Agendabundel
Tekst van het document
Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water 1. Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, als dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water. 2. Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een melding aan het college. 3. De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het voorwerp. 4. Van de melding wordt kennis gegeven op de in de gemeente gebruikelijke wijze van bekendmaking. 5. Het voorwerp als bedoeld in het tweede lid van dit artikel kan worden geplaatst als het college niet binnen twee weken na ontvangst van de melding heeft beslist dat plaatsing wordt verboden.
- 34 -
6.
Het verbod in dit artikel is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.
Artikel 5:24a Vaartuigwrakken 1. Het is verboden een vaartuigwrak in het openbare water te plaatsen of te hebben. 2. Onder vaartuigwrak wordt verstaan: een vaartuig dat vaartechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert. 3. Het verbod als bedoeld in het eerste lid van dit artikel geldt niet voor zover de Wet milieubeheer van toepassing is. Artikel 5:25 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen 1. Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar water. 2. Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet krachtens het eerste lid van dit artikel aangewezen gedeelten van openbaar water: a. nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente; b. beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen. 3.
Het verbod als bedoeld in het eerste lid van dit artikel is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Besluit bouwwerken leefomgeving of het overige bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet, de Wet milieubeheer of het Binnenvaartpolitiereglement. 4. Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente. 5. De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen. Artikel 5:26
Aanwijzingen ligplaats (vervallen)
Artikel 5:27
Verbod innemen ligplaats (vervallen)
Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken 1. Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen die bij de gemeente in beheer zijn. 2. Het verbod als bedoeld in het eerste lid van dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Provinciale omgevingsverordening. Artikel 5:29 Reddingsmiddelen Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken. Artikel 5:30 Veiligheid op het water 1. Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden. 2. Het verbod als bedoeld in het eerste lid van dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de provinciale omgevingsverordening of het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet. Artikel 5:31 Overlast aan vaartuigen 1.
Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of daarin te begeven of te bevinden. 2. Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te maken.
- 35 -
Afdeling 7
Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden
Artikel 5:32 Crossterreinen 1. Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets te crossen buiten wedstrijdverband een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben. 2. Het verbod als bedoeld in het eerste lid van dit artikel is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij regels stellen voor het gebruik van deze terreinen: a. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast; b. in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden; c. in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek. 3. Het verbod als bedoeld in het eerste lid van dit artikel is niet van toepassing als de activiteit is toegelaten bij of krachtens de Omgevingswet, in het bijzonder afdeling 3.9 van het Besluit activiteiten leefomgeving en binnen de in het omgevingsplan aangewezen terreinen voor zover die activiteit daarbij is toegelaten, of als sprake is van een situatie waarin wordt voorzien door de Zondagswet of het Besluit geluidsproductie sportmotoren.
Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden 1. Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard. 2. Het verbod als bedoeld in het eerste lid van dit artikel is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a. het voorkomen van overlast; b. de bescherming van natuur- of milieuwaarden; c. de veiligheid van het publiek. 3. Het verbod als bedoeld in het eerste lid van dit artikel geldt niet voor bestuurders van motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers of berijders van paarden: a. ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten; b. vanwege beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld; c. vanwege werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd; d. van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld; e.
voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen. 4. Het verbod als bedoeld in het eerste lid van dit artikel is voorts niet van toepassing: a. op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid van dit artikel bedoelde gebieden of terreinen; b. binnen de bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als toestel; c. binnen de in het omgevingsplan aangewezen terreinen voor zover die activiteit daarbij is toegelaten. 5. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het eerste lid van dit artikel. 6. Op de aanvraag om een ontheffing is als bedoeld in het vijfde lid van dit artikel paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Afdeling 8
Vuurverbod
Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken 1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer te stoken of te hebben.
- 36 -
2.
3. 4. 5. 6.
Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, als geen afvalstoffen worden verbrand; c. vuur voor koken, bakken en braden. Het college kan van het verbod als bedoeld in het eerste lid van dit artikel ontheffing verlenen. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 van deze verordening kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna. Het verbod als bedoeld in het eerste lid van dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of bij of krachtens de Omgevingswet. Op de aanvraag om een ontheffing bedoeld in het derde lid van dit artikel is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Afdeling 9
Asverstrooiing
Artikel 5:35 Definitie In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing: het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd terrein. Artikel 5:36 Verboden plaatsen 1. Incidentele asverstrooiing is verboden op: a. verharde delen van de weg; b. begraafplaatsen en crematoriumterreinen, uitgezonderd de daarvoor bedoelde strooivelden. 2. Het college kan voor een bepaalde termijn verbieden dat op andere plaatsen dan die genoemd in het eerste lid van dit artikel asverstrooiing plaatsvindt. 3. Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg draagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, behoudens de begraafplaatsen en crematoriumterreinen. 4. Op de aanvraag om een ontheffing als bedoeld in het derde lid van dit artikel is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 5:37 Hinder of overlast Incidentele asverstrooiing is verboden als daardoor hinder of overlast wordt veroorzaakt voor derden.
Hoofdstuk 6
Straf-, overgangs- en slotbepalingen
Artikel 6:1 Strafbepaling 1. Overtreding van het bij of krachtens deze verordening en de op grond van artikel 1:4 van deze verordening daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie. 2. In afwijking van het eerste lid van dit artikel is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10 en 2:11 van deze verordening als sprake is van een omgevingsvergunningplichtige activiteit, 2:12, eerste lid en 4:11 van deze verordening. 3. In geval van overtreding van de krachtens artikel 3, derde lid, van de Wet veiligheidsregio’s gestelde regels kan het college een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste de geldboete, bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s. Artikel 6:2 Toezichthouders 1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de door het college daartoe aangewezen toezichthouders. 2. Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college dan wel de burgemeester aan te wijzen personen. 3.
Onverminderd het eerste en tweede lid van dit artikel zijn de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 141, onder b, van het Wetboek van strafvordering, eveneens belast met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften.
- 37 -
Artikel 6:3 Binnentreden woningen Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner. Artikel 6:4 Intrekking oude verordening De Algemene plaatselijke verordening Ooststellingwerf 2021 wordt ingetrokken. Artikel 6:5 Overgangsbepaling Besluiten die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. Artikel 6:6 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op …………………... Artikel 6:7 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening Ooststellingwerf 2025.
Besloten in de openbare vergadering van , griffier
. , voorzitter
Inhoudelijke wijzigingen Algemene plaatselijke verordening Ooststellingwerf 2025 Inleiding De nu voorgestelde Apv kent vooral technische wijzigingen die moeten plaatsvinden door de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Verder zijn een aantal tekstuele verbeteringen doorgevoerd. Daarnaast kent de voorgestelde Apv een aantal inhoudelijke wijzigingen. Deze worden hieronder toegelicht. Artikel 2:10 (Voorwerpen op of aan de weg of een openbare plaats) Aan dit artikel is een nieuw lid 2 toegevoegd waarin concreet wordt gemaakt wanneer er in elk geval sprake is van belemmering voor de bruikbaarheid van de weg Artikel 2:12 (Maken of veranderen van een uitweg) Aan dit artikel is een nieuw lid 4 toegevoegd. Het college kan op grond van deze nieuwe bepaling categorieën van uitwegen aanwijzen waarvoor geen melding hoeft te worden gedaan. Daarmee ontstaat ruimte voor het doorvoeren van deregulering waar mogelijk. Artikel 2:18 (Rookverbod in bossen en natuurterreinen) De nu geldende regeling gaat ervan uit dat het college een aanwijsbesluit neemt als het nodig is om een rookverbod in bossen en natuurterreinen af te kondigen. In de praktijk wordt altijd aangesloten bij de natuurbrandfasen die de Veiligheidsregio Fryslân afkondigt. Daarom wordt voorgesteld dat het rookverbod van kracht is als de Veiligheidsregio Fryslân natuurbrandrisicofase 2 (extra alert) heeft vastgesteld.
Artikel 2:28 (Exploitatie van een openbare inrichting) In lid 5 is onder c. het ondertekenen van het horecaconvenant toegevoegd als aanvullende eis om geen exploitatievergunning te hoeven aanvragen. Artikel 2:34c (Verbod ‘happy hours’) Dit verbod was onbedoeld geschrapt in de huidige Apv. Omdat dit verbod een nuttige rol vervult bij de preventie van alcoholmisbruik wordt voorgesteld om dit verbod opnieuw op te nemen. Artikel 2:34d (Proeverijen in slijtlokaliteiten) In deze nieuwe bepaling worden slijterijen uitgezonderd van het proeverijverbod. Artikel 25e van de Alcoholwet maakt deze uitzondering mogelijk. Artikel 2:48 (Verboden drankgebruik) Aan dit artikel is toegevoegd ‘voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt ’. Het verbod voor personen van minder dan 18 jaar wordt al gesteld door de Alcoholwet. Artikel 2:50a (Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties) Voorgesteld wordt om dit artikel te schrappen omdat de Hoge Raad deze bepaling bij een andere gemeente onverbindend heeft verklaard. Deze wijziging is conform de model-Apv van de VNG. Artikel 2:54 (Gevaar door houtopstand) Deze bepaling bevat een verbod om een houtopstand in een gevaarlijke toestand te laten. Dit nieuwe artikel is toegevoegd vanwege de invoering van de Omgevingswet en is conform de nieuwe modelApv van de VNG.
Artikel 2:62 (Loslopend vee) Voorgesteld wordt om de mogelijkheid toe te voegen om gebieden aan te wijzen waarvoor verbod niet geldt. Aan deze uitzondering kan behoefte zijn bij natuurgebieden. Artikel 2:81 (Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat) Deze bepaling is nieuw in de model-Apv van de VNG. Artikel 3:3 (Vergunning seksbedrijf) Op verzoek van uw raad bij de bespreking van de Legesverordening 2024 is in dit artikel opgenomen dat de vergunning voor een sexbedrijf voor vijf jaar geldt in plaats van voor twee jaar. Artikel 4:6a (Mosquito) Deze bepaling is in de nu geldende Apv niet opgenomen. Voorgesteld wordt om deze bepaling in te voeren. Artikel 4:17 t/m 4:19 (Kamperen buiten kampeerterreinen) Deze materie was tot op heden in een afzonderlijke verordening (de verordening kleinschalige verblijfsrecreatie) geregeld. Door deze bepalingen in de Apv op te nemen ontstaat meer duidelijkheid en uniformiteit. De verordening kleinschalige verblijfsrecreatie kan daarmee vervallen. Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen Om te kunnen collecteren is nu nog een vergunning vereist. Door over te gaan op een meldingenstelsel is sprake van deregulering.
Inhoudelijke verschillen voorgestelde Apv’s Ooststellingwerf, Weststellingwerf en Opsterland Artikel 2:24 Vergunningsvrij evenement Evenementen zijn in het voorstel tot 100 bezoekers vergunningsvrij, net als in de nu geldende Apv en het voorstel in Weststellingwerf. In Opsterland wordt voorgesteld om een evenement tot 200 bezoekers vergunningsvrij te laten. Artikel 2:29 Eindtijden voor de horeca (artikel 2:29) De bepalingen over eindtijden voor de horeca zijn in alle OWO-gemeenten anders. De eindtijden in de huidige Apv zijn met de plaatselijke horeca afgestemd en om die reden in het voorstel gehandhaafd. Artikel 2:34b Paracommerciële horeca Deze bepalingen zijn in alle OWO-gemeenten anders. Het huidige beleid is in het voorstel gevolgd. Artikel 2:34c Verbod ‘happy hours’ Dit verbod wordt in het voorstel in Opsterland ook toegevoegd, in het voorstel in Weststellingwerf vooralsnog niet. Artikel 2:34d Proeverijen in slijtlokaliteiten Dit artikel is opnieuw opgenomen in het voorstel. In het voorstel in Opsterland wordt dit artikel eveneens toegevoegd, in het voorstel in Weststellingwerf vooralsnog niet. Artikel 2:53 Verbod oplaten ballonnen Dit voorstel is bij amendement toegevoegd in de nu geldende Apv. In het voorstel in Opsterland is dit verbod eveneens opgenomen, in het voorstel in Weststellingwerf vooralsnog niet.
Artikel 2:54 Gevaar door houtopstand Dit verbod wordt in het voorstel in Opsterland ook toegevoegd, in het voorstel in Weststellingwerf vooralsnog niet. Artikel 2:62 Loslopend vee De toevoeging van lid 2 en 3 wordt in Opsterland ook voorgesteld, in Weststellingwerf vooralsnog niet. Artikel 2:73a Gebruik van carbid De bepalingen over carbid zijn in alle OWO-gemeenten anders. De huidige eindtijd is door uw raad bij amendement vastgesteld. Het huidige beleid is in het voorstel gevolgd. Artikel 3:3 Vergunning seksbedrijf De vergunning voor een seksbedrijf blijft in het voorstel in Weststellingwerf vooralsnog geldig voor twee jaar. Voor Opsterland wordt net als in Ooststellingwerf vijf jaar voorgesteld. Artikel 4:3 Toestemming incidentele festiviteiten In het voorstel wordt, net als in de nu geldende Apv, het aantal incidentele festiviteiten beperkt tot maximaal twaalf dagen of dagdelen per jaar. Deze beperking staat eveneens in het voorstel in Opsterland, maar vooralsnog niet in het voorstel in Weststellingwerf. Artikel 4:6b Geluidhinder door dieren Dit artikel is indertijd door uw raad bij amendement toegevoegd en is om die reden in het voorstel gehandhaafd. In de overige OWO-gemeenten is deze bepaling niet opgenomen.
Hoofdstuk 4, afdeling 3 Houtopstanden Deze bepalingen zijn in alle OWO-gemeenten anders. Het huidige beleid is in het voorstel gevolgd. Artikel 4:16 Vergunningplicht lichtreclame Dit artikel is eveneens opgenomen in de nu gelden de Apv en in het voorstel gehandhaafd. Voor de vergunning wordt leges geheven. De beide andere OWO-gemeenten kennen deze bepaling niet.
Was/wordt Algemene plaatselijke verordening Ooststellingwerf 2025 Artikel Apv 2021 -
Tekst Apv 2021
1:1 b
bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het 1:1d nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; bouwwerk: hetgeen in artikel 1 van de Bouwverordening 1:1e daaronder wordt verstaan; gebouw: hetgeen in artikel 1 van de Woningwet 1:1h daaronder wordt verstaan; 1:1r
1:1 c 1:1f
-
Artikel Apv 2025 1:1c
Tekst Apv 2025 beperkingengebiedactiviteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet; bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; Wet milieubeheer: de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
1:2 lid 3
Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag: a.om een omgevingsvergunning; b.om een vergunning als bedoeld in artikel 3:3 van deze verordening.
1:2 lid 4
In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing als beslist wordt op een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 2:10, vierde lid, of een vergunning als bedoeld in artikel 2:11, tweede lid, aanhef en onder a, of artikel 4:11, van deze verordening.
1:3
1.Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing 1:8 lid 2 wordt ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen. 2.Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden verlengd tot ten hoogste acht weken.
Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan drie weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.
1:2 lid 3
Het bepaalde in het eerste en het tweede lid geldt niet voor de beslissing op een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 3:3 van deze verordening
Pagina 1 van 60
Was/wordt Algemene plaatselijke verordening Ooststellingwerf 2025 Artikel Apv 2021 -
Tekst Apv 2021 -
Artikel Apv 2025 1:4 lid 3 1:5 lid 2
1:6
Een vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken, 1:6 geschorst of gewijzigd: a. als ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. als op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning, intrekking, schorsing of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; c. als de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; d. als van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; e. als de houder dit verzoekt.
1:8
Een vergunning of ontheffing kan worden geweigerd …
Tekst Apv 2025 Dit artikel is niet van toepassing op een omgevingsvergunning. Het eerste lid van dit artikel is niet van toepassing op een omgevingsvergunning. 1.Een vergunning, ontheffing of de acceptatie van een melding kan worden ingetrokken, geschorst of gewijzigd: a.als ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b.als op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning, ontheffing of acceptatie van een melding, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning, ontheffing of de acceptatie van een melding is vereist; c.als de aan de vergunning, ontheffing of de acceptatie van een melding verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; d.als van de vergunning, ontheffing of de acceptatie van een melding geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn. e.als de houder dit verzoekt. 2. Het eerste lid van dit artikel is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.
1.Een vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd …
Pagina 2 van 60
Was/wordt Algemene plaatselijke verordening Ooststellingwerf 2025 Artikel Apv 2021 2:1 lid 6
Tekst Apv 2021 Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
2:10 lid 1
1.Het is verboden een openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als: a. het gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; of b. het gebruik niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.
Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik: a. schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; of b. niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.
-
Artikel Apv 2025
Tekst Apv 2025
2:10 lid 2
Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake wanneer niet ten minste een vrije doorgang van 1,5 meter breed wordt gelaten op voetpaden en van 3 meter breed op de rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd verkeer.
2:10 lid 3
Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen voor terrassen, uitstallingen en reclameborden voor zover deze regels niet zien op een activiteit die de fysieke leefomgeving wijzigt, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, van het Omgevingsbesluit.
2:10 lid 2
Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van terrassen, uitstallingen en reclameborden.
2:10 lid 4
In afwijking van het derde lid van dit artikel kan het college een omgevingsvergunning verlenen voor het in het eerste lid van dit artikel bedoelde gebruik, voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of k, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
Pagina 3 van 60
Was/wordt Algemene plaatselijke verordening Ooststellingwerf 2025 Artikel Apv 2021 2:10 lid 5
Tekst Apv 2021
Artikel Apv 2025 2:10 lid 5
Tekst Apv 2025
2:10 lid 6
Het verbod als bedoeld in het eerste lid van dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 of de provinciale wegenverordening.
2:10 lid 6
Het verbod als bedoeld in het eerste lid van dit artikel is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
2:10 lid 6
Op de ontheffing bedoeld in het derde lid van dit artikel is 2:10 lid 6 paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Op de aanvraag om een ontheffing bedoeld in het derde lid van dit artikel is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
2:11 lid 2
2:11 lid 2 Een vergunning wordt verleend a. als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, als de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening of voorbereidingsbesluit;
Een vergunning wordt verleend a. als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, als de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan, omgevingsplan of voorbereidingsbesluit;
Het verbod als bedoeld in het eerste lid van dit artikel is niet van toepassing op: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; en c. overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend.
Het verbod als bedoeld in het eerste lid van dit artikel is niet van toepassing op: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17 of het omgevingsplan; c. overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend; en d.situaties waardoor het gebruik, bedoeld in het eerste lid, de fysieke leefomgeving wijzigt, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, van het Omgevingsbesluit.
Pagina 4 van 60