Bijlage 1 - Beleidsnota (doe-agenda) nieuwe Wet Inburgering Ooststellingwerf 2022-2025
Tekst van het document
Beleidsnota Nieuwe Wet Inburgering 2022-2025 Doe-agenda behorende bij de opgave Meedoen uit de Visie op Samenleven
December 2021
Doe-agenda Nieuwe Wet Inburgering 2022-2025 Ooststellingwerf binnen OWO-gemeenten
Inhoud Inleiding...................................................................................................................................................2 1.
Een nieuwe wet: Wat zijn onze verantwoordelijkheden? ...............................................................2 1.1 Huidige situatie..............................................................................................................................2 1.2 Gemeentelijke taken vanaf 1 januari 2022....................................................................................2 1.3 Doelgroep van de nieuwe Wet Inburgering ..................................................................................3 1.4 Aantallen statushouders................................................................................................................4 1.5 Samengevat ...................................................................................................................................5
2. Visie, ambitie en doelstellingen...........................................................................................................5 2.1 Visie ...............................................................................................................................................5 2.2 Ambitie ..........................................................................................................................................6 2.3 Doelen Ooststellingwerf ................................................................................................................6 3.
Uitvoering........................................................................................................................................7 3.1 Organisatie en samenwerking .......................................................................................................7 3.2 Inspanningen - wat gaan we doen.................................................................................................8 3.3 Handhaving..................................................................................................................................16
4. Risico’s en beperkingen.....................................................................................................................17 5. Evaluatie & monitoring......................................................................................................................18 Bijlage 1 - Lijst met begrippen en afkortingen.......................................................................................20 Bijlage 2 - Taalniveaus ...........................................................................................................................21 Bijlage 3 - Leerroutes.............................................................................................................................22
1
Doe-agenda Nieuwe Wet Inburgering 2022-2025 Ooststellingwerf binnen OWO-gemeenten
Inleiding Op 1 januari 2022 treedt de nieuwe Wet Inburgering in werking. Deze vervangt het huidige inburgeringsstelsel uit 2013, dat niet tot optimale resultaten leidde1. In de nieuwe wet staat het leren van de taal gecombineerd met participatie centraal, zodat de inburgeraar de taal ook in de praktijk leert, eerder een betaalde baan heeft en sociaal en financieel zelfredzaam wordt. De gemeente wordt verantwoordelijk voor de uitvoering en krijgt hiervoor ook middelen van het rijk. We voeren de Wet Inburgering zoveel mogelijk in OWO-verband uit. Deze doe-agenda schetst de kaders waarbinnen de drie OWO-gemeenten dat per 1 januari 2022 doen. Hoofdstuk 1 schetst wat precies onze verantwoordelijkheden zijn, hoofdstuk 2 schetst welke doelen we nastreven en in hoofdstuk 3 staat wat we - toegespitst op Ooststellingwerf - gaan doen. Deze doe-agenda is een uitwerking van de Visie op Samenleven, waar de nieuwe Wet Inburgering onderdeel is van de opgave Meedoen.
1. Een nieuwe wet: Wat zijn onze verantwoordelijkheden? Met de nieuwe Wet Inburgering 2022-2025 krijgt de gemeente er taken bij.
1.1 Huidige situatie In de huidige situatie zijn we verantwoordelijk voor de volgende dingen: • De gemeente biedt een statushouder een woning op grond van de huisvestingstaakstelling die er jaarlijks is. • We bieden maatschappelijke begeleiding vanaf het moment dat de statushouder in onze gemeente woont. • Wij organiseren het participatieverklaringstraject. • Statushouders zijn in eerste instantie vaak afhankelijk van de bijstand. De gemeente verstrekt deze uitkering en is verantwoordelijk voor hun re-integratie en participatie op basis van de Participatiewet.
1.2 Gemeentelijke taken vanaf 1 januari 2022 1. Brede intake en Plan Inburgering en Participatie (PIP) voor alle inburgeraars - nieuw. De gemeente heeft de regie op de invulling en voortgang van de inburgering vanaf het moment dat de inburgeraar in het Asielzoekerscentrum (AZC) hoort in welke gemeente hij/zij zich gaat vestigen. In het AZC doen we een brede intake waarbij we kijken wat de inburgeraar kan (leerbaarheidstoets). Op basis daarvan stellen we een PIP vast. Het PIP is een persoonlijk plan voor het leren van de taal in combinatie met werk, vrijwilligerswerk, studie of stage. In dit plan staat via welke leerroute de inburgeraar aan zijn inburgeringsplicht gaat voldoen. Ook wordt in het plan vastgelegd wat de afspraken over financieel ontzorgen zijn en welke ondersteuning verder nodig is. Met de brede intake wordt zo vroeg mogelijk gestart, waar het kan al in het AZC. 2. Financieel ontzorgen en financieel zelfredzaam maken van statushouders - nieuw. De gemeente is verplicht om een statushouder in de eerste zes maanden te ontzorgen. Doel is om de focus in het begin bij het leren van de taal en participatie te leggen. De gemeente houdt in 1 De afgelopen jaren waren er diverse knelpunten. Het slagingspercentage voor het inburgeringsexamen onder het huidige
stelsel is laag. Ook zijn er veel malafide organisaties die inburgeringstrajecten aanbieden. Daarnaast is er vaak sprake van schuldenproblematiek onder statushouders. De participatie in de samenleving blijft achter en de stap naar betaald werk zou sneller gezet moeten worden, zodat de statushouders zelf in hun eigen inkomen kunnen voorzien.
2
Doe-agenda Nieuwe Wet Inburgering 2022-2025 Ooststellingwerf binnen OWO-gemeenten
3.
4.
5.
6.
die periode de vaste lasten (gas, water, stroom, huur, zorgverzekering) in op de bijstandsuitkering. In deze periode zetten we er op in dat de statushouder financieel zelfredzaam wordt. Na een half jaar kan de financiële ontzorging zo nodig worden verlengd. Het aanbieden en inkopen van drie leerroutes inclusief taal voor alle inburgeraars - nieuw. Het vereiste taalniveau gaat met de nieuwe wet omhoog van A2 (nu) naar B1-niveau2. Het doel is dat elke inburgeraar op het hoogst mogelijke taalniveau inburgert. De gemeente moet drie leerroutes aanbieden. o B1-route: goed leerbare mensen doen inburgering op dit niveau. Doel is directe uitstroom naar betaald werk en taalniveau B1. o Onderwijsroute: intensief taaltraject voor (met name) jonge inburgeraars die kunnen doorstromen naar een reguliere (beroeps)opleiding. o Z-route, gericht op de Nederlandse taal en op zelfredzaamheid (wordt ingezet als B1 niet realistisch is). Deze route komt in beeld bij mensen die in de eigen taal analfabeet zijn of een beperkt leervermogen hebben. Voor statushouders is het volgen van één van de drie leerroutes verplicht. Gezinsmigranten zijn vrij in de keuze hoe zij de taal leren en aan de inburgeringsplicht voldoen. Module Arbeid en Participatie (MAP) voor alle inburgeraars - nieuw. Dit moet de gemeente aanbieden voor alle inburgeringsplichtingen, dus ook aan de gezins- en overige migranten.
In de MAP brengt de inburgeraar de eigen competenties en arbeidskansen in beeld, in combinatie met praktische inzet op de arbeidsmarkt. Doel is dat de inburgeraar bekend raakt met de Nederlandse arbeidsmarkt en zich de vaardigheden en capaciteiten eigen maakt om te participeren. De gemeente moet zorgen dat de MAP er komt en dat deze wordt uitgevoerd. Ook bekostigd de gemeente de MAP. Afspraken over de MAP worden opgenomen in het PIP. Participatieverklaringstraject (PVT) voor alle inburgeraars – bestaand, maar gewijzigd. Net als in de huidige situatie is de gemeente verantwoordelijk voor het aanbieden en bekostigen van een participatie verklaringstraject voor statushouders. Hierin maakt de inburgeraar kennis met de Nederlandse kernwaarden zoals vrijheid van religie, vrijheid van meningsuiting en gelijkheid. Met de nieuwe wet wordt het PVT intensiever (van 4 naar 12 uur) en een excursie of activiteit is een verplicht onderdeel. Daarnaast is nieuw dat de gemeente dit moet aanbieden voor alle inburgeringsplichtigen (dus ook voor gezins- en overige migranten). In de huidige situatie moeten we het voor die groep ook aanbieden, maar moeten de kandidaten dit traject zelf bekostigen. Maatschappelijke begeleiding voor statushouders – bestaand. Nadat een statushouder gehuisvest is in de gemeente moet de gemeente maatschappelijke begeleiding aanbieden. Dat is nu ook zo.
De maatschappelijke begeleiding richt zich op hulp bij praktische zaken (denk aan het afsluiten van een verzekering, het zoeken van een school voor de kinderen, inschrijven bij een huisarts). Maar het gaat ook over het wegwijs maken in de Nederlandse samenleving, inzicht geven in de lokale faciliteiten en het ondersteunen bij het opbouwen van een netwerk. In 2022 gaan we onderzoeken of extra middelen die we ontvangen voor de zogeheten ‘ondertussen groep’ (statushouders die onder oude wetgeving vallen) kunnen inzetten voor aanvullende maatschappelijke begeleiding, zodat ook zij sneller mee kunnen doen in onze gemeente en samenleving.
1.3 Doelgroep van de nieuwe Wet Inburgering De groep inburgeraars bestaat uit twee groepen, namelijk statushouders en gezinsmigranten / overige inburgeraars.
2 B1 taalniveau is vergelijkbaar met het niveau van een leerling einde vmbo en mbo 1, 2 en 3. Zie bijlage 2.
3
Doe-agenda Nieuwe Wet Inburgering 2022-2025 Ooststellingwerf binnen OWO-gemeenten De groep statushouders betreft: 1. Vluchtelingen die door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) worden erkend en een vluchtelingenstatus krijgen. Zij komen eerst in een AZC terecht. Het Centraal Orgaan Azielzoekers (COA) vangt hen op en koppelt statushouders aan een gemeente. 2. Nareizigers zijn nareizende familieleden van een statushouder die toestemming hebben om naar Nederland te komen (gezinshereniging). Zij komen dus terecht bij hun familielid die al in de gemeente is. Gezinsmigranten en overige inburgeraars (hierna gezinsmigranten) zijn personen die hier voor gezinshereniging of gezinsvorming gekomen zijn. Met ingang van de nieuwe Wet inburgering worden ook Turkse gezinsmigranten en overige migranten (niet zijnde vluchtelingen) inburgering plichtig. Zij hebben daardoor straks dezelfde verplichtingen als migranten uit bijvoorbeeld Marokko, Zuid-Afrika of India. Het gaat om mensen die een Nederlandse partner hebben. Meestal zijn gezinsmigranten alleen bij de gemeente in beeld via de participatieverklaringstrajecten die de gemeente moet bieden en die voor gezinsmigranten, net als voor statushouders, verplicht is.
1.4 Aantallen statushouders Het aantal statushouders fluctueert als gevolg van de situatie in de wereld. Elk jaar krijgen de gemeenten een taakstelling van het Rijk over het aantal te huisvesten statushouders. Onderstaande tabel laat zien om welke aantallen het gaat3.
Opsterland Weststellingwerf Ooststellingwerf Totaal OWOgemeenten
2021 28 26 26 80
2022 24 21 21 66
Tabel 1 – Taakstelling volwassen statushouders
De taakstelling voor 2021 was aanzienlijk hoger dan de taakstelling van de afgelopen jaren. De reden hiervoor is dat de Immigratie en Naturalisatie Dienst (IND) een achterstand heeft weggewerkt in 2021. De taakstelling van 2022 valt lager uit dan in 2021. De verwachting is echter dat gedurende de periode 2022 – 2025 het aantal statushouders kan stijgen, gezien de wereldwijde ontwikkelingen.
3 In de tabel staat het aantal volwassenen. Kinderen worden meegerekend bij het behalen van de
huisvestingstaakstelling, maar zij vallen niet onder het inburgeringstraject. Zij dienen de taal en kennis van de Nederlandse maatschappij te leren via het reguliere onderwijs. In de voorbereiding op de nieuwe wet gaat het Rijk ervan uit dat ongeveer 70% van de taakstelling volwassenen betreft.
4
Doe-agenda Nieuwe Wet Inburgering 2022-2025 Ooststellingwerf binnen OWO-gemeenten
1.5 Samengevat De gemeente wordt met de nieuwe wet voor een grotere groep verantwoordelijk. Het te volgen inburgeringstraject is voor statushouders uitgebreider dan voor gezinsmigranten. Aanbod
Statushouders
Brede intake en Plan Inburgering en Participatie (PIP) inclusief voortgangsgesprekken Financieel ontzorgen en financieel zelfredzaam maken Het aanbieden en inkopen van drie leerroutes inclusief taal
X
Module Arbeid en Participatie (MAP) Participatieverklaringstraject (PVT) Maatschappelijke begeleiding
X X X
Gezins- en overige migranten x
X X verplicht, via aanbod gemeente
niet verplicht en eigen financiering of lening DUO X X
Tabel 2 – Taken en verantwoordelijkheden ten aanzien doelgroepen vanaf 1 januari 2022
Figuur 1 - Het inburgeringsproces (bron: VNG)
2. Visie, ambitie en doelstellingen 2.1 Visie De nieuwe Wet geeft kansen voor betere inburgering van statushouders en sluit aan op de visie dat integraliteit en focus op resultaten belangrijk zijn voor succes. Dit sluit naadloos aan bij onze Visie op Samenleven. Meedoen in de samenleving, zelfredzaamheid en inclusie vraagt inspanningen op vele terreinen. Het gaat om het beheersen van de Nederlandse taal en het kennen van de (lokale) cultuur, om participeren door onderwijs of (vrijwilligers)werk en om meedoen met sport- en/of culturele activiteiten. Maar het gaat ook over het thuis raken in de buurt waar je woont, het opbouwen van een sociaal netwerk, contacten op de school van de kinderen, over zingeving en levensbeschouwing, maar ook over gezondheid (denk aan het kunnen vinden van een consultatiebureau, huisarts en tandarts). We vinden het belangrijk om daarbij ook oog te hebben voor de mens achter de statushouder, iemand die over het algemeen een erg vervelende, mogelijk traumatische, tijd achter de rug heeft en daardoor met een flinke mentale bagage naar onze gemeente komt.
5
Doe-agenda Nieuwe Wet Inburgering 2022-2025 Ooststellingwerf binnen OWO-gemeenten Uiteraard gaan we er van uit dat statushouders alles doen wat in hun vermogen ligt om in te burgeren. Als sprake is van verwijtbaar niet meewerken aan het inburgeringstraject, dan zullen we handhaven (zie 3.3). Waar statushouders echt niet in staat zijn te kunnen voldoen aan de verplichtingen starten we een zorgtraject.
2.2 Ambitie Onze ambitie is dat alle statushouders snel en volwaardig meedoen, waar mogelijk via betaald werk. Om deze ambitie vorm te geven hanteren we de volgende uitgangspunten: 1. Tijdige start. Daar waar mogelijk starten we het inburgeringstraject vanuit het AZC zodra de statushouder aan onze gemeente is gekoppeld. 2. De begeleiding/regievoering is gericht op het zo spoedig mogelijk (economisch) zelfredzaam maken van de statushouder, het liefst via betaald werk. 3. We bieden intensieve begeleiding en houden regie over de voortgang. 4. Maatwerk. We bieden maatwerk met aandacht voor de persoonlijke omstandigheden van inburgeraars en een integrale aanpak vanuit het gehele brede sociale domein (Wmo, Jeugdwet, Werk en inkomen). 5. Samenwerking in de arbeidsmarktregio. Voor een kwalitatief goed taalaanbod werken we zoveel mogelijk samen met de gemeenten in de arbeidsmarktregio Friesland. 6. Lokale partners. We werken lokaal of met lokale partijen daar waar mogelijk. 7. Samenwerking in OWO-verband. Voor de uitwisseling van kennis en best practices op het gebied van onder andere beleid en case management werken we samen binnen de OWO-gemeenten. 8. Maatschappelijke organisaties en werkgevers zijn belangrijke partners om het nieuwe inburgeringsstelsel tot een succes te maken. 9. Ervaringsdeskundigen.
We maken gebruik van de kennis van ervaringsdeskundigen om tot passende inburgeringstrajecten te komen. 10. Binnen het budget. We streven er naar om de beleidskeuzes zodanig te maken dat ze passen binnen het door het Rijk toegezegde budget.
2.3 Doelen Ooststellingwerf Doel 1. Tijdige start. Statushouders beginnen zo snel mogelijk met inburgering, ook wanneer hij/zij nog in het AZC verblijft. Doel 2. Snelheid traject. De inburgering moet zo snel als mogelijk gaan, uiteraard afhankelijk van de mogelijkheden van de betreffende persoon. Doel 3. Maatwerk. De inburgering moet aansluiten op de behoefte van de statushouder, zodat deze op een volwaardige manier kan meedoen. Dit betekent niet alleen aansluiten bij de mogelijkheden, maar ook oog hebben voor de persoonlijke omstandigheden (bv traumatische ervaringen, (mentale) gezondheid). Doel 4. Dualiteit: combineren van taal leren en participeren. Om volwaardig mee te kunnen doen krijgt de statushouder een combinatie van Nederlandse taalles, het opbouwen van een sociaal netwerk en participatie, bijvoorbeeld vrijwilligerswerk, een opleiding of een (betaalde) baan. Zo leert de nieuwkomer het Nederlands sneller en beter en kan hij of zij vanaf het begin meedoen.
6
Doe-agenda Nieuwe Wet Inburgering 2022-2025 Ooststellingwerf binnen OWO-gemeenten Doel 5. Kwaliteit inburgeringsaanbod. We bieden kwalitatief hoogwaardig aanbod, waarmee we snel en volwaardig meedoen mogelijk maken en statushouders binnen de daarvoor gestelde termijnen aan hun inburgeringsplicht voldoen door: a) het afronden van het participatieverklaringstraject (PVT); b) het afronden van de module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP); c) het behalen van het inburgeringsexamen (reguliere route/B1), het afronden van het taalschakeltraject (onderwijsroute) of het afronden van het traject vanuit de zelfredzaamheidsroute.
3. Uitvoering De uitvoering van de Wet inburgering vergt keuzes over hoe we het dienstverlening organiseren. In dit hoofdstuk beschrijven we wat we zelf doen en hoe we samenwerken met anderen (3.1). Daarna zetten we op een rij wat we gaan doen (3.2). Ook komt Handhaving aan de orde (3.3).
3.1 Organisatie en samenwerking De wet schrijft vrij nauwgezet voor wat de gemeente allemaal moet regelen voor de inburgering. De visie, ambitie en doelen uit hoofdstuk 2 sluiten hier op aan. We hebben de vrijheid om zelf te kiezen hoe we het organiseren. In Ooststellingwerf kiezen we ervoor om de inburgering uit te voeren als onderdeel van het brede sociale domein, waarin we als gemeente veel belangrijke taken hebben. Denk aan de Participatiewet, de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Jeugdwet en de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Met name de regierol is essentieel. Wij kiezen ervoor om deze regierol als gemeente zelf op te pakken en zoveel mogelijk te verbinden met onze taken op het gebied van participatie en werk. Ook de brede intake en het opstellen van het PIP gaan we zelf uitvoeren. De reden is dat we de Participatiewet ook zelf uitvoeren en de Wet inburgering hier een nauwe relatie mee heeft. Een groot deel van de statushouders doet immers bij de start van de inburgering een beroep op een bijstandsuitkering op basis van de Participatiewet. Het is dus efficiënt en effectief om de uitvoering van beide wetten te integreren en dezelfde medewerkers in te zetten voor de uitvoering. Het betreft medewerkers van het gebiedsteam (team werk en inkomen) met een specialisatie in inburgering.
Waar nodig kunnen deze medewerkers snelle verbindingen leggen met collega’s die zich bezig houden met (jeugd)zorg, budgetadvies en andere vormen van (maatschappelijke) ondersteuning. De onderwijsonderdelen van de leerroutes besteden we uit via inkoop. We zijn te klein (te weinig volume aan inburgeraars) om deze alleen in te kopen. Daarom kopen we deze gezamenlijk in. Dit doen we in regionaal verband (arbeidsmarktregio Friesland). We krijgen hierbij ondersteuning van Divosa4. Daarnaast zijn maatschappelijke organisaties en werkgevers belangrijke lokale partners om het nieuwe inburgeringsstelsel tot een succes te maken, bijvoorbeeld de Stichting Scala. Met veel van deze partners werken we nu ook al samen en hebben we werkafspraken. Aangezien er veel onzekerheden zijn over hoe de uitvoering in de praktijk zal verlopen, zullen we steeds met elkaar
4 Divosa doet dit in opdracht van het Ministerie. Divosa is de vereniging van gemeentelijke directeuren en leidinggevenden
met een eindverantwoordelijke rol in het sociaal domein.
7
Doe-agenda Nieuwe Wet Inburgering 2022-2025 Ooststellingwerf binnen OWO-gemeenten moeten evalueren en verbeteren. Daarom blijven we met lokale partners in contact en stellen we bestaande afspraken waar nodig bij.
3.2 Inspanningen - wat gaan we doen De komst van de nieuwe Wet inburgering 2021 brengt nieuwe taken met zich mee. Sommige taken voeren we ook al uit in het kader van de huidige wet en vanuit de pilot ‘Samenhangende aanpak statushouders’ die we in 2019 zijn gestart als voorbereiding op de nieuwe wet. In dit hoofdstuk geven we aan wat we gaan doen per 1 januari 2022 om onze ambitie en doelstellingen te realiseren. En om te zorgen dat er een volledig en volwaardig aanbod aan dienstverlening voor inburgeraars beschikbaar is op 1 januari 2022. Per inspanning geven we steeds aan • • •
of dit nieuwe inspanningen zijn of (deels) bestaande of het een wettelijk verplichte inspanning is of niet en aan welke doelen (hoofdstuk 2) de inspanning bijdraagt.
Inspanning A Brede Intake op het AZC (wettelijk / deels bestaand) Deze inspanning draagt bij aan: • Doel 1 Tijdige start • Doel 2 Snelheid traject • Doel 3 Maatwerk • Doel 4 Dualiteit • Doel 5 Kwaliteit. De brede intake is een verplicht onderdeel binnen de Wet inburgering. De gemeente voert dit uit. We starten de brede intake zodra de betreffende statushouder aan de gemeente is gekoppeld5. We weten uit ervaring dat het dan soms nog wel een jaar duurt voordat er echt een woning beschikbaar is. Tot die tijd blijft de statushouder in het AZC. Daarom voeren we zo snel mogelijk een eerste kennismakingsgesprek op het AZC. Hierover zijn met het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) afspraken gemaakt. Bij dit gesprek zorgt het AZC voor een tolk. In het eerste gesprek wordt de statushouder geadviseerd om tijdens het verblijf deel te nemen aan het traject ‘Voorinburgering’ die het AZC biedt. Hierin zit onder andere taalonderwijs, introductie module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) en Kennis Nederlandse Maatschappij (KNM). Ook hebben veel AZC’s een Meedoen balie die mogelijkheden biedt om deel te nemen aan participatie activiteiten6. We verzamelen op verschillende manieren informatie. Naast bovengenoemd kennismakingsgesprek voeren we minimaal een eerste gesprek direct na huisvesting. Hierbij is een tolk aanwezig.
Verder verzamelen we van alle partijen informatie (denk aan maatschappelijk begeleider en casemanager AZC). Daarnaast voeren we een leerbaarheidstoets uit (zie inspanning B). Dit alles vormt de brede intake die in totaal circa 10 weken duurt. Hierna stellen we het Persoonlijk plan Inburgering en Participatie (PIP) op. De brede intake geeft een beeld van de startpositie en de ontwikkelmogelijkheden van de statushouder. Door al in het AZC te beginnen, benutten we de tijd in het AZC zo effectief mogelijk. De statushouder kan dan indien mogelijk al vanuit het AZC starten met het inburgeringstraject of anders kort na huisvesting in de gemeente.
5 Bij gezins- en overige migranten gebeurt dit nadat deze persoon zich heeft ingeschreven in de gemeente. 6 Zie: https://www.coa.nl/nl/integratie.
8
Doe-agenda Nieuwe Wet Inburgering 2022-2025 Ooststellingwerf binnen OWO-gemeenten Inspanning B Leerbaarheidstoets (wettelijk / nieuw) Deze inspanning draagt bij aan: Doel 3 Maatwerk Doel 5 Kwaliteit. Gemeenten zijn binnen de nieuwe wet verantwoordelijk voor de organisatie van en begeleiding bij de leerbaarheidstoets. Deze levert belangrijke informatie om te kunnen vaststellen welke leerroute het beste past bij de capaciteiten van de inburgeringsplichtige. Wij nemen deze leerbaarheidstoets af als de inburgeringsplichtige al in onze gemeente woont. Bij de afname van de leerbaarheidstoets heeft DUO een centrale rol. DUO zorgt (als onafhankelijke partij) voor het afnameplatform van de toets, verwerkt de toets resultaten en geeft de toets uitslagen door aan de gemeente. De toets biedt inzicht in de leerbaarheid van de statushouder en de hierbij meest passende leerroute. We organiseren het afnemen van de leerbaarheidstoets in OWO-verband. Zo hebben we minder personeel nodig dan als we het afzonderlijk doen, we hebben voldoende volume (aantal statushouders) om frequent een groep te vormen, we kunnen groepen met dezelfde taal organiseren waardoor minder inzet van tolken nodig is en we hoeven slechts één ruimte in te richten conform de eisen die DUO hieraan stelt (bij voorkeur een trainingsruimte binnen het gemeentehuis).
Periodiek organiseren medewerkers van de drie OWO-gemeenten de afname van de leerbaarheidstoets voor de statushouders die aan de OWO-gemeenten zijn gekoppeld. Er moet een gecertificeerde medewerker zijn die dit begeleidt. Inmiddels is hiervoor van iedere gemeente één medewerker getraind. Inspanning C Persoonlijk plan inburgering en participatie (PIP) (wettelijk / deels bestaand) Deze inspanning draagt bij aan: Doel 2 Snelheid traject Doel 3 Maatwerk Doel 4 Dualiteit Doel 5 Kwaliteit. Op basis van de informatie die verzameld is bij de brede intake moeten we binnen 10 weken na inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP) het persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP) vaststellen. Het PIP markeert het beginpunt van de inburgeringstermijn. Dit plan bevat alle afspraken over hoe de inburgeraar aan de inburgeringsplicht moet voldoen. Het PIP is een vertaling van de uitkomsten van de brede intake naar een set van persoonlijke einddoelen voor de inburgeringsplichtige. In dit plan is opgenomen: • • • • •
de leerroute die gevolgd wordt om aan de inburgeringsplicht te voldoen afspraken over de invulling van de andere onderdelen van het inburgeringstraject, zoals het Participatieverklaringstraject (PVT) en de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) afspraken over begeleiding naar financiële zelfredzaamheid de maatschappelijke begeleiding die geboden wordt tijdens het traject afspraken over de manier waarop het leren van de taal gecombineerd wordt met werk, vrijwilligerswerk, studie, stage of andere participatie-activiteiten.
9
Doe-agenda Nieuwe Wet Inburgering 2022-2025 Ooststellingwerf binnen OWO-gemeenten Het opstellen van het PIP voeren we ook zelf uit7, zoveel mogelijk in afstemming met de inburgeraar. Dit moet zowel voor statushouders als voor gezins- en overige migranten. De brede intake (inspanning A), de afgenomen leerbaarheidstoets (B) en de eerste periode maatschappelijke begeleiding vormen de basis voor het plan. Het PIP heeft de status van een beschikking en is dus niet vrijblijvend voor de kandidaat en ook niet voor de gemeente. We voegen besluiten in het kader van de Participatiewet (indien van toepassing) toe aan het PIP. Als er op een later moment een beroep wordt gedaan op de Participatiewet, dan wordt dit alsnog toegevoegd. We zorgen dat de inburgeringsplichtige de formele beschikking en de verplichtingen die dit voor hem meebrengt goed begrijpt. Hierbij zetten we een sleutelpersoon of een tolk in (zie inspanningen J en O). Vanuit de pilot ‘Samenhangende aanpak statushouders’ werken we al met het opstellen van een PIP. Op basis van de eisen die de wet stelt en de ervaringen vanuit de pilot is een OWO-format opgesteld en onze administratie is hier op ingericht8. Vele partijen leveren een bijdrage aan de uitvoering van het PIP.
Als regievoerder zorgt de casemanager dat met name de maatschappelijke begeleiding goed op de hoogte is van de persoonlijke einddoelen van de inburgeraar en de overige afspraken in het PIP, zodat de maatschappelijke begeleiders in staat zijn om het eigen aandeel in het traject goed in te vullen. Ook is er een periodiek afstemmingsoverleg tussen de casemanagers, de maatschappelijke begeleiding, mensen van de woningcorporatie et cetera om de voortgang te bespreken en eventuele knelpunten op te lossen. Inspanning D Het aanbieden en inkopen van drie leerroutes inclusief taal Deze inspanning draagt bij aan: Doel 2 Snelheid traject Doel 3 Maatwerk Doel 4 Dualiteit Doel 5 Kwaliteit. De Nieuwe wet inburgering schrijft voor dat statushouders één van de volgende drie leerroutes9 gaan volgen: Onderwijsroute De onderwijsroute heeft tot doel dat statushouders een Nederlands diploma behalen. Statushouders worden daarop voorbereid door het volgen van een intensief taalschakeltraject waarin zij Nederlands leren op minimaal B1 niveau. De insteek van deze leerroute is dat statushouders na dit taalschakeltraject uitstromen naar een reguliere (beroeps-) opleiding. Vanwege de doorstroom naar regulier onderwijs en het recht op studiefinanciering gaat het meestal om statushouders tot 30 jaar.
B1-route De route heeft als doel directe uitstroom naar betaald werk en is gericht op het behalen van het inburgeringexamen op het taalniveau B1. De route bestaat uit: • Het leren van de taal, in combinatie met participatieactiviteiten zoals vrijwilligerswerk en/of stages. • De inburgeringstermijn is maximaal 3 jaar. Z-route 7 Het PIP wordt opgesteld door een casemanager van de gemeente met een specialisme inburgering. 8 Er is een speciale module inburgering beschikbaar in C-sam per 1 januari 2022. 9 Voor meer informatie over de leerroutes: zie bijlage 3.
10
Doe-agenda Nieuwe Wet Inburgering 2022-2025 Ooststellingwerf binnen OWO-gemeenten Deelnemers in de Z-route richten zich op de Nederlandse taal en worden voorbereid op het zelfredzaam functioneren in de Nederlandse samenleving. De invulling van de Z-route is echt maatwerk. Het wordt afgestemd op het vermogen en de ontwikkelbehoeften van de statushouder. Voor de werving van aanbieders en de uitvoering van de leerroutes werken we regionaal (de Friese gemeenten) samen. Dit om voldoende volume te hebben zodat aanbieders kwalitatief goed onderwijs kunnen aanbieden. Doel is het aanbod zo dicht mogelijk bij huis voor de statushouders te organiseren. Wie de leerroutes gaat uitvoeren en hoe deze er precies uit komen te zien is afhankelijk van de uitkomsten van de twee aanbestedingen die hiervoor zijn uitgeschreven. De resultaten hiervan zijn nog niet bekend. De verwachting is dat op zijn vroegst april/mei de eerste aanmeldingen voor leerroutes volgen. De verwachting is dat er tegen die tijd aanbod beschikbaar is10. Inspanning E Begeleiding/regievoering door de gemeente Deze inspanning draagt bij aan: Doel 2 Snelheid traject Doel 3 Maatwerk Doel 5 Kwaliteit. De gemeente is verantwoordelijk voor het bieden van begeleiding aan de statushouders en het voeren van regie op het te volgen inburgeringstraject.
Uitgangspunt bij de begeleiding is dat we maatwerk bieden en toe werken naar zo snel mogelijke zelfredzaamheid. Bij de statushouder die ook een beroep doet op een uitkering op grond van de Participatiewet is de begeleiding naar economische zelfstandigheid een extra aandachtpunt. In onze gemeente hebben we binnen het Gebiedsteam (werk en inkomen) twee casemanagers met specialisme inburgering. Deze voeren de regie uit op het inburgeringstraject door contacten te onderhouden met gecontracteerde partijen en samenwerkingspartners. Daarnaast voeren zij periodiek, gemiddeld minimaal één keer per kwartaal, voortgangsgesprekken met de statushouders die ze in caseload hebben. Hierin evalueren zij de afspraken uit het PIP en stellen ze deze zo nodig bij. Waar nodig wordt gehandhaafd op niet nagekomen afspraken conform de richtlijnen die de wet voorschrijft (zie 3.3). Inspanning F Module Arbeid en Participatie (MAP) Deze inspanning draagt bij aan: Doel 3 Maatwerk Doel 4 Dualiteit Doel 5 Kwaliteit. De gemeente moet een Module Arbeid en Participatie (MAP) aanbieden voor alle inburgeringsplichtingen, dus ook aan de gezins- en overige migranten. Doel is dat de inburgeraar bekend raakt met de Nederlandse arbeidsmarkt en zich de vaardigheden en capaciteiten eigen maakt om te participeren. De gemeente moet zorgen dat de MAP er komt en dat deze wordt uitgevoerd. Ook bekostigt de gemeente de MAP.
De afspraken over de MAP worden vastgelegd in het PIP. De module moet een praktijkcomponent bevatten van tenminste 40 uur waarbij aandacht is voor de volgende thema’s; beroepsoriëntatie, werknemerscompetenties, realistisch beroepsbeeld, beroepskansen, beroepskansen verwerven, netwerk opbouwen, werk vinden en werkcultuur. Er moet verbinding worden gelegd tussen theorie en praktijk, dus de casemanagers van de gemeente maken gebruik van het netwerk van ondernemers en organisaties in onze regio om statushouders zo 10 Zie ook Hoofdstuk 5 over risico’s en beperkingen.
11
Doe-agenda Nieuwe Wet Inburgering 2022-2025 Ooststellingwerf binnen OWO-gemeenten snel mogelijk na huisvesting mee te laten doen in onze gemeente door (vrijwilligers)werk. Dit past ook bij de uitvoering van de Participatiewet. Naast bovenstaande wordt vanuit de maatschappelijke begeleiding (inspanning I) onderzocht waar de statushouder ondersteuning nodig heeft en in afstemming met de casemanager van de gemeente extra dienstverlening ingezet gericht op participeren. De statushouder heeft drie jaar de tijd om de MAP succesvol af te ronden. Tijdens een verplicht eindgesprek met de gemeente beoordelen we of is voldaan aan de doelstelling en de gestelde urennorm. Statushouders die de onderwijsroute volgen zijn vrijgesteld van het volgen van deze module, aangezien dit onderdeel in de onderwijsroute wordt vervangen door het onderdeel studieloopbaanbegeleiding. Op dit moment (eind 2021) ontbreekt het nog aan concrete handvatten over de inhoudelijke eisen voor de MAP. Zodra deze er wel zijn, werken we deze module concreet uit en kijken we wat de rol hierin is voor de verschillende partijen die onze statushouders begeleiden. Inspanning G Participatieverklaringstraject (wettelijk / bestaand) Deze inspanning draagt bij aan: Doel 4 Dualiteit Doel 5 Kwaliteit.
De gemeente is -net als in de huidige situatie- verantwoordelijk voor het aanbieden en bekostigen van een Participatieverklaringstraject (PVT) voor asielgerechtigde statushouders. In de nieuwe situatie moet de gemeente dit ook aanbieden aan en bekostigen voor gezins- en overige migranten. Het PVT moet binnen drie jaar worden afgerond. Het PVT bestaat uit twee verplichte onderdelen, te weten • •
een inleiding in de kernwaarden van de Nederlandse samenleving en het ondertekenen van de Participatieverklaring.
Het programma moet minimaal 12 uur in beslag nemen en moet minimaal één activiteit of excursie bevatten waarin de aandacht uitgaat naar een kernwaarde van de Nederlandse samenleving plus de praktische vertaling hiervan. Het PVT wordt afgesloten met de ondertekening van de participatieverklaring. Voorafgaand moet de gemeente beoordelen of voldaan is aan de gestelde urennorm en of er voldoende kennis is opgedaan over de Nederlandse kernwaarden. Op dit moment voeren de OWO-gemeenten deze PVT-trajecten dus al uit. Hoe we dit doen, verschilt per OWO-gemeente. In onze gemeente voert Stichting Scala deze participatieverklaringstrajecten uit. De gemeente verleent hiervoor subsidie. Inhoudelijk loopt dit naar tevredenheid, maar er is een praktisch knelpunt rondom het organiseren van een klas die het participatieverklaringstraject moet volgen. De volumes (aantal statushouders) per gemeente zijn te klein om regelmatig een groep te laten starten. Bovendien is de taalachtergrond van de statushouders zeer verschillend, waardoor een bovenmatige inzet van tolken nodig is. Omdat de uitvoering van de trajecten wel naar tevredenheid loopt gaan we voort op de huidige voet en onderzoeken we in 2022 onderzoeken of OWOsamenwerking bijdraagt aan het efficiënter en frequenter aanbieden van dit traject.
12
Doe-agenda Nieuwe Wet Inburgering 2022-2025 Ooststellingwerf binnen OWO-gemeenten Inspanning H Ontzorgen en financieel zelfredzaam maken (wettelijk / deels bestaand) Deze inspanning draagt bij aan: • Doel 3 Maatwerk • Doel 4 Dualiteit. In de eerste zes maanden dat een statushouder in de gemeente woont is de gemeente verantwoordelijk voor het financieel ontzorgen van de statushouder. Dit houdt in dat alle vaste lasten vanuit de bijstandsuitkering moeten worden betaald. Het bedrag dat over blijft is vrij besteedbaar door de statushouder. Deze verplichting is in de wet opgenomen omdat het systeem van toeslagen en dergelijke complex is. Hierdoor zijn in het verleden vaak schulden ontstaan. Dit is een landelijk beeld. Door de statushouder een half jaar financieel te ontzorgen kan de focus liggen op het inburgeringstraject en het integreren in lokale samenleving. Gedurende de periode van financieel ontzorgen wordt aandacht besteed aan het financieel zelfredzaam worden. Dit met als doel dat de statushouder na deze periode zelfstandig zijn financiële huishouding kan voeren. Op dit moment werken we al met financiële ontzorging van statushouders. Dit betekent dat de gemeente de ziektekosten en de huur betaalt (van de bijstandsuitkering van de statushouder). Onder de nieuwe wet komen gas, water en stroom hier bij.
Tijdens het half jaar waarin deze financiële ontzorging loopt, werken we aan de zelfredzaamheid van de statushouder. Dit is onderdeel van de maatschappelijke begeleiding en de inzet van sleutelpersonen. Ook kan de gemeentelijke budgetcoach worden ingezet. We maken hierbij gebruik van in de praktijk bewezen effectieve instrumenten. Mocht na een half jaar de statushouder nog onvoldoende financieel zelfredzaam zijn, dan verlengen we de financiële ontzorging. Doelstelling is binnen één jaar financiële zelfredzaamheid te bereiken. Waar nodig wordt op maat langer ondersteuning geboden. Inspanning I Maatschappelijke Begeleiding (wettelijk / bestaand) Deze inspanning draagt bij aan: Doel 3 Maatwerk Doel 4 Dualiteit Doel 5 Kwaliteit. Nadat een statushouder gehuisvest is in de gemeente moeten wij maatschappelijke begeleiding bieden. Deze is gericht op ondersteuning bij praktische zaken nadat de sleuteloverdracht van de woning heeft plaats gevonden, maar ook het vergroten van de kennis over hoe de Nederlandse samenleving is georganiseerd, het inzicht geven in de faciliteiten binnen de woonplaats en het ondersteunen bij het opbouwen van een netwerk. In de huidige situatie bieden we deze maatschappelijke begeleiding ook en dat blijven we vanaf 1 januari doen. Sinds 2020 voert Stichting Scala dit uit en ontvangen zij hiervoor van ons subsidie.
Zij zetten hiervoor twee maatschappelijk werkers in. Daarnaast maken zij gebruik van vrijwilligers en de pool sleutelpersonen. Zo sluit de begeleiding zo goed mogelijk aan op de lokale omstandigheden. De ondersteuning start op de dag van huisvesting en duurt maximaal twee jaar. Om de resultaten van de maatschappelijke begeleiding te kunnen monitoren en eventueel bij te sturen werkt Scala met het instrument zelfredzaamheidsmatrix.
13
Doe-agenda Nieuwe Wet Inburgering 2022-2025 Ooststellingwerf binnen OWO-gemeenten Inspanning J Pool sleutelpersonen (bovenwettelijk / bestaand) Deze inspanning draagt bij aan: Doel 3 Maatwerk Doel 4 Dualiteit Doel 5 Kwaliteit. We werken sinds 2020 met de pool sleutelpersonen. De pool bestaat uit circa 13 oudkomers. Dit zijn statushouders die het inburgeringstraject succesvol hebben doorlopen. Het zijn dus ervaringsdeskundigen. De sleutelpersonen bieden ondersteuning naast de professionele maatschappelijke begeleiding van Stichting Scala. Dit draagt bij aan de succesvolle integratie van nieuwe statushouders en de ontwikkeling van de sleutelpersonen zelf. Bijvoorbeeld door: • Ondersteuning bij gesprekken tussen de statushouder en de professional • Adviserende rol in het omgaan met culturele aspecten die een rol spelen bij statushouders • Laagdrempelige vraagbaak voor statushouders bij het wegwijs worden in onze gemeente • Bruggenbouwer tussen de Nederlandse samenleving en cultuur en de statushouder • Deelname aan de ‘expertpool’ implementatie nieuwe Wet inburgering De inzet van sleutelpersonen is geen wettelijke taak, maar lokaal beleid. Stichting Scala begeleidt en ‘onderhoudt’ de pool sleutelpersonen. Scala ontvangt hiervoor een gemeentelijke subsidie. Dit blijven we ook met de invoering van de nieuwe Wet Inburgering doen.
Inspanning K Kennis Nederlandse Maatschappij (KNM)(wettelijk / bestaand) Deze inspanning draagt bij aan: Doel 1 Tijdigheid Doel 2 Snelheid traject Doel 3 Maatwerk Doel 4 Dualiteit Doel 5 Kwaliteit. Alle mensen die van buiten de EU, IJsland, Kroatië, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland komen en voor langere tijd in Nederland komen wonen, zijn verplicht om het onderdeel Kennis Nederlandse Maatschappij (KNM) te volgen. Dit richt zich op het opdoen van feitelijke kennis over: • Onze regels, wetgeving en de bijbehorende instanties. • De Nederlandse geschiedenis. • Aan gewoonten, normen en waarden in de Nederlandse samenleving. • De arbeidsmarkt. • Het onderwijssysteem. • De gezondheidszorg. KNM krijgt op verschillende momenten tijdens de periode van inburgering aandacht. In het AZC wordt door het COA al algemene informatie aangeboden als onderdeel van het zogeheten programma voorinburgering. Zodra de statushouder in onze gemeente woont, besteedt de gemeentelijke casemanager in nauwe samenwerking met de maatschappelijke begeleiding aandacht aan de genoemde onderdelen, maar dan toegespitst op de lokale situatie. Tijdens de leerroutes komt het ook aan de orde, maar dan met de focus op het gebruiken van de informatie voor het leren van de Nederlandse taal. Dit is overigens opgenomen als voorwaarde in de aanbesteding van de leerroutes (zie inspanning D).
14
Doe-agenda Nieuwe Wet Inburgering 2022-2025 Ooststellingwerf binnen OWO-gemeenten Inspanning L Juridische begeleiding (bovenwettelijk / bestaand) Deze inspanning draagt bij aan: Doel 3 Maatwerk Regelmatig komt het voor dat een statushouder voor langere tijd gescheiden is van andere gezinsleden. Zodra een vluchteling een verblijfsstatus heeft, kan deze een procedure tot gezinshereniging starten om gezinsleden naar Nederland te halen. Deze procedure wordt doorgaans gestart op het AZC. Maar regelmatig komt het voor dat deze procedure voor gezinshereniging nog niet is afgerond op het moment dat de statushouder vanuit het AZC in onze gemeente gaat wonen. Het succesvol doorlopen van de procedure vereist specialistische (procedurele) kennis en veronderstelt voldoende kennis van de Nederlandse taal. De statushouder die net gehuisvest is in de gemeente kan vaak niet zelfstandig de aanvraag indienen en brieven adequaat beantwoorden. Net als in voorgaande jaren sluiten we voor 2022 een overeenkomst met Vluchtelingenwerk Noord Nederland (VWNN) voor het bieden van professionele begeleiding en ondersteuning bij complexe juridische vraagstukken als gezinshereniging. VWNN is de enige organisatie die deze specifieke vorm van begeleiding biedt. De werkzaamheden worden uitgevoerd door deskundige vrijwilligers ondersteund door en onder eindverantwoordelijkheid van beroepskrachten.
Vanuit de gezamenlijke voorbereiding in OWO-verband is nieuw dat we een OWO-overeenkomst sluiten met VWNN. Dat levert een kostenbesparing op voor 2022 ten opzichte van de huidige situatie. Inspanning M Re-integratiediensten statushouders (wettelijk / bestaand) Deze inspanning draagt bij aan: Doel 3 Maatwerk Doel 4 Dualiteit Doel 5 Kwaliteit. Statushouders hebben in de meeste gevallen bij de start een reguliere bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet. Vanuit die wet kunnen we onze reguliere instrumenten inzetten om hen toe te leiden naar een opleiding, vrijwilligerswerk of betaald werk. Ervaring in de uitvoering is echter dat er soms specifieke ondersteuning nodig is, bijvoorbeeld vanwege de beperkte beheersing van de Nederlandse taal en cultuur aspecten. Deze specifieke ondersteuning gaan we inkopen in OWOverband. We kopen deze re-integratiediensten niet specifiek voor onze statushouders in, maar ook voor andere bijstandsgerechtigden die bijvoorbeeld behoefte hebben aan een betere taalbeheersing. Dit is dus een aanbod dat we extra inkopen, naast het reguliere aanbod vanuit de Participatiewet. De inkoop start in december 2021 met de Open House systematiek11. Hiermee blijven we flexibel om maatwerk te leveren (keuzemogelijkheden, geen verplichte winkelnering). We verwachten dit extra aanbod aan het einde van het eerste kwartaal 2022 beschikbaar te hebben.
11 Een gemeente stelt binnen een Open House slechts geschiktheidseisen en/of minimumeisen. Denk aan de prijs,
opleidingseisen en certificering. Vervolgens kunnen aanbieders in beginsel gedurende de hele looptijd van het systeem toetreden en hun diensten aanbieden. Of hiervan gebruik wordt gemaakt, hangt af van de exacte behoeften.
15
Doe-agenda Nieuwe Wet Inburgering 2022-2025 Ooststellingwerf binnen OWO-gemeenten Inspanning N Vervoersvoorziening (wettelijk / bestaand) Deze inspanning draagt bij aan: Doel 4 Dualiteit Doel 5 Kwaliteit. Onder de nieuwe wet moeten statushouders een leerroute volgen en zo snel mogelijk participeren. Dit betekent dat we statushouders moeten faciliteren om te reizen, zodat zij deel kunnen nemen aan activiteiten die bijdragen aan het zo snel mogelijk mee kunnen doen in onze samenleving. Hoewel we er naar streven om zoveel mogelijk activiteiten lokaal te organiseren, verwachten we dat statushouders meer moeten reizen dan binnen de huidige wet. Dit omdat naar verwachting de leerroutes niet net als het huidige taalonderwijs in Oosterwolde aangeboden worden. We stellen de statushouders een vervoerspas ter beschikking, zodat ze met openbaar vervoer kunnen reizen naar de locatie waar de leerroute en eventuele participatie activiteiten plaatsvinden. Inspanning O Tolkvoorziening (wettelijk / bestaand) Deze inspanning draagt bij aan: Doel 3 Maatwerk Doel 4 Dualiteit Doel 5 Kwaliteit. Ook in de huidige situatie hebben we een tolkvoorziening. Deze biedt vertaalwerkzaamheden tijdens gesprekken en/of bijeenkomsten met inburgeraars die de Nederlandse taal nog niet of niet voldoende machtig zijn. Dit vindt persoonlijk, digitaal of telefonisch plaats.
We blijven we gebruik maken van de huidige aanbieder van de tolkvoorziening. In het kader van de nieuwe wet heeft gemeente Leeuwarden een inkooptraject uitgevoerd voor de tolkvoorziening en hiermee een kostenbesparing gerealiseerd. We gaan op basis van de ervaringen van Leeuwarden in 2022 onderzoek doen of de inzet van dit tolkbureau in OWO-verband een besparing kan opleveren. Overige inspanningen (wettelijk / nieuw) De nieuwe wet brengt ook nieuwe taken met zich mee als het gaat om registeren en verantwoorden. Wij moeten informatie uitwisselen met de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Ook zijn er nieuwe afspraken over de registratie die het COA doet tijdens de periode van huisvesting in een AZC. We zijn hierop voorbereid door de aanschaf van een administratieve module inburgering. In OWOverband zijn afspraken gemaakt over hoe we deze module inrichten en hoe we registreren. Zo kunnen we voldoen aan de verantwoordingseisen. De registratie gebeurt door de casemanagers. De OWO-backoffice zorgt voor de verantwoording naar CBS en op termijn DUO.
3.3 Handhaving Handhaving op het inburgeringstraject De gemeente heeft straks de regie over de uitvoering van de Wet inburgering en daarmee ook de verantwoordelijkheid om toe te zien op de voortgang ervan. Dit doen we op basis van de afspraken in het PIP. We passen het plan aan als dat nodig is, bijvoorbeeld als de inburgeraar meer begeleiding of ondersteuning nodig heeft om binnen de inburgeringstermijn van 3 jaar te voldoen aan de inburgeringsplicht of als leerroute toch niet aansluit bij de capaciteiten van de inburgeringsplichtige.
16
Doe-agenda Nieuwe Wet Inburgering 2022-2025 Ooststellingwerf binnen OWO-gemeenten Om de vorderingen te monitoren heeft de regievoerder (casemanager met specialisatie inburgering) minstens één keer per kwartaal contact. We leggen deze momenten vast in het PIP zodat het voor de inburgeraar helder is op welke momenten de (tussen)balans wordt opgemaakt. We zorgen dat we de inburgeraar informeren op een manier die voor hen begrijpelijk is, zodat zij weten welke regels zij moeten naleven en wat de consequenties zijn als ze dat niet doen. We kunnen een boete opleggen als sprake is van verwijtbaar niet meewerken aan het inburgeringstraject1213. De casemanager bepaalt wanneer dit nodig is. De hoogte van de boetes is vastgelegd in het Besluit Inburgering 2021. Handhaving op de inburgeringsplicht De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) is verantwoordelijk voor het stelsel als geheel. Dit houdt in: vaststellen dat iemand een inburgeringsplicht heeft, de termijn voor de gehele inburgering vaststellen, het eventueel verlengen daarvan en de handhaving van de gehele inburgeringsplicht aan het einde van de inburgeringstermijn. DUO voert deze taken in het huidige stelsel uit en blijft dit ook in het nieuwe stelsel doen.
4. Risico’s en beperkingen De nieuwe Wet inburgering biedt kansen op een snellere en meer succesvolle inburgering. Maar de nieuwe Wet en het beperkte budget dat we ontvangen van het rijk brengen ook risico’s en beperkingen met zich mee. Minder maatwerk in het taalonderwijs door kleine volumes Vanwege het geringe aantal statushouders dat jaarlijks aan de OWO-gemeenten gekoppeld wordt zijn de aantallen om een taal- en participatietraject mee te vullen dus ook klein. Het is niet haalbaar om voor 3 of 4 mensen op jaarbasis lokaal de Z-route in te vullen, terwijl je dat het liefst wel zou willen en dan ook nog op basis van maatwerk. Dit is niet realistisch en dus varen we mee op de regionale aanbesteding voor in ieder geval het taalonderwijs. Dit betekent minder invloed en minder maatwerk, maar wel aanbod en plek wanneer een statushouder in onze gemeente komt wonen. Onzekerheid of aanbieders taalonderwijs willen bieden voor het tarief Taalonderwijs is een belangrijke component van de uitvoering van de nieuwe Wet inburgering. Dit organiseren we via regionale inkoop van de leerroutes. De regionale aanbestedingsprocedures hiervoor lopen nog. Dit levert twee risico’s op. Ten eerste kan een situatie ontstaan dat aanbieders niet bereid zijn het taalonderwijs binnen het budget van het rijk uit te voeren.
Als dit zich voordoet betekent dit dat de leerroutes niet per 1 januari 2021 beschikbaar zijn. Dit levert vooralsnog geen problemen op, omdat we de eerste aanmeldingen voor de leerroutes waarschijnlijk pas vanaf april volgen. Formeel hebben we dan nog drie maand om een aanbod te doen. Tegen die tijd is de inkoop naar verwachting wel afgerond. Uitvoeringsbudget veert niet mee met aantal inburgeraars De uitvoeringskosten veren niet mee met het aantal inburgeraars. Als er bijvoorbeeld door veranderingen in de wereld ineens een hoger aantal asielmigranten gehuisvest moet worden in onze gemeente, houden we hetzelfde uitvoeringsbudget. Dit kan effect hebben op de kwaliteit van de ondersteuning. Vooralsnog is het uitgangspunt dat we de uitvoering van de wet realiseren binnen het 12 Bijvoorbeeld als de statushouder zonder goede reden (langdurig of regelmatig) niet verschijnt bij de inburgeringslessen. 13 Bij gezins- en overige migranten beschikt de gemeente niet over deze mogelijkheid aangezien zij zelf bepalen welk
inburgeringstraject zij volgen en dit ook zelf moeten bekostigen.
17
Doe-agenda Nieuwe Wet Inburgering 2022-2025 Ooststellingwerf binnen OWO-gemeenten door het rijk beschikbaar gestelde budget. Deze zijn ook opgenomen in de begroting 2022 en de meerjarenbegroting en vormen daarmee het financiële kader. We monitoren de voortgang, omdat het risico dus bestaat dat de kosten hoger zijn dan het budget. Mocht deze situatie zich voordoen, dan zullen we ons hierop moeten beraden, oplossingsrichtingen bekijken en zo nodig voorleggen aan de raad. Onzekerheid over de middelen voor de leerroutes Zoals in het voorgaande al benoemd is het beschikbare budget voor de inburgeringsvoorzieningen hoogstwaarschijnlijk onvoldoende. Zie het risico m.b.t. het tarief. Kleinere gemeentes lopen meer risico bij prestatiebekostiging De voorgenomen gedeeltelijke prestatiebekostiging (zie 4.4) betekent dat we meer geld krijgen als we goede resultaten halen en een korting als we het minder goed doen. Daarbij wordt wel onderkend dat de gemeente niet geheel verantwoordelijk is voor een succesvol inburgeringstraject, maar de gemeente heeft wel instrumenten in handen om het traject succesvol te maken. Als kleine gemeente kan een dergelijke systematiek relatief grote financiële gevolgen hebben. Nieuwe taken voor de gemeente Er komen veel taken op ons af die nieuw zijn. Denk aan het invullen en opzetten van de trajecten rondom de leerroutes.
Ook de rol van regievoerder is nieuw, alle processen en registratierichtlijnen zijn nieuw en we gaan nieuwe samenwerkingen aan. Dit betekent veel onzekerheid over hoe het gaat lopen. In de praktijk zullen er situaties ontstaan die niet voorzien zijn en waarbij er snel geschakeld moet worden. Dat geldt deels ook bij de ketenpartners die voor een nieuwe opdracht staan. Er zal gaandeweg nog geleerd en bijgeschaafd moeten worden waardoor het voor de statushouder misschien niet altijd even vlekkeloos verloopt zoals bedacht en gehoopt. Daarom gaan we regelmatig evalueren en bijstellen (zie hoofdstuk 6). Taakstelling laat bekend, moeilijk afspraken te maken met aanbieder De taakstelling voor de huisvesting van statushouders en daarmee het beschikbare budget voor het volgende jaar wordt in oktober bekend gemaakt. Dit is vrij laat om op in te spelen door zowel gemeente als betrokken partijen. Daarbij is het ook nog de vraag of de taakstelling gehaald wordt en wanneer. Dit vraagt grote flexibiliteit van alle partijen.
5. Evaluatie & monitoring De nieuwe Wet inburgering 2021 geeft de gemeente nieuwe taken en verantwoordelijkheden en daarom is evalueren, leren en bijsturen belangrijk. Dit doen we op verschillende manieren. a) We monitoren op casusniveau. De casemanager pakt dit als regievoerder op met alle betrokkenen. b) We evalueren periodiek door overleg tussen casemanagers en beleid. c) We organiseren periodiek overleg tussen de belangrijkste partners die bijdragen aan het mee laten doen van statushouders in onze gemeente. d) We monitoren aan de hand van gegevens over behaalde resultaten. Denk aan: • de daadwerkelijke instroom statushouders en migranten • het aantal statushouders dat maatschappelijke begeleiding kreeg van Scala en wat hiervan de resultaten zijn • het aantal statushouders per leerroute • het aantal mensen dat gebruik maakt van financiële ontzorging incl. het aantal dat dit na een half jaar niet meer nodig heeft • het aantal brede intakes dat is uitgevoerd
18
Doe-agenda Nieuwe Wet Inburgering 2022-2025 Ooststellingwerf binnen OWO-gemeenten • • •
het aantal opgestelde Pip’s Het aantal geslaagde inburgeringstrajecten (DUO) Het aantal mensen dat het Participatieverklaringtraject succesvol heeft afgerond (St. Scala).
Deze monitorgegevens nemen we vanaf eind 2022 mee in de Monitor Sociaal Domein zodat de raad steeds op de hoogte blijft van de resultaten. Eind 2022 vatten we bovenstaande aspecten samen in een eerste tussenevaluatie, die we met de gemeenteraad en de Adviesraad Sociaal Domein delen.
19
Doe-agenda Nieuwe Wet Inburgering 2022-2025 Ooststellingwerf binnen OWO-gemeenten
Bijlage 1 - Lijst met begrippen en afkortingen Nieuwkomers
Definitie Wet inburgering nieuwkomers: vreemdeling die in Nederland rechtmatig verblijf heeft op grond van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 en artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000, die de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt en die voor de eerste keer tot Nederland is toegelaten.
Oudkomers
Zie Regeling oudkomers 25 gemeenten 2005: een persoon die 18 jaar of ouder is, die buiten Nederland is geboren en behoort tot een etnische minderheidsgroep, die rechtmatig in Nederland verblijft anders dan voor een tijdelijk doel als bepaald bij of krachtens de WIN, en die niet verplicht is om op grond van de WIN een inburgeringsprogramma te volgen.
DUO
Dienst Uitvoering Onderwijs
KNM
Kennis Nederlandse Maatschappij
MAP
Module Arbeidsmarkt en Participatie
PVT
Participatieverklaringstraject
AZC
Asielzoekers Centrum
PIP
Persoonlijk plan inburgering en participatie
UA
Uitkeringsadministratie
VNG
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Ministerie van SZW
Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
20
Doe-agenda Nieuwe Wet Inburgering 2022-2025 Ooststellingwerf binnen OWO-gemeenten
Bijlage 2 - Taalniveaus Het doel van de leerroutes is onder meer om de Nederlandse taal op het hoogst haalbare niveau te behalen. De volgende niveaus worden onderscheiden: taalniveau A1 Iemand met taalniveau A1 begrijpt woorden of namen die vertrouwd zijn en heel eenvoudige korte zinnen. taalniveau A2 A2 is het niveau van iemand die het inburgeringsexamen gedaan heeft. Hij begrijpt korte eenvoudige teksten. Hij is in staat om informatie te vinden in eenvoudige teksten zoals een advertentie of een menukaart. taalniveau B1 Mensen die taalniveau B1 hebben, begrijpen teksten die voor het grootste deel uit veelgebruikte woorden bestaan. Maar ze begrijpen ook moeilijker taal, als ze daar veel mee te maken hebben. Bijvoorbeeld door hun werk of hobby. taalniveau B2 Heeft iemand taalniveau B2? Dan begrijpt hij een tekst waarin de schrijver een standpunt inneemt over een actueel onderwerp (‘de jeugd begrijpt alleen nog teksten van maximaal 140 karakters’) . Hij kan ook genieten van hedendaagse literatuur. taalniveau C1 Met taalniveau C1 kan iemand lange en complexe teksten begrijpen. Hij kan specialistische artikelen en technische instructies begrijpen, zelfs als die over een ander vakgebied gaan. Hij waardeert complexe (oudere) literatuur en het gebruik van stijlen. taalniveau C2 C2 is het taalniveau van zeer taalvaardige mensen. Ze begrijpen eigenlijk alle teksten.
Of ze nu concreet of abstract zijn, bulken van jargon of metaforen maakt daarbij niet uit.
21
Doe-agenda Nieuwe Wet Inburgering 2022-2025 Ooststellingwerf binnen OWO-gemeenten
Bijlage 3 - Leerroutes Binnen de nieuwe Wet inburgering worden drie leerroutes onderscheiden die aansluiten op de capaciteiten en de mogelijkheden van de inburgering plichtige. De inburgering plichtige moet deze leerroute, samen met het PVT (Participatieverklaringstraject) en de MAP (uitgezonderd deelnemers Onderwijsroute), volgen en afronden. Binnen de Wet inburgering zijn de volgende leerroutes omschreven: De B1-route Deze route is erop gericht dat men de Nederlandse taal als tweede taal beheerst op B1 niveau (dit is eenvoudig Nederlands wat het grootste deel van de bevolking begrijpt, leest en schrijft) en dit niveau zo snel en effectief mogelijk bereikt. Dit gebeurt door een combinatie van inburgering en participatie: het leren van de taal in combinatie met werk of andere activiteiten gericht op het meedoen in de samenleving. Naar verwachting van de overheid zullen de meeste inburgeringsplichtigen de B1 route gaan volgen. Er wordt vanuit de wet geen minimaal of maximaal aantal uren onderwijs gekoppeld aan deze route, maar er is ruimte voor maatwerk. De inkoop van deze twee componenten, taalonderwijs en participatie-activiteiten, verschilt van elkaar. Voor de inkoop van taalonderwijs haken we aan bij de regio die door middel van een aanbesteding het taalonderwijs inkoopt.
De participatie-activiteiten willen we liefst zoveel mogelijk lokaal wegzetten zodat de inburgering plichtige direct ook lokaal wegwijs gemaakt wordt en daadwerkelijk kan participeren in de samenleving waar hij/zij woont. Het moet nog blijken of dit ook praktisch mogelijk blijkt. Onderwijsroute De Onderwijsroute bestaat uit een taalschakeltraject, waarin de inburgering plichtige niet alleen de Nederlandse taal leert op minimaal niveau B1, maar tegelijkertijd zo goed mogelijk wordt voorbereid op de instroom in het Nederlands middelbaar of hoger beroepsonderwijs (MBO of HBO) of wetenschappelijk onderwijs (WO). Met het succesvol afronden van het taalschakeltraject en het PVT hebben inburgeringsplichtigen die deze route volgen, voldaan aan de inburgeringsplicht en beschikken zij niet alleen over voldoende kennis van de Nederlandse taal, samenleving en arbeidsmarkt, maar ook over voldoende overige (studie)vaardigheden om met succes een Nederlandse opleiding te gaan volgen. Deze groep komt dan ook in aanmerking voor studiefinanciering ten behoeve van hun vervolgopleiding, mits zij vóór hun 30-ste verjaardag instromen in de vervolgopleiding. De Onderwijsroute is een intensieve route van ongeveer anderhalf jaar, dus de inburgering plichtige moet goed gemotiveerd zijn.