CConstaterende datOoststellingwerf
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Kaderbrief 2027-2030

Raadsvergadering 30 juni 2026, gemeente OoststellingwerfBij agendapunt: Kaderbrief 2027-20306.206 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kaderbrief 2027-2030 Inhoudsopgave 1. Inleiding .............................................................................................................................2 0.1 Meicirculaire ................................................................................................................2 0.2 Leeswijzer....................................................................................................................2 1. Financiële perspectief en voorstellen ................................................................................3 1.1 Toelichting op de tabel ................................................................................................3 1.2 toelichting op de voorstellen en de onvermijdelijke financiële effecten .......................3 1.3 Voorstellen zonder (directe) structurele financiële gevolgen .......................................5 2. Risico’s, ontwikkelingen en aandachtspunten...................................................................7 3. Investeringen en reservepositie ......................................................................................10 3.1 Overzicht geplande investeringen (status voorjaarsrapportage 2026) ......................10 3.2 Verloopoverzicht algemene reserve ..........................................................................11 4.

Begrotingsuitgangspunten ..............................................................................................12 4.1 Voorstel aanpassing indexatie...................................................................................12 4.2 Begrotingsuitgangspunten 2027 ................................................................................12

1

1. Inleiding Hierbij bieden we u de Kaderbrief 2027-2030 aan. Hierin staan het actuele financiële perspectief, de financiële uitgangspunten en ontwikkelingen voor de komende jaren. Met de jaarstukken kijken we terug op 2025, met de voorjaarsrapportage kijken we naar het huidige jaar 2026 en met deze kaderbrief kijken we een aantal jaren vooruit. Normaalgesproken is de kaderbrief hét moment waarop nieuw beleid wordt voorgesteld en afgewogen tegen het financiële perspectief. Dit jaar zijn de gemeenteraadsverkiezingen geweest. Er is op het moment van schrijven nog geen college gevormd. Ook is er nog geen coalitie- of collegeakkoord. Daarom is deze kaderbrief zoveel mogelijk ‘beleidsarm’. We doen wel een aantal voorstellen aan u. Die kunnen niet wachten tot de begrotingsbehandeling omdat ze onvermijdelijk zijn of omdat uitstel van besluitvorming om diverse redenen niet wenselijk is. Het nieuw beleid vanuit het coalitie- of collegeakkoord en ander nieuw beleid wordt dit jaar bij de programmabegroting aan u voorgelegd. De besluitvorming daarover is in november 2026. Wij presenteren een financiële perspectief met zwarte cijfers. Met deze kaderbrief bestendigen we ons financieel beleid.

0.1 Meicirculaire Als gemeente ontvangen we geld vanuit het gemeentefonds, de algemene uitkering. Drie keer per jaar (mei, september en december) komt er vanuit het ministerie een circulaire waarin de hoogte van deze uitkering wordt bijgesteld. In de meicirculaire is het gebruikelijk dat we compensatie voor loon- en prijsstijgingen ontvangen. We reserveren het volledige bedrag dat we aan loon- en prijscompensatie via de meicirculaire ontvangen voor de indexaties (lonen en prijzen) die we in de begroting 2027 moeten verwerken. Dit ziet u terug in de brief over de meicirculaire 2026 (nog te ontvangen). We doen daarin een globale inschatting of deze compensatie voldoende is. Het financiële perspectief kan er na de meicirculaire 2026 anders uit zien. Wij presenteren in deze kaderbrief het huidige financiële perspectief. Zoals gebruikelijk wordt u vóór de raadsvergadering over de kaderbrief geïnformeerd over de meicirculaire en daarmee over het nieuwe financiële perspectief.

0.2 Leeswijzer In het eerste hoofdstuk staat het actuele financiële perspectief met een toelichting op de voorstellen die we u nu doen. In hoofdstuk twee staan een aantal ontwikkelingen, risico’s en aandachtspunten. In hoofdstuk drie geven we een toelichting op de lopende investeringen en de reservepositie van onze gemeente. In hoofdstuk vier staan de begrotingsuitgangspunten benoemd. Na vaststelling door u als raad zijn deze uitgangspunten de basis voor het opstellen van de programmabegroting.

2

1. Financiële perspectief en voorstellen Hieronder staat het financiële perspectief. Wij gaan hierbij uit van structurele budgettaire ruimte. Structurele lasten moeten gedekt worden door structurele baten, dan is er sprake van structureel evenwicht. In onderstaand overzicht is het structurele perspectief gelijk aan het totale perspectief. Dat komt doordat de incidentele lasten die al zijn geraamd worden gedekt door onttrekkingen aan de reserves. Deze onttrekkingen zijn ook incidenteel. Het vastgestelde structurele begrotingsperspectief is gewijzigd door de september- en decembercirculaire 2025. De jaarschijf 2030 is toegevoegd. Bij het opstellen van de programmabegroting 2027-2030 wordt jaarschijf 2030 opnieuw volledig doorgerekend (net als de andere jaarschijven). x € 1.000 S truc ture e l be grotings pe rs pe c tie f*

2027

2028

2029

2030

1. Primitief begroting 2026-2029

2.573

1.654

1.761

1.638

2. Structureel gevolg amendement A-113a

-400

-400

-400

-400

3. Structureel gevolg septembercirculaire 2025

47

0

-46

41

4. Structureel gevolg decembercirculaire 2025

561

505

509

516

5. Gevolgen voorjaarsrapportage 2026 (zie raadsvoorstel juni 2026) S truc ture e l be grotings pe rs pe c tie f na voorja a rs ra pporta ge 2026

-1.577

-328

-328

-328

1.204

1.431

1.496

1.467

Voors te lle n e n onve rmijde lijk e fina nc ië le e ffe c te n a . Aa npa s s ing ta rie f toe ris te nbe la s ting

30

30

30

30

b. Loka le R e gioma rke ting

-50

-50

-50

-50

c. Kuns tgra s ve ld Oos te rwolde

-92

-92

-92

-92

d. Nie uwe we rkomge ving ra a ds le de n

-31

-31

-31

-31

e . Ma na ge me nta s s is te nt VTH

-26

-26

-26

-26

f. R e nte la s te n

-440

-810

-810

-810

595

452

517

488

Tota a l s truc ture e l pe rs pe c tie f na ra a ds be s luite n

* Het structurele perspectief is gelijk aan het totale perspectief. Omdat de geraamde incidentele lasten in de jaren 2027-2030 gedekt worden door onttrekkingen uit reserves.

1.1 Toelichting op de tabel 1. De bedragen die hier staan komen uit de programmabegroting 2026. 2. Bij de programmabegroting 2026 is amendement A-113A aangenomen. Hierdoor wordt jaarlijks € 400.000 uit het begrotingssaldo beschikbaar gesteld voor het accommodatiebeleid ter dekking van de kapitaallasten. 3. Over de financiële gevolgen van de septembercirculaire 2025 bent u geïnformeerd met mededeling #2007. 4. Over de financiële gevolgen van de decembercirculaire 2025 bent u geïnformeerd met mededeling #2117. 5. De structurele gevolgen van de voorjaarsrapportage 2026 zijn € 1.577.000 negatief voor het jaar 2027 en € 328.000 negatief voor de jaren erna. Dit komt hoofdzakelijk door: • Op 3 maart is door de raad besloten voor 2026 en 2027 € 499.000 beschikbaar te stellen voor formatie voor het Gebiedsteam jeugd om de wachtlijsten weg te werken. • Op 3 maart zijn door de raad onderhoudsplannen vastgesteld. De structurele gevolgen hiervan zijn € 278.000. • We zien een aanzienlijke toename in maatwerktrajecten binnen de jeugdhulp, veroorzaakt door een aantal zeer complexe casussen. Bij de voorjaarsrapportage is toegelicht dat we verwachten dat deze toename ook voor 2026 en deels voor 2027 van toepassing zal zijn. De hogere lasten hiervoor in 2027 zijn € 750.000.

1.2 toelichting op de voorstellen en de onvermijdelijke financiële effecten Onderstaande voorstellen zijn om diverse redenen in deze kaderbrief verwerkt, o.a.: - Het is een autonome ontwikkeling. - Er is al een raadsbesluit over genomen. - Het zorgt niet voor budgetuitzetting, er is wel een raadsbesluit nodig. - Het is niet wenselijk om te wachten op de begrotingsbehandeling.

3

a. Aanpassing tarief toeristenbelasting De afgelopen jaren hebben we de tarifering van de toeristenbelasting gebaseerd op het advies van Recreatieschap Drenthe. Voor de periode 2027-2029 heeft het Recreatieschap een nieuw advies afgegeven. Het tarief voor overnachtingen in kampeermiddelen op kampeerterreinen en in kampeerboerderijen bedraagt op dit moment € 1,20 per persoon per nacht. Het advies is om dit tarief gelijk te houden. Het tarief voor andere verblijfsaccommodaties bedraagt op dit moment € 1,65 per persoon per nacht. Het advies is om dit tarief aan te passen naar € 1,90 per persoon per nacht. Voor kinderen tot en met 12 jaar geldt op dit moment een vrijstelling. Dit is door de raad besloten in juni 2023 via Amendement #30. Het advies van het Recreatieschap is om deze vrijstelling te laten vervallen, omdat de meeste gemeenten in Drenthe geen leeftijdsvrijstelling voor kinderen hanteren en omdat de leeftijdsvrijstelling tot uitvoeringsproblemen leidt. Omdat dit een beleidsarme kaderbrief is, hebben wij dit niet in ons voorstel opgenomen. Wij verwachten dat de opbrengst van de toeristenbelasting door de verhoging van het tarief met € 30.000 toeneemt. b. Lokale regiomarketing (Coöperatie Appelscha) Onze gemeente levert al jaren een financiële bijdrage aan Coöperatie Appelscha voor lokale regiomarketing.

In de ontwikkelagenda Recreatie & Toerisme is aangegeven dat de jaaractiviteiten van Coöperatie Appelscha in 2026 worden geëvalueerd en dat op basis daarvan wordt besloten over het vervolg. De planning is dat de evaluatie en het informeren van de raad hierover plaatsvindt voor de raadsvergadering van juni 2026. Wij stellen voor structureel € 50.000 beschikbaar te stellen voor de lokale regiomarketing om de overeenkomst met Coöperatie Appelscha voort te kunnen zetten. c. Kunstgrasveld s.v. Oosterwolde Op 27 januari 2026 is de motie # M-125: Kunstgrasveld s.v. Oosterwolde aangenomen. Daarin wordt het college verzocht in gesprek te gaan met s.v. Oosterwolde over de aanleg van een kunstgrasveld. Uit de gesprekken is naar voren gekomen dat een kunstgrasveld voor trainingen en wedstrijden op het huidige G-veld de beste oplossing is. De speelduur is 1500 uur op jaarbasis en dekt het capaciteitstekort. Er is rekening gehouden met duurzaamheid in die zin dat het niet een volledig chemisch product is. De jaarlijkse onderhoudskosten zijn vergelijkbaar met die van het huidige natuurgrasveld. Een hybride veld is (iets) goedkoper in realisatie maar kan korter worden bespeeld (500 á 600 uur) en dekt daarmee niet het capaciteitstekort. Daarnaast is het jaarlijkse onderhoud naar verwachting minstens 50% hoger dan een natuurgrasveld.

We stellen voor een krediet van € 912.000 beschikbaar te stellen voor het aanleggen van een kunstgrasveld bij s.v. Oosterwolde. Dit bedrag (gebaseerd op een offerte) is inclusief 5% onvoorzien/prijsstijgingen en 21% btw. Btw kan worden gedekt uit de specifieke uitkering (spuk) stimulering sport. Deze specifieke uitkering is voor sportactiviteiten waarbij sprake is van btw-verlies omdat gemeenten btw voor investeringen in sport niet meer in aftrek kunnen brengen. Op basis van het huidige voorschot van de spuk kan € 20.000 worden gedekt. Mogelijk kan (een deel van) de resterende btw van € 138.000 ook gedekt worden uit de specifieke uitkering stimulering sport. Dit weten we echter pas eind 2027 als alle gemeenten hun verantwoording over 2026 hebben ingediend. Voor nu gaan we daarom uit van een benodigd netto budget van € 892.000. De kapitaallasten hiervan bedragen jaarlijks € 92.000 uitgaande van een afschrijvingstermijn van 12 jaar en 2% rekenrente. Als de volledige btw gedekt kan worden via de specifieke uitkering stimulering sport bedragen de kapitaallasten jaarlijks € 78.000. In de motie is ook aangegeven om te onderzoeken of de dekking via de algemene reserve kan. Wij stellen u dit niet voor. Als de dekking van deze structurele last via de algemene reserve gaat dan is er na de looptijd van 12 jaar geen budget voor de vervangingsinvestering. d.

Nieuwe werkomgeving raadsleden De werkomgeving van de raadsleden was versnipperd en kende veiligheidsrisico’s. Daarom hebben de raadsleden met ingang van de nieuwe raadsperiode een IPad ontvangen. Door het leggen van koppelingen via Youforce en centralisatie van het beheer bij het team ICT ontstaat een veiliger en beheersbaardere omgeving. De griffie speelt een centrale rol in correcte data-invoer en hoeft zich daardoor niet meer bezig te houden met het technisch beheer. De structurele kosten hiervan zijn € 31.000.

4

e. Managementassistent VTH Sinds juli 2025 is binnen de afdeling VTH tijdelijk een managementassistent ingezet (besluit kaderbrief 2026). Deze ondersteuning heeft geleid tot duidelijke structuur, betere planmatigheid en een professionele organisatie van de afdeling. De functie draagt bij aan gestroomlijnde processen, verbeterde afstemming met de drie OWO-gemeenten en een merkbare kwaliteitsverbetering in de communicatie en ondersteuning richting bestuurders. Daarnaast biedt de managementassistent belangrijke ondersteuning aan de teamleiders en het afdelingshoofd, wat de operationele continuïteit en besluitvorming versterkt. Gezien deze aantoonbare meerwaarde is er een sterke wens om de tijdelijke inzet om te zetten naar een structurele formatieplaats, zodat de geboekte professionaliseringsslag duurzaam kan worden geborgd. Hiervoor is structureel € 26.000 nodig. f. Rentelasten De investeringen die wij gaan doen zorgen ervoor dat we scherper moeten kijken naar of we voldoende geld (liquide middelen) beschikbaar hebben. De planningen van de investeringen zijn hierin erg belangrijk, samen met de geplande aflossingen. Op dit moment hebben we nog voldoende geld, ook om de eerste investeringsuitgaven vanuit het accommodatiebeleid te betalen. Op termijn is wel extra financiering nodig. Volgens de huidige liquiditeitsprognose loopt onze behoefte hierin op naar € 80 miljoen in 2029.

Wij stellen voor om budget vrij te maken voor rentelasten zodat we in 2027 € 20 miljoen kunnen lenen en in 2028 nog eens € 20 miljoen. Voor een deel van deze rentelasten is al dekking, omdat we bij de investeringen en de daarbij behorende ramingen van kapitaallasten rekening hebben gehouden met de rekenrente. Het werkelijke rentepercentage bij het aantrekken van een lening is op dit moment hoger. Het benodigde budget voor 2027 is € 440.000 en vanaf 2028 € 810.000 om daarmee de rentelasten te dekken.

1.3 Voorstellen zonder (directe) structurele financiële gevolgen g. Publieke laadinfrastructuur De huidige concessie voor openbare laadinfrastructuur is beëindigd, waardoor een nieuwe uitvoeringsstructuur nodig is voor de verdere uitrol van laadpalen binnen de gemeente. In regionaal verband werken Friese gemeenten samen aan een gezamenlijke aanpak voor publieke laadinfrastructuur, waarbij gemeenten eigenaar blijven van de laadpalen en exploitatie en beheer collectief worden georganiseerd via de Coöperatie Openbare Verlichting & Energie Fryslân U.A. (OVEF). Hiermee wordt uitvoering gegeven aan het Programma Duurzaam Ooststellingwerf en wordt de uitbreiding van laadinfrastructuur in de periode 2027–2030 geborgd. Hiervoor is voor onze gemeente een investeringskrediet van € 335.000 nodig voor de jaren 2027–2030. De investering per laadpaal bedraagt in aanvang € 8.000 en worden jaarlijks geïndexeerd met 3%. De laadpalen worden in 10 jaar afgeschreven. We gaan uit van plaatsing van in totaal 40 laadpalen gedurende de periode 2027-2030. De afschrijvingslasten voor de investering komen in totaal neer op € 36.000 en worden gedekt uit het exploitatieresultaat van de laadpalen. U bent hierover geïnformeerd met mededeling #2161.

We stellen voor om voor de publieke laadinfrastructuur deel te nemen aan de OVEF en voor het realiseren van de laadpalen een investeringskrediet van € 335.000 beschikbaar te stellen. Dit heeft geen structurele financiële gevolgen omdat de kapitaallasten worden gedekt door de laadopbrengsten. h. Verlengen subsidieregeling sportaccommodaties en sportvoorzieningen De raad heeft in november 2022 voor de uitvoering van de subsidieregeling sportaccommodaties en sportvoorzieningen in de periode 2023 tot en met 2026 een budget beschikbaar gesteld van € 1.000.000 voor subsidies en € 1.000.000 voor leningen. Een sportvereniging kan via deze regeling subsidie ontvangen voor de realisatiekosten van sportaccommodaties dan wel sportvoorzieningen. Deze subsidie bestaat uit een bedrag ter hoogte van maximaal één derde van de realisatiekosten en een renteloze lening ter hoogte van maximaal één derde van de realisatiekosten. In januari 2026 heeft het college ingestemd met een subsidie van € 93.000 en een lening van € 93.000 aan Tennisclub Oosterwolde. De realisatie hiervan loopt van juni 2026-2028. Het budget wordt daarom in de begroting 2029 verwerkt. Er zit op dit moment nog 1 concrete aanvraag in de pijplijn en 1 mogelijke aanvraag. Op basis van de huidige regeling kunnen aanvragen tot 1 augustus 2026 worden ingediend.

Ons voorstel is om het resterend budget met twee jaar te verlengen tot en met 2028 zodat we ook de regeling met twee jaar kunnen verlengen. De jaarlijkse lasten zijn maximaal € 64.000 als het volledige resterende budget voor subsidies van € 907.000

5

wordt toegekend. Hierbij is uitgegaan van een looptijd van 20 jaar en een rekenrente van 2%. Omdat we niet weten welke aanvragen binnen komen zijn de kapitaallasten lastig te voorspellen. Daarnaast is het onwenselijk om de begroting onnodig te belasten. Daarom is het voorstel om, in lijn met de besluitvorming van november 2022, de kapitaallasten niet op voorhand te begroten, maar deze achteraf te verwerken via het eerstvolgende P&C document na besluitvorming. i. Tijdelijke woningen Nanningaweg Aan de raad is voorgesteld om 80 tijdelijke woningen te realiseren aan de Nanningaweg 46 in Oosterwolde voor een periode van maximaal 30 jaar. Hiervoor is een investeringskrediet nodig van € 11,7 miljoen. Voor de onrendabele top is € 1,5 miljoen nodig. Het voorstel is om deze te dekken uit de gereserveerde Oekraïne middelen (€ 1,15 miljoen) en het restant uit de algemene reserve (€ 0,35 miljoen). j. Garantie voor een subsidie Open Stal 2027 – 2028 Stichting Open Stal organiseert al jaren de beeldende kunstroute Open Stal in Oldeberkoop. Onze gemeente subsidieert Open Stal en daarnaast ontving Open Stal een subsidie van de provincie Friesland. De subsidie van de provincie Friesland is voor 2026 – 2028 komen te vervallen. Stichting Open Stal doet haar best om vervangende subsidiëring en financiering te vinden. Dat is voor 2026 gelukt.

Open Stal vraagt de gemeente vangnet te zijn voor 2027 en 2028. Voor 2027 en 2028 gaat het om garantie voor een subsidie van maximaal € 24.500 per jaar. De stichting wil zich maximaal inzetten om zelf subsidies en fondsen te genereren. Na 2028 wordt er weer subsidie voor een nieuwe cultuurperiode aangevraagd bij de provincie Friesland. Mocht dit leiden tot financiële gevolgen voor onze gemeente voor het jaar 2027 en 2028, dan komen we bij u terug via een tussentijdse rapportage.

6

2. Risico’s, ontwikkelingen en aandachtspunten Er komen diverse risico’s en onzekerheden op ons af. Deze zijn niet in het begrotingsperspectief verwerkt, maar hebben als ze werkelijkheid worden onvermijdelijk financiële gevolgen. Ook zijn er ontwikkelingen en aandachtspunten die we hieronder benoemen. Budget accommodatiebeleid De raad heeft op 24 juni 2025 het accommodatiebeleid vastgesteld en heeft daarmee besloten om investeringen te doen van ruim € 70 miljoen. Toen is ook besloten de budgetten accommodatiebeleid jaarlijks te indexeren. Voor de begroting 2026 heeft deze indexatie voor het eerst plaatsgevonden (index 2,6%). De ramingen voor de accommodaties zijn berekend met een aantal parameters. Voor iedere afzonderlijke accommodatie komt in de komende jaren nog een raadsvoorstel waarin de raad het benodigde krediet beschikbaar kan stellen. Voor de Miente is dit krediet al beschikbaar gesteld. Het is te verwachten dat de uiteindelijke bedragen afwijken, positief dan wel negatief. We zijn er vanuit gegaan dat de voor- en nadelen tegen elkaar weg gaan vallen. We gaan dit de komende jaren goed monitoren. In het gepresenteerde perspectief is rekening gehouden met kapitaallasten voor het accommodatiebeleid. Tot 2028 gaat het budget ieder jaar met € 100.000 omhoog, vanaf 2028 met € 200.000.

Dit gaat door totdat het benodigde budget is bereikt om de kapitaallasten van het accommodatiebeleid te kunnen dekken. Dit betekent dat bij verder gelijkblijvende lasten en baten, het begrotingssaldo ieder jaar € 200.000 lager wordt. Verder zijn onderstaande besluiten verwerkt: - Voor 2029 en verder is het budget met structureel € 600.000 verhoogd (besluit Kaderbrief 2026) - Voor 2026 en verder is het budget met structureel € 400.000 verhoogd (besluit amendement A113a Programmabegroting 2026). Het nog niet benodigde deel van deze budgetten wordt jaarlijks toegevoegd aan de reserve accommodatiebeleid. Hieruit worden de incidentele lasten van het accommodatiebeleid gedekt (sloopkosten, verhuiskosten etc.). Het budget voor de kapitaallasten van het accommodatiebeleid staat hieronder. Dit is al verwerkt in het perspectief in de tabel in hoofdstuk 1. 2026: € 800.000 2027: € 900.000 2028: € 1.100.000 2029: € 1.900.000 2030: € 2.100.000 2031: € 2.300.000 Etc. Onderhoudsplannen accommodaties De onderhoudsplannen van de bestaande (sport)accommodaties waren al langere tijd verouderd, in afwachting van het vaststellen van het accommodatiebeleid door de raad. Op 3 maart 2026 zijn de nieuwe onderhoudsplannen door de raad vastgesteld. Dit zorgt voor hogere benodigde dotaties aan de onderhoudsvoorzieningen zoals ook in hoofdstuk 1 omschreven.

Daarnaast moet ook het duurzaamheidsaspect hier nog onderdeel van worden. Niet alle gemeentelijke gebouwen zijn onderdeel van dit accommodatiebeleid. Het is raadzaam ook voor deze gebouwen een meerjarenonderhoudsplan op te stellen. Dit gaat bijvoorbeeld om gebouwen met een recreatieve functie (turfroute) en gebouwen die verkregen zijn vanuit bijvoorbeeld strategische grondaankopen. Een voorstel voor deze overige gebouwen volgt in de tweede helft van 2026. Daarnaast is de verwachting dat de exploitatie van MFS Oosterwolde Zuid uiterlijk 2026 voor rekening van de gemeente komt. Ook hiervoor moet een nieuw onderhoudsplan worden opgesteld. Jeugdhulp In het gepresenteerde perspectief is de compensatie van het Rijk voor de terugval van het gemeentefonds en voor de tekorten op de middelen jeugdhulp verwerkt. Voor de laatste jaren valt deze compensatie grotendeels weg tegen een lagere algemene uitkering. Dat is omdat de opbrengst van de hervormingsagenda is geïndexeerd (nadeel voor de begroting) en de eigen bijdrage voor jeugdhulp ingevoerd wordt. Daarnaast is er een besparing ingeboekt omdat het Rijk en gemeenten

7

met de sector afspraken gaan maken over hoe beter te sturen op trajectduur. De korting door het beter sturen op trajectduur (€ 98.000 vanaf 2028) en het invoeren van de eigen bijdrage jeugdhulp (€ 375.000 vanaf 2028) hebben wij budgettair neutraal verwerkt. Dit is een risico omdat deze lagere lasten c.q. hogere opbrengsten nog wel gerealiseerd moeten worden. Daarnaast is in het jaar 2023 een groot tekort op de jeugdhulp geconstateerd. De begroting is hierop aangepast. Om de lasten beheersbaar te houden zijn er maatregelen geformuleerd. Deze moeten een besparing opleveren. Voor 2026 gaat het om € 794.000 en vanaf 2027 om € 1.212.000. Deze lagere lasten zijn in het perspectief verwerkt. Daarnaast is er, zoals ook verwerkt in de voorjaarsrapportage 2026, meer budget nodig door een toename van maatwerktrajecten door een aantal zeer complexe casussen, en voor formatie om de wachtlijsten weg te werken. Zie ook hoofdstuk 1. Budget Taskforce wonen Bij de heroverwegingen 2022 heeft u € 1,5 miljoen beschikbaar gesteld voor de taskforce wonen om te kunnen organiseren dat gericht gewerkt wordt aan het versneld realiseren van woningbouw en het geschikt maken van woningbouwlocaties. Eind 2025 resteert nog ongeveer € 0,8 miljoen.

Het budget blijven we de komende jaren gebruiken om (voorbereidings)kosten uit te dekken die we niet via bijvoorbeeld grondexploitaties kunnen verrekenen, of kosten voor plannen die uiteindelijk niet verder komen dan de initiatieffase. Huisvesting buitendienst In november 2021 is door de raad krediet beschikbaar gesteld voor de huisvesting van de buitendienst (aan de Nanningaweg 47c). Het was niet mogelijk om hiervoor een vergunning te verkrijgen op grond van de Wet Natuurbescherming. Dat komt door de stikstofuitstoot die ontstaat bij het composteren van groenmateriaal op het terrein. De raad heeft daarom het college de opdracht gegeven (raadsbesluit november 2025) om te komen met een nieuw uitgewerkt plan waarin ook andere relevante ontwikkelingen zijn meegenomen. Het benodigde krediet en daarmee ook de structurele lasten zullen hoger zijn door inflatie en door het moeten uitbesteden van de compostering. Deze hogere lasten zijn nog niet verwerkt in de begroting. DoarpsSintrum Donkerbroek De raad heeft een krediet beschikbaar gesteld van € 3.053.000 voor het DoarpsSintrum in Donkerbroek. De structurele lasten hiervan zijn in de begroting verwerkt.

In december 2025 heeft het college, na het vragen van wensen en bedenkingen aan de raad, besloten om tot eind 2026 voor € 722.000 garant te staan voor de aan te vragen subsidies die nodig zijn voor het realiseren van DoarpsSintrum Donkerbroek 2.0. De eventuele hogere lasten door het garant staan zijn niet in de begroting verwerkt. De planning was dat de bouw van het DoarpsSintrum inclusief gymzaal in 2026 start vanwege de verplichtingen uit al toegekende subsidies. In de voorbereidingen voor de bouw is echter gebleken dat niet alleen het orgel, maar ook de kerk een Rijksmonument is. Dit kan gevolgen hebben voor de planning en financiën. De bouw van het nieuwe gymnastieklokaal op een nieuwe locatie betreft een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Het is nog niet duidelijk wat de consequenties hiervan zijn voor de planning en investering. Zodra we hier meer over weten, informeren wij u hierover via de P&C cyclus. Herstructureringsprojecten Bij de Kaderbrief 2026 heeft de raad in totaal € 450.000 aan voorbereidingskrediet beschikbaar gesteld voor een aantal herstructureringsprojecten (De Hieming, Hoge/Lage Esch en Smidslaantje). Als deze projecten doorgaan, na positieve besluitvorming, zal daarvoor krediet nodig zijn en legt dat beslag op de begroting in de vorm van kapitaallasten.

Openbare verlichting Vanaf 2027 t/m 2042 komen er weer nieuwe investeringen aan van in totaal € 2,3 miljoen. Dit zorgt ervoor dat vanaf 2028 de kapitaallasten stijgen (ongeveer + € 100.000). Wij komen later met een voorstel hierover bij u terug. Voorkeursrecht In juli 2024 heeft de raad voor een groot aantal percelen in en rond het Stationskwartier in Oosterwolde een voorkeursrecht gevestigd. Dit heeft als doel om de regie op de toekomstige gebiedsontwikkeling te versterken. Inmiddels zijn de busremise en de Dengolocatie in eigendom van de gemeente en lopen er gesprekken met de andere aanwezige bedrijven voor eventuele aankoop

8

door de gemeente. Een aantal percelen met woonbestemming in het voorkeursgebied vallen niet meer onder het voorkeursrecht (raadsbesluit 3 maart 2026). De woningen kunnen behouden blijven en op zorgvuldige wijze worden ingepast in de toekomstige gebiedsontwikkeling. Weerbaarheid en bedrijfscontinuïteit Vanaf december 2024 zijn in brede zin oproepen gedaan naar onder andere alle burgemeesters in Nederland maar ook bestuurders van diverse kritieke sectoren over het weerbaarder maken van de Nederlandse samenleving. Hieruit zijn gedurende 2025 diverse initiatieven opgestart en is op alle (bestuurlijke) niveaus gesproken over concrete uitvoering hiervan. In Friesland heeft dit eind 2025 geresulteerd in de samenwerkingsagenda weerbaarheid en veerkracht waarin is beschreven dat we via drie sporen uitvoering geven aan deze brede weerbaarheidsopdracht. Het eerste spoor, interne continuïteit, vraagt ons om voldoende voorbereidingen te treffen om als gemeente onze kritieke processen ten tijde van uitval van middelen alsnog uit te kunnen voeren. Dit jaar gaan wij een bedrijfscontinuïteitsplan opstellen. Om hiermee adequaat te kunnen reageren op verstoringen die de continuïteit van de dienstverlening raken.

Voor het opstellen van een bedrijfscontinuïteitsplan moeten diverse stappen worden doorlopen, zoals het in kaart brengen van kritieke processen, het uitvoeren van risicoanalyses en het bepalen van maatregelen om de continuïteit te waarborgen. Enerzijds zodat hier maatregelen voor getroffen kunnen worden om de continuïteit van deze processen te borgen en anderzijds om, indien nodig, op basis van volledige informatie afwegingen te maken over het wel/niet uitvoeren van deze processen. Eventuele maatregelen die hieruit voortkomen kunnen financiële consequenties hebben. Daarnaast is de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten (Wwke) een nieuw wetsvoorstel dat de Europese CER-richtlijn (Critical Entities Resilience) implementeert. Het doel van de wet is om de fysieke weerbaarheid van organisaties die essentiële diensten leveren -zoals drinkwater, energie en transportte versterken tegen dreigingen zoals natuurrampen, terrorisme of sabotage. De afvalwatersector is ook als essentiële dienst aangewezen. Het is nu nog niet duidelijk of de gemeente Ooststellingwerf als kritieke entiteit binnen de afvalwaterketensector wordt aangewezen. Als dit wel het geval is komen er een aantal wettelijke verplichtingen op ons af die uitvoeringskosten met zich meebrengen.

Speelbeleidsplan (naar buiten) In amendement A-114a staat dat het college bij de Kaderbrief 2027 met een voorstel moet komen hoe we verder gaan met het onderwerp ‘naar buiten’. Het gaat over het stimuleren van kinderen, jongeren en andere inwoners om naar buiten te gaan. Dit kan bijvoorbeeld door de aanleg van nieuwe (natuur)speelplaatsen, het plaatsen van bankjes voor mensen die dat nodig hebben bij het wandelen, of andere plekken voor jongeren. We stellen voor om hiervoor eerst speelbeleid op te stellen. Om zo duidelijke kaders te bieden voor de ontwikkeling van speel- en verblijfsruimten binnen de gemeente. Daarbij staat niet het plaatsen van speeltoestellen centraal, maar het creëren van meer spelaanleiding: ruimten die uitnodigen tot bewegen, ontmoeten en natuurlijk spelen voor verschillende leeftijden en doelgroepen. De financiële consequenties van het nieuwe speelbeleid zijn op dit moment nog niet concreet te bepalen. Evaluaties • Stimuleringsregelingen: In juli 2025 heeft de raad bij de behandeling van de Kaderbrief 2026 besloten om het budget bij het stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederland (SVn) te verhogen met € 1,2 miljoen naar in totaal € 4,2 miljoen. Dit is beschikbaar voor de stimuleringsleningen: startersleningen, verzilverleningen en duurzaamheidsleningen. Al in 2025 waren meer leningen verstrekt dan verwacht. Deze lijn heeft zich sindsdien voortgezet.

Hierdoor wordt het budget sneller benut dan verwacht. We komen met een voorstel over het vervolg. • Het Fonds: voor het Fonds is t/m 2026 budget beschikbaar. Het Fonds wordt momenteel geëvalueerd. • Go YoFlo wordt momenteel geëvalueerd. Na de zomer wordt de evaluatie via een raadsmededeling aangeboden aan de raad. Via amendement #023 (18 april 2023) zijn al middelen voor 2027–2029 gereserveerd. Het voorstel is om deze middelen bij een positieve evaluatie via de begroting 2027 beschikbaar te stellen.

9

3. Investeringen en reservepositie 3.1 Overzicht geplande investeringen (status voorjaarsrapportage 2026) Hieronder staan de investeringen waarvoor door de raad een krediet beschikbaar is gesteld. x € 1.000

Investeringen Immateriele vaste activa

Beschikbaar Werkelijk Werkelijk

Restant

gesteld besteed in besteed t/m

per

krediet

2026

2026

apr-26

Kosten onderzoek en ontwikkeling Voorbereidingskosten grex (samen)

1.000

134

944

56

Stationskwartier (voorbereidingskrediet)

120

25

81

39

Voorbereidingskredieten herstructureringsprojecten (3x)

450

0

0

450

1.570

159

1.025

545

Dorps.Sintrum Donkerbroek

3.053

35

306

2.747

De Miente

3.973

0

50

3.923

Totaal kosten onderzoek en ontwikkeling Bijdragen aan activa in eigendom van derden

3e padelbaan en renovatie 2 kunstgrasbanen

93

0

0

93

Totaal bijdragen aan activa in eigendom van derden

7.026

35

356

6.670

Totaal investeringen Immateriele vaste activa

8.596

194

1.381

7.215

10

x € 1.000 Beschikbaar Investeringen Materiële vaste activa

Werkelijk Werkelijk

Restant

besteed t/m

per

gesteld besteed in krediet

2026

2026

apr-26

60

0

0

60

Invest. met een economisch nut 1e inrichting sportged. DoarpsSintrum Donkerbr Aanschaf inventaris gemeentehuis 2025-2026

180

92

117

63

Nieuw/verbouw huisvesting Buitendienst

4.333

0

12

4.321

Verb. Raadszaal/publiekhal en ciekamer

236

3

211

25

ICT Raadszaal/publiekhal en ciekamer

62

0

62

0

Meubilair Raadszaal/publiekhal en ciekamer

118

0

118

0

Vervanging installaties/verduurzaming Ghuis

2.100

238

617

1.483

Vervanging tractie

362

325

325

37

Toiletvoorziening Turfroute D’broek

40

0

37

3

7.491

658

1.499

5.992

Totaal invest. met een economisch nut

Invest.met een econ.nut waarvoor ter bestrijding v.d.kosten een heffing kan worden geheven Vrijverval riolering 2026

818

0

0

818

Regenwateroverlast locaties 2026 – SISA

500

39

39

461

Invest.met een econ.nut waarvoor ter bestrijding v.d.kosten een heffing 1.318 kan worden39 geheven 39

1.279

Invest. in de openbare ruimte maatschappelijk nut Parkeerplaats SV Oosterwolde

373

7

13

360

Oevervoorzieningen 2026

923

0

0

923

Herontwikkeling Rikkingahof

2.200

19

33

2167

Pumptrack Oosterwolde

125

25

129

-4

Verkeersplan Donkerbroek (DoarpsSintrum)

350

0

0

350

Totaal invest. in de openbare ruimte maatschappelijk nut

3.971

51

176

3.795

Totaal

12.780

748

1.714

11.066

3.2 Verloopoverzicht algemene reserve Hieronder staat het verloopoverzicht van de algemene reserve. Dit overzicht geeft aan welk deel van de algemene reserve vrij te besteden is.

x € 1.000 V e rloo p a lg e me ne re se rve S a ldo a lge me ne re s e rve dd 31-12-2025

33.060

Toe voe ging re s ulta a t 2025 (e xcl. re s ulta a ts be s te mming)

2.733

Bode mbe dra g a lge me ne re s e rve

- 5.200

Be nodigde we e rs ta nds ca pa cite it (ja a rs tukke n 2025)

- 4.078

Me e rja rig be s la g 2026-2030 (ja a rs tukke n 2025)

- 8.321

Tijde lijke woninge n Na nninga we g (ra a ds be s luit 12 me i 2026)

V rij te be ste de n*

- 350 17.844

* E r is ge e n re ke ning ge houde n me t ve rwa chte re ke ningre s ulta te n

11

4. Begrotingsuitgangspunten Via de kaderbrief stelt de raad begrotingsuitgangspunten vast. Met deze uitgangspunten wordt de begroting opgesteld.

4.1 Voorstel aanpassing indexatie Onderdeel van de uitgangspunten zijn de indexaties voor lonen en prijzen. Wij indexeren begrotingsbudgetten niet automatisch. Een aantal budgetten worden wel geïndexeerd. In de praktijk worden verschillende indexatiepercentages gehanteerd, zoals hieronder beschreven. Voor het onderdeel subsidies wordt geïndexeerd met het percentage voor ‘prijzen’. We lopen er tegenaan dat dit vaak niet voldoende blijkt voor de ontvangende partij. Omdat een groot deel van het subsidiebedrag ingezet wordt voor loonkosten. We stellen daarom voor om subsidies waarmee overwegend loonkosten worden betaald te indexeren door voor 80% het loonindexpercentage toe te passen en 20% het prijsindexpercentage. De hogere lasten dekken we door de ontvangen loon- en prijscompensatie vanuit de meicirculaire (zie hoofdstuk 0.1). De afgelopen jaren hadden we hier een voordeel op. Hoe gaan we op dit moment om met indexaties: 1. Eigen lonen: gebaseerd op het vastgestelde uitgangspunt in de kaderbrief. Het percentage is gebaseerd op de gewogen cao-loon bedrijven en overheidsindex. 2. Eigen opbrengsten (belastingen, leges, huren, pachten etc.): gebaseerd op het vastgestelde uitgangspunt in de kaderbrief. Het percentage is gebaseerd op de nationale prijsindex. 3.

Budgetten sociaal domein: De budgetten van het sociaal domein worden geïndexeerd met het Overheidsbijdrage arbeidsontwikkeling (OVA) percentage op basis van 90% lonen en 10% prijzen. Dit geldt voor budgetten waarin de kosten hoofdzakelijk te herleiden zijn naar loonkosten (dus niet de woningaanpassingen). 4. Subsidies: deze worden geïndexeerd met het percentage voor prijzen zoals in de kaderbrief vastgesteld. We lopen er tegenaan dat dit in de praktijk vaak niet voldoende blijkt voor de ontvangende partij. Omdat een aanzienlijk deel van het subsidiebedrag ingezet wordt voor loonkosten. 5. Reguliere budgetten: deze budgetten worden niet standaard geïndexeerd. Hier wordt het ‘piep’ systeem gehanteerd. Als vanuit de afdeling het signaal komt dat het budget niet meer voldoende is, dan wordt incidenteel extra geïndexeerd. Bijvoorbeeld: het budget voor wegenonderhoud. 6. Bijdrage gemeenschappelijke regelingen: dit is gebaseerd op de begrotingen van de GRen. 7. Voorzieningen: de hoogte van de voorzieningen worden niet jaarlijks geïndexeerd. Bij het opnieuw vaststellen van de onderbouwing (meerjarenonderhoudsplan bijvoorbeeld) van de voorziening wordt een nieuwe actuele doorrekening gemaakt. Waar eventueel een hogere benodigde voorziening uit kan komen. 8. Investeringskredieten: investeringskredieten worden niet jaarlijks automatisch geïndexeerd.

Uitzondering hierop zijn de investeringen die voortkomen uit het accommodatiebeleid. 9. Overige budgetten: er zijn een aantal budgetten die op een andere manier worden geïndexeerd. Hier liggen aparte overeenkomsten/contracten onder. Het gaat dan o.a. om: a. Huur onderwijsgebouwen/MFA’s etc: geïndexeerd op basis van een onderwijs gerelateerd kengetal. b. Exploitatiesubsidies sportcomplexen: op basis van afzonderlijke contracten. c. Bijdragen voor bijvoorbeeld Omrin/Caparis: op basis van overeenkomsten.

4.2 Begrotingsuitgangspunten 2027 Voor de begroting 2027 gaan wij uit van de volgende uitgangspunten: • Lonen + 3% (incl. pensioenpremie) • Prijzen + 2,1% • OZB + 2,1% • Forensenbelasting + 2,1% • Leges + 2,1% • Afvalstoffenheffing 100% kostendekking • Rioolheffing 100% kostendekking • Toeristenbelasting € 1,20 en € 1,90 per persoon per nacht

12

Bovenstaande begrotingsuitgangspunten zijn grotendeels gebaseerd op bestaand beleid. Voor een tweetal uitgangspunten, prijzen (zie hierboven bij hoofdstuk 4.1) en toeristenbelasting (zie hoofdstuk 1.2), hebben we een wijzigingsvoorstel. Waar nodig is hieronder een toelichting gegeven op deze uitgangspunten. Lonen en prijzen De loon- en prijsontwikkeling is gebaseerd op gepubliceerde cijfers uit het Centraal Economisch Plan (CEP). De loonindex is gebaseerd op de gewogen cao-loon bedrijven en overheidindex. De prijsindex is gebaseerd op de nationale prijsindex. De budgetten ramen wij reëel in relatie tot de doelstelling en/of het beoogd effect. Automatische prijscompensatie voor uitbestede werkzaamheden en leveranties passen wij niet toe. De subsidies en bijdragen worden wel verhoogd. Subsidies waarmee overwegend loonkosten worden betaald indexeren we door voor 80% het loonindexpercentage te gebruiken en 20% het prijsindexpercentage. Dat percentage komt dan op 2,8% voor het jaar 2027. Voor het eerstvolgende begrotingsjaar (2027) gaan wij uit van lopende prijzen en daarna (2028 tot en met 2030) van constante prijzen. De oorlog in het Midden-Oosten veroorzaakt een snelle stijging van de prijzen, met name door hogere energie- en transportkosten.

We houden dit in de gaten en waar nodig passen we een aantal begrotingsposten aan met een hoger percentage dan hierboven in de uitgangspunten is genoemd. Onroerendezaakbelasting (OZB) Jaarlijks wordt de opbrengst OZB geïndexeerd. Bij een algehele waardedaling of waardestijging van de onroerende zaken, verhogen of verlagen wij het tarief van OZB, om de begrote opbrengst te realiseren. Bij de kaderbrief 2025 heeft de raad besloten om de opbrengst OZB woningen en nietwoningen beide met € 100.000 te verhogen in 2027 en met € 200.000 in 2028 (€ 200.000 en € 400.000 in totaal). In het berekenen van de opbrengst OZB houden we rekening met areaaluitbreiding en waar nodig ook met areaalvermindering. Forensenbelasting De opbrengst wordt geïndexeerd. Rioolheffing In september 2025 is het Water- en rioleringsprogramma (Wrp) 2025-2029 door de raad vastgesteld. Deze wordt iedere vijf jaar herzien. In het bijbehorende kostendekkingsplan staat hoe de heffing zich ontwikkelt in deze periode. Aan het einde van elk jaar stelt de gemeenteraad de tarieven van de heffing voor het volgende jaar definitief vast. Dit gebeurt op basis van kostendekking. Het tarief dekt daarmee alle kosten die met watertaken gepaard gaan.

Onderdeel van het huidige Wrp is, op basis van het kostendekkingsplan, de rioolheffing jaarlijks te laten stijgen met 3,5% (boven op de reguliere inflatiecorrectie) om toekomstige investeringen in de riolering te kunnen blijven dekken en om uitdagingen op het gebied van klimaatverandering het hoofd te bieden. Afvalstoffenheffing Het uitgangpunt is 100% kostendekkendheid. Voor de afvalstoffenheffing is een egalisatiereserve beschikbaar. Toeristenbelasting Er is een tarief voor overnachtingen in kampeermiddelen op kampeerterreinen en in kampeerboerderijen en een tarief voor andere verblijfsaccommodaties. De tarieven komen op € 1,90 en € 1,20 persoon per nacht. Hiermee sluiten we aan bij het advies van het Recreatieschap Drenthe. Zie ook hoofdstuk 1.2.

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Ooststellingwerf&id=42c1d219-7a9c-4f36-bfe7-fdb34dca2a35