Bijlage 1. Monitor Sociaal Domein 2024
Tekst van het document
MONITOR SOCIAAL DOMEIN 2024
Inhoudsopgave
Leeswijzer Monitor Sociaal Domein 2024 ............................................................................................................................................................................. 2 Hoofdstuk 1: Meedoen ........................................................................................................................................................................................................... 3 In hoofdstuk 1 krijgt u inzicht in de effecten van ons beleid op het gebied van de Participatiewet en het armoedebeleid Hoofdstuk 2: Samenleven ...................................................................................................................................................................................................... 8 In hoofdstuk 2 krijgt u inzicht in de effecten van ons beleid op het gebied van Samenleven waaronder het opbouwwerk, vrijwilligerswerk en kunst & cultuur. Hoofdstuk 3: Gezondheid ..................................................................................................................................................................................................... 16 In hoofdstuk 3 krijgt u inzicht in de effecten van ons beleid op het gebied van Wmo, positieve gezondheid, ouder worden en mantelzorg.
Hoofdstuk 4: Goed Opgroeien ............................................................................................................................................................................................ 27 In hoofdstuk 4 krijgt u inzicht in de effecten van ons beleid op het gebied van onderwijs, opgroeien en jeugdigen.
1
Leeswijzer Monitor Sociaal Domein: 2024 Deze monitor gaat over 2024 en is ingedeeld naar de vier opgaven uit de Visie op Samenleven namelijk Meedoen, Samenleven, Gezondheid en Goed Opgroeien. Het doel van deze monitor is: a. Inzicht geven in de effecten van ons beleid op het gebied van Samenleven (komen onze doelen dichterbij) door betrouwbare en actuele gegevens. Zowel kwantitatief als kwalitatief. b. Mogelijkheden geven om op tijd bij te sturen en keuzes te maken over hóe we bijsturen (‘aan welke knoppen kunnen we draaien’): a. als we zien dat we onvoldoende voortgang boeken en/of b. zich trends of ontwikkelingen voordoen waar we op in moeten springen. c. Alle betrokkenen motiveren door te laten zien hoe de voortgang is. De voortgang van de effecten wordt in beeld gebracht door middel van indicatoren waar passende gegevens bij zijn gezocht. De figuren worden omcirkeld in kleuren, zo staat bijvoorbeeld: groen voor ‘streven behaald’, rood voor ‘streven niet behaald’. Bij blauw is de huidige waarde gelijk aan de o-meting en bij paars is er geen streven aan gekoppeld. Per maatschappelijk effect wordt er een toelichting met interpretatie op de cijfers en ontwikkelingen gegeven. De gegevens die zijn opgenomen in de monitor zijn een combinatie van interne en externe informatiebronnen die worden aangevuld zodra er nieuwe informatie in de vorm van data beschikbaar is.
In 2024 is de burgerpeiling uitgezet en hebben hier 1517 inwoners van 18 jaar en ouder aan meegedaan. Hierdoor beschikken we over nieuwe gegevens die ons een vergelijk geven tussen 2022 en 2024. Ook de indicatoren waarbij we gebruik maken van CBS gegevens hebben we kunnen aanvullen. Andere informatiebronnen zoals de GGD monitor wordt eens per vier jaar vernieuwd.
2
Hoofdstuk 1: MEEDOEN
B Doe Agenda: Meedoen arbeidsmarkt B1: Mensen die dat kunnen nemen deel aan de arbeidsmarkt De werkloosheid binnen Ooststellingwerf is gestegen van 3,2% naar 3,4% maar blijft nog steeds onder het Fries gemiddelde. Met een werkloosheidspercentage rond de 3% is sprake van zogeheten frictiewerkloosheid, dit is een normaal verschijnsel en is het minimale niveau dat nodig is om beweging op de arbeidsmarkt mogelijk te maken. Daarmee is de doelstelling op dit vlak behaald. Hier moet wel een kanttekening bij worden gezet. De groep inwoners die momenteel werkloos is en afhankelijk is van een uitkering, heeft vaak een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Dit leidt tot knelpunten in bepaalde sectoren: er zijn vacatures, maar onvoldoende of geen geschikte kandidaten om deze in te vullen. Het geschikt maken van werkzoekenden voor deze functies vraagt om intensieve begeleiding vanuit casemanagement, maar ook om inzet en flexibiliteit van werkgevers. In figuur B1.1 geven we een weergave van het aandeel kansrijke uitkeringsgerechtigden zonder loonkostensubsidie. We kiezen hiervoor omdat deze mensen aan het werk zijn en geen uitkering meer ontvangen. Vanwege het verstrekken van de loonkostensubsidie moeten ze wel geregistreerd blijven staan. Loonkostensubsidie is één van de instrumenten binnen de Participatiewet.
Als gemeente verstrekken wij een loonkostensubsidie aan werkgevers die mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in dienst nemen. Werkgevers ontvangen een vergoeding voor het verschil tussen de loonwaarde van de werknemer (wat iemand daadwerkelijk kan bijdragen) en het wettelijk minimumloon. Met deze subsidie helpen we mensen die niet zelfstandig het minimumloon kunnen verdienen toch aan werk.
B1.1: Het aandeel uitkeringsgerechtigden in kansrijke trede 5&6 (zonder loonkostensubsidie). Bron: Csam B1.2: Percentage werkloosheid. Bron: CBS
3
B2: Uitkeringsgerechtigden maken naar vermogen stappen op de participatieladder De begeleiding van inwoners met een uitkering vraagt om veel inzet en maatwerk. We kiezen bewust voor een aanpak met casemanagement, waarbij elke inwoner een vaste contactpersoon heeft. De focus ligt op meedoen: waar mogelijk via deelname aan de arbeidsmarkt, maar ook via bredere maatschappelijke participatie. Ondanks de complexiteit van de doelgroep, worden er mooie resultaten geboekt. Inwoners zetten stappen op de Participatieladder, zowel van de eerste treden van de ladder richting participatie tot aan (gesubsidieerde) arbeid. Dit leidt nog steeds regelmatig tot uitstroom uit de uitkering. Tegelijkertijd zien we ook een instroom. Dit zijn bijvoorbeeld nieuwe inwoners die zich in onze gemeente vestigen die als een bijstandsuitkering hadden in de vorige woongemeente. Deze nieuwe instroom bestaat vaak uit mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, waardoor de gemiddelde ondersteuningsbehoefte toeneemt. Het begeleiden van deze groep wordt daardoor steeds complexer en vraagt om een langdurige en intensieve aanpak. Naar de oorzaken van deze instroom van eerstgenoemde groep is door Hbo-studenten onderzoek gedaan. De uitkomst van dat onderzoek heeft geen duidelijk aanwijsbare redenen opgeleverd waarom deze groep zich in onze gemeente vestigt.
De instroom is dusdanig dat het volume bijstandsgerechtigden redelijk gelijk blijft ondanks de uitstoom die bereikt wordt.
B2.1.1: Het percentage doorstromers in de bijstand van trede 1,2 naar 3.4 B2.1.2: Het percentage doorstromers in de bijstand van trede 3,4 naar 5,6 B2.1.3: Het percentage doorstromers in de bijstand van trede 5,6 naar uitstroom B2.1.2: De instroom in de Participatiewet in aantallen. Bron: Csam
4
B3: Mensen ervaren een zinvolle invulling van hun dag Voor de doelgroep Participatiewet begeleiden en ondersteunen we richting werk, maar voor een belangrijk deel van deze doelgroep ook naar andere vormen van participatie. Denk aan dagbesteding, onderwijs of vrijwilligerswerk. Dit in lijn met de aanstaande wetswijzigingen vallend onder het wetsvoorstel Participatiewet in Balans. Deze vormen van participatie dragen bij aan het ervaren van een zinvolle dagbesteding. In 2024 is er een start gemaakt met het meten van de tevredenheid over onze dienstverlening via een klanttevredenheidsmeting. De respons hierop is in 2024 laag geweest. Er wordt gewerkt aan maatregelen om de respons te verhogen, zodat de uitkomsten aanknopingspunten bieden voor het verbeteren van onze dienstverlening.
C Doe Agenda: Meedoen aan het maatschappelijk leven C1: Mensen zijn tevreden over hun maatschappelijk leven Het aandeel mensen dat tevreden is met hun leven zoals dat nu is, is gelijk gebleven ten opzichte van de uitkomsten van de burgerpeiling 2022. Opvallend is dat meer respondenten met een gemiddeld of hoger inkomen dan respondenten met een lager inkomen tevreden zijn met hun leven zoals het nu is. Op de vraag wat mensen mogelijk missen in het leven staat ‘gezelligheid en sociale contacten’ bovenaan.
C1.1: Het aandeel inwoners dat tevreden is met hun leven. Bron: burgerpeiling
C2: Mensen zijn zelfredzaam Wanneer er betalingsachterstanden of schulden dreigen te ontstaan is het tijdig hulp zoeken (en vinden) van groot belang. In de burgerpeiling geeft 70% van de respondenten aan dat zij bij vragen over geldzaken hulp zouden vragen bij familie en vrienden en 10% bij het Gebiedsteam. Het percentage is gedaald maar toch geeft nog steeds 11% aan geen hulp te vragen. In veel gevallen is dat omdat deze mensen vinden dat zij vragen over geldzaken zelf moeten oplossen of omdat ze het niet prettig vinden om anderen te betrekken bij hun geldzaken. Deze groep is niet makkelijk te bereiken maar inwoners hoeven zich niet te melden bij het Gebiedsteam, zo zijn er digitale opties, waaronder Geldfit, de Voorzieningenwijzer en www.datgeldtvoormij.nl, waar mensen ook terecht kunnen met vragen en/of zorgen over geld. Geldfit is een aanbod van de onafhankelijke Stichting NSR die iedereen eerlijk en onafhankelijk kan helpen bij geldvragen. In 2024 zijn daar 297 gevalideerde online bezoeken geregistreerd. Via www.datgeldtvoormij.nl kunnen inwoners worden ondersteund bij het aanvragen van gemeentelijke en landelijke regelingen. Deze website is in 2024 door 146 inwoners uit Ooststellingwerf bezocht en er zijn 48 afgeronde checks door inwoners geweest.
5
C2.1: Het aandeel inwoners dat niet weet bij wie zij zouden moeten zijn om op terug te vallen. Bron: burgerpeiling C2.2: Het aandeel inwoners dat moeite heeft met (Nederlands) lezen en schrijven en aangeven hier veel last van te ervaren. Bron: burgerpeiling
C3: Kinderen in armoede hebben mogelijkheden om mee te doen De cijfers van het CBS laten zien dat het aandeel kinderen dat in de gemeente Ooststellingwerf in armoede opgroeit of kans heeft om op te groeien in armoede is gestegen. Deze trend zien we ook provinciaal terug. Stijgende armoede kan verschillende oorzaken hebben; sinds 2022 hebben huishoudens te maken gekregen met stijgende kosten voor o.a. energie, wonen en andere noodzakelijke kosten. Er zijn gemeentelijke regelingen en fondsen beschikbaar die deze gezinnen kunnen ondersteunen. Ook persoonlijke omstandigheden van de ouders zoals het verlies van een baan of scheiding kunnen meespelen. Daarnaast is er een groeiende groep mensen die wel werkt, maar toch net onder of net boven de armoedegrens leeft. We zetten in op een aantal kindregelingen, die als doel hebben dat kinderen kunnen (blijven) meedoen. Binnen het portaal ‘Samenvoorallekinderen’ kan gebruik worden gemaakt van o.a. het Jeugdfonds Sport en Cultuur, Stichting Leergeld, Fonds Kinderhulp en Stichting Jarige Job. Daarnaast geven we jaarlijks kleding- en schoenenbonnen aan ouders van kinderen met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum.
2023
C3.1.1: Het aandeel ouders dat aangeeft dat hun kinderen niet mee kunnen doen op het gebied van sport, verenigingen of andere activiteiten omdat hier geen geld voor is (éénoudergezinnen). Bron: burgerpeiling C3.1.2: Het aandeel ouders dat hun kinderen niet mee kunnen doen op het gebied van sport, verenigingen of andere activiteiten omdat hier geen geld voor is (tweeoudergezinnen). Bron: burgerpeiling C3.2.2: het aandeel kinderen 0-18 jaar dat ten minste 1 jaar opgroeit in armoede (inkomen tot 120% Wsm) en bevat voorlopige cijfers. Bron: CBS
6
C4: Mensen zijn financieel in staat om maatschappelijk mee te doen Vanaf 1 januari 2025 sluiten wij aan bij het Volwassenfonds Sport en Cultuur. Met het beschikbaar gestelde budget kan het Volwassenenfonds Sport en Cultuur bijdragen aan de behoefte om volwassenen meer te kunnen laten meedoen aan het maatschappelijk leven en sport- en cultuuractiviteiten. De verwachting is dat daardoor het aantal mensen dat financiële belemmeringen rondom sport-, sociale of culturele activiteiten ervaart in de toekomst gaat dalen.
C5: Mensen ervaren ondersteuning in hun eigen omgeving De ervaren steun is gelijk gebleven ten opzichte van de burgerpeiling 2022. De meeste respondenten ontvangen bij vragen over geldzaken of wanneer zij zich langere tijd niet goed voelen hulp of ondersteuning van familie en vrienden. Dat geeft aan dat veel mensen zich in een vertrouwde omgeving bevinden waarin zij kunnen praten over hun gevoelens of problemen en zich kwetsbaar op durven stellen. Ook is het Gebiedsteam beschikbaar voor vragen. In ontwikkeling is de Papierwinkel; een loket waar inwoners terecht kunnen voor diverse vragen.
C4.2: Het aandeel ouders dat veel last ervaart omdat zij niet genoeg geld hebben. Bron: burgerpeiling C4.3: Het aantal inwoners dat in de schuldhulpverlening zit. Bron: CBS C5.1: Het aandeel inwoners dat genoeg steun krijgt voor als zij ergens mee zitten. Bron: burgerpeiling
7
Hoofdstuk 2: SAMENLEVEN
E DOE Agenda: Mensen voelen zich verbonden E1: Mensen vinden het prettig om in hun buurt te wonen Verreweg de meeste mensen voelen zich veilig in hun dorp: 81%, 16% is neutraal, 3% voelt zich niet veilig. De verschuiving hierin t.o.v. 2022 is minimaal. In 2024 vroegen we, in een nieuwe vraag, of mensen zich ook thuis voelen in hun dorp. Hierop antwoordt driekwart positief. Mensen die zich wel thuis voelen benoemen dat het leven in het dorp ‘gemoedelijk’ of ‘vertrouwd’ is. Mensen die zich niet thuis voelen (3%) geven als reden: ‘je komt er niet tussen’. In de kleine dorpen voelt men zich iets meer veilig en thuis dan in grotere. Als mensen elkaar kennen, voelen ze zich prettiger in hun dorp. Door faciliteren van ontmoetingsplekken, activiteiten, dagbesteding en initiatieven dragen we bij aan versterken van de sociale cohesie. Bij het inrichten van de openbare ruimte is aandacht voor veiligheid en ontmoeten.
E1.1: Het aandeel inwoners dat zich veilig voelt in zijn dorp. Bron: burgerpeiling
E2: Mensen voelen zich betrokken bij anderen in hun gemeenschap Drie kwart van de inwoners heeft contact met anderen in het dorp. 38% heeft (net als in 2022) behoefte aan (wat) meer contact met andere inwoners. Dit geldt in sterkere mate voor mensen met lage inkomens. (laag 48%, middel 35%, hoog 31%). We gaan door met de pilots welzijnscoaching door Scala en de dorpsondersteuner in Oldeberkoop. Hiermee dragen we bij aan de verschuiving van zorg naar welzijn en versterking van de kracht van de Mienskip. We doen dit om gezondheid, welzijn en leefbaarheid voor onze inwoners op peil te houden, ondanks vergrijzing, lang thuis wonen en minder beschikbaarheid van zorgpersoneel. Welzijnscoaches en dorpsondersteuners helpen individuele inwoners op weg in de Mienskip en stimuleren samenredzaamheid en collectieve oplossingen en -voorzieningen. Samenwerkend binnen het FrIZA (Fries Integraal Zorgakkoord) onderzoeken we hoe we met name in sociaal zwakkere wijken of in dorpen met weinig organisatiekracht mensen kunnen betrekken en de sociale cohesie kunnen versterken.
8
E2.1: Het aandeel inwoners dat aangeeft contact te hebben met andere mensen die in hun dorp wonen (met de meesten wel, sommigen wel/niet). Bron: burgerpeiling E2.2: Het aandeel inwoners dat met ‘ja, regelmatig’ aangeeft graag meer contact te willen met mensen uit hun dorp. Bron: burgerpeiling
E3: Mensen voelen zich niet gediscrimineerd of buitengesloten ‘Het gevoel er niet bij te horen’ of discriminatie heeft invloed op het leven van een stijgend percentage inwoners. Er is een duidelijke trend:
Polarisatie in de samenleving draagt hieraan waarschijnlijk bij. De impact van de media blijkt hierin zeker een rol te spelen. Uit de jaarlijkse discriminatie monitor Fryslân, die door het kenniscentrum Tumba wordt gemaakt staat voor onze gemeente het volgende: 21 discriminatie meldingen, 6 meldingen van voorvallen van discriminatie en 12 geregistreerde discriminatie incidenten bij de politie. De aard van de meldingen is hoofdzakelijk: herkomst, huidskleur en eerlijke kansen bij werk en wonen en ook heel veel meldingen over media en reclame. Het aantal meldingen komt niet overeen met de werkelijkheid. Niet iedereen durft of weet wat te verwachten van een melding. Bij het maken van beleid is inclusie een terugkerend aandachtspunt. Het Inclusie Panel Ooststellingwerf werkt o.a. aan toegankelijkheid, ontmoeting en bewustwording.
9
‘Elkaar kennen’ is essentieel voor wederzijds begrip. Daarom faciliteren we ontmoeten, activiteiten en initiatieven met ondersteuning en middelen. Inwoners nemen in verschillende dorpen initiatief om de sociale cohesie en ‘erbij horen’ te versterken bv met burendagen en aandacht voor nieuwkomers. Ook bij dit soort initiatieven is het belangrijk dat er sprake is van ‘inclusiebewustzijn’.
E3.1: Het aandeel inwoners dat aangeeft dat discriminatie invloed heeft op hun leven. Bron: burgerpeiling E3.2: Het aandeel inwoners dat aangeeft dat hun omgeving mensen accepteert. Ongeacht hun geloof, afkomst of seksuele voorkeur. Bron: burgerpeiling
E4: Mensen ervaren minder eenzaamheid De cijfers zijn vrijwel gelijk met de vorige keer. In 2022 gaf 18% op soms eenzaam te zijn en 3% vaak. In 2024 was dit 18% soms en 4% vaak. Jonge mensen hebben het meest last van eenzaamheidsgevoelens en mensen met lage inkomens:
(NB de cijfers van de burgerpeiling in Ooststellingwerf wijken af van landelijke cijfers van bv de GGD doordat een andere vraagstelling wordt gebruikt) Ons beleid in de dorpen en wijken is gericht op ontmoeten, het versterken van de sociale cohesie en samenredzaamheid. Zowel door collectieve voorzieningen en initiatieven te faciliteren, maar ook door individuele inwoners op weg te helpen in de Mienskip proberen we eenzaamheid tegen te gaan. Welzijnswerkers, vrijwilligers, schuldhulpverleners, 75+ huisbezoekers en het Gebiedsteam zijn alert op signalen van eenzaamheid. De welzijnscoaches en dorpsondersteuner werken outreachend.
10
Laagdrempelige en informele dagactiviteiten en vrijwilligerswerk in dorpen en buurten dragen eraan bij dat inwoners actief blijven, anderen ontmoeten, betekenis ervaren en niet geïsoleerd raken. Voor mensen met een licht verstandelijke beperking is meedoen en aansluiting vinden niet vanzelfsprekend, ondanks dat er veel wordt georganiseerd. Vanuit het inclusiepanel krijgen we signalen dat dit tot gevoelens van eenzaamheid leidt. Dit vraagt extra aandacht. De afgelopen jaren hebben studenten voor de gemeente onderzocht hoe we inwoners met eenzaamheidsgevoelens in de leeftijdsgroep 18-35 jaar kunnen bereiken. Dit blijkt moeilijk. De belangrijkste uitkomst is dat 1 op 1 benaderen en betrekken nodig is; investeren in de relatie. Dit moet dan wel dóór jonge mensen zelf gedaan worden om kansrijk te zijn. We pakken dit op samen met Scala jongerenwerk. Ook Friesland-breed wordt het probleem onderkend en worden binnen het FrIZA interventies voorbereid.
F DOE Agenda: Mensen zetten zich in voor de samenleving en elkaar F1: Mensen helpen elkaar De bereidheid van respondenten om buren te helpen is groot, 95% is hiertoe bereid. Voor 40% hangt het er wel van af welke hulp gevraagd wordt. Mensen geven en vragen hulp aan elkaar als ze elkaar kennen. We stimuleren onderlinge hulp en ‘omzien naar elkaar’. Over wonen, welzijn en zorg in de toekomst organiseren we gesprekken met de dorpen.
F1.1: Het aandeel inwoners dat aangeeft dat zij voldoende steun kunnen krijgen als zij met iets zitten. Bron: burgerpeiling F1.2: Het aandeel inwoners dat het afgelopen jaar tijd heeft besteed aan hulp en aandacht voor buren die dat nodig hebben. Bron: burgerpeiling
F2: Mensen pakken gezamenlijk sociale en maatschappelijke vraagstukken op We nodigen inwoners uit en faciliteren hen om in te spelen op ontwikkelingen en te werken aan maatschappelijke doelen, bijvoorbeeld door middel van het Initiatievenloket, opbouwwerk, bestuurscoaching, subsidies, de wijk- en dorpsbudgetten en het Fonds. 18% van de inwoners meldt dat zij wel eens een activiteit organiseert in hun dorp In Oosterwolde Noord en Noordoost zijn n.a.v. de zogenaamde ‘tentgesprekken’ werkgroepen ontstaan waarin inwoners en professionals samen zaken die spelen in de wijk oppakken.
11
F3: Mensen ervaren ruimte om ideeën/ initiatieven te ontwikkelen Het opbouwwerk ondersteunt diverse projecten waarmee ideeën van inwoners, om de leefbaarheid in de dorpen te vergroten, verder worden gebracht. Ook uit de subsidieaanvragen bij Het Fonds blijkt dat inwoners initiatieven nemen die een positieve invloed hebben op de leefbaarheid. In 2024 werden 4 aanvragen gehonoreerd voor een bedrag van Є 105.610,-. Op het online platform www.ditisooststellingwerf.nl delen inwoners hun initiatieven en kunnen zij informatie vinden over de ondersteuning die zij kunnen krijgen. In het jaar 2024 bezochten ca 3000 mensen dit platform. De bestuurscoaches ondersteunen vrijwillige bestuurders met workshops en advies.
F3.1: Het aandeel inwoners dat weet waar zij hulp kunnen krijgen bij het organiseren van een activiteit. Bron: burgerpeiling
F4: Mantelzorgers raken niet overbelast Meer mensen hebben mantelzorgtaken gekregen, namelijk 46% van de inwoners, dit was in 2022 42%. Deze ontwikkeling past bij de vergrijzing. Het percentage mensen dat aangeeft overbelast te zijn door mantelzorg is gelijk gebleven met 15%. Overbelasting wordt vaker ervaren door mensen met een laag inkomen. Als belangrijkste redenen voor overbelasting noemen mensen: ‘ik wil anderen niet belasten’, ‘er zijn geen anderen beschikbaar’ ,‘de administratieve rompslomp’. De behoefte aan ondersteuning bij mantelzorgers is gestegen. De mantelzorgconsulent werkt preventief en probeert overbelasting te voorkomen, zij organiseert lotgenotencontact en themabijeenkomsten en biedt informatie bij ondersteuningsvragen van mantelzorgers. Inmiddels zijn er 330 mantelzorgers en 45 jonge mantelzorgers bij de gemeente in beeld. In 2025 is een bewustwordingscampagne gestart om nog meer mantelzorgers te bereiken. Behalve op oudere mantelzorgers richten we ons ook op jonge mantelzorgers en mantelzorgers van mensen met psychische problematiek. We gaan zo ruimhartig mogelijk om met aanvragen voor mantelzorgwoningen en prémantelzorgwoningen.
12
F4.1: Het aandeel inwoners dat vindt dat hun privéleven wordt overbelast doordat zij voor iemand hebben gezorgd. Bron: burgerpeiling F4.2: Het aantal mantelzorgers dat bekend is bij de mantelzorgconsulent. Bron: burgerpeiling F4.3: Het aandeel inwoners dat het afgelopen jaar tijd heeft besteed aan mantelzorg. Bron: burgerpeiling
G DOE Agenda: Mensen maken gebruik van de sociale, culturele en sport infrastructuur G1: Mensen zijn tevreden met het aanbod aan sociale, culturele en sport activiteiten De tevredenheid over het sport- en cultuuraanbod is in 2024 licht gedaald t.o.v. 2022. Vooral jonge mensen voelen zich minder aangetrokken tot de activiteiten.
G1.1: Het aandeel inwoners dat vindt dat er voldoende activiteiten zijn rond kunst, cultuur, muziek etc. in hun dorp. Bron: burgerpeiling G1.2: Het aantal inwoners dat vindt dat er voldoende sportactiviteiten zijn in hun dorp. Bron: burgerpeiling
13
In alle drie de categorieën (sport, sociaal, cultuur) zijn inwoners wel meer gaan deelnemen aan activiteiten in de omgeving:
Redenen om niet deel te nemen zijn: geen behoefte, activiteiten spreken niet aan of geen tijd. We blijven sport, ontmoeting, zingeving en culturele activiteiten stimuleren en ondersteunen, omdat dit mensen samenbrengt en verbindt.
G2: Mensen zijn op de hoogte van het sociale, culturele en sport aanbod Inwoners zijn steeds beter op de hoogte van wat er te doen is in de omgeving (2024: 67%, 2022: 64%, 2020: 60%) We zorgen samen met maatschappelijke organisaties dat inwoners gemakkelijk informatie kunnen vinden over wat er te doen is in Ooststellingwerf, bv via www.beweegplein.nl en de online activiteitenagenda www.uutgaon.nl en andere media. In 2024 werd Uutgaon.nl 6586 keer bezocht. Organisatoren plaatsten 379 activiteiten. 163 organisaties uit Ooststellingwerf deden mee op Uutgaon.
G2.1: Het aandeel inwoners dat weet welke activiteiten beschikbaar zijn in hun dorp. Bron: burgerpeiling
G3: Mensen hebben toegang tot de sociale, culturele en sport infrastructuur De werkgroep Toegankelijkheid Ooststellingwerf adviseert over toegankelijkheid van openbare ruimte en accommodaties. Een deel van de inwoners ervaart weleens moeilijkheden in hun dagelijks leven en dus ook bij deelname aan het maatschappelijk leven. Met name niet genoeg geld hebben (20%), een minder goede fysieke gezondheid (36%) of een slechtere mentale gezondheid (23%) beperken mensen. Dit zijn aandachtspunten in de DOE-agenda’s ‘Meedoen aan het maatschappelijk leven’, ‘Positieve gezondheid’ en ‘Gezond en gelukkig ouder worden’. Interventies als ‘Grip en Glans’ en ‘Voel je goed’ helpen om gezondheid zowel fysiek als mentaal te versterken. Ook ontmoetingsplekken, preventief huisbezoeken en welzijnscoaches dragen bij aan het versterken van de samenleving en het omzien naar elkaar. Ontmoeting draagt bij aan het versterken van de gezondheid.
14
G4: Mensen zijn tevreden over de ontmoetingsplekken in hun omgeving De tevredenheid over mogelijkheden om andere mensen te ontmoeten is toegenomen. O.a. dorpshuizen, dorpskamers en laagdrempelige inloopactiviteiten dragen hieraan bij. Uit de inventarisaties voor het nieuwe accommodatiebeleid en ook uit de burgerpeiling komt naar voren dat met name in Oosterwolde en Appelscha inwoners graag meer ontmoetingsmogelijkheden zouden zien. Voor beide dorpen worden opties uitgewerkt. Jonge mensen zijn minder tevreden over mogelijkheden voor hen om anderen te ontmoeten.
G4.1: Het aandeel inwoners dat vindt dat er genoeg mogelijkheden zijn in hun dorp om andere mensen te ontmoeten. Bron: burgerpeiling
G5: Mensen zetten zich als vrijwilliger in voor activiteiten, verenigingen en organisaties Er is een stijgende trend sinds 2020: steeds meer mensen doen vrijwilligerswerk of willen dit doen:
Sinds de 1e burgerpeiling in 2020 zien we het aantal inwoners die geen vrijwilligerswerk doet door tijdsgebrek licht groeien. Dit speelt vooral bij de leeftijdsgroepen 18-35 jaar en 36-55 jaar. ‘Gezondheid’ als reden om geen vrijwilligerswerk te doen speelt een grotere rol bij lagere inkomens (21%) dan bij hogere inkomens (6%).Vrijwilligerswerk is ontzettend belangrijk voor de leefbaarheid in de dorpen, daarom ondersteunen en waarderen we vrijwilligers en vrijwilligersorganisaties. We subsidiëren de ‘Vrijwilligerscentrale’ van Scala. Via de vrijwilligersvacaturebank brengen zij vraag en aanbod bij elkaar. Samen met de bestuurscoaches en andere organisaties worden trainingen aangeboden bijvoorbeeld aan vrijwillige bestuurders. Als gemeente waarderen we vrijwilligerswerk door de vrijwilligersawards.
15
Hoofdstuk 3: GEZONDHEID
A Doe Agenda: Mensen kunnen levensloopbestendig wonen A1: Mensen zijn in staat passende woonruimte te realiseren A2: Mensen zijn bezig met levensloopbestendig wonen De ervaring leert dat veel inwoners nog niet bezig zijn met het vraagstuk ‘langer thuis wonen’. In 2024 hebben we voor woningeigenaren ingezet op bewustwording om de woning aan te passen of te verhuizen. Ook om te voorkomen dat de situatie onhoudbaar wordt en een woningaanpassing vanuit Wmo middelen nodig is. We hebben dat gedaan door het project ‘Mijn huis op Maat’. Binnen dit project hebben we in 2024 1.600 inwoners boven de 70 jaar met een eigen woning (uitgezonderd recreatiewoningen) aangeschreven. Hierop is door 145 inwoners gereageerd. Dat is 9,1% van het potentiële aantal. Er is door deze inwoners voor €430.000,- geïnvesteerd in Verzilverleningen. De prognose voor 2025 is dat nog eens €225.000,- via deze lening zal worden ingezet. Het is aannemelijk dat deze inwoners later geen beroep op de Wmo doen om hun woning aan te laten passen; zij hebben dit zelf al gerealiseerd. Verder creëren we hiermee een toename van het aantal levensloopbestendige woningen (ook voor nieuwe bewoners na verkoop van de woning) en een verduurzaming van het woningbestand (veel aanpassingen voor langer thuis wonen zijn gecombineerd met duurzaamheidsmaatregelen).
In 2025 (en verder) gaan we door met dit project om meer inwoners te bereiken. Verder zetten we sinds 2024 samen met de corporaties de seniorenmakelaar in. Deze bezoekt huurders boven de 70 jaar die niet gelijkvloers wonen. En maakt inwoners bewust over langer zelfstandig wonen. De seniorenmakelaar heeft in de afgelopen 1½ jaar 92 huisbezoeken afgelegd en ondersteuning geboden (ook aan mensen met die van koop naar huur willen gaan). Er zijn negen verhuizingen geweest, vooral naar Rikkingahof of Riemsoord. De seniorenmakelaar kan momenteel niet veel meer doen dan mensen informeren, helpen met inschrijven en vooral de bewustwording proberen te vergroten. Met de visie op wonen, welzijn en zorg zetten we in op realisatie van meer geclusterde, gelijkvloerse, woningen om waar nodig meer verhuizingen in gang te zetten. De samenwerking met de seniorenmakelaar loopt nog tot het eind van dit jaar, waarna evaluatie volgt of we hiermee verder gaan. In 2024 zijn intensieve gesprekken gevoerd tussen Actium, Liante en gemeente over de locatie Rikkingahof. Wat ertoe heeft geleid dat er inmiddels een plan van aanpak ligt inclusief financiering voor een hele nieuwe inclusieve woonwijk. Waarmee we ook een groot deel van de opgave vanuit de visie op wonen, welzijn en zorg (toevoeging van geclusterde woningen en zorgwoningen) realiseren. Inclusief de mogelijkheid tot ontmoeten.
16
A1.1.1: Het aandeel inwoners dat aangeeft dat aan de orde is: ‘Ik woon in een huis dat bij mij en mijn leven past’. Bron: burgerpeiling A1.1.2: Het aandeel inwoners dat aangeeft dat aan de orde is: ‘Ik kan in de toekomst in de woning blijven wonen, ook als ik lichamelijk achteruit ga’. Bron: burgerpeiling. A2.1: Het aandeel inwoners dat aangeeft dat hun huis niet meer past bij hun leven doordat ‘het niet meer lukt om zelfstandig te wonen binnen deze woning’. Bron: burgerpeiling
D Doe Agenda: Mensen maken indien nodig gebruik van het aanwezige vangnet D1: Mensen zijn op de hoogte en kennen de wegen Op de vraag ‘Ik weet dat de gemeente regelingen heeft voor mensen die moeten rondkomen van een laag inkomen’ antwoordt 60% van de respondenten met ‘(helemaal) eens’. De bekendheid van de regelingen lijkt daarmee iets gedaald. Aan de andere kant zien we in de uitkomsten van de burgerpeiling 2024 ook dat de bekendheid van veel van de voorgelegde minimaregelingen juist is gestegen ten opzichte van 2022. Meer inwoners kennen de voedselbank, kwijtschelding van gemeentelijke belastingen, kleding- en schoenenbonnenactie en de studietoeslag. 7% van de respondenten geeft aan niet te weten waar zij terecht kunnen voor hulp bij geldzaken. Voor deze groep mensen is het belangrijk dat onze regelingen en initiatieven verspreid blijven worden. Wanneer inwoners zich langere tijd niet goed voelen kiezen inwoners er vaker voor om hulp te zoeken bij de huisarts, het Gebiedsteam en bij Scala (welzijnscoaches) dan in 2022.
D1.1: Het aandeel inwoners dat weet dat de gemeente regelingen heeft voor mensen die moeten rondkomen van een laag inkomen. Bron: burgerpeiling D1.2.1: Het aandeel inwoners dat antwoordt: ‘Ik weet het niet’ op de vraag; Waar zou u om hulp vragen als u langere tijd niet lekker in uw vel zit? Bron: burgerpeiling
17
D2: Mensen maken er gebruik van We hebben de afgelopen jaren ingezet op het vergroten van de bekendheid van onze minimaregelingen en het bereiken van inwoners. Er is een regelingenwijzer waarin een actueel aanbod van minimaregelingen wordt weergegeven. Mensen met een bijstandsuitkering of die kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen hebben gekregen, hebben de regelingenwijzer thuisgestuurd gekregen. Ook wordt deze verspreid via diverse kanalen zoals via Scala Welzijn, de huisartsenpraktijken, plaatselijk belangen en verschillende bedrijven. Het Gebiedsteam gebruikt de Regelingenwijzer actief in de contactmomenten met inwoners en is beschikbaar voor vragen. Via www.datgeldtvoormij.nl kunnen inwoners worden ondersteund bij het aanvragen van gemeentelijke en landelijke regelingen. Deze website is in 2024 door 146 inwoners uit Ooststellingwerf bezocht en er zijn 48 afgeronde checks door inwoners geweest.
D2: Het aandeel inwoners dat antwoordt: ‘Ik zou geen hulp vragen’ op de vraag: Waar zou u om hulp vragen bij vragen over geldzaken? Bron: burgerpeiling
D3: Mensen vinden tijdig ondersteuning bij (financiële) problemen Door in te zetten op preventie, vroegsignalering en de laagdrempelige toegang tot tools zoals ‘Geldfit’ en ‘De Voorzieningenwijzer’ willen we inwoners met (beginnende) geldproblemen zo snel mogelijk ondersteuning bieden om problematische schulden te voorkomen. Daarnaast sluiten steeds meer partijen zich aan bij het VPS (Vindplaats van Schulden) portaal voor vroegsignalering. Dit platform is ontwikkeld door Stichting BKR en verzamelt signalen over betalingsachterstanden. In 2023 waren er in totaal 1164 meldingen. In 2024 waren dat er al 1438 en op alle signalen wordt actie ondernomen. De stijging is landelijk terug te zien en zou samen kunnen hangen met een groei van het aantal betalingsachterstanden. Een andere verklaring is dat sommige bedrijven die de meldingen doen hun werkwijze hebben aangepast waardoor zij nu sneller aan de bel trekken. Vanuit budgetadvies wordt er samengewerkt met diverse professionele- en vrijwilligersorganisaties, waarbij de casusregie waar mogelijk bij de budgetadviseurs ligt.
18
D3.1: Het aantal meldingen vroegsignalering. Bron: Gebiedsteam
H Doe Agenda: Positieve gezondheid H1: Mensen ervaren laagdrempelige mogelijkheden om hun eigen gezondheid te verbeteren Uit de burgerpeiling blijkt dat 92% van de inwoners van Ooststellingwerf aangeeft voldoende informatie te hebben om gezond te leven. Dit percentage is gelijk gebleven ten opzichte van eerdere metingen en ligt boven het landelijk gemiddelde van 87%. Deze uitkomst sluit goed aan bij onze visie op samenleven: we zetten in op bepaalde programma’s voor de mensen die aangeven wel hulp te willen in plaats van brede campagnes. In plaats van algemene voorlichting, richten we ons op gerichte ondersteuning voor mensen die daar behoefte aan hebben. Denk aan hulp bij gezonder eten of stoppen met roken. Samen met onze netwerkpartners ontwikkelen we een passend aanbod dat aansluit bij de wensen van onze inwoners. Voorbeelden van deze aanpak zijn: • ‘Voel je goed!’: een programma voor mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden. • Gezonde Helden: speciaal voor kinderen met overgewicht. • Ketenaanpak overgewicht: gericht op zowel kinderen als volwassenen. • Stichting De Kleine Boerderij: en andere gezamenlijke moestuinen maken gezonde voeding laagdrempelig en toegankelijk.
• Welzijn op recept: ketenaanpak sociaal doorverwijzen doen we in samenwerking met de huisartsen Met deze initiatieven zetten we in op een samenleving waarin iedereen de kans krijgt om gezonder te leven, op een manier die bij hem of haar past.
19
H1.1: Het aandeel inwoners dat ‘(helemaal) eens’ antwoordt op de vraag: Ik heb genoeg informatie om gezond te leven’. Bron: burgerpeiling H1.2: Omdat ik weinig geld heb, heb ik moeite om gezonde keuzes te maken (sporten, voeding, etc.). Bron: burgerpeiling
H2: Mensen voelen zich lichamelijk gezond Sport en bewegen zijn belangrijk voor zowel de lichamelijke als mentale gezondheid. Het verkleint de kans op chronische ziekten en helpt mensen om zich beter te voelen. Ook bevordert het de sociale contacten. In Fryslân beweegt 31% van de jongvolwassenen dagelijks minimaal een half uur. Dit is hoger dan in 2022 (25%) en hoger dan het landelijke gemiddelde (29%). In de burgerpeiling zien we een kleine afname van het aantal mensen dat vindt dat zij een minder goede lichamelijke gezondheid hebben, dat is van 38% gedaald naar 36%. Deze daling lijkt positief maar het is nog te vroeg om te kunnen beoordelen of deze trend doorzet en of deze te linken is aan het geboden aanbod.
H3: Mensen voelen zich mentaal gezond en ervaren zingeving Uit de burgerpeiling blijkt dat eenzaamheidgevoelens, binnen de jongvolwassenengroep van 18-35 jarigen, het meest spelen bij 18-25 jarigen. De doelgroep jongvolwassenen 18-35 jaar) is heel divers en moeilijk te bereiken, dit blijkt uit onderzoek van Hbo-studenten voor de gemeente in 2024 en ook uit andere onderzoeken. Een lage opleiding en/of laag inkomen vergroten de kans op eenzaamheidsgevoelens. Met deze kennis gaan we op zoek naar mogelijkheden om juist deze jongvolwassenen te bereiken. Met diverse programma’s en activiteiten zetten we ons in voor het fysieke én mentale welzijn van onze inwoners. Als JOGG-gemeente (Jongeren Op Gezond Gewicht) bouwen we aan een sterk netwerk rondom kinderen en jongeren, waarin een gezonde leefstijl de norm is. Hierbij werken we samen met onder andere scholen, welzijnsorganisaties, diëtisten, leefstijlcoaches, huisartsen, kinderopvang, peuterspeelzalen en de Rotary. Een goed voorbeeld is de start van Go YoFlo, waarmee we breed inzetten op het welzijn van jongeren. Door aandacht te geven aan zinvolle vrijetijdsbesteding, een veilig pedagogisch klimaat op scholen en sterke sociale relaties, creëren we een omgeving waarin jongeren kunnen opgroeien met meer kansen. Zo willen we bijdragen aan het verminderen van psychische klachten en het verbeteren van de lichamelijke gezondheid.
De welzijnscoaches zijn er voor alle inwoners. Zij bieden praktische hulp, maar vooral ook ondersteuning bij het leggen van verbindingen in de buurt of wijk. Zo helpen ze mensen om duurzame relaties op te bouwen en hun sociale netwerk te versterken. Dit draagt bij aan zowel de mentale als fysieke gezondheid. Wanneer er meer ondersteuning nodig is, kunnen inwoners terecht bij het Gebiedsteam of gebruikmaken van geïndiceerde zorg.
20
H3.1: Het aandeel inwoners dat aangeeft dat het hebben van een minder goede geestelijke gezondheid invloed heeft op hun leven. Bron: burgerpeiling
H4: Mensen ervaren dat zij in staat zijn tot alledaagse dingen zoals werken, omgaan met tijd, geld en grenzen stellen We weten op basis van gezondheidsonderzoek dat laaggeletterdheid en gezondheidsvaardigheden met elkaar samenhangen. Ongeveer één op de zeven volwassenen in Fryslân kan niet goed lezen of schrijven en 25 procent van de Friese jongeren loopt het risico om 'laaggeletterd' school te verlaten. Het aantal volwassen laaggeletterden in Ooststellingwerf lag in 2023 met 13,0% iets hoger dan het landelijk gemiddelde van 12,0%. Met het inzetten van het programma Voel je goed! (van stichting lezen en schrijven) wordt het terugdringen van laaggeletterdheid gecombineerd met het verbeteren van een gezonde leefstijl. Welzijnscoaches kunnen armoede signaleren en ondersteuning bieden om gebruik te maken van de voorzieningen die er zijn.
H4.1.1: Het aandeel inwoners dat aangeeft dat ‘minder goed Nederlands kunnen lezen, schrijven of spreken’ invloed heeft op hun leven. Bron: burgerpeiling H4.1.2: Het aandeel inwoners dat aangeeft dat ‘Niet genoeg geld hebben’ invloed heeft op hun leven. Bron: burgerpeiling
21
I Doe Agenda: Gelukkig en gezond ouder worden I1: Mensen vormen samen een dementie vriendelijke gemeente Een dementievriendelijke gemeente zet zich actief in om mensen met dementie en hun mantelzorgers zo lang mogelijk mee te laten doen in de samenleving. Gespreksgroepen, Stichting Ooststellingwerf Dementie-Inclusief, DemenTalent en het Alzheimercafé geeft iedereen in Ooststellingwerf die met dementie te maken heeft praktische informatie. Met de uitvoering van de preventieve huisbezoeken voor 75+’ers kunnen het omzien naar elkaar versterken. Inwoners uit deze doelgroep worden bereikt en op de hoogte gebracht over welke mogelijkheden er zijn om vitaal ouder te worden.
I2: Ouderen hebben betekenisvolle relaties, werk en/of dag invulling In de gemeente lopen al diverse initiatieven om rekening te houden met het proces van ouder worden. Die zijn zowel gericht op de fysieke en mentale gezondheid (vitaal ouder worden) als het aanpassen van je woonomgeving. Programma’s die het vitaal ouder worden blijven ondersteunen zijn o.a. valpreventie voorlichtingen en cursussen, powerful ageing, Doortrappen, DemenTalent en mantelzorg ondersteuning. Vanuit het lokaal sportakkoord is er ook specifiek aandacht voor het informeren over en stimuleren van ouderen en bewegen. De seniorenmakelaar helpt ouderen met vragen rondom hun wonen en huisvesting. Zoals het zoeken naar een levensloopbestendige huurwoning, de overstap van een koopwoning naar een huurwoning, de aanpassing van een huidige huurwoning, mogelijkheden om te verhuizen naar een kleinere woning. We hebben in de gemeente gemiddeld genomen veel vrijwilligers en mantelzorgers. Maar ook verschillende (indicatievrije) dagbestedingen en ontmoetingsplaatsen. Dat draagt bij aan zingeving en een zinvolle dagbesteding. De welzijnscoaches bieden ondersteuning bij het leggen van verbindingen in de buurt of wijk. Zo helpen ze mensen om duurzame relaties op te bouwen en hun sociale netwerk te versterken. Dit draagt bij aan het opbouwen van betekenisvolle relaties en/of daginvulling.
I1.1: Het aandeel inwoners (68 jaar en ouder) dat ‘Ja, altijd’ of ‘Ja, meestal’ antwoordt op de vraag: Vindt u dat we in de gemeente genoeg rekening houden met oudere mensen? Bron: burgerpeiling I2.1: Het aandeel oudere inwoners (68 jaar en ouder) dat ‘(helemaal) eens’ antwoordt op de vraag: Ik ervaar een zinvolle daginvulling. Bron: burgerpeiling
22
J Doe Agenda: Mensen voelen zich veilig J1: Jonge inwoners komen niet in aanraking met geweld De inzet op versterken van de sociale basis met onder andere ontmoetingsplekken draagt bij aan het omzien naar elkaar. Welzijnscoaches zijn bereikbaar en zichtbaar in de wijk en kunnen onveilige situaties signaleren. Ook kunnen zij indien nodig hulp inzetten of doorverwijzen. Vanuit Go YoFlo wordt langdurig ingezet op onder andere zinvolle vrijetijdsbesteding en een veilig pedagogisch klimaat op scholen en het terugdringen van alcohol- en drugsgebruik. Met aandacht voor sociale relaties en genderontwikkeling groeien jongeren op in een kansrijke omgeving. Daarmee willen we bereiken dat psychische klachten verminderen en de lichamelijke gezondheid verbetert. Zo hebben in 2024 alle jongeren tussen de 10 en 18 jaar een tegoed van € 200,- ontvangen waarmee zij kunnen deelnemen aan diverse sport- en cultuuractiviteiten bij lokale aanbieders.
J1.1: Het aantal meldingen bij Veilig Thuis. Bron: CBS
J2: Mensen zijn weerbaar In 2024 is het percentage volwassenen dat aangeeft een (zeer) lage veerkracht te hebben in Ooststellingwerf met 15% iets hoger dan het Fries percentage van 12% (bron: GGD Gezondheidsmonitor 2024). De veerkracht onder deze groep wordt gemeten met uitspraken over hoe men zich in de afgelopen 4 weken voelde. De welzijnscoaches werken vanuit positieve gezondheid waar veerkracht onderdeel van is. De insteek is om mensen te ondersteunen hoe ze omgaan met tegenslagen en veerkracht tonen. Programma’s als ‘Grip en glans’ kunnen hierin ook ondersteunend zijn. De programma’s binnen vitaal ouder worden dragen ook bij aan het vergroten van de weerbaarheid. Hoe kun je ondanks dat je ouder wordt je gezondheid zo goed mogelijk op peil houden? De inzet van valpreventie, powerful ageing en walking football zijn hier voorbeelden van. Maar ook bloeizones dragen bij aan het welzijn van mensen en daarmee ook hun veerkracht. De brede inzet van het versterken van de sociale basis moet het percentage van inwoners dat zich voldoende weerbaar en veerkrachtig voelt omhoog brengen.
23
J1.2.1: Het aandeel inwoners dat ‘Ja’ antwoordt op de vraag: Ik voel me veilig in mijn dorp. Bron: burgerpeiling J2.1: Het aandeel inwoners dat aangeeft een hoge veerkracht te hebben. Bron: RIVM Gezondheidsmonitor
J3: Mensen weten waar ze hulp kunnen vinden als zij zelf of anderen in aanraking komen met onveilige situaties Via de website van de gemeente kunnen inwoners melding doen van ongelijke behandeling en discriminatie. Als je het zelf meemaakt of ziet gebeuren. De melding komt terecht bij de Anti Discriminatievoorziening van Tûmba en zij biedt hulp en advies. Een consulent neemt dan contact op met de melder om de melding en eventuele vervolgstappen te bespreken. In maart 2025 heeft Tûmba de monitor met daarin cijfers over 2024 gepresenteerd. Daaruit blijkt dat er door inwoners van de gemeente Ooststellingwerf 21 meldingen over discriminatie zijn gedaan. Deze meldingen waren voornamelijk op basis van huidskleur/afkomst of handicap/chronische ziekte. In de burgerpeiling 2024 geeft 5% aan zich (helemaal) niet geaccepteerd te voelen. Discriminatie kan plaatsvinden op grond van afkomst, huidskleur, nationaliteit, leeftijd, burgerlijke staat, homo- of heteroseksualiteit, geslacht, taal, handicap, chronische ziekte, inkomen, religie of levensovertuiging. Ook bij andere vormen van geweld kunnen onze inwoners via de gemeentelijk website informatie krijgen over bij welke organisaties of websites zij terecht kunnen wanneer zij hier mee te maken hebben. Denk hierbij aan pesten, huiselijk geweld of geweld op straat.
J3.1.2: Het aandeel inwoners dat ‘Ik zou geen hulp vragen’ antwoordt op de vraag: Waar zou u om hulp vragen als u langere tijd niet lekker in uw vel zit? Bron: burgerpeiling J3.1.3: Het aandeel inwoners dat ‘Ik weet het niet’ of ‘Ik zou geen hulp vragen’ antwoordt op de vraag: Waar zou u om hulp vragen als u langere tijd niet lekker in uw vel zit? Bron: burgerpeiling
24
K Doe Agenda: Mensen leven in een gezonde leefomgeving K1: Mensen ervaren hun leefomgeving als veilig en toegankelijk In het voorjaar van 2024 zijn er wijkgesprekken gevoerd met ouderen waarin zij aan hebben gegeven dat zij in de fysieke omgeving knelpunten ervaren. Denk hierbij aan stoepen die niet gebruikersvriendelijk zijn voor rollators en rolstoelen. Dit sluit aan bij de uitkomsten van de burgerpeiling waarin 32% van de respondenten vindt dat er voldoende rekening met oudere mensen wordt gehouden. Door meer openbare voorzieningen, zoals bankjes en verlichting, en betere woonmogelijkheden kan de gemeente meer rekening houden met ouderen. Uit de burgerpeiling blijkt dat 81% van de respondenten zich veilig voelt zijn hun dorp. Op de vraag welke verbeterpunten bij zouden dragen aan het verhogen van het gevoel van veiligheid staan ‘meer politie en handhaving’ en ‘de verkeersveiligheid/snelheidsbeperkingen’ bovenaan.
K2: Mensen gaan graag naar buiten Volgens de uitkomsten van de burgerpeiling zou 43% (doelgroep tot 55 jaar) wel meer willen bewegen. Vooral een sportmaatje en vrijblijvende beweegactiviteiten in de buurt zouden helpen om meer te sporten/bewegen. Mensen willen zich minder verbinden aan een vereniging of vaste activiteiten en willen sporten/bewegen wanneer het hen uitkomt. Uit de meest recente gegevens van de GGD blijkt dat 73% van de respondenten tevreden is over de speel- en sportvoorzieningen in onze gemeente. Daarnaast vindt 81% van de respondenten uit de burgerpeiling dat er voldoende andere beweegmogelijkheden (zoals fiets- en wandelpaden) in de gemeente zijn.
K2.1: Het aandeel inwoners dat ‘(helemaal) eens’ antwoordt op de vraag: Er zijn voldoende andere beweegmogelijkheden (naast sporten) in mijn dorp, zoals fiets- en wandelpaden. Bron: burgerpeiling K2.2.1: Tevredenheid speelvoorzieningen. Bron: GGD Kindmonitor K2.2.2: Het aandeel inwoners dat ‘(helemaal) eens’ antwoordt op de vraag: Er zijn voldoende sportactiviteiten in mijn dorp. Bron: burgerpeilimg
25
K3: Mensen ervaren een schone en gezonde leefomgeving Een gezonde leefomgeving is een leefomgeving die als prettig wordt ervaren, die uitnodigt tot gezond gedrag en waar de druk op de gezondheid zo laag mogelijk is. Oftewel een fysieke omgeving die de gezondheid van inwoners zowel beschermt als bevordert. Bij bescherming kun je denken aan geur, geluid en luchtkwaliteit. Bij bevordering kun je denken aan bewegen, gezond eten en ontmoeten. Op dit moment hebben we als gemeente al een vastgestelde Omgevingsvisie (2021). Hierin komt gezondheid ook naar voren, maar in beperkte mate en nog niet zo concreet gericht op de gezonde leefomgeving. Intern zijn we nu het proces aan het doorlopen om wijzigingen in de visie aan te brengen. In de GGD Gezondheidsmonitor zijn een aantal vragen over de fysieke leefomgeving opgenomen; 18%
Ervaart matig of ernstige geluidhinder door wegverkeer < 50 km/u
15%
Ervaart matig of ernstige geurhinder door open haar/allesbrander/andere houtkachel
7%
Is ontevreden met groen in de buurt
Ooststellingwerf
23%
19%
12%
Friesland
Bron: GGD Gezondheidsmonitor volwassenen en ouderen 2024
Ook met behulp van de Leefbaarometer kan de leefbaarheid in alle bewoonde wijken, buurten en straten in Nederland gemonitord worden. De Leefbaarometer geeft iedere 2 jaar een modelmatige schatting van de leefbaarheid en is opgebouwd uit een oordelenmodel en een gedragsmodel die worden samengevoegd om te komen tot de score van de Leefbaarometer. De omgevingskenmerken die tezamen de ‘leefbaarheid’ vormen zijn; woningvoorraad, fysieke leefomgeving, voorzieningen, sociale samenhang, overlast en onveiligheid. De Leefbaarometer laat zien hoe goed je ergens kunt leven en hoe dat zich in de afgelopen jaren heeft ontwikkeld maar geeft geen oplossingen om de leefbaarheid te verbeteren. De leefbaarometerklasse is verdeeld in 9 klassen; van ‘zeer onvoldoende’ (klasse 1) tot ‘uitstekend’ (klasse 9). In 2022 wordt de leefbaarheid in de gemeente Ooststellingwerf aangeduid als ‘goed’ (klasse 7).
26
Hoofdstuk 4: GOED OPGROEIEN
L Doe Agenda: Jongeren ontwikkelen zich optimaal L1: Jongeren krijgen optimaal kans om talenten te ontplooien Het ontdekken en ontwikkelen van talenten bij kinderen geeft hun een goed gevoel en zelfvertrouwen. Vanuit de GGD-jeugdmonitor weten we de 10% van de kinderen tussen 10 en 18 jaar geen specifieke vrijetijdsbesteding heeft. Vanuit GoYoFlo wordt een zinvolle vrijetijdsbesteding in een veilige omgeving gestimuleerd door alle kinderen in de gemeente tussen de 10 en 18 jaar een vrijetijdspas met €200,- te geven. Met deze vrijetijdspas kunnen kinderen kiezen uit deelname aan verschillende sport- en cultuuractiviteiten. Ook organiseert Stichting Scala voor deze doelgroep naschoolse activiteiten voor kinderen tussen de 2 en 12 jaar van Brede Scholen in Haulerwijk en Oosterwolde en vanuit MDT (Maatschappelijke DienstTijd) organiseren jongeren tussen de 12 en 18 jaar regelmatig sportactiviteiten. Bij hen is het doel om hen een positieve ervaring te bieden in het uitvoeren en organiseren van beweegactiviteiten. In januari 2025 is in Ooststellingwerf een voorziening PeuterPlus gestart. Dit aanbod is voor 2-4 jarigen die gebaat zijn met een aanbod van peuteropvang in combinatie met ondersteuning. Deze extra ondersteuning omvangt meer dan Voorschoolse Educatie maar is lichter dan specialistische jeugdhulp.
L1.1: Schooladvies/schoolniveau leerlingen basisschool 2023/2024. Bron: www.allecijfers.nl
27
L2: Jeugdigen gaan naar school Leerlingenvervoer speelt een rol in het toegankelijk maken van onderwijs voor kinderen. In de gemeente Ooststellingwerf is er Leerlingenvervoer geregeld voor kinderen die niet zelfstandig naar school kunnen reizen, bijvoorbeeld vanwege een beperking of omdat de school ver weg ligt.
L2.1: Deelname regulier onderwijs per leeftijdsgroep. Bron: CBS Jeugdmonitor L2.2: Het aantal leerlingen dat gebruik maakt van leerlingenvervoer. Bron: Gebiedsteam
L3: Jeugdigen behalen een startkwalificatie Landelijk gezien is het aantal jongeren zonder startkwalificatie licht gestegen. In onze gemeente is dat aantal stabiel gebleven. Er kunnen meerdere redenen zijn waarom sommige jongeren te vroeg stoppen met hun school of opleiding zoals; persoonlijke of gezinsproblemen, leerproblemen of een zwakke sociaaleconomische positie. De arbeidsmarkt is gunstig waardoor jongeren er sneller voor kiezen om te gaan werken. Deze jongeren kunnen op lange termijn kwetsbaarder zijn om zonder werk te zitten of zich niet optimaal te ontwikkelen. In het regionaal actieplan StartWijzer 2022-2024 zijn een aantal specifieke onderwerpen opgenomen waar StartWijzer extra aandacht aan besteed in het voorkomen en terugdringen van verzuim en voortijdig schoolverlaten. De looptijd van het actieplan sluit aan bij de looptijd van het regionaal programma Voortijdig SchoolVerlaters (VSV) en Jongeren In een Kwetsbare Positie (JIKP). Omdat de inwerkingtreding van de wet Van School naar Duurzaam Werk tot 1 januari 2026 is uitgesteld, is de looptijd van het regionaal programma VSV en JIKP ook verlengd tot 1 januari 2026.
28
L3.1:Vroegtijdige schoolverlaters (VO+MBO); jongeren van 12-23 jaar die zonder startkwalificatie het onderwijs verlaten. Bron CBS/www.waarstaatjegemeente.nl
L4: Jeugdigen zijn taalvaardig Voorschoolse educatie is gericht op peuters die baat hebben bij extra ondersteuning in hun ontwikkeling en stimuleert ontwikkeling van taal, motoriek en sociaal-emotionele vaardigheden. Dit draagt bij aan een goede start op de basisschool. Om de taalvaardigheid van kinderen te vergroten is het belangrijk om lezen voor zowel ouders als kind aantrekkelijk te maken. Dit doen we al door ouders bij de aangifte van hun pasgeboren kindje een bon voor een boekstartkoffertje mee te geven. Dit kunnen ze gratis ophalen bij de bibliotheek en moedigt ouders aan om hun kind in te schrijven bij de bibliotheek. In Friesland is er voor de VVE de toeleidingsmonitor. Via deze monitor werken gemeenten, GGD en aanbieders VVE samen. De GGD plaatst een geïndiceerd kind in de lijn en de aanbieder neemt dan contact op met de ouder(s). ‘In de lijn’ betekent dat er gesprekken gaande zijn met ouder(s) of dat ouders wachten tot het kind 3 jaar is. In Ooststellingwerf is het opvallend dat ouders wachten met het aanbod tot kinderen 3 jaar oud zijn. Dit geldt overigens voor meer gemeenten. In 2024 zijn er 83 indicaties afgegeven en zijn er 55 kinderen geplaatst in het VVE aanbod. Voor de overige kinderen geldt dat er nog 19 ‘in de lijn’ zitten en er 9 zijn die door keuze van ouder(s) niet is geplaatst.
Deze keuze van ouder(s) kan te maken hebben met de geloofsovertuiging van de ouder(s) of dat ouder(s) de visie over taal- en spraakontwikkeling niet deelt. Kinderen (nieuwkomers) die de Nederlandse taal onvoldoende beheersen bezoeken eerst een intensief taaltraject (Drachten). Dit taaltraject is voor 6-12 jarigen. De duur van een taaltraject hangt sterk af van culturele achtergrond en schoolse ervaring. 12-18 jarigen volgen een traject bij het ISK (integrale schakelklas). Bij behalen van wenselijk taalniveau stromen kinderen/jeugdigen in, in het regulier onderwijs
29
L4.2.1: Het aantal VVE indicaties. Bron: Toeleidingsmonitor L4.2.2: Het aantal peuters dat gebruik maakt van VVE. Bron: Toeleidingsmonitor L4.2.3: Het aandeel van het aantal geïndiceerde peuters dat gebruik maakt van VVE. Bron: Toeleidingsmonitor
M Doe Agenda: Ouders/verzorgers zijn vaardige opvoeders M1: Jeugdigen worden zoveel mogelijk door hun ouders verzorgd en begeleid naar volwassenheid Een ruime meerderheid van de ouders (82%) geeft aan dat ze de opvoeding zonder hulp aankunnen, wat positief is. Toch blijkt uit de burgerpeiling dat gezinnen met lagere inkomens vaker behoefte hebben aan ondersteuning. Dit vraagt om gerichte aandacht, zodat deze gezinnen de ondersteuning kunnen vinden en krijgen die ze nodig hebben. Om deze reden is ons Gebiedsteam aanwezig op vindplekken zoals scholen en bij huisartsen. Ook binnen Go YoFlo wordt aandacht besteed aan ouderbetrokkenheid om zoveel mogelijk ouders te bereiken en van steun te voorzien waar nodig.
M1.1: Het aandeel ouders dat aangeeft de opvoeding van zijn/haar kind(eren) goed aan te kunnen. Bron: burgerpeiling M2.1: Het aandeel kinderen (0-4 jaar) waarvan ouders naar het consultatiebureau gaan. Bron: Nederland Jeugd Instituut
30
M2: Jeugdigen hebben een goede start doordat hun ouders en zijzelf deelnemen aan preventieprogramma’s Kansrijke Start is een preventief programma voor de eerste duizend dagen van een baby, van -9 maanden tot 2 jaar. Verschillende partijen vanuit het sociaal en medisch domein hebben voor gezinnen met jonge kinderen voorzieningen, waaronder kraamzorg, verloskundige zorg en het consultatiebureau en de jeugdgezondheidszorg van de GGD. Voor kinderen tussen de 10 en 18 jaar is er het preventieprogramma Go YoFlo om middelengebruik te voorkomen, waar jongeren zelf, hun ouders en school betrokken bij zijn. M3: Jeugdigen groeien op in een gezinssituatie (zo thuis mogelijk) Het kunnen opgroeien in een gezinssituatie waarin je je veilig kunt hechten, is in het belang van het kind. Tot en met 2023 werkten we met drie profielen voor verblijf: laag, middel en hoog. Per 1 januari 2024 werken we met een nieuw perceel, namelijk Wonen. De drie profielen voor verblijf zijn verdeeld over het perceel Wonen en het perceel Specialistische Jeugdhulp (profiel Logeren). Het perceel Wonen betreft voorzieningen voor Jeugdigen die (tijdelijk) niet thuis kunnen wonen en waarbij opvang wordt geboden aan de Jeugdige die niet langer in de thuissituatie kan verblijven, zodat zij in een externe situatie kunnen opgroeien en opvoedondersteuning ontvangen.
Pleegzorg is een hulpvorm waarin een kind die niet meer thuis kan wonen een veilige plek krijgt in een pleeggezin. Het kind woont dan voor een korte of lange tijd (jaren) in een ander gezin. Het aantal kinderen dat in pleegzorg zit blijft binnen de gemeente Ooststellingwerf stabiel.
M3.1: Het aantal kinderen in pleegzorg. Bron: Csam M3.2: Het aandeel kinderen dat Jeugdhulp met verblijf krijgt. Bron: www.waarstaatjegemeente.nl
M4: Jeugdigen en ouders met opvoed- en opgroeivragen weten de weg en voelen zich ondersteund M5: Ouders/verzorgers betrekken hun omgeving bij opvoedvragen De meerderheid van de ouders weet waar ze terecht kunnen met opvoedingsvragen, en de meesten wenden zich hiervoor tot familie, vrienden of de huisarts. Slechts een kleine groep zoekt steun bij het Gebiedsteam of Scala. Dit kan wijzen op toenemende individualisering en een cultuur waarin mensen minder snel hun problemen delen, mogelijk uit angst om anderen tot last te zijn of omdat ze denken dat ze het alleen moeten kunnen. Omdat de verwachting is dat het aantal mensen dat hulp zoekt in het eigen netwerk in de toekomst gaat toenemen, richt Go YoFlo zich op een gemeenschapsaanpak waarbij het netwerk van mensen centraal staat. Deze ontwikkeling stimuleert het normaliseren van problemen en wanneer het echt nodig is wordt pas professionele ondersteuning ingezet.
31
F M4.1: Het aandeel ouders dat ‘(helemaal) eens’ antwoordt op de vraag: Ik weet waar ik terecht kan als ik met vragen zot over opvoeding en hulp voor mijn kind. Bron: burgerpeiling
N Doe Agenda: Jeugdigen zijn weerbaar N1: Jonge inwoners ontwikkelen sociale vaardigheden: in combinatie met L1 N2: Jeugdigen kennen hun grenzen en staan stevig in hun schoenen N3: Jeugdigen hebben de kennis en vaardigheden om goed om te gaan met alcohol, drugs, sociale media, seks en geld Het valt op dat de meeste jongeren goed weerbaar zijn, mede dankzij het jongerenwerk dat actief aanwezig is op scholen, bij jeugdsozen, op straat en via gerichte activiteiten ook specifieke doelgroepen bereiken zoals LHBTIQ+ en jongeren die aan hun sociale vaardigheden willen werken. Meer dan de helft (52%) van de ouders geven in de burgerpeiling aan dat zij voldoende ondersteuning ervaren bij het opvoeden rondom thema's als roken, drinken en drugs. Dit percentage was in 2022 lager, namelijk 41%. Het is het cruciaal om ouders en jongeren hierbij te blijven ondersteunen. Dit doen we onder andere via het Go YoFlo (OKO) programma, waarbij het netwerk rond jongeren vroegtijdig signalen van welzijn en middelengebruik kan herkennen en oppakken.
32
N2.1: Het aandeel jongeren dat onvoldoende weerbaar is. Bron: GGD Kindmonitor N3.1: Het aandeel ouders dat ‘(helemaal) waar’ antwoordt op de vraag: Ik ervaar voldoende ondersteuning bij het opvoeden van mijn kinderen als het gaat om roken, drinken en/of drugs. Bron: burgerpeiling