bijlage 1 notitie hoe verder na vaststelling nota Fansels Frysk
Tekst van het document
Notitie Stellingwerfs en Fries; hoe verder na de vaststelling Taalnota Fansels Frysk Inleiding Op 19 juni is de taalnota Fansels Frysk vastgesteld door provinciale staten van Friesland. Zowel door ons college als door uw raad is de taalnota, zoals deze was voorgelegd aan Provinciale Staten, niet positief ontvangen. Ooststellingwerf is in de taalnota volledig in het Friestalig gebied getrokken. Er is in de nota weinig tot geen ruimte gemaakt voor het Nedersaksisch / het Stellingwerfs, dat in onze gemeente gesproken wordt. Er is weinig tot geen ruimte in de nota voor de andere culturele en taalkundige achtergrond van onze gemeente. Ons college heeft via een brief een inspraakreactie gestuurd naar Provinciale Staten waarin gevraagd is om ook het Stellingwerfs als de andere minderheidstaal in de provincie een gelijkwaardige positie te geven. Wij hebben gevraagd de nota daarop aan te passen. Wij hebben in onze brief aangegeven dat wij geen ruimte zien voor het uitvoeren van de nota zoals deze is voorgelegd aan Provinciale Staten. Op 19 juni jl. is de taalnota vastgesteld door Provinciale Staten. In deze notitie wordt ingegaan op de actuele situatie en hoe nu verder. Hierin wordt ook kort ingegaan op onze juridische positie in deze ‘taalkwestie’.
Deze notitie is vooral bedoeld als ondersteuning in een inhoudelijk gesprek over ons taalbeleid en om te komen tot een richtinggevende uitspraak over de te kiezen beleidslijn.1 Besluit van Provinciale Staten van Friesland op de taalnota Fansels Frysk De taalnota heeft geleid tot veel discussie in de provincie en in de Friese Staten. Enerzijds door een forse bezuiniging op diverse taalinstellingen in Friesland, terwijl er door het rijk meer geld voor het Fries beschikbaar is gesteld. Ook de Stellingwerver Schrieversronte heeft een deel van haar structurele subsidie (een bedrag van € 27.500,-) in moeten inleveren per 2026. Anderzijds is er een discussie ontstaan over het ondersteunen van de zogenaamde streektalen in Friesland. Hier heeft onze brief aan bijgedragen en dit heeft de besluitvorming ook beïnvloed. Provinciale Staten heeft op 19 juni besloten2: 1. Fansels Frysk 2025-2028, Beliedsnota Fryske taal, fest te stellen, werby't de langetermyndoelen ta kundskip oannaam wurde en it Steatekomitee Frysk frege wurdt dizze te belûken by har inisjatyfutstel en mei it taheakjen fan in troch it kolleezje op te stellen tekst oer Fryske streektalen en it Nedersaksysk yn Fryslan mei as utgongspunten: 1. De provinsje Fryslan spant har derfoar yn dat streektalen in bettere posysje krije.
De provinsje draacht derom yn de mande mei de bestjoerlik ferantwurdlike gemeenten by oan it beskermjen en befoarderjen fan de streektalen yn Fryslan. 2. Skoallen dy't dat winskje, yn regio's der't in streektaal yn gebrûk is, meie de streektaal taheakje oan it ûinderwiisoanbod Fryske taal en kultuer. 1 Deze notitie hoort bij zaak 0085227316
2 De besluitvorming van de staten wordt alleen in het Fries geschreven, onze vertaling is onderaan de notitie te
vinden.
1
a. Benammen yn de plakken der't in sterke streektaalmienskip is siket de provinsje yn de mande mei skoalstipers romte om in folweardige posysje fan de streektaal yn de lessen Fryske taal en kultuer fierder te fersterkjen. 3. Yn oerlis mei de Stellingwerven probearret de provinsje te kommen ta in effektyf taalbelied foar it Stellingwerfsk, mei as ûitgongspunt dat de provinsje in ferantwurdlikheid fielt foar it Stellingwerfsk en derom de primere bestjoerlike ferantwurdlikheid fan de gemeenten stipet, binnen har wetlike taken en befoegdheden. Deryn gean wy ût fan proaktive gearwurking fan de Stellingwerven. Derby wurdt ek de Onderfining brukt dy't yn oare gemeenten al opdien is mei de meartalichheidskoordinatoren. 4. Yn oparbeidzjen mei de gemeenten, de Ryksoerheid ende oare provinsjes meitsje wy wurk fan de Etfiering fan it Konvenant Nedersaksysk ût 2018. In het besluit van Provinciale Staten klinkt onze zorg over de positie van het Stellingwerfs duidelijk door. En dat is positief. Brief Gedeputeerde Staten 23 oktober 2024 In een brief van 23 oktober 2024 heeft het college van Gedeputeerde Staten van Friesland gereageerd op uw reactie op de Taalnota Fansels Frysk. Het is een brief waarop gereflecteerd wordt op uw reactie en die reflectie is niet positief. Dat was ook te verwachten misschien.
Over het algemeen zijn Gedeputeerde Staten teleurgesteld over de keuzes van Ooststellingwerf in het verleden ten aanzien van het taalbeleid. Over de uitgesproken teleurstelling, het verwijt geen beleid te voeren en in diverse bestuurlijke overleggen niet aanwezig geweest te zijn, kan gezegd worden dat er over ons beleid diverse bestuurlijke gesprekken zijn geweest met de provincie, in het verleden, tussen de (toenmalige) portefeuillehouders en burgemeester / CdK. Hierin is Ooststellingwerf behandeld als ware het Weststellingwerf en is het uitvoeren van een minimaal taalbeleid gerespecteerd. Het huidige college van Gedeputeerde Staten heeft dit eenzijdig veranderd. Hoe we de brief moeten zien ten opzichte van het formele besluit van Provinciale Staten is niet duidelijk. De brief eindigt met een uitgestoken hand. En het is verstandig om het daar dan ook maar bij te laten. Stellingwerfs en Friese streektalen in het besluit van Provinciale Staten van juni 2024 Opvallend is dat er in de besluitpunten van Provinciale Staten een duidelijk onderscheid wordt gemaakt tussen de Friese streektalen en het Nedersaksisch in Friesland. En dat er wordt gesproken over een door het college van gedeputeerde staten op te stellen tekst over Friese streektalen en het Nedersaksisch in Fryslân waarin drie uitgangspunten moeten zijn verwerkt. Deze tekst is nog niet ontvangen.
Voor ondersteuning van het Stellingwerfs wordt wel expliciet aangegeven dat de gemeenten aan zet zijn. De provincie zal dit steunen, de vrijblijvendheid van de afgelopen jaren is voorbij. Niet vrijblijvend Het aangepaste besluit is niet vrijblijvend. In het besluit van Provinciale Staten wordt duidelijk gemaakt dat ook onze gemeente moet ‘leveren’. Gezamenlijk en actief optrekken om zowel het Stellingwerfs als het Fries in positie te brengen. Dat betekent in de eerste plaats dat we ons eigen beleid moeten aanpassen. Daarbij wordt in het besluit gesproken over de samenwerking van de Stellingwerven. Weststellingwerf behoort niet tot het Friestalig gebied en heeft in dit geval toch wel echt een andere rechtspositie.
2
Daarnaast blijft de bescherming van het Stellingwerfs een kwestie van actieve aandacht. Zolang onze gehele gemeente als Friestalig gebied wordt aangemerkt – en dat is niet gewijzigd – zullen we een stap harder moeten lopen om het Stellingwerfs te bevorderen en te beschermen in het Stellingwerfstalig gebied. Dat is nog steeds niet vanzelfsprekend, ook niet na het definitieve besluit over de taalnota Fansels Frysk. Ook hierop zullen we ons beleid moeten richten. Eigen beleid aanpassen? Onze gemeente valt sinds 2013 onder de Wet gebruik Friese taal (WGFT). We voldoen aan de wettelijke verplichtingen die dat meebrengt. We hebben een Taalnota en een Verordening Fries in het schriftelijk verkeer. Er is op 8 januari 2019 door ons college hierover een besluit genomen en dit is bevestigd door uw raad op 26 maart 2019. Er is toen besloten om een minimale uitvoering te geven aan de WGFT. Dit is in overleg met de provincie Friesland tot stand gekomen. In ons beleid gaan we uit van het Nederlands als voertaal. We voeren de WGFT minimaal uit, met name vanuit onze cultuurhistorische en taalkundige achtergrond. Immers, “Wi’j bin gien echte Friezen, Mar ok gien Drenten meer”3, Hiermee hebben we doelbewust geen keuze gemaakt voor het voeren van meertalig beleid. Waarom niet? 1. We hadden net als Weststellingwerf een uitzonderingspositie willen krijgen op de Wet Gebruik Friese Taal.
Dit is niet gelukt. Toen is gekozen voor een praktische en pragmatische oplossing: Nederlands als voertaal en minimale invulling van taalbeleid. 2. Taal is een gevoelig onderwerp, ook in Ooststellingwerf. Door een gulden Nederlandstalige middenweg te kiezen, omzeilen we de mogelijkheid van het ontstaan van conflicten over taal. Die gaan we bij voorkeur uit de weg. 3. Het Nedersaksisch / Stellingwerfs heeft als erkende minderheidstaal in Europa een lagere beschermingsstatus dan het Fries. Bij het voeren van actief taalbeleid staan we in de bescherming van het Stellingwerfs om te beginnen met 1-0 achter. Dat is onrechtvaardig en nodigt niet uit om er aan te beginnen. 4. Het voeren van actief taalbeleid kost geld. Minimale uitvoering betekent ook minimale inzet van mensen en middelen. Bij het voeren van actief taalbeleid zullen we mogelijk meer middelen moeten inzetten dan in andere Friese gemeenten, omdat het Fries en het Nedersaksisch niet verwant zijn aan elkaar. Het zijn verschillende talen met een linguïstisch andere oorsprong. Alles rondom deze talen vraagt om een eigen expertise. Bij het Fries is dat meer voorhanden dan bij het Stellingwerfs. Voor het Fries zijn beduidend meer middelen beschikbaar. Dat maakt het voeren van actief taalbeleid voor ons een financieel onzekere uitdaging.
De provincie vraagt nu van ons om gezamenlijk op te trekken in de bescherming van het Fries en het Stellingwerfs. Punt 3 in het besluit van Provinciale Staten is hierin belangrijk. Als gemeente zijn wij primair verantwoordelijk en wordt van ons een proactieve houding verwacht. De provincie voelt verantwoordelijkheid voor het Stellingwerfs, maar als gemeente zijn wij de eerst verantwoordelijke. Conclusie is dat ons huidige taalbeleid in die visie niet meer voldoet. Vanuit punt 3 wordt van ons impliciet gevraagd en verwacht dat we een actief integraal beleid meertaligheid gaan voeren. Er zal niet van ons verwacht worden dat we gelijk van de spreekwoordelijke kelder naar de zolder springen, maar de gekozen vrijblijvendheid is voorbij.
3 Uit het tweede couplet van het Stellingwarfs volkslied
3
Wanneer u kiest voor de gezamenlijke aanpak, begint deze met het schrijven van eigen actief taalbeleid, het vrijmaken van mensen en middelen ervoor. We moeten dan ons huidige beleid loslaten. Onderwijs is hierin een belangrijk onderwerp met een eigen wettelijke basis. Nieuw taalbeleid in relatie tot de nota Fansels Frysk Het voeren van integraal taalbeleid betekent dat er op een aantal beleidsdomeinen rekening gehouden moet worden met meertaligheid. In de nota Fansels Frysk worden de volgende beleidsdomeinen genoemd: • Fries thuis • Fries in het Onderwijs (voorschools tot en met HBO) • Fries op het werk en het bedrijfsleven • Fries in de vrije tijd • Fries in de openbare ruimte • Fries bij de overheid, in rechtbank en in de zorg • Onderzoek naar en voor het Fries • Internationale samenwerking Hiermee wordt in grote lijnen de opzet van de Bestjoersôfspraak Fryske Taal en Kultuer, BFTK 2024 – 2028 gevolgd4. In de BFTK 2024-2028 staan nieuwe afspraken tussen rijk en provincie over de uitvoering van de WGFT. In Fansels Frysk neemt de provincie de afspraken uit de BFTK als basis en wordt uitgelegd hoe deze afspraken worden uitgewerkt en welke structurele en incidentele middelen er daarvoor worden ingezet. Het Nedersaksisch valt hier niet onder. De provincie wil de ambities tezamen met overheden en instellingen realiseren. Er worden per beleidsdomein resultaten in 2028 benoemd.
In de nota Fansels Frysk is over het Fries bij de overheid, het volgende opgenomen: “Alle Friese gemeenten uit het Friese taalgebied, de Veiligheidsregio, de FUMO en Wetterskip Fryslân hebben een wettelijke taak ten aanzien van het Fries. In de overlegstructuur Mei-inoar foar it Frysk worden gemeenschappelijk ambities geformuleerd. Als voorzitter van Mei-inoar foar it Frysk stimuleert de provincie organisaties om het Fries uit te dragen in hun interne en externe communicatie en het zichtbaar maken in de openbare ruimte. Zo kunnen gemeenten, met financiële hulp van de provincie, een meertaligheidscoördinator aanstellen die zorgt voor een integrale aanpak met oog voor de streektaal en binding houdt met de samenleving. De provincie heeft ook een formele rol als toezichthouder op de uitvoering van de Wet Gebruik Friese taal. Op grond van het Interbestuurlijk Toezicht worden om die reden ook gesprekken gevoerd met gemeenten over hun wettelijke taken op dit gebied. De komende jaren wordt gezamenlijk toegewerkt naar een volledig gelijkwaardige positie van het Fries in alle communicatie-uitingen. Hier wordt met de gemeenten concrete en meetbare ambities voor geformuleerd. Naast afspraken met gemeenten en andere overheidsinstanties worden er deze beleidsperiode ook duidelijke afspraken met het Rijk over tweetalige communicatie gemaakt.
In de informatie van de rijksoverheid moet het Fries als andere rijkstaal een gelijkwaardige positie naast het Nederlands hebben. Resultaten 2028 • De provincie geeft als Taalschipper het goede voorbeeld en draagt het Fries in al haar facetten uit. Alle communicatie van de provincie Fryslân is Friestalig en tweetalig waar nodig. De provincie draagt het Fries zelf in alle activiteiten actief uit. 4 Gebaseerd op het UNESCO taalvitaliteitsmodel
4
• • •
Een kwart van alle communicatie door officiële instanties is tweetalig. Gemeenten en rijksuitvoeringsinstanties hebben taalbeleid en bevorderen en borgen zo het Fries. Meertaligheidscoördinatoren steunen de gemeenten bij het realiseren van hun taalbeleid”.
Met de Friese overheidsinstellingen is een traject Mei-inoar foar it Frysk gestart. Onze gemeente heeft hierin niet geparticipeerd. Immers, ons beleid (minimale uitvoering WGFT) werd gerespecteerd. De provincie heeft dit in de nota Fansels Frysk gewijzigd. Van ons wordt verwacht dat we invoegen in het Mei-inoar traject. Provinciale Staten heeft in juni aandacht gevraagd voor het Nedersaksisch en wil ruimte voor een betere positie van het ‘streektalen’ en dus ook het Nedersaksisch. Het is aan ons als gemeente, zoals gezegd, om die ruimte te vertalen in beleid. Taalbeleid Binnen de nieuwe bestuurlijk context die er is ontstaan hebben we een aantal keuzes: 1. We voeren meertalig taalbeleid waarin er ruimte is voor het Stellingwerfs en het Fries 2. We handhaven ons huidige beleid 3. We kiezen voor een tussenvorm: meertaligheid waar het zich aanbiedt in een beleidsarme context. Hieronder gaan we in op deze drie keuzes. 1. Meertalig beleid Bij een keuze voor meertalig beleid is een gezamenlijke aanpak niet per se dezelfde aanpak. Het Mei-inoar traject is gebaseerd op het stimuleren, beschermen en spreken van het Fries. Er is ruimte voor het Nedersaksisch / Stellingwerfs en het is aan ons om dat op te pakken.
Voorgesteld wordt om de volgende lijn aan te houden: We gaan uit van een gelijke en gelijkwaardige positie van het Stellingwerfs ten opzichte van het Fries: We stimuleren en beschermen het Stellingwerfs in het van oudsher Stellingwerftalig gebied in onze gemeente en het Fries in de Friestalige dorpen Haulerwijk en Waskemeer. We gaan integraal beleid meertaligheidbeleid voeren op de beleidsdomeinen: • Zichtbaarheid in het gemeentehuis en de openbare ruimte • In- en externe communicatie van de gemeente • Onderwijs (zie verderop in deze notitie) • Sociaal domein, zoals WMO, participatie- en jeugdwet • Bibliotheken (ook met de nieuwe gemeentelijke verantwoordelijkheid in het vooruitzicht) • Nieuwe sprekers • Verenigingsleven Hiermee volgen we qua onderwerpen het Mei-inoar traject en haken we aan bij de mogelijke inzet van een meertaligheidcoördinator (zie verderop in deze notitie). Het voeren van integraal beleid meertaligheid is nieuw beleid. Het zal natuurlijk gepaard gaan met een participatietraject. Daarnaast zijn er geen middelen voor opgenomen in de gemeentebegroting. Dat betekent dat het beschikbaar stellen van nieuwe en extra middelen meegenomen worden in de integrale afweging in de Kaderbrief 2026 of 2027. De gezamenlijkheid houdt niet op bij onze grens, er wordt in het besluit van Provinciale Staten gesproken over een proactieve samenwerking van de Stellingwerven.
Die is er op het gebied van de 5
taal wel, maar kan geïntensiveerd worden. Punt van aandacht is wel dat de gemeente Weststellingwerf niet valt onder de WGFT en hierin dus een totaal andere positie heeft. Het is van belang om te overleggen met Weststellingwerf over hoe zij denken over het besluit van Provinciale Staten en het voeren van taalbeleid. Onderwijs heeft onze bijzondere aandacht Naast de WGFT hebben de Wet op het Primair Onderwijs en de Wet op het Voortgezet Onderwijs bepalingen over het Fries (zie ook de juridische bijlage) en dan natuurlijk het Fries op school. Er worden nieuwe kerndoelen geformuleerd door de provincie. Formeel hebben wij als gemeente hierin geen positie, maar het is wel van groot belang. De provincie zet via de taalnota volop in op het Fries op school en wil haar beleid uitgevoerd zien in het Friestalig gebied, ook in Ooststelligwerf. Provinciale Staten maakt duidelijk via beslispunt 2 dat het onderwijs in het Fries maatgevend is en dat er ruimte wordt gemaakt voor de streektalen (een volwaardige positie), indien gewenst in dat gebied. Het is niet duidelijk of het Nedersaksisch in Friesland aan de hand van beslispunt 3 van Provinciale Staten, haar status aparte behoudt en of gemeentelijk beleid door de provincie gerespecteerd zal worden op dit punt, zoals dat tot nog toe het geval is geweest. Hier wordt nu geen verplicht Fries gegeven (en ook geen verplicht Stellingwerfs).
Via de genoemde onderwijswetten is het Fries af te dwingen, maar ook hier is een ontheffingsmogelijkheid. De provincie wil in haar nieuwe beleid eigenlijk geen ontheffingen meer verlenen5. “Gedeputeerde Staten zullen voortaan alleen in uitzonderlijke gevallen een officiële ontheffing verlenen voor het aanbieden van een of meer kerndoelen Fries. De beleidsregel voor het verkrijgen van ontheffing voor het Fries wordt daarvoor aangepast. Van alle scholen in het Friese taalgebied wordt verwacht dat ze toewerken naar een volledig aanbod Friese taal en cultuur in 2030. In regio’s binnen het Friese taalgebied waar een streektaal in gebruik is, kunnen scholen die dat wensen de streektaal toevoegen aan het onderwijsaanbod Friese taal en cultuur”. Voor het Stellingwerfstalig gebied in onze gemeente is bovenstaande onacceptabel. Onderwijs in een minderheidstaal is van fundamenteel belang om die minderheidstaal te beschermen en vooruit te helpen. Het kan meehelpen in het voorkomen van het verdwijnen van deze taal.6 Met taal gaat culturele identiteit verloren. Dat geldt voor het Fries en natuurlijk ook voor het Stellingwerfs. Het Fries heeft ook hier een beter wettelijk beschermde positie. En kan in bovenstaande context in onze gemeente het Stellingwerfs wegduwen.
Indien we een actief meertalig beleid gaan voeren, dan zal dat over onderwijs in het Stellingwerfs en het Fries moeten gaan, in een gelijke en gelijkwaardige positie. Voorgesteld wordt om ook hier te kiezen voor de beleidslijn: Fries in de van oudsher Friestalige dorpen Haulerwijk en Waskemeer en het Stellingwerfs in de van oudsher Stellingwerfstalige dorpen. En dus ontheffing op het Fries onderwijs in de van oudsher Stellingwerfstalig gebied. Het vragen van ontheffing ligt bij het onderwijs zelf. Als gemeente kunnen we ondersteuning bieden. Dit is juridisch een complex geheel, maar niet zonder mogelijkheden.
5 Onderwijsparagraaf, bladzijde 17 in de Taalnota Fansels Frysk
6 De raad voor Europa hekelt het Nederlandse beleid op dit punt, ook ten aanzien van o.a. het Nedersaksisch in
haar 7e rapportage over de Europese minderheidstalen uit 2023.
6
Lesmethoden Punt van aandacht is dat er door de betere rechtsbescherming en de hoeveelheid middelen voor het Fries, er veel meer geïnvesteerd kon en kan worden in het ontwikkelen en gratis beschikbaar stellen van onderwijsmethoden (spoor 8 voor Basisonderwijs en Serie voor het Voortgezet Onderwijs). Het zou mooi zijn wanneer er een vertaling komt van Spoor 8 en van Serie voor het Stellingwerfs en dat er minimaal een uur per week les gegeven kan worden het Stellingwerfs in het PO en VO7 in alle groepen en klassen, in een doorgaande leerlijn. Coördinator Meertaligheid van belang, ook voor het Stellingwerfs De provincie Friesland heeft extra rijksmiddelen ontvangen voor de inzet van een coördinator meertaligheid in de Friese gemeenten. Deze kan als extra ondersteuning voor beide talen dienen. In december hebben we een beschrijving ontvangen van de provincie van wat de rol zou moeten zijn van een coördinator meertaligheid. Het document zit als bijlage bij deze notitie. De coördinator is beschermer, interne ambassadeur en externe verbinder van het taalbeleid. Ook in de rolbeschrijving worden de zogenaamde streektalen genoemd, maar de omschreven subsidieresultaten in 2026 en 2028 gaan grotendeels over het Fries. Naar verwachting komt er een subsidieregeling voor de inzet van de coördinator meertaligheid, waarin ook doelen en verplichtingen worden vastgelegd.
Hoe zich dit verhoudt tot het besluit van Provinciale Staten over het Stellingwerfs is niet duidelijk. In OWO verband is er in oktober 2024 een memo uitgegaan naar de provincie waarin de gedachten van de portefeuillehouders OWO voor taal, zijn omschreven over de inzet van een coördinator meertaligheid. Basisgedachte hierin is dat er een gelijke en gelijkwaardige benadering is van het Fries en het Stellingwerfs, daar waar het vanouds gesproken wordt. In een bestuurlijk overleg van 12 november in het kader van het Mei-inoar traject is de uitvoering aan de orde geweest. Hieruit is duidelijk geworden dat er een subsidieregeling komt waarin gemeenten subsidie kunnen aanvragen voor de inzet van een taalcoördinator. De gemeente Weststellingwerf is uitgesloten, omdat deze gemeente niet onder de WGFT valt. Een samenwerking tussen Opsterland en Ooststellingwerf ligt voor de hand met een verdeling van uren voor de taalcoördinator in Opsterland en Ooststellingwerf waarbij de taalcoördinator van Opsterland onze Friestalige dorpen Haulerwijk en Waskemeer kan bedienen. Wij zullen de taalcoördinator inzetten voor het Stellingwerfs, bij voorkeur in samenwerking met Weststellingwerf. Het is niet duidelijk of onze beleidslijn binnen de subsidieregeling valt. 2. Handhaven huidige beleid Het huidige taalbeleid van onze gemeente is niet zomaar ontstaan.
Het veranderen hiervan is een breuk met het verleden en ligt gevoelig. U kunt kiezen voor het handhaven van het huidige beleid. Immers verandering van Fries beleid hoeft niet automatisch in te houden dat uw eigen (doordachte) beleid aangepast moet worden. Hierbij wordt verwezen naar de juridische bijlage bij deze notitie. Als gemeente kunnen we om ontheffing vragen van de verplichtingen in de WGFT, want ‘onevenredige belasting van het bestuurlijk verkeer’. Over een eventuele indeplaatsstelling zal een rechter zich moeten gaan buigen, mocht het zo ver komen. Daarnaast is de taalnota geen algemeen verbindend voorschrift, maar een set voornemens van de provincie. Wij kunnen daarin onze eigen beleidskeuzes maken.
7 Het erfgoededucatie programma Heemkunde / Veerkieker staat hier los van.
7
Ten aanzien van het onderwijs gelden ook ontheffingsmogelijkheden, maar dit ligt, zoals eerder aangegeven, bij het onderwijs zelf. Wij kunnen als gemeente ondersteuning bieden. Dit is juridisch een complex geheel, maar niet zonder mogelijkheden. Bij het ingaan van een juridisch traject moeten we ons realiseren dat ook dit geld kost. Daarnaast zet het de bestuurlijke verhoudingen verder op scherp over dit onderwerp en is de uitkomst onzeker omdat het om juridisch onontgonnen gebied gaat. 3. Tussenvorm: meertaligheid waar het zich aanbiedt in een beleidsarme context. Een tussenvorm kan zijn om er voor te kiezen op een aantal punten meer inzet te plegen op de talen, maar wel uit te gaan van handhaving van het huidige beleid. Waar mogelijk en indien opportuun, wordt dan incidenteel inzet gepleegd op meer Stellingwerfs en Fries. We hebben dat bijvoorbeeld al gedaan met de actie “zet je licht aan” Fietsverlichtingsactie | ANWB door meertalige neonteksten op een fietspad bij school te spuiten. Er waren plannen voor meertaligheid cursussen voor medewerkers van de gemeente bij SSR en Afûk. Dit is vanwege de taalnota on hold gezet. Plannen om Stellingwerfstalige spreuken naast Fries aan te bieden op de toeristische rustpunten in Oost- en Weststellingwerf zijn inmiddels uigevoerd. Een tussenweg is een pragmatische weg, maar niet per se een duidelijke weg.
Voor het onderwijs zal dit niet voldoen. En ook de tussenweg vraagt om meer inzet en middelen. Voorkeur Keuze 1 Als gemeente nemen wij een bijzondere positie in. Wij zijn de enige Nederlandse gemeente die twee taalkundig verschillende minderheidstalen binnen onze grenzen heeft, waarbij één taal een betere rechtsbescherming geniet dan de andere. Door de recente beleidswijzigingen rondom het Friese taalbeleid is dat verschil pijnlijk duidelijk geworden. Dat brengt ons in een moeilijke en juridisch ook wel complexe situatie waarin we vaak alleen staan. Het brengt ons ook in een uitdagende en unieke positie waarin wij van harte kunnen kiezen beide talen gelijk en gelijkwaardig te ondersteunen en te beschermen, uitgaande van waar ze vanouds gesproken worden. Die positieve beleidskeuze is te verkiezen boven de minimale variant (2) waarbij geen van de minderheidstalen gediend is en ook boven de tussenvariant (3) die eigenlijk geen keuze is. Daarbij moet gezegd worden dat deze keuze onze keuze is en wellicht niet die van de provincie Friesland. We houden ons dan maar het recht voor om op te komen voor een gelijke en gelijkwaardige ondersteuning van onze talen. Immers, met het verdwijnen van de taal verdwijn de identiteit en dat is het laatste wat we zouden moeten willen. Voorgesteld wordt dus om uit te gaan van het verder uitwerken van keuze 1: het voeren van meertalig beleid.
Na uw richtinggevende uitspraak kan het nieuwe beleid verder uitgewerkt worden, ook financieel.
8
Vertaling van het besluit van PROVINCIALE STATEN VAN FRYSLAN Na het lezen van het voorstel van Gedeputeerde Staten van Fryslân van 7 mei 2024 nr. 02209487, aangaande natuurlijk Fries — beleidsnota Friese taal 2025 – 2028
Overwegende dat: -
Voor de periode 2025-2028 nieuw provinciaal taalbeleid moet worden vastgesteld.
-
Dat het beschermen en bevorderen van de Friese taal een wettelijke taak is van de provincie.
Besluit: Uiteraard Fries 2025 - 2028, Beleidsnota Friese taal vast te stellen. Waarbij de lange termijndoelen tot kennisgeving aangenomen worden en het Statencomité Fries wordt gevraagd deze te betrekken bij hun initiatiefvoorstel. Dit met de toevoeging van een door het college op te stellen tekst over Friese streektalen en het Nedersaksisch in Fryslân met als uitgangspunten: 1. De provincie Fryslân spant zich ervoor in dat streektalen een betere positie krijgen. De provincie draagt daarom samen met de bestuurlijk verantwoordelijke gemeenten bij aan de bescherming en bevordering van de streektalen in Fryslân. 2. Scholen die dat wensen, in regio's waar een streektaal gebruikt wordt, mogen de streektaal toevoegen aan het onderwijsaanbod Friese taal en cultuur. Vooral in de plaatsen waar een sterke streektaalgemeenschap is, zoekt de provincie samen met schoolondersteuners ruimte om een volwaardige positie van de streektaal in de lessen Friese taal en cultuur verder te versterken. 3. In overleg met de Stellingwerven probeert de provincie te komen tot een effectief taalbeleid voor het Stellingwerfs, met als uitgangspunt dat de provincie een verantwoordelijkheid voelt voor het Stellingwerfs en daarom de primaire bestuurlijke verantwoordelijkheid van de gemeenten steunt, binnen haar wettelijke taken en bevoegdheden.
Daarin gaan we uit van proactieve samenwerking van de Stellingwerven. Daarbij wordt ook gebruik gemaakt van de ervaring die in andere gemeenten al is opgedaan met de meertaligheidscoördinatoren. 4. In samenwerking met de gemeenten, de Rijksoverheid en andere provincies maken we werk van de uitvoering van het Convenant Nedersaksisch uit 2018. In te stemmen met de begrotingswijziging voor aanpassing van het bestedingsritme.
Zo vastgesteld door Provinciale Staten van Fryslân in hun openbare vergadering van 19 juni 2O24
9