

14%

17%

Solvabiliteitsratio

46%

47%

Structurele exploitatieruimte

6%

4%

Grondexploitatie

1%

1%

Belastingcapaciteit

89%

82%

EMU saldo (bedrag x € 1.000)

8.126

-3.168

Beoordeling onderlinge verhouding kengetallen in relatie tot de financiële positie Het is niet mogelijk om een individueel kengetal te gebruiken voor de beoordeling van de financiële positie. De kengetallen moeten we altijd in samenhang bekijken. Ze geven alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld van de financiële positie van onze gemeente. Op basis van de kengetallen concluderen we dat de financiële positie van onze gemeente goed is. Netto schuldquote en Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote is de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen en afgezet tegen de totale baten. We geven de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weer. Zo brengen we duidelijk in beeld wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Normaal bevindt de netto schuldquote van een gemeente zich tussen de 0% en 100%. Voor een gemeente geldt dat als de netto schuldquote uitkomt boven de 130% er sprake is van een zeer hoge schuld. Boven de 100% blijft er weinig leencapaciteit over om de gevolgen van financiële tegenvallers (door bijvoorbeeld een economische recessie) op te vangen. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in hoeverre de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen.

Het is het eigen vermogen (de reserves) als percentage van het balanstotaal. Een solvabiliteit tussen de 20% en 50% voor gemeenten is gemiddeld. Hoe hoger het solvabiliteitsratio, hoe hoger de weerbaarheid van de gemeente. Uit de tabel blijkt dat onze solvabiliteit in 2023 gemiddeld is. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten (exclusief mutaties reserves). Hoe lager het kengetal, hoe lager de grondpositie ten opzichte van de totale geraamde baten. De grondexploitatie kan een behoorlijke invloed hebben op de financiële positie van een gemeente. De boekwaarde van de voorraden grond is belangrijk, deze moeten we weer terugverdienen bij de verkoop. Ieder jaar beoordelen we of de gronden tegen een actuele waarde op de balans staan. Het kengetal van 1% ligt ruim onder de signaleringswaarde van 20% en geeft aan dat het risico voor ons niet hoog is.

94

Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht in hoeverre we een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar kunnen opvangen en of er ruimte is voor nieuw beleid. De gemiddelde woonlasten (OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing) voor een gezin worden afgezet tegen het landelijk gemiddelde. Na de algemene uitkering uit het Gemeentefonds zijn de belastinginkomsten de belangrijkste inkomsten voor een gemeente. Het Centrum van Onderzoek van de Lagere Overheden (Coelo) publiceert jaarlijks de Atlas van de lokale lasten. Deze publicatie is de basis voor de berekening van dit kengetal. De woonlasten in onze gemeente zijn lager dan het landelijk gemiddelde. Het kengetal van 82% geeft aan dat er ruimte is om financiële tegenvallers op te vangen door het verhogen van de woonlasten. Economische en Monetaire Unie (EMU)-saldo De EMU-systematiek (kosten en opbrengsten) die het Rijk hanteert werkt anders dan het baten-lastenstelsel dat we (als decentrale overheid) hanteren. Investeringen en uitgaven bijvoorbeeld die we dekken uit reserves tellen wel door in het EMU-saldo, maar hebben geen gevolg voor de uitkomst in het baten-lastenstelsel. Dus bij een sluitende begroting kan het EMU-saldo negatief zijn. Tussen het Rijk en de decentrale overheden zijn afspraken gemaakt voor de beheersing van het EMU-saldo.

Het tekort voor de decentrale overheid mag niet hoger uitkomen dan 0,4% van het bruto binnenlands product. Ons EMU-saldo voor 2023 is negatief.

95

Paragraaf 3 | Onderhoud kapitaalgoederen Kapitaalgoederen zijn goederen waarvoor investeringen nodig zijn. Het gaat om zaken die daarna regelmatig onderhoud vergen. Bijvoorbeeld wegen, gebouwen, riolering en groen. Het onderhoud van kapitaalgoederen is van groot belang voor een goede kwalitatieve instandhouding van het openbare voorzieningenniveau. Dit onder meer op het gebied van leefbaarheid, veiligheid, vervoer en recreatie. In deze paragraaf gaan we per kapitaalgoed in op het beleidskader en de daaruit voortvloeiende financiële consequenties. Financiële consequenties x € 1.000 Onderhoud kapitaalgoederen

Rekening

Primitieve

Actuele

Rekening

2022

Begroting

Begroting

2023

Verschil

-1.148

-1.249

-1.482

-1.415

68 V

-926

-970

-1.057

-927

130 V

1. Samenleven Welzijn- en sportaccommodaties

2. Welzijn & educatie Huisvesting onderwijs

3. Ruimtelijke & economische ontwikk. Verhardingen

-1.126

-1.473

-3.676

-1.441

2.235 V

Bruggen en oevervoorzieningen

-65

-69

-69

-74

-5N

Verkeersvoorzieningen

-235

-321

-459

-405

54 V

Openbaar Groen

-751

-734

-990

-1.037

- 48 N

-1.668

-1.661

-1.686

-1.575

111 V

Automatisering

-1.362

-1.419

-1.718

-1.383

335 V

Totaal onderhoud kapitaalgoederen

-7.283

-7.896

-11.137

-8.257

2.879 V

Rioleringen

6. Bestuur & Dienstverlening

Wegen Wegen Beleidskader De onderhouds- en vervangingswerkzaamheden aan de wegen worden op basis van de vastgestelde MOP uitgevoerd. Periodiek inspecteren we alle verhardingen voor het actualiseren van de MOP. Voor het beheer van de wegen is een beheersysteem operationeel. De gegevens die in het beheersysteem zitten actualiseren we regelmatig. Financiële gevolgen voor de jaarstukken De werkzaamheden voerden we binnen de financiële kaders uit. Civieltechnische kunstwerken Civieltechnische kunstwerken Beleidskader De onderhouds- en vervangingswerkzaamheden aan de civieltechnische kunstwerken worden op basis van de MOP uitgevoerd. De MOP actualiseren we periodiek, aan de hand van inspecties. Voor het beheer van de civieltechnische kunstwerken (met name bruggen) is een beheersysteem operationeel. De gegevens die in het beheersysteem zitten actualiseren we regelmatig. Financiële gevolgen voor de jaarstukken De werkzaamheden voerden we binnen de financiële kaders uit.

96

Openbare verlichting Openbare verlichting Beleidskader De onderhoud- en vervangingswerkzaamheden aan de openbare verlichting worden op basis van de MOP uitgevoerd. De MOP actualiseren we periodiek. Voor het beheer en onderhoud van de openbare verlichting participeren we, samen met de meeste andere Friese gemeenten en de provincie Fryslân, in de "Coöperatie Openbare Verlichting & Energie Fryslân U.A." De Coöperatie ondersteunt in het beheer en onderhoud van de openbare verlichting. Financiële gevolgen voor de jaarstukken De werkzaamheden voerden we binnen de financiële kaders uit. Groen Groen Beleidskader Er is een Biodiversiteitsplan, inclusief uitvoeringsagenda, vastgesteld in 2021. Het Biodiversiteitsplan vervangt op onderdelen de Notitie Groenbeleid 2011. In de Notitie Groenbeleid is de groenstructuur voor de 13 dorpen van onze gemeente vastgelegd. Met het groenstructuurplan is inzichtelijk gemaakt welk belangrijk groen in de leefomgeving aanwezig is. Ook is aangegeven welke grond door de gemeente kan worden afgestoten. Voor de uitvoering van het groenbeheer gebruiken we een beheersysteem. Dit systeem wordt gebruikt om op basis van landelijke normen te bepalen hoeveel uren nodig zijn en welk budget nodig is om het onderhoud aan de groenvoorzieningen uit te voeren.

Het gemiddelde onderhoudsniveau in Ooststellingwerf is in overeenstemming met kwaliteitsniveau B van de Landelijke ‘CROW-kwaliteitscatalogus openbare ruimte’. De bomen worden onderhouden op basis van de notitie “Het behoud van veilige bomen". Financiële gevolgen voor de jaarstukken De werkzaamheden voerden we binnen de financiële kaders uit. Riolering Riolering Beleidskader Het Gemeentelijk RioleringsPlan 2020-2024 (GRP) is in 2020 vastgesteld. In het GRP is vastgesteld dat:  a. alle kwaliteitsprofielen op “basis” staan (met uitzondering van het profiel: transport van afvalwater op “hoog”).  b. er nader onderzoek wordt gedaan naar de wijze waarop de gemeentelijke afvalwaterketen bij kan dragen aan het CO2 neutraal maken van de gemeente.  c. er invulling wordt gegeven aan het onderwerp klimaatadaptatie op gebied van regenwateroverlast.  d. er nader wordt gekeken waar besparing mogelijk is door te zoeken naar duurzame oplossingen. Financiële gevolgen voor de jaarstukken In het GRP is vastgesteld dat de rioolheffing met niet meer dan de inflatiecorrectie stijgt. In het kostendekkingsplan behorende bij het GRP is weergegeven hoe de heffing zich ontwikkelt in de periode 20202024. In de Verordening Rioolheffing wordt jaarlijks het exacte tarief vastgesteld.

Gymnastieklokalen Gymnastieklokalen Beleidskader De instandhouding van gymnastieklokalen is een gemeentelijke verantwoordelijkheid. Voor het onderhoud aan de gymlokalen is een voorziening gevormd. In 2019 is een nieuwe MOP 2019-2048 opgesteld voor gymnastieklokalen. Deze MOP is de basis voor aanwendingen en dotaties aan deze voorziening. In 2023 is een nieuwe MOP opgesteld maar nog niet door de raad vastgesteld vanwege de relatie met het op te stellen Accommodatiebeleid en Integraal Huisvesting Plan voor het onderwijs. Financiële gevolgen voor de jaarstukken De werkzaamheden worden binnen de financiële kaders uitgevoerd.

97

Overige gebouwen Overige gebouwen Beleidskader Het onderhoud van gemeentelijke gebouwen is in verschillende meerjarenonderhoudsplannen (MOP’s) opgenomen. Het betreft de volgende gebouwen: het gemeentehuis, de gemeentewerf, het overslagstation, de Kompaan, molen ‘De Weijert’, gemeentelijke monumenten, woningen en MFS de Boekebeam. De gemeentelijke gebouwen inspecteren we periodiek voor het actualiseren van de MOP’s. In november 2021 heeft de raad een krediet van € 4.333.422 beschikbaar gesteld voor het vernieuwen van de huisvesting aan de Nanningaweg 47C. Een projectgroep is hiermee aan de slag. Voor MFS de Boekebeam is een nieuwe MOP opgesteld maar niet door de raad vastgesteld vanwege de relatie met het op te stellen Accommodatiebeleid en het Integraal Huisvesting Plan voor het onderwijs. Financiële gevolgen voor de jaarstukken De werkzaamheden voerden we binnen de financiële kaders uit. Sportaccommodaties Sportaccommodaties Beleidskader Per 2017 geldt een nieuwe exploitatieovereenkomst voor het beheer en de exploitatie van de 2 B's (sportcomplex de Boekhorst te Oosterwolde en sporthal de Bongerd te Haulerwijk) met dezelfde exploitant voor een periode van 5 jaar. Per 2022 geldt een nieuwe termijn van 5 jaar voor de exploitatie van de 2 B's. Daarvoor zijn in 2021 per B (= sportaccommodatie) exploitatieovereenkomsten gesloten met elk een eigen exploitant.

Voor de andere B (= het Bosbad) is per 2017 Stichting Bosbad Appelscha (SBA) verantwoordelijk voor het beheer en de exploitatie. De gemeente en SBA hebben hiervoor een budgetovereenkomst getekend voor een periode van 10 jaar. SBA heeft het beheer en de exploitatie uitbesteed aan een exploitant. Per 2018 geldt een nieuwe exploitatieovereenkomst voor het beheer en de exploitatie van de Steegdenhal te Appelscha voor een periode van 10 jaar. Financiële gevolgen voor de jaarstukken In 2019 is een nieuwe MOP opgesteld voor de 3 B's voor de periode 2019 tot en met 2033. Vanaf 2021 wordt jaarlijks € 35.000 per jaar gedoteerd aan de voorziening, zodat deze tot en met 2028 toereikend is voor het geplande onderhoud. De jaarlijkse dotatie aan de voorziening voor de Steegdenhal bedraagt met ingang van 2017 € 15.500. De basis hiervoor is de MOP 2017-2026. Per 1 januari 2019 is de sportvrijstelling in de Wet om de omzetbelasting verruimd. Door deze wetswijziging vervalt het recht op aftrek van btw voor planmatig onderhoud voor gemeenten en niet-winstbeogende exploitanten van sportaccommodaties. Er is een Specifieke uitkering sport (SPUK) voor gemeenten om het btw nadeel (grotendeels) te compenseren. Voor een aantal exploitanten was niet duidelijk of zij als winstbeogende exploitanten worden aangemerkt. Voorzichtigheidshalve hebben wij voor 2019 en 2020 een SPUK aanvraag ingediend.

Vanaf 2021 is er door aanpassing van de afspraken duidelijkheid omtrent de winstbeogendheid van deze exploitanten en wordt de btw op het planmatig onderhoud van het betreffende onroerend goed gecompenseerd via het btw-aangifte. Er vindt overleg plaats met de belastingdienst voor verrekening BTW in 2019 en 2020 voor een aantal afspraken met een tweetal exploitanten. Uitkomsten kunnen van invloed zijn op BTW verrekening. Er zijn nieuwe MOP's opgesteld maar niet door de raad vastgesteld vanwege de relatie met het op te stellen Accommodatiebeleid. Sportterreinen Sportterreinen Beleidskader Het specialistische onderhoud aan de grasvelden van de gemeentelijke sportterreinen wordt in opdracht van ons uitgevoerd. De basis van de onderhoudswerkzaamheden zijn de kwaliteitscriteria van de KNVB. Op basis hiervan voeren we planmatig onderhoud aan de sportvelden uit. Dit is vastgelegd in de notitie ‘Planmatig onderhoud grassportvelden’. Per jaar renoveren we de toplaag van één veld. Het overige onderhoud voeren de sportverenigingen zelf uit. Hier krijgen de sportverenigingen een jaarlijkse vergoeding voor. U heeft in 2016 besloten het sportcomplex Waskemeer met een wetra-veld uit te breiden en het bestaande (halve) trainingsveld uit te breiden naar een volledig oefenveld. 98

Financiële gevolgen voor de jaarstukken De aard en omvang van het planmatig onderhoud aan de grassportvelden is afgestemd op de beschikbare middelen. Per jaar renoveren we de toplaag van één veld. Elk jaar wordt er bekeken welk sportveld aan een toplaag renovatie toe is. De weersomstandigheden, bespelingsdruk, grasbezetting, vlakheid, beschikbaarheid overige velden op een complex zijn afwegingsfactoren die de basis vormen van een toplaagrenovatie. De jaarlijkse kosten voor de renovatie van 1 grassportveld wordt gedekt uit de exploitatie. Het budget is met ingang van 2023 fors verhoogd als gevolg van de nieuwe aanbesteding in 2022. Overzicht beheerplannen T Naam beheerplan

Vastgesteld in de raad

Looptijd

Lasten

Is er achterstallig onderhoud?

Wegen

MOP wegen

31-1-2024 2024 t/m

1.930.000 Nee

2028 Kunstwerken

MOP Civieltechnische Kunstwerken 2018-2022

tkn maart 2022

2023 t/m

Gebouwen

MOP gemeentelijke vastgoed financieel totaal

2016 t/m

(wordt elke 2 jaar geactualiseerd)

2025

69.000 Nee

2027

Water

N.v.t.

Riolering

Gemeentelijk RioleringsPlan 2020-2024

160.000 Nee nvt

1-7-2020 2020 t/m

2.919.000 Nee

2024 Openbare verlichting

MOP OV 2018-2022

tkv maart 2018

2018 t/m

(actualisatie Q1 2024)

2022

267.624 Nee

99

Paragraaf 4 | Financiering De paragraaf Financiering gaat over het aantrekken, beheren en uitzetten van gelden. Ook het garanderen en verstrekken van geldleningen aan derden valt hieronder. Deze activiteiten vormen een onderdeel van de treasuryfunctie van de gemeente. Een adequate sturing op de geldstroom is noodzakelijk. In deze paragraaf gaan we in op de vraag hoe we gelden zo optimaal mogelijk beleggen dan wel aantrekken. Algemene beleidslijn en Risicobeheer Algemene beleidslijn De financiële verordening Ooststellingwerf 2023 is door u op 26 september 2023 vastgesteld. In artikel 19 van deze verordening is de financieringsfunctie beschreven. De verordening berust op de bepalingen in de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido). Het uitgangspunt van de Wet Fido is het beheersen van risico's. Het doel is om doelmatig en doeltreffend om te gaan met de beschikbare financiële middelen. Risicobeheer Op grond van de Wet Fido moeten gemeenten zich houden aan de zogenaamde kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet bedraagt 8,5% van het begrotingstotaal. De uitkomst van die berekening is het maximale bedrag dat rente typisch ‘kort’ gefinancierd mag worden. De kasgeldlimiet voor 2023 bedraagt € 6,6 miljoen (8,5% van het begrotingstotaal 2023 van afgerond € 77,7 miljoen). De kasgeldlimiet is in 2023 niet overschreden.

Renterisiconorm De renterisiconorm is gesteld op 20% van het begrotingstotaal per 1 januari. Daar wordt het berekende renterisico op de vaste schuld tegen af gezet. Het renterisico op de vaste schuld mag de renterisiconorm niet overtreffen. Navolgend schema (in bedragen x € 1.000) laat zien dat de renterisiconorm in 2023 niet is overschreden en voor de jaren 2024-2026 naar verwachting niet wordt overschreden. x € 1.000 Kasgeldlimiet

Rekening 2023

Kasgeldlimiet aanvang begrotingsjaar

-6.605

Omvang netto vlottend schuld 1e kwartaal

7.566

2e kwartaal

8.260

3e kwartaal

11.271

4e kwartaal

9.073 x € 1.000

Rente risiconorm

Rekening

Begroting 2024

Mjb 2025

Mjb 2026

15.540

17.273

17.084

16.841

1.371

3.800

6.000

4.500

2023 Rente risiconorm

Aflossingen en renteherzieningen Reguliere aflossingen geldleningen Geldleningen met renteherzieningen

-

Totaal Aflossingen en renteherzieningen

1.371

3.800

6.000

4.500

Ruimte (+) / Overschrijding (-)

14.169

13.473

11.084

12.341

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Ooststellingwerf&id=38b83128-682e-4db1-ba8e-a2918d2abc54