Bijlage 1 - Kaderbrief 2023-2026
Tekst van het document
Kaderbrief 2023-2026 Inleiding Hierbij bieden wij u de Kaderbrief 2023-2026 aan. Hierin staan de financiële uitgangspunten voor de komende jaren. Met de jaarstukken kijken we terug op 2021, met de voorjaarsrapportage kijken we naar het huidige jaar 2022 en met deze kaderbrief kijken we vooruit. In deze kaderbrief staan het financieel perspectief en de financiële ontwikkelingen die onvermijdelijk op ons afkomen. Per saldo zorgt dit in 2023 en 2024 voor een negatief en voor 2025 en verder voor een positief structureel financieel perspectief. In deze kaderbrief is geen nieuw beleid opgenomen. Wij zijn van mening dat nieuw beleid en ambities, al dan niet vanuit het raadsakkoord, integraal afgewogen moeten worden. Deze afweging zal op een later moment plaatsvinden in 2022. Er zijn wel een aantal voorstellen die we in deze kaderbrief aan u voorleggen die invloed hebben op het financieel perspectief. Dit zijn gevolgen van ontwikkelingen die onvermijdelijk op ons afkomen. We hebben daar geen of heel beperkt invloed op, of het niet instemmen met deze voorstellen zorgt voor grote nadelige gevolgen. Bij de OWO-afdelingen is het bijvoorbeeld nodig om budget beschikbaar te stellen om kwetsbaarheden te verminderen. Zo kunnen we blijven voldoen aan de toenemende eisen en voorkomen we risico’s die onze data blootleggen of bedrijfsprocessen stagneren.
Nieuw akkoord en college Op het moment van schrijven van deze kaderbrief is er nog geen nieuw college. Ook wordt nog gewerkt aan een raads- of coalitieakkoord. De gevolgen hiervan kunnen worden verwerkt in de begroting. Als hierover voor het zomerreces geen helderheid bestaat, ligt het voor de hand dit later via een begrotingswijziging te verwerken. Economische ontwikkelingen De economische situatie is o.a. door de oorlog onzeker. De stijgende prijzen zullen ook invloed hebben op de financiën van onze gemeente. In deze kaderbrief is in het financieel perspectief hier geen rekening mee gehouden. We blijven het risico monitoren. Maartbrief en meicirculaire Als gemeente ontvangen we geld vanuit het gemeentefonds, de algemene uitkering. Drie keer per jaar (mei, september en december) verschijnt er vanuit het ministerie een circulaire waarin de hoogte van deze uitkering wordt bijgesteld. In de meicirculaire is het gebruikelijk dat het acres (hogere rijksuitgaven zorgt voor een hogere algemene uitkering en andersom) wordt aangepast en we compensatie voor loon- en prijsstijgingen ontvangen. Daarnaast worden in deze circulaire de herverdeling van het gemeentefonds en de gevolgen van het regeerakkoord verwerkt. We hebben dit jaar ook een maartbrief ontvangen. Deze informeert ons over de belangrijkste maatregelen van het coalitieakkoord die betrekking hebben op het gemeentefonds.
Het perspectief voor het jaar 2026 is hierin niet in beeld gebracht. Echter rekening houdend met onder meer een lager acres en de opschalingskorting zal dit fors negatiever uitpakken. Hiervoor wachten we de meicirculaire af. Het financieel perspectief kan er na de meicirculaire 2022 heel anders uit zien. Wij presenteren in deze kaderbrief het huidige financiële perspectief. Zoals gebruikelijk wordt u, voor de raadsvergadering waarin deze kaderbrief wordt behandeld, geïnformeerd over de meicirculaire en daarmee over het nieuwe financiële perspectief.
1
1. Financieel perspectief Bij het presenteren van het financieel perspectief gaan we uit van structurele budgettaire ruimte. Daarom zijn de incidentele baten en lasten gecorrigeerd. Structurele lasten moeten gedekt worden door structurele baten, dan is er sprake van structureel evenwicht. Het uitgangspunt is de stand na de decembercirculaire 2021. Het jaar 2025 hebben we gekopieerd naar 2026. Uit de huidige stand van zaken blijkt dat we een positief financieel perspectief hebben. Deze is gebaseerd op de programmabegroting 2022 en de september- en decembercirculaire 2021. Bij de kaderbrief 2022 presenteerden we nog een negatief financieel perspectief. Daarom is er een heroverwegingsproces geweest in juni 2021. Daarna werd bekend dat we de extra rijksmiddelen voor de jeugdhulp voor 75% als structureel mogen beschouwen vanaf 2023. Mede daardoor is bij de programmabegroting 2022 het voorstel ‘Samen verder’ gedaan en zijn een aantal heroverwegingen opnieuw tegen het licht gehouden. Onvermijdelijke budgettaire effecten en nieuw financieel perspectief Om een reëel beeld te geven van de ruimte in het perspectief verwerken we in de kaderbrief de onvermijdelijke structurele budgettaire effecten (voor zover die nu bekend zijn). Op hoofdlijnen zijn deze onder de tabel toegelicht. Het structurele saldo is daardoor in 2023 en 2024 negatief en vanaf 2025 positief.
Daarnaast zijn er nog diverse risico’s en ontwikkelingen die invloed zullen hebben op het perspectief (zie hoofdstuk 2). x € 1.000 Structureel begrotingsperspectief 2023-2026 Structureel perspectief programmabegroting 2022-2025 Structureel gevolg van de septembercirculaire 2021 Structureel gevolg van de decembercirculaire 2021
2023
2024
2025
2026
788
893
1.587
1.587
1.090
1.096
1.203
1.203
- 190
- 188
- 188
- 188
Vastgesteld structureel begrotingsperspectief
1.688
1.801
2.602
2.602
a. Gevolgen voorjaarsrapportage 2022
- 993
- 993
- 993
- 993
b. organisatieontwikkelingen
- 230
- 345
- 505
- 505
c. Owo ontwikkelingen
-583
-622
-625
-625
- 118
- 159
479
479
Onvermijdelijke budgettaire consequenties
Nieuw structureel begrotingsperspectief na kaderbrief 2023
a. Structurele gevolgen voorjaarsrapportage 2022 Het structurele gevolg vanuit de voorjaarsrapportage is € 993.000 negatief. Hoofdzakelijk komt dit door de volgende twee onderdelen: • Hogere structurele lasten voor jeugdhulp. Dit komt doordat het aantal cliënten in zorg stijgt. Dit was ook in het jaar 2021 al het geval (zie jaarstukken 2021). We hebben o.a. met behulp van de werkelijke bedragen en aantallen vanuit 2021 een nieuwe doorrekening gemaakt van de te verwachte lasten. Op basis daarvan is structureel € 800.000 extra nodig. We zien met name een hogere instroom in duurzame trajecten. Daarnaast stijgen ook de lasten voor hoog specialistische jeugdhulp, verblijf en pleegzorg. • Een nadeel van € 187.000 door de cao gemeenten die begin van dit jaar is afgesloten.
2
b. Organisatieontwikkelingen Bij de heroverwegingen 2022 is besloten om op basis van het onderzoek van JE consultancy te besparen op formatie. Dit was gebaseerd op het natuurlijk verloop door leeftijdsuitstroom om daardoor zonder gedwongen ontslagen formatieruimte vrij te spelen. Vanaf 2022 loopt dit bedrag op van € 13.000 naar € 335.000 in 2025. Bij ‘Samen verder’ (programmabegroting 2022) is aangegeven dat deze besparing ambitieus is en dat er een nader onderzoek uitgevoerd wordt in 2022. Dit onderzoek heeft Berenschot uitgevoerd in een benchmark, waar u tijdens de themabijeenkomst van 26 april over bent geïnformeerd. De conclusie uit de benchmark (van Berenschot) is dat de gemeente Ooststellingwerf inderdaad relatief meer formatie heeft in vergelijking met referentiegemeenten. Maar dat de gemeente ook meer taken zelf uitvoert en minder uitbesteedt. In vergelijking met andere gemeenten hebben we daarom meer lasten voor formatie, maar minder voor uitbesteed werk. Uit het Berenschot onderzoek blijkt ook dat het percentage overheadkosten opvallend laag is. Dat maakt het aannemelijk dat de besparing op de formatie direct consequenties heeft in het primaire proces en onvermijdelijk gepaard gaat met een verlaging van het huidige ambitieniveau van de gemeente. We hebben kritisch gekeken naar de onderzoeken die zijn gedaan en ervaren ook dat de werkdruk in de organisatie hoog is.
Wij stellen daarom voor om de besparing op formatie niet door te voeren. De incidentele middelen van € 84.000 die bij het heroverwegingsproces beschikbaar zijn gesteld voor het vormgeven van de mobiliteit in de organisatie zijn dan niet meer voor dit doel nodig. Daarnaast stellen we voor om op een aantal onderdelen de formatie aan te passen aan de aanbevelingen van diverse onderzoeken en aanbevelingen. Dit leidt tot een uitbreiding om zo onze taken op een voldoende kwaliteitsniveau te kunnen blijven uitvoeren. Het gaat om de volgende onderdelen: • Concern control en financieel advies met 1 fte, € 90.000 euro • Inkomensconsulent met 1 fte, € 80.000 euro De formatie voor control en financiën is lager dan de referentiegemeenten. Daarnaast is de functie van concerncontroller nu ten koste gegaan van de formatie op financiën en control. Bovendien wordt in het rapport van de Rekenkamercommissie over het Biosintrum dringend aanbevolen de functie van concerncontrol in te vullen. Met deze uitbreiding kunnen we de concerncontrolfunctie volwaardig invullen en is er ruimte om ook de formatie financieel advies op peil te krijgen. Bij het heroverwegingsproces is voor 2022 en 2023 € 75.000 beschikbaar gesteld om de concerncontrol in de organisatie met een impuls te versterken.
Deze blijven we inzetten waar het voor bedoeld is, namelijk investeren in het team en de organisatie, projecten uitvoeren die gericht zijn op bijvoorbeeld concerncontrol, juridische kwaliteitszorg en de beheersing van complexe projecten. De formatie van inkomensondersteuning en schulden is niet afgestemd op het aantal cliënten en de taken. Er is nu sprake van een erg hoge werkdruk en veel overwerk, met als risico uitval en hoge inhuur(lasten). Daarnaast zien we dat de werkzaamheden van de bodes toenemen. Dit komt vooral door de toename van de vergaderavonden. Tijdens de coronacrisis vielen ook werkzaamheden weg, waardoor het elkaar weer ophief. Nu iedereen weer volop aan het werk is op kantoor en de vergaderingen (ook buiten kantoortijd) weer toenemen, wordt het steeds moeilijker dit te organiseren (ook arbotechnisch). Indien deze situatie ongewijzigd blijft zullen we ook moeten overgaan tot een uitbreiding van deze formatie. De komende periode willen we met u in gesprek om te kijken naar een andere werkwijze en/of het beperken van het aantal vergaderavonden. Later in het jaar, als duidelijk is uit hoeveel wethouders het college bestaat, onderzoeken we of de formatie op het bestuurssecretariaat nog voldoende is om het aantal wethouders in het college te ondersteunen. 3
Traineeprogramma In OWO-verband is onderzocht of een gezamenlijk traineeprogramma haalbaar is, vooralsnog voor de duur van twee jaar. Het doel is om jonge getalenteerde medewerkers aan te trekken en te houden, als antwoord op de krappe arbeidsmarkt en vergrijzing. Bij de uitvoering van een intern programma is er van uitgegaan dat uiteindelijk iedere gemeente twee trainees in dienst neemt. Voor het totale programma is per gemeente een budget van € 120.000 nodig. Onderdeel van de kosten zijn niet alleen salariskosten en opleidingskosten voor trainees, maar ook HR-inzet om de coördinatie mogelijk te maken. Wij stellen voor een budget van € 120.000 per jaar voor het traineeprogramma beschikbaar te stellen voor twee jaar en daarna te evalueren. Weststellingwerf en Opsterland zijn al gestart met het programma en hebben hiervoor budget beschikbaar gesteld. c. OWO ontwikkelingen De OWO-samenwerking is gericht op het verminderen van kwetsbaarheid, het verhogen van de kwaliteit en het beperken van de kosten. We hebben daarbij op het gebied van ICT en informatievoorziening sterk gestuurd op de kostenbeheersing, waarbij we de grenzen hebben opgezocht en mogelijk overschreden. In de komende jaren is daarom noodgedwongen een koerscorrectie nodig, waarin we de investeringen op het vlak van ICT meer in lijn brengen met de toegenomen eisen.
En zo ook onze raming laten aansluiten op de sterke stijging van de kosten die op dit vlak nog te voorzien zijn. Hieronder volgt een overzicht van de gevraagde uitzetting per hoofdthema: 2023
2024
bedragen x € 1.000 2025 2026
Programma en projectsturing
350
350
350
350
Software en licenties
615
650
710
760
Basis en systemen
200
250
200
150
Beveiliging
340
370
370
370
Datagedreven werken
65
65
65
65
Landmeetkundige werkzaamheden
35
35
35
35
Toezicht, ondermijning en juridische ondersteuning
145
145
145
145
1.750
1.865
1.875
1.875
Totaal structureel Programma en projectsturing
100
-
-
-
Software en licenties
250
200
-
-
Basis en systemen
100
100
-
-
Documentaire informatievoorziening
300
-
-
-
Totaal incidenteel
750
300
-
-
Aandeel Ooststellingwerf (1/3 deel) structureel
583
622
625
625
Aandeel Ooststellingwerf (1/3 deel) incidenteel
250
100
-
-
Programma- en projectsturing De kosten voor versterking van programma- en projectsturing behelzen personele kosten. Dit gaat om het inrichten van een team dat in staat is om de ontwikkeling van het applicatielandschap gestructureerd en beheerst te realiseren. Naast de kwaliteitsslag, maakt dit ons ook minder afhankelijk van leveranciers en inhuur. Software en licenties De kosten van software stijgen. Dit is grotendeels het gevolg van de overgang van kooplicenties naar abonnementsvormen. De grootste kostenpost zijn de licenties voor Microsoft 365. We maken de transitie van software in eigen beheer die op onze eigen servers draait naar SaaS (Software as a Service) oplossingen die ‘in the cloud’ draaien.
4
Basis en systemen Er is een investering nodig in het vergroten van de betrouwbaarheid en de ‘performance’ van ons netwerk en een deel van de hardware. Er worden steeds zwaardere eisen aan het functioneren gesteld. Het dataverkeer neemt sterk toe. Deels is dit het gevolg van het hybride werken, deels doordat applicaties steeds omvangrijker datasets verwerken. Beveiliging Het behoeft geen herhaling van de diverse bedreigingen om aan te geven dat op verschillende terreinen inzet nodig is. Van ‘security analyse’ en logging van verdachte activiteiten tot het tijdig updaten van systemen, tot het aanleggen van digitale ‘verdedigingslinies’. Zowel op systeemniveau als in de toegang tot data, bijvoorbeeld in de vorm van multifactor authentificatie. Datagedreven werken De ondersteuning van het datagedreven werken vraagt een bescheiden versterking vanuit ICT. Landmeetkundige werkzaamheden Bij Beheer & Registratie wordt, om de efficiency en de kwaliteit te verhogen, inhuur omgezet naar vaste medewerkers. Dit verloopt budgettair neutraal. Het in dienst nemen van een landmeter is nodig vanwege de toename van het aantal metingen voor de basisregistraties en de Omgevingswet. Toezicht, ondermijning en juridische ondersteuning De politie richt zich meer op haar kerntaken; het handhaven van de openbare orde en veiligheid. Gevolg is dat leefbaarheidstaken veel of geen aandacht meer krijgen.
Bestuurlijk is de wens uitgesproken juist meer capaciteit in te zetten op leefbaarheid, verkeersveiligheid, natuur, openbare ruimte en groen. Deze wens is vastgelegd in een OWO-breed vastgesteld beleidsplan VTH. Ondermijning, de beweging waarbij criminele activiteiten steeds meer verweven raken met onze maatschappij, vraagt nadrukkelijk aandacht van onze organisaties. Er zal geïnvesteerd moeten worden in bewustwording, een scherpe blik bij vergunningverlening (BIBOB toets) en toezicht en handhaving.
2. Risico’s en ontwikkelingen Er komen diverse risico’s en onzekerheden op ons af. Ze zijn niet in het begrotingsperspectief verwerkt maar zijn als ze werkelijkheid worden onvermijdelijk qua financiële gevolgen. a. Herverdeling gemeentefonds Vanuit het Rijk is besloten een herverdeling in te voeren. Het doel van de verdeling is om iedere gemeente een gelijkwaardige financiële uitgangspositie te geven, zodat ze een gelijkwaardig voorzieningenniveau kunnen realiseren tegen gelijke belastingdruk: mensen moeten in principe toegang hebben tot hetzelfde voorzieningenniveau en dat mag niet afhankelijk zijn van de plek waar iemand woont. Het nieuwe verdeelmodel wordt ingevoerd per 1 januari 2023. Volgens de laatste berekeningen (december 2021 op basis van 2019) komt de herverdeling voor onze gemeente op een nadeel van € 584.000. Het ingroeipad is voor alle gemeenten voor het jaar 2023 op maximaal € 7,50 per inwoner en voor 2024 en 2025 op € 15 per inwoner gezet. De herverdeling van het gemeentefonds wordt verwerkt in de meicirculaire 2022. b. Prijsstijgingen Zoals eerder aangegeven zullen de prijsstijgingen ook invloed hebben op onze gemeente. Het uitgangspunt is dat we niet automatisch alle ramingen indexeren, maar dat we waar nodig bijramen bij de begroting. Op die manier creëren we geen lucht in de begroting. We 5
houden vast aan dit uitgangspunt, maar we verwachten dat we bij de begroting een aantal budgetten moeten verhogen. We denken dan vooral aan begrotingsposten in het kader van het beheer en onderhoud van onze openbare ruimte. c. Structureel extra rijksmiddelen jeugdhulp Incidenteel krijgen we t/m 2022 extra middelen voor jeugdhulp van het Rijk. Bij de begroting 2022 is, in afstemming met de toezichthouder, besloten deze middelen voor 75% als structureel te beschouwen vanaf 2023. Hier is nog geen toezegging voor. We verwerken het daarom vooralsnog als risico. d. Gevolgen van coronacrisis en bezuinigingen Rijk (PM) Door de coronacrisis is het onvermijdelijk dat het Rijk in de komende jaren moet bezuinigen. Deze bezuinigingen zullen doorwerken in de hoogte van de algemene uitkering. De hoogte is op dit moment niet in te schatten. Daarnaast wordt landelijk een toename verwacht van het beroep op hulp en financiële regelingen en bijvoorbeeld jeugdhulp. e. Stikstof In 2019 heeft de Raad van State de tot dat moment gebruikelijke manier van vergunningverlening een halt toegeroepen (het PAS). Om de problemen met stikstof en vergunningverlening aan te pakken is er een nieuwe Stikstofwet aangenomen. In deze wet is geregeld dat 50% van de Natura 2000-gebieden in 2030 op orde moeten zijn en 74% van de stikstofgevoelige natuur gezond moet zijn in 2035. Het kabinet wil dit versnellen naar 2030.
De verwachting is dat dit tot een forse extra ambtelijke inzet vanuit de gemeente leidt. Naast een investering op de nodige kennis en kunde op dit terrein, speelt de schaarste van de arbeidsmarkt hier een rol en zal de beschikbaarheid beperkt zijn. Mogelijk komt in de toekomst vanuit het Rijk budget beschikbaar. f. Omgevingswet Wij werken met een programma Omgevingswet. De overall ambitie van dit programma is om er voor te zorgen dat de organisatie op de ingangsdatum van de Omgevingswet (1 januari 2023) klaar is om met de Omgevingswet te kunnen werken en we minimaal kunnen voldoen aan de gestelde wettelijke verplichtingen. De Omgevingswet verplicht gemeenten om een omgevingsvisie op te stellen. De omgevingsvisie Ooststellingwerf is in november 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. Naar aanleiding van de opgedane ervaringen in de pilot omgevingsplan Appelscha zullen naar verwachting extra financiële middelen nodig zijn om een gemeentedekkend omgevingsplan te kunnen opstellen. We zien op landelijk niveau, via de VNG, dat er wordt gepleit voor een kostenneutrale inwerkingtreding van de Omgevingswet. Niet alleen de voorbereiding vraagt een forse inzet en investeringen, maar ook de uitvoering in de daarop volgende jaren vraagt doorlopend om voldoende middelen.
Een en ander hangt bijvoorbeeld ook sterk af van de straks te maken keuzes rondom het omgevingsplan en de doorwerking op de leges. Via de OWO-Beleidstafel Omgevingswet is bestuurlijk de wens uitgesproken om hier in gezamenlijkheid binnen de OWO-samenwerking naar te kijken. Het huidige college geeft hier geen invulling aan. g. Duurzaamheid (regeerakkoord) We werken met een programma Duurzaamheid. Hierin zijn ambities vastgelegd waaraan we werken en geven we uitvoering aan wettelijke verplichtingen zoals de Transitievisie warmte en bijbehorende wijkuitvoeringsplannen. Daarnaast komt er veel werk op ons af vanuit onderdelen van het regeerakkoord zoals het klimaat- en transitiefonds en het langjarig Nationaal Isolatieprogramma. De verwachting is dat we middelen van het Rijk ontvangen om landelijke regelingen uit te voeren. Dat is ook nodig want er is op dit moment onvoldoende capaciteit om de ambities en de verwachte decentrale uitvoering vanuit het regeerakkoord te realiseren.
6
h. Verduurzaming (sport) accommodaties Er is een sectorale routekaart vastgesteld om invulling te geven aan het landelijke beleid en de wet- en regelgeving rondom de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed. In de kern gaat het om 49% CO²-reductie in 2030 en 95% CO2-reductie in 2050 ten opzichte van 1990. In de themaraad van 8 februari 2022 is dit besproken (zie hiervoor bijgesloten presentatie (bijlage 1)). Ook is aangegeven wat de indicatieve lasten zijn. Het verduurzamen van de gebouwen in juridische eigendom van de gemeente, onderwijsgebouwen en gebouwen met economisch claimrecht vraagt een investering tussen € 38 en € 60 miljoen (indicatief). De kapitaallasten die hieruit voortkomen zijn tussen de € 1,3 en € 1,6 miljoen en hebben invloed op het structurele begrotingsperspectief. De uiteindelijke hoogte van de investering en de bijbehorende kapitaallasten zijn afhankelijk van diverse factoren zoals het eventueel slimmer inzetten van accommodaties, verdeling verantwoordelijkheden investering onderwijsgebouwen en gebouwen met economisch claimrecht (zoals buitensportaccommodaties, zwembaden, dorpshuizen en mfa Meander) en bijdrages rijksoverheid. Voor de investering in het verduurzamen van (sport)accommodaties zijn geen middelen beschikbaar.
3. Begrotingsuitgangspunten Voor de begroting 2023 gaan wij uit van de volgende uitgangspunten: • Lonen + 3,4% (incl. pensioenpremie) • Prijzen + 2,4% • OZB + 2,4% • Forensenbelasting Stapsgewijze verhoging • Leges + 2,4% • Afvalstoffenheffing 100% kostendekking • Rioolrechten 100% kostendekking • Toeristenbelasting € 1,50 en € 1,10 per persoon per nacht Bovenstaande begrotingsuitgangspunten zijn gebaseerd op bestaand beleid. Waar nodig is hieronder een toelichting gegeven op deze uitgangspunten. Lonen en prijzen De loon- en prijsontwikkeling is gebaseerd op gepubliceerde cijfers uit het Centraal Economisch Plan (CEP). De loonindex is gebaseerd op de gewogen cao-loon bedrijven en overheidindex. De prijsindex is gebaseerd op de nationale prijsindex. De budgetten ramen wij reëel in relatie tot de doelstelling en/of het beoogd effect. Automatische prijscompensatie voor uitbestede werkzaamheden en leveranties passen wij niet toe. De subsidies en bijdragen worden wel verhoogd. Voor het eerstvolgende begrotingsjaar (2023) gaan wij uit van lopende prijzen en daarna (2024 tot en met 2026) van constante prijzen. Onroerendezaakbelasting (OZB) Jaarlijks wordt de opbrengst OZB geïndexeerd. Bij een algehele waardedaling of waardestijging van de onroerende zaken, verhogen of verlagen wij het tarief van OZB, om de begrote opbrengst te realiseren.
Forensenbelasting Bij de behandeling van de Programmabegroting 2020-2023 heeft u besloten om de opbrengsten van de forensenbelasting te verhogen met € 15.000 in 2020 tot € 60.000 in 2023. Voor 2024 en verder gaan wij uit van dezelfde opbrengst als 2023. Rioolrechten Elke vijf jaar stelt de gemeenteraad het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) vast. In het bijbehorende kostendekkingsplan wordt weergegeven hoe de heffing zich ontwikkelt in deze 7
periode. Aan het einde van elk jaar stelt de raad de tarieven van de heffing voor het volgende jaar definitief vast. Dit gebeurt op basis van kostendekking, het tarief dekt daarmee alle kosten af die met watertaken gepaard gaan. Afvalstoffenheffing Het uitgangpunt is hier ook 100% kostendekkendheid. In de praktijk is deze kostendekkendheid er vanuit de vastgestelde tarieven (nog) niet. Jaarlijkse tekorten worden nu gedekt vanuit de reserve lastenverlichting. De raad heeft in het verleden besloten dat we toe moeten groeien naar een kostendekkendheid van 100%. Dit betekent dat tarieven die op afvalinzameling betrekking hebben, stapsgewijs worden verhoogd tot een volledige kostendekkendheid vanaf 2024. Toeristenbelasting In de raadsvergadering van 30 maart 2021 is besloten om een tariefdifferentiatie toe te passen op de toeristenbelasting. Dit betekent dat er een tarief is voor overnachtingen in kampeermiddelen op kampeerterreinen en in kampeerboerderijen en een tarief voor andere verblijfsaccommodaties. Voor de tarieven sluiten we aan bij het advies van het Recreatieschap Drenthe. Het huidige advies heeft betrekking op de periode 2021-2023, de tarieven liggen vanaf 2022 op het adviesniveau. We stellen daarom voor het tarief in 2023 niet te indexeren.
8