Bijlage 1 - Doe-agenda Mensen voelen zich verbonden
Tekst van het document
A D N E G A e o D 2022-2026
mensen voelen zich verbonden
Onderdeel van de Opgave Samenleven – Inwoners helpen elkaar, voelen zich thuis en zijn actief voor een sociale en vitale gemeenschap.
E
inHOUD
1.
2.
3.
VISIE OP SAMENLEVEN
kaders die de raad ons meegaf
Inleiding op het maatschappelijk effect
DOELENBOOM
4.
5.
6.
PROCES hoe kwamen we tot deze doe-agenda
Analyse Wat is er aan de hand en waar richten we ons op?
Welke doelen willen we dichterbij brengen?
7.
8.
monitoring
inspanningen Wat gaan we doen?
overzicht bijlagen
2
Visie sociaal domein 2020-2024
Gemeente Ooststellingwerf
Meedoen Alle inwoners doen volwaardig mee.
samenleven Inwoners helpen elkaar, voelen zich thuis en zijn actief voor een sociale en vitale gemeenschap.
1.
VISIE op samenleven In de Visie op Samenleven 2020-2024 staan vijftien maatschappelijke effecten centraal. In de doelenboom uit de Visie op Samenleven staan deze effecten op een rij. Per maatschappelijk effect uit de doelenboom maken we samen met de samenleving een overzicht van inspanningen die een ieder gaat leveren om het
gezondheid Inwoners ervaren een positieve gezondheid.
goed opgroeien jonge inwoners (-9 maand tot 23 jaar) groeien gezond en veilig op en hebben gelijke kansen om zich optimaal te ontwikkelen.
betreffende effect te realiseren. Dit ‘pakket’ aan inspanningen noemen we een doe-agenda. Voor het maatschappelijk effect ‘Mensen voelen zich verbonden’ zijn in de doelenboom van de Visie op Samenleven vier indicatoren benoemd: 1. Mensen vinden het prettig om in hun buurt te wonen (loslaten) 2. Mensen voelen zich betrokken bij anderen in hun gemeenschap (faciliteren) 3. Mensen voelen zich niet gediscrimineerd en buitengesloten (faciliteren) 4. Mensen ervaren minder eenzaamheid (stimuleren)
Deze Doe-agenda zoomt in op de vierde indicator ‘Mensen ervaren minder eenzaamheid’. Tegelijk worden echter ook de andere drie indicatoren beïnvloed, evenals door inspanningen in andere Doe-agenda’s.
3
doelenboom
Dit is de doelenboom behorend bij ‘Mensen voelen zich verbonden’, maatschappelijk effect: E Hierin zie je de indicatoren: 1 t/m 4 de gestelde doelen 1 t/m 6 en de voorgenomen inspanningen 1 t/m 5 -2024
Doelenboom 2021
gemeentebrede opgaven
Meedoen
samenleven
Alle inwoners
gezondheid
Inwoners helpen elkaar, voelen
doen volwaardig mee.
goed opgroeien
Inwoners ervaren een
zich thuis en zijn actief voor een
jonge inwoners (-9 maand tot 23 jaar)
positieve gezondheid.
sociale en vitale gemeenschap.
groeien gezond en veilig op en hebben gelijke kansen om zich optimaal te ontwikkelen.
maatschappelijke effecten: Wat willen we bereiken? A
B
C Mensen participeren duurzaam op de arbeidsmarkt.
Mensen kunnen levensloopbestendig wonen.
D Mensen doen mee aan het maatschappelijk leven.
E
F
Mensen maken indien nodig gebruik van het aanwezige vangnet.
G Mensen zetten zich in voor de samenleving en elkaar.
Mensen voelen zich verbonden.
H Mensen maken gebruik van de sociale, culturele en sport infrastructuur.
I
J Mensen ervaren dat rekening wordt gehouden met het proces van ouder worden.
Mensen kunnen omgaan met fysieke, emotionele en sociale levensuitdagingen.
K
L Mensen leven in een gezonde leefomgeving.
Mensen voelen zich veilig.
M Jonge inwoners ontwikkelen zich optimaal.
N Ouders/verzorgers zijn vaardige opvoeders.
O Kwetsbare jonge inwoners en ouders voelen zich ondersteund bij opgroeien en opvoeden.
Jonge inwoners zijn weerbaar.
indicatoren: Waar zien we dat aan? 1
Mensen zijn in staat passende woonruimte te realiseren. FACILITEREN
2
3
Mensen zijn bezig met levensloopbestendig wonen. FACILITEREN Mensen zijn op de hoogte van de mogelijkheden om hun woning aan te passen. REGISSEREN
1
Mensen die dat kunnen, nemen deel aan de arbeidsmarkt. REGISSEREN
1
Tevreden over hun maatschappelijk leven. LOSLATEN
2 Mensen zijn zelfredzaam. UitkeringsFACILITEREN gerechtigden maken naar vermogen stappen 3 op de participatieladder. Kinderen REGISSEREN in armoede hebben mogelijkheden om 3 mee te doen. Mensen ervaren REGISSEREN een zinvolle invulling van hun dag (18-67 jr). 4 FACILITEREN Mensen zijn financieel in staat om maatschappelijk mee te doen. REGISSEREN 2
5
LOSLATEN
Type 1 activiteiten: samenleving is eigenaar
1
2
3
4
Mensen zijn op de hoogte / kennen de wegen. REGISSEREN Mensen maken er gebruik van. STIMULEREN Mensen vinden tijdig ondersteuning bij (financiële) problemen. REGISSEREN Mensen zijn tevreden over de ondersteuning. STIMULEREN
1
2
3
4
Mensen vinden het prettig om in hun buurt te wonen. LOSLATEN Mensen voelen zich betrokken bij anderen in hun gemeenschap. FACILITEREN Mensen voelen zich niet gediscrimineerd en buitengesloten. FACILITEREN Mensen ervaren minder eenzaamheid. STIMULEREN
Mensen ervaren ondersteuning in hun eigen omgeving. STIMULEREN
Type 2 activiteiten: samenleving is eigenaar, gemeente faciliteert desgewenst
2
3
4
Mensen helpen elkaar. FACILITEREN Mensen pakken gezamenlijk sociale en maatschappelijke vraagstukken op. FACILITEREN Mensen ervaren ruimte om ideeën/ initiatieven te ontwikkelen. FACILITEREN Mantelzorgers raken niet overbelast (Zie I). REGISSEREN
1
2
3
4
5
SAMENLEVINGSDomein
Faciliteren
1
Zelfsturing
Mensen zijn tevreden met het aanbod aan sociale, culturele en sport activiteiten. FACILITEREN Mensen zijn op de hoogte van het sociale, culturele en DOEL sport aanbod STIMULEREN 1 t/m 10 Mensen hebben toegang tot de sociale, culturele en sport infrastructuur STIMULEREN Mensen zijn tevreden over de ontmoetingsplekken in hun omgeving. STIMULEREN
1
1 Mensen ervaren Mensen vormen laagdrempelige samen een dementie mogelijkheden om vriendelijke gemeente. hun eigen gezondheid STIMULEREN te verbeteren. 2 DEELS FACILITEREN Ouderen hebben DEELS STIMULEREN betekenisvolle
2
3
4
Mensen voelen zich lichamelijk gezond. STIMULEREN Mensen voelen zich mentaal gezond en ervaren zingeving. STIMULEREN
relaties, werk en/of dag invulling. FACILITEREN 3
Mantelzorgers raken niet overbelast. REGISSEREN
1
2
3
Jonge inwoners komen niet in aanraking met geweld. REGISSEREN Mensen zijn weerbaar. FACILITEREN Mensen weten waar ze hulp kunnen vinden als zij zelf of anderen in aanraking komen met onveilige situaties. REGISSEREN
1
2
3
Mensen ervaren hun leefomgeving als veilig en toegankelijk. REGISSEREN Mensen gaan graag naar buiten. LOSLATEN Mensen ervaren een gezonde en schone leefomgeving. REGISSEREN
Mensen ervaren dat zij in staat zijn tot alledaagse dingen zoals werken, omgaan met tijd en geld en grenzen stellen. STIMULEREN
regisseren
Mensen zetten zich als vrijwilliger in voor activiteiten, verenigingen en organisaties. FACILITEREN
Type 4 activiteiten: gemeente is eigenaar (wettelijke taken)
DOEL 1
T/M
1
T/M
DOEL 9
4
Jonge inwoners gaan naar school. REGISSEREN
1
2
Jonge inwoners halen een startkwalificatie. REGISSEREN Jonge inwoners zijn taalvaardig (spreken, lezen, schrijven). REGISSEREN Jonge inwoners en ouders ervaren dat de school en zorg samenwerken om hen optimaal te begeleiden. REGISSEREN
3
4
Jonge inwoners worden zoveel mogelijk door hun ouders verzorgd en begeleid naar volwassenheid. LOSLATEN Jonge inwoners hebben een goede start doordat hun ouders of zijzelf deelnemen aan preventieprogramma’s. STIMULEREN Jonge inwoners groeien op in een gezinssituatie (zo thuis mogelijk). REGISSEREN Jonge inwoners en ouders met opvoeden opgroeivragen weten de weg en voelen zich ondersteund. REGISSEREN Ouders/verzorgers betrekken mensen en organisaties in hun omgeving bij opvoedvragen. REGISSEREN
1
2
3
Jonge inwoners ontwikkelen sociale vaardigheden. LOSLATEN Jonge inwoners kennen hun grenzen en staan stevig in hun schoenen. FACILITEREN Jonge inwoners hebben de kennis en vaardigheden om goed om te gaan met alcohol, roken, drugs, sociale media, seks en geld. DEELS REGISSEREN DEELS STIMULEREN
1
2
3
4
Kwetsbare jonge inwoners met psychosociale of andere problemen en hun ouders weten de weg en voelen zich ondersteund. REGISSEREN jonge inwoners en ouders in kwetsbare situaties worden gezien en ondersteund. REGISSEREN Scheidingen verlopen met minimale schade voor jonge inwoners. STIMULEREN Jonge inwoners ervaren dat scholen en gemeentelijke organisaties die werken met jongeren aandacht hebben voor LHBTI. STIMULEREN
DOELEN
DOEL 10
3
Jonge inwoners krijgen optimaal kans om talenten te ontplooien. FACILITEREN
5
gemeentelijk Domein Interactief beleid & uitvoering
2
5
Stimuleren
Type 3 activiteiten: gemeente is eigenaar en samenleving levert bijdrage
1
1
T/M
DOEL 6
1
T/M
DOEL
DOEL 11 6
1
T/M
8
1
T/M
DOEL
DOEL 6
1
T/M
8
1
T/M
5
WAT GAAN WE DOEN inspanningen 1
T/M
43
inspanningen 1
T/M
24
inspanningen 1
T/M
21 5
inspanningen 1
T/M
43 21
inspanningen 1
T/M
24
inspanningen 1
T/M
21
inspanningen 1
T/M
24
4
inspanningen 1
T/M
34
2.
kaders die de raad ons meegaf In de Visie op Samenleven staan de inhoudelijke kaders die de Raad ons meegaf. Daarnaast zijn er financiële kaders. In juli 2021 stelde de gemeenteraad bij de financiële heroverwegingen jaarlijks structureel € 45.000 beschikbaar voor tegengaan van eenzaamheid. Verder maakte de Raad in de Visie op Samenleven keuzes over de rol die we als gemeente kiezen per onderwerp. Dit gaat van regisseren (sturen en bepalen) tot loslaten (geen actie van de gemeente). Voor dit maatschappelijk effect gelden geen wettelijke kaders.
5
3.
Verbondenheid
50%
50%
Inleiding op het maatschappelijk effect Als mensen zich verbonden voelen en deel uitmaken van een gemeenschap van
100% 71%
66%
gelukkiger. Met als gevolg dat ze meer meedoen. Wanneer mensen zich welkom
21% 20%
en betrokken voelen en eenzaamheid afneemt, weten we dat we op de goede
7,37% 7,32% 0 VERBONDENHEID BUURT Inwoners geven een rapportcijfer van gemiddeld 7,37 voor de verbondenheid die zij met de buurt ervaren. (Landelijk 7,32).
vrienden, bekenden, gelijkgestemden, buurt of dorp, voelen zij zich prettiger en
0 mist CONTACT BUITENSHUIS Het percentage inwoners dat aangeeft te weinig betekenisvolle contacten te hebben buiten het eigen huishouden is 21% (Landelijk 20%).
0
BUREN HELPEN
Bijna driekwart (71%) van de inwoners geeft aan af en toe tot vaak hulp te verlenen aan buren (Landelijk 66%).
weg zijn.Door Corona en de bijbehorende beperkingen hebben mensen het contact met anderen erg gemist en voelen meer mensen zich vaker eenzaam. Gelukkig nemen inwoners ook veel initiatieven om iedereen erbij te houden. Samen maken mensen vitale dorpen en wijken.
6
Gerard Habes vrijwilliger 75+ huisbezoek) Wij als vrijwilligers kunnen samen met u zorgen dat onze gemeente leefbaarder wordt.
4.
PROCES - hoe kwamen we tot deze doe-agenda Dit jaar spraken we via Quest &Chats en via een uitvraag van Scalajongerenwerk met jongeren over eenzaamheid. Leden van VraagElkaar kregen een enquête en met enkelen van hen organiseerden we een focusgroep om door te praten over remedies tegen eenzaamheid en de werkwijze van VraagElkaar. Met de werkgroep Wijkgericht werken Makkinga/Oldeberkoop, bestaande uit huisarts, Scala welzijn, wijkverpleging en lokale vrijwilligers bespraken we waar professionals en vrijwilligers tegenaan lopen en de mogelijkheden die zij zien. Collega’s hebben in sparsessies eenzaamheid elk vanuit hun eigen beleidsterrein belicht (gezondheid, ouderen, mantelzorg, gebiedsteam, 75+ huisbezoek, jeugd). De gemeente nam deel aan het rijksprogramma Een tegen Eenzaamheid en maakt gebruik van de expertise van de aan dit programma verbonden adviseurs van Movisie.
7
5.
Analyse waar richten we ons op? ‘Eenzaamheid is een subjectieve beleving van het verschil tussen gewenste en feitelijk aanwezige relaties, inclusief de kwaliteit van die relaties.’
8
Wat is er aan de hand? Oorzaken De oorzaken van eenzaamheid zijn drieledig: › individuele oorzaken (bijvoorbeeld gebrek aan sociale vaardigheden, gezondheidsproblemen of beperkte financiën) › veranderingen in het sociale netwerk (door bijvoorbeeld verlies, ontslag, verhuizing of scheiding) › maatschappelijke oorzaken (individualisering, digitalisering, corona) › Vaak gaat het om een combinatie van factoren.
Cijfers (CBS 2019): › 25% van de mensen tussen 15- 75 jaar is ‘enigszins eenzaam’ en 10% is ‘sterk eenzaam’ › 33% van de 75+ers is ‘enigszins eenzaam’ en ca 10% ‘sterk eenzaam’ › Jongeren tussen 15 en 25 jaar zijn niet meer of minder eenzaam dan 25-75 jarigen › Vooral alleenstaanden én alleenstaande ouders zijn enigszins of sterk eenzaam (ca. 45%); Samenwonenden (ca. 30%) › Meer mensen zijn ‘sterk emotioneel eenzaam’ dan ‘sterk sociaal eenzaam’ (12% vs 8%) › 35-55 jarigen zijn het vaakst ‘sterk emotioneel eenzaam’ (14%)
Burgerpeiling Ooststellingwerf 2020: › 18% soms eenzaam, 3% vaak eenzaam. › Meest in de grotere kernen: Oosterwolde, Donkerbroek, Appelscha, Haulerwijk, Oldeberkoop › Oververtegenwoordiging van inwoners met een beneden modaal inkomen › Relatief veel jonge mensen (18-35 jaar) geven aan soms of vaak eenzaam te zijn. Onbekend is of hier sprake is van een corona-effect NB Verschillen in percentages ‘eenzaamheid’ in onderzoeken van CBS en Burgerpeiling ontstaan door verschillende onderzoeksvragen en definities. Uit cijfers van GGD Fryslân en CBS blijkt dat er weinig verschil is in eenzaamheid tussen Ooststellingwerf en de rest van Friesland en Nederland
Risicogroepen In de cijfers is te zien dat ouderen en alleenstaanden vaker eenzaam zijn. Behalve zij zijn er nog meer groepen mensen die extra risico lopen op eenzaamheid. Het gaat om mensen die een grote verandering meemaken in hun leven, migranten, lhbti, chronisch zieken en gehandicapten, psychisch- en sociaal kwetsbaren, mantelzorgers en mensen met weinig geld. Sinds Corona geven ook meer jongeren aan zich alleen te voelen.
Waar richten we ons op? We zetten vooral in op een duurzame aanpak van eenzaamheid. Dit betekent dat we gaan voor continuïteit in preventie, deskundigheid, verwijsroutes, samenwerking, communicatie, werkzame interventies om eenzaamheid te doorbreken en evaluatie en doorontwikkeling van de aanpak. Daarbij is de betrokkenheid van- en inbedding van de aanpak in de mienskip van groot belang. Een complete aanpak van eenzaamheid bestaat uit drie pijlers:
1. Voorkomen van eenzaamheid (en er vroeg bij zijn) › Vitale gemeenschappen, nabuurschap, vervoersmogelijkheden, ontmoetingsplekken en positieve gezondheid dragen er aan bij dat mensen niet geïsoleerd raken. › Normaliseren, bewustwording en bespreekbaar maken van eenzaamheid helpen om eenzaamheidsgevoelens uit de taboesfeer te halen
2. Doorbreken van eenzaamheid (complicaties/verergering/herhaling voorkomen ) Eenzaamheid heeft vele gezichten. Mensen kunnen last hebben van sociale-, emotionele- of existentiële eenzaamheid. Het kan gaan om een tijdelijke situatie n.a.v. een life-event of om structurele eenzaamheid. Mensen verschillen in hun behoefte aan nabijheid en activiteiten. Hun coping- strategieën verschillen. Door het sterke persoonlijke karakter van eenzaamheid blijken generieke interventies (vaak gericht op sociale eenzaamheid en activering) weinig of onduidelijk effect te hebben. Per individu is gedegen analyse nodig van de aard van de eenzaamheid en passende interventie. Maatwerk is nodig en dus ook een gevarieerd pakket van inzetbare interventies.
3. Duurzame aanpak van eenzaamheid › Voldoende kennis, vaardigheden en tools om eenzaamheid te signaleren en te bespreken bij professionals en vrijwilligers › Duidelijke routes waar mensen met vragen en zorgen in verband met eenzaamheid terecht kunnen › Laagdrempelige ondersteuning › Samenwerking en afstemming tussen vrijwilligers, gebiedsteam, hulpverleners, welzijnswerk en gemeente
9
Sissy Götz & Coby Nijenhuis: VraagElkaar bracht ons samen!
6.
Welke doelen willen we dichterbij brengen?
1. Voorkomen – Beschermende factoren tegen eenzaamheid versterken
2. Voorkomen – De mentale weerbaarheid en ervaren zingeving bij jongeren neemt toe
De volgende factoren beschermen mensen tegen eenzaamheid: › Gevarieerd netwerk › Gezondheid › Zelfvertrouwen › Sociale steun geven en ontvangen › Deelname aan vereniging of kerk › vrijwilligerswerk › Voldoende geld om mee te doen
Jongeren geven aan dat ze graag meer vrienden hebben en met name ook één of enkele vriend(en) waarmee ze echt kunnen praten. Door de Corona-lockdowns zijn zij zich vaker alleen of eenzaam gaan voelen. Het is van belang dat jongeren gevoelens van eenzaamheid herkennen en bespreken en voldoende zelfvertrouwen hebben om contacten aan te gaan. De interventies voor dit doel worden uitgewerkt binnen de opgaven ‘Goed opgroeien’ en ‘Gezondheid’.
In verschillende doe-agenda’s wordt aan deze factoren gewerkt. Er gebeurt al veel dat bijdraagt aan dit doel. Uit onderzoek blijkt dat trainingen in sociale-, cognitieveen digitale vaardigheden de beschermende factor ‘zelfvertrouwen’ kunnen versterken. Daar zetten we nu nog weinig op in. Bij doel 3 ‘Er is voldoende en gevarieerd aanbod aan interventies om eenzaamheid te doorbreken’ zal hier aandacht voor zijn.
10
3. Doorbreken – Er is voldoende en gevarieerd aanbod aan interventies om eenzaamheid te doorbreken Onderzoek naar wat werkt bij eenzaamheid heeft geen generieke oplossingen opgeleverd. Nog te vaak wordt gedacht dat deelname aan meer activiteiten de oplossing wel zal zijn. Het verlichten of verhelpen van gevoelens van eenzaamheid bij mensen blijkt echter maatwerk. Een goede analyse van de situatie en de copingstrategie van de persoon is nodig om vervolgens een daarbij passende interventie te kiezen. Voor de triage van eenzaamheidsproblematiek zijn door Prof. Anja Machielse acht interventieprofielen in beeld gebracht. Drie vragen zijn belangrijk bij het bepalen van het interventieprofiel: 1. Is de problematiek situationeel of structureel? 2. Heeft iemand behoefte om nieuwe sociale contacten op te bouwen? 3. Is iemand in staat om daar actief aan (mee) te werken? Ons doel is om voor elk van de acht interventieprofielen geschikte interventies te kunnen aanbieden. Bij het vaststellen/inkopen van ons pakket van interventies maken we gebruik van de door Movisie verzamelde informatie over ‘Wat werkt bij eenzaamheid’.
4. Duurzame aanpak – Het gebiedsteam is voldoende toegerust om adequaat te interveniëren bij eenzaamheidsproblematiek
5. Duurzame aanpak – De routes en taakverdeling bij de opvolging van signalen van eenzaamheid zijn ingeregeld
Bij een eerste contact met een inwoner heeft het gebiedsteam over het algemeen slechts 1 of 2 (bij uitzondering 3) gesprekken om de inwoner te leren kennen, vertrouwen te winnen en passende ondersteuning voor te stellen. Er is een groep mensen die het gebiedsteam vaker spreekt en beter leert kennen door meerderde meldingen of heronderzoeken. Het gebiedsteam heeft als het gaat om eenzaamheid vooral te maken met mensen met structurele problematiek. Met behulp van de triagemethodiek van Professor Machielse en bij beschikbaarheid van voldoende geschikte interventies (zie doel 3) kan gerichter ondersteuning geboden worden bij eenzaamheidsproblematiek. Ook wil het gebiedsteam inzetten op het monitoren van de door de zorgaanbieders bereikte resultaten.
Op de gemeentelijke website communiceren we het gebiedsteam als de toegang tot hulp bij gevoelens van eenzaamheid of zorgen over een ander. Het gebiedsteam verwijst na een korte triage door naar welzijnsinterventies, een WMO-voorziening of de huisarts voor GGZ-hulp. Het gebiedsteam ziet echter alleen inwoners, die zich bij hen melden- of bekend zijn. Voor veel inwoners is de stap naar het gebiedsteam een (te) grote stap. Zij staan vaak echter wel in contact met andere hulpverleners (huisarts, wijkverpleging, thuiszorg) en/of mensen in hun omgeving. Potentieel zijn er veel ogen en oren in de wijken en dorpen om te signaleren dat iemand een steuntje in de rug nodig heeft en er zijn actieve inwoners in de wijken en dorpen die ouderen en/of vereenzamende mensen willen ondersteunen en betrekken bij de mienskip. Welke (samenwerk) afspraken zijn nodig? Waar kan je terecht met signalen? En hoe regelen we de opvolging van de signalen in?
6. Duurzame aanpak – Onderlinge verbinding tussen mensen faciliteren Verbinding met mensen en een betekenisvolle rol voor een ander of in de mienskip zijn ingrediënten om eenzaamheid te doorbreken. Belangrijke mogelijkheden om mensen uit een isolement te halen, liggen in het versterken van de mienskip, nabuurschap en ontmoetingsmogelijkheden. Daarom blijven we investeren in laagdrempelige activiteiten en ondersteuning- en verbinden van mensen.
11
Marjolein Zoll & Fardau Klaver wijkverpleegkundigen kwadrantgroep Samenwerken in de zorg is noodzakelijk voor verbinding
7.
monitoring Voor de monitoring van de indicator ‘Mensen ervaren minder eenzaamheid’ maken we gebruik van de cijfers van de burgerpeiling. De peiling van 2020 beschouwen we als 0-meting. De volgende peiling vindt najaar 2022 plaats en de resultaten daarvan zijn naar verwachting begin 2023 beschikbaar. In de burgerpeiling stellen we inwoners de volgende vraag: Voelt u zich wel eens eenzaam? › (vrijwel) nooit › zelden › soms › vaak › wil ik niet zeggen / weet niet Deze vraag over eenzaamheid kan in combinatie met informatie over bijvoorbeeld de woonplaats, omstandigheden en leeftijd van de respondent aanwijzingen geven voor onze inspanningen.Natuurlijk is het welzijn van mensen afhankelijk van veel en niet altijd beïnvloedbare factoren (denk bijvoorbeeld aan de Covid-lockdowns). Toch hopen we op den duur aan deze vraag in de burgerpeiling te kunnen zien of het de goede kant op gaat.
Voor vier van de doelen uit deze doe-agenda worden vanuit deze doe-agenda nieuwe onderzoeken en inspanningen opgezet. Het gaat om de doelen: 3. Doorbreken – Er is voldoende en gevarieerd aanbod aan interventies om eenzaamheid te doorbreken 4. Duurzame aanpak – Het gebiedsteam is voldoende toegerust om adequaat te interveniëren bij eenzaamheidsproblematiek 5. Duurzame aanpak – De routes en taakverdeling bij opvolging van signalen van eenzaamheid zijn ingeregeld 6. Duurzame aanpak - Onderlinge verbinding tussen mensen faciliteren Voor doel 3, 4 en 5 geldt dat in het doel een duidelijk resultaat als eindpunt is benoemd. We werken hier samen met het gebiedsteam en andere spelers in de keten van de aanpak van eenzaamheid en zullen gezamenlijk de resultaten evalueren en door ontwikkelen. Bij doel 6 zullen de resultaten van de verschillende interventies ons inzicht geven in hoeverre nieuwe verbindingen tussen mensen tot stand komen. Met betrokken partijen (75+ huisbezoek, Stichting Scala, VraagElkaar) maken we afspraken over de monitoring hiervan.
12
8.
Wat gaan we doen? inspanningen
In bijlage 1 staat per doelstelling uitgebreid wat de samenwerkende partijen gaan doen om de doelen dichterbij te brengen. In deze paragraaf ziet u hiervan een samenvatting.
GA NAAR DE INSPANNINGEN › 13
WAT GAAN WE DOEN? (ALLE inspanningen per doel)
E
1
2
3
4
DOEL
1 Voorkomen Beschermende factoren tegen eenzaamheid versterken In verschillende doe-agenda’s werken we aan deze factoren. Er gebeurt al veel dat bijdraagt aan dit doel.
Bekijk volgende inspanning ›
14
WAT GAAN WE DOEN? (ALLE inspanningen per doel)
E
1
2
3
4
DOEL
2 Voorkomen De mentale weerbaarheid en ervaren zingeving bij jongeren neemt toe. De inspanningen voor dit doel werken we uit binnen de opgaven. ‘Goed opgroeien’ en ‘Gezondheid’
Bekijk volgende inspanning ›
15
WAT GAAN WE DOEN? (ALLE inspanningen per doel)
E
1
2
3
4
DOEL
3 Doorbreken Er is voldoende en gevarieerd aanbod aan interventies om eenzaamheid te doorbreken.
1 Zorgen dat er een effectief pakket van interventies beschikbaar is
Bekijk volgende inspanning ›
16
WAT GAAN WE DOEN? (ALLE inspanningen per doel)
E
1
2
3
4
DOEL
4 Duurzame aanpak Het gebiedsteam is voldoende toegerust om adequaat te interveniëren bij eenzaamheidsproblematiek.
2 Professionalisering gebiedsteam wat betreft eenzaamheids-problematiek
Bekijk volgende inspanning ›
17
WAT GAAN WE DOEN? (ALLE inspanningen per doel)
E
1
2
3
4
DOEL
5 Duurzame aanpak De routes en taakverdeling bij de opvolging van signalen van eenzaamheid zijn ingeregeld
3 Inregelen werkwijze bij signalen van eenzaamheid
Bekijk volgende inspanning ›
18
WAT GAAN WE DOEN? (ALLE inspanningen per doel)
E
1
2
3
4
DOEL
6 Duurzame aanpak Onderlinge verbinding tussen mensen faciliteren
4
5
VraagElkaar verbindt mensen
Project ‘Netwerk van verbinders’
Bekijk volgende inspanning ›
19
OVERZICHT BIJLAGEN
Bijlage 1 Lijst met inspanningen per doel
ENDA Doe-AG -2026 2022
Mensen den. voelen zich verbon
E 1 2 3 4
BIJLAGE 1 ingen per doel lijst met inspann wat gaan we doen?
20