CConstaterende datOoststellingwerf
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Bestemmingsplan 'Heerenveenseweg (kadastraal perceel 1518)' Toelichting

Raadsvergadering 22 oktober 2024, gemeente OoststellingwerfBij agendapunt: Bestemmingsplan 'Heerenveenseweg (kadastraal 1518) te Oldeberkoop'12.157 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Parkeren

De gemeente Ooststellingswerf heeft eigen parkeerkencijfers vastgesteld (Bijlage 2). Op basis van deze kengetallen geldt dat er voor één vrijstaande woning minimaal 1 parkeerplaats per woning op eigen terrein moet worden gerealiseerd. Het planvoornemen voorziet met het bijbehorende erf in meer dan voldoende parkeerruimte. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de parkeerbehoefte gebaseerd op het gemeentelijke parkeerbeleid. Ook betreft het planvoornemen het toevoegen van 4 hotelkamers en een uitbreiding van het parkeerterrein ten behoeve van het aan de zuidkant van het plangebied gelegen 'Logis Hotel Restaurant Lunia'. Het parkeerterrein wordt uitgebreid omdat de capaciteit van het bestaande parkeerterrein van het hotel niet voldoende is. In de huidige situatie zijn er 22 parkeerplaatsen aanwezig. Dit blijkt in de praktijk niet voldoende te zijn, zeker niet na de toevoeging van de 4 hotelkamers. Ook op basis van de parkeernormen van de gemeente Oostellingwerf blijkt dat de huidige 22 parkeerplaatsen niet voldoende zijn om de parkeerbehoefte op te vangen. Op basis van de parkeerkencijfers voor de gemeente Ooststellingwerf blijkt dat er voor het hotel en bijbehorende functies een parkeerbehoefte bestaat van 39 parkeerplaatsen, zie hiervoor de onderstaande tabel. De behoefte naar de voorgenomen uitbreiding van het parkeerterrein is daarmee aangetoond. Functie

Aantal / oppervlakte

Parkeerkencijfers

parkeerbehoefte totaal

Hotel

18 stuks

1,0 pp / kamer

18,0

Restaurant

150 m2

12 pp/ 100m2

18,0

Zalen (cultureel centrum)

100 m2

3 pp / m2

3,0

Totaal

39

Tabel 1: Parkeerbehoefte plangebied Het parkeerterrein telt in de toekomstige situatie, na de uitbreiding, circa 32 parkeerplaatsen. Dit aantal wordt door de initiatiefnemer voldoende geacht. In de praktijk zal er sprake zijn van dubbel gebruik.

29

bestemmingsplan Heerenveenseweg (kadastraal perceel 1518) te Oldeberkoop

Hotelgasten zullen ook gebruik maken van het restaurant, waardoor de parkeerbehoefte in de praktijk lager uitvalt dan de hiervoor berekende 39 parkeerplaatsen. 32 parkeerplaatsen kan daarom als een afdoende parkeeroplossing worden beschouwd. In de planregels is geregeld dat moet worden voldaan aan de bij de regels opgenomen Bijlage 2 Parkeerkencijfers voor de gemeente Ooststellingwerf. In afwijking hierop is voor het parkeerterrein bij het hotel een parkeerbehoefte van 32 parkeerplaatsen geregeld. Het aspect parkeren vormt geen belemmering voor het voornemen.

4.11 Water 4.11.1

Inleiding

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet bij ruimtelijke plannen een waterparagraaf worden opgenomen. Het is verplicht plannen te toetsen op wateraspecten. Het doel van de watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Voor dit plan is daarom een watertoets uitgevoerd. Het resultaat van de watertoets is bijgevoegd als Bijlage 6. De locatie valt binnen het beheergebied van Wetterskip Fryslân. De aanmelding heeft ertoe geleid dat de normale procedure wordt doorlopen. Dit houdt in dat het waterschap een uitgangspuntennotitie levert. Deze uitgangspuntennotitie moet gebruikt worden bij het opstellen van de waterparagraaf. 4.11.2

Toename verharding

Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is. Het is verboden zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2 onverharde grond in stedelijk gebied en 1.500 m2 in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in dit wateradvies. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. Bij het graven van extra oppervlaktewater is onderstaande tabel van toepassing. Uiteraard is het toepassen van alternatieve maatregelen in het plan ook mogelijk. Afhankelijk van de maatregel kunnen andere normen gelden dan vermeld in de onderstaande tabel. Zie de Leidraad watertoets voor meer informatie over compenserende maatregelen of neem contact op met Cluster Plannen van Wetterskip Fryslân.

Indien er niet wordt gecompenseerd door extra oppervlaktewater te graven waarbij onderstaande percentages worden gehanteerd of indien er geen overeenstemming plaatsvindt in de watertoetsprocedure over alternatieve maatregelen dan dient een watervergunning bij het waterschap te worden gevraagd. Gebied

Stedelijk (>200 m2 )

Landelijk (>1.500 m2 )

Boezem

5%

5%

Polder

10%

10%

Vrij afstromend

Maatwerk mogelijk

Maatwerk mogelijk

Tabel 2: Gebiedspecifieke compensatie Ten aanzien van maatwerk wordt opgemerkt dat dit kan bestaan uit bijvoorbeeld infiltratie of berging van het overtollig hemelwater.

30

bestemmingsplan Heerenveenseweg (kadastraal perceel 1518) te Oldeberkoop

4.11.3

Specifieke en aanvullende uitgangspunten

Met het planvoornemen wordt in totaal 450 m2 aan verharding en 330 m2 aan halfverharding (het parkeerterrein) toegevoegd binnen stedelijk gebied. Dit betekent dat er compenserende maatregelen moeten worden getroffen. Zoals in het onderstaande schema is te zien is er als gevolg van het planvoornemen circa 70 m2 aan watercompenserende maatregelen noodzakelijk. Functie

Oppervlakte

Compensatienorm

Compensatie in m2

Woning

350 m2

10 %

35 m2

Verharding en oprit woning

100 m2

10 %

10 m2

Verharding parkeerterrein

330 m2 (halfverharding)

7,5 %

25 m2 70 m2

Totaal Tabel 3: Berekening benodigde watercompensatie

Uitgangspunt voor de woningbouw is dat het hemelwater wordt afgekoppeld van het vuilwater en wordt afgevoerd. Bij de bouw van de woning zal zoveel mogelijk worden gebruikgemaakt van duurzame, niet-uitlogende bouwmaterialen, zodat het oppervlaktewater niet verontreinigd raakt. Ten aanzien van de riolering wordt opgemerkt dat sprake is van een gescheiden stelsel; het vuilwater wordt gescheiden van het hemelwater en geloosd op het riool. Aan de voorzijde (oostkant)van de kavel ligt volgens de legger van het Wetterskip een schouwwatergang deze is beschermd door de keur. Het onderhoud kan vanaf de openbare weg plaats vinden. Uit de bovenstaande tabel (tabel 3) blijkt dat er als gevolg van het planvoornemen 70 m2 aan watercompensatie noodzakelijk is. Om hieraan te voldoen wordt er aan de noordwestkant van het plangebied, op het perceel van de te bouwen woning, een greppel van 70 m2 aangelegd. Deze greppel wordt maximaal 40 cm diep. De exacte locatie van de te realiseren greppel is aangegeven op de impressietekening van de toekomstige situatie (Figuur 2.2). Bij de aanleg van de greppel wordt voldaan aan artikel 2 lid h sub 1 t/m 4 uit de Ontgrondingenverordening Friesland. Bij de ontgronding die voor het planvoornemen nodig is, worden de volumes uit artikel 2 niet gehaald. De Ontgrondingenwet is daarmee niet van toepassing. 4.11.4

Conclusie

Het milieuaspect water vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het onderhavig planvoornemen.

4.12 M.e.r.-beoordeling Toetsingskader Milieueffectrapportage (m.e.r.) is bedoeld om het milieubelang vroegtijdig en volwaardig in de plan- en besluitvorming in te brengen. M.e.r. is altijd gekoppeld aan een besluit, bijvoorbeeld aan de vaststelling van een structuurvisie, aan een bestemmingsplan of aan het verlenen een vergunning. In het Besluit m.e.r. zijn in de bijlage onderdeel C en D activiteiten opgenomen, waarbij op grond van artikel 7.8b van de Wet milieubeheer besloten moet worden of bij de voorbereiding van het plan of besluit voor die activiteiten een milieueffectrapport (MER) moet worden opgesteld. Op het voornemen is categorie 11.2 uit bijlage I, onderdeel D, van het Besluit m.e.r. van toepassing: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. De drempelwaarde (2.000 of meer woningen) wordt niet overschreden. In overeenstemming met het gewijzigde Besluit m.e.r. moet voor activiteiten die wel in de D-lijst zijn opgenomen, maar niet aan de daar genoemde drempelwaarden voldoen, een toets aan 'Bijlage III van de Europese richtlijn milieubeoordeling projecten' worden uitgevoerd, een zogenaamde vormvrije

31

bestemmingsplan Heerenveenseweg (kadastraal perceel 1518) te Oldeberkoop

m.e.r.-beoordeling. Aard, omvang en ligging zijn begrippen die bij deze beoordeling centraal staan. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet in de meeste gevallen worden aangevraagd door middel van een aanmeldnotitie (artikel 2, vijfde lid, van het Besluit m.e.r.). Toetsing In onderdeel D11.2 van het Besluit m.e.r. is voor stedelijke ontwikkelingsprojecten als grenswaarde een aantal van 2.000 woningen opgenomen. Het planvoornemen voorziet in het realiseren van maximaal één woning. Het project is daarmee dusdanig kleinschalig van aard en omvang dat het ruimschoots onder de drempelwaarden voor ontwikkelingen blijft, zoals die zijn opgenomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r. Uit de verrichte milieuonderzoeken, zoals verwoord in dit hoofdstuk, blijkt voorts dat het voornemen geen significante effecten op de omgeving heeft. Conclusie Het aspect m.e.r.-beoordeling vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het onderhavig projectvoornemen.

32

bestemmingsplan Heerenveenseweg (kadastraal perceel 1518) te Oldeberkoop

Hoofdstuk 5

Juridische toelichting

Het beleid en de planuitgangspunten, zoals verwoord in de vorige hoofdstukken, hebben in de regels van dit bestemmingsplan hun juridische vertaling gekregen in de vorm van bestemmingen. Deze paragraaf bespreekt de juridische vormgeving van het bestemmingsplan. De Wet ruimtelijke ordening (Wro) bevat de regeling voor de opzet en de inhoud van een ruimtelijk plan. In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is deze regeling verder uitgewerkt. Het bestemmingsplan bestaat uit: een verbeelding van het plangebied, zowel analoog als digitaal, waarin alle bestemmingen van de gronden worden aangewezen; de regels waarin de bestemmingen worden beschreven en waarbij per bestemming het doel wordt of de doeleinden worden genoemd. Op grond van artikel 3.1.6 van het Bro is het verplicht om een bestemmingsplan te vergezellen met een toelichting. Deze toelichting geeft aan welke gedachte aan het plan ten grondslag ligt, wat de uitkomsten van verrichtte onderzoeken zijn, wat het resultaat is van de overleggen en tot slot doet het verslag van de georganiseerde inspraak bij het plan. Hiermee voldoet het bestemmingsplan aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wro en het Bro. Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012.

De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplan te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. De SVBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen volgens de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zowel digitaal als analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld volgens deze standaarden. Het bestemmingsplan met de daarbij behorende toelichting wordt langs elektronische weg vastgelegd en ook in die vorm vastgesteld, tegelijk met een analoge versie van het bestemmingsplan. Als de digitale en analoge versie tot interpretatieverschillen leiden, is de digitale versie leidend. Hieronder worden de aanwezige planregels puntsgewijs besproken.

5.1

Bestemmingsregels

In het navolgende wordt de algemeen gehanteerde opbouw van de regels toegelicht. Deze ziet er als volgt uit: Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels. De tekst hieronder bespreekt deze hoofdstukken puntsgewijs. 5.1.1

Inleidende regels

Dit onderdeel bestaat uit de begrippen (Artikel 1) en de wijze van meten (Artikel 2). Deze artikelen geven aan wat in de regels onder bepaalde begrippen moet worden verstaan en hoe moet worden gemeten bij de toepassing van de bouwregels of sommige gebruiksregels van het plan. Dit is alleen het geval wanneer begrippen niet op voorhand voor een eenduidige uitleg, in overeenstemming met normaal spraakgebruik, vatbaar zijn. Alle begrippen worden in alfabetische volgorde opgenomen, met uitzondering van de eerste begrippen 'plan' en 'bestemmingsplan'. 5.1.2

Bestemmingsregels

Het bestemmingsplan kent drie bestemmingen, te weten: Artikel 3 Horeca; Artikel 4 Wonen; Artikel 5 Waarde - Archeologie 4. De horecabestemming is opgenomen conform de huidige horecabestemming. De gronden zijn bestemd

33

bestemmingsplan Heerenveenseweg (kadastraal perceel 1518) te Oldeberkoop

voor een hotel/café/restaurant, met uitzondering van een (nacht)bar en een discotheek/bar-dancing. De bedrijfswoning is uit de bestemming gehaald, nu deze wordt omgevormd tot hotelkamer. Er wordt een reguliere woning naast het hotel gebouwd, dus het gebruik en bouwen van de bedrijfswoning is geschrapt. De aanduiding parkeerterrein is vergroot, conform de wens deze uit te breiden voor het gebruik van het hotel. Voor de als karakteristiek aangeduide bebouwing geldt dat de bestaande uitwendige hoofdvorm, zoals blijkt uit de bouw- en goothoogte en dakvorm niet mag worden veranderd. De woonbestemming is opgenomen voor de nieuw te bouwen (reguliere) woning. Onder voorwaarden mag een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf of bêd & brochje worden gerealiseerd. Er zijn bouwregels geformuleerd voor het bouwen van de woning, de bijbehorende bouwwerken daarbij, eventuele overkappingen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. De woning wordt in het bouwvlak gebouwd, met de voorgevel in de ingetekende gevellijn. De oppervlakte van de woning, bijbehorende bouwwerken en overkappingen tezamen is niet meer dan 350 m2 en de bouwhoogte is maximaal 4,50 meter. De archeologische dubbelbestemming is opgenomen voor het behoud van archeologische waarden. Er geldt een vergunnings- en onderzoeksplicht voor het bouwen van bouwwerken en uitvoeren van werken en werkzaamheden.

Er geldt een vrijstellingsgrens voor bouwwerken, werken en werkzaamheden kleiner dan 500 m2 , waarbij de bodem niet dieper dan 40 cm beneden het maaiveld wordt geroerd. 5.1.3

Algemene regels

De algemene regels bestaan uit een aantal regels: Anti-dubbeltelregel; Algemene bouwregels; Algemene gebruiksregels; Algemene afwijkingsregels. De Anti-dubbeltelregel is op basis van artikel 3.2.4 van het Bro. Het betreffende besluit schrijft voor dat de tekst van artikel 3.2.4 van het Bro één op één in een wordt overgenomen. De Algemene bouwregels, Algemene gebruiksregels en de Algemene afwijkingsregels bevatten verscheidene regels van algemene strekking. Zo mag van de in de bestemmingsregels gegeven maten in een aantal gevallen worden afgeweken. Ook is het niet toegestaan om in het plangebied schroot op te slaan. 5.1.4

Overgangs- en slotregels

In dit hoofdstuk zijn het overgangsrecht en de slotregel opgenomen. Voor de redactie van het overgangsrecht geldt het Bro. Dit besluit schrijft dwingend voor hoe het overgangsrecht moet luiden. Bebouwing die niet voldoet aan de regels van is onder het overgangsrecht gebracht. Een geringe uitbreiding van de bebouwing met tien procent wordt mogelijk gemaakt. Het gebruik van gronden en bebouwing dat in strijd is met dit nieuwe bestemmingsplan op het tijdstip van inwerkingtreding, mag in beginsel worden voortgezet. Wijziging van dit strijdige gebruik is verboden, indien de afwijking van het plan wordt vergroot. Indien het strijdige gebruik, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. Tot slot bevat hoofdstuk 3 de slotregel waarin is aangegeven hoe het bestemmingsplan kan worden aangehaald.

34

bestemmingsplan Heerenveenseweg (kadastraal perceel 1518) te Oldeberkoop

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

6.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.1.1

Participatie

In de voorbereiding van het planvoornemen is er rekening gehouden met de omwonenden in de directe omgeving van het plangebied. Op 12 april 2023 is er een inloopbijeenkomst georganiseerd voor omwonenden. De uitnodiging hiervoor is als Bijlage 7 bij deze toelichting gevoegd. Tijdens deze inloopbijeenkomst zijn de plannen met de omwonenden besproken en zijn de omwonenden geïnformeerd over de voorgenomen ontwikkeling. Een verslag van deze inloopbijeenkomst is als Bijlage 8 bij de toelichting gevoegd. De aanwezigen hebben in hoofdzaak positief gereageerd op de plannen. Het werd erg gewaardeerd dat ze zijn ingelicht. 6.1.2

Procedure

In het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het voorontwerpbesluit toegezonden aan de betreffende overlegpartners en adviesinstanties. Hierop zijn drie vooroverlegreacties binnengekomen: 6.1.2.1 Provinsje Fryslan Het in het kader van vooroverleg aangeboden bestemmingsplan gaf Provinsje Fryslân de aanleiding tot het geven van een reactie. De volledige vooroverlegreactie is opgenomen als Bijlage 9. Tevens is er op 11 januari 2024 door de Provinsje Fryslân een zienswijze ingediend met daarin dezelfde punten als in de vooroverlegreactie. Deze zienswijze is als Bijlage 10 aan de toelichting toegevoegd. De provincie heeft aangegeven dat deze zienswijze als niet verzonden kan worden beschouwd. Deze reactie van de provincie is als Bijlage 11 toegevoegd aan de toelichting. De provinciale belangen gaven de provincie aanleiding tot het maken van de volgende opmerkingen: Archeologie De provincie geeft aan dat een archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij ingrepen groter dan 500 m2 . Voor het bepalen of onderzoek nodig is, gaat de provincie uit van de totale omvang van de bestemmingswijziging. Het deel van het plangebied waar de bestemming agrarisch wijzigt naar wonen bedraagt meer dan 3000 m2 . Reactie Vanwege de vooroverlegreactie van de provincie is er een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Zie hiervoor paragraaf 4.1.

Natuurinclusief bouwen en Ontgrondingen De provincie geeft aan dat er een tekstblok over natuurinclusief bouwen en ontgrondingen ontbreekt. Reactie Er zijn tekstblokken over natuurinclusief bouwen en ontgrondingen toegevoegd aan de toelichting. Uitrit op provinciale weg De provincie geeft aan dat er voor de uitrit op de provinciale weg een Wabo-advies met instemming bij de provincie opgevraagd moet worden. Reactie

35

bestemmingsplan Heerenveenseweg (kadastraal perceel 1518) te Oldeberkoop

Er wordt door de initiatiefnemer een Wabo-advies bij de provincie opgevraagd. Inmiddels is er een vergunning voor de uitrit verleend.

6.1.2.2 Wetterskip Fryslân Het in het kader van vooroverleg aangeboden bestemmingsplan gaf het Wetterskip Fryslân de aanleiding tot het geven van een reactie. De volledige vooroverlegreactie is opgenomen als Bijlage 12. Het Wetterskip gaf de volgende reactie: Op 01-09-2023 heeft het Wetterskip Fryslân het bestemmingsplan 'Heerenveenseweg (kadastraal perceel 1518) te Oldeberkoop, gemeente Ooststellingwerf' ter inzage gekregen. Uit de beoordeling van het plan vraagt het waterschap aandacht voor de volgende punten: I.

Als reactie op de digitale watertoets is de naastgelegen schouwsloot genoemd. Voor het waterschap wordt het uit de waterparagraaf nog niet duidelijk hoe het onderhoud van deze schouwsloot geborgt wordt. II. Het waterschap mist in de waterparagraaf een berekening van de benodigde watercompensatie. Ook noemen ze de tekst in hoofdstuk 4.11.3 van de eerste alinea niet duidelijk. Ten behoeve van wat is een nieuwe sloot gegraven? Graag ontvangen wij meer informatie over die gegraven sloot. Wanneer, waar en hoe is die gegraven? III. Er wordt een inrit aangelegd voor de nieuw te bouwen woning. Voor het aanleggen van een dam met duiker in het stedelijk gebied is het nodig om een watervergunning aan te vragen bij het waterschap. Reactie I. II.

Het onderhoud van de naastgelegen schouwsloot is geborgd in de Keur. Een berekening van de benodigde watercompensatie is toegevoegd aan paragraaf 4.11. Er is in de bestaande situatie nog geen nieuwe sloot gegraven. Om aan de benodigde watercompensatie te voldoen wordt er een greppel van circa 70 m2 gegraven, dit is in paragraaf 4.11 nader toegelicht. III. Deze watervergunning wordt voor de bouwfase aangevraagd bij het waterschap 6.1.2.3 Brandweer Fryslân Het in het kader van vooroverleg aangeboden bestemmingsplan gaf de Brandweer Fryslân de aanleiding tot het geven van een reactie. De volledige vooroverlegreactie is opgenomen als Bijlage 13. De Brandweer Fryslân adviseert in haar vooroverlegreactie om: De mogelijkheden voor het realiseren van een brandkraan te onderzoeken nabij de nieuwe woning; Bij het niet realiseren van een brandkraan, op de hoogte te zijn van het langer duren voordat er voldoende bluswater voorhanden is voor het maatgevende scenario; De brandweer op de hoogte te brengen van de mate waarin ons advies is overgenomen. Reactie De vooroverlegreactie is bij de initiatiefnemer onder de aandacht gebracht. De mogelijkheden voor het realiseren van een brandkraan nabij de te realiseren woning zullen worden onderzocht. De brandweer zal op de hoogte worden gebracht over de mate waarin het advies wordt meegenomen. 6.1.3

Ontwerpbestemmingsplan

Het ontwerpbesluit is gedurende zes weken ter inzage gelegd als onderdeel van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 Awb op grond van artikel 3,10 lid a Wabo. Behalve de zienswijze van de Provinsje Fryslan, die als niet verzonden kan worden beschouwd, zijn er geen zienswijzen ingediend.

36

bestemmingsplan Heerenveenseweg (kadastraal perceel 1518) te Oldeberkoop

6.2

Economische uitvoerbaarheid

De kosten die gepaard gaan met het voornemen worden door de initiatiefnemer gedragen. De kosten die uit dit plan kunnen voortvloeien, zijn aanvragen voor een tegemoetkoming in schade. Schade, toegebracht door deze planologische wijziging, zal worden verhaald op de aanvrager van het (bouw)plan middels een gesloten planschadeovereenkomst tussen gemeente en aanvrager.

37

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Ooststellingwerf&id=00537b73-b579-4bd8-bd8c-64ea3b88158c