CConstaterende datOoststellingwerf
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.1 - Bestemmingsplan ''t Hooge fase 2, Oldeberkoop' Toelichting

Raadsvergadering 23 april 2024, gemeente OoststellingwerfBij agendapunt: Bestemmingsplan ´'t Hooge fase 2, Oldeberkoop´11.016 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Uiteraard is het toepassen van alternatieve maatregelen in het plan ook mogelijk. Afhankelijk van de maatregel kunnen andere normen gelden dan vermeld in de onderstaande tabel. Zie de Leidraad watertoets voor meer informatie over compenserende maatregelen of neem contact op met Cluster Plannen van Wetterskip Fryslân. Indien er niet wordt gecompenseerd door extra oppervlaktewater te graven waarbij onderstaande percentages worden gehanteerd of indien er geen overeenstemming plaatsvindt in de watertoetsprocedure over alternatieve maatregelen dan dient een watervergunning bij het waterschap te worden gevraagd. Gebied

Stedelijk (>200 m2 )

Landelijk (>1.500 m2 )

Boezem

5%

5%

31

bestemmingsplan 't Hooge fase 2, Oldeberkoop

Polder

10%

10%

Vrij afstromend

Maatwerk mogelijk

Maatwerk mogelijk

Ten aanzien van maatwerk wordt opgemerkt dat dit kan bestaan uit bijvoorbeeld infiltratie of berging van het overtollig hemelwater. 4.10.2.2 Specifieke en aanvullende uitgangspunten In de huidige situatie is het plangebied voor in totaal 114 m2 verhard. In de toekomstige situatie zal de verharding in het plangebied 6313 m2 zijn. De verharding neemt dus toe met 6.199 m2 . Om de toename van verhard oppervlak te compenseren, wordt 10 procent van de toename van verhard oppervlak (631 m2 ) aan nat oppervlak gerealiseerd in het plangebied. Ontgrondingen In het plangebied wordt nieuw water gegraven. Dit betekent dat in het gebied ontgrondingen plaatsvinden waarop de Ontgrondingenverordening van toepassing is. Hierover heeft overleg plaatsgevonden met FUMO. De ontgrondingen worden niet dieper dan 2 m beneden maaiveld en er wordt minder dan 3.000 m3 grond afgegraven ten behoeve van de watercompensatie. Op basis hiervan zijn de werkzaamheden, indien uitgevoerd zoals aangegeven, niet vergunningplichtig. Wel kan alsnog een meldingsplicht gelden als voor de ontgrondingen ten behoeve van de wegen of rioleringen meer dan 3.000 m3 grond in depot wordt gezet of naar elders wordt afgevoerd. 4.10.3

Conclusie

Het milieuaspect water vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het onderhavig planvoornemen.

4.11 M.e.r.-beoordeling Inleiding Een belangrijk element in m.e.r.-regelgeving zijn de (sinds 2017) zogenaamde indicatieve drempelwaarden. Ook voor activiteiten onder de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r. moet het bevoegd gezag een toets uitvoeren. Aangezien woningbouw wordt genoemd als activiteit, dient het bevoegd gezag zijn eventuele keuze voor géén m.e.r.-beoordeling voor een activiteit die beneden de drempelwaarde van bijlage D van het Besluit m.e.r. valt, te motiveren. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Op basis van de vormvrije m.e.r. blijkt of al dan niet een m.e.r. of m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. Sinds de meest recente wijziging van het Besluit m.e.r. van 7 juli 2017 moet de keuze voor wel of géén m.e.r.-beoordeling worden genomen door middel van een apart besluit. De keuze wordt in principe gemaakt op basis van een aanmeldnotitie, tenzij het bevoegd gezag zelf initiatiefnemer is. In dat geval is een apart besluit niet noodzakelijk en kan de overweging voor het wel of niet uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling, in de overwegingen van het moederbesluit worden opgenomen. Omdat de gemeente zelf de initiatiefnemer is voor dit bestemmingsplan, is het niet verplicht een aanmeldnotitie op te stellen. Volstaan kan worden met een vormvrije m.e.r.-beoordeling.

Onderzoek In categorie 11.2 in de D-lijst wordt gesproken over een stedelijk ontwikkelingsproject, waarbij het gaat om meer dan tweeduizend woningen, een oppervlak van meer dan honderd hectare of een bedrijfsvloeroppervlak van 200.000 vierkante meter of meer. Het project ligt beneden deze drempelwaarden. Het bevoegd gezag heeft de milieuaspecten beoordeeld zoals die in hoofdstuk 4 zijn benoemd en is tot de conclusie gekomen dat de opstelling van een milieueffectrapportage op basis van de geconstateerde

32

bestemmingsplan 't Hooge fase 2, Oldeberkoop

milieueffecten niet nodig is. Het bevoegd gezag doet mededeling van zijn beslissing bij de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan, met inachtneming van het bepaalde in artikel 7.17, vijfde lid, van de Wet milieubeheer. Conclusie Voor het onderhavig plan hoeft gezien het voorgaande geen m.e.r.- (beoordelings)procedure te worden doorlopen.

33

bestemmingsplan 't Hooge fase 2, Oldeberkoop

34

bestemmingsplan 't Hooge fase 2, Oldeberkoop

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische toelichting

Algemeen

Het beleid en de planuitgangspunten, zoals verwoord in de vorige hoofdstukken, hebben in de regels van dit bestemmingsplan hun juridische vertaling gekregen in de vorm van bestemmingen. Deze paragraaf bespreekt de juridische vormgeving van het bestemmingsplan De Wet ruimtelijke ordening (Wro) bevat de regeling voor de opzet en de inhoud van een ruimtelijk plan. In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is deze regeling verder uitgewerkt. Het bestemmingsplan bestaat uit: een verbeelding van het plangebied, zowel analoog als digitaal, waarin alle bestemmingen van de gronden worden aangewezen; de regels waarin de bestemmingen worden beschreven en waarbij per bestemming het doel wordt of de doeleinden worden genoemd. Op grond van artikel 3.1.6 van het Bro is het verplicht om een bestemmingsplan te vergezellen met een toelichting. Deze toelichting geeft aan welke gedachte aan het plan ten grondslag ligt, wat de uitkomsten van verrichtte onderzoeken zijn, wat het resultaat is van de overleggen en tot slot doet het verslag van de georganiseerde inspraak bij het plan. Hiermee voldoet het bestemmingsplan aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wro en het Bro. Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012.

De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplan te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. De SVBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe het bestemmingsplan en volgens de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan zowel digitaal als analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld volgens deze standaarden. Het bestemmingsplan met de daarbij behorende toelichting wordt langs elektronische weg vastgelegd en ook in die vorm vastgesteld, tegelijk met een analoge versie van het bestemmingsplan. Als de digitale en analoge versie tot interpretatieverschillen leiden, is de digitale versie leidend. Hieronder worden de aanwezige planregels puntsgewijs besproken.

5.2

Toelichting op de regels

In het navolgende wordt de algemeen gehanteerde opbouw van de regels toegelicht. Deze ziet er als volgt uit: 'Inleidende regels' 'Bestemmingsregels' 'Algemene regels' 'Overgangs- en slotregels' De tekst hieronder bespreekt deze hoofdstukken puntsgewijs. Inleidende regels Dit onderdeel bestaat uit de begrippen (Begrippen) en de wijze van meten (Wijze van meten). Deze artikelen geven aan wat in de regels onder bepaalde begrippen moet worden verstaan en hoe moet worden gemeten bij de toepassing van de bouwregels of sommige gebruiksregels van het plan. Dit is alleen het geval wanneer begrippen niet op voorhand voor een eenduidige uitleg, in overeenstemming met normaal spraakgebruik, vatbaar zijn. De gemeente heeft bindende afspraken over planregels opgesteld. Deze zijn aangepast in overeenstemming de eisen van de SVBP2012. Alle begrippen worden in alfabetische volgorde opgenomen, met uitzondering van de eerste begrippen 'plan:' en 'bestemmingsplan:' Voor de begrippen is aansluiting gezocht bij andere bestemmingsplannen in de gemeente Ooststellingwerf Voor de wijze van meten geldt hetzelfde. Bestemmingsregels

35

bestemmingsplan 't Hooge fase 2, Oldeberkoop

In de Bestemmingsregels (artikelen 3 tot en met 5 ) zijn de van toepassing zijnde bestemmingen en de gebruiks- en/of bebouwingsmogelijkheden van de betreffende gronden aangegeven. In hiernavolgende paragraaf volgt een nadere toelichting op de gehanteerde bestemmingen. Afwijkingsmogelijkheden, die in de verschillende bestemmingsregels zijn benoemd, zorgen voor enige flexibiliteit op de toepassing van het plan. Specifieke gebruiksregels zijn opgenomen die er nadrukkelijk op toezien welk gebruik als in strijd met het bepaalde in de bestemmingsomschrijving wordt aangemerkt. Algemene regels De algemene regels bestaan uit een viertal regels: 1. 2. 3.

Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels

De 'Anti-dubbeltelregel' is op basis van artikel 3.2.4 van het Bro. Het betreffende besluit schrijft voor dat de tekst van artikel 3.2.4 van het Bro één op één in een bestemmingsplan wordt overgenomen. De 'Algemene gebruiksregels' en 'Algemene afwijkingsregels' bevatten verscheidene regels van algemene strekking. Zo mag van de in de bestemmingsregels gegeven maten in een aantal gevallen worden afgeweken. Ook is het niet toegestaan om in het plangebied schroot op te slaan. Voor deze algemene regels geldt hetzelfde als voor de bestemmingsregels onderdelen van de regels die niet van toepassing zijn in het plangebied zijn uit de artikelen verwijderd. Overgangs- en slotregels In dit hoofdstuk zijn het overgangsrecht en de slotregel opgenomen. Voor de redactie van het overgangsrecht geldt het Bro. Dit besluit schrijft dwingend voor hoe het overgangsrecht moet luiden. Bebouwing die niet voldoet aan de regels van is onder het overgangsrecht gebracht. Een geringe uitbreiding van de bebouwing met tien procent wordt mogelijk gemaakt. Het gebruik van gronden en bebouwing dat in strijd is met dit nieuwe bestemmingsplan het tijdstip van inwerkingtreding, mag in beginsel worden voortgezet. Wijziging van dit strijdige gebruik is verboden, indien de afwijking van het plan wordt vergroot.

Indien het strijdige gebruik, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. Tot slot bevat hoofdstuk 3 de slotregel waarin is aangegeven hoe het bestemmingsplan kan worden aangehaald.

5.3

Toelichting op de bestemmingen

Het bestemmingsplan kent vier bestemmingen, te weten: Groen; Water; Wonen; Verkeer. Groen De groene hoofdstructuur is bestemd als 'Groen'. Daarmee is deze structuur, in hoofdzaak gelegen langs de randen van het plangebied en op een aantal plekken in het woongebied, vastgelegd en geborgd. In de bestemming zijn medebegrepen: groenvoorzieningen, water, bermen, bermsloten, paden, parkeervoorzieningen en nutsvoorzieningen en de daarbij behorende voetpaden, verhardingen en overige bouwwerken. Water

36

bestemmingsplan 't Hooge fase 2, Oldeberkoop

De voornaamste waterpartijen en -lopen zijn bestemd als 'Water'. Daaronder vallen ook waterberging, oevers, bruggen, duikers en/of dammen en nutsvoorzieningen. Wonen In het plangebied worden vier woningtypen gerealiseerd. Om dat te borgen zijn: een functieaanduiding op de verbeelding opgenomen 'specifieke vorm van wonen - starters'). op de verbeelding drie bouwaanduidingen opgenomen te weten: 'aaneengebouwd', 'twee-aaneen' 'vrijstaand'. Elk van de type woningen in één van de verschillende deelgebieden kent (afgestemd op het Beeldkwaliteitsplan) een eigen maatvoering welke is opgenomen op de verbeelding. Ter plaatse van de bouwaanduiding 'vrijstaand' worden de woningen in principe vrijstaand gebouwd. Om voor de toekomst enige flexibiliteit te houden zijn ter plaats van die bouwaanduiding ook twee-aaneengebouwde woningen mogelijk. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - bebouwingsvrije zone' geldt een bebouwingsvrije zone. Verkeer Door het gehele plangebied lopen wegen en/of paden welke zijn bestemd als 'Verkeer'.

5.4

Bestemmingsplanprocedure

In de Wro en het Bro zijn wettelijke regels voor de bestemmingsplanprocedure vastgelegd. Hierin zijn de volgende fasen onderscheiden: Voorbereidingsfase De gemeente voert ten behoeve van de voorbereiding van een bestemmingsplan onderzoek uit naar de bestaande situatie en de mogelijke (ruimtelijke) ontwikkelingen in de gemeente. De gemeente stelt voor het overleg op grond van artikel 3.1.1 Bro haar voornemen (vaak als voorontwerpbestemmingsplan) beschikbaar aan de besturen en diensten van hogere overheden. Ook biedt de gemeente eventueel de mogelijkheid om een reactie te geven op het voorontwerpbestemmingsplan via inspraak. De gemeente geeft een reactie op de overleg- en inspraakreacties die voor zover noodzakelijk worden verwerkt in de regels en verbeelding. Terinzageleggingsfase Na de aankondiging in de Staatscourant en op de website www.officielebekendmakingen.nl wordt het ontwerpbestemmingsplan voor een periode van 6 weken ter inzage gelegd. In deze periode kan door iedereen een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan worden ingediend. Vaststellingsfase Na de periode van terinzagelegging stelt de gemeenteraad het ontwerpbestemmingsplan, mogelijk met wijzigingen, vast. Beroepsfase Na de vaststelling van het bestemmingsplan maakt de gemeenteraad het vaststellingsbesluit bekend en legt het vastgestelde bestemmingsplan ter inzage.

Dit gebeurt als volgt: Indien Gedeputeerde Staten of de Inspectie voor Leefomgeving en Transport een zienswijze hebben ingediend die door de gemeenteraad niet volledig is overgenomen of indien de gemeenteraad het bestemmingsplan gewijzigd heeft vastgesteld, geschiedt bekendmaking en terinzagelegging 6 weken na vaststelling. Uiterlijk 6 weken na bekendmaking van het vaststellingsbesluit kan er beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Indien het bestemmingsplan ongewijzigd is vastgesteld en er gehoor is gegeven aan zienswijzen van Gedeputeerde Staten en/of de Inspectie voor Leefomgeving en Transport wordt het vaststellingsbesluit door de gemeenteraad uiterlijk 2 weken na vaststelling bekend gemaakt. Tevens wordt uiterlijk 2 weken na vaststelling het bestemmingsplan ter inzage gelegd

37

bestemmingsplan 't Hooge fase 2, Oldeberkoop

38

bestemmingsplan 't Hooge fase 2, Oldeberkoop

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

In de bestemmingsplanprocedure is het verplicht overleg te voeren met de wettelijke overlegpartners. Het voorontwerpbestemmingsplan is toegezonden aan de overlegpartners. Tijdens deze periode zijn zij in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op het plan. De provincie Fryslan heeft een reactie toegezonden. Het plan is naar aanleiding van de opmerkingen van de provincie aangevuld. De volledige reactie is als Bijlage 8 aan het plan toegevoegd. Het ontwerpbestemmingsplan heeft voor een periode van zes weken voor eenieder ter inzage gelegen waarmee iedereen in de gelegenheid is gesteld een zienswijze in te dienen (artikel 3.8 Wro). De beantwoording van de zienswijzen worden later verwerkt in het plan.

6.2

Economische uitvoerbaarheid

De gemeente is initiatiefnemer van dit project. Een exploitatieopzet of een exploitatieplan is daarom niet aan de orde. De kosten van dit bestemmingsplan zijn voor rekening van gemeente Ooststellingswerf.

39

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Ooststellingwerf&id=3291e96f-9a09-4bd9-bbd4-18b6e15691b4