B-Doe-agenda Meedoen arbeidsmarkt en vrijwilligerswerk.
Tekst van het document
A D N E G A e o D 2021-2024
CONCEPT Versie 2.0
Meedoen op de arbeidsmarkt of in vrijwilligerswerk.
Deze doe agenda is een uitwerking van maatschappelijk effect B bij de opgave Meedoen: ‘Mensen participeren duurzaam op de arbeidsmarkt’ (zie doelenboom in hoofdstuk 1).
B
inHOUD
CONCEPT Versie 2.0
1. VISIE OP SAMENLEVEN
DOELENBOOM
2.
3.
KADERS DIE DE RAAD ONS MEEGAF
inleiding op het maatschappelijk effect
4.
5.
6.
proces hoe kwamen we tot deze doe-agenda
Analyse wat is er aan de hand en waar richten we ons op?
inspanningen Wat gaan we doen?
overzicht bijlagen
2
Visie sociaal domein 2020-2024
Gemeente Ooststellingwerf
Meedoen Alle inwoners doen volwaardig mee.
samenleven Inwoners helpen elkaar, voelen zich thuis en zijn actief voor een sociale en vitale gemeenschap.
1.
CONCEPT Versie 2.0
VISIE op samenleven In de Visie op Samenleven 2020-2024 staan vijftien maatschappelijke effecten centraal. In de doelenboom uit de Visie op Samenleven staan deze effecten op een rij. Per maatschappelijk effect uit de doelenboom maken we samen met de samenleving een overzicht van inspanningen die een ieder gaat leveren om het betreffende effect te realiseren. Dit ‘pakket’ aan inspanningen noemen
gezondheid Inwoners ervaren een positieve gezondheid.
goed opgroeien jonge inwoners (-9 maand tot 23 jaar) groeien gezond en veilig op en hebben gelijke kansen om zich optimaal te ontwikkelen.
we een doe-agenda. Eerder werd dit ook wel deelprogramma genoemd. In 2020 maakten we voor 5 maatschappelijke effecten zo’n doe-agenda. Deze doe-agenda is voor het effect: ‘Mensen participeren duurzaam op de arbeidsmarkt’ en hoort bij de opgave ‘Meedoen’ uit de visie. Naast genoemde visie vormt de beleidsnota ‘Op weg naar een inclusief Ooststellingwerf’ een belangrijk fundament voor deze doe-agenda.
3
doelenboom
Dit is de doelenboom behorend bij ‘Mensen participeren duurzaam op de arbeidsmarkt.’, maatschappelijk effect: B Hierin zie je de indicatoren: 1 t/m 3 de gestelde doelen: 1 t/m 10 en de voorgenomen inspanningen 1 t/m 43
CONCEPT Versie 2.0
gemeentebrede opgaven
Meedoen
samenleven
Alle inwoners
gezondheid
Inwoners helpen elkaar, voelen
doen volwaardig mee.
goed opgroeien
Inwoners ervaren een
zich thuis en zijn actief voor een
jonge inwoners (-9 maand tot 23 jaar)
positieve gezondheid.
sociale en vitale gemeenschap.
groeien gezond en veilig op en hebben gelijke kansen om zich optimaal te ontwikkelen.
maatschappelijke effecten: Wat willen we bereiken? A
B
C Mensen participeren duurzaam op de arbeidsmarkt.
Mensen kunnen levensloopbestendig wonen.
D Mensen doen mee aan het maatschappelijk leven.
E Mensen maken indien nodig gebruik van het aanwezige vangnet.
F
G Mensen zetten zich in voor de samenleving en elkaar.
Mensen voelen zich verbonden.
H Mensen maken gebruik van de sociale, culturele en sport infrastructuur.
I
J Mensen ervaren dat rekening wordt gehouden met het proces van ouder worden.
Mensen kunnen omgaan met fysieke, emotionele en sociale levensuitdagingen.
K
L Mensen leven in een gezonde leefomgeving.
Mensen voelen zich veilig.
M Jonge inwoners ontwikkelen zich optimaal.
N Ouders/verzorgers zijn vaardige opvoeders.
O Kwetsbare jonge inwoners en ouders voelen zich ondersteund bij opgroeien en opvoeden.
Jonge inwoners zijn weerbaar.
indicatoren: Waar zien we dat aan? 1
Mensen zijn in staat passende woonruimte te realiseren. FACILITEREN
2
3
Mensen zijn bezig met levensloopbestendig wonen. FACILITEREN Mensen zijn op de hoogte van de mogelijkheden om hun woning aan te passen. REGISSEREN
1
Mensen die dat kunnen, nemen deel aan de arbeidsmarkt. REGISSEREN
1
Tevreden over hun maatschappelijk leven. LOSLATEN
2 Mensen zijn zelfredzaam. UitkeringsFACILITEREN gerechtigden maken naar vermogen stappen 3 op de participatieladder. Kinderen REGISSEREN in armoede hebben mogelijkheden om 3 mee te doen. Mensen ervaren REGISSEREN een zinvolle invulling van hun dag (18-67 jr). 4 FACILITEREN Mensen zijn financieel in staat om maatschappelijk mee te doen. REGISSEREN 2
5
LOSLATEN
Type 1 activiteiten: samenleving is eigenaar
1
2
3
4
Mensen zijn op de hoogte / kennen de wegen. REGISSEREN Mensen maken er gebruik van. STIMULEREN Mensen vinden tijdig ondersteuning bij (financiële) problemen. REGISSEREN Mensen zijn tevreden over de ondersteuning. STIMULEREN
Mensen ervaren ondersteuning in hun eigen omgeving. STIMULEREN
SAMENLEVINGSDomein
Faciliteren
Type 2 activiteiten: samenleving is eigenaar, gemeente faciliteert desgewenst
Zelfsturing
1
2
3
4
Mensen vinden het prettig om in hun buurt te wonen. LOSLATEN Mensen voelen zich betrokken bij anderen in hun gemeenschap. FACILITEREN Mensen voelen zich niet gediscrimineerd en buitengesloten. FACILITEREN Mensen ervaren minder eenzaamheid. STIMULEREN
1
2
3
4
Mensen helpen elkaar. FACILITEREN Mensen pakken gezamenlijk sociale en maatschappelijke vraagstukken op. FACILITEREN Mensen ervaren ruimte om ideeën/ initiatieven te ontwikkelen. FACILITEREN Mantelzorgers raken niet overbelast (Zie I). REGISSEREN
1
2
3
4
5
Mensen zijn tevreden met het aanbod aan sociale, culturele en sport activiteiten. FACILITEREN Mensen zijn op de hoogte van het sociale, culturele en DOEL sport aanbod STIMULEREN 1 t/m 10 Mensen hebben toegang tot de sociale, culturele en sport infrastructuur STIMULEREN Mensen zijn tevreden over de ontmoetingsplekken in hun omgeving. STIMULEREN Mensen zetten zich als vrijwilliger in voor activiteiten, verenigingen en organisaties. FACILITEREN
Stimuleren
Type 3 activiteiten: gemeente is eigenaar en samenleving levert bijdrage
regisseren
gemeentelijk Domein Interactief beleid & uitvoering
Type 4 activiteiten: gemeente is eigenaar (wettelijke taken)
DOEL 1
T/M
1
T/M
2
3
4
5
6
Mensen voelen zich gelukkig, geaccepteerd en vinden zingeving in hun leven. LOSLATEN
1
2
Mensen bewegen voldoende. STIMULEREN Mensen vinden (tijdig) ondersteuning bij psychische klachten. REGISSEREN
3
Mensen vormen samen een dementie vriendelijke gemeente. STIMULEREN Ouderen hebben betekenisvolle relaties, werk en/of dag invulling. FACILITEREN Mantelzorgers raken niet overbelast. REGISSEREN
Volwassenen beperken hun middelengebruik, laten zich hierdoor niet belemmeren in het functioneren. REGISSEREN STIMULEREN
2
3
Jonge inwoners komen niet in aanraking met geweld. REGISSEREN Mensen zijn weerbaar. FACILITEREN Mensen weten waar ze hulp kunnen vinden als zij zelf of anderen in aanraking komen met onveilige situaties. REGISSEREN
1
2
3
Mensen ervaren hun leefomgeving als veilig en toegankelijk. REGISSEREN Mensen gaan graag naar buiten. LOSLATEN Mensen ervaren een gezonde en schone leefomgeving. REGISSEREN
1
2
3
4
5
Mensen zijn goed geïnformeerd over gezond leven. FACILITEREN
Jonge inwoners krijgen optimaal kans om talenten te ontplooien. FACILITEREN Jonge inwoners gaan naar school. REGISSEREN
1
2
Jonge inwoners halen een startkwalificatie. REGISSEREN Jonge inwoners zijn taalvaardig (spreken, lezen, schrijven). REGISSEREN Jonge inwoners en ouders ervaren dat de school en zorg samenwerken om hen optimaal te begeleiden. REGISSEREN
3
4
5
Mensen zijn op de hoogte van de mogelijkheden en hebben toegang tot ondersteuning bij hun gezondheid. REGISSEREN
DOEL 9
1
Jonge inwoners worden zoveel mogelijk door hun ouders verzorgd en begeleid naar volwassenheid. LOSLATEN Jonge inwoners hebben een goede start doordat hun ouders of zijzelf deelnemen aan preventieprogramma’s. STIMULEREN Jonge inwoners groeien op in een gezinssituatie (zo thuis mogelijk). REGISSEREN Jonge inwoners en ouders met opvoeden opgroeivragen weten de weg en voelen zich ondersteund. REGISSEREN Ouders/verzorgers betrekken mensen en organisaties in hun omgeving bij opvoedvragen. REGISSEREN
1
2
3
Jonge inwoners ontwikkelen sociale vaardigheden. LOSLATEN Jonge inwoners kennen hun grenzen en staan stevig in hun schoenen. FACILITEREN Jonge inwoners hebben de kennis en vaardigheden om goed om te gaan met alcohol, roken, drugs, sociale media, seks en geld. DEELS REGISSEREN DEELS STIMULEREN
1
2
3
4
Kwetsbare jonge inwoners met psychosociale of andere problemen en hun ouders weten de weg en voelen zich ondersteund. REGISSEREN jonge inwoners en ouders in kwetsbare situaties worden gezien en ondersteund. REGISSEREN Scheidingen verlopen met minimale schade voor jonge inwoners. STIMULEREN Jonge inwoners ervaren dat scholen en gemeentelijke organisaties die werken met jongeren aandacht hebben voor LHBTI. STIMULEREN
DOELEN
DOEL 10
1
1
T/M
DOEL
DOEL 11
1
T/M
6
1
T/M
5
WAT GAAN WE DOEN inspanningen 1
T/M
43
inspanningen 1
T/M
24
inspanningen 1
T/M
42
inspanningen 1
T/M
21
4
inspanningen 1
T/M
35
2.
CONCEPT Versie 2.0
kaders die de raad ons meegaf In de Visie op Samenleven staan de inhoudelijke kaders die de Raad ons meegaf. Daarnaast zijn er financiële kaders. In de financiële bijlage bij de Visie op Samenleven staat een overzicht van de budgetten die beschikbaar zijn per doe-agenda (vastgesteld door de gemeenteraad). Verder maakte de Raad in de Visie op Samenleven keuzes over de rol die we als gemeente kiezen per onderwerp. Dit gaat van regisseren (sturen en bepalen) tot loslaten (geen actie van de gemeente). Dit vormt ook een kader waarbinnen we deze doe-agenda hebben opgesteld.
5
8,8% 8% 2,7% 2,2%
0
ngs w
75+
2025
2018
100%
54%
23,56%
30%
100%
50%
65+ 65+ 45+ groei inwoners 65+
6,7%
36,8% 50%
85%) 67%) 25%) 62%) 9%) 6%)
21,1%20,4% 10,5% 9,8% 9,8% 8,8%
7,8%
5,5% 4,66%4,55%
0
5,3%
0
5,1% 6,2% € 26.511 € 23.666 € 23.400
26%
WMO gebruik met 6,7% in top 4 Friesland. Meting: aantal inwoners met WMO per 1000 inwoners. (bron: Monitor Zorg 2018). Ter vergelijk: Weststellingwerf 5,3%, Opsterland 5,1%, Landelijk 6,2% (Cijfers CBS). 0 Laag gemiddeld opleidings gestandaardiseerd niveau inkomen
FEITEN & CIJFERS MEEDOEN FEITEN & CIJFERS 8%
Kinderen in Hoog Huishoudens 2,7% 2,2% met laag armoede opleidings 0 niveau inkomen 75+ 85+ Cijfers voor geheel Ooststellingwerf, de cijfers verschillen (sterk) per buurt en per dorp. inwoners 75+ Bron: volksgezondheidenzorg.info en scp.nl Inwoners 75 jaar of ouder 9,8% (Friesland 8,8%, landelijk 8,0%). Inwoners 85 jaar of ouder 2,7% (Landelijk 2,2% Bron: CBSOOSTSTELLINGWERF 2018)
Kenmerken gemeente
Friesland
ociaal participatiewet ische status
% 4,66%4,55%
Landelijk gemiddelde
500
Kansrijken
Doorstromers
36,8%
21,1%20,4%
Aandachtsgroep € 26.511 € 23.666 433 € 23.400
31,7% 31,5%
26%
233 158
139
116 39
0 0 2014 2018 2014 2018 2014 2018 Laag Hoog gemiddeld opleidings opleidings gestandaardiseerd Participatiewet niveau niveau inkomen (bron: beleidsstuk ‘Op weg naar een inclusief Ooststellingwerf 2019-2021’, lingwerf, de cijfers verschillen (sterk) per buurt en per dorp. Bestandsanalyse 2018 gemeente Ooststellingwerf) rg.info en scp.nl
deren in rmoede
Armoede
bijstand en werkloosheid
47% 49%
45%
86%
33% 25%
100%
8,6% NCEPT CO rs Ve ie 2.0
79% 67%
0 62% huishoudens zonder wmo voorziening 80,2% van de huishoudens hebben géén gebruik gemaakt van WMO-voorzieningen. (Eerste helft 2018, landelijk 81,4%) Bron: waarstaatjegemeente.nl 0 0 BEREID TOT INZET “WE STAAN ALTIJD VOOR DE BUURT VOOR ELKAAR KLAAR”
0 mantelzorger in OOSTSTELLINGWERF
0 mantelzorger zwaarbelast
25% van onze inwoners ouder dan 15 jaar is mantelzorger. (Landelijk 33%).
Van de mantelzorgers in onze gemeente is 8,6% zwaarbelast. (Landelijk 8,6%).
Mantelzorgers
52%
Inleiding op het maatschappelijk effect
0 VRIJWILLIGER 50% 50% 49% van onze inwoners geeft aan in de afgelopen 86% van onze inwoners geeft Het percentage inwoners dat 0 12 maanden vrijwilliger te aan bereid te zijn tot inzet voor vindt dat buurtbewoners altijd INWONERS MET MEERDERE zijn geweest. de leefbaarheid van hun buurt. voor elkaar klaar staan is 67%. 64% van de burgers is 100% 100% WMO-VOORZIENINGEN (Landelijk 45%). (Landelijk 79%). (Landelijk 62%) betrokken in het verenigingsInwoners met een WMO voorziening leven van Ooststellingwerf. hebben, heeft 47% meerdere 64% voorzieningen (WMO, 52% sportverenigingen Participatiewet, Jeugdwet) 3,5-4% 4,2% 3,8% 4,7% 5,4% 22% religieuze of maatschappelijke Ter vergelijk: Weststellingwerf 50%, verenigingen 0 0 Opsterland 47% 17% culturele 100% 50% 50%verenigingen (Fries Sociaal Planbureau 2017). inwoners met werkloosheid 17% gezelligheidsverenigingen bijstandsuitkering 80,2% 81,4% 34% overige vrijetijdsverenigingen Ooststellingwerf 3,5-4%. 680 inwoners ontvangen een (meerdere antwoorden mogelijk) (Friesland 4,2% in 2018, 33% 0 0 bijstandsuitkering (2,7% ten landelijk 3,8%) BETROKKEN IN opzichte van het aantal inwoners. 25% VERENIGINGSLEVEN Bron: CBS Participatiewet 2018).
680
WMO Gebruik
31,7% 31,5%
50%
100%
bijstand en werkloosheid
25%
Inwoners 45 jaar of ouder 54% Inwoners 65 jaar of ouder 24% 50% Bron: kengetallen gemeente Ooststellingwerf, 18-01-2019
47%
50%
80,2% 81,4%
Kenmerken gemeente Voorzieningengebruik
Inwoners 75 jaar of ouder 9,8% (Friesland 8,8%, landelijk 8,0%). Inwoners 85 jaar of ouder 2,7% In de gemeente Ooststellingwerf (Landelijk 2,2% Bron: CBS 2018) wonen 140 statushouders inclusief kinderen. Opsterland en Weststellingwerf hebben een vergelijkbaar aantal statushouders. Bron: M. Eizenga, kwartiermaker statushouders, Ooststellingwerf.
Sociaal Economische status 0
3.
50%
& CIJFERS Vrijwilligers & inzetbereidheid nieuwkomers FEITEN 85+
inwoners 75+
140
100%
verenigingsleven
geen wmo
22%
17%
34% 17%
ACTIEF BETROKKEN BIJ SOORT VERENIGING
8,6% 0 huishoudens zonder wmo voorziening 80,2% van de huishoudens hebben géén gebruik gemaakt van WMO-voorzieningen. (Eerste helft 2018, landelijk 81,4%) Bron: waarstaatjegemeente.nl 50%
0 mantelzorger in OOSTSTELLINGWERF
0 mantelzorger zwaarbelast
Mensen participeren duurzaam op de arbeidsmarkt 25% van onze inwoners ouder Van de mantelzorgers in onze
dan 15 jaar is mantelzorger. is 8,6% zwaarbelast. In Ooststellingwerf hebben we een relatiefgemeente We spreken mensen aan op hun talenten en (Landelijk 33%). (Landelijk 8,6%). grote ‘aandacht groep’. Dit zijn mensen mogelijkheden. Participeren gaat niet per se 100% 50% 50% met een uitkering die langer dan twee jaar over werk, maar vooral over meedoen in de 50% 75% nodig hebben om betaald werk te vinden. maatschappij. Het kan ook zijn dat iemand 680 We willen dat iedereen zoveel mogelijk contacten heeft in de buurt, de hond van 64% van de burgers is 100% 100% naar kunnen vrienden uitlaat of vrijwilligerswerk doet. betrokken in het verenigings-bijdraagt aan de (reguliere) 20% leven van Ooststellingwerf. arbeidsmarkt en daarvoor gelijke kansen Dat mensen blijvend meedoen vinden we 11% 64% 52% sportverenigingen krijgt.
Inwoners voor wie werken (nog) belangrijker dan dat iemand snel aan het 52% 0 3,5-4% 4,2% 3,8% 0 4,7% 5,4% 0 22% religieuze of maatschappelijke geen gebruik maandelijks Langdurig minima niet haalbaar is hebben een zinvolle (vrijwilligers)werk is en uiteindelijk weer verenigingen 0 0 34% regeling 17% culturele verenigingen rondkomen inkomen dagbesteding gericht op activering en 22% 17% uitvalt omdat wat hij/zij doet niet bij hem/ inwoners met werkloosheid 17% gezelligheidsverenigingen 17% Het aantal langdurige 11% maakt geen gebruik 20% van de minima komt bijstandsuitkering 34% overige vrijetijdsverenigingen minima-inkomens Ooststellingwerf van3,5-4%. regelingen terwijl zij maandelijks erg slecht rond maatschappelijke participatie. Eind 2020 haar past. 680 inwoners ontvangen (meerdere antwoorden mogelijk) (Friesland 4,2%daar in 2018, bedraagt ineen de gemeente wel recht op hebben (bron: enquête minima 0 0 bijstandsuitkering (2,7% ten participeerden onderstaande aantallenACTIEF in BETROKKEN BIJ landelijk 3,8%)(bron: armoedemonitor 75%, dit is hoger dan de gemeente Ooststellingwerf, BETROKKEN IN opzichte van hetmeeste aantal andere inwoners. gemeenten Kwiz 2018). Kwiz 2018). SOORT VERENIGING VERENIGINGSLEVEN een vorm van dagbesteding: Bron: CBS Participatiewet in de regio 2018). (bron: Kwiz).
Dagbesteding: 58 Dagbesteding plus: 18 Arbeidsmatige dagbesteding: 19 Activerende dagbesteding: 13
verenigingsleven
6
4.
CONCEPT Versie 2.0
Proces - hoe kwamen we tot deze doe-agenda De Visie op Samenleven stelden we samen met inwoners, werkgevers, (zorg) instellingen en andere partners op. Deze partijen zijn ook betrokken bij het opstellen en uitwerken van deze doe-agenda. In bijlage 2 vatten we samen hoe dit proces verliep en welke mensen, organisaties, ondernemers et cetera betrokken zijn.
7
Jildau His van ’t Zand, Casemanager gebiedsteam. Samenwerken met inwoners, bedrijven, hulpverleningsorganisaties en andere organisaties is van groot belang bij mijn werk.
5.
CONCEPT Versie 2.0
Analyse
Wat is er aan de hand en waar richten we ons op
De maatschappelijke effecten uit de Visie op Samenleven zijn door onze inwoners aangedragen. Ze weerspiegelen wat zij belangrijk vinden. Om te kijken wat nodig is om het maatschappelijk effect ‘Mensen participeren duurzaam op de arbeidsmarkt’ dichterbij te brengen keken we met de betrokkenen* wat er precies aan de hand is rond participatie op de arbeidsmarkt. Het resultaat hiervan vatten we hieronder samen. We maken hierbij ook gebruik van cijfers uit de Visie op Samenleven en andere relevante bronnen.
*) Met ‘betrokkenen’ bedoelen we alle organisaties, instellingen, verenigingen, clubs, ondernemers, vrijwilligers en inwoners die bij het onderwerp betrokken zijn en/of meededen om deze doe-agenda te maken.
8
Janneke Wielaert-de Haan Installatietechniek de Haan we willen wat extra’s betekenen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.
B
1
2
3
regisseren
Type 4 activiteiten: gemeente is eigenaar (wettelijke taken)
Mensen die dat kunnen, nemen deel aan de arbeidsmarkt
CONCEPT Versie 2.0
Wat is er aan de hand? A. De gemeente kenmerkt zich door een complexe doelgroep en mismatch vraag en aanbod (deels beïnvloedbaar) Binnen onze gemeente wonen relatief veel gezinnen met multi-problematiek en veel mensen met zware problematiek. Denk aan gezondheidsproblemen (mentaal en fysiek), schulden en eenzaamheid. Dit lossen we niet 1, 2, 3 op. Daarnaast kenmerkt de arbeidsmarkt zich door veel ‘kleine banen’ (weinig uren) en veel seizoenswerk waardoor er weinig stabiele banen zijn waarin mensen genoeg verdienen om uit de bijstand te komen. Uit onderzoek naar de Friese arbeidsmarkt (zie bijlage 3) komt een mismatch tussen vraag en aanbod naar voren. Zo liggen er vooral vraag in de techniek, bouw, ICT en de zorg, maar het aanbod van beschikbare mensen heeft hiervoor geen passende opleiding of niet het gevraagde opleidingsniveau. In 2018 was 39 % van de mensen in de bijstand laagopgeleid (geen startkwalificatie) en zoekt de sector met de hoogste vraag, de ICT, middelbaar en hoog geschoold personeel.
B. Er is een relatief grote aandacht groep die lastig doorstroomt naar de arbeidsmarkt (beïnvloedbaar) Landelijk onderzoek wijst uit dat mede als gevolg van de economische meewind in de jaren 2017 – 2019 het aantal bijstandsuitkeringen landelijk met 34300 is afgenomen. Ook binnen onze gemeente is de afgelopen jaren de uitstroom naar werk vanuit de bijstand goed geweest. Dit is een resultaat van onze aanpak en had te maken met de hoogconjunctuur. Uit een handmatige bestandanalyse uitgevoerd voor het opstellen van de beleidsnota ‘Op weg naar een inclusief Ooststellingwerf’, blijkt dat in 2018 in onze gemeente echter nog altijd 639 inwoners een bijstandsuitkering ontvangen. Dit is ten opzichte van een peiling vóór de invoering van de Participatiewet (2014) een toename van 84. Deze toename is deels toe te schrijven aan de overheveling naar de gemeente van de doelgroep van de Wet sociale werkvoorziening en de Wajong met de komst van de Participatiewet in 2015. Deze doelgroepen vragen meer inspanning en expertise bij het bemiddelen waardoor re-integratie trajecten langer duren.
9
CONCEPT Versie 2.0
De populatie is onder te verdelen in drie categorieën: Kansrijken. Mensen met een korte afstand tot de arbeidsmarkt (< 3 maanden) Doorstromers. Mensen die binnen 2 jaar met of zonder ondersteuning te begeleiden zijn naar werk Aandacht groep. Mensen die langer dan 2 jaar nodig hebben om naar betaald werk te gaan Kijken naar bovenstaande drie categorieën wijst de praktijk uit dat de kansrijken redelijk snel weer aan het werk komen en dat hier vanuit de gemeente niet veel inspanningen voor nodig zijn. De andere twee groepen vragen meer inspanning en specifieke expertise en laten dan ook een toename zien. Concreet heeft zich dit in 2018 vertaald in een groei van de aandachtgroep (van 233 tot 433).
C. Inwoners ervaren diverse belemmeringen in de ondersteuning bij het vinden van werk (deels beïnvloedbaar) Tijdens het opstellen van de Visie op Samenleven en bij de uitwerking van dit maatschappelijk effect zijn we veel te weten gekomen over wat inwoners ervaren als het gaat om participeren op de arbeidsmarkt. Inwoners ervaren: › schotten tussen de dienstverlening (bijv. tussen WMO en P-wet) › hun verhaal meerdere keren te moeten doen › dat werkgevers vaak hoge eisen stellen wat betreft ervaring en scholing › dat de overgang van UWV naar gemeente niet optimaal verloopt › wachtlijsten › onvoldoende focus op mogelijkheden › onvoldoende kennis van de arbeidsmarkt › beperking qua mobiliteit door beperkte (openbaar) vervoersmogelijkheden
D. Werkgevers ervaren diverse belemmeringen in de ondersteuning bij het vinden en aannemen van personeel (deels beïnvloedbaar) Ook werkgevers geven aan dat zij belemmeringen ervaren. Werkgevers ervaren: › een gebrek aan nazorg na plaatsing › onvoldoende persoonlijke benadering › veel administratieve rompslomp › dat beschikbare instrumenten niet bekend en/of duidelijk zijn › dat het risico bij het aannemen van klanten uit de doelgroep bij hen ligt › dat er te weinig gebruik wordt gemaakt van het netwerk dat ze hebben.
Het voorgaande leidt tot de volgende doelen: Doel 1 We plaatsen jaarlijks minimaal 20 kansrijken, 50 doorstromers en 30 inwoners uit de aandachtsgroep en creëren jaarlijks 15 werkervaringsplaatsen binnen onze eigen organisatie. Doel 2 In de jaren 2020-2024 is er jaarlijks 10% minder instroom naar de bijstand. Doel 3 Van de inwoners die uitstromen uit de bijstand naar werk blijft 90% minimaal een half jaar uit de bijstand. Doel 4 Werkgevers weten met één druk op de knop alle arbeid gerelateerde regelingen en voorzieningen te vinden.
Overigens is het de verwachting dat als gevolg van de corona maatregelen in de nabije toekomst meer mensen in de bijstand instromen. Deze zullen veelal in de categorie kansrijk zitten en dus met beperkte ondersteuning weer terug te leiden zijn naar de arbeidsmarkt.
10
B
1
2
3
regisseren
Type 4 activiteiten: gemeente is eigenaar (wettelijke taken)
CONCEPT Versie 2.0
Uitkeringsgerechtigden maken naar vermogen stappen op de participatieladder Wat is er aan de hand? E. We willen beter zicht hebben waar bijstandsgerechtigden staan op de participatieladder. (beïnvloedbaar) Het is belangrijk dat we voor elke bijstandsgerechtigde weten waar hij of zij staat als het gaat om reïntegreren op de arbeidsmarkt of participeren in de samenleving (denk aan meedoen aan activiteiten en/of vrijwilligerswerk). Een gangbaar instrument hiervoor is de participatieladder (zie illustratie en bijlage 3). De positie op deze ladder is de basis om vast te stellen wat de mogelijkheden zijn van de bijstandsgerechtigde als het gaat om werk of sociaal participeren. Soms is het behouden van de huidige positie het hoogst haalbare. Soms is het mogelijk om stappen omhoog te zetten op de participatieladder. Bij elke stap hoort een aantal instrumenten om de inwoner naar deze stap te krijgen of te zorgen dat iemand op een bepaalde trede kan blijven (en geen stappen terug zet). De plek op de participatieladder is daarmee een indicatie om te bepalen welke inspanningen van de gemeente nodig zijn om bijstandsgerechtigde te helpen. En wat de gemeente van hem of haar mag verwachten aan inspanningen. Het gebruik van de participatieladder is geen gemeengoed bij onze gebiedsteammedewerkers.
Daardoor ontbreekt gestructureerd inzicht in de stappen die bijstandsgerechtigden zetten en daarmee ook het inzicht of de inspanningen tot optimaal resultaat leiden.
Dit inzicht willen we hebben. Zowel bij de start van de dienstverlening (‘op welke trede begint iemand’) als gedurende het re-integratietraject (‘lukt het om volgens planning op de trede te blijven of op te klimmen’) tot een half jaar na uitstroom (‘blijft iemand op de behaalde trede’). F. Bijstandsgerechtigden ervaren bij de gemeente onvoldoende de één loket gedachte (beïnvloedbaar) Inwoners zitten vanwege zeer diverse maatschappelijke en/of persoonlijke vraagstukken in de bijstand. Soms heeft de bijstandsgerechtigde al contact met het gebiedsteam in verband met deze vraagstukken. Denk aan schulden of fysieke/mentale/psychische aandoeningen. Daarnaast heeft dezelfde bijstandsgerechtigde contact met een andere gebiedsteammedewerker die specialist is op het terrein van werk en inkomen. Uiteraard moet bijvoorbeeld ondersteuning rond gezondheidsproblematiek optimaal aansluiten bij de inspanningen gericht op het vinden van werk. En andersom. Op dit moment weten de betreffende medewerkers elkaar meestal wel te vinden en stemmen zij onderling goed af. Maar we willen dit nog beter ‘inbakken’ in de processen binnen het gebiedsteam waardoor we altijd integraal maatwerk leveren om iemand verder te helpen vanuit de één loket gedachte. En we willen dat professionals ruimte ervaren om te doen wat nodig is, ongeacht de schotten tussen de wetten.
G. Het inzicht van gebiedsteammedewerkers in elkaars ‘gereedschapskist’ kan beter (beïnvloedbaar) Vanuit de verschillende beleidsterreinen (denk aan Participatiewet, Wmo, Wet Inburgering, Jeugdwet) beschikken gebiedsteammedewerkers over een ‘gereedschapskist’ met inspannings die ze kunnen inzetten om een inwoner te ondersteunen. Er zijn echter nog ‘schotten’ tussen deze beleidsterreinen, waardoor niet elke medewerker weet wat er in de gereedschapskist van een collega op een ander beleidsterrein mogelijk is. Dit willen we veranderen. Want we willen doen wat nodig en goed is voor de inwoner. En dat is meestal een mix van dienstverlening in plaats van losse stukjes dienstverlening omdat er nu eenmaal verschillende wetten en budgetten zijn.
Het voorgaande leidt tot de volgende doelen: Doel 5 Alle bijstandsgerechtigden zijn in beeld en we kennen hun positie op de participatieladder Doel 6 Alle bijstandsgerechtigden hebben een voorziening richting sociale ctivering en/of werk Doel 7 Alle bijstandsgerechtigden maken, naar vermogen, stappen op de participatieladder
ERK
DW
AAL BET
RK NING WE LD RSTEU A A BET ONDE T ME RK WE LD A EN A EIT BET IVIT ON T C A ME RDE LNA NISEE E E D RGA TEN TAC GEO ON C E IAL UIS SOC ENSH T BUI RD LEE O S Ï GE
Illustratie: de participatieladder
11
Tineke Nauta installatietechniek De Haan Je bent nooit te oud om te leren of om te switchen van baan.
B
1
2
3
Faciliteren
Type 2 activiteiten: samenleving is eigenaar, gemeente faciliteert desgewenst
Mensen ervaren een zinvolle invulling van hun dag
CONCEPT Versie 2.0
NB Hierbij gaat het om mensen van 18 tot 67 jaar. De zinvolle dag invulling van ouderen komt aan de orde in de doe-agenda Gezondheid (I).
Wat is er aan de hand? H. Ieder mens, ongeacht beperkingen, wil een zinvolle daginvulling die past bij de eigen wensen, talenten en eventuele ontwikkeldoelen (deels beïnvloedbaar) We vinden het belangrijk dat mensen hun dag invulling zinvol en leuk vinden. Hetzij in de vorm van werk, hetzij in de vorm van vrijwilligerswerk of dagbesteding. Ieder mens is anders. Iedereen heeft zijn eigen voorkeuren en dromen. En de behoefte aan zekerheden want die bieden houvast. Wat dagbesteding betreft zoeken we tot nog toe voor mensen met beperkingen een zinvolle en passende dag invulling op basis van het formele dagbestedingsaanbod dat er is. Er liggen kansen om hierbij nog beter aan te sluiten bij hun wensen, talenten en eventuele ontwikkeldoelen als we ze gelegenheid geven te ontdekken wat bij hen past alvorens ze ergens te plaatsen. Hierbij denken we bij instroom in een voorziening aan een vorm van een oriëntatietraject waarbij we schotten tussen wet- en regelgeving proberen weg te halen (zie ook onder B). Gebiedsteam en daarvoor gecontracteerde aanbieders zorgen waar mogelijk dat bij een al toegekende voorziening ook doorstroom mogelijk is.
I. Inwoners ervaren verschillende loketten en we werken niet optimaal integraal (beïnvloedbaar) Zoals eerder genoemd werken we op dit moment nog met een apart team (loket) voor Wmo/Jeugd en een apart team (loket) voor de Participatiewet (zie B2, B). Inwoners die op meerdere levensdomeinen vragen hebben, krijgen hierdoor te maken met verschillende gebiedsteammedewerkers. In dit soort situaties willen we bovendien dat de vanuit verschillende domeinen ingezette inspanningen elkaar versterken (zie B2, C). Ook de inkoop van zorg en ondersteuning gaat nog per domein (inkoop jeugd, inkoop Wmo en inkoop participatiewet). Hierdoor missen we kansen om optimaal integraal te werken. Als we dat beter gaan doen, kunnen onze inspanningen een effectiever ‘pakket’ aan inspanningen en dus ook een beter resultaat opleveren voor de inwoner. Dit is ook een randvoorwaarde om de dag invulling hierboven onder A goed in te kunnen richten.
12
CONCEPT Versie 2.0
J. Het landschap van aanbieders is onoverzichtelijk en groot (deels beïnvloedbaar) In de loop van de jaren is een grote en hierdoor onoverzichtelijke hoeveelheid aan instrumenten en aanbieders ontstaan. De reden was destijds (bij de overgang van taken van rijk naar gemeente en het eerbiedigen van bestaande zorgrelaties en aanbieders) dat we tegemoet wilden komen aan inwoners, die keuzevrijheid en diversiteit willen. Gevolg hiervan is dat het voor de professional moeilijk is om alle aanbieders te kennen en er een goede samenwerking mee op te bouwen. Bovendien is de kwaliteit van het geleverde lastig te managen. We hebben daarom liever een beperkt aantal aanbieders waar we een relatie mee opbouwen, die we goed kennen en waarvan we weten dat die aansluiten bij de inwoner. Met de Wmo inkoop in 2019 hebben we hier al goede ervaringen mee opgedaan, terwijl er nog steeds voldoende keuzevrijheid voor inwoners is. En in het individuele geval kunnen we een maatwerk afspraak met een niet gecontracteerde aanbieder maken.
K. De doorstroom van inwoners met een indicatie voor dagbesteding kan beter (beïnvloedbaar) Inwoners die een indicatie hebben voor dagbesteding blijven vaak langere tijd op dezelfde plek. Soms is dit logisch, omdat voor hen weinig ontwikkeling mogelijk is. Maar er zijn ook inwoners waar wél ontwikkelkansen zitten om van dagbesteding naar (goedkopere) arbeidsmatige dagbesteding te gaan. Als dit het geval is, nemen we dit als doel op in het ondersteuningsplan van de inwoner. De zorgaanbieder verbindt zich aan dit ondersteuningsplan en werkt toe naar het behalen van de met de inwoner afgesproken doelen. In de praktijk zien we echter dat het voor inwoners vaak lastig om de veilige plek van het bekende van de dagbesteding te verruilen voor een nieuwe plek (arbeidsmatige dagbesteding) waar zij weer moeten wennen en onzeker zijn over hoe alles zal verlopen. En zorgaanbieders hebben vanwege economische redenen logischerwijs ook bepaalde belangen. Door deze twee redenen is er dus weinig doorstroom, zijn er hogere kosten dan nodig en missen inwoners ontwikkelingskansen. Willen we verder werk maken van transformatie in de zorg (nadat we de transitie hiervan vanaf 2015 inmiddels hebben afgerond) dan zijn dit ook stappen die gezet moeten worden.
L. We zoeken oplossingen in het formele circuit terwijl er in het informele circuit ook kansen zijn (deels beïnvloedbaar) De meeste inwoners hebben werk of een studie, een hobby, mantelzorg en/of vrijwilligerswerk waardoor zij een zinvolle invulling van hun dag ervaren. Sommige inwoners vinden het lastig om zelfstandig een zinvolle dag invulling te vinden. Hierbij speelt veelal een rol dat zij (enige) begeleiding nodig hebben. Als zo’n inwoner bij het gebiedsteam aanklopt leidt dit vaak tot een indicatie voor dagbesteding bij een zorgaanbieder (zie hierboven onder A). Maar voor sommige inwoners liggen er ook kansen in het informele circuit (liefst dichtbij huis) die we nauwelijks benutten. Denk aan verenigingen, clubs, dorpshuizen en maatschappelijke organisaties. Voorwaarde is dat we de tijd en aandacht hebben om samen met de betreffende inwoner en zijn netwerk de goede plek te vinden. En te regelen dat er op deze plek goede begeleiding is waardoor het voor alle betrokkenen naar tevredenheid kan lopen. Zo kan het mes aan twee kanten snijden; de inwoner heeft een zinvolle dag invulling en de ‘ontvangende’ partij heeft een extra betrokken vrijwilliger die met de nodige begeleiding een waardevolle bijdrage kan leveren. Daarbij moet wel balans worden gevonden in de mate van begeleiding die een inwoner nodig heeft versus hetgeen je mag verwachten van een vrijwilliger(sorganisatie).
Het voorgaande leidt tot de volgende doelen: Doel 8 Alle inwoners in de leeftijd van 18-67 jaar ervaren hun dag invulling als passend bij hun wens, talenten en eventuele ontwikkeldoelen. Doel 9 Bij dagbesteding behaalt minimaal 75% van de Wmo-aanbieders de doelen uit het ondersteuningsplan van de inwoner. Doel 10 We geven als gemeente prioriteit aan het faciliteren en organiseren van informele dag invulling (indicatie vrij) boven formele dag invulling.
13
6.
CONCEPT Versie 2.0
Wat gaan we doen?
inspanningen
In bijlage 1 staat per doelstelling uitgebreid wat de samenwerkende partijen gaan doen om de doelen dichterbij te brengen. In deze paragraaf ziet u hiervan een samenvatting.
GA NAAR DE INSPANNINGEN › 14
WAT GAAN WE DOEN? (ALLE inspanningen per doel)
CONCEPT Versie 2.0
B
1 Pilot werkgever in de lead.
1
2
3
7 Online academie.
DOEL
1
2 Marktbewerkingsplan werving meer werkgevers.
3 Ontschot werken gebiedsteam.
8
we plaatsen jaarlijks minimaal 20 kansrijken, 50 doorstromers en 30 personen uit de aandachtsgroep (BAB) en creëren minimaal 15 werkervaringsplekken binnen onze eigen organisatie.
Bemiddelen uitkeringsgerechtigden & werkgevers.
9 Beschut werk voor mensen met een arbeidsbeperking.
4
10
Alle regelingen voor werkgevers overzichtelijk op een rij.
Ondersteuning werkgevers.
5 Kleinschalige pilot banen carrousel.
6 Toolbox voor medewerkers gebiedsteam.
12 Impuls baankansen.
11 Fryslan werkt.
Bekijk volgende inspanning ›
15
WAT GAAN WE DOEN? (ALLE inspanningen per doel)
CONCEPT Versie 2.0
B
1
2
3
DOEL
2 in de jaren 2020-2024 is er jaarlijks 10% minder instroom in de bijstand.
13
15
Preventie instroom PARTICIPATIEwet in samenwerking met UWV.
Gegevensverificatie aan de poort.
14 Wijknet.
Bekijk volgende inspanning ›
16
WAT GAAN WE DOEN? (ALLE inspanningen per doel)
CONCEPT Versie 2.0
B
1
2
3
DOEL
3 Van de inwoners die uitstromen uit de bijstand naar werk blijft 90% minimaal een half jaar uit de bijstand.
16
17
Nazorg bij uitstroom uit bijstand.
Gebiedsteam past standaard PDCA toe (plan-do-check-act).
Bekijk volgende inspanning ›
17
WAT GAAN WE DOEN? (ALLE inspanningen per doel)
CONCEPT Versie 2.0
B
1
2
3
DOEL
4 Werkgevers weten met één druk op de knop alle arbeid gerelateerde regelingen en voorzieningen te vinden.
4 Alle regelingen voor werkgevers overzichtelijk op een rij.
Bekijk volgende inspanning ›
18
WAT GAAN WE DOEN? (ALLE inspanningen per doel)
CONCEPT Versie 2.0
B
1
2
3
DOEL
5 Alle klanten zijn in beeld en we kennen hun positie op de participatieladder
18
20
Klant heeft zoveel mogelijk één aanspreekpunt.
Iedere klant een trajectplan.
ERK
DW
AAL BET
ERK ING D W EUN AAL DERST T E B ON T ME RK WE LD EN TAA E EIT B VIT ON CTI A E ME RD LNA ISEE DEE RGAN TEN O TAC GE ON C E IAL UIS SOC ENSH T BUI D EER SOL GEÏ
19 Alle gebiedsteammedewerkers gebruiken de participatieladder.
Bekijk volgende inspanning ›
19
WAT GAAN WE DOEN? (ALLE inspanningen per doel)
CONCEPT Versie 2.0
B
1
2
3
DOEL
6 Alle klanten hebben een voorziening richting sociale activering en/of werk.
21
23
Welzijnsactiviteiten.
Op maat bemiddeling naar vrijwilligerswerk.
22
24
Vrijwilligersvacaturebank Plek voor Talent
Iedereen in beweging.
Bekijk volgende inspanning ›
20
WAT GAAN WE DOEN? (ALLE inspanningen per doel)
CONCEPT Versie 2.0
B
1
2
3
DOEL 25 Ondersteuning uitkeringsgerechtigden richting (vrijwilligers)werk of dagbesteding.
7 Alle klanten maken, naar vermogen, stappen op de participatieladder
28 ondersteunen nieuwkomers bij het leren van de nederlandse taal.
ERK
DW
AAL BET
26 Inburgeringslessen.
ERK ING D W EUN AAL DERST T E B ON T ME RK WE LD EN TAA E EIT B VIT ON CTI A E ME RD LNA ISEE DEE RGAN TEN O TAC GE ON C E IAL UIS SOC ENSH T BUI D EER SOL GEÏ
29 Vrijwilligers maken nieuwkomers wegwijs.
27 Digitaal plein.
Bekijk volgende inspanning ›
21
WAT GAAN WE DOEN? (ALLE inspanningen per doel)
CONCEPT Versie 2.0
30 Oriëntatietraject dagbesteding.
31 Informele dagbesteding daar waar dat kan.
32 Doorstroming vanuit dagbesteding.
B
1
2
3
DOEL
8 Alle inwoners in de leeftijd van 18-67 jaar ervaren hun dag invulling als passend bij hun wens, talenten en eventuele ontwikkeldoelen.
34 Omgekeerd denken.
35 Welzijnswerk gericht op ontmoeten en activering.
36 Sleutelpersonen statushouders.
33
37
Aanspreekpunt voor organisaties die vrijwilliger met ‘rugzakje’ opnemen.
Zonnebloem.
Bekijk volgende inspanning ›
22
WAT GAAN WE DOEN? (ALLE inspanningen per doel)
CONCEPT Versie 2.0
B
1
2
3
DOEL 38 Standaard PDCA toepassen op trajectplan.
39 Evaluatie aanbieders WMO.
9 Bij dagbesteding behaalt minimaal 75% van de Wmo-aanbieders de doelen uit het ondersteuningsplan van de inwoner.
40 Evaluatie aanbieders Participatiewet.
41 Doorlopend cliëntervaringsonderzoek Participatiewet.
Bekijk volgende inspanning ›
23
WAT GAAN WE DOEN? (ALLE inspanningen per doel)
CONCEPT Versie 2.0
B
1
2
3
DOEL
10
42 Informele daginvulling is onderdeel oriëntatietraject.
We geven prioriteit aan het faciliteren en organiseren van informele daginvulling (indicatie vrij) boven formele daginvulling
43 Makkelijker informele opties in beeld krijgen
TERUG naar eerste inspanning ‹
24
OVERZICHT BIJLAGEN CONCEPT Versie 2.0
Bijlage 1
Bijlage 2
Bijlage 3
Bijlage 4
Lijst met inspanningen per doel
Proces - hoe kwamen we tot deze doeagenda en overzicht betrokkenen
Achtergrond informatie
Het monitoren van het effect ‘Mensen participeren duurzaam op de arbeidsmarkt’
DA Doe-AG20EN 24 2021-
Mensen aam participeren duurz kt. op de arbeidsmar opgave meedoen) (onderdeel van de
BIJLAGE 1 ingen per doel lijst met inspann wat gaan we doen?
B 1 2 3
DA Doe-AG20EN 24 2021-
Mensen aam participeren duurz kt. op de arbeidsmar
B 1 2 3
opgave meedoen) (onderdeel van de
bijlage 2 Proces deze doe-agenda hoe kwamen we tot olders en overzicht stakeh
DA Doe-AG20EN 24 2021-
Mensen aam participeren duurz kt. op de arbeidsmar opgave meedoen) (onderdeel van de
BIJLAGE 3 MATIE ACHTERGROndINFOR
B 1 2 3
DA Doe-AG20EN 24 2021-
Mensen aam participeren duurz kt. op de arbeidsmar
B 1 2 3
opgave meedoen) (onderdeel van de
BIJLAGE 4 het effect Het monitoren van en duurzaam ‘Mensen participer kt’ op de arbeids mar
25