CConstaterende datOoststellingwerf
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.4 Quickscan Wet natuurbescherming

Raadsvergadering 28 september 2021, gemeente OoststellingwerfBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen omgevingsvergunning voor de uitbreiding van Camperplaats Appelscha, Wester Es 6 te Appelscha4.914 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan Wet natuurbescherming voor de inrichting van camperplaatsen

Quickscan Wet natuurbescherming voor de inrichting van camperplaatsen

Opdrachtgever E. Huizinga Contactpersoon E. Huizinga Status Definitief Datum 12 mei 2020 Vrijgave Koen Breed

2

2020 | P20129 | Quickscan Wet natuurbescherming voor de inrichting van camperplaatsen

Inhoud

1 | Inleiding 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7

5 Aanleiding en doel Wettelijk kader Flora- en Faunawet Wettelijk kader Wet natuurbescherming Onderzoeksmethode Plangebied 2015 Voorgenomen ontwikkeling 2015 Voorgenomen ontwikkeling 2020

2 | Resultaten en effecten 2.1 2.2

Resultaten en effecten 2015 Resultaten en effecten 2020

3 | Conclusies 3.1 3.2

5 5 5 6 6 9 9 11 11 13 19

Conclusie 2015 Conclusie 2020

4 | Literatuur en bronnen

19 19 21

2020 | P20129 | Quickscan Wet natuurbescherming voor de inrichting van camperplaatsen

3

1 | Inleiding

1.1 Aanleiding en doel De familie Huizinga, wonende aan de Wester Es 6 te Appelscha, had het voornemen om op hun terrein een camperplaats voor 10 campers in te richten. Voor deze voorgenomen plannen was een quickscan in het kader van de Flora- en faunawet noodzakelijk omdat dat effecten op beschermde flora en fauna als gevolg van de gewenste ontwikkelingen, niet konden worden uitgesloten. Deze quickscan is in 2015 uitgevoerd waarna de camperplaatsen in 2016 zijn gerealiseerd. In 2019 heeft de familie Huizinga grond bijgekocht en wil de aangekochte grond graag gebruiken voor 20 extra camperparkeerplaatsen. Ook voor deze ontwikkeling zullen eventueel aanwezige beschermde flora en fauna in beeld gebracht worden en worden de effecten van de gewenste ontwikkelingen op deze soorten beoordeeld. Het toetsingskader is niet meer de flora en faunawet, maar de Wet natuurbescherming. Deze quickscan is een aanvulling op de quickscan die in 2015 is uitgevoerd. Hierdoor zal het oude rapport, zoals dat in 2015 is opgesteld, worden aangevuld met de bevindingen van 2020. Met de quickscans wordt eenduidig in beeld gebracht of en welke beschermde soorten in het plangebied aanwezig kunnen zijn. Indien de gewenste ontwikkeling kan leiden tot negatieve effecten voor deze soorten, leidt de quickscan tot aanbevelingen voor vervolgstappen.

Het uiteindelijke doel is het afstemmen van de ontwikkeling op de aanwezigheid van beschermde soorten, zodat bij de huidige werkzaamheden gewerkt wordt binnen de kaders van de Wet natuurbescherming (in 2020).

1.2 Wettelijk kader Flora- en Faunawet De Nederlandse natuurwetgeving is gebaseerd op de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. De soortbescherming is hierbij uitgewerkt in de Flora- en faunawet. Deze wet beschermt een aantal veelal zeldzame of kwetsbare planten- en diersoorten. Relevant zijn in het kader van deze quickscan vooral de bepalingen die van toepassing zijn op ruimtelijke inrichting en ontwikkeling. De Flora- en faunawet is overal in Nederland van toepassing, ongeacht het type of de omvang van de werkzaamheden of activiteiten. Er worden in de Flora- en faunawet drie verschillende beschermingsniveaus gehanteerd: een lichte, een matige en een zware bescherming. Voor soorten met een lichte bescherming geldt een algehele vrijstelling van de verbodsbepalingen. Bij matig en zwaar beschermde soorten zijn mitigerende maatregelen van toepassing als effecten van de gewenste ontwikkeling niet uitgesloten kunnen worden. Dit betekent dat ontwerp, planning en/of uitvoering afgestemd moeten worden op de beschermde soorten, zodanig dat de functionaliteit van de verblijfplaats van deze soorten behouden blijft. Een ontheffingsprocedure treedt in werking als mitigatie niet mogelijk is.

1.3 Wettelijk kader Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 zijn de Flora- en faunawet, Natuurbeschermingswet en Boswet opgegaan in één nieuwe wet: de Wet natuurbescherming (Wnb). Hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming betreft het onderdeel soorten, voorheen de Flora- en faunawet. Met deze quickscan vindt de toetsing aan het onderdeel soorten van de Wet natuurbescherming plaats.

2020 | P20129 | Quickscan Wet natuurbescherming voor de inrichting van camperplaatsen

5

In de Wet natuurbescherming worden drie beschermingsregimes onderscheiden: 1. 2. 3.

Vogelrichtlijnsoorten (artikel 3.1 - 3.4) Habitatrichtlijnsoorten en soorten genoemd in de Verdragen van Bern en Bonn (artikel 3.5 - 3.9) Andere soorten (artikel 3.10 - 3.11; bijlage onderdeel A en B)

De lijst ‘jaarrond beschermde nesten’ die onder de Flora- en faunawet is opgesteld, is ook onder de Wnb geldig. Onder de Wet natuurbescherming geldt, net als onder de Flora- en faunawet, de zorgplicht (artikel 1.11) voor alle in het wild levende dieren. Voor dit project is de provincie Friesland het bevoegd gezag voor de uitvoering van de Wet natuurbescherming en voor het verlenen van een eventuele ontheffing. De provincie Friesland heeft voor de implementatie van de Wet natuurbescherming een verordening vastgesteld. Hierin is onder meer de lijst met vrijgestelde soorten te vinden.

1.4 Onderzoeksmethode 1.4.1 2015 Om een indruk te krijgen van de (potentiële) natuurwaarden is op 27 juli 2015 een veldbezoek gebracht. Tijdens het veldbezoek is gelet op de aanwezigheid van beschermde flora en fauna. Voor de beschikbare verspreidingsgegevens van beschermde soorten zijn daarnaast de meest actuele en relevante bronnen geraadpleegd (zie literatuurlijst). Daarnaast zijn inschattingen gemaakt van het (mogelijke) voorkomen van beschermde soorten op basis van terreinkenmerken.

1.4.2 2020 Bronnenonderzoek Ook hiervoor zijn de meest actuele bronnen gebruikt en is gelet op de mogelijke aanwezigheid van beschermde diersoorten. De NDFF is op 29 april 2020 geraadpleegd. Veldbezoek In 2020 is op 30 april een veldbezoek afgelegd om te beoordelen of het nieuwe perceel dat gebruikt gaat worden voor het realiseren van 20 camperplaatsen potentieel geschikt is voor beschermde diersoorten. Ook is er meteen een broedvogelcontrole uitgevoerd omdat de werkzaamheden binnen een aantal weken dienen te beginnen.

1.5 Plangebied 2015 Het plangebied is gelegen aan de Wester Es 6 te Appelscha aan de rand van het dorp (Figuur 1). De projectlocatie waar de camperplaatsen worden gerealiseerd, bestaat in de huidige situatie (2015) uit een perceel van circa 1170 m2. Daaromheen is een aarden wal gelegen aan de west- en noordzijde met een bomenrij aan de oostzijde. Aan de zuidzijde is de woning van de eigenaar van het perceel aanwezig. De aarden wal en de bomenrij zijn in eigendom van de gemeente en behoren niet tot het plangebied. Het terrein wordt omgeven door een greppel die ten tijde van het veldbezoek droog stond. Verder zijn er geen bomen- of struiken op het perceel aanwezig, met uitzondering van een appelboom die nog verplaatst wordt. Voor een impressie van de locatie zie Foto 1.

6

2020 | P20129 | Quickscan Wet natuurbescherming voor de inrichting van camperplaatsen

Figuur 1

Ligging van de planlocatie.

Foto 1

Impressie van de planlocatie in 2015 . Links het gedeelte waar de camperplaatsen in 2016 zijn gerealiseerd;

rechts het gedeelte waar de sanitaire voorziening is gerealiseerd in 2016.

1.5.1 Aanvulling plangebied (2020) De nieuw te realiseren camperplaatsen zullen ten noordoosten van de huidige camperplaatsen aangelegd worden (zie figuur 2). Het perceel is braakliggend en grotendeels begroeid met pitrus en gras. In het noordelijke deel van het perceel bevinden zich zand- modderhopen. Het perceel is omkaderd met bomenlanen. Voor een impressie van het perceel, zie foto 2.

2020 | P20129 | Quickscan Wet natuurbescherming voor de inrichting van camperplaatsen

7

Figuur 2

De locatie van de nieuw aan te leggen 20 camperplaatsen (rood) en de huidige locatie van de 10 camper-

plaatsen (blauw) in Appelscha. Bron: Openstreetmap.

Foto 2

8

Het perceel met links: gezien vanuit de noordkant en rechts: gezien vanuit de zuidkant.

2020 | P20129 | Quickscan Wet natuurbescherming voor de inrichting van camperplaatsen

1.6 Voorgenomen ontwikkeling 2015 Het voornemen is om op de planlocatie half-verharding aan te brengen voor 10 camperplaatsen. Aan de westzijde van het terrein is al een inrit aanwezig, dit wordt tevens de toegang voor de camperplaatsen. Aan de zuidzijde van het terrein wordt een sanitaire voorziening voor de gasten gerealiseerd. Er vindt geen kap van bomen plaats en er worden geen sloten gedempt. Het terrein wordt zo natuurlijk mogelijk en kleinschalig ingericht. Verlichting van het terrein zal zeer beperkt zijn en zal naar beneden gericht worden. De 10 camperplaatsen zijn reeds in 2016 aangelegd.

1.7 Voorgenomen ontwikkeling 2020 De stijl van de nieuwe camperplaatsen is hetzelfde als de 10 bestaande plaatsen (zie foto 3). De werkzaamheden op het nieuwe perceel bestaan uit het aanbrengen van half-verharding voor in totaal 20 camperplaatsen. Deze plaatsen worden niet allemaal meteen gerealiseerd. Er wordt begonnen met 10 geschikte plaatsen. Onder de half-verharding worden kabels gelegd voor de stroomvoorziening. Tussen de camperplaatsen worden heggen gepland. Voor de ontwikkeling worden geen bomen gekapt. De werkzaamheden dienen binnen een aantal weken te beginnen, volgens ingediende vergunningsaanvraag.

Foto 3

De huidige camperplaatsen welke in 2016 zijn gerealiseerd.

2020 | P20129 | Quickscan Wet natuurbescherming voor de inrichting van camperplaatsen

9

2 | Resultaten en effecten

2.1 Resultaten en effecten 2015 In de paragrafen 2.1 tot en met 2.6 wordt de (mogelijke) aanwezigheid van zwaar en matig zwaar beschermde flora en fauna besproken. De mogelijke aanwezigheid van deze soorten kan leiden tot de aanbeveling voor vervolgonderzoek of tot een mitigatieopgave. In paragraaf 2.7 wordt ingegaan op de aanwezigheid van licht beschermde soorten. Voor deze soorten geldt een algehele vrijstelling van de verbodsbepaling. Tevens worden de effecten beoordeeld die de voorgenomen ontwikkeling heeft op beschermde flora en fauna.

2.1.1 Flora Voorkomen Het plangebied waar werkzaamheden plaatsvinden is gecontroleerd op beschermde flora. Het perceel was een voormalige paardenweitje. Op het moment van het veldbezoek was de grond geroerd. De aanwezige vegetatie aan de randen van het perceel waren onder andere Braam en Pitrus. Er zijn geen beschermde planten aangetroffen tijdens het veldbezoek, ook ontbreekt geschikt habitat voor beschermde soorten. Effecten en vervolg Beschermde flora is niet aanwezig en geschikt habitat voor beschermde flora ontbreekt. Effecten en vervolgstappen zijn daarom niet aan de orde.

2.1.2 Vogels Voorkomen Jaarrond beschermde soorten Jaarrond beschermde vogels zoals de Buizerd, Sperwer en Havik kunnen in de omgeving van het plangebied voorkomen. Tijdens het veldbezoek is gezocht naar holten en nesten in de bomen rondom het plangebied. Deze zijn niet aanwezig. Overigens worden er geen bomen gekapt voor de ontwikkeling. Binnen het plangebied zijn broedplaatsen van jaarrond beschermde soorten uitgesloten vanwege het ontbreken van bomen en gebouwen. Algemene broedvogels Tijdens het veldbezoek zijn de Spreeuw en Merel in het plangebied waargenomen. De Merel kan tot broeden komen in het omliggende struikgewas bij de aarden wal. Ook andere algemene soorten zoals Roodborst, Winterkoning etc. kunnen hier tot broeden komen. De Spreeuw broedt veelal onder daken en heeft daarmee geen broedplek binnen het plangebied. Effecten en vervolg Jaarrond beschermde vogels komen niet in het plangebied voor. Verstoring van nesten gedurende het broedseizoen is niet toegestaan. In het struikgewas rondom het perceel komen algemene broedvogels voor. Het voornemen is om deze struiken te laten staan. Als het onverhoopt toch nodig is deze struiken te verwijderen dan kunnen algemene broedvogels worden verstoord.

Door de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren of, bij het werken in het broedseizoen, middels een broedvogelcheck te controleren of al dan niet broedende vogels aanwezig zijn, kunnen effecten op broedvogels worden voorkomen. Het broedseizoen omvat globaal de periode van half maart tot en met half juli. Als tijdens de check blijkt dat wel broedende vogels aanwezig zijn, dient gewacht te worden tot de vogel is uitgebroed en de jongen vliegvlug zijn.

2020 | P20129 | Quickscan Wet natuurbescherming voor de inrichting van camperplaatsen

11

2.1.3 Zoogdieren (vleermuizen) Voorkomen Alle vleermuizen in Nederland zijn streng beschermd. In de omgeving van het gebied zijn waarnemingen bekend van vleermuizen zoals de Laatvlieger, Rosse vleermuis en Gewone dwergvleermuis. Ook Ruige dwergvleermuis kan er voorkomen. De bomenrij (van de gemeente) aan de oostzijde buiten het plangebied is geschikt als vliegroute voor vleermuizen. Vanuit het dorp kunnen de vleermuizen via bomenrijen naar hun foerageergebieden vliegen. Deze bomenrij blijft behouden. De bomenrij en het perceel zijn ook geschikt als foerageerplek voor vleermuizen vanwege insectenrijke luwe plekken. Verblijfplaatsen zijn niet in het werkgebied aanwezig vanwege het ontbreken van bomen met holten en gebouwen.

Foto 4

Potentiele vliegroute (gele pijl) ten opzichte van gemeentebosje (groen) aan oostzijde plangebied.

Effecten en vervolg De inrichting van het terrein voor camperplaatsen heeft geen effecten op functies voor vleermuizen. Verblijfplaatsen van vleermuizen zijn niet in het plangebied aanwezig. Foerageergebied en de potentiele vliegroute voor vleermuizen blijft behouden omdat er geen kap van bomen plaatsvindt (Foto 4). Het camperterrein wordt zeer beperkt verlicht met naar beneden gerichte verlichting. Hierdoor zijn ook effecten als gevolg van licht op vliegroutes van vleermuizen uitgesloten.

2.1.4 Zoogdieren (grondgebonden) Voorkomen In de directe omgeving van het plangebied zijn gegevens bekend van de aanwezigheid van de Steenmarter, Boommarter, Das en Rode eekhoorn. Het terrein is ongeschikt als vaste rust- en verblijfplaats voor deze soorten. Wel is het mogelijk dat de Rode eekhoorn en de Steenmarter af en toe het terrein bezoeken. Essentieel leefgebied ontbreekt voor deze soorten, het terrein is kaal en bomen met holten, geschikte gebouwen/schuurtjes, burchten ontbreken. Alleen de omgeving biedt mogelijk geschikt leefgebied voor de soorten.

12

2020 | P20129 | Quickscan Wet natuurbescherming voor de inrichting van camperplaatsen

Effecten en vervolg Effecten als gevolg van de werkzaamheden op beschermde grondgebonden zoogdieren zijn uitgesloten.

2.1.5 Reptielen en amfibieën Voorkomen Een geschikt voorplantingswater voor amfibieën ontbreekt in het plangebied. Als landhabitat is de opgaande vegetatie geschikt voor algemene soorten zoals Gewone pad. Aanwezigheid van beschermde soorten amfibieën is uitgesloten. Reptielen zoals Hazelworm, Levendbarende hagedis, Ringslang, Adder zijn in de ruime omgeving waargenomen. Het plangebied biedt voor deze soorten geen geschikt habitat, vanwege de versnippering het kale bewerkte terrein. Effecten en vervolg Effecten als gevolg van de werkzaamheden op beschermde reptielen en amfibieën zijn uitgesloten.

2.1.6 Overige soorten Voorkomen Het voorkomen van overige soorten met een juridisch zwaarder beschermingsregime (vissen, libellen, dagvlinders en andere ongewervelden) kan op voorhand worden uitgesloten. Voor deze soorten is geen geschikt leefgebied aanwezig, vanwege het ontbreken van geschikte water- en oevervegetatie zoals krabbenscheervegetaties. Voor beschermde vlinders geldt dat ze vaak in natuurgebieden voorkomen. Voor vissen ontbreekt water in het plangebied. Effecten en vervolg Effecten en vervolgstappen voor overige soorten zijn niet aan de orde.

2.1.7 Licht beschermde soorten Voorkomen In het plangebied is mogelijk of waarschijnlijk leefgebied aanwezig voor een gering aantal licht beschermde soorten, namelijk Mol, Bosspitsmuis en Bosmuis. Effecten en vervolg De negatieve effecten op licht beschermde planten en dieren leiden niet tot het vernietigen van hele populaties. Het betreft allemaal algemene soorten waarvan de gunstige staat van instandhouding niet in het geding is. Voor deze soorten geldt een algehele vrijstelling, waarbij bij schade geen compensatie nodig is. Op deze soorten is de zorgplicht wel van kracht (artikel 2 Flora- en faunawet). De zorgplicht bepaalt dat men wilde planten en dieren zo min mogelijk schade dient te berokkenen. Als bij de werkzaamheden diersoorten worden aangetroffen, is het van belang deze buiten het werkgebied uit te zetten.

2.2 Resultaten en effecten 2020 Dit onderdeel beschrijft het (mogelijke) voorkomen van beschermde flora en fauna binnen het plangebied dat gebruikt gaat worden voor de 20 nieuwe camperplaatsen. Per beschermingsregime zijn de effecten beschreven en getoetst aan de Wet natuurbescherming. Vervolgens zijn de eventuele vervolgstappen aangegeven. In dit hoofdstuk is een onderscheid gemaakt in Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en nationaal beschermde soorten.

2.2.1 Vogelrichtlijnsoorten Vogels met jaarrond beschermde nesten Een aantal vogelsoorten hebben nesten die het gehele jaar beschermd zijn omdat ze altijd gebruik maken van hun nest (broeden, schuilen, slapen), elk jaar terugkeren naar dezelfde plek en honkvast

2020 | P20129 | Quickscan Wet natuurbescherming voor de inrichting van camperplaatsen

13

zijn of in kolonieverband broeden. Sommige van deze soorten broeden in gebouwen, terwijl andere in bomen, holten of nestkasten broeden. Binnen het plangebied zijn geen gebouwen aanwezig, dus de aanwezigheid van nesten van gebouwbroedende soorten zoals huismus en gierzwaluw zijn bij voorbaat uitgesloten. Bronnenonderzoek Uit bronnenonderzoek blijkt de buizerd, grote gele kwikstaart, ooievaar en sperwer binnen 500 meter van het plangebied voorkomen (NDFF 2020). De grote gele kwikstaart broedt niet in Nederland. De andere soorten broeden in oude nesten, op palen of in boomtoppen. Voorkomen in en nabij het plangebied Tijdens het veldbezoek zijn geen vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten waargenomen. Ook is het plangebied en omgeving afgezocht op nesten die mogelijk een jaarrond beschermde status hebben. Dit soort nesten zijn niet aangetroffen in en nabij het plangebied. Categorie 5 soorten Categorie 5 vogelsoorten zijn soorten die meer flexibiliteit hebben in het kiezen van een nestplek dan vogels met jaarrond beschermde nesten, maar alsnog plaatsgebonden kunnen zijn. De nesten van deze soorten zijn alleen jaarrond beschermd als ecologische omstandigheden dit rechtvaardigen. Bij aanwezigheid van nesten is inventarisatie wel gewenst. Drie categorie 5 soorten zijn binnen het plangebied waargenomen: spreeuw, grote bonte specht en groene specht.

Deze soorten kunnen in boomholten tot broeden komen. Binnen het plangebied zijn geen geschikte holten voor deze soorten waargenomen. Overige broedvogels De geschiktheid van het plangebied voor overige (algemene) broedvogels is vooral van toepassing op algemene vogels die gebruik maken van struweel en bomen in en langs het plangebied. De houtduif, koolmees, Turkse tortel, ekster en merel zijn in het plangebied waargenomen. In het plangebied bevinden zich genoeg bomen en struiken die als broedplaatsen kunnen bieden voor deze soorten. Twee nesten zijn aangetroffen net buiten het plangebied, in de oostelijke groenstrook. De nesten zijn vermoedelijk van de houtduif en merel en waren tijdens het veldbezoek niet in gebruik (foto 5). De nesten bevinden zich op ca. 10-15 meter van het plangebied (zie figuur 3). Ook bevinden de nesten zich aan de andere kant van een ophoging. Hierdoor is het uitgesloten dat, als de nesten nog in gebruik komen, de vogels worden verstoord.

Foto 5

De twee aangetroffen nesten net buiten het plangebied met links het vermoedelijke merelnest en rechts het

vermoedelijke houtduivennest.

14

2020 | P20129 | Quickscan Wet natuurbescherming voor de inrichting van camperplaatsen

Figuur 3

De locatie van het merelnest (oranje stip) en houtduivennest (rode stip) nabij het plangebied (rood kader).

Effecten en vervolg Jaarrond beschermde nesten Aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten kunnen binnen het plangebied uitgesloten worden. Negatieve effecten zijn uitgesloten en vervolgstappen zijn niet aan de orde. Categorie 5 soorten Binnen het plangebied zijn categorie 5 vogels aanwezig, maar nesten zijn niet aangetroffen. Negatieve effecten zijn uitgesloten en vervolgstappen zijn niet aan de orde. Overige broedvogels Binnen het plangebied zijn tijdens het veldbezoek en de broedvogelcontrole geen nesten aangetroffen. Net buiten het plangebied is een nest van vermoedelijk de houtduif en merel waargenomen. Deze nesten bevinden zich buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden. Werken in het broedseizoen is mogelijk omdat tijdens de controle geen nesten in het plangebied (en de invloedsfeer hiervan) zijn waargenomen. Als de werkzaamheden spoedig starten wordt vestiging van vogels voorkomen. Starten de werkzaamheden later dan gepland (in juni), dan dient wederom een broedvogelcontrole te worden gedaan.

2.2.2 Habitatrichtlijnsoorten Vleermuizen Aanwezige beschermde soorten In de afgelopen 10 jaar zijn de volgende vleermuissoorten waargenomen binnen 500 meter van het plangebied (NDFF 2020): gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. Deze soorten verblijven meestal in gebouwen, maar kunnen ook in boomholten verblijven. Verblijfplaatsen Binnen het plangebied zijn geen gebouwen aanwezig. Ook bomen met geschikte holten ontbreken binnen het plangebied. In het plangebied zijn geschikte locaties aanwezig die als verblijfplaats voor vleermuizen kunnen dienen. Essentiële vliegroutes Vleermuizen gebruiken lijnvormige structuren, zoals bomenlanen en watergangen, als vliegroute om van verblijfplaats in gebouwen binnen de bebouwde kom naar foerageergebied daarbuiten te vliegen. Dit soort lijnvormige structuren ontbreken binnen het plangebied.

2020 | P20129 | Quickscan Wet natuurbescherming voor de inrichting van camperplaatsen

15

Rondom het plangebied zijn wel mogelijke vliegroutes aanwezig, zoals vastgesteld tijdens het veldbezoek in 2015. Zo is de bomenlaan ten oosten van het plangebied geschikt als vliegroute voor vleermuizen (zie foto 4). Deze bomenlaan blijft behouden. Wel is het essentieel om tijdens de schemering geen verlichting te laten schijnen op deze bomenlaan. Essentieel foerageergebied Het plangebied is geschikt foerageergebied voor vleermuizen vanwege de beschutte locatie tussen bomenlanen. Essentieel is dit foerageergebied niet vanwege de geringe grootte en het feit dat buiten het plangebied ruim voldoende alternatieve foerageergebieden aanwezig zijn. Zo is met name het bos de Boschberg, dat ten zuiden van het plangebied, zeer geschikt foerageergebied (figuur 4).

Figuur 4

Geschikt foerageergebied voor vleermuizen (oranje) nabij het plangebied (rood kader). Bron: NDFF.

Effecten en vervolg Verblijfplaatsen Binnen het plangebied zijn geen in potentie geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen aanwezig. Negatieve effecten op verblijfplaatsen zijn uitgesloten en vervolgstappen zijn niet aan de orde. Essentiele vliegroutes en foerageergebieden Essentiele vliegroutes en foerageergebied zijn niet aanwezig binnen het plangebied. Ten oosten van het plangebied bevindt zich een mogelijke vliegroute. Het is van belang dat tijdens de schemering geen verlichting schijnt op deze vliegroute en dat permanente verlichting naar beneden wordt gericht.

2.2.3 Nationaal (andere) beschermde dier- en plantensoorten Aanwezige beschermde soorten In het plangebied en omgeving is in beperkte mate geschikt habitat aanwezig voor een aantal nationaal beschermde grondgebonden zoogdiersoorten. Op basis van verspreidingsgegevens is de aanwezigheid van eekhoorn, egel, mol, ree en steenmarter in het plangebied niet uit te sluiten (NDFF 2020). Van deze soorten zijn alleen de eekhoorn en steenmarter niet vrijgesteld in de provincie Friesland.

16

2020 | P20129 | Quickscan Wet natuurbescherming voor de inrichting van camperplaatsen

Steenmarter en andere marterachtigen De steenmarter houdt van donkere en warme plekken en kan verblijven in woningen, (rommel)schuren en takkenhopen. Dit soort geschikte verblijfplaatsen zijn niet aanwezig binnen het plangebied. Het is zodoende uitgesloten dat steenmarters een verblijfplaats hebben in het plangebied. Tijdens het veldbezoek zijn in de zandhoop 2 holen en in de aardehoop 1 hol aangetroffen (foto 6 en figuur 5). De zand- en aardehopen liggen in het noordelijke deel van het plangebied en zullen worden verplaatst. De holen zijn waarschijnlijk ontstaan door het verwijderen van takken. Dit sluit niet uit dat de holen nu in gebruik zijn door kleine zoogdieren. Alle drie holen zijn te klein voor steenmarters, maar kunnen wel behoren tot kleinere martersoorten zoals bunzing, wezel en hermelijn. De holen kunnen dan niet lang in gebruik zijn omdat de zandhoop 1 week voor het veldbezoek is geplaatst. Hierdoor is het uitgesloten dat er al jongen aanwezig zijn. Het hol in de aardehoop is wel mogelijk al in gebruik door marterachtigen met jongen omdat de aardehoop al langere tijd aanwezig is.

Foto 6

Een van de holen in de zandhoop (links) en het hol in de aardehoop. Een pen is neergelegd ter referentie

voor de grootte van de holen.

Figuur 5

De locatie van de zandhoop (geel) en aardehoop (oranje) binnen het plangebied (rood). Bron: NDFF.

2020 | P20129 | Quickscan Wet natuurbescherming voor de inrichting van camperplaatsen

17

Eekhoorn De eekhoorn is nabij (binnen 100 m) het plangebied waargenomen. De eekhoorn kan in de bomen die langs het plangebied staan verblijven. De bomen zijn gecontroleerd op eekhoornnesten, welke niet zijn aangetroffen. Effecten en vervolg Steenmarter en andere marterachtigen Het is uitgesloten dat de steenmarter verblijfplaatsen heeft in het plangebied. Negatieve effecten op steenmarters zijn uitgesloten en vervolgstappen zijn niet aan de orde. Om te voorkomen dat de twee mogelijke marterholen in de zandhoop toch in gebruik worden genomen en jonge marterachtigen gedood worden, is het van belang dat de zandhoop zo snel mogelijk wordt verplaatst. Voor het hol in de aardehoop geldt dat, om negatieve effecten op voortplantingsplaatsen van marterachtigen te voorkomen, de hoop pas verplaatst kan worden na kwetsbare periode van marterachtigen. Deze periode loopt van 15 maart t/m september (Bouwens 2017). Eekhoorn Het plangebied is gecontroleerd op eekhoornnesten. Deze zijn niet aangetroffen. Zodoende zijn negatieve effecten op de eekhoorn uitgesloten. Overige Nationaal beschermde soorten Voor de andere mogelijk aanwezig grondgebonden zoogdieren geldt conform de verordening natuurbescherming provincie Friesland, een algehele vrijstelling. Eventuele schade aan soorten, waarvoor een vrijstelling geldt, hoeft niet te worden gecompenseerd.

Wel is op alle nationaal beschermde soorten de zorgplicht van kracht (Wet natuurbescherming artikel 1.11). De zorgplicht houdt in dat schade aan wilde planten en dieren zoveel, als redelijkerwijs mogelijk is wordt voorkomen.

18

2020 | P20129 | Quickscan Wet natuurbescherming voor de inrichting van camperplaatsen

3 | Conclusies

3.1 Conclusie 2015 3.1.1 Samenvatting beschermde soorten 2015 Op basis van de quickscan kan met betrekking tot de aanwezigheid van beschermde flora en fauna het volgende worden geconcludeerd:

• De aanwezigheid van algemene broedvogels in de bomenrij en ondergroei van struiken buiten het plangebied kan niet worden uitgesloten;

• Voor vleermuizen is de bomenrijen aan de oostzijde buiten het plangebied geschikt als vlieg- en foerageerroute. Verblijfplaatsen zijn niet aanwezig.

• De aanwezigheid van overige beschermde soorten heeft uitsluitend betrekking op soorten met een licht beschermde status.

3.1.2 Benodigde vervolgstappen 2015

• •

• • •

Algemene broedvogels Vanwege de mogelijke aanwezigheid van broedvogels dienen werkzaamheden zoals het verwijderen van de struiken, buiten het broedseizoen uitgevoerd te worden. Bij het werken in het broedseizoen dient er voor gezorgd te worden dat er geen nesten verstoord worden. Door het uitvoeren van een nestencheck kan dit worden uitgesloten. Als blijkt dat er wel broedende vogels aanwezig zijn dient gewacht te worden met de werkzaamheden tot de vogel is uitgebroed en de jongen vliegvlug zijn. Het broedseizoen omvat globaal de periode van half maart tot en met half juli. Vleermuizen Effecten op functies van vleermuizen zijn als gevolg van de werkzaamheden uitgesloten. Bomen worden niet gekapt. Het is wel van belang de verlichting op het terrein te beperken en naar beneden gerichte armaturen te gebruiken, zodat de potentiele vliegroute langs de bomen aan de oostzijde van het terrein in tact blijft. Zorgplicht

• De werkzaamheden kunnen leiden tot negatieve effecten op licht beschermde planten en dieren •

namelijk Mol, Bosspitsmuis, Bosmuis en Gewone pad. Dit zijn algemene soorten waarvan de gunstige staat van instandhouding niet in het geding is. Voor deze soorten geldt alleen de zorgplicht. De zorgplicht bepaalt dat men wilde planten en dieren zo min mogelijk schade dient te berokkenen. Als bij de werkzaamheden diersoorten worden aangetroffen, is het van belang deze buiten het werkgebied uit te zetten.

3.2 Conclusie 2020 3.2.1 Samenvatting beschermde soorten 2020

• In het plangebied zijn geen jaarrond beschermde nesten die onder de Vogelrichtlijn vallen aanwe•

zig; In en rond het plangebied zijn geen nesten van categorie 5 broedvogels aanwezig;

2020 | P20129 | Quickscan Wet natuurbescherming voor de inrichting van camperplaatsen inrichting camperplaats

19

• Een nest van de merel en houtduif zijn op 15m afstand van het plangebied aanwezig. Dit is voldoende afstand dat negatieve effecten zijn uitgesloten;

• In het plangebied zijn geen geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen aanwezig; Wel is ten oosten •

een mogelijke vliegroute aanwezig; In en rond het plangebied komen verder nationaal beschermde soorten voor, namelijk eekhoorn, egel, mol, ree en steenmarter. Het is uitgesloten dat de steenmarter en eekhoorn in het plangebied verblijven. Wel zijn holen aanwezig die mogelijk tot kleinere martersoorten behoren. De overige soorten zijn opgenomen in bijlage 5 van de provinciale verordening, zodat voor deze soort een vrijstelling geldt. De algemene zorgplicht is wel van kracht. Indien andere werkzaamheden dan die zijn genoemd in Hoofdstuk 1 gaan plaatsvinden, dienen ook deze ingrepen getoetst te worden aan de Wet natuurbescherming. De conclusies kunnen dan afwijken van de bovenstaande conclusies.

3.2.2 Benodigde vervolgstappen 2020

• Tijdens het veldbezoek is een broedvogelcontrole uitgevoerd. Hierbij zijn geen nesten aangetroffen • •

•

20

die in de invloedsfeer van de werkzaamheden vallen. Deze controle is één maand geldig. Als de werkzaamheden later (in juni) beginnen, dient wederom een controle plaats te vinden. Om negatieve effecten op de mogelijke vliegroute ten oosten van het plangebied te voorkomen, dient tijdens de schemering geen verlichting te schijnen op deze laan en permanente verlichting dient naar beneden gericht te worden. Om te voorkomen dat mogelijk aanwezig marterjongen in de zand- en aardehopen worden gedood, dient de zandhoop zo snel mogelijk te worden verplaatst. De aardehoop kan pas worden verplaatst na de kwetsbare periode van marterachtigen (deze periode loopt van 15 maart tot en met september). Voor nationaal beschermde soorten geldt de zorgplicht. De zorgplicht houdt in dat schade aan wilde planten en dieren zoveel, als redelijkerwijs mogelijk is, wordt voorkomen.

2020 | P20129 | Quickscan Wet natuurbescherming voor de inrichting van camperplaatsen

4 | Literatuur en bronnen

• BIJ12, 2017, Kennisdocument Gewone dwergvleermuis, versie 1.0. • Bos, E., M. Bosveld, D. Groenendijk, C. van Swaay en I. Wynhoff (De Vlinderstichting) (2006); De

• • • • •

dagvlinders van Nederland, verspreiding en bescherming (Lepidoptera: Hesperioidea, Papilionoidea). Nederlandse fauna 7. Nationaal Natuurhistorisch museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden. Bouwhuis, 2017. Handreiking kleine marters in relatie tot soortbescherming, Provincie NoordBrabant. Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (RAVON) (redactie) (2009); De amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlandse fauna 9. Nationaal natuurhistorisch museum Naturalis, European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden. DR-loket (2009); Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten Flora- en faunawet. Kapteyn, K. (1995); Vleermuizen in het landschap. Over hun ecologie, gedrag en verspreiding. Schuyt & Co Uitgevers, Haarlem. Lange, R., P. Twisk, A. van Winden en A. van Diepenbeek (1994); Zoogdieren van West-Europa. KNNV Uitgeverij.

• Ministerie van LNV (2009); Aangepaste beoordeling ontheffing ruimtelijke ingrepen Flora- en faunawet.

• Nederlandse vereniging voor Libellenstudie (2002); De Nederlandse libellen (Odonata). Nederlandse fauna 4. Nationaal Natuurhistorisch museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden.

Websites:

• www.waarneming.nl • www.telmee.nl • www.zoogdiervereniging.nl • www.ravon.nl • www.vogelbescherming.nl • www.sovon.nl • www.ndff.nl (geraadpleegd op 4 mei 2020)

2020 | P20129 | Quickscan Wet natuurbescherming voor de inrichting van camperplaatsen

21

Colofon

Uitgevoerd door Buro Bakker adviesburo voor ecologie Stationsstraat 29c Postbus 10034 | 9400 CA Assen T 0592 - 313389 | info@burobakker.nl www.burobakker.nl Projectleiding Koen Breed Rapportage Aaron Sibma, Wijnanda Hulsegge Veldwerk Aaron Sibma, Wijnanda Hulsegge Kwaliteitscontrole Koen Breed © Buro Bakker adviesburo voor ecologie Gebruik en overname van gegevens alleen toegestaan met volledige bronvermelding. Wijze van citeren Buro Bakker (2020); Quickscan Wet urbescherming voor de inrichting camperplaatsen. Rapport P20129, Assen.

natuvan

Foto's: Aaron Sibma, Wijnanda Hulsegge

2020 | P20129 | Quickscan Wet natuurbescherming voor de inrichting van camperplaatsen

23

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Ooststellingwerf&id=7939bd30-b0bd-41de-8b61-035e72c25a2c