CConstaterende datOoststellingwerf
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Bestemmingsplan 'Oosterwolde - Jan Frankensingel 26'

Raadsvergadering 1 december 2021, gemeente OoststellingwerfBij agendapunt: Bestemmingsplan Jan Frankensingel 26 Oosterwolde11.615 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.9 Bed & Brochje een kleinschalige overnachtingsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt binnen bestaande gebouwen. Een Bed & Brochje is gevestigd in een woonhuis of bijbehorend bouwwerk en wordt gerund door de eigenaren van het betreffende huis;

23/36

1.10 bedrijf een onderneming gericht op het bedrijfsmatig vervaardigen en/of bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen; 1.11 bestaand a. bestaand gebruik: het gebruik van de gronden en bouwwerken zoals aanwezig op moment van de vaststelling van het bestemmingsplan of kan worden gebruikt krachtens een omgevingsvergunning voor het gebruik; b. bestaande bouwwerken: bouwwerken die op het tijdstip van de vaststelling van het bestemmingsplan: 1. aanwezig zijn; 2. nog kunnen worden gebouwd krachtens een verleende omgevingsvergunning voor het bouwen; 1.12 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.13 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.14 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op het hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw of andere bouwwerken met een dak, niet zijnde een overkapping; 1.15 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.16 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.17 bouwperceelgrens een grens van een bouwperceel; 1.18 bouwwerk elke constructie van

enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.19 brutovloeroppervlakte de vloeroppervlakte van de ruimte, dan wel van meerdere ruimten van een gebouw gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van de (buitenste) opgaande scheidingsconstructie; 1.20 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;

24/36

1.21 dienstverlening: werkzaamheden die bestaan uit het verlenen van economische en/of maatschappelijke diensten aan derden; 1.22 erf een al dan niet omheind stuk grond, in ruimtelijk opzicht direct behorende bij, in functioneel opzicht ten dienste van en in feitelijk opzicht direct aansluitend aan een woning of een ander gebouw, dat in beginsel behoort tot de kavel(s) waarop de woning of het andere gebouw is geplaatst, zoals dat blijkt uit de kadastrale gegevens; 1.23 gebruiksmogelijkheden de mogelijkheden om gronden en bouwwerken overeenkomstig de daaraan toegekende functie te gebruiken; 1.24

gebouw

elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.25

hoofdgebouw

gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op de bestemming het belangrijkst is; 1.26 kampeermiddel een tent, een tentwagen, een kampeerauto, een caravan of een stacaravan, dan wel enig ander daarmee vergelijkbaar voertuig of onderkomen, dat geheel of ten dele is bestemd of opgericht dan wel wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; 1.27 milieusituatie de waarde van een gebied in milieuhygiënische zin die wordt bepaald door de mate van scheiding tussen milieugevoelige en milieubelastende functies, daarbij in het bijzonder gelet op het voorkomen dan wel beperken van hinder door geur, stof, , gevaar, licht en/of trilling; 1.28 overkapping elk bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een overdekte ruimte vormt zonder dan wel met ten hoogste één wand; 1.29 peil a. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de bouwhoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b.

voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de bouwhoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; 1.30 productiegebonden detailhandel detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie;

25/36

1.31 seksinrichting een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische-massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.32 straat- en bebouwingsbeeld de stedenbouwkundige waarde van een gebied die wordt bepaald door de mate van samenhang in aanwezige bebouwing.

De mate van samenhang wordt bepaald door de verhouding tussen bouwmassa en open ruimte, de onderlinge verhouding tussen bebouwing op het gebied van bouwhoogte en -breedte en de wijze waarop bebouwing die ruimtelijk op elkaar georiënteerd is zich tot elkaar verhoudt op het vlak van bouwvorm en ligging; 1.33 verkeersveiligheid de waarde van een gebied voor de veiligheid van het verkeer die wordt bepaald door de mate van overzichtelijkheid en vrij uitzicht (met name bij kruisingen van wegen en uitritten) en de (mogelijke) effecten van bebouwing en overige inrichtingselementen op de gedragingen van verkeersdeelnemers; 1.34 voorgevel de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt; 1.35 webwinkel een specifieke vorm van detailhandel zonder uitstalling, waarbij de goederen via internet worden aangeboden en zowel per post worden geleverd als ter plaatse afgehaald worden; 1.36 woning een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden dat indien deze bestaat uit meerdere personen gebruikmaakt van voor bewoning gemeenschappelijke voorzieningen, zoals keuken, toilet en douche; 1.37

woningsplitsing

het bouwkundig en/of functioneel splitsen van één woning in twee of meer zelfstandige woningen en/of het toevoegen van een extra woning in een bijbehorend bouwwerk; 1.38

woongebouw

een gebouw, dat meerdere naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden; 1.39

zijdelingse (bouw)perceelgrens

een niet naar een weg of openbaar gebied gekeerde grens van een bouwperceel.

26/36

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.2 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.3 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.4 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.5 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.6 de afstand tot de zijdelingse grens van het bouwperceel de kortste afstand vanaf enig punt van een bouwwerk tot de zijdelingse perceelgrens; 2.7 overschrijding bouwgrenzen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van de plaatsing van gebouwen worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers,

balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de voor de plaatsing van gebouwen geldende regeling met niet meer dan 1 m wordt overschreden.

27/36

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels

Wonen

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in een woning, al dan niet in combinatie met: 1. aan-huis-verbonden beroep of aan-huis-verbonden bedrijf; 2. dienstverlening; 3. Bed & Brochje; met daaraan ondergeschikt: b. verkeers- en verblijfsvoorzieningen; c. parkeervoorzieningen; d. nutsvoorzieningen; e. voorzieningen ten behoeve van het waterbeheer; f. groenvoorzieningen; g. water; h. tuinen, erven en terreinen. 3.2 Bouwregels Het bouwen op de gronden met de bestemming 'Wonen' is aan een aantal regels gebonden. 3.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. als gebouw mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van één woning worden gebouwd; b. een gebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; c. de goot- en bouwhoogte van een gebouw bedraagt ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' en 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven hoogte. 3.2.2 Andere bouwwerken Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt maximaal 2,00 m, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevel maximaal 1 m bedraagt; b. de bouwhoogte van een lichtmast is maximaal 6 m; c. de bouwhoogte van een overig ander bouwwerk is maximaal 6 m. 3.3

Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen, ten behoeve van het straat- en bebouwingsbeeld, een goede woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing.

28/36

3.4 Afwijken van de bouwregels 3.4.1 Afwijkingsregels Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 3.2.2 sub a onder 1 in die zin dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen ter plaatse van hoeksituaties grenzend aan openbaar gebied, mag worden vergroot tot maximaal 2 m, mits de erf- en terreinafscheiding voor minimaal 90% open (gaas of latwerk) wordt uitgevoerd dan wel volledig in (begroeid) gaas-, of latwerk. 3.4.2 Saneringsregels Met een omgevingsvergunning kan ten behoeve van vervangende nieuwbouw worden afgeweken van het bepaalde in lid 3.2.1, met dien verstande dat bij afbraak van de bestaande gebouwen de volgende regels gelden: a. als hoofdgebouw mag ten hoogste één woonhuis worden gebouwd; b. de oppervlakte van het hoofdgebouw bedraagt ten hoogste 175 m²; c. de goot- en bouwhoogte van het hoofdgebouw bedraagt ten hoogste respectievelijk 3,5 m en 8 m; d. de gezamenlijke oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken, niet zijnde overkappingen, bij het hoofdgebouw bedraagt ten hoogste 150 m²; e. de goothoogte van de bijbehorende bouwwerken, niet zijnde overkappingen, bij het hoofdgebouw bedraagt maximaal 3,5 m; f. de bouwhoogte van overkappingen bij het hoofdgebouw bedraagt maximaal 6 m; g. de gezamenlijke oppervlakte van overkappingen bij het hoofdgebouw bedraagt maximaal 30 m², h.

het verlenen van de omgevingsvergunning moet tot gevolg hebben dat er een afname van de bestaande hoeveelheid aan bebouwing plaatsvindt ten gunste van de ruimtelijke kwaliteit van het bebouwingsbeeld. 3.4.3 Toetsingscriteria De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien hierdoor geen wezenlijke afbreuk wordt gedaan aan: a. het straat- en bebouwingsbeeld; b. de woonsituatie; c. de milieusituatie; d. de verkeersveiligheid; e. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 3.5 Specifieke gebruiksregels Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt begrepen: a. het gebruik van de gebouwen voor meer dan één woning; b. detailhandel, tenzij het betreft productiegebonden detailhandel bij een aan-huis-verbonden beroep of aan-huisverbonden bedrijf. 3.6

Afwijken van de gebruiksregels

Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 3.5 sub a ten behoeve van woningsplitsing, mits: a. de begane grondvloeroppervlakte van het hoofdgebouw tenminste 100 m² bedraagt; b. wordt voldaan wordt aan het parkeerbeleid, zoals opgenomen in artikel 6.

29/36

Hoofdstuk 3 Artikel 4

Algemene regels

Anti-dubbeltelbepaling

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

30/36

Artikel 5

Algemene bouwregels

5.1 Parkeernormen Een gebouw mag pas worden gebouwd als wordt voldaan aan de in Bijlage 1 Parkeernormen genoemde parkeernormen. 5.2 Tijdelijke bouwwerken In afwijking van dit plan mogen tijdelijke bouwwerken, zoals bouwketen, in het kader van de realisering van bouwprojecten worden gebouwd, mits: a. de oppervlakte van het bouwwerk ten hoogste 25 m² bedraagt; b. de bouwhoogte van het bouwwerk ten hoogste 3 m bedraagt; c. de tijdelijke bouwwerken na beëindiging van het bouwproject worden verwijderd.

Artikel 6

Algemene gebruiksregels

Onder strijdig gebruik wordt mede begrepen het gebruik dat afwijkt van de omschrijving, waaronder in elk geval wordt begrepen het gebruik van gronden en bouwwerken: a. ten behoeve van stalling en opslag van aan het oorspronkelijk gebruik onttrokken voer-, vaar en/of vliegtuigen; b. voor de opslag van schroot, afbraak en bouwmaterialen, grond, bodemspecie en puin en voor het storten van vuil anders dan ten behoeve van de uitvoering krachtens de bestemming toegelaten bouwactiviteiten, werkzaamheden en werken; c. ten behoeve van seksinrichting; d. als standplaats voor kampeermiddelen; e. afwijkend van de parkeernormen zoals opgenomen in Bijlage 1.

31/36

Artikel 7

Algemene afwijkingsregels

7.1 Bevoegdheid Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. de in het bestemmingsplan gegeven maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages; b. het bepaalde in het plan en toestaan dat bestemmings- of bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; c. de regels ten aanzien van de bouwhoogte van andere bouwwerken, in die zin dat de bouwhoogte wordt vergroot tot maximaal 10 m; d. de regels ten aanzien van de bouwhoogte van andere bouwwerken, in die zin dat de bouwhoogte van kunstwerken en van zend-, ontvang- en/of sirenemasten wordt vergroot tot maximaal 25 m; e. de eis dat bij een aanvraag van een omgevingsvergunning blijkt dat voldoende parkeer- of stallingsruimte moet worden gerealiseerd indien op andere wijze in de nodige parkeer- en/of stallingsruimte wordt voorzien. 7.2

Toetsingscriteria

De omgevingsvergunningen zoals bedoeld in lid 7.1 kunnen slechts worden verleend indien: a. hierdoor geen wezenlijke afbreuk wordt gedaan aan: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. de milieusituatie; 3. de verkeersveiligheid; 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; b. het gaat om incidentele gevallen waarbij de noodzaak voor het afwijken van het bestemmingsplan is aangetoond.

32/36

Hoofdstuk 4 Artikel 8

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

8.1 Overgangsregels bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in sublid a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het sublid a met maximaal 10%. c. Sublid a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 8.2 Overgangsregels gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in sublid a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in sublid a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Sublid a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

33/36

Artikel 9

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Oosterwolde - Jan Frankensingel 26 van de gemeente Ooststellingwerf. Behorend bij het besluit van ..................

34/36

BIJLAGEN BIJ DE REGELS

BIJLAGE 1

VERBEELDING

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Ooststellingwerf&id=09815022-e1b2-46fd-9768-ba5f44914fb6