CConstaterende datOoststellingwerf
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Bestemmingsplan 'Slotemaker de Bruïneweg 51 te Haulerwijk'

Raadsvergadering 23 april 2024, gemeente OoststellingwerfBij agendapunt: Bestemmingsplan 'Slotemaker de Bruïneweg 51 te Haulerwijk'22.986 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Toelichting (vastgesteld)

29

bestemmingsplan Slotemaker de Bruïneweg 51 te Haulerwijk

Hoofdstuk 5 5.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

De kosten voor realisatie van dit planvoornemen komen voor rekening van de initiatiefnemer. Dat geldt ook voor eventuele planschadekosten, die daarmee dus 'anderszins verzekerd' zijn. Er zal een planschadeovereenkomst tussen de gemeente en de initiatiefnemer worden afgesloten waarin dit is vastgelegd.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en artikel 6.18 Besluit omgevingsrecht (Bor) verplichten om bij de voorbereiding van een bestemmingsplan vooroverleg te voeren met het Rijk, de provincie en het waterschap. Dit vooroverleg heeft voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan plaatsgevonden. Er zijn vooroverlegreacties van Wetterskip Fryslân en Provincie Fryslân ontvangen. Wetterskip Fryslân vraagt om in de toelichting te vermelden dat het regenwater van de woning en (zo mogelijk) van de verharding worden afgekoppeld op de aan te leggen vijver. Daarnaast verzoekt het Wetterskip om de schouwsloot aan de oostzijde te benoemen en aan te geven hoe het beheer hiervan geregeld is. Aan beide punten is tegemoet gekomen in 4.7. Naar aanleiding van de reactie van de provincie is nader onderbouwd waarom geen archeologisch onderzoek nodig is. Daarnaast is de stikstofberekening geactualiseerd. Tenslotte heeft de initiatiefnemer het advies overgenomen om natuurinclusief te bouwen (zie 4.8). De overlegreacties zijn opgenomen als 5.2. Het ontwerpbestemmingsplan en ontwerpbesluit hogere grenswaarden hebben vanaf 19 juli 2023 tot en met 29 augustus 2023 ter inzage gelegen. Tijdens deze terinzagelegging zijn geen zienswijzen ingediend.

30

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Slotemaker de Bruïneweg 51 te Haulerwijk

Bijlagen bij de toelichting

Bijlagen bij de toelichting (vastgesteld)

31

bestemmingsplan Slotemaker de Bruïneweg 51 te Haulerwijk

Bijlage 1 Akoestisch onderzoek

32

Bijlagen bij de toelichting (vastgesteld)

Akoestisch onderzoek wegverkeer Slotemaker de Bruïneweg 51 Haulerwijk Bouwplan woonhuis

Opdrachtgever: Uitvoering: Versie:

Pieter Gorissen Adviesbureau WMA 10 mei 2022

Verantwoording

Titel

:

Akoestisch onderzoek Slotemaker de Bruïneweg 51 te Haulerwijk

Datum versie

:

10 mei 2022

Uitvoering

:

adviesbureau WMA Ludemaborg 26, 9722 WE Groningen M 06 – 499 344 34 E info@westramilieu.nl I www.westramilieu.nl

Opdrachtgever:

Pieter Gorissen, Gorissen Ruimtelijk Advies

Akoestisch onderzoek Slotemaker de Bruïneweg 51 te Haulerwijk Versie: 10 mei 2022

Pagina 2 van 18

INHOUD

1.

INLEIDING......................................................................................................................... 4

2.

SITUATIE EN UITGANGSPUNTEN ................................................................................. 5 2.1 2.2

3.

WEG EN VERKEERSSITUATIE ....................................................................................... 7 3.1 3.2

4.

WEGEN EN SITUATIE .................................................................................................. 7 VERKEERSINTENSITEIT .............................................................................................. 7

BEOORDELINGSKADER ................................................................................................. 9 4.1 4.2

5.

LIGGING EN OMGEVING .............................................................................................. 5 UITGANGSPUNT BEBOUWING...................................................................................... 6

GELUIDSNORMEN WEGVERKEER ................................................................................ 9 ISOLATIE BUITENGEVEL.............................................................................................. 9

ONDERZOEKSMETHODE ............................................................................................. 10 5.1 BEREKENINGSMETHODE .......................................................................................... 10 5.2 GELUIDSBELASTING ................................................................................................ 11 5.2.1 Dosismaat Lden .................................................................................................. 11 5.2.2 Aftrek artikel 3.4 RMG ....................................................................................... 11

6.

RESULTATEN................................................................................................................. 12 6.1 6.2 6.3 6.4

7.

GELUIDSBELASTING NORGERWEG ........................................................................... 12 GELUIDSBELASTING SLOTEMAKER DE BRUÏNEWEG ................................................... 13 CUMULATIEVE GELUIDSBELASTING ........................................................................... 14 OVERWEGINGEN MAATREGELEN .............................................................................. 15

CONCLUSIE.................................................................................................................... 16 BIJLAGEN

Akoestisch onderzoek Slotemaker de Bruïneweg 51 te Haulerwijk Versie: 10 mei 2022

Pagina 3 van 18

1.

Inleiding Een akoestisch onderzoek is uitgevoerd ten behoeve van de bouw van een woonhuis aan de Slotemaker de Bruïneweg 51 te Haulerwijk. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de bestemmingsplanherziening, planontwikkeling en het benodigde RO-besluit. •

Er is onderzocht welke geluidsbelasting het verkeer op de Slotemaker de Bruïneweg en de Norgerweg veroorzaakt op de gevels van het bouwplan.

Figuur 1: Schets ligging bouwplan

Het onderzoek heeft plaatsgevonden conform het “Reken- en meetvoorschrift geluid 2012”. In de voorliggende rapportage wordt verslag gedaan van de uitgangspunten en bevindingen van het uitgevoerde onderzoek.

Akoestisch onderzoek Slotemaker de Bruïneweg 51 te Haulerwijk Versie: 10 mei 2022

Pagina 4 van 18

2.

Situatie en uitgangspunten

2.1 Ligging en omgeving Het akoestisch onderzoek heeft betrekking op de Slotemaker de Bruïneweg en de Norgerweg te Haulerwijk. De onderstaande luchtfoto en bijlage A.1 geven een overzicht van het plangebied, de wegen en de omgeving.

Figuur 2: Ligging van het plangebied in de omgeving

Akoestisch onderzoek Slotemaker de Bruïneweg 51 te Haulerwijk Versie: 10 mei 2022

Pagina 5 van 18

2.2 Uitgangspunt bebouwing Uitgangspunt voor de bebouwing is het plan conform onderstaande impressie. Zie hiervoor ook bijlage A.1. De rekenpunten op de gevel liggen op 2/3 van de hoogte van de meest relevante etages. Zie hiervoor bijlagen C.1 en C.2.

Figuur 3: Impressie van het bouwplan (sloop voormalige agrarische bedrijfsbebouwing en bouw woning)

Akoestisch onderzoek Slotemaker de Bruïneweg 51 te Haulerwijk Versie: 10 mei 2022

Pagina 6 van 18

3.

Weg en verkeerssituatie Voor de bepaling van de geluidsbelasting langs wegen zijn de volgende factoren van belang: a. verkeersintensiteit (totaal aantal motorvoertuigen per etmaal); b. verkeerssamenstelling (aandeel auto’s, middelzware voertuigen, zware voertuigen); c. verkeersverdeling over een etmaal (dag, avond en nacht); d. verkeerssnelheid; e. soort wegdek (normaal asfalt of geluidsarm); f. wegligging en hoogte; g. eventueel aanwezige afscherming. Deze gegevens zijn geïnventariseerd. De geluidsbelasting wordt per afzonderlijke weg bepaald en getoetst aan de geluidsnorm. De volgende wegen zijn relevant voor het bouwplan: • Norgerweg • Slotemaker de Bruïneweg

3.1 Wegen en situatie De Norgerweg en de Slotemaker de Bruïneweg zijn wegen buiten de bebouwde kom met een maximale wettelijke verkeerssnelheid van 60 km/uur. Beide wegen zijn voorzien van asfalt (DAB). In het onderzoek is uitgegaan van de huidige wegligging. De modelgegevens zijn opgenomen in de bijlagen D.1, E.1 en E.2.

3.2 Verkeersintensiteit De maatgevende verkeersintensiteit is het weekdaggemiddelde in de toekomst. Voor de verkeerssituatie wordt rekening gehouden met de autonome ontwikkeling over minimaal 10 jaar. Dit is de redelijkerwijs te verwachten ontwikkeling die zich zal voordoen op grond van vastgestelde besluiten en/of overheidsbeleid. In het onderzoek is gebruik gemaakt van de verkeerscijfers van de gemeente Ooststellingwerf. Het betreft een verkeerstelling uit 2021 voor de Norgerweg. Uit de verkeerstelling bleek dat er op een werkdag 2.770 mvt/etmaal reden. Aan de hand van een inschatting van de autonome groei per jaar en de verhouding tussen weekdag en werkdag is een prognose berekend voor het jaar 2032. Zie hiervoor bijlage D.1. Voor de Slotemaker de Bruïneweg zijn geen verkeersgegevens ontvangen, gezien de wegindeling is te verwachten dat de grote verkeersstroom via de Norgerweg gaat en dat het op de Slotemaker de Bruïneweg veel minder druk is. Voor de Slotemaker de Bruïneweg is uitgegaan van een intensiteit van 1.000 mvt/etmaal. Voor de verkeersverdeling per etmaal en over de verschillende soorten motorvoertuigen is uitgegaan van de standaardverdeling die verwacht mag worden voor een dergelijke weg.

Akoestisch onderzoek Slotemaker de Bruïneweg 51 te Haulerwijk Versie: 10 mei 2022

Pagina 7 van 18

Verkeersontwikkeling Er zijn geen grote ontwikkelingen qua woningbouw, bedrijvigheid of verkeersinfrastructuur in de nabijheid die van invloed zullen zijn op het verkeer op de relevante wegen. Het verkeer zal de algemene regionale mobiliteitstrend volgen. Verkeerssamenstelling en etmaalverdeling In het onderzoek is uitgegaan van de verkeers- en etmaalverdeling zie hiervoor bijlage D.1. De verkeerssamenstelling en etmaalverdeling zijn gebaseerd op opgave van de gemeente Ooststellingwerf.

Akoestisch onderzoek Slotemaker de Bruïneweg 51 te Haulerwijk Versie: 10 mei 2022

Pagina 8 van 18

4.

Beoordelingskader Om een goed woon- en leefklimaat qua geluid te bevorderen zijn er voorkeurs- en maximale waarden vastgesteld door de wetgever. Deze hebben zowel betrekking op het geluidsniveau “buiten” als “binnen” de woning. Een goed woon- en leefklimaat wordt bepaald door een combinatie van veel factoren waarbij geluid er één is. Als er buiten een verhoogd geluidsniveau heerst, kan er door het nemen van maatregelen (zoals bijvoorbeeld gevelisolatie en geluidsluwe buitenruimtes) toch sprake zijn van een acceptabel woon- en leefklimaat. Het bevoegd gezag bezit enige mate van beoordelingsvrijheid om de hoogte van het beschermingsniveau te bepalen.

4.1 Geluidsnormen wegverkeer In de Wet geluidhinder is per situatie bepaald wat de voorkeurswaarde en de maximaal toelaatbare geluidsbelasting is. De geluidnormen voor wegverkeer zijn samengevat opgenomen in de onderstaande tabel. De geluidsbelasting wordt per weg getoetst aan de norm. Situatie Functie Nieuwe woning

Geluidsbron Weg buiten de bebouwde kom

Voorkeurswaarde 48 dB

Maximale waarde 53 dB

Tabel 1: Voorkeurs- en maximaal toelaatbare waarden voor wegverkeer

Toelichting norm Bij de vaststelling van een bestemmingsplan kan de gemeente een maximale geluidsbelasting van 53 dB toelaten vanwege een weg. Dit is de waarde inclusief de mogelijke aftrek vanwege het stiller worden van het verkeer in de toekomst. Het is een buitenstedelijk gebied volgens de Wet geluidhinder omdat het gebied buiten de bebouwde kom ligt waardoor er een strengere norm geldt.

4.2 Isolatie buitengevel In het Bouwbesluit is geregeld, dat gevels van geluidsgevoelige gebouwen voldoende geïsoleerd moeten zijn, zodat het buitengeluid niet te veel binnendringt. Als een hogere geluidsbelasting dan de voorkeurswaarde op de gevel van een woning wordt toegestaan is een goede geluidwering van de gevel noodzakelijk om een aanvaardbaar binnenklimaat te houden. Het maximaal toelaatbare binnenniveau bedraagt 33 dB voor nieuw te bouwen woningen. De benodigde isolatie zal bij de behandeling van de aanvraag om een omgevingsvergunning worden getoetst. Het uitgangspunt voor de gevelisolatie is de cumulatieve geluidsbelasting zonder aftrek artikel 110g.

Akoestisch onderzoek Slotemaker de Bruïneweg 51 te Haulerwijk Versie: 10 mei 2022

Pagina 9 van 18

5.

Onderzoeksmethode Het onderzoek heeft plaatsgevonden overeenkomstig het “Reken- en meetvoorschrift geluid 2012”. Dit is de regeling als bedoeld in artikel 110e van de Wet geluidhinder. De onderzoeksmethode is als volgt samengevat: • onderzoek naar de wegligging, verkeerintensiteiten, snelheden, soort wegdek; • inventarisatie van de omgevingssituatie tussen de weg en de nieuwbouw in verband met afschermingen en reflecties; • modellering van de weg-, verkeers- en omgevingssituatie; • berekening en presentatie van de geluidsbelasting; • toetsing aan normen

5.1 Berekeningsmethode De berekeningen zijn uitgevoerd volgens Standaardrekenmethode II van het “Reken- en meetvoorschrift geluid 2012”. Van de situatie is een akoestisch rekenmodel opgesteld aan de hand van de plaatselijke kenmerken, hoogteverschillen, de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) en luchtfoto’s. Voor de geluidsberekening is gebruik gemaakt van het softwareprogramma Geomilieu. Aan het model zijn de rijlijnen van de wegen, de hoogtelijnen, gebouwen, rekenpunten en de bodemvlakken toegevoegd. Zie hiervoor bijlage C.1.

Figuur 4: Rekenmodel

Beoordelingspunt op een gevel betreft het midden van de gevel van geluidsgevoelige ruimten. Voor de hoogte van het beoordelingspunt wordt 2/3 van de hoogte van elke etage aangehouden. De rekenpunten zijn aangegeven in bijlage C.2. Vanwege bodem-, afstand en afschermende effecten varieert de geluidsbelasting per verdiepingshoogte.

Akoestisch onderzoek Slotemaker de Bruïneweg 51 te Haulerwijk Versie: 10 mei 2022

Pagina 10 van 18

5.2 Geluidsbelasting 5.2.1 Dosismaat Lden Voor wegverkeer wordt de geluidsbelasting uitgedrukt in de dosismaat Lden. De dosismaat Lden staat voor 'Level day-evening-night'. Voor de bepaling van Lden wordt het etmaal in drie periodes verdeeld: • dagperiode 07.00-19.00 uur • avondperiode 19.00-23.00 uur • nachtperiode 23.00-07.00 uur Een bepaald geluidsniveau in de avond en de nacht wordt door het verminderen van geluiden uit de omgeving als hinderlijker ervaren dan het geluid van overdag. Daarom wordt het niveau dat voor de avond wordt bepaald verhoogd met een 'straffactor' van 5 dB en het nachtniveau met een factor van 10 dB. Lden is het gemiddelde van de dag-, avond- en nachtwaarde, waarbij gebruik wordt gemaakt van een 'energetische' middeling. Dit betekent dat de duur van elke periode wordt meegewogen.

5.2.2 Aftrek artikel 3.4 RMG Met het oog op de verwachting dat de geluidsproductie van motorvoertuigen in de toekomst zal afnemen door technische ontwikkelingen en aanscherping van typekeuringen, moet een aftrek worden gehanteerd op de berekende geluidbelastingen alvorens deze aan de grenswaarden worden getoetst (art. 110g van de Wgh, en art. 3.4 van het “Reken- en meetvoorschrift geluid 2012”). De aftrek bedraagt: a. bij wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt: o 4 dB bij een geluidsbelasting van 57 dB zonder aftrek volgens art. 110g Wgh. o 3 dB bij een geluidsbelasting van 56 dB zonder aftrek volgens art. 110g Wgh; o 2 dB voor andere waarden van de geluidsbelasting. b. 5 dB voor de overige wegen; c. 0 dB bij toepassing van artikel 3.2 van het Bouwbesluit (bij bepaling verschil tussen binnen en buitenwaarde). Toelichting: Voor de geluidsbelasting op de gevel wordt er uitgaan van een waarde inclusief aftrek om te voorkomen dat er op stedenbouwkundig niveau te veel maatregelen worden genomen zoals bijvoorbeeld het aanhouden van grote afstanden tot wegen (niet efficiënt met de beperkte ruimte omgaan) en ter voorkoming van hele hoge schermen.

Bij de bepaling van de benodigde gevelisolatie wordt geen rekening gehouden met de aftrek omdat het nog lang kan duren voordat het verkeer daadwerkelijk stiller wordt (dit is afhankelijk van de vervangingsgraad van het Nederlandse wagenpark). Hierdoor wordt voorkomen dat er in woningen nog 10-20 jaar te hoge binnenwaarden heersen.

Akoestisch onderzoek Slotemaker de Bruïneweg 51 te Haulerwijk Versie: 10 mei 2022

Pagina 11 van 18

6.

Resultaten Op basis van de uitgangspunten zoals weergegeven in de hoofdstukken 2 t/m 5 is de geluidsbelasting op de gevels van het bouwplan per verdieping berekend. In dit hoofdstuk wordt hiervan een samenvatting gegeven. De uitgebreide rekenresultaten zijn opgenomen in de bijlagen F.1 tot en met G.2. De geluidsbelasting wordt per afzonderlijke weg bepaald en getoetst aan de geluidsnorm.

6.1 Geluidsbelasting Norgerweg In de onderstaande figuur is de geluidsbelasting vanwege de Norgerweg te Haulerwijk op de bouwgrens en per verdiepingshoogte weergegeven in Lden inclusief aftrek.

Figuur 5: Geluidsbelasting Norgerweg. in Lden inclusief aftrek

De geluidsbelasting komt boven de voorkeurswaarde uit van 48 dB, maar blijft beneden de maximale waarde van 53 dB.

Akoestisch onderzoek Slotemaker de Bruïneweg 51 te Haulerwijk Versie: 10 mei 2022

Pagina 12 van 18

6.2 Geluidsbelasting Slotemaker de Bruïneweg In de onderstaande figuur is de geluidsbelasting vanwege de Slotemaker de Bruïneweg op de bouwgrens en per verdiepingshoogte weergegeven in Lden inclusief aftrek.

Figuur 6: Geluidsbelasting Slotemaker de Bruïneweg in Lden inclusief aftrek

De geluidsbelasting komt boven de voorkeurswaarde uit van 48 dB, maar blijft beneden de maximale waarde van 53 dB.

Akoestisch onderzoek Slotemaker de Bruïneweg 51 te Haulerwijk Versie: 10 mei 2022

Pagina 13 van 18

6.3 Cumulatieve geluidsbelasting De geluidsbelastingen van alle wegen samen is opgenomen in bijlage H.1. De geluidsbelastingen zonder aftrek per geveldeel staan weergegeven op de onderstaande figuur. De cumulatieve geluidsbelasting zal als uitgangspunt dienen voor de geluidwering van de gevels. Hierdoor is een goed binnenklimaat verzekerd.

Figuur 7: Geluidsbelasting van alle wegen tezamen (cumulatief) in Lden zonder aftrek

Akoestisch onderzoek Slotemaker de Bruïneweg 51 te Haulerwijk Versie: 10 mei 2022

Pagina 14 van 18

6.4 Overwegingen maatregelen Omdat de geluidsbelasting hoger is dan de voorkeurswaarde van 48 dB moet de gemeente een hogere grenswaarde geluid vaststellen voor de Norgerweg en de Slotemaker de Bruïneweg om een bestemmingsplanwijziging en het bouwplan mogelijk te maken. Bij de afweging om een hogere waarde geluid vast te stellen voor de genoemde wegen spelen de mogelijkheden en beperkingen om maatregelen te nemen een rol. De omvang van het bouwplan is niet dusdanig groot dat het redelijk is om een bijdrage van de initiatiefnemers te verlangen voor het nemen van bronmaatregelen aan de weg zoals bijvoorbeeld het aanleggen van stil asfalt. Voor de wegbeheerder is het qua onderhoud ook niet gewenst om een klein stuk van de weg voor de nieuwe woning te voorzien van een stiller wegdek. Daarmee krijgt de weg een lappendeken van verschillende asfaltsoorten en te veel asfaltovergangen en naden. Stedenbouwkundig gezien en uit oogpunt van efficiënt ruimtegebruik is het niet gewenst om een grotere afstand aan te houden tot de weg. Door afstand vergroting is ook te weinig “geluidswinst” te behalen. Afstand vergroting is vooral effectief op relatief korte afstand van de weg. Elke afstandsverdubbeling geeft namelijk een geluidsreductie van 3 dB, waardoor er een steeds grotere afstand moet worden aangehouden om eenzelfde geluidsreductie te behalen.

Vanuit stedenbouwkundige overwegingen is er een voorkeur om aan te sluiten bij bestaande bebouwingslijnen. Het is niet wenselijk om schermen toe te passen. Dit vanwege de barrière werking, consequenties voor de erfontsluiting, het negatieve effect op het uitzicht vanuit de woning en het belemmeren van mooie dorpsgezichten vanaf de weg. Kortom: Gezien bovengenoemde argumentatie is het redelijkerwijs gesproken niet mogelijk om via bron- of afschermende maatregelen de geluidsbelasting op het gebouw te verlagen. Het ligt daardoor in de rede om een hogere waarde geluid vast te stellen. Door het treffen van isolerende maatregelen aan de gevel kan het verblijfsklimaat in de woning aanvaardbaar worden gemaakt.

Akoestisch onderzoek Slotemaker de Bruïneweg 51 te Haulerwijk Versie: 10 mei 2022

Pagina 15 van 18

7.

Conclusie Uit het onderzoek is gebleken dat de geluidsbelasting op het woonhuis op een aantal geveldelen boven de voorkeurswaarde van 48 dB uitkomt. De geluidsbelasting blijft wel onder de maximale waarde van 53 dB. Om het plan mogelijk te maken dient een hogere grenswaarde geluid te worden vastgesteld door de gemeente voor de Norgerweg en de Slotemaker de Bruïneweg op het plandeel vlak bij de weg. Het ligt namelijk niet in de rede om bron- en afschermende maatregelen te treffen. Bij het bouwkundig ontwerp van enkele gevels dient rekening te worden gehouden met voldoende geluidsisolatie om een aanvaardbaar binnenklimaat te waarborgen (maximaal 33 dB binnen). Uitgangspunt daarvoor is de cumulatieve geluidsbelasting zonder aftrek zoals weergegeven in bijlage H.1.

Akoestisch onderzoek Slotemaker de Bruïneweg 51 te Haulerwijk Versie: 10 mei 2022

Pagina 16 van 18

Bijlagen A

Overzicht situatie

A.1

Overzicht situatie

A.2

Overzicht situatie

B

Modelgegevens

B.1

Algemene modelgegevens

C

Rekenpunten

C.1

Kaart met rekenpunten

C.2

Tabel met rekenpunten

D

Verkeersgegevens

D.1

Onderbouwing verkeersgegevens

E

Modelgegevens wegen en verkeer

E.1

Kaart met wegvakken

E.2

Tabel met verkeersgegevens relevante wegen

F.

Geluidsbelasting in kaarten

F.1

Geluidsbelasting Norgerweg incl. aftrek

F.2

Geluidsbelasting Slotemaker de Bruïneweg incl. aftrek

Akoestisch onderzoek Slotemaker de Bruïneweg 51 te Haulerwijk Versie: 10 mei 2022

Pagina 17 van 18

Vervolg bijlagen G.

Geluidsbelasting in tabellen

G.1

Geluidsbelasting Norgerweg incl. aftrek

G.2

Geluidsbelasting Slotemaker de Bruïneweg incl. aftrek

H.

Geluidsbelasting cumulatief

H.1

Geluidsbelasting cumulatief alle wegen

Akoestisch onderzoek Slotemaker de Bruïneweg 51 te Haulerwijk Versie: 10 mei 2022

Pagina 18 van 18

bijlage 1/15

bijlage 2/15

Akoestisch onderzoek bouwplan Slotemaker de Bruïneweg 51 Haulerwijk BIJLAGE B.1 Modelinformatie Algemene modelgegevens Rapport: Model:

Lijst van model eigenschappen Haulerwijk

Model eigenschap Omschrijving Verantwoordelijke Rekenmethode

Haulerwijk Ingrid Westra #2|Wegverkeerslawaai|RMG-2012, wegverkeer|

Aangemaakt door Laatst ingezien door Model aangemaakt met

Ingrid op 4-5-2022 Ingrid op 8-5-2022 Geomilieu V2022.1 rev 1

Dagperiode Avondperiode Nachtperiode Samengestelde periode Waarde Standaard maaiveldhoogte Rekenhoogte contouren Detailniveau toetspunt resultaten Detailniveau resultaten grids Aandachtsgebied Max.refl.afstand Standaard bodemfactor Openingshoek Max.refl.diepte Geometrische uitbreiding Luchtdemping Luchtdemping [dB/km] Meteorologische correctie Waarde voor C0

07:00 - 19:00 19:00 - 23:00 23:00 - 07:00 Lden Gem(Dag, Avond + 5, Nacht + 10) 0 4 Groepsresultaten Groepsresultaten --1,00 2 1 Volledige 3D analyse Conform standaard 0,00; 0,00; 1,00; 2,00; 4,00; 10,00; 23,00; 58,00 Conform standaard 3,50

Geomilieu V2022.1 rev 1 Licentiehouder: Westra Milieuadvies

8-5-2022 10:31:00

bijlage 3/15

bijlage 4/15

Akoestisch onderzoek bouwplan Slotemaker de Bruïneweg 51 Haulerwijk Modelinformatie

BIJLAGE C.2 Rekenpunten

Model: Groep:

Haulerwijk (hoofdgroep) Lijst van Toetspunten, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer

Naam 1 2 3 4

Omschr. Hoogte A Hoogte B Hoogte C Hoogte D Hoogte E Hoogte F Gevel voorzijde woonhuis 1,80 4,80 7,50 ---Ja zijgevel woonhuis 1,80 4,80 7,50 ---Ja achtergevel woonhuis 1,80 4,80 7,50 ---Ja zijgevel woonhuis 1,80 4,80 7,50 ---Ja

Geomilieu V2022.1 rev 1 Licentiehouder: Westra Milieuadvies

10-5-2022 12:28:53

bijlage 5/15

Akoestisch onderzoek Onderbouwing maatgevende verkeersintensiteit

BIJLAGE D.1 Verkeersgegevens Verkeersmodel 2022

Wegvak

autonome

prognose 2032

week-

uitgangspunt 2032

Werkag mvt/etmaal

groei/jaar

Werkdag mvt/etmaal

werkdag

Weekdag mvt/etmaal*

Norgerweg

2.770

1,00%

3.060

94,5%

2.900

Slotemaker de Bruineweg

1.000

1,00%

1.105

94,5%

1.000

* = afgerond op honderdtallen

Norgerweg Verkeersverdeling etmaalverdeling weekdag gem. uurintensiteit lichte voertuigen middelzware voertuigen zware voertuigen

dag 07-19 79,20% 6,60% 91,44% 6,74% 1,82%

avond 19-23 13,60% 3,40% 91,44% 6,74% 1,82%

nacht 23-07 7,20% 0,90% 91,44% 6,74% 1,82%

Slotemaker de Bruineweg Verkeersverdeling etmaalverdeling weekdag gem. uurintensiteit lichte voertuigen middelzware voertuigen zware voertuigen

dag 07-19 78,40% 6,53% 93,00% 4,00% 3,00%

avond 19-23 14,40% 3,60% 95,00% 3,00% 2,00%

nacht 23-07 7,20% 0,90% 93,00% 4,00% 3,00%

Adviesbureau WMA

bijlage 6/15

bijlage 7/15

Akoestisch onderzoek bouwplan Slotemaker de Bruïneweg 51 Haulerwijk BIJLAGE E.2 Modelinformatie Modelinformatie Norgerweg en Slotemaker de Bruïneweg Model: Groep:

Haulerwijk Wegen Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer

Naam Omschr. Groep V(LV(D)) V(MV(D)) V(ZV(D)) Wegdek 1 Norgerweg Norgerweg 60 60 60 W0 2 Slotemaker de Bruïneweg Slotemaker de Bruïneweg 60 60 60 W0

Geomilieu V2022.1 rev 1 Licentiehouder: Westra Milieuadvies

8-5-2022 11:45:49

bijlage 8/15

Akoestisch onderzoek bouwplan Slotemaker de Bruïneweg 51 Haulerwijk BIJLAGE E.2 Modelinformatie Modelinformatie Norgerweg en Slotemaker de Bruïneweg Model: Groep:

Haulerwijk Wegen Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer

Naam Wegdek Totaal aantal %Int(D) %Int(A) %Int(N) %LV(D) %LV(A) %LV(N) %MV(D) 1 Referentiewegdek 2900,00 6,60 3,40 0,90 91,44 91,44 91,44 6,74 2 Referentiewegdek 1000,00 6,53 3,60 0,90 93,00 95,00 93,00 4,00

Geomilieu V2022.1 rev 1 Licentiehouder: Westra Milieuadvies

8-5-2022 11:45:49

bijlage 9/15

Akoestisch onderzoek bouwplan Slotemaker de Bruïneweg 51 Haulerwijk BIJLAGE E.2 Modelinformatie Modelinformatie Norgerweg en Slotemaker de Bruïneweg Model: Groep:

Haulerwijk Wegen Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer

Naam %MV(A) %MV(N) %ZV(D) %ZV(A) %ZV(N) 1 6,74 6,74 1,82 1,82 1,82 2 3,00 4,00 3,00 2,00 3,00

Geomilieu V2022.1 rev 1 Licentiehouder: Westra Milieuadvies

8-5-2022 11:45:49

bijlage 10/15

bijlage 11/15

bijlage 12/15

Akoestisch onderzoek bouwplan Slotemaker de Bruïneweg 51 Haulerwijk BIJLAGE G.1 Modelinformatie Geluidsbelasting Norgerweg incl. aftrek Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:

Resultatentabel Haulerwijk LAeq totaalresultaten voor toetspunten Norgerweg Ja

Naam Toetspunt 1_A 1_B 1_C 2_A 2_B

Omschrijving voorzijde woonhuis voorzijde woonhuis voorzijde woonhuis zijgevel woonhuis zijgevel woonhuis

2_C 3_A 3_B 3_C 4_A

zijgevel woonhuis achtergevel woonhuis achtergevel woonhuis achtergevel woonhuis zijgevel woonhuis

7,50 1,80 4,80 7,50 1,80

48 11 14 18 45

45 8 11 15 42

39 2 5 9 36

49 12 15 18 46

4_B 4_C

zijgevel woonhuis zijgevel woonhuis

4,80 7,50

46 47

43 44

38 38

47 47

Hoogte Dag Avond Nacht Lden 1,80 50 47 41 51 4,80 51 48 42 52 7,50 51 48 43 52 1,80 47 44 38 48 4,80 48 45 39 48

Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen

Geomilieu V2022.1 rev 1 Licentiehouder: Westra Milieuadvies

10-5-2022 12:39:01

bijlage 13/15

Akoestisch onderzoek bouwplan Slotemaker de Bruïneweg 51 Haulerwijk BIJLAGE G.2 Modelinformatie Geluidsbelasting Slotemaker de Bruïneweg incl. aftrek Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:

Resultatentabel Haulerwijk LAeq totaalresultaten voor toetspunten Slotemaker de Bruïneweg Ja

Naam Toetspunt 1_A 1_B 1_C 2_A 2_B

Omschrijving voorzijde woonhuis voorzijde woonhuis voorzijde woonhuis zijgevel woonhuis zijgevel woonhuis

2_C 3_A 3_B 3_C 4_A

zijgevel woonhuis achtergevel woonhuis achtergevel woonhuis achtergevel woonhuis zijgevel woonhuis

7,50 1,80 4,80 7,50 1,80

46 5 8 9 43

43 2 5 6 40

37 -4 -1 1 34

47 6 9 10 44

4_B 4_C

zijgevel woonhuis zijgevel woonhuis

4,80 7,50

44 44

41 41

35 35

45 45

Hoogte Dag Avond Nacht Lden 1,80 49 46 41 50 4,80 50 47 41 50 7,50 49 47 41 50 1,80 46 43 38 47 4,80 46 43 37 47

Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen

Geomilieu V2022.1 rev 1 Licentiehouder: Westra Milieuadvies

10-5-2022 13:20:28

bijlage 14/15

bijlage 15/15

bestemmingsplan Slotemaker de Bruïneweg 51 te Haulerwijk

Bijlage 2 Verkennend bodemonderzoek

66

Bijlagen bij de toelichting (vastgesteld)

Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 www.sigma-bm.nl email info@sigma-bm.nl

juli ’22

Onderwerp:

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Slotemaker de Bruïneweg nr. 51 te Haulerwijk

Projectnummer:

22-M10324

Opdrachtgever:

Gorissen Ruimtelijk Advies

Datum:

25 juli 2022

0

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Slotemaker de Bruïneweg nr. 51 te Haulerwijk

onderwerp

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Slotemaker de Bruïneweg nr. 51 te Haulerwijk

datum

25 juli 2022

projectnummer

22-M10324

in opdracht van

Gorissen Ruimtelijk advies Berkenlaan 51 9321 GT Peize

uitgevoerd door

Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen tel: (0591) 659128 fax:(0591) 659325

Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015, het uitvoeren van milieukundige bodemonderzoeken en geotechnische onderzoeken Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Monsterneming Bouwstoffenbesluit SIKB 1000 protocol 1001: Monsterneming grond voor partijkeuringen”

Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000 protocollen 2001, 2002 en 2018”

(het onderhavige onderzoek heeft uitsluitend betrekking op de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000, protocol 2001 en 2002)

Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middels van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of Sigma Bouw & Milieu.

juli ’22

1

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Slotemaker de Bruïneweg nr. 51 te Haulerwijk

Inhoudsopgave 1

2

INLEIDING ....................................................................................................................................... 3 1.1

Algemeen ................................................................................................................................. 3

1.2

Aanleiding van het bodemonderzoek ...................................................................................... 3

1.3

Doel van het onderzoek ........................................................................................................... 3

1.4

Referentiekader van het onderzoek ........................................................................................ 4

1.5

Opbouw van het rapport .......................................................................................................... 4

VOORONDERZOEK ........................................................................................................................ 5 2.1

3

4

Hypothese en onderzoeksstrategie ....................................................................................... 12

VELDONDERZOEK ....................................................................................................................... 13 3.1

Uitvoering van het veldonderzoek ......................................................................................... 13

3.2

Resultaten van het veldonderzoek ........................................................................................ 14

CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK .................................................................................... 16 4.1

Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek ..................................................... 16

4.2

Toetsingscriteria .................................................................................................................... 17

4.3

Analyseresultaten en interpretatie ......................................................................................... 18

4.3.1

Milieuhygiënische kwaliteit grond ...................................................................................... 18

4.3.2

Milieuhygiënische kwaliteit grondwater ............................................................................. 21

5

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .......................................................................................... 23

6

LITERTUURLIJST .......................................................................................................................... 27

7

COLOFON ...................................................................................................................................... 28

Bijlagen 1. Topografisch overzicht 1A.Historisch topografisch overzicht 2. Onderzoekslocatie met boorplan (1:500) 3. Beschrijvingen inspectiegaten/boringen/foto’s 4. Analysecertificaten 5. Onafhankelijkheidsverklaring

juli ’22

2

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Slotemaker de Bruïneweg nr. 51 te Haulerwijk

1

INLEIDING

1.1

Algemeen

In opdracht van Gorissen Ruimtelijk Advies is in april / mei 2022 door Sigma Bouw & Milieu een verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 uitgevoerd op een deel van de locatie gelegen aan Slotemaker de Bruïneweg nr. 51 te Haulerwijk (gemeente Ooststellingwerf). De plaats en situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1 en 2. In dit onderzoek worden allereerst de locatiegegevens, de historische gegevens ofwel het bodemgebruik in het verleden evenals de resultaten van eventuele voorgaande bodemonderzoeken besproken. Vervolgens wordt de bodemopbouw, geologie en geohydrologie besproken. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Het verdere onderzoek is op basis van deze hypothese uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd. Aan de hand van de interpretatie van de onderzoeksresultaten wordt een eindconclusie geformuleerd. kwaliteitsborging: Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015. Het verkennend milieukundig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit het besluit uitvoeringskwaliteit Bodembeheer (KWALIBO). Zo is de gehanteerde onderzoeksstrategie opgesteld volgens de normen NEN-5725 en NEN-5740 en zijn de veld- en laboratoriumwerkzaamheden uitgevoerd volgens geldende beoordelingsrichtlijnen en accreditatieschema’s.

De veldwerkzaamheden van Sigma Bouw & Milieu zijn verricht onder het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) waarvoor Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd en erkend door het ministerie van I&W. In het kader van het onderhavige onderzoek zijn de protocollen 2001 (plaatsen van handboringen en peilbuizen t.b.v. het nemen van grond- en grondwatermonsters) en 2002 (het nemen van grondwatermonsters) van toepassing. Sigma Bouw & Milieu verklaart bij deze volledig onafhankelijk te zijn in de uitvoering van het onderzoek en op geen enkele wijze gerelateerd te zijn aan de eigenaar van het te onderzoeken terrein.

1.2

Aanleiding van het bodemonderzoek

Aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek vormt de geplande nieuwbouw van een woning op de onderzoekslocatie.

1.3

Doel van het onderzoek

Het verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en vast te stellen of er sprake is van bodemverontreiniging. Aan de hand van dit onderzoek wordt inzicht verkregen in hoeverre het bodemgebruik van de locatie heeft geleid tot verontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan een milieuhygiënische beoordeling worden gegeven ten aanzien van de beoogde c.q. de toekomstige gebruiksmogelijkheden van de locatie. Indien uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er sprake is van bodemverontreiniging zal worden beoordeeld of vervolgonderzoek noodzakelijk geacht wordt.

juli ’22

3

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Slotemaker de Bruïneweg nr. 51 te Haulerwijk

1.4

Referentiekader van het onderzoek

Teneinde de kwaliteit van de grond op de onderhavige locatie juist in te schatten is de onderzoeksopzet van het bodemonderzoek gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek, onderzoeksnorm NEN 5740+A1 (literatuur 1). 1.5

Opbouw van het rapport

In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde:  vooronderzoek, (hoofdstuk 2)  veldonderzoek, (hoofdstuk 3)  chemisch-analytisch onderzoek, (hoofdstuk 4)  conclusies en aanbevelingen, (hoofdstuk 5).

juli ’22

4

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Slotemaker de Bruïneweg nr. 51 te Haulerwijk

2

VOORONDERZOEK

Het vooronderzoek wordt voorafgaand aan het feitelijke onderzoek (veld- en chemisch-analytisch onderzoek) uitgevoerd. Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over het vroegere en huidige gebruik van de onderzoekslocatie en de omgeving, onder meer gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. De uitwerking van het vooronderzoek is gebaseerd op de onderzoeksnorm NEN 5725, strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (literatuur 9). In de NEN-5725 (2017) zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in tabel 1. tabel 1: onderzoeksaspecten milieuhygiënisch vooronderzoek Onderzoeksaspecten 1. Locatiegegevens

Aanleiding tot vooronderzoek Eigendomssituatie

A 0

B 0

C

D

Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem Geohydrologie

3. Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit

Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. BKK O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken

4. Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval

F

G

✓

Hoogteligging 2. Bodemopbouw en geohydrologie

E

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓ ✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓ ✓

0

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

0

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

0 ✓

✓

Voormalig Huidig Toekomstig Asbestverdacht?

✓

✓

✓

✓

✓

5. Terreinverkenning ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel

juli ’22

5

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Slotemaker de Bruïneweg nr. 51 te Haulerwijk

aanleiding vooronderzoek Het onderhavige bodemonderzoek betreft een verkennend bodemonderzoek in het kader van de geplande nieuwbouw van een woning met bijgebouw op de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van aanleiding A, conform paragraaf 6.2.1 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN-5725 (2017). geraadpleegde bronnen in het kader van het vooronderzoek Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • informatie verstrekt door de opdrachtgever/eigenaar; • informatie van de gemeente Ooststellingwerf (via email d.d. 28-03-2022) • informatie van de bodematlas Friesland • Bodemloket.nl; • Topotijdreis.nl; • Kadaster/BAG Viewer; • grondwaterkaart van Nederland; • AHN.nl; • Dinoloket.nl; • handelsbestand van de Kamer van Koophandel; • terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden. Het uitgevoerde vooronderzoek heeft betrekking tot de onderhavige onderzoekslocatie alsmede de aangrenzende percelen binnen een straal van 25 meter. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader uitgewerkt. locatiegegevens In tabel 2 is een overzicht van de basisinformatie/locatiegegevens weergegeven.

tabel 2: overzicht basisinformatie Adres Plaats Gemeente Topografisch overzicht Coördinaten Kadastrale aanduiding Eigendomssituatie Oppervlakte onderzoekslocatie (plangebied) Algemene omschrijving

Bebouwing en bouwjaar (Kadaster BAG) Terreinverharding Ondergrondse infrastructuur Archeologische waarden Geplande herinrichting bijzonderheden: -

Slotemaker de Bruïneweg 51 Haulerwijk Ooststellingwerf Zie bijlage 1 X = 219,298 Y= 564,638 Gemeente Donkerbroek, perceel sectie K nr. 1922 en 1935 (ged.) Niet nagegaan. Ca. 3.000 m2 De onderzoekslocatie betreft een gedeelte van de locatie gelegen aan de Slotemaker de Bruïneweg nr. 51 te Haulerwijk. De locatie betreft een vm. boerderij/landbouwschuur met bijgebouw, oprit en erf/tuin. De eigenaar is voornemens om op de locatie de nieuwbouw van een woning te realiseren. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel t.p.v. de nieuw te bouwen woning (plangebied). Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. Voor de bebouwing op de onderzoekslocatie is het bouwjaar 1900 vermeld. De onderzoekslocatie, het beoogde plangebied, is onverhard. Geen informatie, bij grondwerk dient een KLIC-melding gedaan te worden. De locatie heeft op basis van de archeologische waardenkaart (IKAW) de vermelding "lage trefkans". De nieuwbouw van een woning.

afbakening onderzoekslocatie Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het onderzochte deel van de locatie zoals weergegeven in bijlage 2.

juli ’22

6

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Slotemaker de Bruïneweg nr. 51 te Haulerwijk

bodemgebruik op basis van topografische kaarten In de onderstaande tabel 3 is de beschikbare informatie weergegeven over het historisch, huidig en toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. tabel 3: beschrijving bodemgebruik Omschrijving

Gebruik

Potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties

Onderzoekslocatie Historisch (op basis van topografische kaarten, Topotijdreis) Huidig

Op basis van topografische kaarten vanaf circa 1900 is op of nabij de locatie reeds bebouwing aanwezig. Deze bebouwing is in de loop der jaren verder uitgebreid/ gewijzigd.

De onderzoekslocatie betreft een gedeelte van de locatie gelegen aan de Slotemaker de Bruïneweg nr. 51 te Haulerwijk. De locatie betreft een vm. boerderij/landbouwschuur met bijgebouw, oprit en erf/tuin. Toekomstig De eigenaar is voornemens om de nieuwbouw van een woning te realiseren. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel t.p.v. de nieuw te bouwen woning (plangebied). Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. Directe omgeving (<25 m) Historisch (op Op basis van de topografische kaarten vanaf rond 1900 is in basis van de omgeving van de locatie reeds enige bebouwing te topografische herkennen. kaarten, Deze bebouwing is in de loop der jaren verder uitgebreid/ Topotijdreis) gewijzigd. Huidig en In de directe omgeving van de onderzoekslocatie bevinden toekomstig zich voornamelijk woningen en agrarische grond. Noordzijde: Slotemaker de Bruïneweg, achter gelegen kanaal en woningen aan de Norgerweg; Zuidzijde: achtergelegen agrarische percelen; Oost- en westzijde: naastgelegen woningen (nr. 50 en 52).

juli ’22

Geen.

Geen.

Geen.

Geen.

Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.

7

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Slotemaker de Bruïneweg nr. 51 te Haulerwijk

bedrijfsmatige activiteiten, bodembedreigende activiteiten en calamiteiten In tabel 4 staat een overzicht weergegeven van de potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten op basis van de beschikbare informatie. tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten Gebruik

Bouwvergunning Milieuvergunning Handelsregister Aanwezigheid brandstoftanks

Aanwezigheid asbest

De onderzoekslocatie betreft een gedeelte van de locatie gelegen aan de Slotemaker de Bruïneweg nr. 51 te Haulerwijk. De locatie betreft een vm. boerderij/landbouwschuur met bijgebouw, oprit en erf/tuin. Er is geen informatie beschikbaar omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten/calamiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie. Voor de bebouwing op de locatie zijn in het verleden bouwvergunningen verleend. Niet bekend. Het onderzochte terreindeel wordt in het handelsregister van de Kamer van Koophandel niet vermeld. Er is geen informatie omtrent de eventuele aanwezigheid of voormalige aanwezigheid van boven- of ondergrondse brandstoftanks op de onderzoekslocatie. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat boven- en ondergrondse brandstoftanks in het verleden geplaatst zijn zonder melding, de aanwezigheid van dergelijke tanks blijkt niet uit de verkregen informatie. De onderzoekslocatie is onbebouwd. De daken van de omliggende gebouwen zijn niet verdacht voor asbest / deels verdacht voor asbest (zie figuur 1).

figuur 1: asbestdakenkaart provincie Friesland

Ophogingen/dempingen/stortingen

juli ’22

Er is geen informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem t.p.v. het plangebied. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. is begraven. Op voorhand is hiervan geen informatie bekend. Er is geen informatie omtrent evt. met bodemvreemd materiaal gedempte watergangen/ sloten t.p.v. de onderzoekslocatie (binnen het onderzochte terreindeel). Op basis van bodemloket wordt aan de zuidwestzijde buiten de locatie een demping aangegeven (demping niet gespecificeerd, start 1970)

8

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Slotemaker de Bruïneweg nr. 51 te Haulerwijk

figuur 2: Bodemloket

Niet gesprongen explosieven

PFAS-verdachtheid

Calamiteiten Verdachte activiteiten < 25 m

Er is geen informatie omtrent evt. opgebrachte gebiedsvreemde grond (ophogingen), verhardingsmateriaal, puinmateriaal en/of afval op de onderzoekslocatie. Geen informatie, in Nederland zijn er niet gesprongen explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog in de grond achtergebleven. De (potentiële) aanwezigheid van niet gesprongen explosieven kan een bedreiging inhouden bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging leiden bij planvorming en uitvoering van werkzaamheden. NGE's worden met name aangetroffen ter plaatse van 'strategische doelen' zoals binnensteden, verbindingswegen, spoorwegen, bruggen en havens. De gemeente is op basis van regelgeving verantwoordelijk voor het opsporen en ruimen va niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de gemeente. Op of nabij de onderzoekslocatie bevinden zich geen locaties die de bodem verdacht maken voor PFAS en GenX verbindingen als gevolg van puntbronnen. De kans op verontreiniging met PFAS in de grond t.p.v. de onderzoekslocatie t.g.v. puntbronnen wordt gering geacht. De bovengrond, diepere geroerde bodemlagen en de waterbodem zijn op basis van het Tijdelijk Handelingskader PFAS in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS als gevolg van atmosferische depositie.

Verwacht wordt dat de bodem van de onderzoekslocatie diffuus onverdacht is voor PFAS en onverdacht is op GenX. Hoewel PFAS diffuus verspreid in de bodem in Nederland voorkomt, en op veel plaatsen in gehalten boven de detectielimiet wordt aangetroffen, is op basis van het vooronderzoek geen informatie verkregen over de eventuele aanwezigheid van PFAS en GenX op de locatie. Ter plaatse zijn geen bronlocaties bekend. Bij evt. toekomstig grondverzet wordt geadviseerd alsnog onderzoek naar deze parameters uit te voeren. Voor zover bekend is er geen informatie over evt. calamiteiten die hebben plaatsgevonden waarbij de bodem verontreinigd kan zijn geraakt. In de directe omgeving van de locatie bevinden zich enkele woningen en agrarische grond. Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.

juli ’22

9

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Slotemaker de Bruïneweg nr. 51 te Haulerwijk

voorgaande bodemonderzoeken In tabel 5 is een overzicht van voorgaande bodemonderzoeken en informatie van de bodemkwaliteitskaart weergegeven. tabel 5: overzicht voorgaande bodemonderzoeken en bodemkwaliteitskaart voorgaande bodemonderzoeken Onderzoekslocatie

-

Omgeving <25 m

Indicatief onderzoek Slotemaker de Bruïneweg 52, Haulerwijk Fugro, C-3892.110, d.d. 20-08-1995 Zintuiglijk: Bovengrond: zink, PAK >S Ondergrond: niet onderzocht Grondwater: Niet onderzocht ► Niet bekend.

Vermoeden van (een geval van ernstige) bodemverontreiniging op de locatie of een deel daarvan informatie bodemkwaliteitskaart

juli ’22

►De locatie bevindt zich in de zone wonen.

10

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Slotemaker de Bruïneweg nr. 51 te Haulerwijk

bodemopbouw, geohydrologie en antropogene beïnvloeding De ondiepe geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst grondwaterverkenning TNO/DGGV) en ontleend aan het dinoloket (www.dinoloket.nl). De bovenste laag, de deklaag, heeft een hoogte van ca. 7 m+NAP. In tabel 6 staat de geohydrologische opbouw weergegeven. tabel 6: geohydrologische opbouw

BX= formatie van Boxtel, DRGI= formatie van Drente laagpakket van Gieten, DN= formatie van Drachten, PENI= formatie Peelo, laagdikte van Nieuwkoop, PE = formatie van Peelo, URVE= formatie van Urk, laagpakket van Veenhuizen

De stromingsrichting van het ondiepe grondwater van het eerste watervoerend is in het kader van dit onderzoek niet vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat de stromingsrichting van het grondwater beïnvloed kan worden door drainagepatroon, ligging van sloten, riolering, kabels, leidingen en funderingen. (financieel-) juridische situatie In tabel 7 zijn de financieel- juridische aspecten weergegeven. tabel 7: financieel/juridische aspecten kadastrale gegevens opdrachtgever/ belanghebbende rechtspersonen

Gemeente Donkerbroek, perceel sectie K nrs. 1922 en 1935 (ged.) Niet nagegaan.

In het kader van onderhavig bodemonderzoek is behoudens de opgenomen kadastrale gegevens geen nadere financieel juridische informatie verzameld. Het uitvoeren van een daadwerkelijke juridische toets maakt geen deel uit van onderhavig bodemonderzoek.

juli ’22

11

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Slotemaker de Bruïneweg nr. 51 te Haulerwijk

2.1

Hypothese en onderzoeksstrategie

Volgens de onderzoeksnorm NEN 5740 dient, m.b.t. de aanwezigheid van eventuele bodemverontreiniging, vooraf een onderzoekshypothese te worden opgesteld. De hypothese kan worden opgesteld op basis van bekende (historische) gegevens, uit de betrokken informatie kan blijken dat de onderzoekslocatie, vooraf, als “verdacht” of “onverdacht” wordt aangemerkt. Op basis van de historische informatie uit het vooronderzoek blijkt dat de onderzoekslocatie (plangebied) in het verleden niet eerder bebouwd is geweest. De onderzoekslocatie is voor zover bekend in gebruik geweest als boerderij/landbouwschuur/oprit/erf. De eigenaar is voornemens om de nieuwbouw van een woning te realiseren. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. Er is geen informatie omtrent evt. (voormalige) (bedrijfs)matige activiteiten op de onderzoekslocatie (t.p.v. het onderzoeksgebied). Er is geen informatie over (voormalige) potentieel verdachte deellocaties (bronnen), (voormalige) bodembedreigende activiteiten of evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende calamiteiten t.p.v. de onderzoekslocatie (t.p.v. het onderzoeksgebied). De onderzoekslocatie, het beoogde plangebied, is in eerste aanleg als milieuhygiënisch "onverdacht" aangemerkt. Op basis van deze hypothese is het bodemonderzoek t.p.v.

de onderzoekslocatie uitgevoerd conform de bijbehorende onderzoeksstrategie, volgens NEN 5740+A1, paragraaf 5.1, strategie voor onverdachte locaties (ONV-NL) (literatuur 1). In tabel 8 is de gehanteerde onderzoeksstrategie weergegeven. tabel 8: gehanteerde onderzoeksstrategie

(deel)locatie NEN-5740+A1 onderzoeksgebied (plangebied) (ca. 3.000 m2)

mogelijke verontreiniging grond

grondwater

onderzoeksstrategie

-

-

ONV-NL

Op basis van bekende informatie zijn geen gegevens bekend dat op de locatie sprake zou kunnen zijn van een bodemverontreiniging met asbest. Op voorhand is geen concrete informatie bekend waaruit blijkt dat t.p.v. de onderzoekslocatie asbesthoudend materiaal in de bodem aanwezig is. Er is in dit onderzoek vooralsnog geen onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in grond uitgevoerd. Het opgeboorde monstermateriaal op de onderzoekslocatie is in dit onderzoek visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Opgemerkt dient te worden dat asbestanalyses geen deel uitmaken van uitgevoerde analyses in het kader van de NEN-5740+A1. Onderhavig onderzoek betreft geen asbest onderzoek in bodem volgens NEN-5707+C2 of NEN-5897+C2. Er bestaat echter altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. in de bodem terecht gekomen is of is begraven. Alleen een verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 of onderzoek asbest in puin volgens NEN-5897+C2 kan een uitspraak doen over de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem. Tevens dient opgemerkt te worden dat aanwezig puinmateriaal en/of (half)verhardingsmaterialen niet chemisch-analytisch zijn onderzocht.

juli ’22

12

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Slotemaker de Bruïneweg nr. 51 te Haulerwijk

3

VELDONDERZOEK

In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde veldwerkonderzoeksprogramma beschreven. Daarnaast worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven. 3.1

Uitvoering van het veldonderzoek

Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit de protocollen 2001 en 2002. In tabel 9 zijn de uitvoeringaspecten opgenomen. tabel 9: uitvoeringsaspecten onderdeel:

uitgevoerd door:

datum:

bijzonderheden:

uitvoeren van boringen, het plaatsen van de peilbuizen en het nemen van grondmonsters (protocol 2001) nemen van grondwatermonsters (protocol 2002)

dhr. M.J.A. van Wuykhuyse (erkend en geregistreerd) dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreerd) dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreerd)

21-04-2022

geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering

05-05-2022

geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering

locatie-inspectie

dhr. M.J.A. van Wuykhuyse (erkend en geregistreerd)

21-04-2022

Op de hoek van de schuur bevindt zich een verhoogde betonplaat met stroomaansluiting. Mogelijk betreft dit een vm. tanklocatie. Zintuiglijk werd tijdens de locatie-inspectie ter plaatse een dieselgeur waargenomen.

Bedrijfs- en persoonerkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Bodem+ (https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu). Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 5. Alle geplaatste boringen zijn zodanig ruimtelijk verspreid over de onderzoekslocatie dat een zo representatief mogelijke indruk van de onderzoekslocatie wordt verkregen. De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2. Het veldwerkprogramma staat weergegeven in tabel 10. tabel 10: veldwerkprogramma Onderdeel

Aantal

Diepte (m-mv)

Nummers

9

ca.0.5

4 t/m 12

2

ca.2.0

2, 3

1

ca.3.6

1

Onderzoekslocatie (ca. 3.000 m2) Boringen Peilbuis

De geplaatste peilbuis is opgebouwd uit 1 meter HDPE peilfilter omstort met filtergrind. Het filtergrind zorgt voor een goede instroming van het grondwater in het filter, daarnaast voorkomt het dat het filter dichtslibt. Het peilfilter bevindt zich 0.5 meter beneden het grondwaterniveau. Boven het peilfilter bevindt zich een blinde HDPE opzetbuis, omstort met bentoniet (zwelklei). De zwelklei dient ervoor te zorgen dat toestroming vanuit de bovengrond wordt voorkomen. De peilbuis is geplaatst conform de eisen uit het protocol 2001.

juli ’22

13

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Slotemaker de Bruïneweg nr. 51 te Haulerwijk

monstername grond Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0,5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters t.b.v. analyse op vluchtige aromaten zijn m.b.v. een steekbus bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001. monstername grondwater Om een representatief grondwatermonster te verkrijgen is de peilbuis, na plaatsing en voor monstername, grondig (3 maal de inhoud van het peilfilter) afgepompt. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand t.o.v. het maaiveld ingemeten. Grondwatermonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2002 en NEN-5744 (literatuur 11). Tijdens de monstername van het grondwater is in het veld de zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EGV) bepaald. 3.2

Resultaten van het veldonderzoek

bodemopbouw De boorprofielbeschrijvingen van alle verrichte boringen met bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn grafisch uitgewerkt en opgenomen in bijlage 3. In tabel 11 is op basis van de waarnemingen de lokale bodemopbouw beschreven. tabel 11: lokale bodemopbouw bodemlaag m-mv 0.0-0.08 0.08-0.15 0.15-0.7 0.7-1.1 1.1-3.6

hoofdbestanddeel

toevoeging

kleur

beton zand zand zand leem

zwak siltig zwak siltig zwak siltig zwak zandig

beige-grijs donker bruin donker oranje-bruin licht beige-grijs

veldmetingen grondwater De resultaten van de veldwaarnemingen van het grondwater zijn weergegeven in tabel 12. tabel 12: veldwaarnemingen grondwater Peilbuis

filtertraject m-mv

grondwaterstand m-mv

voorpompen liter

pH

EGV geleidingsvermogen µS/cm

troebelheid (NTU)

1

2.6-3.6

1.90

5

7.0

150

9

zintuiglijke waarnemingen grond Het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen. De zintuiglijke waarnemingen zijn omschreven en grafisch weergegeven in bijlage 3. In het opgeboorde materiaal van de bovengrond t.p.v. boring 5, 6 10 en 11 zijn zintuiglijk sporen baksteen waargenomen. Ter plaatse van boring 1 is zintuiglijk een zwakke dieselgeur waargenomen. Voor het overige zijn op basis van zintuiglijke waarnemingen geen bodemvreemde afwijkingen waargenomen welke zouden kunnen duiden op een vorm van bodemverontreiniging.

juli ’22

14

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Slotemaker de Bruïneweg nr. 51 te Haulerwijk

grondwater Het bemonsterde grondwater bevatte geen zintuiglijk waarneembare afwijkingen. asbest Tijdens de locatie-inspectie is aandacht geschonken aan de aanwezigheid van asbest op het maaiveld, hierbij is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het opgeboorde monstermateriaal (grond) is zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. In het opgeboorde monstermateriaal uit de bovengrond zijn baksteensporen waargenomen. In bijlage A van de NEN-5725 wordt gesteld dat vooral bij ongedefinieerd gemengd bouw‐ en sloopafval de kans groot is dat dit asbestcementplaatmateriaal bevat (stukjes golfplaat, vlakke plaat, daklei en buis). Ook in betonpuin, vooral funderingspuin, komt incidenteel asbestcement voor in de vorm van asbestcementbuizen, verloren bekisting en stelplaatjes. In de overige soorten puin (puin van asfalt, asfalt, bakstenen, dakpannen, cement, klinkers en/of straatstenen, trottoirbanden en historisch puin) zit in de regel geen asbesthoudend materiaal en de aanwezigheid daarvan maakt een locatie niet verdacht. Indien het (puin)granulaat duidelijk visueel herkenbaar is als eenduidig materiaal en voldoende kan worden onderbouwd dat dit materiaal niet vermengd kan zijn met asbesthoudend materiaal, is de (deel)locatie niet verdacht. De waargenomen baksteensporen zijn in dit geval visueel beoordeeld als eenduidig materiaal, nl.

baksteen. Op basis van het gestelde in bijlage A van de NEN-5725 kan gesteld worden dat de grond, vanwege de aanwezigheid van baksteensporen, niet direct verdacht is voor de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Op basis van zintuiglijke waarnemingen van het opgeboorde monstermateriaal is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen (indicatieve waarneming). Hierbij wordt opgemerkt dat in dit onderzoek handboringen zijn uitgevoerd met een 5 cm edelman boor de trefkans op het aantreffen van asbesthoudend materiaal (t.g.v. verdringing van materiaal) is kleiner dan bij het graven van inspectiegaten volgens NEN-5707+C2. Bij het graven van proefgaten of proefsleuven ontstaat een beter beeld van eventueel aanwezig bodemvreemd materiaal. Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem/puin geen onderdeel uitmaakt van het onderhavige onderzoek dat volgens NEN-5740+A1 is uitgevoerd. Het onderhavige onderzoek kan daarom geen uitspraak doen over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem op de onderhavige locatie. Opgemerkt dient te worden dat geen asbestanalyses van grond en/of puin e.d. hebben plaatsgevonden. Asbestanalyses maken geen deel uit van verkennend bodemonderzoek in het kader van de NEN-5740+A1.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Ooststellingwerf&id=75ed09d0-1f52-4612-9bf7-94d42ede9246