Bijlage 1 - Beleid Biodiversiteit
Tekst van het document
De weg naar een hogere en blijvende soortenrijkdom
Beleidsnotitie biodiversiteit gemeente Ooststellingwerf Versie 10 maart 2021
1 Vooraf Biodiversiteit: je kunt er tegenwoordig niet meer omheen. Het is veel in het nieuws, er verschijnen diverse onderzoeksrapporten over. In veel beleidsnota’s van overheden wordt het genoemd, vaak in een adem met duurzaamheid. Mensen vinden het belangrijk, mede door de algemene waardering voor natuur en groen. Deze waardering is nog gegroeid in de coronaperiode, waarin mensen vaker de natuur in getrokken zijn1. Biodiversiteit: iedereen verstaat er wat anders onder. Voor de een gaat het om grote natuurgebieden met kraanvogels en otters, voor de ander gaat het om de bloemen en insecten in de tuin. Beiden hebben gelijk. Biodiversiteit gaat kortweg over soortenrijkdom en leefgebieden, zowel op grote als op kleine schaal. Helaas gaat het zowel wereldwijd als in Nederland niet goed met biodiversiteit2. Op diverse schaalniveaus wordt gehandeld om de achteruitgang van soortenrijkdom tot stilstand te brengen en de biodiversiteit te verbeteren. De gemeente Ooststellingwerf is al een aantal jaren bezig met het thema ‘biodiversiteit’. Zo is zij als beheerder van de openbare ruimte al geruime tijd geleden gestart met ecologisch bermbeheer en het inzaaien van kruidenrijke zaadmengsels. De bloemrijke kruiden nemen toe in de gemeentelijke bermen. Dat is bijvoorbeeld goed voor insecten, maar ook voor de beleving van het groen.
Biodiversiteit is over het algemeen een blij onderwerp, dat dicht bij de mensen staat. Dat is een mooi gegeven voor de raad. In het huidige raads- en uitvoeringsprogramma (2018 - 2022) staan voor biodiversiteit twee ambities: aandacht voor groen in de dorpen; het vaststellen van een biodiversiteitsplan, samen met inwoners en ondernemers. Openbaar groen in de dertien dorpen van Ooststellingwerf is vooral het domein van de afdeling Openbare Ruimte. Groen in de dagelijkse leefomgeving is belangrijk voor de inwoners. De medewerkers van de afdeling spreken hier in hun dagelijkse werk vaak over met inwoners. Om tot een gezamenlijk biodiversiteitsplan te komen is in 2019 een participatief traject gestart. In een enthousiasmerende startbijeenkomst van twee dagen, juni 2019, zijn ideeën voor het versterken van de biodiversiteit geoogst. Mede vanwege corona is er aan dit participatieve traject (nog) geen verder vervolg gegeven. De gemeente wil in 2021 concreet verder met biodiversiteit, mede als uitwerking van het nieuwe programma Duurzaam Ooststellingwerf 2021 – 2025 (in de maak) onder hoofdthema klimaatadaptatie. Om tot gerichte uitvoering te kunnen komen, is het van belang beleidsmatig vast te stellen wat de uitgangspunten voor biodiversiteit in de gemeente zijn. Dit is uitgewerkt in deze nota Beleid biodiversiteit. Vertrekpunt is zeker geen blanco situatie.
Er ligt al veel en de gemeente is ook al aangehaakt bij andere initiatieven, zoals de Regiodeal Zuidoost-Friesland of het herstelprogramma biodiversiteit van de provincie. Bestaande acties, voornemens en kansen voor biodiversiteit moeten benut worden, zowel intern als in samenwerking met anderen. Het betrekken van inwoners wordt voortgezet. De borging van het beleidsonderwerp biodiversiteit in de gemeentelijke organisatie is hierbij een belangrijk aandachtspunt. Daarom is deze nota ook input voor de Omgevingsvisie. Bij deze beleidsnota horen twee andere documenten, het Actieprogramma biodiversiteit en het Jaarplan biodiversiteit 2021. 1 Bron: https://www.vogelbescherming.nl/actueel/bericht/3-op-de-4-nederlanders-vindt-dat-natuur-
onderdeel-moet-zijn-van-herstelplannen-na-coronacrisis 2 Bron: o.a. tweejaarlijkse rapporten Living Planet van Wereld Natuur Fonds, laatste 2020
2
2 Biodiversiteit: waar gaat het om 2.1 Wat is biodiversiteit Onze wereld kan niet zonder biodiversiteit. Alles wat natuurlijk is, heeft er mee te maken. De productie van zuurstof, de bestuiving van planten en landbouwgewassen, het beheersen van plagen en waterzuivering: het zijn allemaal voorbeelden van biodiversiteit die dag en nacht doorgaan. Biodiversiteit is de bouwsteen van onze natuur en het landschap en van onze welvaart en welzijn. Biodiversiteit gaat over soorten en hun leefgebieden en hun onderlinge relaties. Het is van belang dat een soort in zijn leefgebied alles aantreft om te kunnen (over)leven: voldoende voedsel en water, voortplantingsgebied en nestgelegenheid, voldoende dekking om te schuilen of te migreren, geschikte omstandigheden om te overwinteren. Voor levensvatbare populaties van soorten is het essentieel dat zij elkaar kunnen bereiken en er verbinding bestaat tussen verschillende leefgebieden . Veel soorten gebruiken meerdere leefgebieden. Een goed voorbeeld in Ooststellingwerf is de das, die zijn burcht over het algemeen op hogere zandgrond in het bos heeft, zijn voedsel zoekt op lager gelegen graslanden en die zich graag via landschapselementen als houtwallen en bosschages tussen beide plekken voortbeweegt. Ander voorbeeld zijn amfibieën, die zich in het water voortplanten en zeer nabij in begroeiing op het land overwinteren.
De actieradius van een das betreft een heel gebied, dat van een amfibie een paar honderd meter. In beide gevallen gaat het echter om een gevarieerd landschap. Hoe gevarieerder het landschap, hoe groter de kans op een rijkdom aan plant- en diersoorten. 2.2 Biodiversiteit in Nederland Er is met het beschermen en ontwikkelen van de ecologische hoofdstructuur en Natura 2000gebieden, tegenwoordig natuurnetwerk Nederland (NNN) genoemd, veel natuurwinst geboekt. Er broeden weer zeearenden in Nederland en onze bossen worden ontdekt door grote zoogdieren. Om dichtbij huis te blijven: er broeden weer kraanvogels in de gemeente, de das is een algemene soort geworden, de otter is weer in Ooststellingwerver wateren gespot. Toch is de afgelopen decennia de biodiversiteit in Nederland per saldo achteruitgegaan. Vooral in agrarisch gebied op het platteland zijn de landschappen monotoner geworden en daarmee de soortensamenstelling (zie fig. 1). Ging het aanvankelijk om het verdwijnen van zeldzame soorten en/of soorten uit specifieke milieus, al geruime tijd zijn er nu signalen dat het met algemene soorten in Nederland ook niet goed gaat. Gewone vogels als huismus en wilde eend gaan achteruit. Dat geldt ook voor boerenlandvogels als veldleeuwerik of boerenzwaluw. De achteruitgang van insecten wordt in menig onderzoek en bericht aangetoond3.
Dit alles betekent dat de basiskwaliteit van natuur en landschap verslechterd is en daarmee de zo noodzakelijke variatie voor biodiversiteit. Basiskwaliteit van natuur en landschap is de minimumvoorwaarde voor de levensvatbaarheid van populaties van soorten.
3 Veel mensen hebben de ervaring van schone voorruiten na een autotocht, daar waar voorheen de vele dode
insecten na zo’n tocht van de ruiten gehaald moesten worden.
3
Fig. 1: Afname biodiversiteit (RUG: © Jeroen Onrust en Raymond Klaassen). 2.3 Biodiversiteit in Ooststellingwerf De gemeente Ooststellingwerf, gelegen in de Friese Wouden, kent een grote variatie aan landschappen. Zie ook figuur 2. Van oost naar west: het Drents Plateau met enkele grote natuurgebieden en bossen, het oude cultuurlandschap van Oosterwolde-Appelscha en diverse ontginningslandschappen richting de beekdalen in het Lage Midden. De gemeente is een agrarische plattelandsgemeente met dertien dorpen. Het landbouwkundig grondgebruik bestaat overwegend uit grasland. Een kleiner gedeelte bestaat uit akkerbouw. Binnen de grenzen van de gemeente bevinden zich zowel grote natuur- en bosgebieden van (inter)nationale betekenis als kleine natuurgebieden en groenstructuren van lokale betekenis. Zij worden beschermd en beheerd door verschillende actoren en vormen samen een belangrijke onderlegger voor biodiversiteit. Het gaat om:
Natuur en bos: De Natura 2000-gebieden Drents-Friese Wold en het Fochteloërveen zijn van betekenis voor bijzondere soorten als kraanvogel en boommarter. Deze grote gebieden vormen samen met natuurgebieden uit het NNN, zoals delen van de beekdalen van de Linde en de Tjonger, de natuurlijke ruggengraat van de gemeente. Deze gebieden zijn wettelijk beschermd en zij worden beheerd door terreinorganisaties als It Fryske Gea, Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten. Ook zijn er in de gemeente diverse kleinere, particuliere natuur- en bosterreinen. Natuur in agrarisch gebied: Veel soorten zijn afhankelijk van agrarisch gebied, zoals weideen akkervogels, kleine marterachtigen of een soort als de das die er foerageert. Er zijn agrarische bedrijven die agrarisch natuur- en landschapsbeheer uitvoeren4. Dan gaat het bijvoorbeeld om aanleg en beheer van bloemrijke randen langs de percelen voor insecten, houtsingels en houtwallen, amfibieënpoelen, kruidenrijke graslanden, vogelakkers voor soorten als de patrijs of natuurvriendelijke erven voor soorten als boerenzwaluw en ringmus. In de gemeente Ooststellingwerf is bijvoorbeeld de agrarische natuurvereniging de
4 Via beheerpakketten agrarisch natuur- en landschapsbeheer (ANLb) of geïntegreerd in de reguliere
bedrijfsvoering
4
Gagelvenne actief bezig met natuurbeheer in het agrarisch gebied, onder andere via het project stepping stones. Landschapselementen en groenstructuren in het buitengebied: De gemeente beheert heel wat kilometers wegbermen en sloten, alsmede kleinere bosgebieden. Deze veelal lijnvormige structuren op het land zijn van belang voor bijvoorbeeld insecten en kleine zoogdieren. Het waterschap beheert vele kilometers watergang met oevers. In het water gedijen vissen bij natuurlijker ingerichte oevers en watergangen met waterplanten5. Diverse vleermuissoorten gebruiken groene landschapselementen of watergangen als vliegroute. Natuur in het bebouwd gebied: De gemeente beheert divers groen in de dorpen en wijken. Parken en bosplantsoen en groene dorpsranden bieden leefomstandigheden voor diverse soorten. Gebouwen zelf trouwens ook: een goed voorbeeld is de huismus, die graag leeft onder een pannendak en foerageert in het naastgelegen groen. Ook vormt het dorps- en wijkgroen foerageergebied voor bepaalde vleermuissoorten die in de bebouwde omgeving leven. Bewoners zijn betrokken bij het groen in hun dorp of wijk. Overhoekjes: In Ooststellingwerf is een diversiteit aan overhoekjes op het land en restgroen langs paden of bossen. Deze stukjes kunnen heel waardevol zijn voor biodiversiteit. Zij kennen diverse eigenaren en beheerders, waaronder de gemeente.
De genoemde natuur- en landschapsstructuren op verschillende schaalniveaus kunnen zo tezamen een robuust groenblauw6 netwerk van leefgebieden voor allerhande soorten vormen. Dit netwerk is essentieel voor de basiskwaliteit van natuur en landschap en dus voor biodiversiteit. Verschillende, hiervoor genoemde partijen werken aan natuur en landschap. De gemeente heeft een flink aandeel in het fijnmazige groenblauwe netwerk. Het is belangrijk voor biodiversiteit dat de gemeente hierin blijft investeren, in samenwerking met partners. Het fijnmazige groenblauwe netwerk is een essentieel onderdeel van de basiskwaliteit natuur en landschap en dus voor biodiversiteit. De gemeente heeft een belangrijke rol in bescherming en beheer hiervan.
Fig. 2: Landschap Ooststellingwerf (Structuurvisie 2009) 5 Deze inrichting vloeit voort onder andere voort uit de Kaderrichtlijn Water, waarbij ook de waterkwaliteit
verbetert. 6 Natuur op land en in het water.
5
3 Beleidsuitgangspunten biodiversiteit voor de gemeente 3.1 Opgave biodiversiteit gemeente De gemeente kan gezien aard en schaal een rol van betekenis spelen in het verbeteren van de in hst. 2 genoemde basiskwaliteit van natuur en landschap om de basis voor biodiversiteit te versterken. Hiervoor zijn aanleg en beheer van een diversiteit aan fijnmazige groen- en waterstructuren zowel in bebouwd als ongebouwd gebied van belang. Voor de gemeente zelf gaat dit primair om de door haar beheerde openbare ruimte. Samenwerking tussen de grondeigenaren en beheerders in het hele groenblauwe netwerk is van belang om de kwaliteit van leefgebieden van soorten te vergroten en deze te verbinden door goede aansluiting op elkaar. Verbinding is van levensbelang voor uitwisseling van soorten. Hierdoor wordt de soortenrijkdom op diverse plekken in de gemeente verhoogd en neemt tevens de biodiversiteit in de totale gemeente toe. Het doel voor biodiversiteit voor de gemeente luidt derhalve als volgt: ‘een hogere soortenrijkdom op meer plekken op gemeentelijk grondgebied’. Het doel geldt zowel voor de korte als de lange termijn. Biodiversiteit is immers een zaak van zowel korte als van lange adem. Een voorbeeld van de korte termijn is het vergroenen van tuin en erf: ‘minder tegels voor meer planten’ leidt meteen tot meer vlinders en vogels.
Een voorbeeld van biodiversiteit op de lange termijn is de groei van meer soorten bloemrijke planten door langjarig verschralingsbeheer, bijvoorbeeld in bermen op grasveldjes. Te allen tijde vormt een bijdrage aan leefgebied van soorten in het groenblauwe netwerk uitgangspunt. De gemeente kan dit doel op verschillende manieren bereiken door zowel intern als extern haar rol te pakken. A. De basis op orde door: o Goed zicht te krijgen op de uitgangssituatie van biodiversiteit in de gemeente. o Op een meer ecologische, biodiverse manier te kijken naar en waarderen van bestaande groengebieden en landschapsstructuren. o Het stimuleren van biodiversiteit in/aan gebouwen en andere bouwwerken. B. Meer op biodiversiteit gericht beheer van de openbare ruimte door: o Biodiversiteit meer te integreren in strategisch groenbeleid en operationeel beheer. o Zorgen voor het realiseren en beheren van een groenblauw netwerk. C. Creëren van bewustwording door: o In gesprek te gaan over biodiversiteit met inwoners en ondernemers. o Stimuleren en ondersteunen van bewonersprojecten. D. Gerichte samenwerking met gebiedspartijen door: o Geregeld af te stemmen met andere grondeigenaren en beheerders. o Als samenwerkingspartner aan te haken bij initiatieven van andere overheden. o Stimuleren en ondersteunen van derde partijen.
6
E. Biodiversiteit te borgen in de gemeentelijke organisatie door: a. Biodiversiteit te integreren in de beleidscyclus. b. De gemeentelijke rol als bevoegd gezag bij lokale ruimtelijke ontwikkelingen op te pakken. c. Voldoende menskracht en middelen beschikbaar te stellen ten behoeve van biodiversiteit. A, B en E betreffen vooral intern gerichte aandachtspunten en acties. C en D hebben duidelijk een extern karakter. 3.2 De basis op orde 3.2.1 Basiskaart natuur en landschap Om te beginnen is het van belang dat de uitgangssituatie helder is: de stand van biodiversiteit in de gemeente. Het gaat enerzijds om het in beeld krijgen van de huidige en gewenste staat van de basiskwaliteit natuur en landschap aan de hand van leefgebieden van soorten en verbindingen ertussen7. Anderzijds gaat het om de gewenste vorm van inrichting en beheer en eventuele aanleg van nieuwe groenstructuren. De hieruit voortkomende ‘kaart’ is een verbeelding van de ‘goede dingen op de goede plek’ en is voorwaardelijk voor beleid en beheer. Andere organisaties, zoals terreinbeheerders, de agrarische natuurvereniging en medeoverheden, hebben vaak ook eigen data inzake natuur en landschap. Het is daarom nuttig uitgangssituatie en kaart in samenwerking tussen intern en extern betrokkenen tot stand te brengen8. Tevens is de kaart een goed middel om het gesprek over biodiversiteit periodiek aan te gaan met elkaar.
Zo blijft de kaart ook een levend document. Deze opzet hoeft niet veel te kosten en is wel effectief. Het is voor de gemeente vooral van belang om in te zetten op bestaande soorten van wegbermen, bosplantsoenen en parken. Deze groenstructuren zijn belangrijk voor planten en insecten en deze soorten vormen als basis van ecosystemen een belangrijke schakel in de voedselketen voor tal van soorten amfibieën, reptielen, vogels en zoogdieren. De verschillende landschappen die de gemeente rijk is, kunnen daarbij de couleur locale vormen: in het zandgebied leven andere soorten dan in de natte venige gebieden. 3.2.2 De gebouwde omgeving op orde Biodiversiteit in/aan gebouwen is nog tamelijk onontgonnen terrein, terwijl ook daar winst te behalen is. Er leven in de gebouwde omgeving diverse gebouw bewonende soorten als bepaalde vleermuizen, huismussen, gierzwaluwen, huiszwaluwen. De gemeente heeft naast grond ook gebouwd vastgoed in eigendom. Het voorzien in verblijfplaatsen in/aan gebouwen en andere bouwwerken levert al snel plus op voor biodiversiteit. Ook zou de gemeente biodiversiteit in/aan panden van anderen kunnen stimuleren. De gebouwde omgeving verdient dus ook een plek op de kaart basiskwaliteit natuur en landschap. Genoemde voorzieningen zijn vooral in nieuwbouw makkelijk in te passen en ze zijn er in verschillende prijsklassen.
7 Buro Bakker heeft in het rapport Kwaliteitsimpuls biodiversiteit 2014 een korte, bruikbare inventarisatie over
de stand van zaken biodiversiteit in de gemeente gemaakt. Deze kan als basis dienen voor het bepalen van de huidige stand van zaken biodiversiteit. 8 Een leuke vorm hiervoor is een schetsmiddag of schetsschuit.
7
3.3 Inrichting en beheer van de openbare ruimte 3.3.1 Biodiversiteit in het groenbeheer De ‘notitie groenbeleid’ dateert uit 2012. Er is een actualisering van het groenbeleid nodig. De huidige jaaropdrachten van de afdeling openbare ruimte zijn nog op deze notitie gebaseerd. Inmiddels zijn er op tal van fronten nieuwe (beleids)inzichten en ook behoeftes aan openbaar groen in de dorpen manifesteren zich als verschillend. Beheerders spreken vrijwel dagelijks met bewoners. Niet op de laatste plaats is er de ambitie om biodiversiteit meer te integreren in het groenbeleid en beheer. Dit beleidskader biodiversiteit vormt de onderlegger voor het gemeentelijk groenbeheer. Vertaling van de realisering van het hierin centraal staande groenblauwe netwerk naar het concrete beheer betekent niet een nieuwe beleidsnotitie, maar vindt zijn weg in een door de afdeling op te stellen uitvoeringsprogramma met diverse actuele thema’s en acties. Er zijn door de afdeling reeds diverse acties ten behoeve van biodiversiteit uitgevoerd. Via de notitie groenbeleid werd verdere uitwerking gegeven aan ecologisch beheer. Eind 2014 zag op voorspraak van de toenmalige raad de ‘Kwaliteitsimpuls biodiversiteit’9 met daarin concrete projectvoorstellen het licht. Er is eind 2020 een Meerjarenplan Onderhoud Bomen vastgesteld door de raad.
Hiermee zijn middelen beschikbaar gesteld om het bomenbeheer beter en planmatiger uit te voeren. Hier zijn ook raakvlakken met biodiversiteit (zie par. 3.3.2). 3.3.2 Biodiversiteit in uitvoering De voor biodiversiteit relevante thema’s en acties op het gebied van beheer en onderhoud, als input voor het uitvoeringsprogramma, zijn: -
Ecologisch beheer gerichter inzetten aan de hand van de kaart basiskwaliteit natuur en landschap. Door het aanwijzen van essentiële groenstructuren waarvan het beheer vanuit biodiversiteitsperspectief zou moeten worden omgevormd, ontstaat een prioritering.
-
Het eerste punt zou (vooraf) kunnen worden ondersteund met pilots. Zo’n pilot zou kunnen zijn: zoom-/mantelvegetatie in bosplantsoenen/bosgebieden10. Zomen en mantels in en aan bosranden zijn heel divers en erg belangrijk voor de biodiversiteit. Als de pilot een succes wordt, dan kan de gemeente hiermee verdergaan.
-
Bij het onderhoud van de openbare ruimte moet biodiversiteit vanzelfsprekend zijn. Bij de inrichting van de dorpskommen valt winst te halen voor de biodiversiteit. Niet overal hetzelfde is een gulden regel voor biodiversiteit. Daarin ligt de sleutel: wat doe je wel en wat doe je niet in het groen op een bepaalde plek. Het onderhoudsniveau of het ‘nette’ uiterlijk hoeven hier niet onder te lijden.
-
Veelvormigheid is van belang voor biodiversiteit. De ambitie om het bomenbestand diverser te krijgen in de nu door eik gedomineerde gemeente is goed voor biodiversiteit. Bij nieuwe aanplant wordt hiermee rekening gehouden. Uiteraard zijn landschap en eventuele cultuurhistorische kenmerken van een gebied ook van belang. Er is een relatie met het Meerjarenplan onderhoud bomen. Juist de omvorming van het bomenbestand betekent ook
9 Buro Bakker (2014)
10 Deze pilot is ook genoemd in de lijst met verbeteracties van de afdeling openbare ruimte (zie
Actieprogramma).
8
dat er wel eens een eik niet meer wordt onderhouden. Zowel uit oogpunt van boomonderhoud als vanuit biodiversiteit is het niet erg dat er gaten vallen. Gaten geven juist weer kans aan andere beplanting. -
Hoe om te gaan met snipper- en restgronden? Het is nog steeds een actueel onderwerp. Er is geen formele taakstelling meer zoals in 2011, maar het staat wel jaarlijks aan de inkomstenkant in de begroting. Er worden ook nog jaarlijks gronden verkocht. De rest- en snippergronden zijn niet bepalend voor het uiterlijk van een woonwijk, maar kunnen van waarde zijn voor biodiversiteit. Deze gronden moeten geconfronteerd worden met de basiskaart natuur en landschap. Daaruit rolt vanuit biodiversiteit welke waardevol zijn en niet verkocht moeten worden of het beheer moet met de gemeente goed geregeld worden door de nieuwe eigenaar-beheerder.
-
Exoten/plaagsoorten: hier is een inventarisatie nodig van de eventuele plaag, ofwel herkennen en erkennen. Deze soorten kunnen de gewenste biodiversiteit bedreigen of tot overlast leiden. Daar waar wordt samengewerkt tussen overheden is het efficiënt voor de gemeente om aan te sluiten.
-
Werken via de gedragscode wet natuurbescherming voor gemeenten: een proeve van bekwaamheid om ook wettelijk gezien het voor biodiversiteit gewenste beheer en onderhoud te verrichten.
Werken aan biodiversiteit gaat niet over een nacht ijs, ook niet in het beheer. Het is belangrijk dat de genoemde beheerthema’s verder worden uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma. De prioritering binnen beheer en onderhoud moet vanuit het beleidskader biodiversiteit bestaan uit een mix van de criteria: winst voor biodiversiteit, praktisch uitvoerbaar, draagvlak en zo veel mogelijk passend binnen het budget. Ecologisch beheer leidt tot een andere kwaliteit groen, maar hoeft in beheer en onderhoud niet duurder te zijn. Het is aan te bevelen wat budget vrij te maken voor pilots. Bij succes kan een bepaalde werkwijze structureel worden en kan dit te zijner tijd ook structureel worden begroot. 3.4 Bewustwording en bewonersprojecten Juist op lokaal gebied kan er van onderop samengewerkt worden met inwoners en lokale organisaties om aan de vergroening van de dorpen, ambitie van de raad, te werken. Dat geldt ook voor het stimuleren van inwoners en ondernemers om op eigen erf, zowel huis als tuin, voorzieningen te treffen die goed zijn voor soorten. Op deze wijze versterk je de fijnste mazen van het groenblauwe netwerk tot op perceelniveau en daarmee de lokale biodiversiteit. De dorpen in de gemeente liggen verspreid over de verschillende landschappen die Ooststellingwerf rijk is.
Door alle dorpen te betrekken, bereik je extra variatie op lokale schaal en bij biodiversiteit betrokken burgers in de hele gemeente. Natuur dicht bij de mensen levert daarnaast ook klimaatbewustzijn en biodiverse bewustwording op. De dagelijkse leefomgeving is erg belangrijk voor bewoners en iedereen heeft er een opvatting over. Lokale biodiversiteit is eveneens een thema dat zich goed leent voor educatie. Vergroening van schoolpleinen, als voorbeeld, levert een bijdrage aan het groenblauwe netwerk, maar ook aan een aangenaam speel- en leerklimaat voor kinderen. Bij raad en college bestaat de uitdrukkelijke wens om gezamenlijk met inwoners en ondernemers een uitvoeringsagenda biodiversiteit op te stellen. Hiertoe is de gemeente in 2019 een traject gestart met inwoners en ondernemers. Zij zijn uitgenodigd om met ideeën voor biodiversiteit te komen en 9
hiermee ervaring op te doen om de uitvoeringsagenda gericht te kunnen vullen11. Corona gooide in 2020 echter roet in het eten, het participatietraject is gestopt. Er is wel een oogst aan eerste ideeën uit voortgekomen (zie hiervoor hst. 1 in het Actieprogramma). Wil je als gemeente mensen weer actief meekrijgen met biodiversiteit, dan moet het vuurtje uit 2019 weer worden aangewakkerd. De gemeentelijke rol hierin is stimulerend, faciliterend en ondersteunend door goede communicatie en eventuele subsidieverstrekking. Het is aan te bevelen wat budget vrij te maken voor enkele bewonersprojecten. Daarbij is het belangrijk dat er gestuurd wordt op biodiversiteit: het project moet een bijdrage leveren aan het groenblauwe netwerk en het leefgebied van soorten. 3.5 Samenwerken aan biodiversiteit 3.5.1 Samenwerking in het landelijk gebied De gemeente Ooststellingwerf heeft een omvangrijk buitengebied. Hier liggen, naast de grotere natuur- en bosgebieden, veel kansen voor het verbeteren van leefgebieden voor soorten door versterking van het groenblauwe netwerk. Wanneer hier de basiskwaliteit natuur en landschap omhoog gaat, heb je winst voor biodiversiteit op een groot oppervlak.
Daarbij kan ingespeeld worden op diverse maatschappelijke opgaven in het landelijk gebied die raken aan biodiversiteit, zoals klimaat, natuurlijker watersystemen, gezonde bodem, duurzame landbouw, stikstofproblematiek, energieparken, recreatief medegebruik. De gemeente heeft een specifieke rol, zowel als beheerder als bevoegd gezag van ruimtelijke instrumenten. Diverse organisaties in het landelijk gebied zijn bezig met biodiversiteit12. Een gezamenlijke visie op het landelijk gebied van de toekomst kan belangrijke input zijn voor de gemeentelijke omgevingsvisie. De eerste gesprekken met de samenleving hierover zijn geweest13. In praktische zin is op lokaal niveau een aantal ontwikkelingen voor biodiversiteit te noemen, die aansluiten op het werk van de gemeente of waar de gemeente projectmatig zou kunnen samenwerken. Op het gebied van landbouw is agrarisch natuur- en landschapsbeheer (ANLb) voor biodiversiteit interessant. In de reguliere landbouw valt voor biodiversiteit ook winst te halen door in de bedrijfsvoering meer rekening te houden met natuur. Dat kunnen kleine stapjes zijn, door bijvoorbeeld landschapselementen en overhoekjes te sparen of een natuurvriendelijk erf in te richten. Het waterschap beheert als waterbeheerder vele kilometers watergangen en oevers, eveneens belangrijke elementen van het groenblauwe netwerk.
De raad heeft eind 2020 subsidie verleend aan het project Biodivers Cultuurland Ooststellingwerf, een kennisplatform biodiversiteit voor boer en burger 14. Hierin worden lokale initiatieven op het gebied van biodiversiteit gebundeld, digitaal ondersteund en anderszins uitgevoerd. 3.5.2 Biodiversiteit op bovenregionaal niveau Biodiversiteit houdt zich niet aan bestuurlijke grenzen. De gemeente is onder andere aangesloten bij het provinciaal herstelprogramma biodiversiteit. De provincie Friesland wil dit programma samen met gemeentes, waterschap en organisaties uitvoeren. 11 Bron: Proces naar een biodiversiteitsplan Ooststellingwerf – uitvoeringsagenda (jan . 2019)
12 Zo is er een gebiedscoöperatie voor het landelijk gebied in oprichting. Hierin gaan diverse gebiedspartijen in
het landelijk gebied samenwerken. 13 https://www.omgevingsvisie-ooststellingwerf.nl/omgevingsvisie-ooststellingwerf/themabijeenkomstlandbouw-en-toerisme-recreatie 14 Inititatiefnemers zijn: agrarische natuurvereniging Gagelvenne, wildebeheereenheid MiddenOoststellingwerf, Imkersvereniging Ooststellingwerf in samenwerking met Biosintrum
10
Er is hiervoor 2.5 tot 3 miljoen euro beschikbaar in de periode 2020 – 2023. Het programma sluit mooi aan op het doel van de gemeente om vooral de basiskwaliteit van natuur en landschap op orde te krijgen. Ook burgerbetrokkenheid, kennisdeling en natuurinclusief werken zijn programmapunten die prima aansluiten op de gemeentelijke aanpak voor biodiversiteit. Ook participeert de gemeente in de Regiodeal Zuidoost-Friesland. Hierin werken regionale en lokale overheden samen met het Rijk en diverse maatschappelijke organisaties, inwoners en onderwijs aan versterking van het landschap en vitale dorpen. Haakjes voor biodiversiteit zijn bijvoorbeeld landschapsherstel en aanleg van nieuwe houtsingels of het kennisproject gezonde bodem in Biosintrum15. Beide zijn belangrijke ingrediënten voor een gezond groenblauw netwerk. Landelijk timmert een coalitie van diverse organisatie, bedrijven en kennisinstellingen met het Deltaplan Biodiversiteit aan de weg met de ambitie om in 2030 biodiversiteitsverlies in Nederland omgebogen te hebben naar biodiversiteitsherstel. Het is ter inspiratie voor het eigen biodiversiteitsbeleid goed om deze ontwikkeling te volgen . Overheden kunnen ook partner worden. Overwogen zou kunnen worden dit met de samenwerkingspartners van de Regiodeal of met de OWO16 te doen.
3.6 Biodiversiteit in de gemeentelijke organisatie Om biodiversiteit in beleid, beheer en organisatie van de gemeente te verankeren, is een aantal zaken van belang: Beleidsmatig Biodiversiteit raakt aan diverse beleidsvelden, programma’s en plannen van de gemeente. Zo kunnen via deze beleidsinstrumenten accenten voor biodiversiteit worden gelegd. Te denken valt aan: - soortenbeleid: bijvoorbeeld faunavoorzieningen (stimulerend) of recentelijk roekenbeleid (beherend); - beleid beheer openbare ruimte (zie par. 3.3); - omgevingsbeleid: in de Nota van Uitgangspunten Omgevingsvisie staan enkele voor biodiversiteit relevante punten, namelijk: een toekomstbestendig landelijk gebied door een multifunctionele ontwikkeling waar landbouw, recreatie en natuur in balans zijn. Verder vallen voor biodiversiteit positief op: aandacht voor droogte van het Fochteloërveen, leefbare kernen door een kwalitatief hoogwaardige openbare ruimte, bij ruimtelijke ontwikkelingen een plus voor het landschap bedingen. - beleid voor maatschappelijke opgaven als klimaat, duurzaamheid en gezondheid. De opgave biodiversiteit is een van de drie opgaves uit het hoofdthema klimaatadaptatie onder het programma Duurzaam Ooststellingwerf. Biodiversiteit als toetsingscriterium Het is belangrijk dat de vorderingen bij het behalen van het doel voor biodiversiteit kunnen worden gevolgd.
Een algemeen instrument is het introduceren van een biodiversiteitstoets. Dit betekent dat, daar waar relevant, in college- en raadsvoorstellen in een korte paragraaf wordt aangegeven wat het voorstel betekent voor biodiversiteit. Er is geen algemene norm voor biodiversiteit. Het is bij uitstek een beleidsveld dat een gebiedsgericht en soortgericht karakter heeft. Het gaat om leefgebied van soorten in het
15 Landschapsherstel wordt getrokken door de gemeente Opsterland en uitgevoerd door agrarisch collectief
ELAN. Voor Biosintrum is de gemeente Ooststellingwerf zelf trekker. 16 Samenwerking tussen de gemeenten Opsterland, Weststellingwerf en Ooststellingwerf.
11
groenblauwe netwerk (zie opgave in par. 3.1). In de biodiversiteitsparagraaf moet derhalve de bijdrage van het voorstel aan deze opgave naar genoemde specifieke situatie vertaald worden17. Bevoegd gezag bij ruimtelijke ontwikkelingen De gemeente maakt bestemmingsplannen en is bevoegd gezag bij de meeste omgevingsvergunningen (Wabo). Hiermee kunnen natuur en landschap ruimtelijk beschermd of ontwikkeld worden. Ook kunnen groene eisen gesteld worden aan andere ruimtelijke initiatieven18. De gemeente (VTH) moet een aanvraag voor een Wabo-vergunning toetsen op volledigheid, dus ook op het gebied van natuur. Dan gaat het om de wet natuurbescherming19 en natuurbeleid, waaronder deze beleidsnota biodiversiteit. Het is belangrijk dat het gemeentebestuur deze nota expliciet benoemt voor deze toepassing. Straks is de gemeente onder andere bevoegd gezag voor vergunningen in het kader van de aanstaande Omgevingswet. De taken voor ruimtelijke inrichting nemen dan voor de gemeente toe. Dit zal gepaard gaan met de plicht om inwoners beter te betrekken. Hierdoor kunnen inwoners meer invloed uitoefenen op de kwaliteit van hun leefomgeving. Op het gebied van VTH en ruimtelijke ordening valt dus nog veel winst te behalen voor biodiversiteit. De gemeente werkt op het gebied van VTH al samen in OWO-verband.
Biodiversiteit in de begroting De gemeente heeft ambities op het gebied van biodiversiteit en de betekenis ervan neemt ook beleidsmatig toe. Ook voor subsidie aan (bewoners)projecten is het een criterium (zie ook par. 3.4). Daarnaast is er vanuit de ambitie behoefte aan wat gelabeld budget. Zie hiervoor ook hst. 4. Het ligt derhalve voor de hand een post ‘biodiversiteit’ in de begroting op te nemen.
Fig. 3: Foto: Anne Westerhof 17 Voorbeelden kunnen zijn: percentages ecologisch beheer aan de hand van een meerjarenprogramma
beheer; in een bepaald jaar een concreet aantal initiatieven biodiversiteit van burgers faciliteren; aantal op te hangen nestkasten… 18 Bijvoorbeeld in voorwaarden bij een omgevingsvergunning. 19 De provincie is bevoegd gezag wet natuurbescherming, de gemeente toetst een ruimtelijke aanvraag op uitvoerbaarheid in het kader van de wet natuurbescherming.
12
4 Monitoring, organisatie en financiën 4.1 Monitoring Om meerdere redenen is monitoring van belang: In algemene zin kan gekeken worden of investeringen tot meer biodiversiteit leiden. Inzicht in voortgang en resultaat kunnen draagvlak voor biodiversiteit bij de politiek en de bevolking vergroten. Om monitoringsresultaten te kunnen waarderen is een referentiesituatie of een nulsituatie van belang. De basiskaart natuur en landschap (zie par. 3.2 en thema 1 uit het Actieprogramma) betreft het vastleggen van de uitgangssituatie voor biodiversiteit in de gemeente. Het is belangrijk dat het hoofddoel, verbeteren leefgebied van soorten in het groenblauwe netwerk, in voorstellen voor projecten en acties zo concreet mogelijk wordt uitgewerkt. Daar waar het kan moet monitoring aan de actie gekoppeld worden. Het verschilt overigens per actie/per parameter hoe zinvol het is of hoe makkelijk het kan. Toename van dassen is bijvoorbeeld beter in kaart te brengen dan toename van insecten. Er is geen budget voor het opzetten van professionele monitoring. Er zijn diverse vrijwilligers, die al dan niet georganiseerd, monitoren. De gemeente zou een oproep kunnen doen voor vrijwilligers die willen monitoren. Wanneer deze ook worden betrokken bij het meedenken over de uitgangssituatie en de basiskwaliteit voor natuur en landschap dan hebben ze ook een directe inhoudelijke betrokkenheid.
Het IVN zou hierin kunnen meedenken en mee-organiseren. Verder kunnen gegevens, waar dat functioneel is, worden uitgewisseld met bijvoorbeeld de terrein beherende natuurorganisaties, waterschap, de agrarische natuurvereniging, de provincie. Deze organisaties kunnen vaak ook putten uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Het Kennisplatform Biodivers Cultuurland Ooststellingwerf voorziet straks ook in data, vooral over initiatieven, maar er zal allicht ook interesse zijn in resultaten. Tot slot is het advies op de VTH-afdeling alle quick scans flora en fauna wet natuurbescherming te bewaren en te raadplegen. Opgeteld kunnen deze ook een goed beeld geven van biodiversiteit in de gemeente. 4.2 Organisatie binnen de gemeente Opdrachtgever voor biodiversiteit namens het bestuur is de teamleider van de afdeling M&O. Biodiversiteit valt onder het programma Duurzaam Ooststellingwerf 2021 – 2025. Voor de uitvoering van de acties in het Actieprogramma biodiversiteit, waaronder groenbeheer en beleidscoördinatie, is menskracht nodig. Het Jaarplan 2021 kan binnen de huidige formatie worden uitgevoerd. Voor de komende jaren zal verder worden gekeken naar ambities en personele bezetting. De interne werkgroep biodiversiteit heeft een brede samenstelling van beleidsmakers, beheerders en iemand van communicatie.
Aanbeveling is deze werkgroep te laten voortbestaan, zodat alle interne mensen die aan biodiversiteit werken elkaar makkelijk kunnen vinden en elkaar kunnen ondersteunen in beleid en uitvoering. 13
4.3 Financiën Veel voorstellen uit dit beleidskader voor biodiversiteit kunnen ingepast worden in de reguliere werkzaamheden, maar niet allemaal. Daarom is enige vorm van uitvoerings- of werkbudget handig om ook nieuwe ambities, een plus op biodiversiteit, waar te kunnen maken. Niet alles gebeurt ieder jaar of met dezelfde intensiteit. Ook is het handig om op actualiteit in te kunnen spelen. Voor biodiversiteit is op dit moment geen eigen budget. In par. 3.6 is gemotiveerd voorgesteld waarom het handig is dit wel te hebben in de vorm van gelabeld budget onder een aparte post in de begroting. De uitvoering van het Actieprogramma Biodiversiteit wordt ondergebracht in het Programma Duurzaamheid. Voor het maken van een start met de uitvoering, het Jaarplan 2021, kan een deel van het uitvoeringsbudget Programma Duurzaamheid worden benut. Een integrale afweging van de verdeling van het uitvoeringsbudget Programma Duurzaamheid over de verschillende opgaven (waarbij het vergroten van de biodiversiteit één van de opgaven is) wordt binnen het Programma Duurzaamheid gemaakt.
Voorstelbaar is dat budget inzake biodiversiteit de komende jaren nodig is voor: opzetten natuurinclusief bouwen, paar inwonerprojecten per jaar, paar dorpsprojecten groenblauwe netwerken per jaar, (pilots) beheer en onderhoud, samenwerkingsprojecten in het landelijk gebied (bijvoorbeeld erfprojecten), eventuele cofinanciering van bovenlokale trajecten (bijvoorbeeld provinciaal herstelprogramma biodiversiteit). Een en ander hangt uiteraard samen met de ambitie van een volgend gemeentebestuur. Overig budget: Fonds Ooststellingwerf: voor particuliere initiatieven. Communicatiebudget voor informatievoorziening en (jaarlijkse) biodiversiteitsprijs. Gelden van derden.
Fig. 4: Foto: Anne Westerhof
14