CConstaterende datOoststellingwerf
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - CONCEPT Gebiedsvisie geurhinder en veehouderij Ooststellingwerf 2020

Raadscommissie Ruimte 12 april 2021, gemeente OoststellingwerfBij agendapunt: Geurbeleid Wet geurhinder en veehouderij gemeente Ooststellingwerf10.963 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4

F.C. van der Schans, L.R. Terryn. Bedrijfsontwikkeling en grenzen van het bouwblok. CLM Rapport 868, 2014.

Gebiedsvisie geurhinder en veehouderij gemeente Ooststellingwerf 2020 Datum: 10 september 2020 ; Referentie: 20200633.v01

27

5.3.

Scenario’s

In dit hoofdstuk wordt beschreven of het noodzakelijk of wenselijk is dat de gemeente Ooststellingwerf de afstanden die gelden op grond van haar ‘Verordening geurhinder en veehouderij Ooststellingwerf’ aanpast. Hierbij zijn de scenario’s zoals weergegeven in tabel 6 onderzocht. Tabel 6. Scenario’s afstanden (m) Ligging geurgevoelig object 1.huidig Binnen bebouwde kom 50 Buiten bebouwde kom 25

2.wettelijk 100 50

Scenario 3.staffel progressief 200-800 100-400

4.staffel conservatief 100-400 50-200

Toelichting bij tabel 6: 1. Huidige afstanden: de situatie volgens de afstanden zoals deze zijn vastgelegd in de geurverordening 2010. 2. Wettelijke afstanden: de situatie volgens de afstanden zoals deze (standaard) zijn vastgelegd in de Wgv. 3. Gestaffelde afstanden (progressief): de situatie waarbij de afstandseis toeneemt naarmate de bedrijfsomvang (het aantal melkkoeien ) toeneemt, waarbij uitgegaan is van een progressieve benadering bij het bepalen van de geuremissie per melkkoe. Dit is toegelicht in paragraaf 5.4. 4. Gestaffelde afstanden (conservatief): de situatie waarbij de afstandseis toeneemt naarmate de bedrijfsomvang (het aantal melkkoeien ) toeneemt, waarbij uitgegaan is van een conservatieve benadering bij het bepalen van de geuremissie per melkkoe. Dit is toegelicht in paragraaf 5.4.

5.4.

Toelichting gestaffelde afstanden

In de huidige geurverordening en in de Wgv bestaat geen relatie tussen de bedrijfsomvang van veehouderijen met dieren waarvoor in de Rgv geen geuremissiefactoren zijn vastgesteld en de te hanteren afstandseisen. Dit betekent dat voor een veehouderij met bijvoorbeeld 30 melkkoeien dezelfde afstandseisen gelden als voor een veehouderij met bijvoorbeeld 500 melkkoeien. Dit kan ongewenste situaties opleveren voor het woon- en leefklimaat ter plaatse van geurgevoelige objecten. Met de afstandseisen die zijn vastgesteld in de huidige geurverordening is het mogelijk om op een afstand van 25 meter een stal met bijvoorbeeld 500 (of een oneindig groot aantal) melkkoeien te houden. De Wgv biedt de mogelijkheid om grotere afstanden vast te stellen en om de te hanteren afstandseisen te laten afhangen van de omvang van een veehouderij (in staffels). Voor het bepalen van een geschikte staffel is het volgende stappenplan gevolgd: - Op basis van de meest recente milieuhygiënische inzichten is een geuremissiefactor voor melkrundvee bepaald. Hierbij is uitgegaan van een emissiearm stalsysteem, aangezien dit in nieuwe situaties noodzakelijk is conform het Besluit emissiearme huisvesting. De geuremissiefactor bedraagt 80 ouE/s per melkkoe (inclusief vrouwelijk

Gebiedsvisie geurhinder en veehouderij gemeente Ooststellingwerf 2020 Datum: 10 september 2020 ; Referentie: 20200633.v01

28

-

-

jongvee)5. Dit is de genoemde progressieve benadering. Voor de conservatieve is aangesloten bij de hoogst mogelijke geuremissiefactor voor vleesrundvee uit de Rgv. De geuremissiefactor bedraagt 35,6 ouE/s per dier. In de conservatieve benadering is deze ook als geuremissie gehanteerd per melkkoe (aanname: inclusief jongvee). Met deze geuremissiefactoren zijn geurberekeningen uitgevoerd voor veehouderijen met 100, 200, 300, 400, 500, 600 en 700 melkkoeien. De geurberekeningen zijn uitgevoerd met het rekenprogramma V-Stacks Gebied voor het gehele grondgebied van de gemeente Ooststellingwerf. De gemeente Ooststellingwerf ligt in een gebied waarvoor conform de handleiding bij het rekenprogramma V-Stacks Vergunning de meteorologische gegevens afkomstig van meteostation Eindhoven moeten worden gebruikt. Om tot evenwichtige resultaten te komen moet één vaste waarde voor de ruwheidslengte worden gehanteerd. Hiertoe is de gemiddelde ruwheidslengte voor het gehele grondgebied van de gemeente Ooststellingwerf berekend. Deze waarde bedraagt 0,18 meter. Verder is uitgegaan van parameters behorende bij natuurlijke ventilatie: a. emissiepunthoogte 1,5 m b. gemiddelde gebouwhoogte: 1,5 m c. diameter emissiepunt 0,5 m d. uittreesnelheid emissiepunt 0,4 m/s De berekende geurcontouren zijn geprojecteerd op een kaart, als volgt:

5

J. Mosquera, J.M.G. Hol, J.W.H. Huis in ’t Veld, J.P.M. Ploegaert, N.W.M. Ogink. Emissies uit een ligboxenstal voor melkvee met het "vrije keuze" systeem. Meetprogramma Integraal Duurzame Stallen. WUR Rapport 614, 2012. Gebiedsvisie geurhinder en veehouderij gemeente Ooststellingwerf 2020 Datum: 10 september 2020 ; Referentie: 20200633.v01

29

-

-

Op deze manier zijn de geurcontouren van 2 ouE/m3 (standaard geurnorm binnen bebouwde kom) en 8 ouE/m3 (standaard geurnorm buiten bebouwde kom) inzichtelijk gemaakt voor de situatie met een geuremissiefactor van 80 ouE/s en voor de situatie met een geuremissiefactor van 35,6 ouE/s De afstanden van het emissiepunt tot de geurcontouren zijn handmatig gemeten, waarbij uitgegaan is van een gemiddelde afstand, omdat de geurcontouren niet als een cirkel, maar grillig verlopen. De afstanden zijn (in sommige gevallen naar boven en in sommige gevallen naar beneden) afgerond naar praktisch hanteerbare waarden. Het hanteren van gestaffelde afstanden is een beleidskeuze, om te voorkomen dat zeer grote veehouderijen mogelijk zijn op (te) korte afstand van woningen. Deze afstanden zijn niet exact te bepalen, omdat in dit stappenplan op diverse punten noodgedwongen is uitgegaan van (gefundeerde) aannames, bijvoorbeeld de geuremissiefactor, de terreinruwheid, de ventilatiewijze en de wijze van meten. Het is omwille van de logica en omwille van de praktische hanteerbaarheid in een geurverordening dan ook niet zinvol om uit te gaan van de exact gemeten afstanden.

Bovenstaande werkwijze heeft geleid tot de staffels voor de afstanden zoals opgenomen in tabel 7 en tabel 8. Tabel 7. Afstanden (staffel progressief) Afstanden 0 – 100 101 – 200 201 – 300 301 – 400 401 – 500 501 – 600 601 – 700+ melkkoeien* melkkoeien* melkkoeien* melkkoeien* melkkoeien* melkkoeien* melkkoeien* Binnen bebouwde kom 200 300 400 500 600 700 800 Buiten bebouwde kom 100 150 200 250 300 350 400 * Melkkoeien, zoogkoeien en overig rundvee ouder dan 2 jaar, inclusief maximaal 0,7 stuks vrouwelijk jongvee per dier. Wanneer enkel sprake is van jongvee wordt het aantal stuks jongvee gedeeld door 1,7 alvorens de afstand te bepalen. Ligging geurgevoelig object

Tabel 8. Afstanden (staffel conservatief) Afstanden 0 – 100 101 – 200 201 – 300 301 – 400 401 – 500 501 – 600 601 – 700+ melkkoeien* melkkoeien* melkkoeien* melkkoeien* melkkoeien* melkkoeien* melkkoeien* Binnen bebouwde kom 100 150 200 250 300 350 400 Buiten bebouwde kom 50 75 100 125 150 175 200 * Melkkoeien, zoogkoeien en overig rundvee ouder dan 2 jaar, inclusief maximaal 0,7 stuks vrouwelijk jongvee per dier. Wanneer enkel sprake is van jongvee wordt het aantal stuks jongvee gedeeld door 1,7 alvorens de afstand te bepalen. Ligging geurgevoelig object

Bij de analyse van de afstanden is globaal gebruik gemaakt van de kaart in bijlage X en in detail gebruik gemaakt van topografische gegevens en luchtfoto’s.

Gebiedsvisie geurhinder en veehouderij gemeente Ooststellingwerf 2020 Datum: 10 september 2020 ; Referentie: 20200633.v01

30

5.5.

Resultaten woon- en leefklimaat

Bij het analyseren van de afstanden is het woon- en leefklimaat niet te kwantificeren. Er wordt ter plaatse van een geurgevoelig object wel of niet voldaan aan een bepaalde afstandseis. Wel is duidelijk dat de verschillende scenario’s leiden tot een ander beschermingsniveau voor geurgevoelige objecten en daarmee een ander woon- en leefklimaat. Int tabel 9 is aan elk scenario een waardeoordeel voor het woon- en leefklimaat toegekend. Tabel 9. Woon- en leefklimaat afstanden Criterium Woon- en leefklimaat

1.huidig --

2.wettelijk -

Scenario 3.staffel progressief ++

4.staffel conservatief +

In de situatie volgens de afstanden zoals deze zijn vastgelegd in de huidige geurverordening zijn zeer grote veehouderijen mogelijk op zeer korte afstand (tot 25 meter) van geurgevoelige objecten. Dit resulteert in een laag niveau van bescherming en een (mogelijk) slecht woonen leefklimaat. In de situatie volgens de afstanden zoals deze zijn vastgelegd in de Wgv zijn nog altijd zeer grote veehouderijen mogelijk op redelijk korte afstand (tot 50 meter) van geurgevoelige objecten. Dit resulteert in een weliswaar hoger niveau van bescherming dan in de situatie volgens de afstanden zoals deze zijn vastgelegd in de huidige geurverordening, maar nog altijd een laag niveau van bescherming en een (mogelijk) onaanvaardbaar woon- en leefklimaat als het gaat om grote veehouderijen. In de situaties met gestaffelde afstanden wordt de afstandseis hoger naarmate de omvang van een veehouderij toeneemt. Dit resulteert in een hoger niveau van bescherming ter plaatse van geurgevoelige objecten. In het progressieve scenario is sprake van dubbel zo grote afstandseisen ten opzichte van het conservatieve scenario.

Gebiedsvisie geurhinder en veehouderij gemeente Ooststellingwerf 2020 Datum: 10 september 2020 ; Referentie: 20200633.v01

31

5.6.

Resultaten ontwikkelingsmogelijkheden veehouderijen

Uit de analyse blijken de volgende groeimogelijkheden van de 274 veehouderijen met dieren waarvoor in de Rgv geen geuremissiefactoren zijn vastgesteld, waaronder 217 melkrundveehouderijen:

Veehouderijen met groeimogelijkheden Aantal veehouderijen

300 250 200 150 100 50 0

Huidige afstanden

Wettelijke afstanden

Staffel progressief

Staffel conservatief

Groeimogelijkheden

246

230

118

203

Groeimogelijkheden direct

242

201

95

151

Groemogelijkheden investering

4

29

23

52

-

Groeimogelijkheden direct: de veehouderij kan aan de afstandseisen voldoen zonder grote investeringen, maar bijvoorbeeld wel door het over enkel meters verplaatsen van een emissiepunt.

-

Groeimogelijkheden investering: de veehouderij kan aan de afstandseisen voldoen, maar moet daarvoor grote investeringen doen en een stal of stallen buiten gebruik stellen. Bij de analyse is ook afgewogen of grote investeringen opwegen tegen de daarmee te bereiken groei in dieraantallen. Wanneer bijvoorbeeld grote investeringen moeten worden gedaan om een uitbreiding van 10 melkkoeien te bewerkstelligen, is aangenomen dat er geen (reële) groeimogelijkheden zijn.

Gebiedsvisie geurhinder en veehouderij gemeente Ooststellingwerf 2020 Datum: 10 september 2020 ; Referentie: 20200633.v01

32

Groeifactoren 3.5 3

Groeifactor

2.5 2 1.5 1 0.5 0

Huidige afstanden

Wettelijke afstanden

Staffel progressief

Staffel conservatief

Totaal

2.42

2.01

1.62

2.35

Groeiers

3.05

3.07

2.59

2.93

Groei in melkrundvee 70000

Aantal melkkoeien

60000 50000 40000 30000 20000 10000 0

totaal

Huidige veebezetting

Huidige afstanden

Wettelijke afstanden

Staffel progressief

Staffel conservatief

29171

62292

61214

39426

52292

Gebiedsvisie geurhinder en veehouderij gemeente Ooststellingwerf 2020 Datum: 10 september 2020 ; Referentie: 20200633.v01

33

Uit bovenstaande grafieken blijkt dat in de situatie volgens de afstanden zoals deze zijn vastgelegd in de huidige geurverordening 246 veehouderijen ontwikkelingsmogelijkheden hebben. In de situatie volgens de afstanden zoals deze (standaard) zijn vastgelegd in de Wgv hebben 230 veehouderijen ontwikkelingsmogelijkheden. Ten opzichte van de situatie volgens de afstanden zoals deze zijn vastgelegd in de huidige geurverordening raken 16 veehouderijen ‘op slot’. In de situatie met gestaffelde afstanden (conservatief scenario) hebben 203 veehouderijen ontwikkelingsmogelijkheden. Ten opzichte van de situatie volgens de afstanden zoals deze zijn vastgelegd in de huidige geurverordening raken 43 veehouderijen ‘op slot’. In de situatie met gestaffelde afstanden (progressief scenario) hebben 118 veehouderijen ontwikkelingsmogelijkheden. Ten opzichte van de situatie volgens de afstanden zoals deze zijn vastgelegd in de huidige geurverordening raken 128 veehouderijen ‘op slot’. In alle situaties kunnen de veehouderijen met ontwikkelingsmogelijkheden (gemiddeld) nog groeien met een factor 2,59 tot 3,07.

5.7.

Voorkeursscenario

De situatie volgens de afstanden zoals deze zijn vastgelegd in de geurverordening 2010 kan leiden tot zeer grote veehouderijen op korte afstand (tot 25 meter) van geurgevoelige objecten. Dit is een ongewenste situatie als het gaat om het woon- en leefklimaat. De situatie met gestaffelde afstanden (progressief scenario) leidt direct tot een grote beperking voor veel melkrundveehouderijen in de gemeente Ooststellingwerf. Of deze grote afstanden nodig zijn voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is onzeker, doordat de afstanden tot stand zijn gekomen op basis van geurberekeningen met aannames, zoals beschreven in paragraaf 5.4 Het aantal melkrundveehouderijen in Nederland laat een dalende trend zien, maar het gemiddeld aantal dieren per bedrijf neemt steeds verder toe. Om nu en in de toekomst een aanvaardbaar woon woon- en leefklimaat ter plaatse van geurgevoelige objecten te waarborgen, rekening houdend met de genoemde schaalvergroting, vormt de situatie met gestaffelde afstanden (conservatief) het voorkeursscenario. In dit scenario heeft nog altijd een groot deel van de veehouderijen groeimogelijkheden (203 stuks, gemiddelde groeifactor 2,93). Dit scenario vormt het beste compromis tussen de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen en het woon- en leefklimaat ter plaatse van geurgevoelige objecten.

Gebiedsvisie geurhinder en veehouderij gemeente Ooststellingwerf 2020 Datum: 10 september 2020 ; Referentie: 20200633.v01

34

6.

OVERIGE CRITERIA BIJ HET BEPALEN VAN EEN ANDERE WAARDE

Afhankelijk van de doelstellingen die de gemeente Ooststellingwerf heeft voor haar grondgebied zou het wenselijk kunnen zijn om een geurverordening op te stellen, waarin de geurnorm en de afstandseis ter plaatse van het gehele grondgebied wordt aangepast. In hoofdstuk 4 en hoofdstuk 5 is het eerste criterium (de huidige en te verwachten geursituatie vanwege de veehouderijen in een gebied) van artikel 8 Wgv afgewogen. De overige criteria waarmee rekening moet worden gehouden zijn in de volgende paragrafen beschreven.

6.1.

Belang van een geïntegreerde aanpak van de verontreiniging

Bij het opstellen (of aanpassen) van een gemeentelijke verordening op basis van de Wgv moet het belang van een geïntegreerde aanpak van de verontreiniging worden betrokken. Met het belang van een geïntegreerde aanpak van de verontreiniging wordt bedoeld dat afwenteling van de verontreiniging op een ander milieucompartiment moet worden voorkomen. Hierbij moet een hoog niveau van bescherming voor het milieu in zijn geheel worden bevorderd. Bij het opstellen van een gemeentelijke verordening moet daarom niet alleen worden gekeken naar de geursituatie, maar ook naar de gevolgen daarvan voor andere milieucompartimenten (zoals ammoniak, geluid, energie en dergelijke). Het aanpassen van de geurnorm voor het grondgebied van de gemeente Ooststellingwerf heeft geen invloed op groei- of vestigingsmogelijkheden van veehouderijen (zo blijkt uit hoofdstuk 4) en daarom geen gevolgen voor de andere milieucompartimenten.

6.2.

Noodzaak van een even hoog niveau van bescherming van het milieu

Bij het opstellen (of aanpassen) van een gemeentelijke verordening op basis van de Wgv moet verder de noodzaak van een even hoog niveau van de bescherming van het milieu worden betrokken. Een even hoog niveau van de bescherming van het milieu wil zeggen dat het bereikte niveau van bescherming door het stellen van algemene regels in plaats van individuele regels even hoog moet zijn als in het geval van een toets aan de individuele regels. Bij het opstellen (of aanpassen) van een verordening worden geen generieke regels gesteld die individuele regels vervangen. Het beschermingsniveau voor de toepassing van de individuele regels wordt aangepast. Deze geurgebiedsvisie, samen met de gemeentelijke afweging, kan resulteren in een andere normstelling, die past binnen de wettelijk bepaalde grenzen. Verder moeten bij een veehouderij de beste beschikbare technieken worden toegepast (verplicht op grond van de Wet milieubeheer). Het voorgaande geeft voldoende garantie dat voor het milieu in zijn geheel een ten minste gelijkwaardig niveau van bescherming is gewaarborgd, in vergelijking met de situatie waarin alle bedrijven individueel zouden worden beoordeeld.

Gebiedsvisie geurhinder en veehouderij gemeente Ooststellingwerf 2020 Datum: 10 september 2020 ; Referentie: 20200633.v01

35

7.

CONCLUSIE

De gemeente Ooststellingwerf heeft in haar ‘Verordening geurhinder en veehouderij Ooststellingwerf’ (vastgesteld op 13 november 2008, gewijzigd op 1 oktober 2010) aangepaste geurnormen en afstanden vastgesteld. In deze geurgebiedsvisie zijn de consequenties van het vastgestelde geurbeleid voor het woon- en leefklimaat en voor de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen inzichtelijk gemaakt. Ook worden zijn woon- en leefklimaat en de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen inzichtelijk gemaakt bij alternatieve keuzes voor geurnormen en afstanden. Met oog op de analyse in hoofdstuk 4 vormt de normstelling volgens de gezondheidskundige advieswaarden het voorkeursscenario: Geurnormen (gezondheidskundige advieswaarden) Ligging geurgevoelig object Geurnorm (ouE/m3) Binnen bebouwde kom 2,0 ouE/m3 Buiten bebouwde kom 4,5 ouE/m3

Met oog op de analyse in hoofdstuk 5 vormen de volgende afstandseisen het voorkeursscenario: Afstanden (staffel conservatief) Afstanden (m) 0 – 100 101 – 200 201 – 300 301 – 400 401 – 500 501 – 600 601 – 700+ melkkoeien* melkkoeien* melkkoeien* melkkoeien* melkkoeien* melkkoeien* melkkoeien* Binnen bebouwde kom 100 150 200 250 300 350 400 Buiten bebouwde kom 50 75 100 125 150 175 200 * Melkkoeien, zoogkoeien en overig rundvee ouder dan 2 jaar, inclusief maximaal 0,7 stuks vrouwelijk jongvee per dier. Wanneer enkel sprake is van jongvee wordt het aantal stuks jongvee gedeeld door 1,7 alvorens de afstand te bepalen. Ligging geurgevoelig object

Ook uit de beschouwing van de overige criteria blijkt dat het vaststellen van een hogere geurnorm mogelijk is. Het belang van een geïntegreerde aanpak van de verontreiniging wordt niet geschaad en een even hoog niveau van bescherming wordt bereikt. De aan te passen geurnormen en afstanden worden vastgelegd in een geurverordening. De geurverordening vervangt de huidige ‘Verordening geurhinder en veehouderij Ooststellingwerf’.

Gebiedsvisie geurhinder en veehouderij gemeente Ooststellingwerf 2020 Datum: 10 september 2020 ; Referentie: 20200633.v01

36

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Ooststellingwerf&id=a085a7fb-2fb2-41ce-9284-8eec9ae1a675