Agendabundel
Tekst van het document
Van 1-1,30 m -Mv is een laag leem aanwezig van de Formatie van Drenthe, Laagpakket van Gieten. Hierna is tot 2 m -Mv een zandlaag behorende tot de Formatie van Peelo aanwezig. Boring B12C1008 ligt voor de bocht in de Fochteloërveenweg (Figuur 17). De eerste 40 cm bestaat uit een veenlaag (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Singraven), de volgende 40 cm uit een zandlaag (Formatie van Drenthe, Laagpakket van Schaarsbergen). Van 0,80-1,0 m -Mv is een leemlaag aanwezig, behorend tot de Formatie van Drenthe, Laagpakket van Gieten. Boring B12C0879 ligt in de bocht van de Fochteloërveenweg, bij het Bruustingerplas (Figuur 18). De eerste 20 cm van de boring bestaan uit antropogeen opgebrachte grond. Hieronder bevindt zich tot 1,10 m -Mv een veenlaag en van 1,10-1,30 m -Mv een laag gyttja, beide behorend tot de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Singraven. Van 1,302,50 m -Mv is een zandlaag aanwezig (Formatie van Boxtel). De laatste boring is boring B12C1586, aan het zuidelijke einde van het plangebied (Figuur 19). Deze boring bestaat tot de einddiepte, 2,80 m -Mv, volledig uit zand. Tot 2,50 m -Mv betreft dit de Formatie van Boxtel, de laatste 30 cm behoren tot de Formatie van Drachten. Uit bovenstaande beschrijvingen is duidelijk dat het veen zich veelal aan maaiveld of dicht onder het oppervlak bevindt.
Het dekzand van de Formatie van Boxtel is voornamelijk binnen een meter aanwezig, in de laatste boring zelfs aan maaiveld. Ook komt in veel van de boringen een (kei)leemlaag voor. Anders dan verwacht op basis van de geologische kaart lijkt het Laagpakket van Wierden niet heel aanwezig en is de Formatie van Nieuwkoop niet aangetroffen. Het veen behoort in plaats daarvan tot het Laagpakket van Singraven, een laat-Pleistocene afzetting die vooral voorkomt langs beekdalen in Pleistoceen oostelijk Nederland.
28
Onze referentie: 30073445 - Datum: 14 november 2023 - Public
BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE FOCHTELOËRVEENWEG TE FOCHTELOO
Figuur 14: Boring B12C1213 in het onderzoeksgebied.
Figuur 15: Boring B12C1122 in het onderzoeksgebied.
29
Onze referentie: 30073445 - Datum: 14 november 2023 - Public
BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE FOCHTELOËRVEENWEG TE FOCHTELOO
Figuur 16: Boring B12C0985 in het onderzoeksgebied.
Figuur 17: Boring B12C1008 in het onderzoeksgebied.
30
Onze referentie: 30073445 - Datum: 14 november 2023 - Public
BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE FOCHTELOËRVEENWEG TE FOCHTELOO
Figuur 18: Boring B12C0879 in het onderzoeksgebied.
Figuur 19: Boring B12C1586 in het onderzoeksgebied.
31
Onze referentie: 30073445 - Datum: 14 november 2023 - Public
BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE FOCHTELOËRVEENWEG TE FOCHTELOO
3
Archeologie
Om de gespecificeerde archeologische verwachting voor een gebied op te kunnen stellen, is kennis nodig van de reeds bekende archeologische gegevens van het gebied. In dit hoofdstuk worden de bekende archeologische vindplaatsen, uitgevoerde onderzoeken en verwachtingen aan de hand van verschillende bronnen beschreven. Tabel 5. Archeologische perioden (Bron: ABR).
Periode
Begin
Einde
Nieuwe Tijd
1500
Heden
Late Middeleeuwen
1050
1500
Vroege Middeleeuwen
450
1050
Romeinse Tijd
12
v. Chr.
450
IJzertijd
800
v. Chr.
12
v. Chr.
Bronstijd
2.000
v. Chr.
800
v. Chr.
Neolithicum
5.300
v. Chr.
2.000
v. Chr.
Mesolithicum
8.800
v. Chr.
4.900
v. Chr.
Laat Paleolithicum
35.000
v. Chr.
8.800
v. Chr.
Midden Paleolithicum
300.000 v. Chr.
35.000
v. Chr.
3.1 Bewoningsgeschiedenis De bewoningsgeschiedenis van het gebied tot aan de Middeleeuwen wordt hier per periode toegelicht, aan de hand van de gemeentelijke beleidsnota9, de gebiedsbeschrijvingen in de structuurvisie 10, Panorama Landschap11 en voorgaand archeologisch en cultuurhistorisch onderzoek 12. De historische ontwikkeling van het gebied vanaf de Middeleeuwen wordt beschreven in Hoofdstuk 4. Paleolithicum De eerste bewoners van Friesland waren de Neanderthalers, tussen 130.000 en 35.000 jaar geleden tijdens de warmere perioden. Er zijn meerdere vondsten van vuurstenen werktuigen en afslagen bekend uit het MiddenPaleolithicum, voornamelijk op de hogere zandgronden. Tijdens het Laat-Paleolithicum verbeterde het klimaat en veranderde de dekzandgronden in een toendra met verspreide boomgroei. De mensen (Homo sapiens) leefde in deze periode van het jagen en verzamelen en de materiele weerslag wordt tot de ‘Hamburgcultuur’ gerekend. Er zijn veel vuurstenen artefacten en afslagen bekend, zowel als enkele kampementen met haardplaatsen. Aan het einde van het Laat-Paleolithicum ontstond de ‘Federmessercultuur’, waarvan ook vuurstenen artefacten aangetroffen zijn.
9 Mennens 2014 10 Provincie Fryslân 2014 11 Raap 2022 12 Komen en Buitenhuis 2009; Bouwmans 2022
32
Onze referentie: 30073445 - Datum: 14 november 2023 - Public
BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE FOCHTELOËRVEENWEG TE FOCHTELOO
Mesolithicum Tijdens het Mesolithicum vestigden mensen zich vooral op hoger gelegen dekzandkoppen en -ruggen langs rivier- en beekdalen en in de omgeving van pingoruïnes. Het is waarschijnlijk dat mensen semi-permanente kampementen oprichtten en vandaaruit naar meer tijdelijke kampen trokken, voor de jacht of de visserij. Rond 6.000 v.Chr. was het landschap veranderd in een loofbos en ontwikkelde zich veen in de lagergelegen gebieden, beiden onaantrekkelijk voor jager-verzamelaars. Mensen trokken zich daardoor terug tot hooggelegen oevers van grote rivieren en meren. Binnen de gemeente Ooststellingwerf komen veel Mesolithische vindplaatsen voor, inclusief slacht- en extractiekampen. Neolithicum Tijdens het Neolithicum deden landbouw, veeteelt en permanente nederzettingen hun intrede. Dit gebeurde later in het noorden van Nederland dan in het zuiden, maar er is bewijs voor contact tussen de boeren in Zuid-Limburg en de toen nog jager-verzamelaars in het noorden. De eerste boeren waren deel van de Swifterbantcultuur, al bleven jagen en verzamelen deel van hun manier van leven. Er zijn meerdere archeologische resten van deze cultuur bekend. In het Midden-Neolithicum ontstond de Trechterbekercultuur, ook wel de hunebedbouwers. Deze mensen stichtten hun nederzettingen en grafmonumenten voornamelijk op droge dekzandgronden dichtbij beken en vennen.
Akkerbouw en veeteelt maakten deel uit van deze cultuur, waarbij gebruik werd gemaakt van de slash-and-burn techniek. De gemeente Ooststellingwerf telt meerdere nederzettingslocaties en vindplaatsen van het Midden-Neolithicum. In het Laat-Neolithicum bleven nederzettingen op droge dekzanden in de omgeving van water maar was er sprake van intensiever grondgebruik. Ook werden grafheuvels opgericht, echter zijn deze verloren gegaan tijdens ontginningen in de eerste helft van de 20e eeuw. Vlakgraven zijn wel nog aangetroffen, inclusief bij Fochteloo. Bronstijd In de vroege en midden-Bronstijd vestigden mensen zich op droge dekzanden, op de overgang van bos en hei. De nederzettingen werden na verloop van tijd verplaatst, maar de grafvelden bleven meestal langere tijd op dezelfde plek in gebruik. Vanaf de midden-Bronstijd werd vee gehuisvest in boerderijen, welke alleen of in groepjes van maximaal vier boerderijen verspreid door het landschap stonden. In Ooststellingwerf zijn geen boerderijen bekend, maar wel een grafheuvel bij Goudmeer. Later in de Bronstijd ontstonden urnenvelden voor crematies, deze werden vaak aangelegd nabij oudere grafheuvels. Verschillende bronzen objecten zijn bekend uit natte contexten (veen/water), waar deze als offer zijn gedeponeerd.
IJzertijd Door de groei van het veen waren er minder bewoonbare plekken tijdens de IJzertijd, al bleven er een aantal hoger gelegen zangronden bestaan. Bewoningssporen uit deze periode komen dan ook nog steeds voor in de gemeente Ooststellingwerf, ook bij Fochteloo. Ten zuiden van Fochteloo is een Celtic Field (raatakker) bekend en ten westen van de Fochteloërveenweg zijn een aantal boerderijplattegronden aangetroffen. De lagergelegen delen van het landschap waren bijna niet meer toegankelijk door het veen, maar enkele vondstconcentraties in deze delen laten zien dat mensen hier toch woonden in drogere periodes. Het is waarschijnlijk dat boeren na verloop van tijd het gebied hebben verlaten voor meer vruchtbare gebieden. Romeinse Tijd en vroege Middeleeuwen Grote delen van het gebied waren niet meer bewoonbaar vanaf de IJzertijd tot aan de vroege Middeleeuwen door de ontwikkeling van het hoogveen. Bij Fochteloo zijn echter bewoningssporen uit de Romeinse Tijd aangetroffen in de vorm van boerderijen en andere structuren op de hoge dekzandruggen. Rond de 2e en 3e eeuw zal de bewoning hier ook gestopt zijn wegens het groeiende hoogveen. Sporen uit de vroege Middeleeuwen ontbreken volledig. Rond de 5e eeuw zijn er sporen van bewoning, maar deze had waarschijnlijk een erg lage dichtheid van circa 3-4 personen per km2.
De bewoning komt pas later weer echt op gang, dit wordt besproken in 4.1.
3.2 Gemeentelijke archeologische verwachtingskaart De archeologische verwachtingswaarde van een gebied geeft de kans op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats weer. De gemeente Ooststellingwerf beschikt over een eigen verwachtings- en beleidskaart (Gemeente Ooststellingwerf 2014). Het beleid is al besproken in 1.7.4. Het plangebied is weergeven op de verwachtingskaart in Figuur 20 en de toelichting per archeologische verwachting wordt samengevat in onderstaand tabel (Tabel 6).
33
Onze referentie: 30073445 - Datum: 14 november 2023 - Public
BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE FOCHTELOËRVEENWEG TE FOCHTELOO
Tabel 6: Archeologische verwachtingen gemeente Ooststellingwerf
Verwachting
Toelichting
Lage verwachting
Gebieden die niet geschikt waren voor bewoning (natte bodems) en percelen waarvan is vastgelegd dat er diepe bodemverstoring heeft plaatsgevonden krijgen een lage archeologische verwachting.
Middelhoge verwachting (WR-a5)
Bodems waarin podzolvorming heeft plaatsgevonden duiden op goede ontwatering van het dekzand, waardoor deze aantrekkelijk waren voor prehistorische bewoning (Steentijd). Podzolgronden krijgen daarom een middelhoge verwachting (laarpodzolgronden een hoge verwachting). Ook keileemgronden krijgen een middelhoge verwachting. Ter plaatse van het plangebied is een podzolbodem aanwezig (Figuur 12).
Vuursteenvindplaatsen (WR-a2)
Deze benoeming betreft reeds bekende vuursteenvindplaatsen waarbij de kans op het vinden van resten uit de steentijd zeker aanwezig is. Er geldt een hoge verwachting op het aantreffen van een gave vindplaats. In dit geval is de bekende vindplaats deel van een AMK-terrein (2033). Dit terrein wordt verder beschreven onder 3.4.1.
Archeologische monumenten (AMK-terreinen) (WR-a2)
Dit zijn gebieden van hoge archeologische waarde. Het gaat hier om AMK-terrein 2033, een vindplaats met vuurstenen artefacten uit het Mesolithicum en Neolithicum. Dit terrein wordt verder beschreven onder 3.4.1.
34
Onze referentie: 30073445 - Datum: 14 november 2023 - Public
BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE FOCHTELOËRVEENWEG TE FOCHTELOO
Figuur 20: Het plangebied op de archeologische beleids- en verwachtingskaart van de gemeente Ooststellingwerf.
3.3 FAMKE Zoals beschreven in paragraaf 1.7.3 bestaat de FAMKE uit twee advieskaarten, één voor de periode SteentijdBronstijd (300.000 – 800 v. Chr.) en één voor de periode IJzertijd – Middeleeuwen (800 v Chr. – 1500 n. Chr.). Het plangebied is op deze kaarten weergeven in Figuur 4 en Figuur 5. In onderstaand tabel (Tabel 7) wordt nadere toelichting gegeven voor de archeologische verwachtingen die voor het plangebied gelden. Tabel 7: Toelichting archeologisch advies uit FAMKE
Advies
Toelichting archeologische verwachting
Steentijd – Bronstijd
Quickscan
Van deze gebieden wordt vermoed dat eventuele aanwezige archeologische resten al ernstig verstoord zijn, maar dit is niet met zekerheid te zeggen.
Karterend onderzoek 2 (steentijd)
In deze gebieden kunnen zich op enige diepte archeologische lagen uit de Steentijd bevinden, afgedekt door een veen- of kleidek. Indien aanwezig zullen de archeologische resten waarschijnlijk van goede kwaliteit zijn.
Karterend onderzoek 1 (steentijd)
In deze gebieden kunnen zich archeologische resten uit de Steentijd vlak onder maaiveld bevinden, afgedekt door een dun
35
Onze referentie: 30073445 - Datum: 14 november 2023 - Public
BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE FOCHTELOËRVEENWEG TE FOCHTELOO
veen- of kleidek. Indien aanwezig kunnen archeologische resten goed geconserveerd zijn, maar de resten zijn wel kwetsbaar. Waarderend onderzoek (vuursteenvindplaats)
Dit betreft reeds bekende vuursteenvindplaatsen. Een deel hiervan is mogelijk al verstoord.
Streven naar behoud
Van deze terreinen is bekend dat zij waardevolle archeologische resten uit de Steentijd bevatten. Vaak betreft het AMK-terreinen, maar het kunnen ook terreinen zijn die bij de gemeente of provincie bekend staan als archeologisch waardevol.
IJzertijd – Middeleeuwen
Geen onderzoek noodzakelijk
Op basis van eerder onderzoek is gebleken dat er zich geen archeologische resten in de bodem bevinden, of de archeologische verwachting voor het aantreffen van archeologische resten uit de periode IJzertijd - Middeleeuwen op gefundeerde gronden is zodanig laag dat de kans op aantasting bij de meeste ingrepen zeer klein is.
3.4 Bekende Vindplaatsen Figuur 21 geeft een overzicht van de bekende vindplaatsen en onderzoeksmeldingen in het plan- en onderzoeksgebied.
36
Onze referentie: 30073445 - Datum: 14 november 2023 - Public
BUREAUONDERZOEK ARCHEOLOGIE FOCHTELOËRVEENWEG TE FOCHTELOO
Figuur 21: AMK-terreinen, vondstlocaties en onderzoeksmeldingen in het plan- en onderzoeksgebied (Archis).
3.4.1
AMK-terreinen
Op de Archeologische Monumenten Kaart (AMK) zijn bekende, gewaardeerde, archeologische vindplaatsen weergegeven. Er wordt onderscheid gemaakt tussen terreinen van waarde, hoge waarde, zeer hoge waarde, en zeer hoge waarde – beschermd. In het laatste geval is het terrein een beschermd Rijksmonument. Het uitgangspunt bij AMK-terreinen is in principe behoud van archeologische resten in situ. Binnen het plangebied bevindt zich één AMKterrein (nummer 2033) van hoge archeologische waarde. Deze wordt weergeven op de kaart in Figuur 21. Het betreft een terrein met bewoningssporen en vondsten, gelegen op een dekzandrug nabij een plas. Er zijn vuurstenen artefacten uit het Mesolithicum en het Neolithicum aangetroffen. Het terrein is echter niet meer gaaf als gevolg van zandwinning.
3.4.2
Vondstlocaties en waarnemingen
Vondstlocaties zijn archeologische vindplaatsen die geregistreerd zijn in de landelijke Archis-database. De vondstlocaties zijn aangegeven op de kaart in Figuur 21. Binnen het plangebied zijn geen vondstlocaties aanwezig, binnen het onderzoeksgebied is één vondstlocatie bekend (1029193). Het betreft meerdere vuurstenen vondsten gedateerd tot het Paleolithicum, Mesolithicum en tussen het Paleolithicum en de IJzertijd. De verwervingswijze van de vondsten is niet bekend. In de omgeving van het onderzoeksgebied zijn meerdere vindplaatsen bekend uit het Paleolithicum tot aan de IJzertijd.
37
Onze referentie: 30073445 - Datum: 14 november 2023 - Public