Bijlage 1 Concept Doe Agenda L (oud)
Tekst van het document
Doe-agenda L ‘Jonge inwoners ontwikkelen zich optimaal’ Onderdeel van de Opgave Goed opgroeien – Jonge inwoners (-9 maand tot 23 jaar) groeien gezond en veilig op en hebben gelijke kansen om zich optimaal te ontwikkelen. ‘De jeugd heeft de toekomst’, zeiden verschillende deelnemers aan de dorpsgesprekken. Voor een fijne jeugd en een vitale gemeenschap is het nodig dat kinderen opgroeien onder goede omstandigheden. Ouders, familie, buren, kinderopvang, scholen, verenigingen en andere organisaties spelen hierin allemaal een rol. ‘Goed Opgroeien’ is in het bijzonder een onderwerp dat zich over alle ‘opgaven’ uitbreidt. Sommige aspecten van ‘Goed Opgroeien’, zoals armoede, verbondenheid en gezondheid, zijn dan ook terug te vinden bij de andere opgaven. We hebben toch gekozen voor een aparte opgave ‘Goed Opgroeien’, omdat de gemeente veel wettelijke taken heeft rond de ontwikkeling van kinderen (Jeugdwet, Onderwijswetten, Wet Kinderopvang en Leerplichtwet). Ook in het raadsprogramma is veel aandacht voor jeugd en preventie, zodat kinderen een goede start maken in het leven.
1. Visie op Samenleven In de Visie op Samenleven 2020 – 2024 staan vijftien maatschappelijke effecten centraal. In de doelenboom uit de Visie op Samenleven staan deze effecten op een rij (zie bijlage 1). Per maatschappelijk effect uit de doelenboom maken we samen met de samenleving een overzicht van inspanningen die eenieder gaat leveren om het betreffende effect te realiseren. Dit ‘pakket’ aan inspanningen noemen we een doeagenda. Deze doe-agenda hoort bij de opgave Goed Opgroeien en is voor het maatschappelijk effect L: ‘Jonge inwoners ontwikkelen zich optimaal’ . In figuur 1 is de opgave Goed Opgroeien weergegeven inclusief de maatschappelijke effecten (groene tekstkaders) weergegeven. Voor het maatschappelijk effect L zijn in de doelenboom van de Visie op Samenleven vijf indicatoren (blauwe tekstkaders)benoemd: 1. Jonge inwoners krijgen optimaal kans om talenten te ontplooien. 2. Jonge inwoners gaan naar school. 3. Jonge inwoners halen een startkwalificatie. 4. Jonge inwoners zijn taalvaardig (spreken, lezen, schrijven). 5. Jonge inwoners en ouders ervaren dat de school en zorg samenwerken om hen optimaal te begeleiden.
1
Figuur 1: Doelenboom uit de Visie op Samenleving met de maatschappelijke effecten van Goed Opgroeien
2. Kaders Kaders die de raad ons meegaf In de Visie op Samenleven, de Samenwerkingsagenda 2022-2026 en het Collegeakkoord 2022-2026 staan de inhoudelijke kaders die de Raad ons meegaf. Deze kaders nemen we als uitgangspunt voor deze doe-agenda. Daarnaast zijn er financiële kaders via de gemeentelijke begroting. Verder maakte de Raad in de Visie op Samenleven keuzes over de rol die we als gemeente kiezen per onderwerp. Dit gaat van regisseren (sturen en bepalen), faciliteren, stimuleren tot loslaten (geen actie van de gemeente). Voor maatschappelijk effect L ‘Jonge inwoners ontwikkelen zich optimaal’ hebben we veelal een regisserende rol omdat we diverse wettelijke taken hebben. Wettelijke kaders: wetten, rechten en plichten Schoolbesturen en gemeenten hebben beide verantwoordelijkheden als het gaat om onderwijs en onderwijshuisvesting maar ook ten aanzien van opgroeien en het ondersteunen van kinderen en jongeren. Een goed onderwijsklimaat vormt de basis voor het optimaal ontwikkelen van jonge inwoners. Een goed onderwijsklimaat gaat niet alleen om onderwijs maar ook om de aansluiting met andere beleidsterreinen zoals zorg, cultuur, participatie, sport en maatschappelijke vraagstukken in de dorpen en wijken.
Binnen deze beleidsterreinen en maatschappelijke vraagstukken, inclusief de bijbehorende wettelijke kaders heeft de gemeente bewegingsvrijheid om nuances aan te brengen en focus te leggen. Dat doen we in deze doe-agenda. 2
Samenwerking en inspanningen Voor gemeenten zijn de onderwijspartijen belangrijke samenwerkingspartners. Voor deze samenwerking is er sprake van een aantal (deels wettelijk verplichte) overlegstructuren: het op overeenstemming gericht overleg (OOGO), de lokale educatieve jeugd agenda (LEJA) en de regionale educatieve jeugd agenda (REJA). Daarnaast zijn er beleid overstijgende en op thema gerichte overleggen met andere ketenpartners, organisaties en aanbieders.
3. Inleiding op het maatschappelijk effect. Ieder kind verdient een eerlijke kans om zich optimaal te kunnen ontwikkelen, onafhankelijk van afkomst en omgeving. Persoonlijke ontwikkeling en inzicht in je talenten (hoofd, hart, handen) geeft voldoening en zelfvertrouwen en maakt dat jonge inwoners zich bewust zijn van wat zij kunnen. Naarmate kinderen ouder worden krijgen ze inzicht in hun persoonlijkheid en kunnen ze bewuster keuzes maken. Ze leren steeds beter hoe te investeren in hun eigen ontwikkeling. Iemand die zich bewust is van zijn talenten, weet wat bij hem/haar past en kan met deze talenten betekenisvol zijn voor zichzelf en voor anderen. Het draagt bij aan het kunnen participeren in de samenleving en het vermogen om aan te sluiten bij de steeds veranderende arbeidsmarkt en een leven lang leren. In de ontwikkeling van een kind vormt onderwijs een belangrijke plek. Onderwijs is de basis waarmee een kind uitgroeit tot een volwassene die mee kan doen in de samenleving. Onderwijs draagt bij aan de financiële zelfstandigheid, zorgt voor verbinding en verkleint de verschillen tussen sociale milieus. In Ooststellingwerf willen we dat alle kinderen de kans krijgen om zich optimaal te ontwikkelen. Dit willen wij bewerkstelling door het aanbieden van goed en rijk onderwijs1 op basis van gelijke kansen.
Dit betekent niet hetzelfde aanbod voor elk kind, maar het juiste aanbod voor elk kind. Gemeentelijk (onderwijs-) beleid raakt op allerlei vlakken aan het onderwijsveld. Samenwerking tussen gemeente, aanbieders van peuterspeelgroepen en voorschoolse educatie en schoolbesturen is daarmee een belangrijke bouwsteen van goed onderwijs. Maar ook de samenwerking met en tussen de jeugdgezondheidszorg, ouders, verenigingen, welzijnsorganisaties en aanbieders van jeugdhulp. De samenwerking en inspanningen van deze partijen zijn beschreven in de doe-agenda’s voor maatschappelijk effect M en O. Een ander deel wordt beschreven in de doe-agenda’s die horen bij de opgave over positieve gezondheid. In deze doe-agenda wordt daarom wel verwezen naar de betreffende inspanningen en doelen vanuit de omgeving van het kind, maar worden deze niet opnieuw uitgewerkt. Een leven lang leren Kinderen leren. Dat is hoe zij opgroeien tot volwassenen. Aanvankelijk doen zij dit vooral spelenderwijs en wordt dit steeds formeler als zij naar school gaan. Ook tijdens en na de 1 Met goed onderwijs bedoelen we onderwijs dat de leerling in staat stelt zijn of haar maximale potentie te benutten. Bij rijk
onderwijs maakt de leerling kennis met een veelheid aan thema’s en activiteiten waardoor hij of zij kan ontdekken waar zijn of haar talenten en ambities liggen.
3
transitie van school naar werk blijft leren belangrijk. Vaak vanuit een baan of hobby, soms tijdens werkloosheid of als onderdeel van re-integratie. In deze doe-agenda ligt de focus op de leeftijdsgroep van peuters, schoolkinderen en scholieren. Specifiek gericht op doelgroepen. En richten we ons op onderwijsbeleid maar zijn er ook raakvlakken met de beleidsterreinen jeugd, gezondheid, sport, cultuur en participatie.
4. Proces- hoe kwamen we tot deze doe-agenda? De Visie op Samenleven stelden we samen met inwoners, werkgevers, instellingen en andere partners op. Deze doe-agenda kwam tot stand door het identificeren van maatschappelijke problemen die aandacht behoeven. Vervolgens zijn er mogelijke oplossingen ontwikkeld, omgezet in concrete acties en besproken met diverse maatschappelijke partners, waaronder stichtingen voor primair en voortgezet onderwijs, gebiedsteammedewerkers, welzijnsorganisatie Scala, onderwijsondersteuningsdienst De Stipe, kinderopvangorganisaties en de GGD. Ook is het perspectief van jongeren meegenomen over talentontwikkeling en gelijke kansen. Tot slot zijn de adviezen vanuit de adviesraad sociaal domein en de gemeenteraad meegenomen.
5. Hoe staat het ervoor met de jonge inwoners van Ooststellingwerf? De maatschappelijke effecten uit de Visie op Samenleven zijn door onze inwoners aangedragen. Ze weerspiegelen wat zij belangrijk vinden. Om te kijken wat nodig is om het maatschappelijk effect ‘Jonge inwoners ontwikkelen zich optimaal’ dichterbij te brengen keken we met de betrokkenen2 wat er precies aan de hand is rond dit onderwerp. We maken hierbij ook gebruik van cijfers uit de Visie op Samenleven en andere relevante bronnen. Het resultaat hiervan vatten we hieronder samen. Talentontwikkeling en kansengelijkheid (L1) In Ooststellingwerf bezoekt ruim 90% van de peuters een peuterspeelgroep en of kinderopvang. Deelname aan deze voorschoolse voorzieningen draagt bij aan de ontwikkeling en ontplooiing van jonge kinderen. Verspreid over de gemeente is er voldoende aanbod en zijn er geen wachtlijsten. Vanaf 4 jaar gaan de meeste kinderen naar de basisschool. Schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs. Jeugdigen in Ooststellingwerf krijgen kwalitatief goed onderwijs. Het valt echter op dat leerlingen minder vaak een havo of vwo- advies krijgen dan gemiddeld in Nederland (gemiddeld in Nederland 46 %, Ooststellingwerf 39%). In vergelijking met het Nederlands gemiddelde krijgen leerlingen in Ooststellingwerf vaker een vmbo basis/kader advies.
Het schooladvies wordt bepaald door zowel de eindtoets, de toets resultaten van groep 6 tot en met 8 en het advies van de leerkracht. Het verschil in schooladvies kan niet verklaard worden uit de resultaten van de eindtoets want die zijn in Ooststellingwerf vergelijkbaar aan het landelijk gemiddelde. Op basis van dit gegeven zou een hypothese kunnen zijn dat door het advies van de leerkracht kinderen met dezelfde talenten niet dezelfde (onderwijs-) kansen krijgen. Tijdens een schoolbestuurlijk overleg (lokaal Educatieve 2 Met ‘betrokkenen’ bedoelen we alle organisaties, instellingen, verenigingen, clubs, ondernemers, vrijwilligers en inwoners
die bij het onderwerp betrokken zijn en/of meededen om deze doe-agenda te maken.
4
Jeugdagenda) is deze hypothese besproken. Voor een deel wordt dit ondervangen door de eindtoets te vervangen door de doorstroomtoets (voorjaar 2024). Vanaf schooljaar 2023-2024 zijn scholen verplicht om het schooladvies bij te stellen, indien een leerling op de doorstroomtoets laat zien over meer kennis en vaardigheden te beschikken, dan op grond van het schooladvies werd verwacht. Er zijn naast de factor onderwijs ook andere factoren van invloed op deze verschillen. Uit landelijk onderzoek blijkt namelijk dat kinderen van hoogopgeleide ouders gemiddeld hogere adviezen krijgen, ook al zijn de schoolprestaties hetzelfde (Onderwijsinspectie, 2018). Het opleidingsniveau van ouders in Ooststellingwerf is lager dan het landelijk gemiddelde (zie Figuur 2). In Ooststellingwerf heeft 71% van de gediplomeerden een MBO-opleiding afgerond en slechts 7% een WO-opleiding. Naast ongelijkheid in het schooladvies, speelt ook de reisafstand naar onderwijsinstellingen een rol bij het verklaren van verschillen in opleidingsniveau. De reisafstand naar een MBO-opleiding is in Ooststellingwerf doorgaans korter dan een HBO-opleiding, wat invloed kan hebben op de uiteindelijke schoolkeuze. Aandeel gediplomeerden per onderwijssoort 80 60 40 20 0
MBO
HBO Landelijk
Friesland
WO Ooststellingwerf
Figuur 2: Aandeel gediplomeerden per onderwijssoort. Bron: CBS 2023, geraadpleegd op 28 november 2023 via https://www.cbs.nl/nl-nl/cijfers/detail/71493ned.
Als het gaat om talentontwikkeling weten we dat deelname aan naschoolse activiteiten en voorzieningen niet voor alle jonge inwoners vanzelfsprekend is. Het gaat om deelname aan sportlessen, culturele activiteiten, uitjes en meer. Verschillen hierin kunnen leiden tot ongelijkheid. En deze ongelijkheid hangt volgens Sociaal Economisch Onderzoek3 weer samen met verschillen in de leerprestaties van basisschoolleerlingen. Op scholen waar kinderen weinig hulpmiddelen hebben, zijn de leerprestaties lager. Een brede ontwikkeling, toegang tot voorzieningen en voldoende ontspanning vormen een belangrijke basis van de schoolprestaties van kinderen. Buitenschoolse activiteiten en voorzieningen thuis liggen traditioneel gezien in de invloedsfeer van ouders. Echter, landelijk onderzoek toont aan dat bepaalde buitenschoolse activiteiten, zoals museumen theaterbezoek, relatief exclusieve activiteiten zijn die niet voor alle leerlingen toegankelijk zijn. In heel Nederland blijken de cijfers over de toegang tot naschoolse 3
ter Weel B, Bussink H, Koeman N. Gevolgen van kansenongelijkheid in Nederland - SEO Economisch Onderzoek. Geraadpleegd 24 februari 2024 via: https://www.seo.nl/wpcontent/uploads/2022/05/2022-38-Gevolgen-van-kansenongelijkheid-in-Nederland.pdf
5
activiteiten voorzieningen van kinderen zorgwekkend. Uit het eerder genoemde Sociaal Economisch Onderzoek blijkt dat slechts 14% van de leerlingen muziekles heeft en 37% minder dan 10 kinderboeken in huis heeft. Het aanreiken van extra activiteiten en hulpbronnen, óp en buiten school, draagt bij aan het creëren van gelijke kansen tussen leerlingen. Dit stelt jeugdigen in staat om te ontdekken waar hun talenten liggen en geeft hen de kans zich op diverse gebieden te ontwikkelen, ongeacht hun thuissituatie. Een passende onderwijsplek (L2) Alle kinderen in Nederland hebben recht op onderwijs. In de Leerplichtwet staat dat ouders verantwoordelijk zijn om hun kind in te schrijven op een school en de zorg dragen dat hun kind de school bezoekt. In Ooststellingwerf zijn 14 basisscholen verspreid over de dorpen in de gemeente. Ook is er een school voor Speciaal Basisonderwijs, een cluster 3 school voor Speciaal Onderwijs (zeer moeilijk lerende kinderen) en Voortgezet Speciaal Onderwijs. Tot slot zijn er 2 scholen voor Voortgezet Onderwijs. Voor het onderwijsaanbod cluster 1 en 2 (Cluster-1 is voor leerlingen met een visuele beperking, cluster-2 is voor dove, slechthorende leerlingen en leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis) en cluster 4 (voor kinderen met psychische stoornissen en gedragsproblemen) moeten leerlingen reizen naar scholen buiten de gemeente Ooststellingwerf.
Ruim 120 leerlingen zijn voor schoolbezoek aangewezen op leerlingenvervoer. Van deze groep leerlingen reizen er 90 naar scholen buiten de gemeente Ooststellingwerf. Jonge inwoners halen een startkwalificatie (L3) Jongeren met een startkwalificatie hebben meer kans op een baan. Daarom wil de Rijksoverheid dat zoveel mogelijk jongeren een startkwalificatie halen. Een startkwalificatie is een diploma havo, vwo of tenminste MBO-2. Een leerling die het onderwijs zonder startkwalificatie verlaat wordt een voortijdig schoolverlater genoemd. Het Rijk, gemeenten en scholen besteden extra aandacht aan deze jongeren om te voorkomen dat zij thuis komen te zitten. Het percentage leerlingen dat geen startkwalificatie haalt is in Ooststellingwerf vergelijkbaar met het landelijke percentage: een kleine 1.8 % (zie figuur 3). We noemen deze leerlingen voortijdige schoolverlaters.
Figuur 3: Het percentage voortijdige schoolverlaters. Bron: Landelijke jeugdmonitor 2023 van het CBS, geraadpleegd op 24 februari 2024 via https://longreads.cbs.nl/jeugdmonitor-2023/voortijdig-schoolverlaters/ www.waarstaatjegemeente.nl
6
Jonge inwoners zijn taalvaardig (spreken lezen en rekenen) (L4) Een taalrijke omgeving, zowel thuis, in de voorschoolse voorzieningen (peuterspeelgroep, kinderopvang) en in het onderwijs draagt bij aan de ontwikkelingskansen van een kind. Taalvaardigheid gaat niet alleen over het goed kunnen spreken, (begrijpend) lezen, schrijven maar ook over rekenen en digitale vaardigheden. In de omgevingsvisie van Ooststellingwerf staat beschreven dat Ooststellingwerf een bijzondere gemeente is omdat zowel het Stellingwerfs, het Fries en het Nederlands op straat te horen zijn. Uit de taal in een dorp is de historie te horen. Zo horen we in de noordelijke dorpen vooral het Fries, waar vroeger arbeiders het veen ontgonnen en omvormden naar landbouwgronden. In de westelijke dorpen is het Stellingwerfs de taal. Het is de streek die van oudsher eigenstandig was, waar de oude macht zich concentreerde en zich afzette tegen de Friezen. In het zuidelijke deel van de gemeente is er sprake van een mengeling. We weten dat van oudsher ingegeven (cultuur) met weinig woorden veel wordt gezegd. Dit heeft invloed op de woordenschat van jonge kinderen. Om deze woordenschat te ontwikkelen worden ouders van jonge kinderen gestimuleerd om veel met hun jonge kind te praten en voor te lezen. Vanuit het consultatiebureau worden ouders met jonge kinderen al doorverwezen naar de bibliotheek.
Deze heeft een informerend aanbod voor ouders en kinderen van 0-18 jaar zijn gratis lid van de bibliotheek. Naast de bibliotheek spelen ook voorschoolse voorzieningen, peuterspeelgroepen en kinderopvang, een belangrijke rol bij het ontwikkelen van taalvaardigheid bij jonge inwoners. Alle voorschoolse voorzieningen werken aan de hand van een pedagogisch programma gericht op alle ontwikkelingsgebieden maar met specifieke aandacht voor de taalontwikkeling. Op de locaties met een Voorschools Educatief aanbod is er extra aanbod om de taalontwikkeling te stimuleren. Deelname aan deze voorschoolse voorzieningen draagt bij aan de ontwikkeling en ontplooiing van jonge kinderen. Verspreid over de gemeente is er voldoende aanbod en zijn er geen wachtlijsten. In 2021 heeft Cedin onderzoek gedaan naar de taalvaardigheid van basisschoolleerlingen in Opsterland en Weststellingwerf. In het onderzoek is gekeken naar de relatie van taalvaardigheid, leesonderwijs en dyslexie. Aan te nemen valt dat de uitkomsten van het onderzoek ook voor Ooststellingwerf gelden. Uit het onderzoek bleek dat leerlingen ten opzichte van het landelijk gemiddelde vergelijkbaar tot bovengemiddeld scoren op taalvaardigheid. Vanaf groep 6 ligt de score voor begrijpend lezen echter onder het landelijk gemiddelde.
Deze bevindingen zijn voor schoolbesturen aanleiding geweest om te starten met een brede aanpak ‘effectief leesonderwijs’. Om begrijpend lezen te verbeteren is onder andere het vergroten van leesplezier noodzakelijk. Er is daarom ingezet op scholing van leerkrachten, het integreren van lezen als onderdeel bij verschillende vakken (thematisch) en het aanbod van boeken, rijke teksten en expertise van de bibliotheek. De eerste resultaten van deze interventies zijn bemoedigend. In Ooststellingwerf werken veel organisaties aan het voorkomen of verminderen van laaggeletterdheid (basisvaardigheden). Onderwijs, voorschoolse voorzieningen, bibliotheek maar ook Humanitas met een voorleesproject. In het kader van onze 7
inspanningen om de laaggeletterdheid aan te pakken, werkt de bibliotheek samen met de gemeente en andere partners. Vanuit deze samenwerking is er een aanjager laaggeletterdheid actief die zich richt op het versterken van de verbinding tussen vraag en aanbod maar ook zorgt dat het aanbod naadloos op elkaar aansluit. In 2023 is een ketennetwerk gestart en werkt de keten aan de opdracht om meer mensen te bereiken en toe te leiden naar het aanbod. School en zorg werken samen (L5) Vanuit onderwijs en wetgeving geredeneerd loopt de ontwikkellijn van 0 tot 23 jaar. Hierbij is voor het onderwijs het behalen van een startkwalificatie het uiteindelijke streefdoel. Soms is er sprake van problematiek en is tijdelijk lichte ondersteuning nodig. Dit kan zijn vanuit passend onderwijs (onderwijsarrangement) waarvoor schoolbesturen verantwoordelijk zijn. Of vanuit de Jeugdwet (zorgarrangement) waarvoor gemeenten verantwoordelijk zijn. Maar een combinatie van onderwijs- en zorgarrangement is ook mogelijk. Het gaat altijd om maatwerk waarbij een goede samenwerking tussen onderwijs, gebiedsteam, ouders en eventueel andere partijen van belang is. Het maatwerk is erop gericht om te voorkomen dat een leerling thuis komt te zitten. Uit casuïstiek weten we dat de afspraken en verwachtingen over de onderwijszorgarrangementen onvoldoende duidelijk zijn waardoor er sprake is van ruis.
We werken aan verbetering van de samenwerking met het onderwijs doordat het gebiedsteam in toenemende mate aanwezig is op scholen. Op deze manier kunnen zowel gebiedsteam als onderwijs problematiek signaleren, waardoor zwaardere hulp voorkomen kan worden. Mocht het nodig blijken, dan kan er door de gemeente worden opgeschaald naar een zwaardere vorm van (jeugd-)hulpverlening.
6. Analyse en doelen Om het maatschappelijk effect 'Optimale ontwikkeling van jonge inwoners' te bevorderen, hebben we onderzocht welke factoren we kunnen beïnvloeden. Bij de factoren geven we aan wie, welke partij, er verantwoordelijk is. Voor enkele factoren geldt dat deze zijn verwerkt in andere doe-agenda’s. Bijlage 3 is een toelichting opgenomen met betrekking tot de beïnvloedbare aspecten inclusief de bronnen waarop we ons baseren. Hieronder volgt een beknopte toelichting op elke factor en geven we aan in hoeverre we ons daarop gaan richten. Factor 1. Vergroten kansengelijkheid Als het gaat om talentontwikkeling weten we dat deelname aan naschoolse activiteiten en voorzieningen niet voor alle jonge inwoners vanzelfsprekend is. Het gaat hierbij om jonge inwoners die van huis uit minder mogelijkheden hebben om mee te doen aan (buitenschoolse) activiteiten. Als gemeente hebben we hier invloed op door bijvoorbeeld het aanreiken van extra activiteiten en hulpbronnen óp en buiten school. Maar ook door het ondersteunen van jonge inwoners en hun ouders door middel van gezinsgerichte programma’s. Deze inspanningen dragen bij aan het creëren van gelijke kansen en hier willen wij extra op inzetten. 8
Factor 2. Samenwerken met partners Om te waarborgen dat onze jonge inwoners veilig, gezond en kansrijk opgroeien zodat zij zich goed kunnen voorbereiden op de toekomst, werken we samen met onderwijspartners (schoolbesturen, JGZ, peuteropvang en kinderopvang), de bibliotheek en welzijnsorganisatie Scala. Op dit moment merken we dat er nog winst te behalen valt in de samenwerking tussen de verschillende partners. Om deze reden willen wij extra inzetten op het versterken van de samenwerking tussen de verschillende partners rond jonge inwoners. Factor 3. Inzet op het voorkomen van laaggeletterdheid De verantwoordelijkheid voor en kennis van het ontwikkelen van de taalvaardigheid bij leerlingen ligt bij het onderwijs. De gemeente is verantwoordelijk voor het voorschoolse aanbod zoals de peuterspeelgroepen en voorschoolse educatie. Dit aanbod draagt bij aan de taalontwikkeling. We weten dat de leesvaardigheid in onze gemeente achterblijft ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Om deze reden willen wij extra inzetten op het voorkomen van laaggeletterdheid. Dit vraagt inzet om de doorgaande leer-ontwikkellijn nog steviger te maken. Op dit moment zetten we ons al in vanuit onze wettelijke taak Gemeentelijk Onderwijsachterstanden beleid. Factor 4.
Randvoorwaarde behalen startkwalificatie Om te waarborgen dat leerlingen een startkwalificatie halen heeft het onderwijs een verantwoordelijkheid in de zin van leerlingenzorg en passend onderwijsarrangement. Als gemeente zijn we verantwoordelijk voor jeugdhulp. Voor sommige leerlingen is een combinatie tussen leerlingenzorg vanuit het onderwijs en jeugdzorg vanuit de gemeente noodzakelijk om verder te kunnen in het onderwijs. Deze zorgcombinatie noemen wij een onderwijs-zorgarrangement. Op dit moment merken wij dat de verantwoordelijkheden binnen deze onderwijs-zorgarrangementen niet altijd goed afgebakend zijn. Om die reden willen wij als gemeente afspraken maken met het onderwijs over de inzet van onderwijs-zorgarrangementen. Factor 5. Versterken sociale omgeving We willen het gebruik van middelen (alcohol, drugs en roken) onder jongeren voorkomen of verkleinen. Als gemeente hebben wij invloed op de sociale omgeving van jongeren. Wij gaan inzetten op het creëren van een positieve leefomgeving vanuit de aanpak Opgroeien in een Kansrijke Omgeving (OKO). Met OKO werkt iedereen in de gemeente samen aan het vormen van deze positieve leefomgeving voor jongeren (1018 jaar). Het gaat hierbij om de domeinen: thuis (gezin), school, vriendenkring (peergroep) en vrije tijd.
Wat willen we dichterbij brengen? Het bevorderen van de "Optimale ontwikkeling van jonge inwoners" door in te spelen op de bovengenoemde ontwikkelingen is een gelaagde verantwoordelijkheid die begint bij de inwoners zelf. Daarnaast ligt er een wettelijke verantwoordelijkheid en opdracht bij de onderwijspartners. Maar soms is er tijdelijk extra ondersteuning nodig om de 9
ontwikkeling van jonge inwoners te waarborgen, vooral in situaties waar het even niet vanzelf gaat of wanneer er sprake is van een kwetsbare gezinssituatie. In dit licht beschouwt de gemeente het als een gezamenlijke verantwoordelijkheid om te investeren in preventieve maatregelen die gericht zijn op het ondersteunen van ouders met jonge kinderen, met nadruk op opvoeding en taalstimulering. We zetten in op een kansrijke start, met speciale aandacht voor de meest kwetsbare kinderen en hun ouders en streven naar het versterken van de mentale gezondheid van jeugdigen. Daarnaast zetten we in op het versterken van het netwerk van organisaties rondom de basisvaardigheden (lezen, schrijven, spreken, rekenen en digitale vaardigheden) om laaggeletterdheid te voorkomen. Al deze inspanningen hebben als doel om de optimale ontwikkeling van jonge inwoners te waarborgen en te stimuleren. We doen dit door: • Het accent te leggen op de meest kwetsbare kinderen en hun ouders; • Als gemeente hierin de rol te pakken van regisseur en facilitator; • Als gemeente ons niet meer bezig te houden met verantwoordelijkheden die bij andere partijen liggen. Doel 1. Er is een kansrijke, kans-gelijke en positieve leefomgeving zodat kinderen optimaal opgroeien.
Onze inzet voor dit doel is geworteld in onze overtuiging dat de achtergrond, het opleidingsniveau van ouders of de financiële situatie in het gezin geen invloed mogen hebben op de ontwikkelmogelijkheden van kinderen. Om dit doel te bereiken spelen niet alleen gezinnen een cruciale rol, maar ook basisvoorzieningen zoals de GGD, peuteropvang, kinderopvang en onderwijs We werken samen met deze organisaties. Binnen deze samenwerking hebben professionals in de basisvoorzieningen een sleutelpositie. Zij signaleren en leiden kinderen of hun ouders toe naar de juiste extra ondersteuning wanneer dit nodig is. Met ons programma Opgroeien in een Kansrijke Omgeving (OKO) streven we naar het creëren van een positieve leefomgeving. Hiermee willen we niet alleen het gebruik van middelen voorkomen of verminderen, maar ook de kansengelijkheid vergroten voor alle kinderen. Rondom scholen is een naschools aanbod met verschillende activiteiten waar alle kinderen van kunnen profiteren. Hiermee willen we niet alleen de ontwikkelingsmogelijkheden vergroten, maar ook een gelijk speelveld creëren waarin elk kind kan gedijen, ongeacht hun achtergrond. Doel 2. Alle jeugdigen gaan naar school. We streven er naar dat elke jeugdige in Ooststellingwerf naar een onderwijsplek gaat die past bij zijn of haar behoeften en capaciteiten. Hierbij is het uitgangspunt ‘zo thuisnabij mogelijk’.
Het onderwijs is verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijsaanbod. Specialistisch onderwijsaanbod is vooral regionaal georganiseerd. Dit heeft tot gevolg dat jeugdigen moeten reizen. Als gemeente zorgen we ervoor dat er een actuele verordening leerlingenvervoer is. In de toekomst zal het landelijk beleid ‘passend onderwijs’ (Wet Passend Onderwijs) verder ontwikkelen naar ‘inclusiever onderwijs’. Hiermee verschuift de focus van een 10
passende onderwijsplek voor elke leerling (en dus reizen naar specialistisch homogeen onderwijsaanbod) naar een thuisnabije passende onderwijsplek voor elke leerling (een passend heterogeen aanbod op de school in de woonomgeving). Het zorg dragen voor leerlingenvervoer bevordert niet alleen de toegankelijkheid van onderwijs, maar ook de ontwikkeling en de betrokkenheid van jeugdigen in onze gemeenschap. Doel 3. Alle jeugdigen behalen een startkwalificatie. We kiezen voor dit doel omdat een startkwalificatie bijdraagt aan een betere positie op de arbeidsmarkt. Voor kwetsbare jeugdigen en voor jeugdigen in een kwetsbare positie, staat er specifieke ondersteuning klaar. Binnen dit doel werken de leerplichtambtenaar en het gebiedsteam nauw samen als integraal onderdeel van de zorgteams op schoolniveau. Op deze manier wordt een gezamenlijke en gecoördineerde aanpak vanuit zowel onderwijs- als zorgperspectief toegepast om vast te stellen welke vormen van (tijdelijke) ondersteuning nodig zijn. Dit zorgt ervoor dat we adequaat kunnen inspelen op de unieke behoeften van elke jeugdige, ongeacht hun achtergrond, om zo hun kansen op het behalen van een startkwalificatie te vergroten. Doel 4. Alle kinderen beheersen voldoende de Nederlandse taal (basisvaardigheden). Het onvoldoende beheersen van de Nederlandse taal is een belemmerende factor in de schoolloopbaan van jeugdigen.
Als gemeente hebben we een wettelijke taak om te zorgen voor aanbod in de voorschoolse periode. We zetten daarom in op een rijk taalaanbod in de voorschoolse periode. Onze inspanningen zijn gericht op het waarborgen dat alle kinderen een goede start hebben bij aanvang van groep 1 in het basisonderwijs. Het onderwijs is verantwoordelijk voor het taalaanbod in de schoolperiode. Doel 4a. Ketenpartners werken samen in het netwerk rondom basisvaardigheden. Onze samenwerking met verschillende partijen is van onschatbare waarde bij het versterken van de infrastructuur rondom basisvaardigheden (lezen, schrijven, spreken, rekenen en digitale vaardigheden). Dit geeft jeugdigen de kans op een goede schoolloopbaan en te participeren in de samenleving. De kracht van deze samenwerking ligt in het creëren van een naadloze netwerkaanpak, waarbij professionals in staat zijn om te signaleren en door te verwijzen naar het meest passende aanbod. Hierdoor kunnen we doelgerichter inspelen op de behoeften van jeugdigen en hen voorzien van de juiste ondersteuning om hun vaardigheden te verbeteren en hun kansen te vergroten. Samenwerking met verschillende partijen vormt zo een cruciale schakel in het streven naar optimale ontwikkeling van onze jonge inwoners. Doel 5. De verantwoordelijkheden van het onderwijs en de gemeente zijn afgestemd in de vorm van onderwijs- zorgarrangementen.
Het maken van afspraken over onderwijs-zorgarrangementen vormt een cruciaal aspect van onze inspanningen, omdat dit het moment is waarop de verantwoordelijkheden van het onderwijs en de gemeente samenkomen en naadloos op elkaar afgestemd moeten worden. 11
Het onderwijs is verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijsaanbod. De gemeente is verantwoordelijk voor jeugdhulp. Daarom maken we afspraken over de inzet van jeugdhulp en werken we samen met het onderwijs aan onderwijszorgarrangementen. Het doel van deze afspraken en de onderwijs-zorgarrangementen is om passende, tijdelijke ondersteuning te bieden die draagt aan een doorlopende schoolloopbaan, het behalen van de startkwalificatie en de volwaardige participatie in de samenleving. Hierdoor waarborgen we dat elke jeugdige de kans krijgt om zijn of haar volledige potentieel te benutten, ongeacht eventuele obstakels of uitdagingen.
7. Monitoring Om te kijken of we er in slagen om de 6 doelen uit deze doe-agenda dichterbij te brengen gaan we periodiek monitoren welke resultaten we behalen. We nemen deze informatie op in de Monitor Sociaal Domein op het moment dat er nieuwe gegevens zijn. Wat betreft kwantitatieve informatie (cijfers) gebeurt dit om het jaar (bv jaarverslagen van Scala, bibliotheek en cliëntervaringsonderzoek gebiedsteam), om de twee jaar (Burgerpeiling ) of om de vier jaar (GGD). Doel 1 Er is een kansrijke, kans-gelijke en positieve leefomgeving zodat kinderen optimaal opgroeien. Monitoring: ➢ Het schooladvies/schoolniveau van leerlingen in groep acht van het basisonderwijs in Ooststellingwerf ten opzicht van landelijk (waarstaatjegemeente en DUO). ➢ Het aantal jongeren dat drempels ervaart om mee te kunnen doen. Deze uitvraag is onderdeel van opgave Meedoen C3 (burgerpeiling). Doel 2 Alle kinderen beheersen voldoende de Nederlandse taal (basisvaardigheden). Monitoring: ➢ Het aantal leerlingen dat minimaal taalniveau 3F heet in het voortgezet onderwijs. In vergelijking met landelijk en/of Fries gemiddelde (schoolbesturen). ➢ Het aantal peuters met een VVE-indicatie (GGD monitor VVE). ➢ Het aantal VVE-geïndiceerde peuters dat gebruik maakt van het aanbod VVE (GGD monitor VVE/Scala).
➢ Het verloop van het taalniveau gedurende de schoolloopbaan van kinderen in Ooststellingwerf (schoolbesturen en onderwijsmonitor Sardes). Doel 3 Ketenpartners werken samen in het netwerk rondom basisvaardigheden. ➢ Zie doel 2. (Jaarcijfers bibliotheek/Stichting Lezen en Schrijven/Friesplanbureau) ➢ Deze uitvraag is onderdeel van opgave Meedoen (B1) en opgave Gezondheid (H4).
12
Doel 4 Alle jeugdigen behalen een startkwalificatie. ➢ Het aantal vroegtijdige schoolverlaters (VO en MBO) en jongeren tussen 12-23 jaar die zonder startkwalificatie het onderwijs verlaten (DUO, Doorstroompunt startWijzer). Doel 5 Alle jeugdigen gaan naar school. ➢ Totaal aantal 5-25 jarigen dat deelneemt aan regulier onderwijs (CBS jeugdmonitor en startWijzer). ➢ Het aantal leerlingen dat gebruik maakt van leerlingenvervoer (gemeente Ooststellingwerf). Doel 6 De verantwoordelijkheden van het onderwijs en de gemeente zijn afgestemd in de vorm van onderwijs- zorgarrangementen. ➢ Dit wordt uitgevraagd aan ouders (vragenlijst CEO Jeugdwet jongeren + ouders).
8. Wat gaan we doen? In bijlage 1 staat per doelstelling uitgebreid wat de samenwerkende partijen gaan doen om de doelen dichterbij te brengen. In deze paragraaf ziet u hiervan een samenvatting in de vorm van een infographic. Infographic Doel 1 t/m 6 afbeeldingen en kernwoorden
Overzicht Bijlagen Bijlage 1 Doelenboom. Bijlage 2 Lijst met inspanningen per doel. Bijlage 3 Proces hoe kwamen we tot deze doe-agenda en overzicht betrokkenen. Bijlage 4 Achtergrondinformatie- wat kunnen we beïnvloeden.
13