CConstaterende datOoststellingwerf
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Themabijeenkomsten openbaar 2 september 2025, gemeente Ooststellingwerf4.109 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bundel - Themabijeenkomsten openbaar van 2 september 2025 1 2 3

4

Opening 20.00 - 20.45 uur Water- en rioleringsprogramma Spreker: Mevrouw Ria Löschner, senior adviseur Water en Klimaat bij de firma Nelen & Schuurmans. 20250902 Thema raad WRP Ooststellingwerf_definitief 21:00 - 22:30 uur Werkvergadering Omgevingsvisie Gezonde leefomgeving Sprekers zijn: Marijke Schrauwen en Richtsje de Boer vanuit de gemeente en Joost de Bruijn vanuit GGD. Presentatie werkvergadering gezonde fysieke leefomgeving 2 september 2025 (1) Memo GGD Fryslân - Een gezonde leefomgeving in Ooststellingwerf (achtergrond informatie) Sluiting

2 september 2025 Raadscommissie Samenleving & Ruimte Richtsje de Boer, Marijke Schrauwen (gemeente) Joost de Bruijn (GGD)

Werkvergadering gezonde fysieke leefomgeving

Agenda • Intro omgevingswet en aanleiding • Presentatie GGD • Opiniëren met behulp van Kahoot • Vervolg

Beleidscyclus Omgevingswet

Maatschappelijk hoofddoel Omgevingswet: “bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur (Art. 1.3a).’’ “doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften. (Art. 1.3b).’’

Gezonde fysieke leefomgeving

• Definitie: ‘’Een gezonde leefomgeving is een leefomgeving die als prettig wordt ervaren, die uitnodigt tot gezond gedrag en waar de druk op de gezondheid zo laag mogelijk is.’’ (Bron: RIVM) • Oftewel een fysieke omgeving die de gezondheid van alle inwoners zowel beschermt als bevordert.

Aspecten van de gezonde leefomgeving

Gezondheidsverschillen • Opgroeien, werken en wonen in een gezonde of ongezonde omgeving heeft grote invloed op de (ervaren) gezondheid en levensduur van inwoners (Bron: Pharos).

Vragen?

Gezondheid in de leefomgeving

Inhoud • Gezonde Leefomgeving • Geur en gezondheid • Geluid en gezondheid • Gewasbeschermingsmiddelen en gezondheid • Vragen

Gezonde leefomgeving: de noodzaak • We willen graag langer gezond blijven • Voorkomen van ziekte: preventie • Probleem: vergrijzing & zorg • Oplossing: • •

Bron figuur: regiobeeld.nl

Leefstijl (hoe we leven) & Leefomgeving (waar we leven)

Onderdelen van een gezonde leefomgeving

Invloed milieu op gezondheid Bron Blootstelling

Verspreiding geluid, geur, stoffen

Gezondheidseffecten - Meer kans op ziekte - Hinder/ verstoring - Ongerustheid

Mengpaneel – Beleidsvrijheid gemeente Hoge mate van bescherming

Wettelijk minimum

15

5

10

50

40

2

15

20

10

20

15

15

15

15

20

10

20

15

15

5

15

15

15

15

15

70

60

20

15

40

25

40

Lucht Lucht Lucht 3 3 3 (NO (PM10) (μg/m ) (PM2,5) (μg/m ) 2) (μg/m )

Geluid (dB Lden)

Geur Etc. (voorgrond) (OU/m3) Dit figuur is een illustratieve en niet-volledige weergave. Geluid (dB Lnight)

Geur en gezondheid

Geur en gezondheid

Gezondheidseffecten

Bron & verspreiding

Blootstelling

Verwerking

Geur en gezondheid Verstoring • • • • • •

Ramen sluiten, niet kunnen luchten Niet graag buiten en/of thuis zijn Bezoek: niet graag uitnodigen of niet graag op bezoek gaan Minder diep ademhalen Vertrouwde geuren niet meer kunnen ruiken Indienen van klachten

Stress-gerelateerde gezondheidsklachten • Hoofdpijn • Benauwdheid • Misselijkheid • Verhoogde bloeddruk • Angstgevoelens • Slaapverstoring

Voor- en achtergrondbelasting Geur

Geurhinder normen Besluit kwaliteit leefomgeving

Gezondheid Hinder

Ernstige hinder

Geurbelasting (OU/m3)

Streefwaarde

0%

0%

0

Richtwaarde

12%

0 - 3%

2

Bovenwaarde

20%

5

Hinder

Geurbelasting (OU/m3)

Binnen bebouwde kom

Norm

11%

2

Max

29%

8

Buiten bebouwde kom

Norm

29%

8

Max

46%

20

Geurverordening Ooststellingwerf

Adviezen GGD - Geur 1. Breng in kaart wat de huidige geurblootstelling in de gemeente is, voorbeeld:

2. Stel een lagere maximale norm vast voor nieuwe situaties 3. Maak beleid om het totaal geurgehinderden in de gemeente terug te dringen

Geluid en gezondheid

Geluid en gezondheid

Gezondheidseffecten

Bron & verspreiding

Blootstelling

Verwerking

Geluid en gezondheid Verstoring • Ramen sluiten, niet kunnen luchten • Niet graag buiten en/of thuis zijn • Indienen van klachten • Slaapverstoring

Stress-gerelateerde gezondheidsklachten • Hoofdpijn • Verhoogde bloeddruk • Angstgevoelens • Slaapverstoring + een direct effect • Grotere kans op hart- en vaatziekten

Het meten van geluid • Logaritmische schaal • Iedere 10 dB o 10x zoveel vermogen o 2x zo hard ervaren door mensen

Geluidsnormen Besluit kwaliteit leefomgeving (gemeentewegen)

Gezondheid dB Lden

dB Lnight

Richtwaarde (op de gevel)

50

40

Maximale binnenwaarde

33

dB Lden

dB Lnight

Standaardwaarde (op de gevel)

53

40

Grenswaarde (op de gevel)

70

45

Maximale binnenwaarde

33

Adviezen GGD - Geluid 1. Streef naar gezonde geluidsniveaus o

Houd geluid zoveel mogelijk onder 50 dB Lden en 40 dB Lnight

2. Beperk uitzonderingen o o

Sta hogere geluidswaarden alleen toe als het echt nodig is Probeer eerst om het geluidsniveau omlaag te brengen

3. Houd ruimte voor stille gebieden o

Zorg voor rustige plekken zoals parken, plantsoenen en natuurgebieden

Gewasbeschermingsmiddelen en gezondheid

Gewasbeschermingsmiddelen en gezondheid • Gebruik van gewasbeschermingsmiddelen leidt tot onrust en geurhinder • Gezondheidseffecten door gewasbeschermingsmiddelen hangen af van: • Type stof (gevaar) • • •

Wat? Hoe veel? Mix van stoffen?

• Blootstelling (risico) • Hoe lang? • Hoe vaak?

Onderzoeken naar gewasbeschermingsmiddelen Toxicologie (wat zijn de mogelijke effecten van de stof) •

Mogelijk grotere kans op: • •

•

Neurodegeneratieve ziekten (zoals Parkinson) Ontwikkelingsstoornissen voor jonge en ongeboren kinderen

Nog onduidelijk: • •

Effecten van mengsels van stoffen Effecten van stapeling van stoffen met (soort)gelijke werking

OBO-onderzoek (onderzoek blootstelling omwonenden bollenvelden) • •

•

Spuitnevel komt tot 50 meter, ook met speciale spuitkoppen. Gewasbeschermingsmiddelen worden gevonden tot op 250 meter afstand in de lucht, huisstof en luiers. Mensen komen op verschillende manieren met de stoffen in aanraking: • • • •

Omgeving Voeding Werk Particulier gebruik

Gewasbeschermingsmiddelen en gezondheid • Gezondheidseffecten door gewasbeschermingsmiddelen hangen af van: • Type stof (gevaar) • Blootstelling (risico) • Voorzorgsprincipe

Doel: Minder verspreiding → Minder gevaar → Minder risico

Adviezen GGD - Gewasbeschermingsmiddelen Nieuwe situaties • Zo veel afstand als mogelijk tussen landbouwgrond waar wordt gespoten met gewasbeschermingsmiddelen en kwetsbare bestemmingen (zoals woningen, kinderdagverblijven, en scholen) • In ieder geval (minimaal) 50 meter afstand

Bestaande situaties •

Spuitvrije zones niet altijd haalbaar •

• •

Er wordt gewerkt aan juridische mogelijkheden

Goede communicatie tussen telers en omwonenden essentieel Afspraken over spuitmomenten en teeltvrije zones

Weer terug bij het mengpaneel Hoge mate van bescherming

Wettelijk minimum

15

5

250

50

40

2

15

20

10

20

15

15

15

15

20

10

100

15

15

5

15

15

15

15

15

50

70

60

20

15

Afstand tot woningen

Geluid (dB Lden)

Geluid (dB Lnight)

40 Lucht (PM10) (μg/m3)

25 Lucht (PM2,5) (μg/m3)

Geur (voorgrond) (OU/m3)

Etc.

Dit figuur is een illustratieve en niet-volledige weergave.

Conclusie: U heeft wat te kiezen

Vragen?

Kahoot

Memo – Milieu & Gezondheid – Een gezonde leefomgeving in Ooststellingwerf Een goede gezondheid biedt de basis voor welzijn, deelname aan de samenleving, om voor anderen te kunnen zorgen en veerkracht om de moeilijkheden in het leven aan te kunnen. Hoe we leven bepaalt voor een groot deel onze gezondheid. Door gezond te eten, te sporten en bewegen, en weinig/geen alcohol en andere middelen te gebruiken blijven we langer gezond. Als er minder mensen ziek worden, dan worden er minder zorgkosten gemaakt en hoeft er in de toekomst minder zorgpersoneel beschikbaar te zijn. Door verschillende ontwikkelingen, waaronder de vergrijzing, is het over een aantal jaar niet meer zeker dat de zorg de vraag wel aan kan. Gemeenten, GGD, en de rijksoverheid werken daarom aan gezondheid en preventie van ziekte om langer gezond te leven en om de druk op de zorg te verminderen. Niet alleen hoe we leven, maar ook waar we leven, heeft invloed op onze gezondheid. Daarom is het naast een gezonde leefstijl ook belangrijk om te werken aan een gezonde leefomgeving. Een gezonde leefomgeving is een plek waar mensen zo weinig mogelijk last hebben van invloeden die slecht zijn voor de gezondheid. Daarnaast is het een omgeving die gezond gedrag uitnodigt, bijvoorbeeld om anderen te ontmoeten, meer te bewegen en gezonder te eten.

De invloed van de leefomgeving op de gezondheid Milieu-invloeden uit de leefomgeving kunnen op verschillende manieren onze gezondheid aantasten. Slechte luchtkwaliteit kan bijvoorbeeld leiden tot benauwdheid, longziekten en hart- en vaatziekten. Te veel geluid kan slaapproblemen en hartziekten veroorzaken. Het ruiken van hinderlijke geuren kan leiden tot stress, hoofdpijn en een verhoogde bloeddruk. Tenslotte kan contact met bepaalde chemische stoffen zorgen voor directe of chronische gezondheidsklachten. De stapeling van deze invloeden verhogen de druk op gezondheid van inwoners en kunnen leiden tot een verminderde waardering voor de leefomgeving. In Nederland hebben we verschillende milieunormen. Het doel van deze normen is om aan de ene kant de gezondheid te beschermen en aan de andere kant ruimte te laten voor uitstoot van bedrijvigheid die mogelijk de gezondheid kan schaden. Vanuit praktische overwegingen is hier een middenweg in gekozen. Hierdoor is het wel zo dat de huidige milieunormen niet hetzelfde zijn als de gezondheidsnormen en vaak niet beschermend zijn voor de gezondheid. Dit verschil komt voor een deel ook doordat de milieunormen vaak worden vastgesteld op basis van verouderde wetenschappelijke inzichten. Beleidsruimte voor gemeenten Gemeenten hebben ruimte om zelf beleid te maken voor een gezonde leefomgeving.

De rijksoverheid stelt hiervoor kaders, zoals de milieunormen, maar binnen die kaders mogen gemeenten eigen keuzes maken. De gemeente kan bijvoorbeeld zelf bepalen welke onderwerpen ze belangrijk vindt en waar ze extra op wil inzetten. Deze beleidsvrijheid zorgt ervoor dat gemeenten op basis de lokale wensen, problemen en omgevingen zelf keuzes kunnen maken. Zo kan een gemeente bijvoorbeeld besluiten om op een industrieterrein of in het buitengebied meer milieubelasting toe te staan dan in een woonwijk. Gezondheid als uitgangspunt Deze beleidsvrijheid biedt gemeenten de kans om meer aan preventie te doen. Door bij het opstellen van milieuregels en het afgeven van vergunningen rekening te houden met gezondheid, kunnen gemeenten actief bijdragen aan een gezondere leefomgeving. Denk aan gezondere normen voor luchtkwaliteit of geluid in woonwijken of bij scholen. Door de gezondheid te beschermen tegen negatieve milieufactoren, wordt een grote groep mensen tegelijkertijd beschermt.

Afbakening Voor deze memo en presentatie zijn we door de gemeente Ooststellingwerf gevraagd om in te gaan op de onderwerpen geur, geluid en gewasbeschermingsmiddelen. Er zijn naast deze onderwerpen nog andere omgevingsfactoren die gezondheid kunnen beïnvloeden. 1,2

Geur en Gezondheid Een geur kan zowel positief als negatief worden ervaren. Wat de één vervelend vindt ruiken, vindt de ander wel meevallen. Dat noemen we een individuele beleving van geur. Deze beleving is van veel verschillende factoren afhankelijk. Als eerste maakt het uit wat voor geur er wordt geroken, hoe sterk deze is, en hoe vaak deze voorkomt. Ook kan het verschillen hoe gevoelig iemands neus is voor een bepaalde geur. Daarnaast wordt de waarneming en beleving van een geur beïnvloed door factoren als leeftijd, geslacht, coping stijlen en cognitieve kenmerken (zoals angst of verwachting van aanblijven/toename van hinder). Wanneer een geur negatief wordt ervaren, is hinder een (gezondheids)klacht die veel voorkomt. Hinder kan leiden tot verstoring van het dagelijks leven, zoals het sluiten van ramen om de geur buiten te houden. Gehinderde mensen kunnen soms ook niet meer prettig thuis zijn. Naast hinder kan het ruiken van bepaalde geuren leiden tot stress en stress-gerelateerde gezondheidsklachten zoals hoofdpijn, misselijkheid, verhoogde bloeddruk en slaapverstoring. Daarnaast kan het ruiken van een onaangename geur op zichzelf direct zorgen voor hoofdpijn of misselijkheid. Uitleg begrippen Door de individuele beleving van geur wordt er voor de bepaling van geurhinder niet alleen naar één persoon gekeken, maar naar hoe een groep mensen de geur ervaart.

De hoeveelheid geurhinder, ook wel de geurbelasting genoemd, in de omgeving wordt uitgerukt in een percentage. Voor een plek waar de geurhinder 20% is, betekent dat op die plek 20% van de mensen zou zeggen dat ze last hebben van de geur. In plaats van percentage geurhinder wordt dit ook wel het percentage geurgehinderden genoemd. Naast het percentage hinder wordt er verschil gemaakt tussen de geurbelasting van één bron en de geurbelasting van het totaal aantal bronnen in de omgeving. Bij de vergunningverlening wordt gekeken naar de hoeveelheid geur die één bron uitstoot. Dit wordt de voorgrondbelasting genoemd. Voor het omgevingsbeleid en een beeld van de totale geurhinder in een groter gebied wordt de achtergrondbelasting gebruikt. Dit is een optelsom van alle geurbronnen, en wordt daardoor ook de cumulatieve geurbelasting genoemd. In de praktijk van de vergunningverlening wordt de geurhinder op een plek berekend met een model en in odour units (OU) per kubieke meter lucht (/m3) uitgedrukt. Dit is een praktische manier om het verwachte geurhinderpercentage te bepalen. Op deze manier is het niet nodig om bij elke ontwikkeling en vergunningaanvraag uitgebreid geuronderzoek te doen. Vermindering van hinder als uitgangspunt Er zijn geen gezondheidskundige grenswaarden voor geurhinder.

Een situatie is gezondheidskundig zeker goed wanneer er geen geurgehinderden zijn en er dus 0% hinder is. In de praktijk is 0% hinder niet realiseerbaar. Hoeveel geurhinder aanvaardbaar is, is een afweging waarbij ook andere zaken kunnen worden meegewogen. Om een richting te geven zijn er in het Nationaal Milieubeleidsplan uit 1989 beleidsdoelstellingen vastgesteld. 3 Dit stuk is nog steeds de basis voor het geurbeleid in Nederland. Het streven is 3% hinder, maar dit is in de praktijk ook vaak nog lastig. Daarom wordt als aanvaardbaar aangenomen: 12% hinder en 0 tot 3% ernstige hinder voor nieuwe situaties (‘richtwaarde’) en 20% hinder voor bestaande situaties (‘bovenwaarde’). Meer geurbelasting dan de bovenwaarde is niet aanvaardbaar voor gezondheid. De richtwaarde van 12% hinder staat gelijk aan 2 OU/m3 (voorgrondbelasting). De bovenwaarde van 20% hinder staat gelijk aan 5 OU/m3 (voorgrondbelasting). Naast deze richtwaarde en bovenwaarde staan er in het Besluit kwaliteit leefomgeving standaardwaarden en grenswaarden voor geur. Binnen de bebouwde kom is de standaardwaarde 11% hinder (2 OU/m 3) en de grenswaarde 29% hinder (8 OU/m3). Buiten de bebouwde kom is de standaardwaarde 29% hinder (8 1

Kernwaarden voor een gezonde leefomgeving: https://ggdghor.nl/onderwerp/gezondeleefomgeving-kernwaarden/ Adviezen leefomgeving van de GGD’en: https://ggdghor.nl/onderwerp/adviezen-overige-leefomgevingsfactoren/ Daarnaast is er een beleidsbrief van de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer uit 1995 waarin doelstellingen staan geformuleerd. 2 3

OU/m3) en de grenswaarde 46% hinder (20 OU/m3). Gemeenten mogen niet meer geurhinder toestaan dan de grenswaarde. In Ooststellingwerf is er in het verleden met de lokale geurverordening voor gekozen om de grenswaarden aan te houden en dus de wettelijke maximale hoeveelheid geurhinder toe te staan. Voor gezondheid is het, onder andere, belangrijk om te kijken naar hoeveel mensen er in totaal (zullen) worden blootgesteld aan de geur. De totale hinder kan alleen bepaald worden als ook het aantal inwoners dat in een geurbelast gebied woont wordt meegenomen. Bijvoorbeeld: er is 25% geurhinder in een gebied met 10 inwoners, dan zijn er 2 tot 3 mensen die hinder ondervinden. Als er 25% geurhinder is in een gebied met 1000 inwoners, dan zijn dat er 250. Er is meer totale gezondheidswinst als er minder geurhinder is in het gebied met 1000 inwoners. Voor nieuwe ontwikkelingen en woningbouw kan het totale aantal geurgehinderden worden meegenomen in de overweging om op bepaalde plekken wel, of juist niet, te gaan bouwen. Het is altijd goed om te kijken of het mogelijk is om geurhinder verminderen. Hinder is niet volledig te berekenen met een model. Naast de jaargemiddelde geurbelasting, is hinder namelijk ook afhankelijk van pieken van geurbelasting.

Als er een piek is wanneer iemand thuis is, of wil gaan slapen, dan kan er op dat moment veel hinder zijn terwijl de berekeningen een laag gemiddelde geurbelasting laten zien. Ook kan het zo zijn dat technische maatregelen op papier effectiever worden geschat dan dat ze in de werkelijkheid zijn. Door modelberekeningen met OU en hindercijfers4 naast elkaar te leggen, is er een completer beeld te krijgen. Daarnaast vraagt de Omgevingswet om rekening te houden met de achtergrondbelasting bij de toedeling van functies. Vanuit de oude wet geurhinder en veehouderij was dit nog geen eis. Het toekennen van de maximale geurruimte in vergunningen kan hierdoor problemen leveren bij een toetsing aan achtergrondbelasting op bepaalde locaties. Adviezen GGD Fryslân Bij herziening van het geurbeleid, de omgevingsvisie en het vaststellen van het omgevingsplan is het verstandig om gezondheid als vertrekpunt te nemen. Stuur daarbij op het verminderen van hinder en het beschermen van de gezondheid van inwoners. 1. Breng de huidige achtergrond geurbelasting in de gemeente in kaart door een inventarisatie uit te voeren aan de hand van de afgegeven vergunningen aan bedrijven. Het is belangrijk om een goed beeld te hebben van de geurbelasting voordat er kan worden gestuurd op het voorkomen van hinder en andere gezondheidseffecten. 2.

Stel een lagere maximale geurbelasting norm vast voor nieuwe situaties. De huidige maximale norm van de gemeente Ooststellingwerf is 8 OU/m3 (29% hinder) binnen de bebouwde kom en 20 OU/m3 (46% hinder) buiten de bebouwde kom. De gezondheid richtwaarde is 2 OU/m 3 (12% hinder) en de gezondheid bovenwaarde is 5 OU/m3 (20% hinder). Naast een maximale norm is het aan te raden om een streefnorm vaststellen. Daarmee wordt er richting gegeven voor het beleid van de komende jaren. 3. Maak tenslotte beleid om het totaal aantal geurgehinderden in de gemeente terug te dringen. Het is het meest effectief om bij nieuwe ontwikkelingen van woningen, kindcentra en zorginstellingen te kiezen voor locaties waar de geurbelasting lager is. Tegelijk is het effectief om maatregelen te nemen die de geurhinder terugdringen op dichtbevolkte plekken; hoe meer mensen ergens wonen, hoe meer totale gezondheidswinst er is als de milieusituatie verbeterd.

4

Bijvoorbeeld vanuit de GGD gezondheidsmonitor. Hierin worden inwoners met een vragenlijst bevraagd op hoeveel geurhinder ze ervaren.

Geluid en Gezondheid Geluid in de omgeving kan invloed hebben op onze gezondheid. Als een geluid te hard is, kan dat zorgen voor hinder, stress, slaapverstoring en verstoring van dagelijkse bezigheden. Als mensen lange tijd te veel geluid horen, kan dat leiden tot een hoge bloeddruk en een grotere kans op hart- en vaatziekten. Ook kunnen kinderen door te veel geluid slechter leren. Geluid komt van verschillende bronnen. Denk aan verkeer, zoals auto’s, vrachtwagens, motoren en brommers. Daarnaast zorgen bedrijven, industrie, horeca en evenementen voor omgevingsgeluid. Tenslotte worden mensen soms ook gehinderd door de buren of installaties zoals warmtepompen die hoorbaar zijn. Om gezondheidsproblemen te voorkomen, is het belangrijk dat mensen beschermd worden tegen te veel omgevingsgeluid. Geluid wordt gemeten in decibellen (dB). Decibellen staan op een zogenaamde logaritmische schaal. Dit betekent dat het geluid niet gelijkmatig toeneemt bij elke extra decibel. In plaats daarvan wordt het geluid veel sterker bij elke stap in decibel. Bijvoorbeeld: een geluid van 53 dB is dubbel zo sterk als een geluid van 50 dB. Een geluid van 70 dB is 7 keer een verdubbeling van het geluid ten opzichte van 50 dB. Bij het bouwen van nieuwe woningen, of de aanleg van wegen wordt er gekeken naar het geluid dat van de weg afkomt.

Voor gemeentewegen geldt een standaardwaarde van 53 dB, gemiddeld over het jaar heen (ook wel aangegeven als 53 dB Lden). Daarnaast is er een standaardwaarde voor geluid in de nacht van 40 dB, gemiddeld over het jaar heen (40 dB Lnight). In plaats van deze standaardwaarden zijn er ook grenswaarden die door de gemeente kunnen worden vastgesteld op een specifieke locatie. Daarmee wordt de geluidsgrens opgehoogd. Deze grenswaarden kunnen maximaal 70 dB Lden en 45 dB Lnight zijn. De gezondheidskundige advieswaarden van de GGD zijn opgesteld op basis van wetenschappelijke onderzoeken naar de gezondheidseffecten van geluid. Om de meeste negatieve effecten op de gezondheid te voorkomen adviseren we de waarden 50 dB Lden en 40 dB Lnight. Deze liggen redelijk in de buurt van de huidige standaardwaarden, maar de maximale grenswaarden liggen er erg ver van af. Bovengenoemde waarden gaan over jaargemiddelde geluidsniveaus. Hinder van mogelijke piekgeluiden wordt hier niet in meegenomen. Piekgeluiden zijn plotselinge harde geluiden. Ze kunnen schrikreacties en slaapverstoring veroorzaken. Adviezen GGD Fryslân 1. Streef naar gezonde geluidsniveaus door bij het bouwen van woningen of het aanleggen van wegen, zo veel als mogelijk, te zorgen dat het geluid onder de 50 dB Lden en 40 dB Lnight blijft.

Als het geluid onder deze grenzen blijft, hebben mensen minder snel kans om gezondheidsklachten te krijgen, zoals stress, slaapproblemen en hart- en vaatziekten. Dit is vooral belangrijk in woonwijken. 2. Soms staan gemeenten hogere geluidswaarden toe dan de standaardwaarden. GGD Fryslân adviseert om hier zuinig mee om te gaan. Hoe vaker er uitzonderingen worden gemaakt, hoe groter de kans dat mensen gezondheidsklachten krijgen. Gemeenten kunnen beter kiezen voor oplossingen die het geluid beperken, zoals het verminderen van verkeersdrukte/het geluid van de bron, het aanbrengen van afstand tussen de bron en het gebouw, of het plaatsen van geluidswallen. Als dit niet mogelijk is, dan kan ook het isoleren van het gebouw worden overwogen.5 3. Rustige plekken zijn belangrijk voor ontspanning en herstel. GGD Fryslân adviseert om op meerdere plekken in de gemeente expliciet ruimte te maken voor stille gebieden, zoals in parken, plantsoenen en natuurgebieden. Op deze rustige plekken kunnen mensen zich even onttrekken aan de geluiden en indrukken van het dagelijks leven, wat helpt bij het herstellen van stress.

5

Let daarbij op het tegengaan van nieuwe gezondheidsrisico’s die binnen gebouwen kunnen ontstaan, zoals onvoldoende mogelijkheid om te ventileren of spuien. Daarnaast kunnen technische maatregelen om een gevel geluidsluw te maken op papier een goede oplossing zijn, maar in de praktijk minder effectief blijken.

Gewasbeschermingsmiddelen en Gezondheid Gezondheidseffecten Gewasbeschermingsmiddelen, of bestrijdingsmiddelen, zijn middelen die we gebruiken om onkruid en ongedierte tegen te gaan op akkers, bollenvelden en in boomgaarden. Er zijn veel verschillende soorten gewasbeschermingsmiddelen, waar verschillende stoffen in zitten. Deze stoffen kunnen ook schadelijk zijn voor mensen. Of een stof ook echt slecht is voor de gezondheid hangt af van: • •

het type stof; of mensen met de stof in aanraking kunnen komen. Daar hoort ook bij hoe veel van de stof dat dan is, en hoe vaak en hoe lang men ermee in aanraking komt.

Gewasbeschermingsmiddelen worden onderzocht op risico’s voordat ze gebruikt mogen worden. Er zijn alleen nu aanwijzingen uit nieuwe onderzoeken dat een aantal bestrijdingsmiddelen toch een risico zijn voor de gezondheid. De onderzoeken, veelal uit het buitenland, laten zien: • •

•

dat er een verband is tussen blootstelling aan bestrijdingsmiddelen tijdens het werk en de ziekte van Parkinson; dat er een verband is tussen blootstelling van zwangere vrouwen aan bestrijdingsmiddelen en ontwikkelingsproblemen bij het kindje. Het gaat dan bijvoorbeeld om de verstandelijke of sociale-emotionele ontwikkeling. en dat er mogelijk een verband is tussen blootstelling aan bestrijdingsmiddelen en allerlei andere effecten op de gezondheid. Bijvoorbeeld verschillende vormen van kanker of verstoring van hormonen of de afweer.

De onderzoeken bewijzen niet dat bestrijdingsmiddelen de oorzaak zijn van de ziekten. Maar er is wel reden voor zorg en verder onderzoek. Zo is het onduidelijk wat de gezondheidsgevolgen zijn van de jarenlange opstapeling van kleine hoeveelheden stoffen. Het is ook niet duidelijk wélke (combinaties van) stoffen precies verantwoordelijk zijn voor de ziekten. En hoe vaak en hoe veel je van een bestrijdingsmiddel binnen moet of mag krijgen, voordat het schadelijk is. Daarnaast zijn niet alle onderzoeken uit het buitenland door te trekken naar Nederland. In Nederland worden er bijvoorbeeld deels andere gewasbeschermingsmiddelen gebruikt. Ook gaan de onderzoeken over blootstellingen in het verleden. De bestrijdingsmiddelen van toen zijn deels niet meer op de markt. De risico’s die we in sommige onderzoeken zien, zijn er dus mogelijk niet bij bestrijdingsmiddelen die we nu gebruiken. De middelen die tegenwoordig op de markt zijn, kunnen echter ook een risico vormen voor de gezondheid. In ongeveer 20% van de bestrijdingsmiddelen die nu in Nederland worden gebruikt zitten zeer zorgwekkende stoffen (ZZS). Dat zijn stoffen die bewezen gevaarlijk zijn voor mens, dier en het nageslacht. Of stoffen die niet afbreekbaar zijn in het milieu en daardoor opstapelen. In ongeveer 10% van de bestrijdingsmiddelen zitten potentieel (p) ZZS.

Door het gebruik van deze middelen komen dus (p)ZZS in de leefomgeving terecht. Adviezen GGD Fryslân (uit voorzorg) Er is nog veel onbekend over de gezondheidsrisico’s van blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen. Wel is er reden voor zorg. Daarom is het goed om het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen te verminderen om verspreiding in het milieu en blootstelling omlaag te brengen. Daarnaast is het goed om afstand te houden tussen landbouwgrond waar gespoten wordt en woningen. Zo worden omwonenden minder blootgesteld aan deze middelen. Gezondheidskundig is nu nog niet mogelijk aan te geven wat een veilige afstand is. Daarom adviseert GGD Fryslân zoveel afstand als mogelijk aan te houden tussen gevoelige functies en plaatsen waar wordt gespoten met gewasbeschermingsmiddelen, ook wel bekend als een ‘spuitvrije zone’. In een rechtelijke uitspraak is 50 meter als spuitvrije zone niet als onredelijk geacht. 6 Dit is te realiseren bij nieuwe situaties. Bij bestaande situaties zijn spuitvrije zones zijn niet altijd haalbaar. Communicatie tussen telers en omwonenden is dan belangrijk.

6 Uitspraak van de Afdeling van 10 februari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:276

Conclusie Gemeenten hebben met ruimte om een afweging te maken tussen het benutten en het beschermen van de leefomgeving van inwoners. De huidige wettelijke normen zijn vaak niet beschermend voor de gezondheid. Door rekening te houden met gezondheid bij nieuw op te stellen omgevingsbeleid, kan de leefomgeving en daardoor ook de gezondheid van de inwoners van Ooststellingwerf structureel worden verbeterd. Mocht u in de toekomst informatie of advies willen over de leefomgeving en gezondheid, dan kunt u altijd contact met GGD Fryslân opnemen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Ooststellingwerf&id=36223285-42ef-473b-8651-f3e6d6024208