Bijlage 1. Tussenbalans Visie op Samenleven incl voorstel accenten november 2023
Tekst van het document
TUSSENBALANS VISIE OP SAMENLEVEN (INCL VOORSTEL ACCENTEN) NOVEMBER 2023
1 AANLEIDING In oktober 2019 stelde de raad de Visie op Samenleven vast. Hierin staan 15 onderwerpen (maatschappelijke effecten) centraal. Daarna volgden ter uitwerking van de Visie op Samenleven in 2021 en 2022 6 doe-agenda’s. Wij monitoren ons beleid via de monitor sociaal domein (elk half jaar). Bovendien was er eind 2022 een burgerpeiling, waarin we inwoners vragen stellen over de 15 onderwerpen uit de Visie op Samenleven. Daarnaast zien we een aantal trends in de samenleving waar we rekening mee moeten houden (vergrijzing, tekorten op de arbeidsmarkt, groeiende kansenongelijkheid, individualisering etc). Ten slotte horen we in onze contacten met allerlei organisaties, experts en dorpen signalen over ontwikkelingen, kansen en knelpunten. Nu we een paar jaar op weg zijn met het het uitvoeren van de Visie op Samenleven is het tijd om een tussenbalans op te maken. We werken aan veel doelen tegelijk. Komt alles voldoende uit de verf? Wat gaat goed, wat kan beter? Een eerste globale analyse op basis van bovenstaande bronnen leidt tot de conclusie dat veel goed gaat en dat de uitgangspunten en maatschappelijke effecten uit de Visie op Samenleven niet hoeven te wijzigen. Maar we merken tegelijkertijd dat we méér impact willen maken op bepaalde onderwerpen en voor bepaalde groepen inwoners dan we nu doen. Dat vraagt van ons om accenten aan te brengen.
Maar ook: keuzes maken over wat we minder of niet meer doen. In deze tussenbalans diepen we dit nader uit. NB De financiële kaders (zie begroting) voor de uitvoering van de Visie op Samenleven blijven ongewijzigd.
2 Beleidscyclus Zo geven we invulling aan een logische beleidscyclus; We hebben de maatschappelijke effecten uit ‘de Visie op Samenleven’ vertaald in doe-agenda’s met concrete doelen (plan) en een samenhangend ‘pakket’ van inspanningen, uit te voeren door gemeente en samenleving (do). We monitoren de resultaten tussentijds en evalueren bij de P&C cyclus met behulp van de monitor sociaal domein (check). Nu, ruim 2 jaar na het vaststellen van de doe-agenda’s, maken we een uitgebreidere tussenbalans. Op basis van de monitoring sturen we bij (act). Deze cyclus herhaalt zich doorlopend. Zo werken we datagedreven. Leidend is steeds het maatschappelijk effect dat we willen bereiken (zie doelenboom ‘Visie op Samenleven’).
PAGINA 1
3 Opzet van deze tussenbalans Per opgave uit de Visie op Samenleven zijn er twee pagina's. Op de eerste pagina staat een analyse. Hoe het er voor staat met de betreffende opgave? Dat doen we op hoofdlijnen (dus niet op alle specifieke doelen uit de doe-agenda's en/of per inspanning/project/activiteit*). We gebruiken diverse bronnen (monitor, burgerpeiling, signalen, trends etc). Op deze pagina vindt u ook de bestaande politieke prioriteiten voor de betreffende opgave. Op de tweede pagina staat een voorstel waar we de komende periode het accent op leggen en waar we geen aandacht meer aan besteden (afbouwpunten). Dit is waar de raad over beslist. Na besluitvorming door de gemeenteraad is de uitvoering (het kiezen en uitvoeren van inspanningen) aan het college. Hierbij vormen de begroting het door de raad vast te stellen toetsingskader (zie pagina 6) de kaders.
*De Monitor Sociaal Domein bevat meer gedetailleerde informatie, gerelateerd aan de doelen uit de doe-agenda's.
PAGINA 3
4 schematische weergave van deze tussenbalans Deze tussenbalans gaat dus over de inhoud van het beleid (komende maatschappelijke effecten dichterbij)? Schematisch is de opzet als volgt.
Burgerpeiling Monitor SD
Trends en ontwikkelingen & signalen van inwoners, organisaties en experts
B Bestaande politieke prioriteiten
Doe-agenda's
C G HK I MO
Tussenbalans Visie op Samenleven en Doe-agenda's: Analyse: Hoe staat het er voor met de 15 maatschappelijke effecten uit de Visie op Samenleven. Voorstel waar we accenten gaan leggen en waar we minder aandacht aan gaan besteden (afbouwpunten).
enleven blijft Visie op Sam zelfde nen wel Maar daarbin n te accenten aa voorstel om e e at we m r brengen zod n waar het impact make nodig blijkt.
Voorstel voor een toetsingskader dat het college gebruikt bij de keuze voor inspanningen. De raad besluit over de accenten, de afbouwpunten en over het toetsingskader. Dit vormt samen met de begroting de kaders waarbinnen het college de uitvoering oppakt.
PAGINA 4
5 Uitgangspunten voor deze tussenbalans Bij het maken van de tussenbalans houden we vast aan de 'rode draad' uit de Visie op Samenleven. Samengevat houdt de rode draad in: We faciliteren inwoners zoveel mogelijk om het ‘zelf’ te doen. We ondernemen acties om te voorkomen of uit te stellen dat inwoners zorg of ondersteuning nodig hebben. We bieden een betrouwbaar en goed vangnet voor inwoners die het (tijdelijk) zelf niet redden. We willen de écht kwetsbaren bereiken en helpen met onze preventieve acties en ons vangnet. We werken ‘vanuit de bedoeling’; professionals krijgen de ruimte om te doen wat nodig is en past bij de inwoners en de situatie. We bepalen per onderwerp wat de rol van de gemeente is (zie doelenboom pagina 3). Dit gaat van loslaten tot regisseren. Het is belangrijk dat we 'rolvast' zijn. We moeten en willen ons niet inhoudelijk bemoeien met dingen die inwoners zelf kunnen en willen doen (denk aan inwonersinitiatieven). Tegelijkertijd zijn er wettelijke taken waar we als gemeente (vooral) zelf aan zet zijn (denk aan het uitvoeren van de Wmo, de Participatiewet en de wet op de Jeugdhulp).
PAGINA 5
6 Toetsingskader (Beslispunt 2 raadsvoorstel) Dit stuk bevat verderop een voorstel over de accenten (wat willen we (vooral) bereiken) en over afbouwpunten (waar besteden we minder of geen aandacht aan). Daarna pakt het college de uitvoering verder op (hóe gaan we dat doen). Om te bepalen welke inspanningen wel zinvol zijn en welke niet, is er behoefte aan een toetsingskader. Dit is een soort 'meetlat' die het college helpt om bij de uitvoering van de Visie op Samenleving (inclusief de accenten en afbouwpunten) te bepalen welke inspanningen we wel blijven doen en welke niet meer, wat doen we minder, of wat doen we anders. Ook kan het aanleiding zijn om nieuwe inspanningen te doen omdat we ontdekken dat de oude niet genoeg helpen. Dit toetsingskader leggen we ter vaststelling voor aan de raad. Toetsingskader We blijven inspanningen doen of pakken nieuwe inspanningen op als: Deze naadloos aansluiten op de accenten en/of een essentiële bijdrage leveren aan andere maatschappelijke effecten uit de doelenboom Visie op Samenleven (zonder gaat het niet lukken). Het onderdeel is van een bredere aanpak en er is van te voren nagedacht over borging (geen 'losse flodders'). Er op dit moment niet al iets anders is dat er op lijkt / hetzelfde beoogt. Met andere woorden er is een duidelijke meerwaarde ten opzichte van wat er al is.
Als er al wél iets is dat er op lijkt: Wat kan er dan weg? We er (met name) de groep mee bereiken die we willen bereiken (soms zijn dit specifiek kwetsbare inwoners, soms een andere groep). De kosten (geld, tijd) in verhouding staan tot de te verwachten baten / maatschappelijke impact voor inwoners en het aantal inwoners dat we er mee bereiken. Het iets is dat persé de gemeente moet doen of bekostigen (er gaat iets mis als wij niks doen). NB uitgangspunt Visie Samenleven: We faciliteren inwoners zoveel mogelijk om het zelf te doen. Het past bij onze rol (zie doelenboom: loslaten/faciliteren/stimuleren/regisseren). We trekken dus niet de kar en/of bemoeien ons met de inhoud als het onderwerp op 'loslaten' of 'faciliteren' staat.
PAGINA 6
7 Tot stand koming van deze tussenstand Deze tussenstand kwam tot stand op basis van informatie uit de volgende bronnen. Gesprekken in onze eigen (ambtelijke) opgaveteams. Monitor sociaal domein. Burgerpeiling 2022: de mening van inwoners over de 15 maatschappelijke effecten uit de Visie op Samenleven. Bespreking van de resultaten uit de Burgerpeiling met de gemeenteraad en de adviesraad sociaal domein in het voorjaar van 2023. Signalen die we doorlopend krijgen van ons eigen gebiedsteam, van samenwerkingspartners (denk aan zorgaanbieders en huisartsen, maar ook woningcorporaties) en van plaatselijke belangen, verenigingen en maatschappelijke organisaties. Gesprekken met (bijna) alle plaatselijke belangen over de resultaten van de burgerpeiling in de periode maart/april/mei 2023. Herkennen zij het beeld dat uit de burgerpeiling naar voren komt, wat doen zij zelf al om knelpunten op te pakken en hoe zien zij de rol van de gemeente? Twee groepsgesprekken eind juli 2023 (‘denktanks’) met maatschappelijk betrokken inwoners van diverse leeftijden.
Hierin stonden de volgende vragen centraal: wat zijn de belangrijkste knelpunten op het gebied van samenleven? Welke oplossingen zijn kansrijk? Wat kan de samenleving zelf bijdragen aan oplossingen? Wat moeten anderen (waaronder de gemeente) oppakken? Wat moet de gemeente vooral niet (meer) doen? Een werkbijeenkomst met de gemeenteraad en met de Adviesraad Sociaal Domein op 4 oktober 2023. NB De Adviesraad Sociaal Domein brengt nog officieel advies uit over deze 'Tussenstand'. Deze sturen we na zodra deze beschikbaar is.
PAGINA 7
B
8 Belangrijkste conclusies uit deze tussenbalans
Burgerpeiling Monitor SD
Trends en ontwikkelingen & signalen van inwoners, organisaties en experts
Bestaande politieke prioriteiten
Doe-agenda's
C
HK
E
I
G
MO
1. Investeren in gemeenschapskracht, inwonersinitiatief en omzien naar elkaar is essentieel voor bijna alle uitdagingen die we het hoofd moeten bieden. De zorg staat onder druk. We hebben te maken met vergrijzing. Er zijn niet genoeg mensen om de huidige professionele zorg waar te maken. De positieve gezondheid van mensen staat of valt met sociale netwerken om op terug te vallen, zingeving en verbinding met anderen. We kunnen gemeenschapskracht niet ‘maken’ of afdwingen, maar wel zo goed mogelijk faciliteren. 2. We richten ons (nog) meer op preventie en het stimuleren van eigen verantwoordelijkheid van inwoners. We kunnen niet alles meer met professionele zorg oplossen. De situatie op de arbeidsmarkt, de vergrijzing maar ook de beperkte financiële middelen maken het noodzakelijk dat we meer dan nu uitgaan van de eigen verantwoordelijkheid en samenredzaamheid van inwoners voor hun positieve gezondheid. Nóg meer inzetten op preventie en ‘voorliggende voorzieningen’ (informele zorg en indicatie-vrije hulp) helpt hierbij. 3. We moeten maatregelen nemen om het 'vangnet' voor inwoners die het (tijdelijk) niet redden zonder ondersteuning haalbaar en betaalbaar te houden. Door vergrijzing, het toenemend beroep op jeugdhulp en het aantal inwoners dat te maken heeft met armoede/schulden en bestaansonzekerheid dreigt het vangnet onbetaalbaar te worden.
Bovendien zijn er niet genoeg ‘handjes’ om de hulp in de benen te houden. Daarom moeten we creatieve manieren vinden om het vangnet toch betaalbaar en haalbaar te houden. Dit kan ten koste gaan van de keuzevrijheid van inwoners en mogelijk ook leiden tot minder maatwerk. 4. Inzet op duurzame en samenhangende oplossingen. Om bovenstaande mogelijk te maken, moeten we inzetten op duurzame, samenhangende oplossingen (geen losse flodders) en willen we onze tijd en ons geld niet versnipperen. Ook willen we ons concentreren op dingen waar een rol van de gemeente noodzakelijk is. PAGINA 8
van Conclusies naar accenten & afbouwpunten (beslispunt 1 raadsvoorstel) Investeren in gemeenschapskracht, inwonersinitiatief en omzien naar elkaar is essentieel voor bijna alle uitdagingen. We richten ons (nog) meer op preventie en het stimuleren van eigen verantwoordelijkheid van inwoners. Maatregelen zodat het 'vangnet' voor inwoners die het (tijdelijk) niet redden zonder ondersteuning haalbaar en betaalbaar blijft. Inzet op duurzame en samenhangende oplossingen, geen versnippering en geen dingen oppakken waar anderen voor verantwoordelijk zijn.
MEEDOEN A&D besluit 1 - ACCENT Inwoners stimuleren om tijdig te anticiperen op ouder worden
SAMENLEVEN besluit 9 - ACCENT Voorwaarden scheppen voor de bloei van gemeenschapskracht, inwonersinitiatief en omzien naar elkaar
GEZONDHEID besluit 11 - ACCENT Integrale aanpak om te komen tot een gezonde fysieke leefomgeving die uitnodigt tot gezond gedrag
GOED OPGROEIEN besluit 14 - ACCENT Kansrijke start voor kinderen
MEEDOEN A&D besluit 2 - ACCENT (Wmo)zorg anders organiseren en inkopen zodat deze haalbaar en betaalbaar blijft
SAMENLEVEN besluit 10 - AFBOUWEN We bemoeien ons niet met de inhoud en uitvoering van initiatieven maar laten dit bij inwoners(groepen), dorpen en buurten en maatschappelijke organisaties.
GEZONDHEID besluit 12 - ACCENT Preventief inzetten op een gezonde en actieve leefstijl waarin reablement*, bewegen, voeding en weerbaarheid centraal staan
GOED OPGROEIEN besluit 15 - ACCENT Beperken jeugdhulpvragen door gerichte preventie
GEZONDHEID besluit 13 - AFBOUWEN Niet betuttelen, maar uitnodigende projecten en programma's aansluitend bij de intrinsieke motivatie van inwoners
GOED OPGROEIEN besluit 16 - AFBOUWEN We houden ons niet (meer) bezig met verantwoordelijkheden die bij andere partijen liggen (bv onderwijs).
MEEDOEN A&D besluit 3 - AFBOUWEN Formele zorg minder 'promoten' en uitdragen als oplossing. MEEDOEN B&C besluit 4 - ACCENT Alles op alles zetten om bijstandsgerechtigden naar vermogen mee te laten doen in onze samenleving MEEDOEN B&C besluit 5 - ACCENT Voorzieningen voor inwoners met weinig geld en/of schulden zo eenvoudig en toegankelijk mogelijk maken MEEDOEN B&C besluit 6 - ACCENT Structurele verbeteringen bereiken voor mensen die lange tijd in armoede en/of schulden leven (gebiedsgericht werken aan bestaanszekerheid)
*Reablement is een manier om samen met een oudere te werken aan herstel van zelfredzaamheid. Het heeft als doel om inwoners zo onafhankelijk mogelijk te maken van zorg en zoveel mogelijk en zo lang mogelijk dingen (weer) dingen zelf doen.
GOED OPGROEIEN besluit 17 - AFBOUWEN Geen losse projecten gericht op de weerbaarheid en positieve gezondheid van kinderen vanaf 10 jaar maar samenhangende aanpak (OKO).
MEEDOEN B&C besluit 7 - AFBOUWEN Geen projecten die niet substantieel bijdragen aan meedoen van bijstandsgerechtigden en/of slechts een kleine groep bereiken. MEEDOEN B&C besluit 8 - AFBOUWEN Geen extra communicatie om het bereik van afzonderlijke regelingen en voorzieningen te vergroten omdat het effect hiervan zeer beperkt is.
PAGINA 9
9 tussenbalans per opgave (incl. voorstel voor accenten en afbouwpunten)
Op de volgende pagina's maken we per opgave uit de Visie op Samenleven een tussenstand op hoofdlijnen. Hoe ver zijn we met de maatschappelijke effecten? Dat doen we door per opgave de volgende vragen te beantwoorden: Data: Wat zeggen de cijfers uit de monitor sociaal domein SD erover. Hoe ervaren inwoners het (Burgerpeiling)? Wat horen we van inwoners, experts, organisaties en dorpen. Wat zeggen zij bv over de gewenste rol van de gemeente (en wat kan de samenleving zelf (beter))? Wat zijn relevante trends en ontwikkelingen waar we geen invloed op hebben, maar die wel invloed hebben op ons? Spelen er onderwerpen die politiek gezien prioriteit hebben (collegeprogramma, samenwerkingsagenda, aangenomen moties, vastgesteld beleid)? We vatten dit per opgave (Meedoen, Samenleven, Gezondheid en Goed Opgroeien) samen op één pagina. Dit mondt op de volgende pagina steeds uit in een voorstel waar we de komende periode accenten gaan leggen en waar we juist minder aandacht aan besteden in de uitvoering van de Visie op Samenleven (afbouwpunten). Op deze tweede pagina ziet u ook voorbeelden van inspanningen die hier bij kunnen passen. Deze zijn nog niet door het college vastgesteld en zullen nog wijzigen, afhankelijk van ontwikkelingen en mogelijkheden in de praktijk. De inspanningen liggen nu dan ook niet voor ter besluitvorming.
Bij de keuze van inspanningen laat het college zich te zijner tijd leiden door het toetsingskader dat de raad vaststelt (paragraaf 6).
PAGINA 10
MONITOR SD & BURGERPEILING
MEEDOEN A & D
De uitgaven voor woningaanpassingen vanuit de Wmo fluctueren per jaar.
RELEVANTE TRENDS Vergrijzing: we zien een stijging van het beroep op professionele zorg en ondersteuning (1 op 6 inwoners nodig in de zorg wordt straks 1 op de 4 inwoners nodig in de zorg).
In de burgerpeiling 2022 geeft 16% van de 55+ers aan dat ze niet in hun huis kunnen blijven wonen als ze lichamelijk achteruit zouden gaan. Dit is veel, aangezien ongeveer 10.000 mensen in onze gemeente in die leeftijdscategorie 55+ zitten.
Mooie voorbeelden van maatschappelijke initiatieven bv bloeizones. Personeelstekorten, oa in de zorg. Beweging om langer thuis te blijven wonen.
We zien dat het door de (landelijke) personeelstekorten steeds lastiger wordt om Wmo voorzieningen zoals hulp bij het huishouden te leveren. Straks zal dit ook aan de orde zijn voor dagbesteding, begeleiding en vervoer.
De tendens dat we ouderen goed willen verzorgen, maar er is ook steeds meer aandacht voor betekenisvolle activiteiten en contact (positieve gezondheid).
Verwachting is dat de vraag naar Wmo-ondersteuning in de komende jaren verder gaat stijgen. Oorzaken liggen in de dubbele vergrijzing en (daardoor) de toename van dementie, maar ook de beweging om langer thuis te blijven wonen en het beperken van de intramurale capaciteit (in combinatie met een tekort aan zorgpersoneel en geschikte woningen) spelen een rol.
Cultuur: 'Ik betaal belasting, dus ze zorgen maar voor moeder'. Vanaf 2025 wordt verwacht dat de eigen bijdrage voor hulp bij het huishouden weer inkomensafhankelijk wordt. Groeiende opdracht om statushouders te huisvesten.
N RIORITEITE P E K IE IT L E PO BESTAAND
We zien een positieve ontwikkeling in het aantal dorpen waar indicatievrije dagbesteding bestaat.
WAT HOREN WE VAN INWONERS, ORGANISATIES EN EXPERTS
t am en m e ningen. S nzorg. o w rg o ntelz dere t (pré)ma lstekort in de ou gaan m e e e m n o o r e rs e ig or het p uimhart ven aan kkoord: R singen vo rrang ge o o ‘V College a dragen aan oplos n e rs’ bij n inwone partners voor eige n e w ’. u g o in bind enda: ‘B en che etc. erkingag moeten e We hebben conomis e Sam enw le a k org. We . lo z n t e n e g e m in n n e rs e w on huurwo inwone rc le fo ia k c s o ta s riese n van ikkeling F t verdele st: Ontw g maken voor he a a rn a a D in . verorden die we uitvoeren urgentie ie is v rg o z n een W oo
Beschikbaarheid van geschikte woningen (voor alle leeftijden) is essentieel. Goed verzorgen is belangrijk, maar sociale contacten en er bij blijven horen is minstens net zo belangrijk. Investeer dus in gemeenschapskracht. Gemixt wonen (senioren en andere leeftijdsgroepen) kan ook helpen. We mogen van inwoners verwachten dat zij zo goed mogelijk anticiperen op een nieuwe levensfase (eigen verantwoordelijkheid). 'Als je een baby krijgt, plaats je ook zelf een traphekje.' Teveel helpen met verbouwingen et cetera is niet de beste oplossing. Dat belemmert de doorstroming op de woningmarkt en dat is nu juist zo belangrijk. Er is behoefte aan één laagdrempelig aanspreekpunt per dorp voor vragen over zorg, overlast door buren, geld et cetera. Deze hoeft niet alles zelf op te lossen, maar moet een netwerk hebben om het te regelen. Deze persoon moet inwoners ook kunnen motiveren om de stap naar hulp te zetten.
PAGINA 11
MEEDOEN A & D
BESLUIT 1 / ACCENT INWONERS STIMULEREN OM TIJDIG TE ANTICIPEREN OP OUDER WORDEN
In de groene vlakken staan voorbeelden van inspanningen. Deze zijn nog niet door het college vastgesteld. Bij de keuze van inspanningen laat het college zich leiden door het toetsingskader (paragraaf 6). NB Zwart = bestaand, rood = nieuw of vernieuwd
Bouwen van woningen voor kleinere huishoudens (starters en senioren). Zie Woonzorgvisie. We stimuleren inwoners om zelf vroegtijdig te anticiperen door hun huis geschikt te maken (verzilver- en blijversleningen) en doorstroming te stimuleren. We willen dit vraagstuk ook per buurt/dorp bespreekbaar maken en oplossingen zoeken.
Conclusie op basis van de vorige pagina De personeelstekorten en de vergrijzing vormen grote uitdagingen. Als we willen dat onze inwoners gelukkig ouder kunnen worden, moeten we ons minder richten op 'pleisters plakken' en (nog) meer op preventie en het stimuleren van eigen verantwoordelijkheid van inwoners. Daarnaast moeten we alles op alles zetten om de (wmo)zorg haalbaar en betaalbaar te houden. Dit leidt tot de volgende accenten en dingen die we afbouwen.
Pro-actief ouderen bezoeken vanaf 70 jaar. Vanuit de gemeente doen vrijwilligers dit voor 75+ers. Daarnaast is er een seniorenmakelaar van de woningcorporatie, geven we informatie over langer thuis wonen, brengen sommige Praktijkondersteuners van huisartsen huisbezoeken aan ouderen en in sommige dorpen regelt het dorp zelf huisbezoeken voor ouderen, bv om eenzaamheid tegen te gaan. We willen dit zoveel mogelijk combineren waardoor de waarde voor inwoners toeneemt en het efficiënter gebeurt. We gaan (pré)mantelzorgwonen ruimhartiger regelen en splitsen van grote woningen en twee aparte woningen op één erf onder voorwaarden mogelijk maken. Dit draagt bij aan meergeneratie-wonen, zorgen voor elkaar en gemixt wonen. ‘Aan de poort’ leggen we de nadruk op eigen kracht waar dat kan. We zijn een onderzoek gestart om inwoners via Powerful Ageing letterlijk meer in eigen kracht te zetten voordat het tot een toekenning komt. Dit niet vanuit het oogpunt om te bezuinigen maar om inwoners zelf weer actief te maken. Bv fysiotherapeut om veilig trap te blijven lopen in plaats van traplift. Daarna wordt gekeken of een vorm van Wmo-hulp nodig is. We willen preventief zelfredzaamheid van inwoners stimuleren, bijvoorbeeld door bewegingsprogramma's (niet alleen voor mensen die bij de Wmo aankloppen).
BESLUIT 2 / ACCENT (WMO)ZORG ANDERS ORGANISEREN EN INKOPEN ZODAT DEZE HAALBAAR EN BETAALBAAR BLIJFT
NB Zwart = bestaand, rood = nieuw of vernieuwd
In het project Domein Overstijgende Samenwerking slaan we de handen ineen om langer thuis wonen en gezond ouder worden (inclusief bewegen) mogelijk te maken. We starten hiermee in Oosterwolde Noord en doen dit met o.a. bewoners, zorgpartijen, corporaties, zorgkantoor en zorgverzekeraar. Zij maken een gezamenlijk plan waardoor de scheidslijnen tussen formele en informele zorg en tussen de Wmo, de Wlz en de Zvw niet meer belemmeren. We onderzoeken hoe we bij de volgende aanbesteding huishoudelijke hulp kunnen anticiperen op de arbeidstekorten in de zorg. Bijvoorbeeld door per buurt maximaal 2 aanbieders te contracteren, waardoor de zorg efficiënter geregeld kan worden (minder vervoersbewegingen en reistijd). We overleggen we met de dorpen over de mogelijkheden voor één laagdrempelig aanspreekpunt per dorp (evt in combinatie met welzijnscoaching) en investeren we in gemeenschapskracht (zie voor deze onderwerpen de opgave samenleven).
BESLUIT 3 / AFBOUWEN FORMELE ZORG MINDER 'PROMOTEN' EN UITDRAGEN ALS OPLOSSING
We gaan woningaanpassingen minder 'promoten' en als oplossing aandragen. We gaan juist stimuleren dat inwoners zelf tijdig anticiperen (pro-actief benaderen) en hen daarbij zo nodig ondersteunen. Uiteraard blijven woningaanpassingen mogelijk als het niet anders kan. We gaan anders om met geïndiceerde hulp. We leggen 'aan de poort’ de nadruk op eigen kracht waar dat kan en helpen mensen om oplossingen te vinden in het voorliggende veld, bijvoorbeeld door middel van powerful ageing (zie hierboven) en welzijnscoaching (zie opgave Samenleven).
PAGINA 12
MONITOR SD & BURGERPEILING In de burgerpeiling zien we een clustering van problemen bij mensen met lagere inkomens. Zij ervaren meer belemmeringen in geld, opvoeden, meedoen en gezondheid en meer eenzaamheid dan de gemiddelde Ooststellingwerver. Ook zitten in deze inkomensgroep meer overbelaste mantelzorgers. Tegelijkertijd zijn inwoners in deze groep vaak bereid voor anderen klaar te staan.
MEEDOEN B & C
Krapte op de arbeidsmarkt (iedereen die kan werken, werkt). In 2022 kregen we (landelijk) te maken met inflatie, en hoge energieprijzen. We moeten komende jaren meer statushouders huisvesten en laten integreren terwijl het budget hiervoor (dat we van het Rijk krijgen) zeer krap is.
Door de goede arbeidsmarkt hebben we (bijna) alleen mensen met grotere afstand tot de arbeidsmarkt in de bijstand (ongeveer 200). Dit is wezenlijk anders dan in 2021. Een deel van de groep bestaat uit statushouders, die extra aandacht nodig hebben.
Bekostiging van inspanningen voor de huidige groep in de bijstand is een probleem. We krijgen Rijksgeld voor toeleiding naar de arbeidsmarkt. Niet voor een ’waakvlamfunctie' voor mensen die in de bijstand zitten en niet naar werk kunnen. Ook krijgen we geen middelen voor de begeleiding van inwoners die met een arbeidssubsidie aan het werk zijn.
We behalen de resultaten uit de doe-agenda over dit onderwerp, maar dat staat wel onder druk omdat onze ‘populatie’ relatief veel tijd kost om te bemiddelen en lang niet alle werkgevers hiervoor open staan/mogelijkheden zien.
Kansenongelijkheid en bestaansonzekerheid. Grote verschillen tussen mensen met lage opleidingen/lage inkomens en inwoners met midden- en hogere opleidingen. Er is een groep inwoners die in bestaansonzekerheid leeft en problemen ervaren rondom geld, wonen, zorg, geletterdheid en soms ook opvoeding. Projecten rondom laaggeletterdheid en gezondheid hebben geen kans als deze op zichzelf staan. Pas als je vertrouwen wint, écht contact maakt en stress wegneemt kun je hiermee (voorzichtig) aan de slag.
Inwoners die we hebben bemiddeld naar werk blijven wel tijd vragen van onze casemanagers (nazorg). Verder hebben we relatief veel inwoners met een arbeidsmarktsubsidie aan het werk. Zij vragen ook tijd van onze casemanagers. Oa door inflatie en de stijgende energieprijzen zien we in de burgerpeiling 2022 meer inwoners met geldzorgen dan 2 jaar geleden. Het gaat om een bredere groep dan inwoners die op het sociaal minimum leven.
EITEN KE PRIORIT IE IT L O P E tieladder BESTAAND participa ject aan en o p de
Ook blijkt uit de burgerpeiling 2022 dat inwoners nog onvoldoende weet hebben van gemeentelijke minimaregelingen. Dat betekent waarschijnlijk dat nog niet iedereen die dat zou kunnen, er gebruik van maakt. We weten dat het aanbod van regelingen voor inwoners die van weinig geld moeten rondkomen en/of in de schulden zitten te divers en te versnipperd is. Hierdoor vinden inwoners moeilijk hun weg. Ook ervaren inwoners het aanvragen soms als ingewikkeld, ondanks alle pogingen om dit te vereenvoudigen en daar waar dat kan te automatiseren (slechts één keer gegevens aanleveren).
RELEVANTE TRENDS & ONTWIKKELINGEN
WAT HOREN WE VAN INWONERS, ORGANISATIES EN EXPERTS
pp f tra ensen sta n intensie gen om m tandsuitkering ee ren. Investeren in in n n a p s secto eer in n bijs entie, kansrijke rs met ee kkoord: M door prev blematiek. College a en. Pilot om oude e met een baan in rs e n o w in tt ti ro e a p re z n in a e n b etsb huld com te late meest kw n armoede- en sc n hulp in a e v z n n o e d n a ie a v te b eid pak v ulden. anszekerh een integrale aan d e en sch de besta e o n e rm g a n ri n nale g va vroegsig bestrijdin entie en v re P : a d en erkingsag Samenw ggeletterdheid. a Aanpak la
Met een goede begeleiding vanuit de gemeente en financiële ontzorging van werkgevers liggen er kansen om meer werkgevers te interesseren om iemand in dienst te nemen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt (waaronder ook statushouders). Als we niet in statushouders investeren, leidt dit tot persoonlijke problemen en tot maatschappelijke kosten. Hierin als gemeente investeren (naast Rijksmiddelen) loont. Inwoners zien vooral uitdagingen op het vlak van het bereiken van de inwoners die kwetsbaar zijn en die niet snel zelf (tijdig) om hulp vragen als zij problemen of vragen hebben of niet lekker in hun vel zitten. Een laagdrempelig aanspreekpunt in de buurt waar inwoners terecht kunnen voor vragen over zorg, overlast door buren, geld et cetera zien zij als kansrijk. Inwoners bepleiten dat we zichtbaar maken wat inwoners en ondernemers al doen wat betreft armoedebestrijding (zodat je ze waardeert en stimuleert). Scholen zijn een belangrijke ingang om ouders te bereiken die van weinig geld moeten rond komen. Geef daar voorlichting over minimaregelingen en verstrek scholen een 'vrij budget' om eigen maatregelen te nemen wat betreft maaltijden of andere behoeften op het gebied van armoede. PAGINA 13
MEEDOEN B & C
BESLUIT 4 / ACCENT ALLES OP ALLES ZETTEN OM BIJSTANDSGERECHTIGDEN NAAR VERMOGEN MEE TE LATEN DOEN IN ONZE SAMENLEVING
In de groene vlakken staan voorbeelden van inspanningen. Deze zijn nog niet door het college vastgesteld. Bij de keuze van inspanningen laat het college zich leiden door het toetsingskader (paragraaf 6). NB Zwart = bestaand, rood = nieuw of vernieuwd
We zetten meer capaciteit in om mensen met een uitkering (inclusief statushouders) op maat te begeleiden naar maatschappelijk meedoen. Hiermee bereiken we positieve effecten op het gebied van gezondheid, welbevinden, sociale contacten. Zonder extra capaciteit lukt dat onvoldoende.
Conclusie op basis van de vorige pagina Inwoners met lagere inkomens ervaren op diverse onderwerpen de meeste problemen (bv mantelzorg, maatschappelijk meedoen, opvoeden, geldproblemen, gezondheid, eenzaamheid). Daarom willen we onze inspanningen het meest op deze inwoners richten, waarbij een samenhangende en meerjarige aanpak nodig is. Ook voor deze groep moeten we het 'vangnet' haalbaar en betaalbaar te houden. Dit leidt tot de volgende accenten en dingen die we afbouwen.
We intensiveren onze relaties met ondernemers die kansen kunnen bieden aan bijstandsgerechtigden met een afstand tot de arbeidsmarkt. We kijken samen met hen welke belemmeringen er zijn om dit te doen en hoe we die kunnen verminderen (bv taalbeheersing statushouders). We maken gebruik van initiatieven binnen de arbeidsmarktregio gericht op participatie van bijstandsgerechtigden en statushouders. Bijvoorbeeld scholingstrajecten, regionale verbinders en Europese subsidies voor asiel, migratie en integratie (AMIF).
BESLUIT 5 / ACCENT VOORZIENINGEN VOOR INWONERS MET WEINIG GELD EN/OF SCHULDEN ZO EENVOUDIG EN TOEGANKELIJK MOGELIJK MAKEN
NB Zwart = bestaand, rood = nieuw of vernieuwd
Er loopt een onderzoek naar de evt introductie van een meedoenpas. Hierin komen regelingen samen en krijgen inwoners meer overzicht en keuzevrijheid. We kijken of en hoe we een gezamenlijke 'ingang' kunnen maken voor alle partijen die ondersteuning bieden op geldzaken, armoede en schuldenproblematiek (denk aan Voedselbank, Sociaal Steunpunt, Fonds Urgente Noden, Vrijwillige Thuisadministratie et cetera). We zetten een ervaringsdeskundige in bij onze wettelijke taak van vroegsignalering (inwoners met beginnende betalingsachterstanden hulp bieden).
BESLUIT 6 / ACCENT STRUCTURELE VERBETERINGEN BEREIKEN VOOR MENSEN DIE LANGE TIJD IN ARMOEDE EN/OF SCHULDEN LEVEN (GEBIEDSGERICHT WERKEN AAN BESTAANSZEKERHEID)
NB Zwart = bestaand, rood = nieuw of vernieuwd
We gaan werken aan bestaanszekerheid. Dit doen we gebiedsgericht, integraal en meerjarig. We richten ons op buurten/straten waar dit vooral speelt en beginnen in één buurt in Oosterwolde. Dit doen we samen met partners (bv woningcorporaties). We gaan samenhangend aan de slag met sociaaleconomische onzekerheid (inkomen, wonen, financiële stress), sociale cohesie (gezonde leefomgeving, sociale relaties, onderlinge hulp), laaggeletterdheid en gezondheid. Doel is structurele verbetering van de situatie van inwoners zodat zij kansen krijgen om (weer) mee te doen. We overleggen we met de dorpen over de mogelijkheden voor één laagdrempelig aanspreekpunt per dorp (evt in combinatie met welzijnscoaching) en investeren we in gemeenschapskracht (zie voor deze onderwerpen de opgave Samenleven).
PAGINA 14
Vervolg Meedoen B&C
BESLUIT 7 / AFBOUWEN GEEN PROJECTEN DIE NIET SUBSTANTIEEL BIJDRAGEN AAN MEEDOEN VAN BIJSTANDSGERECHTIGDEN EN/OF SLECHTS EEN KLEINE GROEP BEREIKEN. De voorgenomen pilot (college-akkoord) om ouders met een bijstandsuitkering een traject aan te bieden van hulp in combinatie met een baan in kansrijke sectoren zetten we niet door. Een dergelijke pilot opzetten kost veel tijd en energie en we bereiken er slechts een handje vol inwoners mee. We besteden de tijd en energie effectiever door op maat begeleiding van bijstandsgerechtigden naar maatschappelijk meedoen (besluit 4). We verstrekken geen subsidies meer aan projecten die niet aantoonbaar en substantieel leiden tot stappen op de participatieladder, zoals 'iedereen in beweging' in de huidige vorm en 'door sport in beweging'. We zetten wél in op welzijnscoaching (zie Samenleven) en toeleiding van inwoners in de bijstand naar reguliere beweegactiviteiten / sportaanbieders (als stap in maatschappelijk meedoen).
BESLUIT 8 / AFBOUWEN GEEN EXTRA COMMUNICATIE OM HET BEREIK VAN AFZONDERLIJKE REGELINGEN EN VOORZIENINGEN TE VERGROTEN OMDAT HET EFFECT HIERVAN ZEER BEPERKT IS. Natuurlijk willen we dat zoveel mogelijk mensen gebruik maken van onze minimaregelingen. We besteden veel aandacht aan communicatie, zodat zoveel mogelijk inwoners op de hoogte zijn van het aanbod. Er zijn echter veel redenen waarom sommige inwoners alsnog niet bekend zijn met de mogelijkheden en/of er geen gebruik van maken. Het effect van nóg meer communicatie zal heel klein zijn, daarom blijven we doen wat we doen en zetten we hier niet nóg meer op in. We weten dat het beter werkt om onze voorzieningen eenvoudiger en toegankelijker te maken waardoor de drempel om er gebruik van te maken lager wordt (besluit 5). Daarnaast zorgen we gaan we gebiedsgericht werken aan bestaanszekerheid (besluit 6). Om dezelfde reden gaan we geen losse projecten meer bekostigen gericht op laaggeletterdheid en armoedebestrijding. Volgens experts van Pharos en Movisie is het effect en het bereik hiervan over het algemeen laag. Een samenhangende en persoonlijke benadering (zie besluiten 4 tot en met 6) levert volgens hen meer op.
PAGINA 15
MONITOR SD & BURGERPEILING
SAMENLEVEN
RELEVANTE TRENDS & ONTWIKKELINGEN Krapte op de arbeidsmarkt (nu 1 op 6 inwoners nodig in de zorg wordt straks 1 op de 4 inwoners nodig in de zorg). Dit maakt dat gemeenschapskracht (sociale netwerken, laagdrempelige ondersteuning en onderlinge hulp) steeds belangrijker wordt.
Driekwart van onze inwoners geeft in de burgerpeiling 2022 aan dat zij contact hebben met een behoorlijk deel van de inwoners van het dorp. Relatief veel mensen willen soms of regelmatig meer contact in het dorp (38%). Dit geldt vooral voor de groep 18-35 jaar en alleenstaanden en ook voor relatief veel mensen die nu (bijna) geen contacten in het dorp hebben.
Landelijk gezien zien we meer aandacht voor maatschappelijk betrokken ondernemerschap.
Ten opzichte van 2020 geeft een groeiende groep inwoners in de burgerpeiling 2022 aan dat discriminatie (7%) en/of het gevoel er niet bij te horen (16%) van invloed is op hun leven. Mensen ervaren ook dat er wat minder tolerantie is t.a.v. geloof, afkomst of seksuele voorkeur (Burgerpeiling van 77% in 2020 naar 75% nu). Mensen met een laag inkomen hebben significant vaker het gevoel er niet bij te horen of te worden gediscrimineerd.
Het bestaande (traditionele) vrijwilligerswerk staat onder druk, maar we zien dat mensen zeker bereid zijn zich vrijwillig in te zetten voor zaken waar zij zelf voor gemotiveerd zijn en belang bij hebben. Denk aan de energiecoöperaties die ontstaan. Uit onderzoek door Planbureau Fryslân (2022) blijkt dat de meeste Friezen positief denken over diversiteit en inclusie. Leden van ‘minderheidsgroepen’ zijn minder optimistisch, zij ervaren ongelijke kansen en hebben wel eens te maken met uitsluiting en discriminatie en agressie.
Meer 18-35 jarigen (6%) dan 36-55 jarigen (3%) en 55+-ers (2%) voelen zich vaak eenzaam. Eenzaamheid komt relatief veel voor bij mensen met lagere inkomens. (Burgerpeiling 2022). Veel inwoners doen vrijwilligerswerk of willen gaan doen. Bijna alle inwoners willen de buren helpen als dat nodig is.
Uit onderzoek van Nextdoor (2023) blijkt dat binnen Friesland de inwoners van Ooststellingwerf het meest tevreden zijn over de leefbaarheid in hun buurt. De meest belangrijke aspecten blijken een rustige woonomgeving, een prettige omgang met buurtgenoten en een gunstige locatie.
We hebben veel mantelzorgers. Veel van hen geven aan dat zij geen hulp nodig hebben, maar tegelijkertijd zien we dat een relatief groot deel van hen zich overbelast voelt. Dit aandeel is toegenomen ten opzichte van 2 jaar geleden.
ITEN E PRIORITE , K IE IT L O P zaamheid E amenred eren hen om zelf s , n BESTAAND e d n cilit erba
Mensen zijn over het algemeen goed op de hoogte van het aanbod van activiteiten en zijn redelijk tevreden met de mogelijkheden om anderen te ontmoeten. Het minst tevreden zijn de 18-35 jarigen. Deze groep mist ook geschikte activiteiten en uitgaansmogelijkheden.
WAT HOREN WE VAN INWONERS, ORGANISATIES EN EXPERTS
uit en fa sociale v ringen steren in nodigen inwoners minder belemme n lokale e v In : rd o e o rs ee k e W n k . m e a e k ie e a s em Colleg itiatiefn n inclu ekpunt. W rswerk e ken, zorgen dat in re e p g s li n il a a w én vrij pak creëren é n aan te probleme vergunningen) en v ervaren (b nda. ge leid. Inclusiea odatiebe : A ccom m a d n e g a erkings Sam enw
Inwoners zien vooral uitdagingen op het vlak van het behouden en versterken van de gemeenschapskracht (‘op elkaar passen’) en het betrekken van mensen die nu het gevoel hebben er niet bij te horen. Inwoners denken dat een buurthuisfunctie met een inloop in zoveel mogelijk dorpen een welkome aanvulling zou zijn op wat er nu is. Het is belangrijk dat er een aantrekkelijke programmering van activiteiten is. Dit gebeurt niet vanzelf. Er is behoefte aan een laagdrempelig aanspreekpunt in de buurt waar inwoners terecht kunnen voor vragen over zorg, overlast door buren, geld et cetera. Zie Meedoen A, B, C en D. Inwoners zien hierin ook mogelijkheden om de drempel voor mantelzorgers om hulp te vragen te verlagen. Inwoners signaleren dat er behoefte is aan één punt waar je terecht kan als je iets wilt organiseren en/of geld nodig hebt voor een maatschappelijk initiatief (initiatievenloket). Ook het delen van goede voorbeelden zou inwoners en organisaties stimuleren om initiatieven te ontwikkelen. Inwoners zien kansen in de doorontwikkeling van het project Maatschappelijke DienstTijd in een (betaald) tussenjaar waarin jongeren zich inzetten voor de gemeenschap. Inwoners vragen aandacht voor de kwetsbare positie van vrijwillige bestuurders (verantwoordelijkheden, handhaving van alcoholgebruik en rookvrije gebieden, bedreigingen door ontevreden leden).
PAGINA 16
SAMENLEVEN
Conclusie op basis van de vorige pagina Inwoners kunnen en willen zelf hun samenleven vormgeven. Om zorg en welzijn in stand te houden in de toekomst is het nodig dat inwoners initiatief nemen, samenwerken en naar elkaar omzien. En dat willen ze ook. Daarom geven we hen daarvoor ruimte en scheppen we voorwaarden die de bloei van de 'Mienskip' ondersteunen. Dit leidt tot het volgende accent en dingen die we afbouwen.
BESLUIT 9 / ACCENT VOORWAARDEN SCHEPPEN VOOR BLOEI VAN GEMEENSCHAPSKRACHT, INWONERSINITIATIEF EN OMZIEN NAAR ELKAAR
In de groene vlakken staan voorbeelden van inspanningen. Deze zijn nog niet door het college vastgesteld. Bij de keuze van inspanningen laat het college zich leiden door het toetsingskader (paragraaf 6). NB Zwart = bestaand, rood = nieuw of vernieuwd
Gemeenschapskracht groeit als er een plek is waar mensen elkaar ontmoeten, zij zelf bepalen wat ze belangrijk vinden om op te pakken en er voldoende faciliteiten zijn (geld en/of professionele ondersteuning). We faciliteren ontmoeting tussen inwoners. Onder andere in het accommodatiebeleid borgen we dat er in elk dorp/buurt ontmoetingsplekken zijn waar activiteiten zijn en mensen graag samenkomen. Op het gebied van cultuur zijn organisaties bezig een Bruisplek op te zetten. We waarderen zelforganisatie door inwoners, op welk gebied dan ook. En faciliteren dit waar nodig en gewenst. We stellen geld beschikbaar via Het Fonds en andere subsidieregelingen. We onderzoeken samen met de betrokken partijen structurelere vormen van financiering voor lokale zorg- en welzijnsinitiatieven. Inwoners kunnen desgewenst gebruik maken van opbouwwerkers of een externe partij naar keuze om hen bij hun maatschappelijk initiatief te ondersteunen. Inwonersinitiatieven en vrijwilligersorganisaties vragen de gemeente om hen te helpen met regels, wetten, subsidies, vergunningen, werven van vrijwilligers et cetera. Opbouwwerk, bestuurscoaching, vrijwilligersmatching voorzien in die behoeften.
Daarnaast starten we in januari 2024 een initiatievenloket waarbinnen inwoners met een maatschappelijk initiatief één aanspreekpunt vinden binnen de gemeente (dorpencoördinatoren) en waar we informatie bundelen en goede voorbeelden samenbrengen. Omzien naar elkaar bloeit als mensen elkaar kennen. We stimuleren dat er in elk dorp mensen zijn die contacten tussen mensen, activiteiten, verenigingen en (waar nodig) hulpverlening leggen. Per dorp zal de invulling verschillend zijn. Professionele of vrijwillige welzijnscoaches en/of dorpsondersteuners en/of gespecialiseerde organisaties als VraagElkaar kunnen een rol spelen. Dit werken we uit in samenspraak met de dorpen. Verbinding tussen mensen gaat eenzaamheid tegen. Een nieuwe aandachtsgroep hierbij zijn 18-35 jarigen. Extra aandacht is ook nodig voor mantelzorgers. Binnen het gebiedsteam blijft de mantelzorgconsulent actief. Opdat iedereen gezien wordt, gaan we voor inclusie en diversiteit.
BESLUIT 10 / AFBOUWEN WE BEMOEIEN ONS NIET MET DE INHOUD EN UITVOERING VAN INITIATIEVEN MAAR LATEN DIT BIJ INWONERS(GROEPEN), DORPEN EN BUURTEN EN MAATSCHAPPELIJKE ORGANISATIES. We bemoeien ons niet met de inhoud van maatschappelijke initiatieven. Dit ondermijnt het eigenaarschap van initiatiefnemers en demotiveert hen. Desgewenst ondersteunen we initiatiefnemers wel, bijvoorbeeld met (het zoeken van) financiering of door opbouwwerk. Als het project anders wordt dan wij dachten of het duurt langer tot partijen tot samenwerking komen, dan grijpen we niet in. We nemen geen uitvoeringstaken op ons bij de realisatie van ons beleid op het gebied van samenleven. Denk aan het leiden van projecten die van onderop zijn ontstaan, het beheren van websites die niet van de gemeente zijn of het geven van trainingen aan mantelzorgers. We bepalen niet alleen hoe vrijwilligersondersteuning of ander welzijnswerk er uit moet zien. We willen de dorpen, buurten en vrijwilligersorganisaties meer ruimte geven om te bepalen hoe het aanbod er uit ziet. We bespreken met de dorpen of en hoe zij dit willen.
PAGINA 17
MONITOR SD & BURGERPEILING
GEZONDHEID
Relatief veel inwoners geven in de burgerpeiling 2022 aan dat zij lichamelijke of mentale beperkingen en/of geldzorgen ervaren in hun dagelijks leven. In de cijfers zien we ook dat er relatief veel volwassenen zijn met langdurige ziekten of aandoeningen. Toch is het merendeel van onze inwoners tevreden over hun gezondheid, hun leven en ervaren zij zingeving. 33% van de inwoners geeft aan dat ze vanwege geld belemmerd worden in het maken van gezonde keuzes.
De aandacht voor positieve gezondheid (bredere kijk op gezondheid dan lichamelijke gezondheid) neemt toe. Mooie voorbeelden van maatschappelijke initiatieven bv bloeizones. Beweging om langer thuis te blijven wonen. Vergrijzing en daardoor meer mensen met dementie. De verwachting is dat het aantal mensen met een chronische aandoening vanwege de vergrijzing zal toenemen.
Het aantal initiatieven van onderop dat bijdraagt aan positieve gezondheid neemt toe (bv Bloeizones).
Een deel van de dementiegevallen en chronische aandoeningen is te voorkomen door een gezonde leefstijl. Bewegen is daarbij van positieve invloed.
Overgewicht komt relatief veel voor in geheel Friesland, maar in Ooststellingwerf nog meer. Ook onder jongeren. Vooral ernstig overgewicht gaat samen met een slechtere algemene gezondheid en meer huisartscontacten.
Landelijk gezien valt op dat 65-plussers hun mentale gezondheid gunstiger beoordelen dan 18-65-jarigen. Onder mensen met een laag inkomen komt een laag psychisch welbevinden het meeste voor.
We bewegen in Ooststellingwerf minder dan eigenlijk nodig is om gezond te zijn en te blijven. Volwassen inwoners van Ooststellingwerf roken minder ten opzichte van Friesland als geheel. Het percentage jongeren dat rookt is lager dan een aantal jaren geleden, maar is in absolute zin wel hoger dan het Fries gemiddelde.
ITEN E PRIORITE K IE IT L O P E BESTAAND
93% van onze inwoners voelt zich redelijk veilig. Ook ervaren de meeste inwoners een veilige, gezonde en schone leefomgeving. We zien steeds meer voorbeelden van ondernemers en organisaties die hun medewerkers en vrijwilligers bewust maken van leeftijdsvriendelijke dienstverlening (en specifiek omgaan met mensen met dementie).
RELEVANTE TRENDS & ONTWIKKELINGEN
WAT HOREN WE VAN INWONERS, ORGANISATIES EN EXPERTS
gelijk vroeg mo id, het zo e n, h e d d n n o ta z e -achters sitieve g f o /o p n en e p o n a rl le in ee ve g etten erschil ndheidsv der worden. Daarm nde, ord: We z o o z k e k g a n e e g l ou gezo Colle rische g en vitaa ns op een ze s. van moto efomgevin zorg. We richten o zo nd e k eu verkleinen le e g e k n a ie v s n fy s e e k id d a e n h m o d z k een ge makkelij d e gezon e druk op mgeving en op het w e ook d o e k riendelij bew eegv
Inwoners zijn sceptisch over de invloed van de gemeente waar het gaat om gezondheid. Het gaat om de gehele samenleving. Een aanpak als OKO, waarbij iedereen deelneemt, vinden zij kansrijker dan eenzijdige acties vanuit de gemeente. Ook zien ze een rol voor de gemeente wat betreft het zichtbaar maken van goede voorbeelden en het faciliteren van initiatieven van onderop (bv bloeizones, maar ook beweegevenementen etc.). Gezondheidsstimulerende projecten moeten volgens inwoners zoveel mogelijk van onderop komen. Er moet een intrinsieke wens zijn bij bv een vereniging om werk te maken van gezonde snacks in de kantine. Ze moeten niet meedoen omdat de gemeente (tijdelijk) facililteiten biedt want dan zal het effect ook slechts tijdelijk zijn. Experts benadrukken het belang van een integrale aanpak van preventie. Het gaat om het voorkomen van lichamelijke beperkingen, bijvoorbeeld door het voorkomen van overgewicht en middelengebruik. Maar het gaat ook om onderliggende factoren die invloed hebben op (lichamelijke en mentale) gezondheid. Denk hierbij aan het creëren van beweegvriendelijke omgevingen op scholen of op het werk, toegankelijkheid van gebouwen en voorzieningen, acceptatie van diversiteit, het waarborgen van bestaanszekerheid voor inwoners die moeite hebben het hoofd boven water te houden, het voorkomen van eenzaamheid en de mentale gezondheid van jongeren.
Experts geven aan dat gezondheidsachterstanden van de meest kwetsbare inwoners niet aan te pakken zijn door aan de gezondheidskant te beginnen. Advies is te beginnen met het maken van contact en het bieden van concrete verbeteringen in hun dagelijks leven.
PAGINA 18
GEZONDHEID
Conclusie op basis van de vorige pagina Door de vergrijzing en een ongezonde leefstijl komen chronische ziekten en overgewicht steeds meer voor. Hierdoor zal de zorgbehoefte toenemen. Daarom zetten we in op preventie en willen het inwoners zo makkelijk mogelijk maken om gezonde keuzes te maken. Dit leidt tot de volgende accenten en dingen die we afbouwen.
BESLUIT 11 / ACCENT INTEGRALE AANPAK OM TE KOMEN TOT EEN GEZONDE FYSIEKE LEEFOMGEVING DIE UITNODIGT TOT GEZOND GEDRAG
In de groene vlakken staan voorbeelden van inspanningen. Deze zijn nog niet door het college vastgesteld. Bij de keuze van inspanningen laat het college zich leiden door het toetsingskader (paragraaf 6). NB Zwart = bestaand, rood = nieuw of vernieuwd
De fysieke leefomgeving moet uitnodigen tot gezond gedrag bijvoorbeeld door veilige fiets/voetpaden en -routes, toegankelijke ontmoetingsplekken, ruimte voor sport en spel, een gezonde schoolomgeving, aantrekkelijk groen en een bescherming tegen schadelijke effecten van geluid, geur of niet-schone lucht. Dit vraagt vroegtijdige samenwerking tussen ruimtelijke ordening, economische zaken, duurzaamheid, vergunningen en samenleven als we werken aan bijvoorbeeld woningbouw en mantelzorgwonen, het maken van omgevingsplannen, verkeer en mobiliteit en het accommodatieplan.
BESLUIT 12 / ACCENT PREVENTIEF INZETTEN OP EEN GEZONDE EN ACTIEVE LEEFSTIJL WAARIN REABLEMENT*, BEWEGEN, VOEDING EN WEERBAARHEID CENTRAAL STAAN
*Reablement is een manier om samen met een oudere te werken aan herstel van zelfredzaamheid. Het heeft als doel om inwoners zo onafhankelijk mogelijk te maken van zorg en zoveel mogelijk en zo lang mogelijk dingen (weer) dingen zelf doen. NB Zwart = bestaand, rood = nieuw of vernieuwd
JOGG (Samen maken we jeugd gezond) helpt scholen, sportverenigingen etc. om het predicaat ‘gezond’ en/of ‘rookvrij’ te gaan dragen. Hierdoor wordt de dagelijkse leefomgeving van veel kinderen en volwassen inwoners gezonder en neemt bewustwording toe. Buurtsportcoaches gaan zich meer richten op ouderen en kwetsbare inwoners met gezondheidsachterstanden en/of een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Sportakkoord: hierin richten sportaanbieders en gemeente zich samen op drie thema's namelijk jong vaardig in bewegen, inclusief sporten en bewegen en vitale sport- en beweegaanbieders. Valpreventie richt zich op vroegtijdig signaleren van valrisico en vervolgens zetten we in op blijven bewegen (waaronder ook het huishouden doen, tuinieren, met de kleinkinderen spelen etc). We kijken of en hoe we een 'samen gezond spreekuur' tot stand kunnen brengen waar inwoners terecht kunnen voor hulp bij een gezondere leefstijl op een manier die aansluit bij hun persoonlijke situatie en voorkeuren. Mogelijk zijn er combinaties mogelijk met welzijnscoaching/dorpsverbinders (zie opgave Samenleven) en/of een loketfunctie waar mensen laagdrempelig en dichtbij terecht kunnen voor andere vragen op sociaal gebied (integrale aanpak). We blijven de Bloeizones ondersteunen.
Daarnaast helpen diverse inspanningen binnen andere opgaves uit de Visie op Samenleven een bijdrage aan een gezonde en actieve leefstijl, bijvoorbeeld: Het programma Opgroeien in een Kansrijke Omgeving (OKO) - gezonde leefstijl en mentale gezondheid van jongeren (zie goed opgroeien). Het project Domein Overstijgende Samenwerking waarin gezond ouder wordt een belangrijk thema is (zie meedoen A & D). Het preventief aanbieden van Powerful Ageing (zie meedoen A&D) Welzijnscoaches/dorpsondersteuners (zie samenleven). Het laten zien van goede voorbeelden van initiatieven door inwoners, ondernemers en verenigingen op het gebied van oa gezondheid (zie samenleven). Investeren in gemeenschapskracht en inclusiebeleid (zie samenleven). Gebiedsgericht en integraal aan de slag met bestaanszekerheid (zie meedoen B&C).
BESLUIT 13 / AFBOUWEN NIET BETUTTELEN, MAAR UITNODIGENDE PROJECTEN EN PROGRAMMA'S AANSLUITEND BIJ DE INTRINSIEKE MOTIVATIE VAN INWONERS We kiezen vooral voor projecten waar inwoners als 'dragers' bij betrokken zijn en zijn terughoudend met 'top down' projecten. We sluiten bij voorkeur aan bij of faciliteren initiatieven van inwoners zelf. We organiseren we geen eigen gemeentelijke bewustwordingscampagnes (reclame-achtig) over gezondheid. We stimuleren wél dat inwoners goede voorbeelden delen en haken aan bij landelijke campagnes waar dat kan (bv Stoptober, Ik Pas etc).
PAGINA 19
MONITOR SD EN BURGERPEILING
GOED OPGROEIEN
Landelijk gezien zijn er in het schooljaar 2021-2022 ruim 30.000 jongeren met hun MBO opleiding gestopt zonder een startkwalificatie te behalen doordat de arbeidsmarkt gunstig is. Dit is zorgelijk, omdat deze jongeren op langere termijn kwetsbaarder zijn om zonder werk te zitten of zich niet optimaal te ontwikkelen.
Het percentage jongeren dat zonder startkwalificatie het onderwijs verlaat (1,8%) is iets toegenomen en ligt iets hoger dan het Fries gemiddelde. Het aantal jonge kinderen dat op de peuterspeelzaal of de kinderopvang een indicatie krijgt voor een programma gericht op taalvaardigheid (VVE, Tutoring) stijgt. In onze gemeente zijn relatief veel jonge kinderen minder taalvaardig. Positief is dat een hoog percentage hiervan ook deelneemt aan deze programma's.
Landelijke trend is dat de mentale gezondheid van kinderen en jongeren onder druk staat. Jongeren ervaren toenemende prestatiedruk. Ze spiegelen elkaar via sociale media hun perfecte levens voor. Dit vergroot de kans op verslaving, faalangst en/of mentaal in de knoop raken.
Kinderen tussen 4-12 jaar zijn meer gaan bewegen ten opzichte van 2021. De beweging van jongeren in de leeftijd van 13-18 jaar blijft juist achter. Overgewicht onder kinderen en jongeren neemt toe.
In de meeste regio's in Nederland zijn er wachtlijsten voor jeugdhulp. Lichtere gevallen 'verstoppen' regelmatig de toegang voor complexere gevallen.
De meeste ouders geven aan dat zij opvoeding zonder hulp aan kunnen, bij lagere inkomens is dit minder (Burgerpeiling 2022). Er is een groep ouders die onvoldoende opvoedingsvaardigheden heeft, onmachtig is door persoonlijke problemen of geen grip meer heeft op hun kinderen. Dit is een probleem dat onder alle ouders voorkomt. · De meeste ouders geven aan dat zij de weg weten naar hulp (huisarts is hun belangrijkste aanspreekpunt, daarna online of leerkracht). Inwoners met lagere inkomens geven minder vaak aan dat zij de weg weten (Burgerpeiling, 2022).
Onderzoeken tonen aan dat er een verband is tussen relatieproblematiek / vechtscheidingen / eenoudergezinnen en het gebruik van jeugdhulp (oa NJi, 2020). Veel problemen van jongeren hangen aantoonbaar samen met zowel de toenemende armoede en schulden als de groeiende sociale ongelijkheid die het vertrouwen in de samenleving ondermijnen. Steeds meer etikettering en medicalisering van gedragspatronen en leerproblemen, terwijl er ook een roep is om te 'normaliseren'.
Het percentage kinderen en jongeren dat volgens ouders kampt met fysieke of mentale problemen neemt de afgelopen jaren toe. Dit lijkt te stabiliseren (GGD). Het lukt nog niet om het gebruik van alcohol, middelen en tabak terug te dringen naar het gewenste niveau. Er zijn zorgen over jongeren die (hard)drugs gebruiken.
De uitgaven voor jeugdhulp stijgen nog steeds, net als in andere gemeenten. Positief is dat er minder verwijzingen zijn naar specialistische hulp, maar het aantal jeugdigen in zorg blijft stijgen. Er zijn meer maatwerktrajecten nodig, onder andere door wachtlijsten bij gecontracteerde aanbieders, waardoor we ergens anders (duurder) in moeten kopen.
RELEVANTE TRENDS & ONTWIKKELINGEN
WAT HOREN WE VAN INWONERS, ORGANISATIES EN EXPERTS
Er komt een nieuwe aanbesteding aan voor het inkopen van jeugdhulp. Hierdoor krijgen we vrijheid om zelf lichtere hulp ('complementaire hulp') te organiseren, in te kopen of zelf uit te voeren in plaats van via SDF. ITEN E PRIORITE K IE IT . L O P E preventie BESTAAND esteren in gaven op v In . n e m en. Uit oorko re dig hebb tanden v ij hulp no e meest kwetsba n die sachters z ij ls rw a e n d e n d d e O it : in m e v rd o it o v te is o ti ten dig akk en ac College- inwoners ons we ven doen wat no n. ieningen rz re e o s o li v a lij n t b a a Zorgen d mo beperken en n. Meer gebruik v rzieningen). Norm W oo ne jeugd en oed te ondersteu n (voorliggende v matiek. ij g z r rs a e a n b o gdproble ik w u h c je in s e e ti b n e e prev dicati laving en zonder in ntie vers e v re P : a g end erkingsa Sam enw
Preventie vanaf jonge leeftijd draagt bij aan de ontwikkeling van gezondsheidsvaardigheden en taalvaardigheden en weerbaarheid in de toekomst. Richt dit (vooral) op kinderen van (aanstaande) ouders in een kwetsbare situatie, bijvoorbeeld door hoge schulden of een beperkt sociaal netwerk, want zij open meer kans op problemen in hun latere leven. Zowel ons eigen gebiedsteam als andere verwijzers (denk aan huisartsen) maken nog summier gebruik van het 'voorliggend veld'. Als we trends als etikettering en medicalisering van gedragspatronen en leerproblemen willen keren, moeten we de oplossingen niet in meer of andere jeugdzorg zoeken, maar preventief werken door te investeren in een positieve leefomgeving voor kinderen en jongeren waarin ouders, vrijwilligers, professionals en jongeren intensief samenwerken. Vasthoudendheid en een lange adem is nodig om veranderingen met impact te bewerkstelligen. Er is behoefte aan activiteiten voor jongeren in de dorpen. PAGINA 20 Het voorkomen van relatieproblemen is de beste vorm van preventie van jeugdhulp.
GOED OPGROEIEN
BESLUIT 14 / ACCENT KANSRIJKE START VOOR KINDEREN
In de groene vlakken staan voorbeelden van inspanningen. Deze zijn nog niet door het college vastgesteld. Bij de keuze van inspanningen laat het college zich leiden door het toetsingskader (paragraaf 6). NB Zwart = bestaand, rood = nieuw of vernieuwd
De cognitieve ontwikkeling van leerplichtige kinderen is een verantwoordelijkheid van het onderwijs. Wij richten ons op de voorschoolse periode. Dit blijven we doen door het programma Kansrijke start (eerste 1000 dagen van een kind) en door oa onze VVE-programma's.
Conclusie op basis van de vorige pagina Er zijn relatief veel kinderen in onze gemeente minder taalvaardig. Ook staat de weerbaarheid van opgroeiende jongeren onder druk. De uitgaven voor jeugdhulp blijven stijgen. Daarom richten we ons vooral op preventie.
BESLUIT 15 / ACCENT BEPERKEN JEUGDHULPVRAGEN DOOR GERICHTE PREVENTIE
NB Zwart = bestaand, rood = nieuw of vernieuwd
We onderzoeken hoe we het goede bereik van de meest kwetsbare kinderen en hun ouders via de Voor- en Vroegschoolse educatie kunnen benutten om niet alleen te werken aan de ontwikkeling van het kind, maar desgewenst ook een vraagbaak en steun te zijn voor deze ouders in de breedste zin van het woord (opvoeden, geldzorgen, relatieproblemen) totdat het kind 18 is.
We zoeken oplossingen niet in meer of andere jeugdzorg, maar werken preventief door te investeren in een positieve leefomgeving voor jongeren (vanaf 10 jaar) waarin ouders, vrijwilligers, professionals en jongeren intensief samenwerken. Dit doen we met het programma Opgroeien in een Kansrijke Omgeving (OKO, voorheen IJslandse preventiemodel). OKO is in eerste instantie gericht op het terugdringen van middelengebruik maar richt zich ook op het verbeteren van de mentale en fysieke gezondheid door een positieve leefomgeving. Dit gebeurt door vrijetijdsactiviteiten, een positief schoolklimaat en sociale steun door ouders en belangrijke anderen uit de omgeving. OKO richt zich op geheel Ooststellingwerf. Het gebiedsteam biedt zelf kortdurende ondersteuning om 'erger te voorkomen' en om wachtlijsten voor geïndiceerde zorg te verminderen. We vragen de jongerenwerkers van Scala om een extra rol op te pakken, namelijk die van welzijnscoach voor jongeren. Jongeren die aankloppen bij het gebiedsteam, maar waar geen kortdurende hulp of geïndiceerde hulp nodig is, kunnen terecht bij een jongerenwerker die hen bemiddelt naar activiteiten of indicatievrije voorzieningen (bijvoorbeeld een buddy voor kinderen die te maken krijgen met een scheiding). We onderzoeken hoe we problemen bij kinderen door relatieproblemen en/of een (v)echtscheiding van hun ouders vóór kunnen zijn.
Dit leidt tot de volgende accenten en dingen die we afbouwen.
BESLUIT 16 / AFBOUWEN WE HOUDEN ONS NIET (MEER) BEZIG MET VERANTWOORDELIJKHEDEN DIE BIJ ANDERE PARTIJEN LIGGEN (BV ONDERWIJS) We zetten buurtsport niet meer in voor het gymonderwijs en bekostigen geen projecten gericht op de cognitieve ontwikkeling van kinderen die al naar school gaan (bijvoorbeeld tutoring). Dit zijn verantwoordelijkheden van het onderwijs. We blijven wel bijdragen aan het voorkomen van schooluitval door een goede samenwerking tussen onderwijs, zorg en leerplicht.
BESLUIT 17 / AFBOUWEN GEEN LOSSE PROJECTEN GERICHT OP DE WEERBAARHEID EN POSITIEVE GEZONDHEID VAN KINDEREN VANAF 10 JAAR MAAR SAMENHANGENDE AANPAK (OKO).
We investeren de komende jaren in de samenhangende OKO-aanpak (zie hierboven) en niet meer in losse projecten gericht op weerbaarheid en positieve gezondheid van kinderen en jongeren ouder dan 10 jaar (waar OKO zich op richt). Denk aan Happy Lessen of preventielessen over middelengebruik.