Bijlage 1 Visie op Inwonersparticipatie2023
Tekst van het document
Juni 2023
0
Inhoudsopgave 1. Waarom een Visie Inwonersparticipatie ...........................................................................1 1.1 Wat willen we er mee bereiken.....................................................................................................1 1.2 Wat staat er in deze Visie? ............................................................................................................1 2. Inwonersparticipatie; wat is het en wat doen we al? ......................................................2 2.1. Wat is inwonersparticipatie?........................................................................................................2 2.2. Waar gaat deze notitie niet over (maar is ook belangrijk)? .........................................................3 2.3 Wat doen we al aan inwonersparticipatie?...................................................................................3 2.4 Wat willen we verbeteren? ...........................................................................................................4 3. Doelen..................................................................................................................................5 3.1. Wat zijn onze doelen met inwonersparticipatie?.........................................................................5 3.2.
Vertrouwen: een randvoorwaarde voor inwonersparticipatie ....................................................6 3.3. Wat verandert er ten opzichte van de huidige situatie? ..............................................................6 4. De uitvoering van deze visie..............................................................................................7 4.1. We maken een bewuste keuze wel/geen participatie .................................................................7 4.2. Het verschilt per situatie wie over participatie beslist .................................................................7 4.3. Het bepalen van de aanpak ..........................................................................................................9 4.4. Communicatie over inwonersparticipatie ....................................................................................9 4.5. Organisatie en borging in de gemeentelijke organisatie............................................................10 5. Jeugdparticipatie ..............................................................................................................11 5.1.
Inleiding ......................................................................................................................................11 5.2 Doel Jeugdparticipatie.................................................................................................................11 5.3 Voorstel aanpak jeugdparticipatie ..............................................................................................11 5.3.1 Basisschoolleerlingen ...........................................................................................................12 5.3.2 Jongeren 12-21 jaar ..............................................................................................................13 5.3.3 Aanbeveling: Creëren politiek bewustzijn voor jongeren 16+..............................................14 6.
Participatie instrumenten en juridische borging........................................................16 6.1 Participatie instrumenten............................................................................................................16 6.2 Standaard participatie instrumenten ..........................................................................................16 6.3 Incidentele instrumenten ............................................................................................................16 6.4 Juridische borging inwonersparticipatie......................................................................................16
7.
Het kostenplaatje van inwonersparticipatie................................................................18 7.1 Standaard participatie instrumenten ..........................................................................................18 7.2 Adviseur inwonersparticipatie.....................................................................................................18 1
Bijlagen..................................................................................................................................19 Bijlage 1 Stroomschema en werkwijzen per situatie.........................................................................20 Bijlage 2. Inwonersparticipatie: Wat doen we al?.............................................................................23 Bijlage 3. Niveaus van participatie en inwonersprofielen .................................................................24 Bijlage 4. Verkenning mogelijkheden en wensen jeugdparticipatie (raadsmededeling, mei 2023)..25 Bijlage 5. Mening diverse partijen over inwonersparticipatie...........................................................35
2
1. Waarom een Visie Inwonersparticipatie 1.1 Wat willen we er mee bereiken De gemeente Ooststellingwerf is er voor de inwoners. Zij kiezen elke vier jaar de gemeenteraad. De gemeenteraad neemt veel beslissingen die inwoners direct raken. Van de nieuwe inrichting van een straat tot een toekomstvisie voor de gehele gemeente. Om voor al die gemeentelijke plannen de betrokkenheid en samenwerking met inwoners, ondernemers en organisaties (hierna: inwoners) goed te regelen, stelden we deze Visie Inwonersparticipatie op. Hierin staat hoe inwoners kunnen meedenken, meedoen of meebeslissen bij beleid en projecten van de gemeente die hen aangaan. •
•
Zodat we betere beslissingen nemen, rekening houdend met de behoeften, ideeën en wensen van de inwoners die te maken hebben met het betreffende onderwerp. Met andere woorden: zodat de kwaliteit van ons beleid en de uitvoering daarvan beter wordt. Zodat inwoners weten hoe ze mee kunnen doen en denken als de gemeente plannen maakt voor hun dorp of buurt. Of voor de hele gemeente.
Er komen bovendien wettelijke verplichtingen aan1 die gemeenten verplichten inwonersparticipatie goed en samenhangend te regelen en te communiceren richting inwoners.
1.2 Wat staat er in deze Visie? Deze Visie bestaat uit zeven hoofdstukken. • Hoofdstuk 2 geeft uitleg wat we onder inwonersparticipatie verstaan, wat we er al aan doen en wat beter kan. • Hoofdstuk 3 gaat over onze doelen met inwonersparticipatie, wat er gaat veranderen ten opzichte van nu en hoe we tussentijds evalueren. • Hoofdstuk 4 laat zien hoe we inwonersparticipatie gaan uitvoeren. Wie beslist of we wel of geen inwonersparticipatie toepassen, welke stappen zetten we bij participatie en hoe zorgen we dat iedereen die dat wil, mee kan doen. • Hoofdstuk 5 gaat specifiek in op jeugdparticipatie. • Hoofdstuk 6 gaat over onze participatie instrumenten en de juridische borging van inwonersparticipatie. • Hoofdstuk 7 gaat over het kostenplaatje.
1 Omgevingswet en wetsvoorstel Wet versterking participatie op decentraal niveau, wijziging van Gemeentewet 150 en
170; zie ook paragraaf 6.4.
1
2. Inwonersparticipatie; wat is het en wat doen we al? Onderstaand plaatje vat samen wat inwonersparticipatie is en wat het niet is. We lichten het plaatje verderop toe.
2.1. Wat is inwonersparticipatie? Onder inwonersparticipatie verstaan we het betrekken van inwoners bij de ontwikkeling, uitvoering en/of evaluatie van gemeentelijk beleid of specifieke projecten die hen aangaan. Als we het in deze visie hebben over ‘inwoners’, dan kunnen dit ook ondernemers, organisaties en/of anderen zijn waarvoor het betreffende beleid of het project van belang is. En het gaat om het betrekken van inwoners vóórdat de gemeente een plan maakt en/of een besluit neemt. Met inwonersparticipatie willen we de denkkracht, mening, kennis en ervaringen van inwoners benutten. Zo sluit het beleid beter aan op de leefwereld van de inwoners waar we het beleid voor maken of die belanghebbende zijn in een specifiek project. Denk aan het laten meepraten van inwoners over een plan om biodiversiteit te verbeteren, hoe we eenzaamheid voorkomen en bestrijden, het betrekken van omwonenden als we onderhoud aan de weg plegen of vragenlijsten toesturen aan inwoners over hoe zij onze dienstverlening ervaren en wat er beter kan. Het initiatief voor inwonersparticipatie ligt altijd bij de gemeente. De gemeente kan dit op verschillende niveaus doen: inwoners kunnen meedenken, meedoen of meebeslissen (zie bijlage 3).
2
2.2. Waar gaat deze notitie niet over (maar is ook belangrijk)? •
• •
•
• •
Inwonersinitiatieven van onderop. Inwoners of organisaties nemen regelmatig zélf het initiatief voor een activiteit of project. Zelfbeheer2 is ook een vorm van initiatief van onderop. Als initiatiefnemers hierbij de ondersteuning van de gemeente vragen noemen we dit overheidsparticipatie: de overheid participeert in initiatieven van inwoners, geeft deze ruimte en verbindt deze waar mogelijk met elkaar. Afhankelijk van wat de behoefte is kan dit bijvoorbeeld in de vorm van geld (bijvoorbeeld het Fonds), meedenken met initiatiefnemers rondom participatie bij een vergunningaanvraag of bestemmingsplanwijziging, het faciliteren van kennisuitwisseling, het zichtbaar maken van goede voorbeelden of ondersteuning door onze dorpencoördinatoren en de opbouwwerkers van Scala. Voor inwonersinitiatieven bestaat al beleid, namelijk: o Overheidsparticipatie staat centraal in de Notitie Participatie uit 20183. o De Omgevingsvisie van 2021, waarin een stappenplan staat voor inwonersinitiatieven in de fysieke leefomgeving4. De rol van adviesorganen, zoals de Adviesraad Sociaal Domein5 en de werkgroep Toegankelijkheid. Inspraak bij formele besluitvormingsprocedures. Bij inwonersparticipatie geven inwoners hun mening vóórdat de gemeente een concreet plan maakt. Bij inspraak krijgen inwoners de gelegenheid te reageren op een kant-en-klaar (beleids)plan, waarna de gemeenteraad een besluit neemt.
Agenderen. Inwoners kunnen een onderwerp agenderen. Dit kan op verschillende manieren. Bijvoorbeeld door in te spreken bij een raads- of commissievergadering, door een brief of mail te sturen of door op een andere manier contact te leggen met de gemeente. Ook tijdens bijeenkomsten en gesprekken kunnen inwoners onderwerpen agenderen. Communicatie. De gemeente informeert inwoners en laat zien wat ze doet of wat de gemeenteraad heeft besloten, maar inwoners hebben op dat moment geen inspraak (meer). Kennis maken met de democratie. We doen allerlei dingen om (voornamelijk) kinderen en jongeren op een educatieve en interactieve manier kennis te laten maken met de gemeentepolitiek, met het democratisch proces, argumenteren, samenwerken en debatteren.
2.3 Wat doen we al aan inwonersparticipatie? Inwonersparticipatie is niet nieuw binnen onze gemeente. Onderstaand plaatje geeft een impressie van wat we al doen. Uitgebreidere informatie staat in bijlage 2 (wat doen we al aan inwonersparticipatie) en in bijlage 4 (verkenning mogelijkheden en wensen jeugdparticipatie).
2 Dit gaat over het in eigen beheer nemen van voorzieningen door inwoners. 3 Participatie in Ooststellingwerf: samen aan de slag!, vastgesteld door de gemeenteraad op 17 april 2018. 4 Omgevingsvisie, vastgesteld door de gemeenteraad op 23 november 2021. 5 De rol van adviesorganen is vastgelegd in de Verordening Adviesraad Sociaal Domein gemeente Ooststellingwerf 2015.
3
2.4 Wat willen we verbeteren? In het plaatje hierboven is te zien dat we al veel doen aan inwonersparticipatie. Maar we zien kansen om de huidige praktijk van inwonersparticipatie te verbeteren. Bewuster kiezen wel of geen participatie. We maken niet altijd een bewuste keuze over het wel of niet inzetten van inwonersparticipatie. Soms wordt inwonersparticipatie ingezet zonder van te voren na te denken welke vraag we precies voor willen leggen, of de vorm van participatie wel past bij de inwoners die we willen bevragen en hoe we de uitkomsten gaan gebruiken. Dan is inwonersparticipatie meer een ‘vinkje’ dat afgekruist moet worden. Dat willen we niet. Ook komt het voor dat we inwonersparticipatie achterwege laten terwijl een onderwerp zich er wel voor leende. We willen bij ieder onderwerp bewust afwegen of het zich leent voor inwonersparticipatie en de participatie bewust vormgeven. Bereiken van een diverse doelgroep, inclusief jongeren. Onze participatie moet inclusief zijn. Dat betekent dat we met taalgebruik, werkvormen en communicatiemiddelen zo goed mogelijk aansluiten op de wensen en mogelijkheden van de doelgroep. We willen ook inwoners bereiken die kwetsbaar zijn of die hun mening niet snel laten horen. We hebben het idee dat we nog meer kunnen doen om die inwoners te bereiken. Ook willen we meer jeugdigen bereiken en laten meedenken bij beleid.
Verder moeten we er op letten dat de gebouwen waar we bijeenkomsten organiseren voor iedereen goed toegankelijk zijn. Het managen van de verwachtingen van inwoners. Het is voor inwoners nu niet altijd duidelijk wat de gemeente doet met de inzichten van inwoners en waarom bepaalde input wel of niet wordt gebruikt. Dit willen we verbeteren. Minder ad hoc, meer structureel. De huidige participatietrajecten zijn vaak ad hoc en stoppen na het meedenken van inwoners. We willen meer structurele en duurzame inwonersparticipatietrajecten. Duidelijkheid voor inwoners. Bij plannen van de gemeente moet het voor iedereen vanaf het begin duidelijk zijn of, wanneer, waarover en hoe ze kunnen meedenken, meedoen of meebeslissen. Op
4
dit moment weten inwoners niet altijd of en zo ja, hoe zij invloed kunnen uitoefenen op het beleid van de gemeente. We willen deze mogelijkheden beter communiceren. Coördinatie. Intern is niet altijd bekend welke inwonersparticipatietrajecten lopen. Door betere interne afstemming hopen we meer structuur aan te brengen en te voorkomen dat inwoners ‘participatiemoe’ worden door de veelheid aan enquêtes en vragenlijsten.
3. Doelen 3.1. Wat zijn onze doelen met inwonersparticipatie? Het resultaat van inwonersparticipatie is dat beleid en de uitvoering daarvan zijn verrijkt door de inzichten en kennis van een diversiteit aan inwoners, waardoor het beleid meer aansluit op de leefwereld van onze inwoners. In het plaatje hieronder formuleren we ons hoofddoel, drie subdoelen en diverse evaluatiepunten.
5
3.2. Vertrouwen: een randvoorwaarde voor inwonersparticipatie Bekendheid met en vertrouwen in de gemeente is een belangrijke randvoorwaarde voor inwonersparticipatie. Immers; waarom zou je meedenken met de gemeente als je als het gevoel hebt dat instanties jou in de steek laten, als je geen idee hebt wat ze doen, wat de link is met jouw dagelijks leven en als je nooit iemand tegen komt van de gemeente in jouw eigen dorp, vereniging of werk? Als de gemeente voor de inwoner ver weg voelt en mensen geen vertrouwen hebben, staat dat succesvolle inwonersparticipatie in de weg. Andersom geldt ook. Als inwoners merken dat de gemeente naar hen luistert, kan dit bijdragen aan een groei van vertrouwen. We beseffen dat dit laatste niet geldt voor inwoners die volledig wantrouwend zijn richting de overheid en instanties. Zij zullen niet participeren als de gemeente iets vraagt, ook niet als zij daar uitgebreid de kans voor krijgen. Voor deze inwoners is er meer nodig dan een goed opgezet en uitgevoerd inwonersparticipatiebeleid. Hoewel vertrouwen in de gemeente dus een randvoorwaarde is voor succesvolle inwonersparticipatie, vraagt een groei van vertrouwen veel méér dan inwonersparticipatie. We moeten doorlopend investeren verbetering van ons werk, in pro-actief contact leggen en verbinding zoeken met inwoners.
Ook zonder concrete aanleiding van een nieuw op te stellen beleidsstuk of een op handen zijnde wegomlegging. Dit valt buiten de reikwijdte van deze notitie, maar vraagt wel onze aandacht.
3.3. Wat verandert er ten opzichte van de huidige situatie?
6
4. De uitvoering van deze visie De uitvoering van inwonersparticipatie gaat via vijf pijlers. 1. 2. 3. 4.
We maken per vraagstuk een bewuste keuze of we een participatietraject starten of niet. Het verschilt per situatie wie beslist over wel of geen participatietraject en hoe. We kijken per vraagstuk hoe we inwonersparticipatie aanpakken. We communiceren actief en duidelijk over inwonersparticipatie (en de resultaten daarvan) naar alle betrokkenen. 5. We organiseren en borgen inwonersparticipatie in de gemeentelijke organisatie.
4.1. We maken een bewuste keuze wel/geen participatie We bekijken per vraagstuk of we een inwonersparticipatietraject gaan opzetten. Lang niet alle onderwerpen zijn geschikt voor inwonersparticipatie. Het is belangrijk dat het onderwerp inwoners aan moet spreken, duidelijk moet zijn waarom het hen direct aangaat en er voldoende ruimte is voor participatie. Het moet voor inwoners duidelijk zijn welke invloed ze wel of niet hebben. Dit om verwachtingen te managen, om teleurstelling te voorkomen en het vertrouwen in de overheid niet te beschadigen. Onderwerpen die minder geschikt zijn voor inwonersparticipatie zijn bijvoorbeeld technische onderwerpen zoals het aanpassen van een indexatie, een besluit over een mandaat of het wijzigen van een gemeenschappelijke regeling. Het opstellen van nieuw inhoudelijk beleid (denk aan een detailhandelsvisie, woonzorgvisie, maatregelen voor het voorkomen van schulden) is juist zeer geschikt voor inwonersparticipatie. De keuze wel of geen participatie maken we door standaard een aantal vragen te beantwoorden, namelijk: 1. Zijn de basisvoorwaarden aanwezig? a) Is het beleidsvoornemen niet te urgent (kunnen de uitkomsten van participatie worden afgewacht)? Uitgangspunt is dat we tijd maken voor inwonersparticipatie, maar soms is dat vanwege de noodzaak van snelle besluitvorming niet mogelijk.
b) Kent het beleidsvoornemen een maatschappelijk belang? c) Weegt het belang van inwonersparticipatie op tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving. 2. Leent het vraagstuk zich voor inwonersparticipatie? a) Is er voldoende beleidsruimte voor de inwoner om invloed uit te oefenen? b) Is het onderwerp van direct belang voor inwoners? c) Is het onderwerp begrijpelijk voor inwoners?
4.2. Het verschilt per situatie wie over participatie beslist Het verschilt per situatie wie ‘aan de voorkant’ beslist of we wel of geen participatie toepassen en zo ja, hoe. Om keuzes te maken over inwonersparticipatie en de rol van inwoners (meepraten, meedoen, meebeslissen) werken we met een stroomschema (bijlage 1).
7
Bij complexe onderwerpen en uitgebreide participatieprocessen: de raad beslist Bij onderwerpen waar veel verschillende belangen spelen, die gevoelig liggen en/of die een uitgebreid participatieproces vragen legt het college vooraf een participatieplan ter besluitvorming voor aan de gemeenteraad. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij het opstellen van nieuw duurzaamheidsbeleid, een woonzorgvisie, accommodatiebeleid of een omgevingsvisie. In het plan motiveert het college waarom het onderwerp zich leent voor participatie, wat de participatievraag is aan inwoners, de te bereiken doelgroep(en), de rol die inwoners krijgen (meedenken, meedoen of meebeslissen), de in te zetten participatie-methode(n), de eventuele kosten, de rol van de raad en wat er met de inbreng van inwoners gebeurt. Door de impact van dergelijke participatieprocessen is het belangrijk dat de gemeenteraad vooraf beslist wat de speelruimte is van inwoners (kaders) en wat de gemeenteraad met de uitkomsten gaat doen (verwachtingenmanagement). De uitvoering van de participatie is vervolgens in handen van de gemeentelijke organisatie. Bij inzet van een Burgerberaad: de raad beslist In de Samenwerkingsagenda is voorgesteld om te experimenteren met een Burgerberaad6. Alleen de gemeenteraad kan beslissen om zo’n Burgerberaad te organiseren.
Na vaststelling van deze Visie zal het college hierover een apart raadsvoorstel uitwerken, inclusief suggesties voor actuele onderwerpen die zich hiervoor lenen. Bij overige onderwerpen: het college informeert de gemeenteraad Voor eenvoudiger onderwerpen en participatieprocessen besluit de portefeuillehouder en/of het college of we inwonersparticipatie toepassen en op welke manier. Het kan bijvoorbeeld gaan om het evalueren van een project of het voorbereiden van beleid. We willen in elke situatie bewust met inwonersparticipatie omgaan en de uitkomsten ervan transparant maken. Daarom nemen we standaard in elk college-advies en in elk raadsvoorstel een apart kopje ‘inwonersparticipatie’ op. Onder dit kopje vertellen we wat we gaan doen aan participatie of welke participatie is toegepast en wat de resultaten hiervan waren. Zo is het transparant hoe de inbreng vanuit de samenleving is verwerkt in een voorstel. De gemeenteraad kan zo ook altijd controleren of er voldoende aandacht is (geweest) voor inwonersparticipatie. Participatie op initiatief van de gemeenteraad De gemeenteraad kan altijd op eigen initiatief besluiten dat ze inwonersparticipatie wil toepassen op een bepaald onderwerp.
6 Bij een burgerberaad vraagt de gemeenteraad de hulp van een groep gelote inwoners bij een complex
maatschappelijk vraagstuk. De gemeenteraad belooft daarbij vooraf wat zij met de adviezen van inwoners gaat doen. Ook stelt de gemeenteraad tijd en geld beschikbaar voor de uitvoering (organisatie, vergoedingen aan deelnemers, kinderopvang), zodat iedereen mee kan doen. Ook is er geld nodig voor onafhankelijke begeleiding zodat lobby en politiek het proces niet beïnvloeden. De gemeenteraad kan de uitkomsten van een burgerberaad niet zomaar naast zich neer leggen. Daarom is het belangrijk dat de raad vooraf een bewuste keuze maakt om dit te doen, een heldere vraagt stelt en dat het kader waarbinnen inwoners met adviezen mogen komen klip en klaar zijn. Meer uitleg over wat een burgerberaad is: zie https://www.youtube.com/watch?v=uwlT-3UwLos
8
4.3. Het bepalen van de aanpak Na een besluit om inwonersparticipatie toe te passen kijken we per vraagstuk hoe we het gaan aanpakken. Daarbij inventariseren we: 3. Wat de participatievraag is aan inwoners (wat is het onderwerp, wat is het doel van participatie)? 4. Welke actoren kunnen participeren (welke inwoners gaat het aan, wat is hun belang, willen we zoveel mogelijk inwoners bereiken of een specifieke doelgroep of sleutelfiguren)? 5. Welke rol geven we inwoners (meedenken, meepraten, meedoen of meebeslissen). In de meeste gevallen is het meedenken en meepraten. Als het voorstel is om inwoners mee te laten beslissen, kan dit alleen als dit vooraf is besloten door het beslissende bestuursorgaan (burgemeester, college van B&W of gemeenteraad). In dit geval moet het bestuursorgaan immers bereid zijn de uitkomst te volgen. 6. Welke methode(n) gaan we inzetten. Dit hangt af van de participatievraag en de inwoners die we willen laten participeren. We hebben de beschikking over tal van structurele en incidentele instrumenten. De nummering van bovenstaande vragen sluit aan bij de vragen in eerder genoemd stroomschema dat we als hulpmiddel gebruiken (bijlage 1). De rol van individuele raadsleden bij participatietrajecten kan verschillen.
In aansluiting op de eerder aangegeven voorkeur van de raad7 nodigen we individuele raadsleden vrijblijvend uit om aanwezig te zijn bij participatietrajecten (mits de gekozen participatiemethode dit toestaat). Zij kunnen dan zelf de afweging maken om wel of niet aanwezig te zijn.
4.4. Communicatie over inwonersparticipatie We communiceren actief en duidelijk over inwonersparticipatie en de resultaten daarvan naar alle betrokkenen. Inwoners weten hoe zij invloed kunnen uitoefenen op het beleid van de gemeente doordat we de mogelijkheden doorlopend actief bekend maken. Bij lopende inwonersparticipatie is het voor deelnemers vooraf duidelijk waar ze aan toe zijn, wat hun invloed en zeggenschap is en hoe wij de resultaten terugkoppelen. We staan voor: • open en eerlijke communicatie • duidelijkheid over de onderwerpen waar de participatie over gaat, en ook waar die niet over gaat • begrijpelijke taal, afgestemd op de betrokkenen • uitlegbare keuzes • inclusie (iedereen die wil, moet het kunnen volgen en kunnen aansluiten). Pagina Meedenken en (sociale) media. We versterken de pagina Meedenken op de gemeentewebsite. We vermelden hier op welke manieren inwoners kunnen participeren en hoe en wanneer de terugkoppeling naar inwoners plaatsvindt. Op deze pagina moeten inwoners ook de resultaten van afgeronde participatietrajecten makkelijk terug kunnen vinden. Verder nodigen we inwoners persoonlijk uit als zij kunnen meedoen aan een participatietraject waarvan we inschatten dat die voor hen van belang is. Om specifiek jongeren te bereiken zetten we onder andere sociale media in (ook via de kanalen van het jongerenwerk en andere organisaties die veel met jongeren
7 Themabijeenkomst inwonersparticipatie december 2022, enquête onder raadsleden in december 2022 en bespreking
Startnotitie inwonersparticipatie in de commissie van maart 2023.
9
werken). Verder blijven we continu onderzoeken waar we inwoners en specifieke doelgroepen het best kunnen bereiken. Communicatie afgestemd op de doelgroep. De gemeente stemt de vorm van communicatie af op de voorkeur en mogelijkheden van de betreffende groep inwoners. Dat gebeurt op een manier die toegankelijk is voor alle inwoners, zoals infographics en korte video’s in plaats van lange rapporten en het gebruik van B1 Nederlands in plaats van ambtelijk jargon. Verbinding met bestaande organisaties en spelers. We zorgen dat we actief verbinding leggen met mensen en organisaties die contact hebben met diverse groepen inwoners. Denk aan plaatselijke belangen, verenigingen, zorg- en welzijnsorganisaties, huisartsen en jongerenwerkers. Zij kunnen inschatten hoe wij hun ‘achterban’ het beste kunnen bereiken. Ook kunnen ze de relevantie van een vraagstuk voor hun doelgroep inschatten. Daarmee is verbinding tussen gemeente en deze mensen onmisbaar voor een compleet inwonersparticipatiebeleid. Daarnaast kunnen deze organisaties en spelers ons informatie geven over wat er speelt in hun ‘achterban’. Zij hebben een belangrijke signaleringsfunctie, die kan leiden tot agendavorming.
4.5. Organisatie en borging in de gemeentelijke organisatie We organiseren en borgen inwonersparticipatie in de gemeentelijke organisatie. Dit doen we op verschillende manieren. Adviseur inwonersparticipatie8. We stellen een adviseur inwonersparticipatie aan. Deze persoon is aanjager van het inwonersparticipatiebeleid, zorgt ervoor dat dit onder de aandacht blijft, helpt bij het vormgeven en uitvoeren van participatietrajecten, coördineert en evalueert. Werkwijze. We spreken een vast stappenplan af dat we doorlopen bij inwonersparticipatie (stroomschema, bijlage 1). Hieraan gekoppeld werken we met een vaste werkwijze per situatie. Evalueren en leren. We evalueren en leren van afgeronde participatietrajecten om zo toekomstige trajecten te verbeteren. Als organisatie leren we onder andere door trainingen en workshops, naar elkaar terug te koppelen waar we mee bezig zijn, successen te delen en participatietrajecten te evalueren. Dit doorlopend organiseren is onderdeel van het takenpakket van de adviseur inwonersparticipatie. Pool van medewerkers. We werken met een ‘pool’ van medewerkers die kunnen ondersteunen bij het uitvoeren van inwonersparticipatie.
Dit zijn medewerkers die er plezier uit halen met inwoners in contact te zijn, enige ervaring hebben met inwonersparticipatie en/of specifieke vaardigheden hebben (zoals interview-vaardigheden, vragenlijsten formuleren, organisatie-skills). Zij ondersteunen desgevraagd collega’s die met participatie aan de slag gaan en zijn daarmee interne ambassadeurs van inwonersparticipatie. Op die manier zorgen we dat inwonersparticipatie niet afhankelijk is van één persoon en leert de gemeentelijke organisatie ‘on the job’. Het gaat om bestaande medewerkers die dit incidenteel ‘erbij doen’. Hiervoor is geen extra formatie nodig.
8 Zie paragraaf 7.2.
10
5. Jeugdparticipatie 5.1. Inleiding In deze paragraaf gaan we specifiek in op het meedenken, meedoen en meebeslissen door jeugdigen in onze gemeente. We vinden het –net als bij volwassen inwoners- erg belangrijk dat de jeugd in onze gemeente zich betrokken voelt bij de samenleving. Ook vinden we het belangrijk dat beleid dat we voor kinderen en jongeren maken aansluit op hun belevingswereld. We willen dat zij de ruimte krijgen mee te praten over onderwerpen die hen nu of later direct raken. De input en frisse blik die jeugdigen op onderwerpen hebben is onmisbaar om de goede dingen te doen. Door hun leeftijd en belevingswereld vraagt participatie van kinderen en jongeren een specifieke aanpak en communicatiestijl.9 Overigens zijn er bínnen de groep jongeren natuurlijk ook weer veel verschillende groepen/profielen. Dus één ‘recept’ om jeugdigen te betrekken is er niet. In zowel de samenwerkingsagenda als het college-akkoord wordt het belang van jongerenparticipatie benadrukt. Mede op basis van de wensen in de samenwerkingsagenda onderzochten we op welke manieren we jeugdigen kunnen betrekken. De wens was om hierbij specifiek te verkennen welke kansen een jongerenraad en/of een kinderburgemeester bieden. In bijlage 4 (verkenning jeugdparticipatie) vatten we de resultaten hiervan samen.
We stuurden deze verkenning eerder ter informatie naar de raad en de inhoud ervan herhalen we hier niet. Op basis van bovengenoemde verkenning én voortbordurend op wat we al doen aan jeugdparticipatie (zie bijlage 4) gaan we in dit hoofdstuk specifiek in op onze (vernieuwde) aanpak van jeugdparticipatie.
5.2 Doel Jeugdparticipatie Het doel van jeugdparticipatie is het betrekken van kinderen en jongeren (hierna: jeugdigen) bij beleid van de gemeente dat hen aangaat zodat de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van dat beleid aansluit bij de belevingswereld en behoefte van jeugdigen. Deze notitie gaat niet over hoe we jeugdigen kennis laten maken met de gemeente en het democratisch proces. Dit is uiteraard minstens zo belangrijk, maar is een wezenlijk ander doel. De griffie, raadsleden en de scholen in onze gemeente werken samen om hier invulling aan te geven10.
5.3 Voorstel aanpak jeugdparticipatie Geen enkele jeugdige is hetzelfde. We willen een diversiteit aan jeugdigen bereiken. Een vragenlijst is een mooi instrument om jongeren te laten participeren die bijvoorbeeld niet snel in een groep iets zouden zeggen, maar jongeren die prikkels nodig hebben om ergens aan mee te doen participeren dan niet snel. Daarentegen is een discussiegroep, jeugd/kinderraad of een debat bijvoorbeeld een manier voor meer mondige jongeren, terwijl verlegen jongeren zich hier wellicht beperkt voelen om hun idee of mening te laten horen. Anderen gaan liever aan de slag en willen iets doen; zij raken gedemotiveerd als er alleen wordt gepraat en nagedacht over een vraagstuk. Daarbij: het hangt ook van een onderwerp en het doel van de participatie af welk instrument het meest geschikt is. Op basis van bovenstaande en onze doelen met inwonersparticipatie gaan we jeugdparticipatie per leeftijdsgroep vorm geven. Het gaat dan om basisschoolleerlingen vanaf groep 7/8 en jongeren van 12 tot en met 21 jaar.
9 Overigens vraagt elk ‘type’ inwoner een aanpak die aansluit bij de wensen, voorkeuren en mogelijkheden
van de betreffende groep. Zie bijlage 3. 10 Zie bijlage 4 Verkenning jeugdparticipatie.
11
5.3.1 Basisschoolleerlingen Voor leerlingen van de basisscholen geven we inwonersparticipatie op drie manieren vorm. 1. Gemeenteraad voor 1 dag (bestaand) Voor leerlingen in groep 7 en 8 van de basisschool startten we drie jaar geleden met het jaarlijks organiseren van een gemeenteraad voor 1 dag. We zetten dit voort. Daarbij blijven we vanuit de wensen en ideeën van kinderen naar concrete oplossingen/activiteiten zoeken, die we daarna ook uitvoeren. We geven voortaan vooraf heldere (financiële) kaders mee als handvat en om te voorkomen dat kinderen teleurgesteld zijn als iets niet haalbaar is omdat er geen middelen voor zijn. 2. ‘Pop up’ kinderadviesraad (nieuw) In onze Verkenning Jeugdparticipatie (bijlage 4) keken we of en hoe een kinderraad een geschikt aanvullend instrument is om van kinderen advies te krijgen en ideeën aan te dragen. We kiezen voor kinderadviesraad in een ‘pop up’-vorm. Dit betekent dat we een groep kinderen bij elkaar halen als we een onderwerp aan ze voor willen leggen. Afhankelijk van het onderwerp kijken we welke kinderen we vragen om ons advies te geven. De begeleiding van de sessies huren we in omdat het omgaan met kinderen specifieke vaardigheden vraagt.
De voordelen zijn: • We willen een diversiteit van kinderen betrekken (niet steeds dezelfde); • We willen specifiek de kinderen betrekken die te maken hebben of krijgen met het betreffende onderwerp; • Vergaderen spreekt kinderen minder aan. Door deze ‘pop up’ vorm kunnen we per keer kijken of en hoe we er een leuke activiteit aan kunnen koppelen en welke werkvorm we kiezen; • Het is relatief makkelijk te organiseren. Dit is een voordeel ten opzichte van het werken met een structurele kinderraad. We horen van veel gemeenten dat zo’n kinderraad veel vraagt van zowel de scholen als van ons als gemeente (begeleiding, doorlopende werving en gemotiveerd houden van deelnemende kinderen, follow-up). 3. Kinderburgemeester (nieuw) In onze Verkenning Jeugdparticipatie (bijlage 4) keken we ook of en hoe een kinderburgemeester een rol zou kunnen spelen in onze gemeente. We stellen voor dat we gaan werken met een kinderburgemeester met een ceremoniële rol. Zo kan de kinderburgemeester samen met de burgemeester of wethouders naar bepaalde gebeurtenissen (denk aan Sinterklaasintocht, viering 4/5 mei). Deze nemen we op in een samen met de kinderburgemeester op te stellen jaarprogramma. Daarnaast staat het de kinderburgemeester natuurlijk vrij om gedurende het jaar dingen aan te kaarten bij het college van B&W of de gemeenteraad.
Aan het einde van het eerste jaar evalueren we de rol van de kinderburgemeester. Mocht daartoe aanleiding zijn, dan kunnen we die rol aanpassen of uitbreiden. Voor de exacte invulling van de verkiezingsprocedure, de begeleiding, het jaarprogramma en de ambtstermijn van de kinderburgemeester vragen we advies van het Nederlands Genootschap van Kinderburgemeesters. Zo vinden we niet zelf het wiel uit. De voordelen zijn: • Via de kinderburgemeester maken we kinderparticipatie zichtbaar en tastbaar. • Het starten met een ceremoniële rol geeft gelegenheid ervaring op te doen en later de rol eventueel aan te passen of uit te breiden. • De kinderburgemeester kan voor kinderen een punt zijn waar ze onderwerpen kunnen aankaarten en/of melden. Dat kan aanleiding zijn om over een dergelijk onderwerp een ‘pop up’ kinderadviesraad te organiseren.
12
5.3.2 Jongeren 12-21 jaar Uit onze verkenning (zie bijlage 4) blijkt dat jongeren een mix van digitale en fysieke participatiemethoden geschikt vinden. Jongeren staan open voor fysieke bijeenkomsten als we dit combineren met samen iets doen en/of eten. En uiteraard moet het onderwerp hen aanspreken. Jongeren willen meedenken over onderwerpen die zo concreet mogelijk zijn en die zij op dat moment voor zichzelf relevant vinden. Ook willen sommigen zelf onderwerpen aankaarten. Er is ook een groep die aangeeft niet mee te willen denken. Daarom gaan we op twee manieren werken met de groep jongeren in de middelbare schoolleeftijd. 1. Digitaal jongerenpanel (nieuw) Op dit moment werken we met quests and chats (losse vragenlijsten en daarna verdieping via chats)11. Op dit moment vullen per quests and chat-sessie gemiddeld 140 jongeren in de leeftijd van 12 tot 23 jaar de vragenlijsten in. Dit betreft zowel leerlingen van het vmbo als leerlingen van havo, vwo en mbo-klassen. We werven deze jongeren per keer via de scholen en het jongerenwerk. Deze kanalen gaan we gebruiken om de quests and chats om te bouwen naar een structureel digitaal jongerenpanel. Jongeren kunnen zich aanmelden voor het panel en krijgen vervolgens af en toe een korte vragenlijst over een voor hen relevant onderwerp waar de gemeente mee bezig is.
Per keer kunnen de jongeren beslissen of ze aan de vragenlijst meedoen of niet. Ook jongeren die niet in het panel deelnemen, kunnen incidenteel meedoen (via een open link). Zij worden dan uitgenodigd om zich aan te sluiten bij het panel. Zo kan de database groeien. Dit werkt bij het ‘volwassenenpanel’ ook goed (groei van 1000 naar 1700 deelnemers in anderhalf jaar). In het verleden merkten we dat abstracte onderwerpen als ‘gezondheid’ of ‘leefbaarheid’ vaak te abstract zijn voor jongeren, waardoor zij het lastig vinden hun mening er over te geven. Daarom gaan we jongerenwerkers en jongeren zelf vragen om ons te helpen bij de vertaling naar concrete vragen die aansluiten bij de leefwereld van jongeren. Jongeren kunnen overigens via het panel zelf ook onderwerpen aandragen waar zij het over willen hebben. De voordelen zijn: • • • • • •
Door de keuze om vanuit de breedte met een database te werken, en daarmee zo veel mogelijk en een zo breed mogelijke groep jongeren aan te spreken, is er geen sprake van een beperkte groep die steeds meedoet, zoals bijvoorbeeld bij een vaste jongerenraad. We kunnen via een panel makkelijker werken met een ‘beloning’ voor deelname. Denk bijvoorbeeld aan het verzamelen van punten voor deelname, die ze na een bepaald aantal keren kunnen inruilen voor een cadeaubon. We kunnen via het digitale panel makkelijker een korte vraag stellen of een ‘poll’ houden om snel meningen te peilen. Binnen het panel is er ook ruimte voor ongevraagd advies door jongeren. Via de database kunnen we jongeren wijzen op activiteiten en bijeenkomsten voor jongeren, eventueel zelfs per dorp. Zowel het jongerenwerk als lokale verenigingen/organisatoren van activiteiten kunnen hier gebruik van maken. De terugkoppeling naar jongeren over wat we met hun inbreng doen is makkelijker dan nu (waarin we met losse vragenlijsten werken zonder contactgegevens). We kunnen via het panel elke deelnemende jongere persoonlijk informeren over de opbrengst en wat we er als gemeente mee doen. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van een infographic of een filmpje.
11 In bijlage 4 lichten we alle huidige vormen van jeugdparticipatie toe.
13
2. ‘Pop up’ jongerenadviesraad (nieuw) In een vragenlijst kunnen we meningen en ervaringen peilen, maar is er weinig ruimte voor verdieping. Op dit moment hebben we hiervoor de chatsessies ná de quests (vragenlijsten)12. Jongeren kunnen na het invullen van de vragenlijst aangeven of ze willen deelnemen aan een chatsessie. Aan de huidige chats doen doorgaans 6 jongeren mee. Dat is op zichzelf genoeg, maar het chatten biedt onvoldoende mogelijkheden om door te vragen. Terwijl we in die sessies juist de verdieping opzoeken en oplossingen of ideeën willen verkennen. We gaan daarom niet meer werken met chats, maar een ‘pop up’ jongerenraad. Dit zijn fysieke bijeenkomsten waar jongeren bij elkaar komen om samen te eten, een activiteit te doen en het over een onderwerp of thema te hebben. Dit kan een vervolg zijn op een uitvraag onder het jongerenpanel, maar het kan ook een op zichzelf staand moment zijn. We vragen het jongerenwerk om deze momenten te organiseren. Hierbij zullen onderwerpen/thema’s aan bod komen die voor zowel jongeren als de gemeente waardevol zijn. De organisatie van deze momenten ligt bij het jongerenwerk met op de achtergrond inhoudelijke inbreng van de gemeente. Via het jongerenpanel, de scholen en het jongerenwerk kunnen we per keer jongeren uitnodigen om hieraan deel te nemen. Dit zullen dus niet standaard elke keer dezelfde jongeren zijn.
De voordelen hiervan zijn: • • •
• • • • •
De combinatie van een activiteit, eten en overleg over een onderwerp dat hen direct aangaat maakt deelname voor jongeren laagdrempeliger en leuker. We bereiken een meer diverse groep jongeren dan via een ‘vaste’ jongerenraad. De kans dat we jongeren te spreken krijgen die zelf betrokken zijn / ervaring hebben / warm lopen voor een bepaald onderwerp is op deze manier groter dan als we een vaste groep jongeren vragen om mee te denken over onderwerpen die voor hen soms helemaal niet spelen (waardoor het voor hen lastig en niet interessant is om daarover een mening te geven). Denk aan het vraagstuk hoe we schulden bij jongeren voorkomen. Het jongerenwerk kan per thema gericht jongeren vragen of zij hierover incidenteel mee willen denken. De ‘opbrengst’ deelt het jongerenwerk met de gemeente. En wij koppelen daarna via het jongerenwerk terug wat we hiermee doen. De jongerenwerkers kennen veel (kwetsbare) jongeren en zijn er goed in om vertrouwen op te bouwen met jongeren. Het is belangrijk om écht contact te maken alvorens je gevoelige onderwerpen bespreekt. Jongerenwerkers hebben gespreksvaardigheden om ook jongeren die minder makkelijk praten een stem te geven. Jongerenwerkers hebben een kort lijntje met de gemeente, waardoor we makkelijk over en weer kunnen schakelen over onderwerpen, vraagstelling en terugkoppeling wat de gemeente doet met de inbreng van de jongeren.
Het jongerenwerk is creatief in het vinden van plekken en momenten die jongeren uit komen, zodat ook jongeren die in een van de kleinere dorpen wonen mee kunnen doen.
We laten de huidige werkwijze met de quests and chats dus los. 5.3.3 Aanbeveling: Creëren politiek bewustzijn voor jongeren 16+ Door middel van de hierboven genoemde activiteiten werken we aan betrokkenheid van kinderen en jongeren tot ongeveer 21 jaar bij de ontwikkeling en uitvoering van beleid. Hoewel het stimuleren van politiek bewustzijn en kennismaking met de democratie buiten de scope van deze notitie vallen, doen we graag de aanbeveling aan de raad om specifieke acties op te 12 Zie bijlage 4 voor een uitleg over de quests and chats.
14
zetten, gericht op het politiek bewustzijn van jongeren 16+ die op het MBO zitten of al aan het werk zijn. Vanaf de leeftijd van 18 hebben zij stemrecht en kunnen zij zich verkiesbaar stellen. Samen met jongeren, de griffie en met (een vertegenwoordiging van) de gemeenteraad kan een programma worden ontwikkeld om de betrokkenheid van de jongeren uit bovenstaande activiteiten (jongerenpanel, bijeenkomsten) vast te houden. Doel is dan om jongeren te laten kennismaken met politieke besluitvormingsprocessen en hoe je daarop invloed kunt hebben, hen te helpen een eigen visie op “goed samenleven” te ontwikkelen en hen wegwijs te maken in de wereld van de lokale politiek. Dit zou dan ruim voor de volgende gemeenteraadsverkiezingen in gang moeten worden gezet. Met de juiste faciliteiten zouden de griffie, de raad en de jongeren samen kunnen verkennen hoe zo’n programma er uit kan zien.
15
6. Participatie instrumenten en juridische borging 6.1 Participatie instrumenten Bij de keuze welk(e) instrument(en) we inzetten bij inwonersparticipatie geldt altijd ‘vorm volgt functie’. Het is maatwerk. We zorgen in alle gevallen dat het instrument past bij: (a) de vraag en de rol die inwoners krijgen (bijlage 3, participatieladder). (b) de doelgroep (bijlage 3, inwonerprofielen). (c) de beschikbare tijd en het beschikbare budget.
6.2 Standaard participatie instrumenten In onze gereedschapskist zitten ‘standaard’ instrumenten en ‘incidenteel’ in te zetten instrumenten. Standaard instrumenten staan steeds tot onze beschikking. Hiervoor reserveren we jaarlijks budget. Denk aan de burgerpeiling, het bestaande inwonerspanel (volwassenen), de gemeenteraad voor 1 dag (kinderen) en straks ook het digitale jongerenpanel en de ‘pop up’ kinderadviesraad en de ‘pop up’ jongerenadviesraad. De huidige quests and chats komen te vervallen.
6.3 Incidentele instrumenten Soms zijn de standaard instrumenten niet voldoende en/of niet geschikt voor het vraagstuk of de doelgroep die we willen bereiken. Dan hebben we de keuze uit allerlei incidenteel in te zetten instrumenten. Denk aan bijeenkomsten of het organiseren van een panel gesprek. Hiervoor reserveren we niet standaard een budget. Als we incidentele participatie instrumenten inzetten, bekostigen we dit uit het budget dat er is voor het betreffende beleid (bijvoorbeeld een panelgesprek over afval bekostigen we uit budget afvalverwerking).
6.4 Juridische borging inwonersparticipatie Er komt een wet13 aan die participatie van inwoners regelt en de gemeente verplicht om een verordening participatie op te stellen. In ons beleid maken we onderscheid tussen: • inwonersparticipatie (inwoners kunnen meepraten, meedoen of meebeslissen over beleid of projecten van de gemeente) en • overheidsparticipatie, waarbij het initiatief juist bij inwoners ligt en wij desgevraagd met hen meedenken/doen. Voor de duidelijkheid trekken we deze verdeling door in onze verordeningen: a) Een verordening inwonersparticipatie en inspraak (de basis hiervoor is deze visie) en b) Een verordening overheidsparticipatie (initiatieven van onderop inclusief omgevingswet en uitdaagrecht14).
13 Het gaat om de Wet Versterking participatie op decentraal niveau (nog niet van kracht). Daarmee moeten gemeenten
hun inspraakverordening uitbreiden naar een participatieverordening. 14 In de nieuwe wet wordt ook ‘uitdaagrecht’ is opgenomen (ook wel ‘right to challenge’ genoemd). Dit biedt inwoners de mogelijkheid om taken van de gemeente over te nemen als zij denken deze taken beter te kunnen uitvoeren.
16
De verordening inwonersparticipatie en inspraak hoort bij deze notitie. De huidige (aparte) inspraakverordening is hierin meegenomen, zodat alles rondom inwonersparticipatie in één verordening staat. De inhoud van de inspraakverordening is ongewijzigd. Zodra de nieuwe wet is aangenomen zullen we ook een verordening overheidsparticipatie opstellen en aan de gemeenteraad voorleggen. Onderdeel hiervan zijn de afspraken rondom initiatieven van inwoners in het kader van omgevingswet15. Deze heeft de raad al vastgesteld in 2022.
15Er is geregeld dat een initiatiefnemer bij een omgevingsvergunningaanvraag moet aangeven of en zo ja, met welke
resultaten betrokkenen bij de voorbereiding van de aanvraag zijn betrokken. Voor een bepaalde categorie vergunningaanvragen, de zogenaamde buitenplanse omgevingsplanactiviteit (dat betekent, een omgevingsplanactiviteit dat niet past in het omgevingsplan), heeft de gemeenteraad in 2022 categorieën van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten aangewezen waarbij participatie verplicht is gesteld.
17
7. Het kostenplaatje van inwonersparticipatie Voor de uitvoering van deze visie twee zaken noodzakelijk: een toereikend budget voor inzet van de standaard participatie instrumenten en de eerder genoemde adviseur inwonersparticipatie.
7.1 Standaard participatie instrumenten De standaard participatie instrumenten voor volwassenen zijn opgenomen in de begroting en vragen geen extra budget. Voor jeugdparticipatie is een structureel budget van jaarlijks € 15.000 nodig. Uitgangspunt is dat we de inzet van incidentele instrumenten bekostigen uit de budgetten die beschikbaar zijn voor het betreffende beleidsonderdeel. Voor de kinderburgemeester is een jaarlijks budget van € 10.000 nodig. Instrument Burgerpeiling
Inwonerspanel (volwassenen) Gemeenteraad voor 1 dag (kinderen) Digitaal jongerenpanel ‘Pop up’ kinderraad (aanname: 3 keer per jaar) ‘Pop up’ jongerenraad (aanname: 3 keer per jaar) Kinderburgemeester Quests and chats en eens per 2 jaar jongerenevenement.
Staat op dit moment (structureel) in de begroting? Ja, wordt bekostigd uit budget Samenleven, Dienstverlening en/of Duurzaamheid (afhankelijk van het onderwerp). Ja (dienstverlening) Ja (griffie)
Extra geld nodig?
Nee Nee
Ja, € 9.000 per jaar Ja, € 3.000 per jaar
Nee
Ja, € 3.000 per jaar
Nee Nee. We bekostigen dit op dit moment uit de lopende begroting (budget gezondheid). Het betreft incidenteel geld voor de periode t/m 2024.
Ja, € 10.000 per jaar Nee, deze instrumenten komen vanaf 2024 te vervallen.
Nee
Nee Nee
7.2 Adviseur inwonersparticipatie Om inwonersparticipatie serieus en gedegen aan te pakken, kennis op te doen en te borgen en de organisatie (verder) te begeleiden om inwonersparticipatie goed op te pakken en te blijven leren is een aanspreekpunt nodig. Diverse onderzoeken16 geven aan dat het belangrijk is dat er intern kennis, begrip en bewustzijn is over wat nodig is voor succesvolle participatie en de meerwaarde die dit oplevert. Iemand die aanjaagt, zich er in specialiseert en vraagbaak is voor iedereen in de organisatie die met inwonersparticipatie aan de slag gaat. Daarom stellen we voor om een adviseur inwonersparticipatie aan te stellen voor 24 uur per week (drie werkdagen), eerst voor de duur van drie jaar17. De kosten hiervan zijn per jaar € 60.000. Verder is er budget nodig voor trainingen van medewerkers. Dit kan uit het lopende scholingsbudget. 16 Oa Movisie en NJi, Handreiking voor gemeenten, 2020. 17 Deze adviseur is de spin in het web als het gaat om inwonersparticipatie in onze gemeente. Taken zijn onder andere:
• • • • •
Communicatie over participatiemogelijkheden regelen, uitkomsten inwonersparticipatie verspreiden; Collega’s bekend maken met het beleid en er warm voor laten lopen, zo nodig scholing regelen; Collega’s ondersteunen bij inwonersparticipatietrajecten; Linking pin rondom inwonerspanel, burgerpeiling, pop up kinder/jongerenadviesraad en digitaal jongerenpanel; Evalueren van deze visie en uitgevoerde inwonersparticipatietrajecten.
18
Bijlagen
19
Bijlage 1 Stroomschema en werkwijzen per situatie
3. Ooststellingwerfs
Stroomschema In
20
Werkwijze A. Werkwijze bij de voorbereiding of evaluatie van beleid [meest voorkomend] Als een vraagstuk valt onder een wet waaronder participatie verplicht is of als een onderwerp zich leent voor inwonersparticipatie, gaat de gemeentelijke organisatie daar in de meeste gevallen mee aan de slag zonder tussenkomst van de gemeenteraad. De gemeentelijke organisatie doorloopt de volgende stappen: 1. Besluit wel/geen inwonersparticipatie. Bij elk vraagstuk maken we een afweging in het wel/niet starten van een participatietraject, waarvoor gebruik kan worden gemaakt van het Ooststellingwerfs Stroomschema. 2. Bepalen doelgroep en methode(n). Als we inwonersparticipatie gaan toepassen, kijken we goed wat precies de participatievraag is, wat het doel is van de inwonersparticipatie en wie het aangaat (doelgroep), welke methode(n) daar het beste bij passen en hoe de terugkoppeling naar inwoners na afloop het beste kan. Hiervoor hebben we een gereedschapskist om een geschikt instrument te bepalen. 3. Uitvoeren van het participatietraject. Mocht hier ondersteuning bij nodig zijn, dan kan de adviseur Inwonersparticipatie helpen of een beroep doen op de pool Inwonersparticipatie. Bij de start van het traject laten we inwoners weten dat wij hun mening vragen, maar dat het college of de gemeenteraad altijd beslist en de mening van inwoners meeneemt, maar niet altijd 1 op 1 overneemt. 4.
De uitkomsten nemen we mee in het college-advies en/of het raadsvoorstel onder het standaard kopje Inwonersparticipatie. Onder dit kopje lichten we toe • waarom inwonersparticipatie wel of niet aan de orde is • en als het wel aan de orde is: o hoe het participatietraject is uitgevoerd of nog uitgevoerd gaat worden o wat de uitkomsten zijn of wanneer we de uitkomsten verwachten, en hoe het college en/of de raad daar kennis van kunnen nemen. 5. Mede op basis hiervan vindt besluitvorming door het college of de raad plaats. 6. Terugkoppeling naar de deelnemers. Indien er nog geen uitkomsten zijn kan dat een ter kennisgeving van de fase zijn (‘geïnformeerde terugkoppeling’). We laten inwoners na de besluitvorming altijd weten wat er uit de participatie kwam, wat er mee is gedaan en waarom eventueel iets anders is besloten dan wat (de meerderheid van) de inwoners wilde. 7. Evaluatie. Ten slotte evalueert de adviseur Inwonersparticipatie het participatietraject om zo organisatie-breed te leren en te verbeteren.
21
Werkwijze B. Bij complexe onderwerpen en uitgebreide participatieprocessen en bij een Burgerberaad We doorlopen dezelfde stappen als bij werkwijze A, alleen is het de gemeenteraad die vooraf bij stap 1 en 2 beslist wat de speelruimte is van inwoners (kaders), hoe het participatietraject er uit gaat zien en wat de gemeenteraad met de uitkomsten gaat doen (verwachtingenmanagement). Waar mogen inwoners over meepraten en waar mogen ze eventueel ook over beslissen? Werkwijze C. Bij de uitvoering van vastgesteld beleid, plannen en projecten Als we beleid, plannen of projecten uitvoeren, past de gemeentelijke organisatie vaak inwonersparticipatie toe. Denk hierbij aan het betrekken van inwoners bij het maken van een begrijpelijke folder of een goed filmpje over energie-armoede. Of aan het organiseren van een inloopavond voor omwonenden bij onderhoud aan een weg, zodat inwoners kunnen meedenken over andere zaken die tegelijk opgepakt kunnen worden of hoe de overlast voor hen kunnen beperkt kan worden. In dergelijke gevallen gaat het om participatie bij de uitvoering van vastgestelde plannen. De gemeenteraad heeft bij dergelijke trajecten geen actieve rol; de uitvoering is in handen van de gemeentelijke organisatie. We doorlopen alleen de stappen 1, 2, 3, 6 en 7. Werkwijze D.
Bij de evaluatie van gemeentelijk beleid Voor de evaluatie van gemeentelijk beleid kunnen we inwoners op verschillende manieren betrekken. Daarnaast hebben we in de gemeente diverse vaste rapportage-momenten zoals de P&C-documenten en de Monitor Sociaal Domein. De uitvoering van de evaluatie van gemeentelijk beleid is in handen van de gemeentelijke organisatie. De uitkomsten van de evaluatie worden teruggekoppeld aan het relevante bestuursorgaan (de burgemeester, het college van B&W of de gemeenteraad).
22
Bijlage 2. Inwonersparticipatie: Wat doen we al?
23
Bijlage 3. Niveaus van participatie en inwonersprofielen Inwonersparticipatie is een breed begrip en het inwonerparticipatiebeleid kan daardoor op vele verschillende manieren ingevuld worden. Hieronder worden verschillende manieren om participatie te bekijken toegelicht: (a) de participatieladder voor de mate waarin inwoners kunnen meebeslissen en (b) inwonersprofielen. Participatieladder Inwonersparticipatie kent verschillende niveaus, die door Arnstein (1969) worden weergegeven in een participatieladder. Het is afhankelijk van het vraagstuk, de doelgroep, de rol van de gemeente en het doel welke vorm van participatie het meest geschikt is. (Mee)beslissen
Inwoners beslissen terwijl de overheid vooraf kaders vaststelt of achteraf toetst.
Niveau 3: Meebeslissen
Co-creëren
Niveau 2: Meedoen Meedoeebeslissen
Inwoners en overheid zijn samenwerkingspartners. De overheid heeft formeel beslisrecht.
Adviseren
Inwoners mogen oplossingen en voorstellen aandragen. De gemeente mag afwijken van deze adviezen.
Niveau 1: Meepraten
Communiceren
Raadplegen
Het ophalen van meningen, ervaringen en ideeën van inwoners. Deze zijn niet bindend.
Communiceren
Het delen van informatie met inwoners. Inwoners hebben geen inbreng. Dit is geen inwonersparticipatie.
Participatieniveaus gekoppeld aan een aangepaste versie van de Participatieladder van Arnstein (1969).
Inwonersprofielen Inwonersprofielen geven inzicht in de participatievoorkeuren van inwoners. Zie https://www.citisens.nl/tools/betrokkenheidsprofielen/
24
Bijlage 4. Verkenning mogelijkheden en wensen jeugdparticipatie (raadsmededeling, mei 2023) 1. Aanleiding In juni staat de notitie inwonersparticipatie op de agenda voor de raad. Als voorbereiding hierop besprak de raadscommissie op 9 maart 2023 de Startnotitie over dit onderwerp. Jeugdparticipatie is een apart onderdeel van inwonersparticipatie. In maart liep nog een verkenning hoe jeugdigen betrokken willen en kunnen worden bij thema’s die hen aangaan. Wethouder Verhagen heeft toegezegd dat we de resultaten hiervan naar de raad zouden sturen vóór de behandeling van het nieuwe beleid inwonersparticipatie. Jeugdparticipatie is daar onderdeel van. Via deze mededeling doen we dat. 2. Dit verslag In dit verslag gaan we specifiek in op het meedenken, meedoen en meebeslissen door jongeren in onze gemeente. Hoe kijken jeugdigen, experts (onderzoekers), andere gemeenten en mensen die veel met jeugdigen werken er tegenaan? We vertalen dit hier nog niet in voorstellen over hoe we jeugdparticipatie vorm willen geven in onze gemeente. Daarover ontvangt u in juni 2023 een raadsvoorstel als onderdeel van de Visie Inwonersparticipatie. In deze Visie nemen we namelijk een apart hoofdstuk op over jeugdparticipatie. 3. Belang van jongerenparticipatie We vinden het –net als bij volwassen inwoners- erg belangrijk dat de jeugd in onze gemeente zich betrokken voelt bij de samenleving.
Ook vinden we het belangrijk dat beleid dat we voor kinderen en jongeren maken aansluit op hun belevingswereld. Kinderen en jongeren vormen een groep die door hun leeftijd en belevingswereld een specifieke aanpak en communicatiestijl vraagt.18 Overigens zijn er bínnen de groep jongeren natuurlijk ook weer veel verschillende groepen/profielen. Dus één ‘recept’ om jongeren te betrekken is er niet. In zowel de samenwerkingsagenda als het college-akkoord wordt het belang van jongerenparticipatie benadrukt. Mede op basis van de wensen in de samenwerkingsagenda onderzochten we op welke manieren we jongeren kunnen betrekken en invloed kunnen geven. De wens was om hierbij specifiek te verkennen welke kansen een jongerenraad en/of een kinderburgemeester bieden. In dit verslag vatten we de resultaten hiervan samen. Maar eerst staan we stil bij het doel van jeugdparticipatie en zetten we op een rij wat we daar al aan doen. Daarna beschrijven we de do’s en don’ts bij jeugdparticipatie. 4. Wat verstaan we onder jeugdparticipatie Als we het hebben over jeugdparticipatie lopen vaak twee dingen door elkaar. Om verwarring te voorkomen beschrijven we hieronder wat we er in deze notitie mee bedoelen (en wat niet).
Deze notitie gaat over het betrekken van jongeren bij beleid van de gemeente dat hen aangaat zodat de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van dat beleid aansluit bij de belevingswereld en behoefte van jongeren. Deze notitie gaat niet specifiek over hoe we jongeren kennis laten maken met de gemeente en het democratisch proces. Dit is uiteraard minstens zo belangrijk, maar is een wezenlijk ander doel. De griffie, raadsleden en de scholen in onze gemeente werken samen om hier invulling aan te geven.19 Doel is kinderen en jongeren op een educatieve en interactieve manier kennis te laten maken met de gemeentepolitiek, met het democratisch 18 Overigens vraagt elk ‘type’ inwoner een aanpak die aansluit bij de wensen, voorkeuren en
mogelijkheden van de betreffende groep. 19 Daarnaast doen de scholen zelf het nodige. Denk aan de leerlingenraad en debatteams op school.
25
proces, argumenteren en onderhandelen. We doen dit momenteel bijvoorbeeld op de volgende manieren: • •
•
Jeugdgemeenteraad voor basisschoolleerlingen van groep 7 en 8, eens per twee jaar georganiseerd op het gemeentehuis. Werkbezoeken vanuit de middelbare scholen aan het gemeentehuis. Jaarlijks komen er leerlingen van het Stellingwerfcollege naar het gemeentehuis waarin zij een uitleg krijgen over hoe een gemeenteraad werkt. Vervolgens bootsen zij ook een gemeenteraadsvergadering na. Na de raadsvergadering is er gelegenheid om ‘echte’ raadsleden vragen te stellen over hun vak. De leerlingen komen uit klas 2 tot en met 4 (alle niveaus). Er komen op initiatief van de middelbare scholen af en toe schoolklassen naar het gemeentehuis om te debatteren over specifieke (soms zelfgekozen) onderwerpen. Dit zijn ad hoc acties op initiatief van de scholen zelf. De griffie ondersteunt deze bezoeken.
Daarnaast (mede)subsidiëren we als gemeente diverse projecten waarin jongeren leren om dingen te organiseren, samen te werken en zich in te zetten voor anderen in hun omgeving. Voorbeeld vormen de MDT trajecten (maatschappelijke diensttijd) die Scala Welzijn begeleidt. Deze trajecten zijn voor jongeren vanaf 14 t/m 27 jaar die wonen en/of naar school gaan in Ooststellingwerf. Het doel is jongeren te stimuleren in hun ontwikkeling tot zelfbewuste personen die verantwoordelijkheid willen nemen in hun buurt. Jongeren die meedoen bouwen nieuwe competenties op, leren op zichzelf en hun toekomst te reflecteren en leren om hun eigen kwaliteiten in te zetten als positief rolmodel voor andere buurtjeugd. 5. Wat doen we al aan jeugdparticipatie We doen momenteel al veel aan jeugdparticipatie. We vatten dit samen in een plaatje.