CConstaterende datOoststellingwerf
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2.4 - Bestemmingsplan Oosterwolde West_Bijlagen bij de toelichting

Raadsvergadering 2 juli 2024, gemeente OoststellingwerfBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Oosterwolde West28.387 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

T

Tussenwaarde (door SGS b erekend en b eheerd maar niet meer b eschreven in de wetgeving)

I

Interventie waarde (door SGS b eheerd)

BI

SGS b erekende BodemIndex waarde: =(BT - (S of AW) ) / (I - (S of AW) )

#

Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat

<=AW

Kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde

WO

Wonen

IN

Industrie

>I

Groter dan interventiewaarde

>IND

Groter dan industrie

Kle ur inform atie Rood

> Interventiewaarde

Oranje

>= Tussenwaarde (BI ligt tussen 0.5 en 1)

Blauw

>= Achtergrond waarde

interpretatie onderzoeksresultaten grond en grondwater In tabel 16 staat een samenvatting weergegeven van de toetsresultaten van de onderzochte mengmonsters. tabel 16: samenvatting toetsresultaten Mengmonster grond

Boringen

Diepte Zintuiglijk >AW

MM1

1 t/m 8

>T

>I

Indicatieve toetsing Bbk*

0.0-0.5 -

-

-

Achtergrondwaarde*

MM2 1+2 grondwater

0.5-2.0 -

-

-

Achtergrondwaarde*

Pb1

1

1.9-2.9 -

-

-

n.v.t.

>AW

overschrijding achtergrondwaarde (bodemindex =<0,5)

>T

overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)

>I

overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)

Bbk

besluit bodemkwaliteit

-

*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond

bovengrond (0.0-0.5 m-mv) bovengrondmengmonster MM1 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. ondergrond (0.5-2.0 m-mv) Het ondergrondmengmonster MM2 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. peilbuis 1 (1.9-2.9 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 1 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de streefwaarde en/of detectiewaarde.

Opmerking: Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter van uit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000), e.e.a. geldt voor de gecorrigeerde som 1,2dichlooretheen, gecorrigeerde som dichloorpropaan en som xylenen. Op basis van de circulaire bodemsanering 2009 zijn de toetsingswaarden voor barium (zware metalen) tijdelijk ingetrokken. Indien er op een locatie sprake is van een antropogene bron kan het gemeten gehalte barium indicatief worden getoetst aan de voormalige interventiewaarde. december ’23

21

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Mastenbroek perceel sectie A nr. 7567 (ged.) te Oosterwolde

5

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

Naar aanleiding van de resultaten van het verkennend milieukundig bodemonderzoek worden de volgende conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan. zintuiglijke waarnemingen Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde bodemmateriaal geen bodemvreemde afwijkingen / bijmengingen of asbestverdachte materialen waargenomen (indicatieve waarneming). Een samenvatting van de toetsingsresultaten staat weergegeven in tabel 17. tabel 17: samenvatting toetsresultaten per mengmonster Mengmonster grond

Boringen

Diepte Zintuiglijk >AW

>I

Indicatieve toetsing Bbk*

MM1

1 t/m 8

0.0-0.5 -

-

-

Achtergrondwaarde*

MM2 1+2 grondwater

0.5-2.0 -

-

-

Achtergrondwaarde*

Pb1

1

1.9-2.9 -

-

-

n.v.t.

>AW

overschrijding achtergrondwaarde (bodemindex =<0,5)

>T

overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)

>I

overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)

Bbk

besluit bodemkwaliteit

>T

-

*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond

grond bovengrond (0.0-0.5 m-mv) bovengrondmengmonster MM1 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. ondergrond (0.5-2.0 m-mv) Het ondergrondmengmonster MM2 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. grondwater peilbuis 1 (1.9-2.9 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 1 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de streefwaarde en/of detectiewaarde.

december ’23

22

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Mastenbroek perceel sectie A nr. 7567 (ged.) te Oosterwolde

toetsing hypothese Op basis van de vooraf gestelde hypothese is de onderzoekslocatie in eerste aanleg als milieuhygiënisch onverdacht aangemerkt. In tabel 18 is de hypothese en de noodzaak tot vervolgonderzoek beoordeeld aan de hand van de onderzoeksresultaten. tabel 18: toetsing hypothese Locatie

Hypothese

Correct?

Verkennend onderzoek met nieuwe hypothese?

Nader onderzoek?

Mastenbroek, perceel A 7567 (ged.)

onverdacht

ja, er zijn geen verhoogde gehalten aangetoond

nee, onderzoeksinspanning voldoende

nee, er zijn geen matig tot sterk verhoogde gehalten in de bodem gemeten.

Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek zijn in de onderzochte grond- en grondwatermonsters geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de toetsingswaarden aangetoond. Opgemerkt wordt dat de conclusies betrekking hebben op de chemische gesteldheid van de bodem (excl. asbest). Een asbestonderzoek in grond of puin conform de NEN 5707+C2 resp. NEN 5897+C2 maakt geen onderdeel uit van de scope van onderhavig onderzoek. Op basis van dit onderzoek dat volgens NEN-5740-A1 is uitgevoerd kan geen uitspraak worden gedaan omtrent de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal in de bodem of puin. Indien een formele uitspraak over het voorkomen van asbest in de bodem gewenst is dient een asbestonderzoek uit gevoerd te worden conform de NEN 5707+C2 of NEN 5897+C2.

Afwijkingen t.o.v. normen en protocollen Er hebben bij de uitvoering van werkzaamheden geen afwijkingen plaatsgevonden t.o.v. de geldende protocollen 2001, 2002 en/of overige geldende analysemethoden.

december ’23

23

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Mastenbroek perceel sectie A nr. 7567 (ged.) te Oosterwolde

Aanbevelingen Indien de grond ontgraven gaat worden, bijvoorbeeld ten behoeve van bouwwerkzaamheden, is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Middels het Besluit is het mogelijk om door het lokaal bevoegd gezag lokale maximale bodemgebruikswaarden vast te stellen, of om deze bodemgebruikswaarden te conformeren aan de maximale waarden uit het (landelijke) generieke model. Indien grond van het eigen terrein moet worden afgevoerd zal deze verwerkt dienen te worden conform de eisen van het Besluit Bodemkwaliteit. De mogelijkheden hiertoe kunnen worden vastgesteld na overleg met de betrokken overheidsinstanties. Volledige duidelijkheid omtrent de bodemkwaliteitsklasse van vrijkomende grond wordt pas verkregen op basis van een partijkeuring conform het Besluit Bodemkwaliteit. Opgemerkt dient te worden dat de vertaalslag van verkennend bodemonderzoek naar hergebruik van grond volgens het Besluit Bodemkwaliteit, veelal, niet mogelijk is. In de meeste gevallen zijn aanvullende gegevens noodzakelijk, het bevoegd gezag (de gemeente waarin de grond wordt toegepast) kan hier uitsluitsel over geven. Op 8 juli 2019 heeft het Ministerie van Infrastructuur en Milieu een tijdelijk handelingskader vastgesteld voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie. Vanaf 8 juli 2019 is het verplicht om onderzoek naar de stofgroep PFAS uit te voeren bij o.a.

partijkeuringen in het kader van afvoer van grond. In dit verkennend bodemonderzoek is geen onderzoek uitgevoerd naar PFAS stoffen in de bodem. De in dit onderzoek opgenomen indicatieve toetsing aan het Besluit Bodemkwaliteit is excl. onderzoek naar PFAS-stoffen, onderzoek naar deze verbindingen is bij definitieve beoordeling van evt. hergebruiksmogelijkheden van evt. af te voeren grond alsnog nodig. Indien het noodzakelijk is dat er grond afgevoerd moet worden van de locatie zal er een melding grondverzet gedaan moeten worden via het landelijk meldpunt: www.meldpuntbodemkwaliteit.nl. Opgemerkt wordt dat evt. afvoer van grond met de bodemkwaliteitsklasse “wonen”, “industrie” en “niet toepasbare grond” meer kosten met zich meebrengt dan de afvoer van schone grond “achtergrondwaarde”. Wanneer grond binnen het plangebied wordt ontgraven dient voorkomen te worden dat grond met een verschillende/afwijkende milieuhygiënische kwaliteit met elkaar wordt vermengd. Mocht grondwater onttrokken worden t.b.v. bemaling, dient bekeken te worden in hoeverre de grondwaterkwaliteit de lozingsnormen overschrijdt.

december ’23

24

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Mastenbroek perceel sectie A nr. 7567 (ged.) te Oosterwolde

Algemeen/opmerkingen/betrouwbaarheid/uitsluitingen Het onderhavige onderzoek heeft betrekking gehad op een deel van de locatie gelegen aan de Mastenbroek perceel sectie A nr. 7567 (ged.) te Oosterwolde (zie bijlage 2). Op basis van het onderhavige onderzoek kan alleen een uitspraak worden gedaan omtrent de bodemkwaliteit van het onderzochte terreindeel, zie bijlage 2. Op basis van het onderhavige onderzoek kan geen uitspraak worden gedaan: omtrent de bodemkwaliteit van niet onderzochte terreindelen, de milieuhygiënische bodemkwaliteit van bekende verdachte terreindelen buiten het plangebied, de milieuhygiënische bodemkwaliteit van niet bekende verdachte terreindelen, de bodemkwaliteit onder gebouwen en/of gesloten verharding, de milieuhygiënische bodemkwaliteit van niet verkende bodemlagen, de milieuhygiënische kwaliteit van het diepere grondwater etc. Daarnaast kan op basis van dit onderzoek geen uitspraak worden gedaan omtrent de eventuele aanwezigheid van asbest in de bodem/puin. Indien echter een formele uitspraak over het voorkomen van asbest in de bodem gewenst is dient een asbestonderzoek uit gevoerd te worden conform de NEN 5707+C2 of NEN 5897+C2. Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin.

In algemene zin wordt opgemerkt dat bij analyse van mengmonsters de gehalten in de individuele deelmonsters van een mengmonster zowel hoger als lager kunnen zijn dan de aangetoonde gehalten in het betreffende mengmonster. Er kan in gevallen waarbij sprake is van ruime overschrijdingen van de achtergrondwaarde, gemeten in een mengmonster, niet worden uitgesloten dat individuele deelmonsters gehalten boven de tussen- of interventiewaarde bevatten. T.a.v. historische (bodem) informatie van de locatie wordt opgemerkt dat de geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Voor het verkrijgen van historische informatie is Sigma Bouw & Milieu afhankelijk van deze bronnen, waardoor Sigma Bouw & Milieu niet kan instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie. Het kan voorkomen dat niet alle bronnen zijn geraadpleegd, doordat ze niet voorhanden waren. Hierdoor kan informatie ontbreken. Dit bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving en methoden. Een bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid echter uitgevoerd door het, conform de geldende richtlijnen, steekproefsgewijs bemonsteren van de bodem d.m.v.

een representatief geacht aantal monsters, waardoor het, op basis van de resultaten van een bodemonderzoek, onmogelijk is om garanties af te geven ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Een verkennend bodemonderzoek geeft nooit volledige zekerheid omtrent de toestand van de bodem ter plaatse van een locatie. Het onderzoek dient geïnterpreteerd worden als een inschatting van de verontreinigingssituatie op een bepaald moment. Het is echter op basis van dit onderzoek nooit uit te sluiten dat er lokaal afwijkingen in de bodem voorkomen. Het kan op basis van dit onderzoek niet uitgesloten worden dat zich op de locatie verontreiniging bevindt welke in dit onderzoek niet is aangetroffen/ontdekt. De resultaten van het onderzoek kunnen minder representatief worden naarmate de tijd verstrijkt. Eventuele toekomstige activiteiten, calamiteiten, sloopwerkzaamheden, bouwrijp maken en/of aanvoer van grond van elders, kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden. Tijdens werkzaamheden in de bodem dient men alert te blijven op waarneembare bijzonderheden, die kunnen duiden op eventuele verontreinigingen. Het onderzoek is gebaseerd op informatie van derden en het verrichten van een beperkt aantal boringen en analyses, conform de geldende richtlijnen. Hierdoor is het mogelijk dat niet alle informatie is verkregen, dan wel dat niet alle afwijkingen in de bodem zijn geconstateerd.

Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. aanvaardt derhalve op generlei wijze aansprakelijkheid voor de gevolgen/schade dan wel enige andere indirecte incidentele of gevolgschade welke voortvloeien uit beslissingen welke worden genomen op basis van de onderzoeksresultaten van het onderhavige onderzoek als in de praktijk blijkt dat de verontreinigingssituatie anders is dan in dit onderzoek vermeld.

december ’23

25

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Mastenbroek perceel sectie A nr. 7567 (ged.) te Oosterwolde

6

LITERTUURLIJST 1. Bodemonderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek volgens de Nederlandse norm, NEN 5740+A1 (NNI, april 2016). 2. Boringen zijn geplaatst volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2001 (vigerende versie). 3. Grondmonsters zijn genomen volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2001 (vigerende versie), grondwatermonsters zijn genomen volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2002 (vigerende versie). 4. De conservering van monsters in het veld is uitgevoerd volgens de eisen uit de SIKBprotocollen 2001 en 2002 (vigerende versie). 5. Regeling Bodemkwaliteit” (zie vigerende versies op www.wetten.overheid.nl of

www.rwsleefomgeving.nl) 6. Circulaire Bodemsanering (zie vigerende versies op www.wetten.overheid.nl of www.rwsleefomgeving.nl) 7. Classificatie van onverharde grondmonsters, NEN 5104, september 1989. 8. Geologische overzichtskaarten van Nederland, Rijks Geologische Dienst, 1995. 9. Grondwaterstromingsstelsels in Nederland, Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, 1989. 10. Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader bodemonderzoek, NEN 5725, (oktober 2017). 11. Bodem-Monsterneming van grondwater, NEN 5744, (NNI maart 2011). 12. NEN 5707+C2; Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond; uitgifte december 2017.

december ’23

26

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Mastenbroek perceel sectie A nr. 7567 (ged.) te Oosterwolde

7

COLOFON

opdrachtgever project omvang rapport datum projectleider

: : : : :

Auteur Ing. A.D.M. van Wuykhuyse

december ’23

BJZ.nu Mastenbroek perceel sectie A nr. 7567 (ged.) te Oosterwolde 27 blz. 09 maart 2023 ing. A.D.M. van Wuykhuyse

Paraaf

Gecontroleerd door H. Kroon

Paraaf

Datum

Status

08 maart 2023

definitief

27

BIJLAGE 1 TOPOGRAFISCH OVERZICHT IJij B ax F

Sigma Geo- & Milieutechniek Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 http://www.sigma-bm.nl email: info@sigma-bm.nl

BIJLAGE 1 TOPOGRAFISCH OVERZICHT (HISTORISCH) IJij B ax F

2000

1980

1950

1920

Sigma Geo- & Milieutechniek Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 http://www.sigma-bm.nl email: info@sigma-bm.nl

1900

1880

Sigma Geo- & Milieutechniek Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 http://www.sigma-bm.nl email: info@sigma-bm.nl

01

Pb 1

gras / cm t ov m aaiveld

0 1

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an

2

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, edelm an

0

50 -60

100 3 150 4 190

-190

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, edelm an

200

250

290

-290 t ype dat um boorm eest er

p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 1 6 -0 2 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r

02

gras / cm t ov m aaiveld

0 1

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an

2

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, grijs, edelm an

50

0

-50

100 3 150 4 200 t ype dat um boorm eest er

-200

g r on d b or in g 1 6 -0 2 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r

03

gras / cm t ov m aaiveld

0 1 50 t ype dat um boorm eest er

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an -50

g r on d b or in g 1 6 -0 2 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r

bodem profielen BIJLAGE 3 : BOORPROFIELEN onderzoek project code get ekend conform

M a st e n b r oe k , p e r ce e l se ct ie A 7 5 6 7 , Oost e r w old e 2 3 -M 1 0 6 9 7 N EN 5 1 0 4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Ooststellingwerf&id=66e34f7d-5bee-46bc-8afa-da8f276b2330