CConstaterende datOoststellingwerf
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Bestemmingsplan De Bult 5A Appelscha

Raadsvergadering 28 september 2021, gemeente OoststellingwerfBij agendapunt: Bestemmingsplan De Bult 5A Appelscha17.131 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Emissie

AFW

Graafmachine

4,0

4,0

0,0 NOx

< 1 kg/j

AFW

Betonstorter

4,0

4,0

0,0 NOx

1,73 kg/j

AFW

Hijskraan

4,0

4,0

0,0 NOx

1,73 kg/j

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Mobiele werktuigen 215507, 552414 4,00 kg/j

Naam

Soort

Voertuig

Standaard

Transport 215833, 552623 1,92 kg/j < 1 kg/j

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Zwaar vrachtverkeer

20,0 / jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Standaard

Middelzwaar vrachtverkeer

50,0 / jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Standaard

Licht verkeer

22,0 / etmaal NOx NH3

1,75 kg/j < 1 kg/j

Situatie 1

RRWmqW6dQCdk (20 november 2020) pagina 4/5

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20201103_bed432f8ee Database versie 2020_20201013_1649cba239 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020

Resultaten

Situatie 1

RRWmqW6dQCdk (20 november 2020) pagina 5/5

bestemmingsplan De Bult 5a, Appelscha

48

bestemmingsplan De Bult 5a, Appelscha

Bijlage 3 Watertoets

49

datum 19-11-2020 dossiercode 20201119-2-24833 Te volgen watertoetsprocedure Normale procedure Samenvatting van de gegevens voor de watertoets van project: Recreatiewoningen De Bult 5a, Appelscha Welke gemeente omvat het grootste deel van het door u getekende plangebied? Ooststellingwerf gemeente: Ooststellingwerf Gegevens plan Er worden drie recreatiewoningen gebouwd binnen een perceel waar tot voor kort een stacaravan aanwezig was en die deels bestemd is als Wonen. Het bebouwd oppervlak neemt toe met circa 150 m2. Voor de inrit en parkeerplaatsen wordt halfverharding toegepast. Het verhard oppervlak neemt in totaal met circa 250 m2 toe. De drempel voor compensatie van oppervlakteverharding binnen het buitengebied (1500 m2) wordt daarmee niet gehaald. De initiatiefnemer zal niettemin aan de westzijde van het perceel een nieuwe sloot aanleggen. Voor de bouw van de recreatiewoningen wordt gebruik gemaakt van duurzame en niet-uitlogende bouwmaterialen. De ruimtelijke inrichting van het perceel is weergegeven in bijgevoegde tekening.

oppervlak: 2775 m2 adres: De Bult 5a, 8426 SK Appelscha kadastraal adres: Makkinga H 611 tekening meegestuurd: survey_attachments/3196_Inpassingsplan De Bult 5a te Appelscha.pdf opmerkingen: Gegevens aanvrager Pieter Gorissen Gorissen Ruimtelijk Advies Berkenlaan51 9321GTPeize T: E: info@gorissenadvies.nl Gegevens gemeente gemeente: Ooststellingwerf contactpersoon: Dhr. B. Pijlman T: 14 0516 E: b.pijlman@ooststellingwerf.nl Resultaat kaartenanalyse voor het plangebied Heeft u een beperkingsgebied geraakt? ja - Hoofdwateren Welke gemeente omvat het grootste deel van het door u getekende plangebied? Ooststellingwerf Uw antwoorden op onderstaande vragen Gaat het plan uitsluitend over de functiewijziging van bestaande bebouwing zonder fysieke aanpassing van bebouwing en ruimte? Antwoord: nee Is sprake van een toename van lozing van verontreinigd water op het oppervlaktewater? Antwoord: nee Wordt het bestaande verharde oppervlak vergroot met meer dan 200 m2in stedelijk gebied of meer dan 1500 m2in landelijk gebied? Antwoord: nee Neemt het verhard oppervlak in het stedelijk gebied toe? Antwoord: nee

Zo ja, met hoeveel m2neemt het verhard oppervlak in het stedelijk gebied toe? Antwoord: Neemt het verhard oppervlak in landelijk gebied toe? Antwoord: ja Zo ja, met hoeveel m2neemt het verhard oppervlak in het landelijk gebied toe? Antwoord: 250 Wordt er oppervlaktewater gegraven en/of gedempt? Antwoord: ja Dempen? nee Graven? ja Wat voor compenserende maatregelen worden er in het plan genomen bij een toename verharding en/of demping van het oppervlaktewater? Antwoord: Er wordt een sloot gegraven aan de westkant van het perceel (niet ter compensatie, toename verharding blijft onder drempel voor landelijk gebied). Wil men voor het plan de waterpeilen wijzigen? Antwoord: nee Het doel v.d. peilwijzing, het nieuwe peil en hoe de wijziging wordt doorgevoerd? Antwoord: Wordt er een kelder of souterrain gerealiseerd? Antwoord: nee Wordt er tijdelijk of permanent grondwater onttrokken? Antwoord: nee

Overzicht ingetekend gebied www.dewatertoets.nl

Powered by TCPDF (www.tcpdf.org)

datum 19-11-2020 dossiercode 20201119-2-24833 Wateradvies normale procedure Project: Recreatiewoningen De Bult 5a, Appelscha Gemeente: Ooststellingwerf Aanvrager: Pieter Gorissen Organisatie: Gorissen Ruimtelijk Advies Geachte heer/mevrouw Pieter Gorissen, Voor het plan Recreatiewoningen De Bult 5a, Appelscha heeft u een watertoets aangevraagd waaruit blijkt dat de normale watertoetsprocedure van toepassing is. Dit houdt in dat de aanwezige wateraspecten van invloed zijn op het plan. Werkwijze watertoetsprocedure Vanaf 2018 worden alle aanvragen uit de digitale watertoets digitaal afgehandeld. Dit betekent dat Wetterskip Fryslân voor de normale procedure standaard een wateradvies verstrekt. Wanneer noodzakelijk geacht ontvangt u op dit standaard wateradvies nog een aanvulling per email. Waterparagraaf Dit wateradvies geeft u handvatten om de uitkomsten en aandachtspunten van de watertoetsaanvraag mee te nemen in het opstellen van het ruimtelijke plan of besluit. Het is de bedoeling dat u op basis van dit document het plan uitwerkt. Uit de waterparagraaf moet duidelijk blijken wat voor wateraspecten van toepassing zijn en hoe u hier in het plan rekening mee houdt. Indien nodig verzoeken wij u om de wateraspecten te borgen op de Verbeelding en in de Regels van het plan. Ruimtelijke plannen hebben soms een lange doorlooptijd.

Tegelijkertijd ontstaan er soms veranderende inzichten in het beleid ten aanzien van de waterketen, waterkeringen en het watersysteem. Om te garanderen dat de juiste uitgangspunten worden toegepast in de planvorming hanteert het waterschap een uiterste houdbaarheidsdatum van maximaal 1 jaar. Wanneer deze termijn verstreken is kunt u contact opnemen met het waterschap voor een eventuele verlenging van nogmaals 1 jaar. Leidraad Watertoets De watertoets is een belangrijk instrument bij het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van de ruimte. De watertoets zorgt ervoor dat in alle ruimtelijke plannen aandacht wordt besteed aan veiligheid, kwaliteit én kwantiteit van water. Als richtlijn bij het beoordelen van ruimtelijke plannen werkt Wetterskip Fryslân met de Leidraad Watertoets. Hierin staat voor alle wateraspecten uitgangspunten omschreven waarmee u rekening moet houden en is informatie te vinden over de te nemen maatregelen. De leidraad is de te vinden via deze link: www.wetterskipfryslan.nl/vergunningen-wetten-en-regels/online-watertoets-voor-nieuwe-plannen Wateraspecten en aandachtspunten Hieronder staan de eventuele wateraspecten die van invloed zijn op het plan en aandachtspunten om mee rekening te houden. Hoofdwateren Hoofdwateren hebben een belangrijke aan-, af- en doorvoerfunctie. Aan weerszijden van een hoofdwatergang ligt een beschermingszone 5 meter.

De beschermingszone is nodig voor de bereikbaarheid voor beheer en onderhoud aan de hoofdwatergang. Het is niet toegestaan om in de beschermingszone bebouwingen en dergelijke te realiseren of opgaande beplanting aan te brengen tenzij e.e.a. is geregeld in een Watervergunning, zie bij onderdeel Waterwet voor meer informatie over dit onderwerp. De locaties van de hoofdwateren kunt u vinden op onze website: www.wetterskipfryslan.nl/leggerkaart Toename verharding Wij willen u verzoeken om in de waterparagraaf de volgende passage op te nemen over het onderdeel toename verharding. Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is. Het is verboden zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2onverharde grond in stedelijk gebied en 1500 m2in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in dit wateradvies.

De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra

oppervlaktewater. Bij het graven van extra oppervlaktewater is onderstaande tabel van toepassing. Uiteraard is het toepassen van alternatieve maatregelen in het plan ook mogelijk. Afhankelijk van de maatregel kunnen andere normen gelden dan vermeld in het onderstaande tabel. Zie de Leidraad watertoets voor meer informatie over compenserende maatregelen of neem contact op met Cluster Plannen van Wetterskip Fryslân. Indien er niet wordt gecompenseerd door extra oppervlaktewater te graven waarbij onderstaande percentages worden gehanteerd of indien er geen overeenstemming plaatsvindt in de watertoetsprocedure over alternatieve maatregelen dan dient een watervergunning bij het waterschap te worden gevraagd. Gebied

Stedelijk (>200 m2)

Landelijk (>1.500 m2)

Boezem

5%

5%

Polder

10%

10%

Vrij afstromend

Maatwerk mogelijk

Maatwerk mogelijk

Toelichting tabel ● 5% heeft alleen betrekking op de Friese boezem; ● de algemene regels keur zijn in de onderstaande tabel verwerkt; ● maatwerk kan bestaan uit bijvoorbeeld infiltratie of berging van het overtollig hemelwater.

Demping van oppervlaktewater Voor het dempen van oppervlaktewater is het beleid van Wetterskip Fryslân dat dit voor 100% gecompenseerd moet worden in hetzelfde peilgebied. Voor de demping heeft u een watervergunning nodig. Voor meer informatie verwijzen we u graag door naar het onderdeel Waterwet in deze uitgangsnotitie. Relatie tussen Water en Ruimte Het veiligheidsbeleid van het waterschap en de ruimtelijke ordening ontmoeten elkaar op verschillende momenten. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij het bestemmen van reserveringszones achter primaire waterkeringen en bij het bestemmen van regionale voormalige zeedijken tot waterkering in de bestemmingsplannen. Als in bestemmingsplannen nieuwbouw plaatsvindt op locaties boven 'maatgevend boezempeil, gemiddelde waterstand tijdens maatgevende omstandigheden' die eenmaal per 100 of 300 jaar kunnen optreden, wordt een toename van de gevolgschade bij een overstroming vanuit de Friese boezem voorkomen. Voor het bepalen van de hoogteligging van het plangebied verwijzen wij u graag door naar http://www.ahn.nl/index.html Ruimtelijke adaptatie Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Het is belangrijk kansen te benutten om het gebied klimaat robuust in te richten.

Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. Voor veel maatregelen geldt bovendien dat ze kosteneffectief zijn, als ze maar in een vroeg stadium in het planvormingsproces worden meegenomen. Meer informatie hierover is te vinden op De Friese klimaatatlas : www.frieseklimaatatlas.nl Opslag agrarische bedrijfsstoffen Vanaf het erf mogen geen verontreinigende stoffen in het oppervlaktewater terecht komen. Door mest en perssappen uit de voeropslagen kan verontreiniging worden veroorzaakt als deze naar de bodem of het oppervlaktewater (af)stromen. Per 1 januari 2018 is de Maatlat Schoon Erf van kracht, www.maatlatschoonerf.nlDe maatlat is opgenomen in de MIA/Vamil regeling. Ook door afstromend regenwater dat in contact is geweest met een niet bezemschoon erf en een niet bezemschone voeropslag kan het oppervlaktewater verontreinigd worden. De initiatiefnemer dient deze erfafspoeling te allen tijde te voorkomen door bepaalde maatregelen te nemen. Voor informatie en advies over erfinrichting kunt u contact opnemen met cluster Handhaving van Wetterskip Fryslân.

Informatie waterobjecten Voor meer informatie over bijvoorbeeld de ligging en de beheer- en onderhoudsstatus van waterobjecten in het plangebied verwijzen wij u door naar leggerkaart op onze website: www.wetterskipfryslan.nl/kaarten/leggerkaart Beleid Wetterskip Fryslân En wat doen we morgen met water? In het Waterbeheerplan 2016 2021 beschrijft Wetterskip Fryslân de doelen voor de komende jaren, voor meer informatie zie onze website www.wetterskipfryslan.nl/waterbeheerplan-2016-2021 Waterwet Voor bepaalde werkzaamheden bij water of dijken heeft u een watervergunning nodig. Soms is het doen van een melding voldoende. Een watervergunning aanvragen is dan niet nodig. U kunt eerst checken wat u nodig heeft. Op onze website www.wetterskipfryslan.nltreft u meer informatie aan over de Waterwet en u kunt daar onder andere ook meldingsformulieren en het aanvraagformulier voor een watervergunning downloaden. Afronding watertoetsprocedure In de besluitvormingsfase, ten tijde van het toesturen van het voorontwerp bestemmingsplan of ontwerp omgevingsvergunning, controleert Wetterskip Fryslân of de waterbelangen voldoende zijn meegenomen en geborgd in het ruimtelijke plan of besluit.

Vragen Mocht u nog vragen hebben over de uitgangspunten notitie of graag in gesprek gaan over de uitwerking van de waterbelangen in het plan dan gaan wij graag met u in gesprek. Wetterskip Fryslân denkt graag met u mee! U kunt contact met ons opnemen via de onderstaande contactgegevens. Privacyverklaring Wetterskip Fryslân verwerkt uw naam, adres, telefoonnummer, e-mailadres en kadastrale gegevens om uw aanvraag te behandelen. De grondslag van de verwerking van deze gegevens zijn taken in het algemeen belang die in het Besluit Ruimtelijke Ordening aan het waterschap zijn opgedragen. Wij hebben gegevens van u ontvangen en verdere gegevens zullen wij opvragen uit het kadaster en ons geografische informatie systeem. Uw gegevens worden na afronding van uw aanvraag permanent bewaard. U heeft recht op inzage, een kopie, rectificatie, wissing, beperking, bezwaar en het indienen van een klacht bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Een verzoek daartoe kunt u doen via privacy@wetterskipfryslan.nl. Nadere informatie over de verwerking van uw gegevens en uw rechten vindt u op https://www.wetterskipfryslan.nl/over-de-site/privacyverklaring

Met vriendelijke groet, Wetterskip Fryslân Postbus 36 8900 AA Leeuwarden T 058 292 2222 E info@wetterskipfryslan.nl www.dewatertoets.nl

Powered by TCPDF (www.tcpdf.org)

bestemmingsplan De Bult 5a, Appelscha

Bijlage 4 Wateradvies

57

RE: Vooroverleg Bestemmingsplan De Bult 5A, Appelscha Inge Waterlander <iwaterlander@wetterskipfryslan.nl> Wo 10-2-2021 15:53

Aan: Pijlman, Berend <B.Pijlman@ooststellingwerf.nl>

Geachte heer Pijlman, beste Berend, Op januari jl. ontvingen wij in het kader van vooroverleg het concept bestemmingsplan De Bult a, Appelscha . Voor dit plan is op november een digitale watertoets doorlopen. In het wateradvies zijn onze uitgangspunten voor de opgegeven wateraspecten opgenomen. Aanvullend daarop hebben wij met de heer Gorissen en de initiatiefnemer afstemming gehad over de beschermingszone van onze hoofdwatergang langs de zuidzijde van het plangebied. Aan de hand daarvan hebben wij op februari een aangepast inpassingsplan ontvangen waarbij de beschermingszone langs de hoofdwatergang volledig vrij blijft. Voor deze oplossing hebben wij akkoord gegeven. Ook kunnen wij instemmen met de aangepaste tekst van de waterparagraaf zoals die door de heer Gorissen opgesteld is. Wij gaan er van uit dat deze aanpassingen verwerkt worden in het bestemmingsplan. Hopende u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Mei freo like groet is,

et vriendelijke groet,

Inge Waterlander Adviseur Waterbeheer Werkdagen: ma | wo | vr Wetterskip Fryslân T

| Postbus

,

AA Leeuwarden E iwaterlander@wetterskipfryslan.nl |

Van: Pijl a , Bere d [ ailto:B.Pijl a @ooststelli g erf. l] Verzonden: rijdag ja uari : Aan: 'pro i ie@frysla .frl' <pro i ie@frysla .frl>; I fo <i fo@ e erskipfrysla . l>; 'i fo@ ra d eerfrysla . l' <i fo@ ra d eerfrysla . l>; 'Tea Ro te Pro i ie Frysla ' <ro te@frysla .frl> Onderwerp: Vooro erleg Beste i gspla De Bult A, Appels ha Geachte heer/mevrouw, Graag ontvangen wij uw reactie op het bijgevoegde conceptbestemmingsplan in het kader van het vooroverleg zoals bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Met het bestemmingsplan wordt de mogelijkheid tot de bouw van een woning omgezet naar de mogelijkheid om drie recreatiewoningen te bouwen. Met vriendelijke groet, Berend Pijlman medewerker ruimtelijke ordening Aanwezig op: ma, di, wo, do, vr

Bezoekadres 't Oost 11 8431 LE Oosterwolde Postadres Postbus 38 8430 AA Oosterwolde

Algemeen bereikbaar T 14 0516

Direct nummer T (0516) 56 62 49

Internet @owerf www.ooststellingwerf.nl

Directe mail B.Pijlman@ooststellingwerf.nl www.ooststellingwerf.nl

Wij zijn Fair Trade - Denk aan het milieu voor u besluit deze mail te printen

De k aa het

ilieu oordat u dit eri ht pri t.

Dit eri ht is allee

Powered by TCPDF (www.tcpdf.org)

este d oor de geadresseerde . Aa dit eri ht ku

e gee re hte

orde o tlee d.

bestemmingsplan De Bult 5a, Appelscha

Bijlage 5 Ecologisch onderzoek

61

Ecologische quickscan De Bult 5a te Appelscha

Ecologisch onderzoek en advies

2

Colofon

Titel: Ecologische quickscan De Bult 5a te Appelscha

Opdrachtgever: Pieter Gorissen (Gorissen Ruimtelijk Advies)

Uitvoering veldwerk: Erik Visser

Rapportage: Jorna Arisz

Versie 2 - definitief

Datum: 29-08-2020

Contactgegevens: contact@doorneco.nl

3

4

Inhoudsopgave 1. Inleiding ................................................................................................................................. 7 1.1 Aanleiding ........................................................................................................................ 7 1.2 Plangebied ........................................................................................................................ 7 1.2.1 Ligging plangebied .................................................................................................... 7 1.2.2 Beschrijving plangebied ............................................................................................. 7 1.3 Methodiek ....................................................................................................................... 11 2. Wet natuurbescherming........................................................................................................ 12 2.1 Soortenbescherming ....................................................................................................... 12 2.2 Gebiedsbescherming ....................................................................................................... 14 2.2.1 Directe aantasting van N2000 gebieden of aangewezen soorten of habitattypen ....

15 2.2.2 Stikstof effect ........................................................................................................... 15 2.3 Houtopstanden ................................................................................................................ 15 3. Resultaten ecologische quickscan ........................................................................................ 16 3.1 Flora ................................................................................................................................ 16 3.2 Vogels ............................................................................................................................. 16 3.2.1 Vogelsoorten met jaarrond beschermde nestplaatsen .............................................. 16 3.2.2 Overige broedvogels ................................................................................................ 16 3.3 Zoogdieren ...................................................................................................................... 17 3.3.1 Vleermuizen ............................................................................................................. 17 3.3.2 Overige zoogdiersoorten ..........................................................................................

17 3.4 Amfibieën, reptielen en vissen ....................................................................................... 17 3.5 Ongewervelden ............................................................................................................... 17 4. Conclusies en vervolgstappen .............................................................................................. 18 4.1 Resultaten quickscan ...................................................................................................... 18 4.2 Voorwaarden en vervolgstappen .................................................................................... 18 Bijlage 1. Beschermde soorten Wnb ........................................................................................ 20 Bijlage 2. Overzicht vogelsoorten met jaarrond beschermde nestplaatsen .............................. 22 Bijlage 3. Beschermde soorten die zijn vrijgesteld door de provincie Fryslân ........................ 23

5

6

1. Inleiding 1.1 Aanleiding Er is het voornemen om op de voormalige caravanstandplaats aan De Bult 5a te Appelscha drie nieuwe recreatiewoningen te bouwen. Gorissen Ruimtelijk Advies verzorgt de ruimtelijke procedures voor deze ontwikkeling. Ruimtelijke ontwikkelingen dienen te worden getoetst aan de Wet natuurbescherming (Wnb). Voorliggende ecologische quickscan biedt inzicht in de (mogelijke) aanwezigheid van onder de Wnb beschermde soorten op de locatie. Met deze stappen tezamen wordt bepaald of en zo ja welke vervolgstappen nodig zijn om de geplande werkzaamheden binnen de kaders van de Wnb uit te voeren.

1.2 Plangebied 1.2.1 Ligging plangebied

Het plangebied bevindt zich aan De Bult te Appelscha (provincie Fryslân). De nieuwbouw van de recreatiewoningen is centraal op het terrein voorzien. Figuur 1 geeft de begrenzing van het plangebied weer.

Figuur 1. Begrenzing van het plangebied, binnen rood kader (ondergrond: © OpenStreetMap-auteurs)

1.2.2 Beschrijving plangebied

De drie recreatiewoningen zullen worden gerealiseerd aan De Bult 5a te Appelscha. De figuren 2 tot en met 5 geven een impressie van het plangebied en de directe omgeving. In de huidige situatie bestaat het beoogde bouwblok uit onbebouwd terrein. Het terrein heeft ten tijde van de ecologische quickscan een semi-agrarische functie, de nevenfunctie is opslag 7

van materialen, grond, de verwijderde bomen en bijbehorend snoeiafval. Een ander deel van het terrein wordt gebruikt voor het houden van een varken. Lokaal is er sprake van begroeiing met kruiden en ruigere grassoorten.. Langs de noordwestzijde is een gemaaid graspad aanwezig en aan de zuidoostzijde loopt een watergang westelijk het veld in. Op het bestaande bouwblok staan tevens enkele kleine houten schuurtjes. Hierbij dient te worden opgemerkt dat het plangebied enige tijd geleden ingrijpend is gewijzigd. Figuur 7 geeft het plangebied in 2016 weer. In de toenmalige situatie stonden en er diverse bomen en andere opgaande vegetatie op het terrein. Ook was toen een houten (sta)caravan aanwezig. De functie was destijds ook caravanstandplaats. Het is niet uit te sluiten dat met de ontwikkeling tot aan de huidige situatie reeds ecologische waarden verloren zijn gegaan. Voorliggende ecologische quickscan heeft echter betrekking op de huidige situatie van het plangebied.

Figuur 2. Impressie van het beoogde bouwblok

8

Figuur 3. Impressie van de huidige situatie van het beoogde bouwblok

Figuur 4. Impressie van het bouwblok

9

Figuur 5. Het grazende varken binnen het plangebied

Figuur 6. De situatie anno juni 2016 (Google – Street View)

10

1.3 Methodiek Voor de locatie is een ecologische quickscan uitgevoerd. Hiervoor heeft op maandag 15 juni 2020 een veldbezoek op de locatie plaatsgevonden. Deze is uitgevoerd in de ochtend. Tijdens het veldbezoek was het bewolkt, droog, weinig tot geen wind uit westelijke richting, bij een temperatuur van ca. 16°C. Tijdens het veldbezoek is het plangebied visueel onderzocht op aanwezigheid van beschermde soorten, dan wel potentie hiervoor. Met deze gegevens en beschikbare gegevens uit externe bronnen is vervolgens een beoordeling gemaakt van de locatie voor beschermde soorten.

11

2. Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet Natuurbescherming van kracht geworden. Deze vervangt de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet. De Wet natuurbescherming regelt hiermee de soorten- en gebiedsbescherming en tevens de Boswet.

2.1 Soortenbescherming De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. De Wet natuurbescherming kent dus drie categorieën beschermde soorten (zij bijlage 1 en 2): 1. Ten eerste worden alle van nature in Nederland in het wild levende vogels beschermd volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn. 2. Ten tweede worden soorten beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn. 3. Tenslotte is er een beschermingsregime voor ‘andere soorten’ waaronder soorten vallen die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven. Van de soorten die worden beschermd onder de Vogelrichtlijn is geen limitatieve lijst beschikbaar. Het gaat om ca. 700 soorten die van nature op het grondgebied van de Europese Unie voorkomen. In de praktijk betreft het alle soorten die in Nederland als broedvogel, standvogel, wintergast of doortrekker aanwezig kunnen zijn (niet zijnde exoten), in totaal ca. 290 soorten.

Op alle vogels is het beschermingsregime van paragraaf 3.1 van de Wet natuurbescherming van toepassing. De regelgeving aangaande vogelsoorten met jaarrond beschermde nestplaatsen is onder de Wet natuurbescherming gecontinueerd. De Europees beschermde soorten, niet vogels zijnde, bestaan uit soorten van de Habitatrichtlijn bijlage IV onderdeel a inclusief het Verdrag van Bern bijlage II en het Verdrag van Bonn bijlage I, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt. Op deze soorten is het beschermingsregime van paragraaf 3.2 van de Wet natuurbescherming van toepassing. Daarnaast kent de soortenbescherming ook de term zorgplicht. Of dier- en plantensoorten nu wettelijk beschermd zijn of niet, iedereen moet voldoende rekening houden met in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De wet erkent daarmee de intrinsieke waarde van in het wild levende soorten. “De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. De zorgplicht kan door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”. De andere, ‘nationale’ soorten staan vermeld in een bijlage van de wet die hoort bij artikel 3.10. In deze bijlage staan soorten uit de soortgroepen zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten.

Het betreft een limitatieve lijst. Op deze soorten is het beschermingsregime van paragraaf 3.3 van de Wet natuurbescherming van toepassing. Onder de Wet natuurbescherming is niet altijd een ontheffing nodig bij handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod, die wordt vastgesteld voor een van te voren bepaalde categorie van gevallen. 12

Er zijn verschillende vrijstellingen van de verboden voor beschermde soorten mogelijk. Een bekende en reeds in de praktijk toegepaste vorm van vrijstelling is die van de gedragscode. In de Wet natuurbescherming zijn voor beschermde soorten ook andere vormen van vrijstelling geïntroduceerd, zoals via een provinciale verordening. De vrijgestelde soorten zijn provincie afhankelijk en terug te vinden in bijlage 3. Voor handelingen is een ontheffing van de verbodsbepalingen nodig als: • Er geen maatregelen mogelijk zijn om het overtreden van de verbodsbepalingen te voorkomen; • Er geen vrijstelling geldt op grond van een provinciale verordening, gedragscode, beheerplan Natura 2000, programmatische aanpak of een ministeriële regeling. Een ontheffing wordt aangevraagd door de initiatiefnemer waarna een besluit over de aanvraag wordt genomen door het bevoegd gezag (de betreffende provincie). Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: • Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. • Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid.

• Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. De wet natuurbescherming kent een aanhaakverplichting. Indien de Wnb relevant is voor een project dient deze aan te haken bij de betreffende aan te vragen omgevingsvergunning indien vooraf geen losse aanvraag bij de provincie is ingediend. De betreffende provincie hoeft hierop nog niet te hebben besloten, enkel dient de aanvraag te zijn ingediend.

13

2.2 Gebiedsbescherming De Europese Unie (EU) wil de biodiversiteit in Europa beschermen met Natura 2000. Om de natuur in Europa als geheel te beschermen en te ontwikkelen, werken de lidstaten samen aan Natura 2000. De Nederlandse bijdrage aan dit Europese netwerk van beschermde natuurgebieden bestaat uit ruim 160 gebieden. Volgens deze Europese richtlijnen moeten lidstaten specifieke diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving (habitat) beschermen om de biodiversiteit te behouden. Nederland kent ruim 160 Natura 2000-gebieden. Dit Natura 2000 netwerk bestaat uit gebieden die zijn aangewezen onder de Vogelrichtlijn en onder de Habitatrichtlijn. Beide Europese richtlijnen zijn belangrijke instrumenten om de Europese biodiversiteit te waarborgen. Alle Vogel- of Habitatrichtlijngebieden zijn geselecteerd op grond van het voorkomen van soorten en habitattypen die vanuit Europees oogpunt bescherming nodig hebben. Een deel van de Natura 2000-gebieden is inmiddels definitief aangewezen. Dat gebeurt in de vorm van een aanwijzingsbesluit. In het aanwijzingsbesluit staat welke doelen Nederland nastreeft voor een bepaald gebied, bijvoorbeeld welke planten en dieren bescherming verdienen. Vervolgens komt er in nauw overleg met betrokken partijen een beheerplan, waarin onder andere staat beschreven welke maatregelen nodig zijn om de doelen te behalen.

14

Het is verboden om zonder vergunning in of in de nabijheid van een Natura 2000-gebied activiteiten uit te voeren die de kwaliteit van een aangewezen gebied verminderen. Dit geldt ook voor de aantasting, verslechtering of verstoring van de leefgebieden van plant- en diersoorten in het gebied. Er is een vergunning nodig als: • De initiatiefnemer een project wil realiseren of een handeling wil verrichten in een gebied dat is aangewezen als Natura 2000-gebied; • niet kan worden uitgesloten dat de activiteiten de kwaliteit aantasten van natuurlijke habitats of de habitats verslechteren; • niet kan worden uitgesloten dat de activiteiten een verstorend effect hebben op de plant- en diersoorten waarvoor het gebied is aangewezen; • deze activiteiten niet genoemd zijn in een natuurbeheerplan 2.2.1 Directe aantasting van N2000 gebieden of aangewezen soorten of habitattypen

De planlocatie bevindt zich op een afstand van ca. 500 meter van het nabijgelegen Natura 2000-gebied Drents Friese Wold. Op het terrein vinden in de huidige situatie op regelmatige basis voertuigbewegingen plaats. Ondanks de beperkte afstand zijn daarom directe effecten op Natura 2000-gebieden of Habitattypen en Vogelrichtlijnsoorten op voorhand uit te sluiten. Dit geldt ook voor een eventueel verstorend effect op aangewezen soorten voor dit gebied. 2.2.2 Stikstof effect

Verhoogde uitstoot van stikstof kan leiden tot verhoogde depositie op Natura 2000-gebieden. Veel Natura 2000-gebieden zijn aangewezen voor habitattypen die gevoelig zijn voor stikstof, zeker aangezien in vrijwel alle gebieden en vele habitattypen de Kritische Depositie Waarde (KDW) voor stikstof op dit moment wordt overschreden. Een voertuig aantrekkende werking van de ontwikkeling is niet aan de orde. Tijdens de aanlegfase kan er in potentie sprake zijn van uitstoot van stikstof. Een aanvullende toetsing op een eventueel stikstofeffect tijdens de aanlegfase maakt geen onderdeel uit van de scope van voorliggende quickscan.

2.3 Houtopstanden De Wet natuurbescherming kent ook het onderdeel houtopstanden. Voor locaties binnen de bebouwde kom Boswet is de gemeente verantwoordelijk en gelden de gemeentelijke bepalingen in relatie tot het doen van een kapmelding. Voor locaties buiten de bebouwde kom boswet is de provincie Bevoegd Gezag. Een kapmelding bij de provincie dient minimaal 6 weken en maximaal 1 jaar voor de daadwerkelijke kap te zijn gedaan. Over het algemeen geldt een herplantplicht. De Wet natuurbescherming, onderdeel Houtopstanden is als volgt gedefinieerd: 1. Wanneer de te kappen bomen of omgevallen/beschadigde bomen door bijvoorbeeld storm buiten de 'bebouwde kom Boswet' liggen is de provincie Bevoegd Gezag. De gemeente stelt de grenzen van de ‘bebouwde kom Boswet’ vast. Deze grenzen kunnen afwijken van de ‘bebouwde kom Verkeerswet’. Bij twijfel kunt u het beste navraag doen bij de gemeente; 2. Wanneer de omvang van de te kappen bomen of omgevallen/beschadigde bomen door bijvoorbeeld storm, groter is dan 10 are (1.000 vierkante meter) of wanneer het gaat om bomen in een rijbeplanting van 20 bomen of meer; Indien voor de ontwikkeling bomen worden gekapt, dan wordt geadviseerd contact op te nemen met de gemeente. 15

3. Resultaten ecologische quickscan 3.1 Flora Binnen het directe plangebied zijn geen beschermde plantensoorten aanwezig. Het plangebied heeft een agrarische functie, waarvan een groot deel wordt begraasd door een varken. Slechts op een klein deel van het terrein komen kruiden tot ontwikkeling. Dit zijn echter algemene soorten van voedselrijke omstandigheden zoals zuring, brandnetel, melde, wikke, etc. Dit vormt geen geschikte habitat voor beschermde plantensoorten.

3.2 Vogels 3.2.1 Vogelsoorten met jaarrond beschermde nestplaatsen

In het directe plangebied staan geen gebouwen of bomen. Aanwezigheid van vogelsoorten met jaarrond beschermde nestplaatsen kan hierdoor worden uitgesloten. Er was wel een groep van ca. 50 foeragerende huismussen (figuur 7) aanwezig die veelvuldig gebruikt maakten van de bult snoeiafval als schuilplaats. Hierbij foerageerden de mussen zowel binnen het plangebied als het aangrenzende graslandperceel.

Figuur 7. De aanwezige bult snoeiafval herbergde ca. 50 huismussen

3.2.2 Overige broedvogels

Tijdens het veldbezoek zijn in het plangebied geen broedende vogels waargenomen. De bult snoeiafval is wel geschikt als broedplaats voor de tijdens het veldbezoek aanwezige merel. Deze bult kan tevens door enkele andere algemene broedvogels worden gebruikt.

16

3.3 Zoogdieren 3.3.1 Vleermuizen

In de huidige situatie zijn in het directe plangebied geen voor vleermuizen geschikte gebouwen of bomen aanwezig. De locatie is te klein voor een functie als essentieel foerageergebied en wordt omringd door voor vleermuizen geschikte foerageerlocaties (o.a. Drents Friese Wold op ca. 500 meter afstand). 3.3.2 Overige zoogdiersoorten

In het directe plangebied zijn enkele kleine schuurtjes en geen bomen aanwezig. Aanwezigheid van verblijfplaatsen van o.a. marters kan hierdoor worden uitgesloten. Verspreid over het terrein kunnen diverse algemene muizensoorten worden aangetroffen. Het plangebied zou geschikt leefgebied kunnen vormen voor kleine marterachtigen. Overige beschermde zoogdiersoorten zijn in het plangebied uit te sluiten door de agrarische functie waardoor dekking ontbreekt.

3.4 Amfibieën, reptielen en vissen Hoewel in het aanliggende Drents Friese Wold beschermde reptielsoorten voorkomen, zijn deze niet te verwachten in het plangebied. Er is geen verbinding met dit natuurgebied vanuit het plangebied. Bovendien is de planlocatie marginaal geschikt omdat het gebruikt wordt om een varken te houden. Binnen het plangebied is geen open water aanwezig. Aanliggende watergangen vormen geen geschikt leefgebied voor zwaarder beschermde amfibieën of vissen, omdat hier sprake is van een voedselrijke situatie.

3.5 Ongewervelden In het plangebied kan voorkomen van beschermde ongewervelden worden uitgesloten. Binnen het plangebied en de directe omgeving is sprake van regulier agrarisch gebruik zonder poelen of watergangen met hoge waterkwaliteit. Er is hierdoor geen sprake van geschikt leefgebied voor deze groep soorten.

17

4. Conclusies en vervolgstappen 4.1 Resultaten quickscan Op de locatie kunnen onder de Wnb beschermde soorten worden verwacht. • Huismus (leefgebied). In de huidige situatie zijn in het plangebied geen potentiële nestplaatsen aanwezig. Tijdens het veldbezoek zijn in de bult snoeiafval ca. 50 huismussen waargenomen. Deze foerageerden binnen het plangebied en het aangrenzende perceel. Gezien het aanwezige aantal (tijdens het broedseizoen) is niet uit te sluiten dat er sprake is van essentieel leefgebied voor huismus. Essentieel leefgebied dat nodig is voor het behoud van nestplaatsen van huismus valt ook onder de bescherming van de Wet natuurbescherming. • Nestplaatsen van diverse broedvogelsoorten. In de bestaande berg snoeiafval en kleine schuurtjes kunnen enkele broedvogels voorkomen. Indien voor de ontwikkeling de berg snoeiafval en de kleine schuurtjes moeten worden verwijderd, dan dient dit buiten het broedseizoen te worden gedaan (dus in de periode 16 juli – 14 maart). Voor deze soorten geldt de zorgplicht. • In de groensingel aan de noordwestzijde van de locatie kunnen enkele broedvogelsoorten voorkomen. Indien voor de ontwikkeling deze groenstrook moet worden gerooid, dan dient dit buiten het broedseizoen te worden gedaan (dus in de periode 16 juli – 14 maart).

• Op de locatie kunnen enkele vrijgestelde soorten voorkomen, zoals kleine marterachtigen en algemene muizensoorten. Deze soorten zijn vrijgesteld door de provincie Fryslân. Voor deze soorten geldt echter wel de zorgplicht.

4.2 Voorwaarden en vervolgstappen Om te voldoen aan de bepalingen uit de Wet natuurbescherming is het noodzakelijk om rekening te houden met aanwezige beschermde soorten Huismus: voor huismus zijn twee scenario’s mogelijk: 1. Nader onderzoek naar een eventuele functie van essentieel foerageergebied uit te voeren tijdens het broedseizoen van huismus (in de periode half maart – half juni). 2. Op basis van het uitgevoerde veldbezoek ervan uit gaan dat er sprake is van essentieel leefgebied van huismus Onder het eerste scenario bepaalt de uitkomst van het nader onderzoek welke vervolg stappen nodig zijn. Onder het tweede scenario is er noodzaak tot het treffen van vervolgstappen. Het gaat hierbij om het volgende stappenplan: • Opstellen inrichtingsplan. Het doel hiervan is het terrein in te richten zodat dekking en voedsel aanwezig is en blijft gedurende en na afloop van de werkzaamheden; • Inrichten terrein obv inrichtingsplan. Om ervoor zorg te dragen dat er geen tijdelijke afname plaatsvindt, dient het groen op te terrein voorafgaand aan de bouw reeds te zijn gerealiseerd; • Uitvoeren bouwwerkzaamheden buiten het broedseizoen van huismus. Dit houdt in dat de bouwwerkzaamheden geheel dienen te worden uitgevoerd in de periode 1 september – 14 maart; • Indien hier niet aan kan worden voldaan dient onder scenario twee ontheffing te worden aangevraagd bij de provincie Fryslân. 18

Broedvogels in algemene zin: Werkzaamheden uitvoeren buiten het broedseizoen. Overige aanwezige soorten (beschermd en niet beschermd): Naleven zorgplicht.

19

Bijlage 1. Beschermde soorten Wnb Soorten beschermd onder paragraaf 3.2 Wnb (artikel 3.5 en 3.8; zgn. Europees beschermde soorten) Drijvende waterweegbree Groenknolorchis Kruipend moerasscherm Zomerschroeforchis

Gladde slang Zandhagedis Muurhagedis Donker pimpernelblauwtje Grote vuurvlinder Moerasparelmoervlinder Pimpernelblauwtje Teunisbloempijlstaart Tijmblauwtje Zilverstreephooibeestje

Bever Hamster Hazelmuis Lynx Noordse woelmuis Otter Wilde kat Wolf

Bronslibel Gaffellibel Gevlekte witsnuitlibel Oostelijke witsnuitlibel Sierlijke witsnuitlibel Noordse winterjuffer Groene glazenmaker Rivierrombout

Alle in Nederland voorkomende soorten vleermuizen Bruinvis Gewone dolfijn Tuimelaar Witflankdolfijn Witsnuitdolfijn

Brede geelgerande waterkever Gestreepte waterroofkever Heldenbok Juchtleerkever Vermiljoenkever

Houting Steur Heikikker Poelkikker Boomkikker Geelbuikvuurpad Kamsalamander Knoflookpad Rugstreeppad Vroedmeersterpad

Platte schijfhoren Bataafse stroommossel

20

Soorten beschermd onder paragraaf 3.3 van de Wet natuurbescherming (artikel 3.10 en 3.11; zgn. overige beschermde soorten) 76 Soorten planten

Alpenwatersalamander Bruine kikker Gewone pad Meerkikker Bastaardkikker / middelste groene kikker Kleine watersalamander Vinpootsalamander Vuursalamander

Aardmuis Boommarter Bosmuis Bunzing Damhert Das Dwergmuis Dwergspitsmuis Edelhert Egel Eikelmuis Gewone bosspitsmuis Grote bosmuis Haas Hermelijn Huisspitsmuis Konijn Molmuis Ondergrondse woelmuis Ree Rosse woelmuis Steenmarter Tweekleurige bisspitsmuis Veldmuis Veldspitsmuis Vos Waterspitsmuis Wezel Wild zwijn Woelrat

Adder Hazelworm Ringslang Levendbarende hagedis Beekdonderpad Beekprik Elrits Gestippelde alver Grote modderkruiper Kwabaal 20 Soorten vlinders Beekrombout Bosbeekjuffer Donkere waterjuffer Gevlekte glanslibel Gewone bronlibel Hoogveenglanslibel Kempsense heidelibel Speerwaterjuffer Vliegend hert

Gewone zeehond Grijze zeehond

Europese rivierkreeft

21

Bijlage 2. Overzicht vogelsoorten met jaarrond beschermde nestplaatsen Steenuil

categorie 1

Huismus Gierzwaluw Roek

categorie 2 categorie 2 categorie 2

Grote gele kwikstaart Kerkuil Oehoe Ooievaar Slechtvalk

categorie 3 categorie 3 categorie 3 categorie 3 categorie 3

Boomvalk Buizerd Havik Ransuil Sperwer Wespendief Zwarte wouw

categorie 4 categorie 4 categorie 4 categorie 4 categorie 4 categorie 4 categorie 4

Categorie 5: Blauwe reiger Boerenzwaluw Bonte vliegenvanger Boomklever Boomkruiper Bosuil Brilduiker Draaihals Eidereend Ekster Gekraagde roodstaart Glanskop Grauwe vliegenvanger Groene specht Grote bonte specht Hop IJsvogel

Kleine bonte specht Kleine vliegenvanger Koolmees Kortsnavelboomkruiper Oeverzwaluw Pimpelmees Raaf Ruigpootuil Spreeuw Tapuit Torenvalk Zeearend Zwarte kraai Zwarte mees Zwarte roodstaart Zwarte specht

22

Bijlage 3. Beschermde soorten die zijn vrijgesteld door de provincie Fryslân Aardmuis Bosmuis Bunzing Dwergmuis Dwergspitsmuis Egel Gewone bosspitsmuis Haas Hermelijn Huisspitsmuis Konijn Ondergrondse woelmuis Ree Rosse woelmuis Steenmarter Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis Vos Wezel Woelrat

Microtus agrestis Apodemus sylvaticus Mustela putorius Micromys minutus Sorex minutus Erinaceus europaeus Sorex araneus Lepus europeus Mustela erminea Crocidura russula Oryctolagus cuniculus Pitymys subterraneus Capreolus capreolus Clethrionomys glareolus Martes foina Sorex coronatus Microtus arvalis Vulpes vulpes Mustela nivalis Arvicola terrestris

Bruine kikker Rana temporaria Gewone pad Bufo bufo Kleine watersalamander Triturus vulgaris Meerkikker Rana ridibunda Middelste groene kikker / Bastaardkikker Rana esculenta

23

bestemmingsplan De Bult 5a, Appelscha

86

bestemmingsplan De Bult 5a, Appelscha

Bijlage 6 Reactie provincie

87

ö

provinsje fryslan provincie fryslan ^

<f^

postbus 20120 8900 hm leeuwarden

College van burgemeester en wethouders van de gemeente Ooststellingwerf Postbus 38 8430 AA OOSTERWOLDE

tweebaksmarkt 52 (058) 292 59 25

c^

www.fryslan.frl provincie@fryslan.frl www.twitter.com/provfryslan

(V

ö

• fH

O u

Leeuwarden, 2 maart 2021 Verzonden, 2 «Mill 2021 Ons kenmerk Afd./Opgave Behandeld door Uw kenmerk Bijlage(n)

: 01850643 : Omgevingszaken : Omgevingszaken / (058) 292 59 25 of romte@fryslan.frl

Onderwerp

: voorontwerp bestemmingsplan Appelscha, De Bult 5a

Geacht college. Op 15 januari 2021 is bovengenoemd plan ter advisering ontvangen. De provinciale belangen in het plan geven aanleiding tot het maken van de volgende opmer­ kingen. Recreatieve ontwikkelingen (cat.2, interpretatie verordening/motivering) Uw verzoek behelst het realiseren van twee recreatiewoningen in één hoofdgebouw en een vrijstaande recreatiewoning achter op het perceel. Het bestemmingsplan kent een woonbe­ stemming met een oppervlak van 1230 m^ en op basis van de regels mag er één hoofdgebouw worden toegestaan van maximaal 175 m^. Het betreft een perceel zonder bebouwing, ook in het verleden heeft op het perceel geen woning gestaan. Op basis van de Verordening Romte Fryslan is het niet mogelijk om nieuwe recreatiewoningen te realiseren (artikel 5.1.2.). Kleinschalige dag- en verblijfsrecreatie artikel 5.5.1 van de Veror­ dening Romte biedt de mogelijkheid tot het realiseren van recreatiewoningen in bestaande bebouwing (lid 1 sub. c) of in de vorm van nieuwe bebouwing binnen of aangrenzend aan bestaand stedelijk gebied (lid 1 sub. d). Aan beide voorwaarden wordt niet voldaan. Ik ben mij bewust van het feit dat er morgen een omgevingsvergunning voor de bouw van een woning kan worden afgegeven.

Op basis van artikel 1.2.1 ‘Hergebruik vrijkomende (niet-) agra­ rische bebouwing’ van de verordening, kan de betreffende woning vervolgens worden omgezet middels lid 2 sub b, in één of meerdere (verblijfs)recreatieve functies. Ik zal dan ook geen zienwijze indienen op een ontwerp bestemmingsplan waarin een hoofdgebouw van 175 m^ wordt benut ten behoeve van verblijfsrecreatie functies.

- 1 /2-

Ons kenmerk:

01850643

ö provinsje fryslän provincie fryslän ^ Het realiseren van een vrijstaande recreatiewoning op het achtererf is niet passend binnen de VRF. Zoals hiervoor reeds benoemd, is het realiseren van nieuwe vrijstaande recreatiewonin­ gen alleen mogelijk op basis van artikel 1.5.1 lid 1 sub d van de verordening, echter alleen in of nabij bestaand stedelijk gebied. In het voorliggende voorontwerp bestemmingsplan is dit niet aan de orde. Landschappelijke inpassing (cat.2, interpretatie verordening/motivering) Het realiseren van een nieuw erf in de vorm van 2 of 3 recreatiewoningen in één bouwvolume vereist een zorgvuldige landschappelijke inpassing. Ik adviseer u om te komen tot een nieuw erf met daarbij een robuuste landschappelijke inpassing.

Juridische advisering (cat.5, omgevingstoets) Op basis van het voorgaande is het advies om te komen tot één hoofdgebouw met een opper­ vlak van 175 m^ conform de huidige woonbestemming. Binnen dit gebouw kunnen middels een aanduiding 2 of 3 recreatiewoningen worden gerealiseerd. Op basis van bovenstaande opmerkingen adviseer ik u om het voorontwerp bestemmingsplan aan te passen. Voor de betekenis van de categorie-aanduiding verwijs ik naar de brief van Gedeputeerde Sta­ ten van 8 februari 2019, betreffende “Aanpassing Notitie Inwerkingtreding Verordening Romte Fryslän".

Hoogachtend, Namens het college van Gedeputeerde Staten,

^

dhr. j~B05rna afdelingshoofd Omgevingszaken

-212-

CO

Ö

• fH

Voor het overige geeft het plan aanleiding tot de volgende opmerkingen.

T

9

Ons kenmerk:

01850643

O u

a

bestemmingsplan De Bult 5a, Appelscha

Bijlage 7 Advies brandweer

91

Aan het college van Burgemeester en wethouders van de gemeente Ooststellingwerf T.a.v. B. Pijlman Postbus 38 8430 AA Oosterwolde

Datum 19 januari 2021 Onze referentie UIT/21012951/BRW/BR/RB

Vooroverleg Bestemmingsplan De Bult 5A, Appelscha Uw brief van 15 januari 2021

Uw referentie

Postbus 612 8901 BK LEEUWARDEN T 088 22 99 666 F 088 22 99 661 I www.brandweerfryslan.nl E info@brandweerfryslan.nl

Behandeld door R. Reiker

Bijlagen 0

Doorkiesnummer 088 – 229 8652 E-mail r.reiker@brandweerfryslan.nl Pand-ID -

Onderwerp Advies bouw recreatiewoningen ‘De Bult 5a, Appelscha’

Geacht college, Op 15 januari 2021 heeft Brandweer Fryslân uw bericht ontvangen over de bouw van drie recreatiewoningen aan de Bult 5a in Appelscha. Ons belang is om de fysieke veiligheid en de brandweerzorg in Fryslân goed geregeld te hebben. De doelen die wij hiermee nastreven is het voorkomen en beperken van brand(gevaar) en slachtoffers en het borgen van een veilige en adequate incidentbestrijding. Daarom reageren wij middels dit advies op het toegezonden bestemmingsplan. Advies Brandweer Fryslân voorziet voor de bouw van de recreatiewoningen een knelpunt beschouwende vanuit het bluswater. In overeenstemming met de punten die genoemd zijn onder de kop ‘uitwerking’ van deze brief adviseert Brandweer Fryslân daarom om: - Een aanleg van een brandkraan in de Bult te overwegen nabij het erf van nummer 5a, zodat in geval van brand er bluswater gewonnen kan worden. Opgemerkt dient te worden dat er hier een waterleiding loopt die hiervoor eventueel gebruikt kan worden; Daarnaast willen wij als aandachtspunt meegeven om de woningen te voorzien van rookmelders. Situatie De eigenaar van De Bult 5a (hierna: 'initiatiefnemer') is voornemens ter plaatse drie hoogwaardige en volledig duurzame recreatiewoningen te bouwen. De recreatiewoningen komen in de plaats van de stacaravan én de twee bed & breakfast-eenheden die op het naastgelegen perceel (De Bult 5) gerealiseerd zouden worden.

Voor deze transitie is het onder meer noodzakelijk dat de plaatselijke woonbestemming gewijzigd wordt in een recreatieve bestemming.

Brief: UIT/21012951/BRW/BR/RB Pagina 2 van 4

Uitwerking Het voorliggende advies betreft een advies op grond van de Wet veiligheidsregio’s in relatie tot omgevingsveiligheid en de brandweerzorg. Brandweer Fryslân heeft in haar advies voor deze aanvraag gekeken naar onderstaande aspecten: - Omgevingsveiligheid; - Advies risico’s en brandweerzorg: ▪ Scenario’s; ▪ Opkomsttijd; ▪ Bereikbaarheid; ▪ Bluswater; - Zelfredzaamheid. Onderstaand zijn per aspect de uitwerkingen opgenomen. Omgevingsveiligheid Brandweer Fryslân voorziet voor het realiseren omgevingsveiligheid beschouwd geen knelpunt.

van

de

recreatiewoningen

vanuit

Het plangebied ligt niet binnen een invloedsgebied van risicovolle inrichtingen, buisleidingen met gevaarlijke stoffen en transportroutes met vervoer van gevaarlijke stoffen. Dit is ook in de ruimtelijke onderbouwing behorende het plan gebleken. Advies risico’s en brandweerzorg Brandweer Fryslân heeft de mogelijkheid een advies risico’s en brandweerzorg te geven in het kader van bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen. In een dergelijk advies komen aspecten aan bod die van belang zijn voor de basisbrandweerzorg. Hierbij valt te denken aan onder meer de opkomsttijd, bereikbaarheid en de beschikbaarheid van bluswater. Scenario ‘gebouwbrand’ Het meest waarschijnlijke scenario is een woningbrand. Gelet op de aard van het bouwwerk (woningen na 2003) is een volledig ontwikkelde brand over de gehele verdieping van de woning een realistisch scenario. Dit beschouwende als maatgevend scenario zal de inzet van de brandweer er primair op gericht zijn om de brand te blussen. Een dergelijke brand wordt bestreden door 1 blusvoertuig. De verwachting is dat bij een dergelijke brand naastgelegen gebouwen (woningen) geen direct gevaar lopen of in brand zullen raken. Opkomsttijd Brandweer Fryslân voorziet voor het realiseren van de woning vanuit de opkomsttijd beschouwd geen knelpunt.

Volgens Dekkingsplan 2.0 van Brandweer Fryslân valt het plangebied onder brandrisicogebied 3, waarbij een norm van 15 minuten geldt voor de opkomsttijd. Daarnaast stelt art. 3.2.1 lid 3 Besluit veiligheidsregio dat het bestuur van de veiligheidsregio geen opkomsttijden hoger dan 18 minuten mag vaststellen. Hoe hoger de opkomsttijd, des de groter de kans dat het volledige pand verloren gaat. De berekende opkomsttijd voor het eerst aankomende blusvoertuig in het plangebied ligt nabij de 12 minuten.

Brief: UIT/21012951/BRW/BR/RB Pagina 3 van 4

Bereikbaarheid Brandweer Fryslân voorziet voor het realiseren van de woning vanuit bereikbaarheid beschouwd geen knelpunt. Om een woning te kunnen bereiken is een erftoegangsweg nodig die meer dan 4,5 meter vrije breedte heeft en meer dan 4,2 meter vrije ruimte in de hoogte heeft, die in de breedte meer dan 3,25 meter verhard is en die berekend is op een totaalgewicht van 30 ton en een asbelasting van 11,5 ton. Om op te kunnen stellen is meer dan 4,5 meter breedte nodig. De benodigde bochtenstraal is R5.5 en R10. De brandweer hanteert als uitgangspunt voor de incidentbestrijding dat een locatie via een tweede onafhankelijke route benaderbaar moet zijn. Dit is noodzakelijk, omdat niet gegarandeerd kan worden dat de voor de hand liggende route altijd bruikbaar is. Tot slot moet op een bepaalde afstand van bouwwerken opgesteld kunnen worden, zodat bij brand voldoende inzetdiepte in het bouwwerk gegarandeerd is. Het erf ligt aan een doorgaande weg en is via twee zijden benaderbaar. Bluswater Brandweer Fryslân voorziet voor het realiseren van de woning vanuit bluswater beschouwd een knelpunt. Gelet op de aard van de bouwwerken (woningen na 2003) is een volledig ontwikkelde brand over de gehele verdieping van het bouwwerk het maatgevende scenario. Gewenst is dat tussen de 6 en 60 minuten minimaal 500 l/min beschikbaar is voor de brandbestrijding.

Dit kan gerealiseerd worden door af te leggen op een brandkraan met een opbrengst van minimaal 30 m3/uur die op maximaal 100 meter ligt. De ingang van het erf ligt op ongeveer 300 meter afstand van een brandkraan. De opbrengst is meer dan 500 l/min. Er is niet voldoende openwater in de omgeving aanwezig. De verwachting is dat er onvoldoende bluswater is om het genoemde brandscenario te kunnen bestrijden. Binnen de gemeente Ooststellingwerf worden bij dergelijke branden waterwagens ingezet met een capaciteit tussen de 6.000 en 10.000 liter. De waterwagens bieden weliswaar mogelijkheden, maar deze mogelijkheid zal het scenario van een volledig ontwikkelde brand niet afdekken. Brandweer Fryslân adviseert: - Om een aanleg van een brandkraan in de Bult te overwegen nabij het erf van nummer 5a, zodat in geval van brand er bluswater gewonnen kan worden. Opgemerkt dient te worden dat er hier een waterleiding loopt die hiervoor eventueel gebruikt kan worden. Zelfredzaamheid Brandweer Fryslân voorziet voor het realiseren van de woning vanuit zelfredzaamheid beschouwd geen knelpunten. Wel het aandachtspunt om de woningen te voorzien van rookmelders.

Brief: UIT/21012951/BRW/BR/RB Pagina 4 van 4

Afsluiting Mocht u naar aanleiding van bovenstaande nog vragen hebben, dan kunt u contact opnemen met Rutger Reiker, senior medewerker risicobeheersing van Brandweer Fryslân, te bereiken via 088 – 229 86 52. Graag willen wij van u vernemen hoe ons advies binnen uw organisatie wordt verwerkt. Deze informatie willen wij gebruiken bij de verdere ontwikkeling van onze adviestaak. Wij gaan ervan uit hiermee te hebben voldaan aan uw adviesaanvraag. Hoogachtend, Namens het dagelijks bestuur van Veiligheidsregio Fryslân, voor deze

ing. S. Veerbeek clusterhoofd risicobeheersing afdeling Noordwest Deze brief is in een automatisch proces opgemaakt en geaccordeerd en daarom niet ondertekend.

bestemmingsplan De Bult 5a, Appelscha

Regels

97

bestemmingsplan De Bult 5a, Appelscha

98

bestemmingsplan De Bult 5a, Appelscha

Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1

Inleidende regels

Begrippen

plan:

het bestemmingsplan 'De Bult 5a, Appelscha' met identificatienummer NL.IMRO.0085.BPDeBult5A-ON01 van de gemeente Ooststellingwerf; 1.2

bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels; 1.3

aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4

aanduidingsgrens:

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5

aanduidingsvlak:

een op de verbeelding aangegeven vlak met eenzelfde aanduiding, begrensd door een aanduidingsgrens; 1.6

agrarisch bedrijf:

een veehouderij, een akkerbouw- of tuinbouwbedrijf, niet zijde champignonkwekerij of een gebruiksgerichte paardenhouderij (manege); 1.7

een

glastuinbouwbedrijf,

een

bebouwing:

één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.8

bedrijfswoning:

een woning in of bij een gebouw of op een terrein, slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de functie van het gebouw of het terrein noodzakelijk is; 1.9 a.

b.

c.

d.

1.10

bestaand: bestaand gebruik: het gebruik van de gronden en bouwwerken dat aanwezig is op het tijdstip van de vaststelling van het bestemmingsplan of zoals dat kan worden gebruikt krachtens een verleende omgevingsvergunning voor het gebruik, daaronder valt niet het gebruik dat reeds in strijd was met het daarvoor geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan; bestaande bouwwerken: bouwwerken die op het tijdstip van de vaststelling van het bestemmingsplan aanwezig zijn of nog kunnen worden gebouwd krachtens een verleende omgevingsvergunning voor het bouwen, daaronder valt niet het gebruik dat reeds in strijd was met het daarvoor geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan; bestaande afmetingen: afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan tot stand zijn gekomen of tot stand zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; bestaande bouwhoogte: bouwhoogtematen die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan tot stand zijn gekomen of tot stand zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; bestemmingsgrens:

de grens van een bestemmingsvlak;

99

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Ooststellingwerf&id=b0d4d61e-380e-4348-a7da-1ea7ba5ec4a5