CConstaterende datOoststellingwerf
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.2 Regels Bestemmingsplan Kuinderweg 1 Makkinga

Raadsvergadering 1 december 2021, gemeente OoststellingwerfBij agendapunt: Bestemmingsplan Kuinderweg 1 Makkinga10.547 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Indien het bevoegd gezag voornemens is aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden voorwaarden te verbinden, wordt een professioneel archeoloog om advies gevraagd.

d. Het verbod als bedoeld onder a is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: 1. het normale onderhoud en het normale agrarische gebruik betreffen; 2. reeds in uitvoering zijn ten tijde van het van kracht worden van het plan; 3. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; 4. aanvaardbaar zijn op basis van een eerder onderzoek, dan wel voor zover het agrarische bouwvlakken betreft, op vergelijkbare wijze overtuigend is gebleken dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn. 4.5. Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen door de dubbelbestemming Waarde Archeologie 4 te doen vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe bevoegde instantie is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische verwachtingswaarden (meer) aanwezig zijn.

Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Grond welke eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere plannen buiten beschouwing.

Artikel 6 Algemene bouwregels De afstand van een geluidsgevoelig object ten opzichte van de weg zal ten minste de bestaande afstand bedragen. De afstand van een geurgevoelig object tot omliggende agrarische bouwpercelen zal minstens 100 m bedragen. Ten behoeve van de kleinschalige vormen van verblijfsrecreatie is ten hoogste één sanitairgebouw per terrein van maximaal 50 m² toegestaan.

Artikel 7 Algemene gebruiksregels 7.1. Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met dit bestemmingsplan, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van seksinrichtingen; b. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van risicovolle inrichtingen en vuurwerkbedrijven; c. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van geluidzoneringsplichtige inrichtingen; d. het gebruik van gronden voor zover deze zijn gelegen binnen een afstand van 50 m van de bouwperceelgrenzen van naastgelegen agrarische bedrijven voor nieuwe geurgevoelige objecten als bedoeld in artikel 1 van de Wet geurhinder en veehouderij; e. het gebruik van gronden ten behoeve van windturbines; f. permanente en niet permanente bewoning, alleen voor zover het betreft andere gebouwen dan bedrijfswoningen en woningen; 7.2. Toegestaan gebruik Tot een gebruik, toegestaan in dit bestemmingsplan, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van vrijgekomen agrarische bebouwing ten behoeve van een bed & brochje, waarbij de volgende voorwaarden gelden: 1. maximaal vier kamers mogen worden gebruikt voor een bed & brochje; 2. het maximum brutovloeroppervlak dat wordt gebruikt voor een bed & brochje is maximaal 100 m²; 3. in de slaapkamers mag geen zelfstandige kookgelegenheid worden gerealiseerd;ten behoeve van een bed & brochje mag geen extra inrit worden gerealiseerd; 4.

het parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden; 5. de ontsluiting van het perceel dient kwantitatief en kwalitatief goed van aard te zijn. b. het gebruik van gronden bij een (bedrijfs)woning binnen het bestemmingsvlak waarin de (bedrijfs)woning is gesitueerd ten behoeve van een paardenbak, waarbij de volgende voorwaarden gelden: 1. per (bedrijfs)woning is maximaal één paardenbak toegestaan; 2. de oppervlakte van een paardenbak bedraagt ten hoogste 800 m²; 3. een paardenbak mag uitsluitend achter de bestaande bebouwing worden gesitueerd; 4. de afstand tussen een paardenbak en naastgelegen (bedrijfs)woningen van derden bedraagt minimaal 25 m; 5. de afstand van een paardenbak tot de perceelgrenzen bedraagt minimaal 5 m;

c.

6. de bouwhoogte van omheiningen van paardenbakken zal ten hoogste 1,7 m bedragen, met dien verstande dat een omheind oppervlak niet meer mag bedragen dan 800 m²; het bestaande gebruik van paardenbakken, voor zover die buiten het bestemmingsvlak van (bedrijfs)woningen liggen.

Artikel 8 Algemene aanduidingsregels 8.1. Overige zone - handhaven openheid 8.1.1. Aanduidingsomschrijving Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - handhaven openheid' zijn de gronden mede bestemd voor het behoud, het herstel en de versterking van de openheid van het landschap. 8.1.2. Specifieke gebruiksregels Onder strijdig gebruik wordt in elk geval verstaan: a. nieuwe boom- en fruitteelt, met uitzondering van de teelt van niet-opgaande gewassen; b. houtteelt en bosbouw, met uitzondering van bestaand productiebos. 8.1.3. Afwijken van de gebruiksregels Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen van lijnvormige houtopstanden.

Artikel 9 Algemene afwijkingsregels a. Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van: 1. de in het plan gegeven maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages; 2. het bepaalde in het plan en toestaan dat bestemmings- of bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; 3. het bepaalde in het plan voor het bouwen van antennes, waarvan de bouwhoogte niet meer dan 25 m mag bedragen; 4. het bepaalde in het plan voor het bouwen van vlaggenmasten en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwwerken met een bouwhoogte van niet meer dan 8 m; 5. het bepaalde in het plan voor het gebruik van gronden ten behoeve van maximaal één paardenbak bij een (bedrijfs)woning binnen hetzelfde bouwvlak, dan wel op een aangrenzend onbebouwd agrarisch perceel, waarbij de volgende voorwaarden gelden: a. de oppervlakte van een paardenbak bedraagt ten hoogste 800 m2; b. een paardenbak mag uitsluitend direct achter de bestaande bebouwing c.q. het bestemmingsvlak worden gesitueerd; c. er is een inrichtingsplan overlegd, waaruit blijkt dat de processtappen zijn gevolgd zoals opgenomen in het procesboek 'Ontwikkeling agrarische erven', dat als bijlage 7 aan de regels is toegevoegd, en waarbij tevens rekening is gehouden met het regionale landschapsbeleidsplan; d.

de afstand tussen een paardenbak en naastgelegen (bedrijfs)woningen van derden bedraagt minimaal 25 m; e. de afstand van een paardenbak tot de perceelgrenzen bedraagt minimaal 5 m; f. de bouwhoogte van omheiningen van paardenbakken zal ten hoogste 1,7 m bedragen, met dien verstande dat een omheind oppervlak niet meer mag bedragen dan 800 m2; 6. het bepaalde in het plan en toestaan dat lichtmasten uitsluitend ten behoeve van een paardenbak voor hobbymatig gebruik mag worden aangebracht, mits: • de hoogte van de lichtmasten minimaal 4 m en maximaal 8 m bedraagt; • de situering van de lichtmasten binnen 0,5 m aan de rand van de paardenbak plaatsvindt; • de verlichtingstijd is beperkt tussen 07.00 uur en 22.00 uur; • geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden van het betreffende gebied;

7. het bepaalde in het plan ten behoeve van het vervangen van de verharding van klinkerwegen, mits: • de maatschappelijke noodzaak hiervoor is aangetoond; • er geen afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke waarden, waarbij in ieder geval rekening wordt gehouden met het type verharding dat wordt toegestaan; 8. het gebruik van bouwwerken en bouwpercelen ten behoeve van zonne-energie, mits het op te stellen vermogen is gericht op de energiebehoefte die samenhangt met de bestaande functie van dat perceel; 9. het bepaalde in het plan en toestaan dat gebouwen worden gebruikt voor de inpandige opslag van caravans en daarmee vergelijkbare kampeermiddelen, mits de bedrijfsvloeroppervlakte ten behoeve van de opslag niet meer bedraagt dan 30% van de bestaande vloeroppervlakte op het bouwperceel; 10. het bepaalde in het plan en toestaan dat de afstand tussen geluidgevoelige objecten tot de weg wordt verkleind, mits de voorkeursgrenswaarden voor geluidgevoelige gebouwen uit de Wet geluidhinder niet worden overschreden; 11. het bepaalde in het plan en toestaan dat geurgevoelige objecten op een kleinere afstand tot agrarische bouwpercelen worden gebouwd, mits geen afbreuk wordt gedaan aan de ontwikkelingsmogelijkheden van het agrarisch bedrijf; b. De onder a bedoelde omgevingsvergunning mag geen onevenredige afbreuk doen aan: 1. het milieu; 2.

de kwaliteit van de bodem en het grond- en oppervlaktewater; 3. de ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijven; 4. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; 5. het bebouwingsbeeld; 6. de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden; 7. de verkeersveiligheid.

Artikel 10 Algemene wijzigingsregels Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat: a. een transformatorstation, gasdrukmeet- en regelstation, rioolgemaal en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwwerken van openbaar nut mogen worden gebouwd tot een maximum inhoud van 400 m³ en een maximum bouwhoogte van 4 m, met dien verstande dat voor zover deze wijziging plaatsvindt binnen de Ecologische Hoofdstructuur de ingrepen niet mogen leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van de Ecologische Hoofdstructuur; b. de bestemmingen Waarde - Archeologie 2, Waarde – Archeologie 3, Waarde – Archeologie 4 of Waarde – Archeologie 5 wordt aangebracht, mits door aanvullend historisch en/of archeologisch onderzoek archeologische waarden van terreinen naar voren komen; c. de bestemming ter plaatse van een agrarisch bouwperceel in de bestemming Agrarisch, ter plaatse van de bestemming Agrarisch - Paardenhouderij, Bedrijf of Bedrijf - Loon- en grondverzetbedrijf wordt gewijzigd in de bestemming Wonen en eventueel een deel in Agrarisch zonder bouwvlak met dien verstande dat ten hoogste één woning mag worden toegevoegd op het perceel, mits: 1. de bedrijfsactiviteiten volledig zijn beëindigd; 2.

beeldverstorende voormalige agrarische bedrijfsbebouwing is of kassen zijn gesloopt met een oppervlakte van minimaal: • 1.000 m² aan bedrijfsbebouwing; • 3.000 m² aan kassen; 3. de woning past binnen het regionale woningbouwprogramma; 4. een inrichtingsplan is overlegd, waaruit blijkt dat de processtappen zijn gevolgd zoals opgenomen in het procesboek ‘Ontwikkeling agrarische erven’, dat als bijlage 7 aan de regels is toegevoegd, en waarbij tevens rekening is gehouden met het regionale landschapsbeleidsplan; 5. geen sprake mag zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking; 6. parkeren op eigen erf plaatsvindt;

7. geen afbreuk wordt gedaan aan de ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen agrarische bedrijven; 8. de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing wordt aangeduid als ‘specifieke bouwaanduiding – voormalige agrarische bedrijfsbebouwing’; 9. voor het overige de regels van de bestemming Wonen en eventueel de bestemming Agrarisch van overeenkomstige toepassing zijn.

Artikel 11 Overige regels 11.1. Parkeernorm a. Bij de verlening van een omgevingsvergunning voor bouwen of voor een gebruiksverandering moet, indien de omvang of de bestemming van een gebouw daartoe aanleiding geeft, ten behoeve van het parkeren of stallen van auto's, (motor)fietsen of andere voertuigen in voldoende mate ruimte zijn aangebracht in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het bijbehorend bouwperceel. b. Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het bijbehorend bouwperceel. c.

Gerealiseerde voorzieningen als bedoeld in sub a en sub b dienen na de realisatie in stand te worden gehouden.

d. Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in sub a en sub b: 1. indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; 2. voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 12 Overgangsrecht A Overgangsrecht bouwwerken 1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan. 2. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. B Overgangsrecht gebruik 1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 2.

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 13 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: 'Regels van het bestemmingsplan Buitengebied, Kuinderweg 1 te Makkinga’

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Ooststellingwerf&id=72577cd3-75e3-4b8d-afcc-e38f06baf9ad