Bijlage 1.4 Achtergrondinformatie (oud)
Tekst van het document
Bijlage Achtergrondinformatie Factor 1. Versterken Sociale Binding Bij sociale binding gaat het om de emotionele band en het commitment dat een jeugdige heeft met sociale relaties in het gezin, zijn vriendengroep, school en de wijk/dorp. Voor een gezonde ontwikkeling van jonge inwoners is het nodig dat jonge inwoners opgroeien in een omgeving waarin duidelijke normen en waarden voor positief gedrag uitgedragen en nageleefd worden”. Opvoedvaardigheden versterken van ouders en inzet van scholen, kinderopvang en andere belangrijke partners die de hechting bevorderen, sociale relaties en duidelijke normen en waarden stimuleren dragen hieraan bij. Ook de programma's gericht op het bevorderen van het bovenstaande dragen in belangrijke mate bij. Inzet van scholen, kinderopvang en andere belangrijke partners die de hechting bevorderen, sociale relaties en duidelijke normen en waarden stimuleren dragen bij aan sociale binding. (Bron: Brophy & Good, 1986; Dolan, Kellam & Brown, 1989, Hawkins, Catalano & Miller, 1992 In: Catalano e.a. 2004). Factor 2. Versterken sociale omgeving We willen het gebruik van middelen (alcohol, drugs en roken) onder jeugdigen voorkomen of verkleinen. Dit doen we door een positieve leefomgeving te creëren vanuit de aanpak Opgroeien in een Kansrijke Omgeving (OKO).
Met OKO werkt iedereen in de gemeente samen aan het vormen van deze positieve leefomgeving voor jongeren (10-18 jaar). Het gaat hierbij om thuis (gezin), op school, in de vriendenkring (peergroep) en in de vrije tijd. (Bron: Trimbosinstituut) Factor 3. Vergroten kansengelijkheid Als gemeente hebben we invloed op talentontwikkeling en kansengelijkheid. Dit doen we door middel van gerichte interventies waarbij we jonge inwoners en hun ouders ondersteunen. Het gaat hierbij om jonge inwoners die van huis uit minder mogelijkheden hebben om mee te doen aan (buitenschoolse) activiteiten. (Bron: NJi) Factor 4. Samenwerken met onderwijspartners We werken samen met de onderwijspartners (schoolbesturen, JGZ, peuteropvang en kinderopvang). Dit doen we vanuit een gezamenlijke, wettelijke opdracht namelijk dat kinderen opgroeien in een veilige, gezonde en stimulerende omgeving, zodat zij zich goed kunnen voorbereiden op de toekomst en zich breed ontwikkelen. We werken samen met de onderwijspartners op basis van de Lokaal Educatieve Jeugd- en OnderwijsAgenda (LEJA). In 2024 stellen we een LEJA voor meerdere jaren vast. Op de agenda staan wettelijke taken en lokale vraagstukken waarvoor de onderwijspartners en of de gemeente mede- of eindverantwoordelijk zijn. Het vraagt om afstemming.
Ten aanzien van de onderwijsgebouwen zijn we wettelijk verantwoordelijk voor eventuele nieuwbouw van schoolgebouwen. Schoolbesturen zijn zelf verantwoordelijk voor de schoolpleinen waarbij de gemeente kan stimuleren en ondersteunen met kennis en/of middelen. We werken samen met schoolbesturen aan onderwijshuisvesting vanuit een Integraal Huisvestingsplan. Waar mogelijk zijn school, kinderopvang en zorg op dezelfde locatie te vinden om dit te bereiken willen we dat er aandacht en ondersteuning is voor het opzetten en doorontwikkelen van brede scholen en IKC’s. Factor 5. Inzet op het voorkomen van laaggeletterdheid We stimuleren ouders om hun peuter deel te laten nemen aan het aanbod voorschoolse voorzieningen (peuterspeelgroep en of kinderopvang). Voor gezinnen in een financieel kwetsbare positie is hiervoor een subsidieregeling. Voor jonge kinderen met een ontwikkelingsachterstand (taal) is er het aanbod voorschoolse educatie (VVE). Met de professionals werkzaam in JGZ, peuteropvang en kinderopvang hebben we afspraken over het bereik en de toeleiding. In het onderwijs is er extra aandacht voor het bevorderen van leesplezier (inzet dBos) en efficiënt leesonderwijs. Hiermee willen we laaggeletterdheid voorkomen. De verantwoordelijkheid voor en kennis van het ontwikkelen van de taalvaardigheid bij leerlingen ligt vooral bij het onderwijs.
Daarnaast kunnen we vanuit de wettelijke taak Gemeentelijk Onderwijsachterstanden beleid een aantal interventies financieren die het (voor-) lezen van kinderen stimuleert en de leesvaardigheid vergroot. Factor 6. Behalen startkwalificatie We voorkomen schooluitval en voortijdig schoolverlaters door samen te werken met het onderwijs. Die zijn immers verantwoordelijk voor het melden van verzuim. De leerplichtambtenaar is al in een vroeg stadium van verzuim betrokken bij de leerling. Samen met school, ouders en leerling wordt gezocht naar een (tijdelijke) oplossing. Dit kan bijvoorbeeld een onderwijs-zorgarrangement zijn. Het Doorstroompunt startWijzer (voorheen RMC) is verantwoordelijk voor het toezien op de leerplicht voor leerlingen van 16 jaar en ouder. Samen met de andere gemeenten die deel uitmaken van het Doorstroompunt startWijzer denken en beslissen wij mee over de inspanningen van het Doorstroompunt. We stimuleren het onderwijs om zorg te dragen voor een soepele overgang van basisschool naar voortgezet onderwijs en van voortgezet onderwijs naar MBO. We stimuleren voortijdig schoolverlaters zonder startkwalificatie om weer een opleiding te volgen of leiden hen naar de arbeidsmarkt. Factor 7. Werkafspraken onderwijs en zorgarrangementen Sommige jeugdigen krijgen op verschillende vlakken hulp. Op school en buiten school.
Soms is het onderwijs gerelateerd, soms speelt het ook in de thuissituatie. Een goede samenwerking tussen school, gebiedsteam en zorgaanbieders draagt bij aan de effectiviteit van de hulp. Dit is echter niet altijd even makkelijk wanneer verschillende partijen zijn betrokken. Dit wordt door de samenwerkende partijen benoemd als aandachtspunt.
Het onderwijs heeft een verantwoordelijkheid in de zin van leerlingenzorg en passend onderwijsarrangement. Als gemeente zijn we verantwoordelijk voor jeugdhulp. Voor sommige leerlingen is een zorgarrangement noodzakelijk, of een combinatie van onderwijs- en zorgarrangement, om daarna weer verder te kunnen in het onderwijs. Met het onderwijs zijn er afspraken over de kaders van onderwijsarrangementen en zorgarrangementen.