Bijlage 2 - Bestemmingsplan Appelscha - Vaart Zuidzijde - Smidslaantje
Tekst van het document
Voor de zijgevels en de gevels aan het Smidslaantje kan worden volstaan met een geluidwering van GA;k = 23 dB(A). Samenvattend: de Wet geluidhinder is in deze situatie niet van toepassing. Omdat de maximale grenswaarden Wgh niet worden overschreden, mag worden aangenomen dat er sprake is van een aanvaardbaar woon‐ en leefklimaat. Door de te realiseren geluidwering te dimensioneren op de hoogste berekende cumulatieve geluidbelasting vanwege wegverkeer, is er ook binnen de woningen sprake van een aanvaardbaar akoestisch woon‐ en leefklimaat.
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Leeuwarden
2020.0197
Bijlagen
Bijlage 1:
begrippen
Decibel A, afgekort dB(A): een maat voor de sterkte van geluid, zoals het door de mens wordt waargenomen, ten opzichte van een referentiedruk van 20.10-5 Pa. Equivalent geluidsniveau LAeq,T in dB(A): het energetisch gemiddelde van de fluctuerende niveaus van het ter plaatse, in de loop van een bepaalde periode optredende geluid. Gestandaardiseerd immissieniveau Li in dB(A): het equivalente geluidsniveau dat tijdens een bepaalde bedrijfstoestand onder meteoraamomstandigheden op een bepaalde plaats en hoogte wordt vastgesteld. Immissierelevante bronsterkte LWR in dB(A): het geluidvermogensniveau van een denkbeeldige bron, gelegen in het centrum van de werkelijke geluidsbron, die in de richting van het immissiepunt dezelfde geluiddrukniveaus veroorzaakt als de werkelijke geluidsbron. Langtijdgemiddeld deelgeluidsniveau LAeqi,LT in dB(A): equivalent A-gewogen geluidsniveau over een specifieke beoordelingsperiode ten gevolge van een specifieke bedrijfstoestand op een immissiepunt, bij een meteoraamgemiddelde geluidsoverdracht, zo nodig gecorrigeerd voor de gevelreflectie. Langtijdgemiddeld deelbeoordelingsniveau LAri,LT in dB(A): equivalent A-gewogen geluidsniveau over een specifieke beoordelingsperiode ten gevolge van een specifieke bedrijfstoestand op een beoordelingspunt, zo nodig gecorrigeerd voor de aanwezigheid van impulsachtig geluid, zuivere tooncomponent of muziekgeluid.
Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT in dB(A): energetische sommatie van de langtijdgemiddelde deelbeoordelingsniveaus. Etmaalwaarde van het equivalente geluidsniveau vanwege het industrieterrein Letmaal in dB(A): de hoogste van de volgende drie waarden: LAr,LT over de dagperiode; LAr,LT over de avondperiode + 5; LAr,LT over de nachtperiode + 10. Europese dosismaat Lden in dB(A): avondperiode en nachtperiode.
gewogen gemiddelde van het geluidsniveau in de dagperiode,
Dagperiode: de beoordelingsperiode van 07.00 tot 19.00 uur. Avondperiode: de beoordelingsperiode van 19.00 tot 23.00 uur. Nachtperiode: de beoordelingsperiode van 23.00 tot 07.00 uur. Maximaal geluidsniveau (piekgeluidsniveau) LAmax in dB(A): het maximaal te meten A-gewogen geluidsniveau, meterstand “fast” gecorrigeerd met de meteocorrectieterm Cm. Immissiepunt: de plaats waarop het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau wordt bepaald. Representatieve bedrijfssituatie: toestand waarbij de voor de geluidproductie relevante omstandigheden kenmerkend zijn voor een bedrijfsvoering bij volledige capaciteit in de te beschouwen etmaalperiode. Bedrijfstoestand: toestand van een inrichting, die relevant is voor te verrichten metingen. Meteoraam: de meteorologische omstandigheden waaronder een goede en stabiele geluidoverdracht plaatsvindt. Stoorgeluid: het op een bepaalde plaats optredende geluid, veroorzaakt door andere geluidsbronnen dan die waarvan het geluidsniveau wordt bepaald. Zone: een rond een industrieterrein gelegen gebied, waarbuiten een bepaalde geluidsbelasting vanwege dit terrein niet wordt overschreden.
Poiesz-locatie Appelscha Model: Groep:
Naam 1 2 3
Bijlage 2: ingevoerde wegen
eerste model (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 Omschr. Vaart Noordzijde Vaart Zuidzijde Smidslaantje
Geomilieu V5.21
ISO_H 0.00 0.00 0.00
ISO M. 0.00 0.00 0.00
Hdef. Eigen waarde Eigen waarde Eigen waarde
Type Verdeling Verdeling Verdeling
Cpl False False False
Cpl_W 1.5 1.5 1.5
Helling 0 0 0
Wegdek W9a W9a W9a
V(MR(D)) ----
V(MR(A)) ----
16/07/2020 08:43:57
Poiesz-locatie Appelscha Model: Groep:
Naam 1 2 3
Bijlage 2: ingevoerde wegen
eerste model (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 V(MR(N)) ----
V(MR(P4)) ----
Geomilieu V5.21
V(LV(D)) 30 30 30
V(LV(A)) 30 30 30
V(LV(N)) 30 30 30
V(LV(P4)) ----
V(MV(D)) 30 30 30
V(MV(A)) 30 30 30
V(MV(N)) 30 30 30
V(MV(P4)) ----
V(ZV(D)) 30 30 30
16/07/2020 08:43:57
Poiesz-locatie Appelscha Model: Groep:
Naam 1 2 3
Bijlage 2: ingevoerde wegen
eerste model (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 V(ZV(A)) 30 30 30
V(ZV(N)) 30 30 30
Geomilieu V5.21
V(ZV(P4)) ----
Totaal aantal 4683.00 4683.00 500.00
%Int(D) 6.54 6.54 6.54
%Int(A) 3.76 3.76 3.76
%Int(N) 0.81 0.81 0.81
%Int(P4) ----
%MR(D) ----
%MR(A) ----
%MR(N) ----
%MR(P4) ----
16/07/2020 08:43:57
Poiesz-locatie Appelscha Model: Groep:
Naam 1 2 3
Bijlage 2: ingevoerde wegen
eerste model (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 %LV(D) 93.46 93.46 94.59
%LV(A) 93.46 93.46 94.59
Geomilieu V5.21
%LV(N) 93.46 93.46 94.59
%LV(P4) ----
%MV(D) 5.08 5.08 4.76
%MV(A) 5.08 5.08 4.76
%MV(N) 5.08 5.08 4.76
%MV(P4) ----
%ZV(D) 1.46 1.46 0.65
%ZV(A) 1.46 1.46 0.65
%ZV(N) 1.46 1.46 0.65
%ZV(P4) ----
MR(D) ----
MR(A) ----
MR(N) ----
16/07/2020 08:43:57
Poiesz-locatie Appelscha Model: Groep:
Naam 1 2 3
Bijlage 2: ingevoerde wegen
eerste model (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 MR(P4) ----
LV(D) 286.24 286.24 30.93
Geomilieu V5.21
LV(A) 164.57 164.57 17.78
LV(N) 35.45 35.45 3.83
LV(P4) ----
MV(D) 15.56 15.56 1.56
MV(A) 8.94 8.94 0.89
MV(N) 1.93 1.93 0.19
MV(P4) ----
ZV(D) 4.47 4.47 0.21
ZV(A) 2.57 2.57 0.12
16/07/2020 08:43:57
Poiesz-locatie Appelscha Model: Groep:
Naam 1 2 3
Bijlage 2: ingevoerde wegen
eerste model (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 ZV(N) 0.55 0.55 0.03
ZV(P4) ----
Geomilieu V5.21
LE (D) 63 88.33 88.33 78.18
LE (D) 125 93.27 93.27 82.86
LE (D) 250 101.86 101.86 91.36
LE (D) 500 99.69 99.69 89.52
LE (D) 1k 102.76 102.76 92.81
LE (D) 2k 96.37 96.37 86.33
LE (D) 4k 91.33 91.33 81.24
LE (D) 8k 86.89 86.89 76.38
LE (A) 63 85.92 85.92 75.77
16/07/2020 08:43:57
Poiesz-locatie Appelscha Model: Groep:
Naam 1 2 3
Bijlage 2: ingevoerde wegen
eerste model (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 LE (A) 125 90.87 90.87 80.45
LE (A) 250 99.46 99.46 88.95
Geomilieu V5.21
LE (A) 500 97.29 97.29 87.12
LE (A) 1k 100.36 100.36 90.40
LE (A) 2k 93.96 93.96 83.93
LE (A) 4k 88.93 88.93 78.84
LE (A) 8k 84.49 84.49 73.98
LE (N) 63 79.26 79.26 69.11
LE (N) 125 84.20 84.20 73.79
LE (N) 250 92.79 92.79 82.29
16/07/2020 08:43:57
Poiesz-locatie Appelscha Model: Groep:
Naam 1 2 3
Bijlage 2: ingevoerde wegen
eerste model (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 LE (N) 500 90.62 90.62 80.45
LE (N) 1k 93.69 93.69 83.74
Geomilieu V5.21
LE (N) 2k 87.29 87.29 77.26
LE (N) 4k 82.26 82.26 72.17
LE (N) 8k 77.82 77.82 67.31
LE (P4) 63 ----
LE (P4) 125 ----
LE (P4) 250 ----
LE (P4) 500 ----
LE (P4) 1k ----
16/07/2020 08:43:57
Poiesz-locatie Appelscha Model: Groep:
Naam 1 2 3
Bijlage 2: ingevoerde wegen
eerste model (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 LE (P4) 2k ----
LE (P4) 4k ----
Geomilieu V5.21
LE (P4) 8k ----
16/07/2020 08:43:57
60/128
Bijlage 2
61/128
Watertoets
datum 3-7-2020 dossiercode 20200703-2-23730 Wateradvies normale procedure Project: Bestemmingsplan Appelscha - Vaart Zuidzijde - Smidslaantje Gemeente: Gemeente Ooststellingwerf Aanvrager: E. Venema Organisatie: Rho Adviseurs Geachte heer/mevrouw E. Venema, Voor het plan Bestemmingsplan Appelscha - Vaart Zuidzijde - Smidslaantje heeft u een watertoets aangevraagd waaruit blijkt dat de normale watertoetsprocedure van toepassing is. Dit houdt in dat de aanwezige wateraspecten van invloed zijn op het plan. Werkwijze watertoetsprocedure Vanaf 2018 worden alle aanvragen uit de digitale watertoets digitaal afgehandeld. Dit betekent dat Wetterskip Fryslân voor de normale procedure standaard een wateradvies verstrekt. Wanneer noodzakelijk geacht ontvangt u op dit standaard wateradvies nog een aanvulling per email. Waterparagraaf Dit wateradvies geeft u handvatten om de uitkomsten en aandachtspunten van de watertoetsaanvraag mee te nemen in het opstellen van het ruimtelijke plan of besluit. Het is de bedoeling dat u op basis van dit document het plan uitwerkt. Uit de waterparagraaf moet duidelijk blijken wat voor wateraspecten van toepassing zijn en hoe u hier in het plan rekening mee houdt. Indien nodig verzoeken wij u om de wateraspecten te borgen op de Verbeelding en in de Regels van het plan. Ruimtelijke plannen hebben soms een lange doorlooptijd.
Tegelijkertijd ontstaan er soms veranderende inzichten in het beleid ten aanzien van de waterketen, waterkeringen en het watersysteem. Om te garanderen dat de juiste uitgangspunten worden toegepast in de planvorming hanteert het waterschap een uiterste houdbaarheidsdatum van maximaal 1 jaar. Wanneer deze termijn verstreken is kunt u contact opnemen met het waterschap voor een eventuele verlenging van nogmaals 1 jaar. Leidraad Watertoets De watertoets is een belangrijk instrument bij het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van de ruimte. De watertoets zorgt ervoor dat in alle ruimtelijke plannen aandacht wordt besteed aan veiligheid, kwaliteit én kwantiteit van water. Als richtlijn bij het beoordelen van ruimtelijke plannen werkt Wetterskip Fryslân met de Leidraad Watertoets. Hierin staat voor alle wateraspecten uitgangspunten omschreven waarmee u rekening moet houden en is informatie te vinden over de te nemen maatregelen. De leidraad is de te vinden via deze link: www.wetterskipfryslan.nl/vergunningen-wetten-en-regels/online-watertoets-voor-nieuwe-plannen Wateraspecten en aandachtspunten Hieronder staan de eventuele wateraspecten die van invloed zijn op het plan en aandachtspunten om mee rekening te houden. Hoofdwateren Hoofdwateren hebben een belangrijke aan-, af- en doorvoerfunctie. Aan weerszijden van een hoofdwatergang ligt een beschermingszone 5 meter.
De beschermingszone is nodig voor de bereikbaarheid voor beheer en onderhoud aan de hoofdwatergang. Het is niet toegestaan om in de beschermingszone bebouwingen en dergelijke te realiseren of opgaande beplanting aan te brengen tenzij e.e.a. is geregeld in een Watervergunning, zie bij onderdeel Waterwet voor meer informatie over dit onderwerp. De locaties van de hoofdwateren kunt u vinden op onze website: www.wetterskipfryslan.nl/leggerkaart Toename verharding Wij willen u verzoeken om in de waterparagraaf de volgende passage op te nemen over het onderdeel toename verharding. Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is. Het is verboden zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2onverharde grond in stedelijk gebied en 1500 m2in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in dit wateradvies.
De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra
oppervlaktewater. Bij het graven van extra oppervlaktewater is onderstaande tabel van toepassing. Uiteraard is het toepassen van alternatieve maatregelen in het plan ook mogelijk. Afhankelijk van de maatregel kunnen andere normen gelden dan vermeld in het onderstaande tabel. Zie de Leidraad watertoets voor meer informatie over compenserende maatregelen of neem contact op met Cluster Plannen van Wetterskip Fryslân. Indien er niet wordt gecompenseerd door extra oppervlaktewater te graven waarbij onderstaande percentages worden gehanteerd of indien er geen overeenstemming plaatsvindt in de watertoetsprocedure over alternatieve maatregelen dan dient een watervergunning bij het waterschap te worden gevraagd. Gebied
Stedelijk (>200 m2)
Landelijk (>1.500 m2)
Boezem
5%
5%
Polder
10%
10%
Vrij afstromend
Maatwerk mogelijk
Maatwerk mogelijk
Toelichting tabel ● 5% heeft alleen betrekking op de Friese boezem; ● de algemene regels keur zijn in de onderstaande tabel verwerkt; ● maatwerk kan bestaan uit bijvoorbeeld infiltratie of berging van het overtollig hemelwater.
Demping van oppervlaktewater Voor het dempen van oppervlaktewater is het beleid van Wetterskip Fryslân dat dit voor 100% gecompenseerd moet worden in hetzelfde peilgebied. Voor de demping heeft u een watervergunning nodig. Voor meer informatie verwijzen we u graag door naar het onderdeel Waterwet in deze uitgangsnotitie. Relatie tussen Water en Ruimte Het veiligheidsbeleid van het waterschap en de ruimtelijke ordening ontmoeten elkaar op verschillende momenten. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij het bestemmen van reserveringszones achter primaire waterkeringen en bij het bestemmen van regionale voormalige zeedijken tot waterkering in de bestemmingsplannen. Als in bestemmingsplannen nieuwbouw plaatsvindt op locaties boven 'maatgevend boezempeil, gemiddelde waterstand tijdens maatgevende omstandigheden' die eenmaal per 100 of 300 jaar kunnen optreden, wordt een toename van de gevolgschade bij een overstroming vanuit de Friese boezem voorkomen. Voor het bepalen van de hoogteligging van het plangebied verwijzen wij u graag door naar http://www.ahn.nl/index.html Ruimtelijke adaptatie Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Het is belangrijk kansen te benutten om het gebied klimaat robuust in te richten.
Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. Voor veel maatregelen geldt bovendien dat ze kosteneffectief zijn, als ze maar in een vroeg stadium in het planvormingsproces worden meegenomen. Meer informatie hierover is te vinden op De Friese klimaatatlas : www.frieseklimaatatlas.nl Opslag agrarische bedrijfsstoffen Vanaf het erf mogen geen verontreinigende stoffen in het oppervlaktewater terecht komen. Door mest en perssappen uit de voeropslagen kan verontreiniging worden veroorzaakt als deze naar de bodem of het oppervlaktewater (af)stromen. Per 1 januari 2018 is de Maatlat Schoon Erf van kracht, www.maatlatschoonerf.nlDe maatlat is opgenomen in de MIA/Vamil regeling. Ook door afstromend regenwater dat in contact is geweest met een niet bezemschoon erf en een niet bezemschone voeropslag kan het oppervlaktewater verontreinigd worden. De initiatiefnemer dient deze erfafspoeling te allen tijde te voorkomen door bepaalde maatregelen te nemen. Voor informatie en advies over erfinrichting kunt u contact opnemen met cluster Handhaving van Wetterskip Fryslân.
Informatie waterobjecten Voor meer informatie over bijvoorbeeld de ligging en de beheer- en onderhoudsstatus van waterobjecten in het plangebied verwijzen wij u door naar leggerkaart op onze website: www.wetterskipfryslan.nl/kaarten/leggerkaart Beleid Wetterskip Fryslân En wat doen we morgen met water? In het Waterbeheerplan 2016 2021 beschrijft Wetterskip Fryslân de doelen voor de komende jaren, voor meer informatie zie onze website www.wetterskipfryslan.nl/waterbeheerplan-2016-2021 Waterwet Voor bepaalde werkzaamheden bij water of dijken heeft u een watervergunning nodig. Soms is het doen van een melding voldoende. Een watervergunning aanvragen is dan niet nodig. U kunt eerst checken wat u nodig heeft. Op onze website www.wetterskipfryslan.nltreft u meer informatie aan over de Waterwet en u kunt daar onder andere ook meldingsformulieren en het aanvraagformulier voor een watervergunning downloaden. Afronding watertoetsprocedure In de besluitvormingsfase, ten tijde van het toesturen van het voorontwerp bestemmingsplan of ontwerp omgevingsvergunning, controleert Wetterskip Fryslân of de waterbelangen voldoende zijn meegenomen en geborgd in het ruimtelijke plan of besluit.
Vragen Mocht u nog vragen hebben over de uitgangspunten notitie of graag in gesprek gaan over de uitwerking van de waterbelangen in het plan dan gaan wij graag met u in gesprek. Wetterskip Fryslân denkt graag met u mee! U kunt contact met ons opnemen via de onderstaande contactgegevens. Privacyverklaring Wetterskip Fryslân verwerkt uw naam, adres, telefoonnummer, e-mailadres en kadastrale gegevens om uw aanvraag te behandelen. De grondslag van de verwerking van deze gegevens zijn taken in het algemeen belang die in het Besluit Ruimtelijke Ordening aan het waterschap zijn opgedragen. Wij hebben gegevens van u ontvangen en verdere gegevens zullen wij opvragen uit het kadaster en ons geografische informatie systeem. Uw gegevens worden na afronding van uw aanvraag permanent bewaard. U heeft recht op inzage, een kopie, rectificatie, wissing, beperking, bezwaar en het indienen van een klacht bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Een verzoek daartoe kunt u doen via privacy@wetterskipfryslan.nl. Nadere informatie over de verwerking van uw gegevens en uw rechten vindt u op https://www.wetterskipfryslan.nl/over-de-site/privacyverklaring
Met vriendelijke groet, Wetterskip Fryslân Postbus 36 8900 AA Leeuwarden T 058 292 2222 E info@wetterskipfryslan.nl www.dewatertoets.nl
Bijlage 3
65/128
Onderzoek stikstof
onderzoek
Postbus 150, 3000 AD Rotterdam Telefoon: 010‐2018555 Fax: 010‐4121039 E‐mail: info@rho.nl
Plan:
Appelscha ‐ Vaart Zuidzijde ‐ Smidslaantje
Onderwerp:
Stikstofdepositieberekeningen
Datum:
17 april 2020
Auteur:
E. Venema, BSc
Bijlage:
Uitvoer AERIUS Calculator
Doelstelling De supermarkt Poiesz in Appelscha gaat verplaatsen. Hiervoor is reeds een vergunning verleend. De huidige locatie wordt herontwikkeld met woningbouw. Voor de ontwikkeling moet worden beoordeeld of deze significante effecten heeft voor de stikstofdepositie binnen daarvoor gevoelige Natura 2000‐gebieden. Met het programma AERIUS Calculator is een berekening uitgevoerd om de gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 in beeld te brengen en te toetsen of de eventuele toename past binnen de eisen die gelden op grond van de Wet natuurbescherming. Uitgangspunten De dichtstbijzijnde Natura 2000‐gebieden zijn het Drents‐Friese Wold & Leggelderveld en het Fochteloërveen. De dichtstbijzijnde stikstofgevoelige habitatten in deze gebieden liggen op circa 1,7 kilometer van de projectlocatie. Hier geldt dat de kritische depositiewaarde (KDW) is overschreden is. Wegens het ontbreken van een duidelijk beleidskader of een norm op dit gebied, wordt uitgegaan van een grenswaarde van 0,00 mol/ha/jaar op deze gebieden. Gebruiksfase In de gebruiksfase is er sprake van gebouwgebonden emissies en van emissie als gevolg van een verkeer aantrekkende werking. Gebouwgebonden emissies ontstaan door gasgebruik. Dit is voor de nieuwe woningen op de projectlocatie niet meer toegestaan. In de huidige bebouwing wordt nog wel gas gestookt.
Voor commerciële ruimten geldt een kental van 0,16 kg/jaar NOx per vierkante meter bruto vloeroppervlak (bvo). Het bestaande gebouw, dat een oppervlakte van ruim 1.200 m2 en daarmee een NOx emissie van circa 192 kg/jaar. Deze emissie komt te vervallen. Het project heeft wel invloed op de verkeersintensiteit in de omgeving. Uit het bestemmingsplan blijkt dat de woningen op basis van de CROW‐kentallen een verkeersgeneratie van 84 mvt/etmaal tot gevolg hebben. Ontsluiting vindt in hoofdzaak plaats op de Vaart Zuidzijde. Verkeer moet op basis van de instructie van AERIUS worden doorgerekend tot het moment dat het aan‐ en afvoerende verkeer zich door zijn snelheid en rij‐ en stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. Hierbij weegt ook mee hoe de verhouding is tussen de hoeveelheid verkeer dat door de voorgenomen ontwikkeling wordt aangetrokken en het reeds op de weg aanwezige verkeer. Ofwel ‘het heersende verkeersbeeld’. De Vaart Zuidzijde is de hoofdweg door het dorp. Het verkeer als gevolg van 12 woningen gaat hier direct op in het heersende verkeersbeeld. De ingevoerde verkeersroute (tot de plek waar dit opgaat in het heersende verkeersbeeld) is weergegeven in de AERIUS berekening. Aanlegfase In de aanlegfase is er sprake van de inzet van zwaar materieel en de aanvoer van materiaal met vrachtwagens.
Deze aanlegfase heeft, zij het tijdelijk, ook een potentieel effect op de stikstofdepositie. De inzet van materieel is gebaseerd op de cijfers van vergelijkbare plannen. Voor de aanlegfase wordt uitgegaan van uitvoering per jaar. Voor zwaar materieel wordt uitgegaan van een brandstofverbruik van gemiddeld 30 liter en voor licht materieel 15 liter per uur.
blz. 1
Om te verkennen welke effecten kunnen optreden tijdens de aanlegfase is een berekening uitgevoerd. De volgende uitgangspunten voor de aanlegfase zijn gehanteerd; ‐ Voor de aanlegfase wordt uitgegaan van 300 transporten per jaar voor de aanvoer van materiaal. ‐ Gedurende 200 werkdagen per jaar (1.600 uur) worden 10% van de tijd machines (Stage IV 130‐560 kW, 30L) ingezet ten behoeve van de voorbereiding en het grondwerk. Dit komt neer op 160 uur en 4.800 liter voor de voorbereiding en het grondwerk. ‐ Gedurende 200 werkdagen per jaar (1.600 uur) worden 60% van de tijd machines (Stage IV 75‐130 kW, 15L) ingezet ten behoeve van de bouwfase. Dit komt neer op 960 uur en 14.400 liter per jaar voor de bouwfase; Tabel 1: uitgangspunten berekening dieselverbruik aanlegfase Activiteit Sloop, voorbereiding, grondwerk Bouwfase
klasse Stage IV 130‐560 kW, Cat Q. Stage IV 75‐130 kW, Cat R.
totaal aantal werkdagen 20 120
8
dieselverbruik (liter/uur 30
totaal aantal uur 160
totaal diesel‐ verbruik (liter) 4.800
8
15
960
14.400
Totaal aantal uur per werkdag
Voor de berekening hoeven geen individuele machines te worden ingevoerd, maar kan gebruik worden gemaakt van de som van het brandstofverbruik van alle machines in dezelfde klasse. Daarvoor wordt onderscheid gemaakt tussen grote (130 – 560 kW) en kleine (75 – 130 kW) machines in STAGE klasse IV. In dit geval wordt uitgegaan van uitvoering in één jaar. De jaarlijkse 300 vrachtwagens voor aanvoer van materiaal komen neer op gemiddeld op minder dan één vrachtwagens per dag. Een dergelijk aantal gaat direct op het heersende verkeersbeeld en is dus berekent langs de randen van het projectgebied. Het personenvervoer van werklieden en aanvoer van klein materiaal is minder dan de 84 mvt/etmaal aan verkeer in de gebruiksfase. Daarom is uitgegaan van dit laatste aantal. De effecten van de gebruiksfase en de aanlegfase zijn dus gecumuleerd. Dit komt het beste overeen met de feitelijke situatie, waarbij een deel van de woningen al wordt gebruikt, terwijl er nog realisatie plaatsvindt. Resultaten Ingevoerde bronnen In AERIUS zijn de volgende bronnen ingevoerd: 1. mobiele machines, a. zwaar materieel, stage klasse IV, categorie Q, 4.800 liter brandstof; b. licht materieel, stage klasse IV, categorie R, 14.400 liter brandstof; 2. wegverkeer binnen bebouwde kom, zwaar verkeer, 300 per jaar. 3. wegverkeer, wegverkeer binnen bebouwde kom, licht verkeer, 84 mvt/etmaal.
Rekenresultaten Uit de berekening van de depositie blijkt dat er geen sprake is van rekenresultaten die hoger zijn dan 0,00 mol N/ha/jr. In figuur 1 is de berekende depositie op de dichtstbijzijnde rekenpunten weergegeven (groene kader). De berekeningen zijn opgenomen in de bijlage.
blz. 2
Figuur 1
Uitsnede AERIUS calculator, Ligging natura 2000 inclusief rekenpunten en uitkomsten depositietoename
Conclusie Uit de berekeningen blijkt dat de toename van de stikstofdepositie op de dichtstbijzijnde Natura 2000‐gebieden niet boven 0,00 mol N/ha/jaar uit komt. Hiermee is aangetoond dat het project, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor de Natura 2000‐gebieden, de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied niet kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. De Wet natuurbescherming en het beleid van de provincie staan de uitvoering van het project niet in de weg. Het is met het oog op potentiele effecten van de stikstofdepositie niet nodig om voor dit project een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming aan te vragen.
blz. 3
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Herontwikkeling Poiesz Appelscha Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RdrCqgZYCHCQ (17 april 2020) pagina 1/6
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Rho Adviseurs
Vaart Zuidzijde, - Appelscha
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Herontwikkeling locatie Poiesz Appelscha
RdrCqgZYCHCQ
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
17 april 2020, 10:58
2020
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
23,96 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Herontwikkeling supermarktlocatie tot 12 woningen
Herontwikkeling Poiesz Appelscha
RdrCqgZYCHCQ (17 april 2020) pagina 2/6
Resultaten
Locatie Herontwikkeling Poiesz Appelscha
Emissie Herontwikkeling Poiesz Appelscha
Resultaten
Bron Sector
Emissie NH3
Emissie NOx
-
22,88 kg/j
Transport Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
< 1 kg/j
Wegverkeer Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
< 1 kg/j
Mobiele werktuigen Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
Herontwikkeling Poiesz Appelscha
RdrCqgZYCHCQ (17 april 2020) pagina 3/6
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Herontwikkeling Poiesz Appelscha
NOx
Voertuig
Omschrijving
STAGE IV, 130 – 560 kW, bouwjaar 2014/01, Cat. Q
Zwaar materieel
STAGE IV, 75 – Licht materieel 130 kW, bouwjaar 2014/01, Cat. R
Brandstof verbruik (l/j)
Warmte Stof inhoud (MW)
Emissie
4.800
NOx
5,81 kg/j
14.400
NOx
17,08 kg/j
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Soort
Voertuig
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
Herontwikkeling Poiesz Appelscha
Mobiele werktuigen 219872, 552466 22,88 kg/j
Uitstoot hoogte (m)
Spreiding (m)
Transport 219852, 552436 < 1 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
300,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
RdrCqgZYCHCQ (17 april 2020) pagina 4/6
Resultaten
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Wegverkeer 219859, 552480 < 1 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
84,0 / etmaal NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Herontwikkeling Poiesz Appelscha
RdrCqgZYCHCQ (17 april 2020) pagina 5/6
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2019A_20200403_6c571f9654 Database versie 2019A_20200403_6c571f9654 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2019A
Resultaten
Herontwikkeling Poiesz Appelscha
RdrCqgZYCHCQ (17 april 2020) pagina 6/6
Bijlage 4
75/128
Ecologische quickscan
QUICK SCAN BESCHERMDE PLANTEN- EN DIERSOORTEN VAART ZUIDZIJDE 41 TE APPELSCHA
Concept rapport
QUICK SCAN BESCHERMDE PLANTEN- EN DIERSOORTEN VAART ZUIDZIJDE 41 TE APPELSCHA
rapportnummer 2020.3609 maart 2020 In opdracht van: Rho adviseurs voor leefruimte Postbus 150 3000 AD ROTTERDAM
Adviesbureau Mertens B.V. Bureau voor natuur, ruimtelijke ordening en natuurwetgeving Utrechtseweg 120, 6871 DV Renkum 06-29458456 info@adviesbureau-mertens.nl www.adviesbureau-mertens.nl
© Adviesbureau Mertens BV, Wageningen, 2020. Deze rapportage mag zonder schriftelijke toestemming vrij worden vermenigvuldigd. De verzamelde data zijn alleen te gebruiken voor het hier geschetste onderzoek en mogen niet voor andere doeleinden worden gebruikt.
Quick scan beschermde planten- en diersoorten Vaart Zuidzijde 41 te Appelscha. Concept rapport maart 2020
INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING .......................................................................................................................................................... 2 1.1 INLEIDING ................................................................................................................................................. 2 1.2 HET PLANGEBIED EN DE PLANNEN .............................................................................................................. 2 1.3 DOELSTELLING VAN HET ONDERZOEK ........................................................................................................ 4 1.4 OPBOUW RAPPORT ................................................................................................................................... 5
2. BESCHERMDE PLANTEN- EN DIERSOORTEN ............................................................................................... 6 2.1 WET NATUURBESCHERMING ...................................................................................................................... 6 2.2 RODE LIJST............................................................................................................................................... 6
3. METHODE........................................................................................................................................................... 8
4. RESULTAAT INVENTARISATIE EN BEOORDELING ...................................................................................... 9 4.1 FLORA ...................................................................................................................................................... 9 4.2 VLEERMUIZEN ........................................................................................................................................... 9 4.3 OVERIGE ZOOGDIEREN............................................................................................................................ 10 4.4 BROEDVOGELS ....................................................................................................................................... 11 4.5 AMFIBIEËN .............................................................................................................................................. 11 4.6 VISSEN ................................................................................................................................................... 11 4.7 REPTIELEN ............................................................................................................................................. 11 4.8 OVERIGE ................................................................................................................................................ 11
5. SAMENVATTENDE CONCLUSIE .................................................................................................................... 12
GERAADPLEEGDE LITERATUUR ...................................................................................................................... 13
BIJLAGEN ............................................................................................................................................................ 14 1. PLANGEBIED ......................................................................................................................................... 15 2. BEGRIPPEN ........................................................................................................................................... 16
Adviesbureau Mertens
1
Wageningen
Quick scan beschermde planten- en diersoorten Vaart Zuidzijde 41 te Appelscha. Concept rapport maart 2020
1. INLEIDING
1.1 Inleiding
Er is het voornemen voor de sloop van een supermarkt aan de Vaart Zuidzijde 41 te Appelscha om op het perceel en naastgelegen parkeerplaats woonbebouwing te kunnen realiseren en gebruiken. De aanwezigheid van beschermde planten- en diersoorten vormt een te onderzoeken aspect omdat met de plannen effecten kunnen ontstaan op soorten die beschermd zijn via de Wet natuurbescherming. Op grond hiervan is aan Adviesbureau Mertens B.V. uit Wageningen gevraagd om een verkennend veldonderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van wettelijk beschermde soorten en indien aanwezig, aan te geven hoe hiermee dient te worden omgegaan. In dit rapport worden de resultaten van deze verkenning gepresenteerd.
N▲
Figuur 1. Globale ligging van het plangebied aan de Vaart Zuidzijde 41 te Appelscha.
1.2 Het plangebied en de plannen Aan de Vaart Zuidzijde 41 te Appelscha is een supermarkt gelegen met parkeerplaatsen. Het initiatief bestaat uit de sloop van de supermarkt om op deze percelen woningbouw te kunnen bouwen en gebruiken. In figuur 2 wordt een beeld gegeven van de supermarkt op dinsdag 18 maart 2020.
Adviesbureau Mertens
2
Wageningen
Quick scan beschermde planten- en diersoorten Vaart Zuidzijde 41 te Appelscha. Concept rapport maart 2020
Figuur 2. Foto-impressie van de te slopen supermarkt aan de Vaart Zuidzijde 41 te Appelscha.
Adviesbureau Mertens
3
Wageningen
Quick scan beschermde planten- en diersoorten Vaart Zuidzijde 41 te Appelscha. Concept rapport maart 2020
Vervolg figuur 2. Foto-impressie van de te slopen supermarkt aan de Vaart Zuidzijde 41 te Appelscha.
1.3 Doelstelling van het onderzoek De doelstelling van het onderzoek is tweeledig. Enerzijds wordt inzichtelijk gemaakt welke wettelijk beschermde natuurwaarden in het kader van de soortbescherming van planten- en diersoorten te verwachten zijn. Anderzijds worden de consequenties van deze aanwezigheid voor de planontwikkeling weergegeven. Gelet op de opdracht genoemd in de inleiding en de doelstelling, is het van belang dat de volgende vragen worden beantwoord: 1. Welke wettelijk beschermde planten- en diersoorten komen mogelijk voor ter plaatse van en in de directe omgeving van de supermarkt aan de Vaart Zuidzijde 41 te Appelscha? 2. Welke verwachte wettelijk beschermde planten- en diersoorten ondervinden nadelen van de plansituatie?
Adviesbureau Mertens
4
Wageningen
Quick scan beschermde planten- en diersoorten Vaart Zuidzijde 41 te Appelscha. Concept rapport maart 2020
1.4 Opbouw rapport Na een korte uitleg over de soortbescherming van de Wet natuurbescherming (hoofdstuk 2) komen achtereenvolgens aan de orde: - De onderzoeksmethode (hoofdstuk 3). - Een beschrijving van de aanwezigheid van beschermde soorten (hoofdstuk 4). - Een beoordeling van de effecten op beschermde soorten (hoofdstuk 5). In bijlage 2 wordt een overzicht gegeven van de gebruikte definities en afkortingen.
Adviesbureau Mertens
5
Wageningen
Quick scan beschermde planten- en diersoorten Vaart Zuidzijde 41 te Appelscha. Concept rapport maart 2020
2. BESCHERMDE PLANTEN- EN DIERSOORTEN 2.1 Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht geworden. Deze wet implementeert de Vogelen Habitatrichtlijn en andere verdragen in het nationaal natuurbeschermingsrecht. Het bevoegd gezag is Gedeputeerde Staten van de Provincie(s) waar een project wordt gerealiseerd. Gedeputeerde Staten kunnen deze bevoegdheid ook overdragen conform lid 7 van deze wet. Doorgaans zijn dit Omgevingsdiensten. De soortbescherming richt zich dan ook primair op de bescherming van plant- en diersoorten die genoemd zijn in deze richtlijnen. Daarnaast is een deel van de soorten van de Rode Lijst (zie paragraaf 2.2) beschermd via de Wet natuurbescherming. Voor alle in Nederland in het wild voorkomende planten- en diersoorten is de algemene zorgplicht van toepassing; handelen of nalaten die gevolgen kunnen hebben dienen achterwege gelaten te worden of er dienen maatregelen getroffen te worden om effecten te voorkomen, of zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. Indien een plan resulteert in negatieve beïnvloeding van een soort of soorten kan ontheffing worden verleend conform artikel 3.3 van de Wet natuurbescherming voor soorten van artikel 3.1 en 3.2 (Vogelrichtlijnsoorten). Ontheffing kan worden verleend conform artikel 3.8 van de Wet natuurbescherming voor soorten van artikel 3.4 en 3.6 (Habitatrichtlijnsoorten).
De criteria voor ontheffingsverlening voor deze soorten zijn identiek aan die Vogel- en Habitatrichtlijn omdat deze richtlijnen zijn geïmplementeerd in het nationaal recht. Het nationaal recht staat het niet toe om hiervan af te wijken. De criteria zijn: in het belang van de volksgezondheid en openbare veiligheid; in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij en wateren; ter bescherming van flora en fauna. Om in aanmerking te komen voor een ontheffing dienen mitigerende en eventueel compenserende maatregelen genomen te worden die tot gevolg hebben dat soorten niet nadelig worden beïnvloed in het voorkomen en gedurende de uitvoering van een project. Provincies kunnen voor de nationaal beschermde soorten een algemene vrijstelling verlenen. In de Provincie Friesland wordt voor een aantal soorten generieke vrijstelling verleend in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Het betreft o.a. aardmuis, bastaardkikker, bosmuis, bruine kikker, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, gewone pad, haas, huisspitsmuis, kleine watersalamander, konijn, meerkikker, ree, rosse woelmuis, veldmuis, vos en woelrat. 2.2 Rode lijst De Rode lijst met bedreigde soorten is eind 2004 gepubliceerd in de Staatscourant en voor een deel in 2009 en 2017 herzien.
Aan de op deze lijst genoemde soorten komt bescherming toe voor zover zij vallen onder het beschermingsregime van de Wet natuurbescherming. Tussen de Wet natuurbescherming en de Rode lijsten bestaat geen formele relatie. Alleen op basis van “gunstige staat van instandhouding” kunnen bij beschermde Rode lijstsoorten "zwaardere" randvoorwaarden gelden ten aanzien van mitigerende en compenserende maatregelen dan voor algemene soorten. Zo zal het bij zeer algemeen voorkomende soorten die gering afnemen in aantal (Rode lijstsoort met het criterium gevoelig) relatief eenvoudig zijn om aan te tonen dat de "gunstige staat van instandhouding" niet in het geding komt. Voor soorten met een beperkt verspreidingsbeeld en die afnemen Adviesbureau Mertens
6
Wageningen
Quick scan beschermde planten- en diersoorten Vaart Zuidzijde 41 te Appelscha. Concept rapport maart 2020 in aantal (soorten van de Rode lijst met het criterium bedreigd of ernstig bedreigd) is een uitgebreide effectenstudie wenselijk. Voor deze soorten geldt namelijk de zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild levende dieren, inclusief hun leefomgeving en voor alle planten en hun groeiplaats. Dit artikel is derhalve ook gericht op het voorkomen van doden en verwonden van algemene soorten. Op deze manier wordt nader invulling gegeven aan de bescherming van soorten die in aantal en/of verspreiding afnemen.
Adviesbureau Mertens
7
Wageningen
Quick scan beschermde planten- en diersoorten Vaart Zuidzijde 41 te Appelscha. Concept rapport maart 2020
3. METHODE
Op dinsdag 18 maart 2020 is een bezoek gebracht aan de te slopen supermarkt en de directe omgeving die gelegen is aan de Vaart Zuidzijde 41 te Appelscha. Gedurende dit bezoek is dit gebied en de directe omgeving beoordeeld op het mogelijk voorkomen van beschermde planten- en diersoorten. Dit vond plaats aan de hand van aanwezige ecotopen en sporen. Op enkele plaatsen zijn gevelplaten aanwezig. Deze gevelplaten zijn uitwendig onderzocht op sporen van dieren met ladder. Daarnaast is een endoscoop gebruikt om achter de gevelplaten te onderzoeken op de aanwezigheid van (sporen van) vleermuizen. Er is beperkt gebruik gemaakt van bestaande verspreidingsgegevens om het (potentieel) voorkomen van beschermde soorten te bepalen omdat deze via o.a. Waarneming.nl worden beheerd voor een veel groter gebied. Overige waarnemingen worden tevens bewaard voor een groot gebied, namelijk op kilometerniveau zoals weergegeven op www.telmee.nl. en op een nog groter schaalniveau in verspreidingsatlassen.
Adviesbureau Mertens
8
Wageningen
Quick scan beschermde planten- en diersoorten Vaart Zuidzijde 41 te Appelscha. Concept rapport maart 2020
4. RESULTAAT INVENTARISATIE EN BEOORDELING
4.1 Flora Het plangebied van de supermarkt en directe omgeving aan de Vaart Zuidzijde 41 te Appelscha is volledig in cultuur gebracht. De aanwezigheid van beschermde planten wordt derhalve uitgesloten. Gedurende het verkennend veldonderzoek op dinsdag 18 maart 2020 zijn geen beschermde plantensoorten of resten van beschermde plantensoorten vastgesteld. Op grond hiervan wordt de aanwezigheid van beschermde plantensoorten uitgesloten.
4.2 Vleermuizen Getoetst is op de verschillende functies die het plangebied kan hebben voor vleermuizen. Dit betreft plaatsen waar vleermuizen kunnen verblijven (verblijfplaatsen zoals kolonie-, paar- en winterverblijfplaatsen), vaste routen tussen verblijfplaatsen in de zomer en winter; respectievelijk vlieg- en migratierouten en plaatsen en gebieden waar vleermuizen foerageren. De aanwezigheid van verblijfplaatsen zoals kolonie-, paar- en overwinteringsplaatsen van vleermuizen kan worden uitgesloten. In de te slopen supermarkt aan de Vaart Zuidzijde 41 te Appelscha zijn geheel geen geschikte openingen aangetroffen waarin vleermuizen kunnen verblijven. Het ontbreekt aan geschikte daklijsten en geschikte beluchtingsgaten om achter of in te kruipen. In het dak zijn geen openingen aangetroffen waarin vleermuizen zich kunnen ophouden. De gevelbeplating is ongeschikt om achter te kruipen doordat aan de onderzijde een lat is (geen geschikte aanvliegopeningen) en achter de platen wordt het te warm. Met endoscoop zijn dan ook geen (sporen van) vleermuizen aangetroffen. Er was achter de gevelbeplating wel veel spinnenrag dat ook wijst op de afwezigheid van vleermuizen. Beluchtingsopeningen in muren zijn te smal en te laag gelegen (zie figuur 3). Gedurende het verkennend veldonderzoek zijn ook geen sporen van vleermuizen vastgesteld zoals keutels en afgebeten vleugels van vlinders.
Negatieve effecten op verblijfplaatsen van vleermuizen worden derhalve uitgesloten. In de directe omgeving blijft bebouwing waardoor vleermuizen zich kunnen blijven oriënteren. De supermarkt wordt ook vervangen door woningen. In de ruime omgeving zijn ook voldoende alternatieve oriëntatiemogelijkheden. Negatieve effecten op vliegroutes worden derhalve uitgesloten. De aanwezigheid van migratieroutes wordt uitgesloten omdat grootschalige landschapselementen zoals dijken en rivieren niet voorkomen in het plangebied of aansluiten op het plangebied. Het water De Vaart zal niet direct of indirect worden beïnvloedt door de plannen. Met de realisatie van de plannen zal het gebied niet wezenlijk van vorm veranderen, gelet op de foerageermogelijkheden van vleermuizen. Mogelijk foerageert er gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger als gevolg van de aanwezige ecotopen (pionierecotopen, verhardingen). Het plangebied van de supermarkt is nu niet van waarde als essentieel foerageergebied en in de toekomst zal deze functie niet negatief verminderen doordat er geen essentiële zaken veranderen. In de omgeving zijn ook voldoende alternatieve foerageerplaatsen aanwezig. Negatieve effecten op de foerageermogelijkheden van vleermuizen worden derhalve uitgesloten.
Adviesbureau Mertens
9
Wageningen
Quick scan beschermde planten- en diersoorten Vaart Zuidzijde 41 te Appelscha. Concept rapport maart 2020
4.3 Overige zoogdieren Gelet op de aanwezige ecotopen van het plangebied en de geografische ligging (zie Broekhuizen e.a., 2016) wordt het de aanwezigheid van overige internationaal beschermde zoogdieren uitgesloten. Voor steenmarter is het plangebied geen leefgebied omdat er geen sporen zijn vastgesteld gedurende het verkennend veldonderzoek op dinsdag 18 maart 2020. De supermarkt aan de Vaart Zuidzijde 41 te Appelscha wordt gebruikt waardoor het voorkomen van de steenmarter kan worden uitgesloten. In het plangebied komen mogelijk bosmuis en huisspitsmuis voor. Voor deze algemeen voorkomende zoogdieren bestaat een algemene provinciale vrijstelling in de Provincie Friesland.
Figuur 3. Geen toegang voor vleermuizen en vogels door ontbreken geschikte openingen; boven; rand en golfplatten waar het te heet achter wordt, midden; te lage en te kleine openingen, onder; volledig dicht dak.
Adviesbureau Mertens
10
Wageningen
Quick scan beschermde planten- en diersoorten Vaart Zuidzijde 41 te Appelscha. Concept rapport maart 2020
4.4 Broedvogels Gedurende het verkennend veldonderzoek op dinsdag 18 maart 2020 zijn geen geschikte (potentiële) nestlocaties aangetroffen voor vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen. De te slopen supermarkt aan de Vaart Zuidzijde 41 te Appelscha bezit geen mogelijkheden voor vogels om in te verblijven. Voor gierzwaluw en huismus ontbreken geschikte openingen in muren en dak. Er zijn gedurende het verkennend veldonderzoek op dinsdag 18 maart 2020 geheel geen sporen vastgesteld van huismus. Negatieve effecten op nesten en eieren van vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen kunnen derhalve worden uitgesloten. In het beperkt aanwezige cultuurgroen kunnen algemene broedvogels broeden zoals merel en roodborst. In verband met de aanwezigheid van algemene broedvogels is het noodzakelijk om het plangebied bouwrijp te maken buiten het broedseizoen of op een manier te werken dat de vogels niet tot broeden komen (vogelverschrikkers gebruiken). Op deze manier kan worden voorkomen dat verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming worden overtreden. 4.5 Amfibieën Gelet op de aanwezige ecotopen van het plangebied (zie Ravon.nl, Creemers & Delft, 2009) wordt de aanwezigheid van amfibieën uitgesloten.
4.6 Vissen Door het ontbreken van oppervlaktewater in en direct rond het plangebied aan de Vaart Zuidzijde 41 te Appelscha, wordt de aanwezigheid van vissen uitgesloten.
4.7 Reptielen Gezien de huidige aanwezige ecotopen van de supermarkt en directe omgeving ten opzichte van de verspreiding van reptielen (zie Ravon.nl, Creemers & Delft, 2009), kan de aanwezigheid van reptielen worden uitgesloten.
4.8 Overige Gezien de huidige aanwezige ecotopen kan de aanwezigheid van beschermde ongewervelden (o.a. diverse soorten dagvlinders en libellen) worden uitgesloten. Nationaal beschermde dagvlinders en libellen komen alleen voor in specifieke ecotopen.
Adviesbureau Mertens
11
Wageningen
Quick scan beschermde planten- en diersoorten Vaart Zuidzijde 41 te Appelscha. Concept rapport maart 2020
5. SAMENVATTENDE CONCLUSIE
Er is het voornemen voor de sloop van een supermarkt aan de Vaart Zuidzijde 41 te Appelscha om op het perceel en naastgelegen parkeerplaats woonbebouwing te kunnen realiseren en gebruiken. Deze activiteit zou kunnen samen gaan met effecten op beschermde planten- en diersoorten. Op grond hiervan is een verkennend veldonderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van beschermde soorten. In verband met de aanwezigheid van algemene broedvogels is het noodzakelijk om het plangebied bouwrijp te maken buiten het broedseizoen of op een manier te werken dat de vogels niet tot broeden komen (vogelverschrikkers gebruiken). Op deze manier kan worden voorkomen dat verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming worden overtreden. Het voorkomen van verblijfplaatsen van vleermuizen en broedvogels met vaste rust- en verblijfplaatsen wordt uitgesloten. Mogelijk vliegen en foerageren er vleermuizen. Gedurende en na realisatie van de plannen kunnen deze soorten er blijven vliegen en foerageren. Er zijn daarnaast mogelijk algemene nationaal beschermde zoogdieren aanwezig. Voor deze algemene soorten bestaat een algemene vrijstelling in de Provincie Friesland. Het voorkomen van overige beschermde soorten wordt uitgesloten.
Op grond van bovenstaande analyse worden effecten op beschermde planten- en diersoorten uitgesloten; de ruimtelijke ontwikkeling aan de Vaart Zuidzijde 41 te Appelscha is niet in strijd met het gestelde binnen de Wet natuurbescherming.
Adviesbureau Mertens
12
Wageningen
Quick scan beschermde planten- en diersoorten Vaart Zuidzijde 41 te Appelscha. Concept rapport maart 2020
GERAADPLEEGDE LITERATUUR
Literatuur Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen, J.B.M., 2016. Atlas van de Nederlandse Zoogdieren. Nationaal Natuurhistorisch Museum Leiden, VZZ, Nijmegen, 1-348. Creemers, C.M., Delft, J., 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nijmegen, 1-476. EEG, 1979. Richtlijn 79/43/EEG inzake het behoud van de Vogelstand. Publicatieblad den Europese Gemeenschap, nummer L. 103. EEG, 1992. Richtlijn 92/43/EEG inzake de instandhouding van wilde flora en fauna. Publicatieblad van den van de Europese Gemeenschap, nummer L. 206/7. Gerstmeier, R., Romig, T., 1997. Zoetwatervissen van Europa, Tirion, Baarn, 1-368. Hustings, F., Vergeer, J.W., Eekelder, P., 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. Nationaal Natuurhistorisch Museum Leiden, SOVON, Beek-Upbergen, 1-584. Limpens, H., Mostert, K., Bongers, W., 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen. KNNV, Utrecht, 1260. Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, Dienst Regelingen, 2009a. Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep. Ministerie van ELI (Dienst Regelingen), Den Haag. Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, Dienst Regelingen, 2009b. Uitleg aangepaste beoordeling ontheffing ruimtelijke ingrepen Flora- en faunawet. Ministerie van ELI (Dienst Regelingen), Den Haag.
Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, 2004. Rode lijsten diverse soortgroepen. Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, 2009. Rode lijsten diverse soortgroepen. Ministerie van Economische Zaken, 2016. Wet van 16 december 2015, houdende regels ter bescherming van de natuur (Wet natuurbescherming). Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden 34 (2016), 1-84. SOVON, 1987. Atlas van de Nederlandse broedvogels. Nie, H.W. de, 1996. Atlas van de Nederlandse Zoetwatervissen. Media Publishing, Doetinchem, 1-151. Spikmans, F, Jong, T. de, 2006. Het waarnemen van zoetwatervissen, Nijmegen, 1-55.
Website www.ravon.nl www.waarneming.nl www.sovon.nl www.telmee.nl www.zoogdiervereniging.nl www.netwerkecologischemonitoring.nl www.verspreidingsatlas.nl
Adviesbureau Mertens
13
Wageningen
BIJLAGEN
1. PLANGEBIED
N▲
2. BEGRIPPEN
Baltsplaats
Plaats waar een vleermuis al roepend rondvliegt in de herfst en die doorgaans wordt verdedigd tegen andere mannetjes.
Foerageergebied
Een gebied waar een vleermuis of een groep van vleermuizen foerageert. Dat gebied wordt regelmatig bezocht door vleermuizen om in te foerageren en dat doorgaans meerdere foerageerplaatsen kent die langere tijd worden gebruikt.
Foerageerplaats
Plek (jachtplek) waar wordt gejaagd door vleermuizen. De plek kan in de directe omgeving van de kolonieplaats liggen maar ook kilometers verderop.
Kolonie
Groep vleermuizen (kleine groep mannetjes of meestal grotere groep vrouwtjes, soms gemengd (soorten, geslacht)) die in het voorjaar tot de herfst bijeen blijven. De groep kan zich vestigen in gebouwen (in spouwmuren of onder daklijsten e.d.) of bomen (spechtengaten, scheuren). Een groep vrouwelijke vleermuizen wordt ook wel aangeduid als een kraamkolonie. In zo'n groep worden jongen geboren en grootgebracht. Een kolonie maakt vaak gebruik van meerdere verblijfplaatsen die soms gelijktijdig worden gebruikt.
Migratieroute
Een vaste route van zomerverblijfplaats naar winterverblijfplaats en visa versa (zie ook vliegroute) of een route in een andere tijd; bijvoorbeeld tussen foerageerplaatsen.
Paarplaats
Territorium van territoriale mannetjes. Voor de ruige dwergvleermuis en de rosse vleermuis is dit doorgaans te vinden in boomholten. Voor de laatvlieger en de dwergvleermuis is dit te vinden in gebouwen. Voor de watervleermuis is dit te vinden in bomen en later, tegen de winter, zijn ze te vinden in overwinteringverblijven. Het mannetje vormt een harem met meerdere vrouwtjes. De paartijd valt in de herfst (uitgezonderd de grootoorvleermuis waarbij het in april valt (vroege voorjaar). De hier geschetste situatie van de paring wordt in dit rapport omschreven als “herfst situatie”.
Verblijfplaats
Een object (huis, boom, bunker, grot, kast en dergelijke) waarin een of meerdere vleermuizen verblijven (overdag of ’s winters permanent).
Vliegroute
Route die door vleermuizen elke avond wordt gebruikt om van de kolonieplaats naar foerageergebied te vliegen en visa vers (zie ook migratieroute). Vrouwtjes met jongen keren soms midden in de nacht terug om de jongen te zogen en gebruiken dan de route. Vliegroutes liggen over het algemeen langs lijnvormige (landschaps)elementen als bomenlanen, huizenrijen e.d. De functies zijn beschutting bij winderig en koud weer, oriëntatie in verband met de echolokatie-geluiden en het vinden van voedsel.
Voorbijvliegend
Vleermuizen die voorbijvliegen, niet via een vaste route. Het betreft meestal zwervers of trekkers.
Zwermen
Direct na het uitvliegen, naar vooral voor het invliegen bij een kolonie zwermt een deel van de kolonie rond de kolonieplaats. Zwermgedrag is derhalve een indicatie voor een eventuele kolonieplaats.
Winterverblijfplaats Een verblijfplaats waar in de winter een of meerdere vleermuizen in winterslaap (hybernation) gaan. Deze ruimte is doorgaans donker, heeft een hoge luchtvochtigheid en
temperatuurwisselingen zijn nihil. Zomerverblijfplaats Een verblijfplaats die gebruikt wordt door vleermuizen die niet in winterslaap zijn waarvan niet aangetoond is dat het een kraamverblijfplaats dan wel een paarverblijfplaats is. In sommige gevallen vormen bijvoorbeeld mannetjes kleine groepjes.
Bijlage 5
97/128
Overlegreacties
Ö provinsje fryslan provincie fryslan ^
<fC
postbus 20120 8900 hm leeuwarden
College van burgemeester en wethouders van de gemeente Ooststellingwerf Postbus 38 8430 AA OOSTERWOLDE
tweebaksmarkt S2 (058) 292 59 25
r?H
www.fryslan.frl provincie@fryslan. frl www.twitter.com/provfryslan
(D
Wh
1/3
ö
• pH Leeuwarden, 4 augustus 2020 Verzonden, Q 6 AUG. 202G Ons kenmerk Afd./Opgave Behandeld door Uw kenmerk Bijlage(n) Onderwerp
O
01786549 Omgevingszaken A.P. van der Wal / (058) 292 54 99 of a.p.vandenval(gfryslan.frl
: Vooroverleg bestemmingsplan Appelscha - Vaart Zuidzijde - Smidslaantje
Geacht college. Op 13 juli 2020 is bovengenoemd plan ter advisering ontvangen. De provinciale belangen in het plan geven aanleiding tot het maken van de volgende opmerking. Woningbouw (cat.2 interpretatie Verordening/motivering)
In de toelichting staat benoemd dat er een uitwisseling van woningbouwcapaciteit gaat plaatsvinden. Op de locatie Vaart Zuidzijde 48-50 wordt de supermarkt gerealiseerd en de woningen die op die locatie in de uitvoeringsprogramma zitten worden uitgewisseld met de locatie van de huidige supermarkt locatie. Nergens in de toelichting wordt aangegeven of het hier gaat om éénzelfde aantal woningen. Wel wordt gemeld dat het uitvoerings programma wordt aangepast. Graag zie ik het aangepaste uitvoeringsprogramma tegemoet en de toelichting op dit punt aangepast met het aantal woningen dat wordt uitgewisseld. Voor het overige geeft het plan geen aanleiding tot opmerkingen.
-1 /2-
Ons kenmerk:
01786549
ö
provinsje fryslän provincie fryslän ^
<rd i/3
Voor de betekenis van de categorie-aanduiding verwijs ik naar de brief van Gedeputeerde Staten van 8 februari 2019, betreffende “Aanpassing Notitie Inwerkingtreding Verordening Romte Fryslän". Hoogachtend,
ö
Namens het college van Gedeputeerde Staten,
n
• fH
l> O u
dhr. J. Bosma afdelingshoofd Omgevingszaken
Ol
-2/2-
Ons kenmerk;
01786549