Bijlage 1 - Mededeling aan de Raad inzake uitspraak beroep Herenweg tussen 122-124 v4
Tekst van het document
Mededeling aan de raad Van Datum B&W Onderwerp
: : :
Portefeuillehouder Domein
: :
Burgemeester en wethouders 08-03-2022 uitspraak beroep bestemmingsplan ‘woningbouw Herenweg te Donkerbroek’ en besluit hogere waarden Marcel Bos Ruimte
Kennis te nemen van De (tussen)uitspraak van de Afdeling bestuursrecht van de Raad van State van 2 maart 2022 in het beroep tegen het besluit van uw raad van 30 juni 2020 tot het vaststellen van het bestemmingsplan ‘woningbouw Herenweg te Donkerbroek’ en het beroep tegen het besluit hogere waarden ten behoeve van het bestemmingsplan ‘woningbouw Herenweg te Donkerbroek’ van het college van B&W van 30 juni 2020.
Inleiding Op 30 juni 2020 heeft het college een besluit hogere waarden ten behoeve van het bestemmingsplan ‘woningbouw Herenweg te Donkerbroek’ genomen. Op diezelfde datum heeft uw raad het betreffende bestemmingsplan vastgesteld. Tegen beide besluiten is beroep ingesteld. Op 7 januari 2022 is er een zitting geweest bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: AbRvS). Op 2 maart jl. heeft de AbRvS (tussen)uitspraak gedaan in het beroep op beide zaken. In de uitspraak worden de appellanten aangeduid als ‘appellant sub 1 en anderen’ en ‘appellant sub 2’.
Kernboodschap Beroep tegen besluit hogere waarde van het college van B&W In de tussenuitspraak heeft de AbRvS beslist dat het beroep van appellant sub 1 (en anderen) tegen het besluit hogere waarden ongegrond is. Beroep tegen bestemmingsplan ‘woningbouw Herenweg te Donkerbroek’ In de tussenuitspraak heeft de AbRvS: - beslist dat het beroep van appellant sub 1 en anderen ongegrond is; - beslist dat het beroep van appellant sub 2 gegrond is; - vernietigt de AbRvS het besluit van uw raad van 30 juni 2020 tot vaststelling van het bestemmingsplan; - draagt de AbRvS uw raad op om binnen 20 weken (op zijn laatst op 19 juli 2022) een zogenoemd herstelbesluit te nemen; - veroordeelt de AbRvS de raad tot het vergoeden van de proceskosten en vergoeding van het griffierecht van appellant sub 2. De AbRvS stelt vast dat het geuronderzoek dusdanige leemten en gebreken vertoont dat de raad dit onderzoek niet in redelijkheid aan het bestreden besluit ten grondslag had kunnen leggen. Met andere woorden: uw raad had het besluit niet mogen nemen vanwege het gebrekkige geuronderzoek. Samengevat moet uw raad in het herstelbesluit: 1. Een aanvullend/aangepast geuronderzoek vaststellen waarin onder andere wordt ingegaan op: - de in de memo van De Roever (d.d. 22 mei 2019) opgenomen kritiekpunten t.a.v.
onze geurgebiedsvisie en geurverordening op grond van de Wet geurhinder; - te motiveren waarom er in dit geval geen sprake is van ‘bebouwde kom’; - te motiveren waarom er sprake is van een goede ruimtelijke ordening waardoor een goed woon- en leefklimaat is geborgd.
2. Een aanvullende onderbouwing vaststellen op het onderdeel ‘geur’. Voor de gronden van deze beslissing verwijzen wij u naar de (schriftelijke) uitspraak in de bijlage.
Vervolg Wij zullen uw raad een voorstel doen naar aanleiding van deze uitspraak. In de tussenuitspraak is een termijn van 20 weken gegeven voor het nemen van het herstelbesluit, daarom gaan wij er in beginsel vanuit dat het herstelbesluit zonder afdeling 3.4 de Algemene wet bestuursrecht (=de uniforme openbare voorbereidingsprocedure) genomen kan worden. Dit betekent (onder andere) dat het herstelbesluit niet als ontwerp voor zienswijzen ter inzage hoeft te worden gelegd. Het is onze bedoeling om uw raad het voorstel voor het herstelbesluit in de raadsvergadering van 28 juni 2022 te laten behandelen (met commissiebehandeling op 15 juni 2022). Vervolgens zullen wij uw raadsbesluit naar de AbRvS en andere partijen sturen, zodat dit kan worden betrokken in de einduitspraak. Ook zullen wij het besluit bekend maken op de gebruikelijke manier.
Bijlagen Uitspraak Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State