CConstaterende datOoststellingwerf
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadsvergadering 31 oktober 2023, gemeente Ooststellingwerf22.253 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

4 Hoe organiseert Ooststellingwerf de uitvoering? De taken uit de Participatiewet worden uitgevoerd door het gebiedsteam. Zij doen een intake met de inwoners en delen hen in in een doelgroep en een trede op de participatieladder. Ze maken met de inwoner een trajectplan over de begeleiding die er nodig is. De medewerkers zorgen voor passende voorzieningen (de mogelijke instrumenten uit de Participatiewet) en kopen die indien nodig in. De backoffice handelt dit vervolgens administratief af. De medewerkers werken met drie doelgroepen (kansrijk, doorstroom en aandachtsgroep. Kansrijken zijn mensen met een korte afstand tot de arbeidsmarkt (3 maanden). Doorstromers zijn mensen die binnen twee jaar met of zonder ondersteuning te begeleiden zijn naar werk. De aandachtsgroep bestaat uit mensen die langer dan twee jaar nodig hebben om naar betaald werk te gaan. In de praktijk is uitstroom naar werk niet altijd realistisch, voor een deel van de groep is maatschappelijke activering het hoogst haalbare doel. Omdat de aandachtsgroep groot en zeer divers is en omdat betaald werk voor deze groep binnen 2 jaar meestal niet haalbaar is, wordt behalve de doelgroep ook de trede op de participatieladder geregistreerd. Het doel is om de inwoner naar de voor hem of haar hoogst haalbare trede te activeren.

doelgroep, de treden op de participatieladder en - in geval van uitstroom - de reden van uitstroom. 2 Doel 8-10 gaan niet meer over de Participatiewet en zijn daarom niet in deze analyse meegenomen.

5

Als er iets wijzigt in de situatie van de inwoner, dan registreert de medewerker een nieuwe trede op de participatieladder. Vanaf 2021 is de trede op de participatieladder voor de medewerkers van het team leidend boven de doelgroep. Inwoners op treden 4 (onbetaald werk zoals een leerwerkplek) en 5 (betaald werk) kunnen lang op deze treden blijven staan, omdat zij blijvend begeleiding / ondersteuning nodig hebben en er vaak een loonkostensubsidie aan gekoppeld is. Op basis van de trede op de participatieladder en de situatie van de inwoner wordt bepaald naar welk doel binnen 2 jaar gestreefd wordt en op basis van dat doel wordt een traject ingezet en beschikt. De medewerkers kunnen kiezen uit onderstaande trajecten. Traject gericht op

Profiel van de inwoner

Uitstroom naar werk

De inwoner kan binnen ongeveer 2 jaar uitstromen naar betaald werk

Sociale activering (gericht op uitstroom)

De inwoner heeft eerst een aantal vaardigheden te leren en kan daarna uitstromen naar betaald werk

Sociale activering (gericht op maatschappelijke participatie)

De inwoner kan op korte termijn niet naar werk begeleid worden, inzet is gericht op meedoen in de samenleving

Inburgering

De inwoner leert eerst een aantal vaardigheden waardoor de kans op duurzame uitstroom naar werk groot is

Zorg

De inwoner is door psychische en/of lichamelijke problemen van zichzelf of

gezinsleden tijdelijk niet in staat zijn om deel te nemen aan een traject Ontheffing

De inwoner heeft geen arbeidspotentieel door bijvoorbeeld een ongeneeslijk ziekte, psychiatrische problematiek of een complexe zorgbehoefte. Arbeidspotentieel wordt in de toekomst ook niet meer verwacht

Het komt voor dat iemand van traject wisselt als er een grote levensgebeurtenis plaatsvindt, maar doorgaans loopt een traject totdat het doel bereikt is of de omstandigheden voor zorg/ontheffing zijn veranderd. Als betaald werk wel haalbaar lijkt, maar pas op de lange termijn (langer dan 2 jaar), dan wordt eerst voor het traject sociale activering (gericht op uitstroom) gekozen. In de administratie zijn er voor inwoners met een uitkering daarmee drie typeringen te vinden: - iemand wordt in een doelgroep geplaatst (kansrijk, doorstroom, aandachtsgroep) en - iemand wordt ingeschat op een trede op de participatieladder (trede 1-6) en - iemand krijgt een traject - een richting, beoogd doel voor de inzet van instrumenten: ontheffing, inburgering, sociale activering (maatschappelijke participatie), sociale activering (gericht op uitstroom), zorg of uitstroom naar werk. Er is geen één-op-één koppeling tussen de doelgroepen, de treden op de participatieladder en de trajecten. Voor het selecteren van de juiste ondersteuning gebruiken de medewerkers naast de wettelijke instrumenten ook een instrumentengids, met instrumenten die mogen worden ingezet bij alle doelgroepen en in alle trajecten.

6

De instrumenten uit deze gids zijn projecten en programma’s van verschillende uitvoerders (bijvoorbeeld Stichting Scala, het Rea college, Humanitas). De wettelijke instrumenten zijn ook beschikbaar voor de medewerkers, maar de inwoner moet aan bepaalde voorwaarden voldoen om ervoor in aanmerking te komen (zoals vastgelegd in de verordeningen en beleidsregels). De instrumenten jobcoaching en leerwerkplek stelt de gemeente beschikbaar voor iedereen die perspectief heeft op werk, ook op de langere termijn. In de administratie vinden de onderzoekers een brede waaier aan instrumenten terug, dat wat de medewerkers hebben geregistreerd: wettelijke instrumenten, de programma’s/projecten, uitvoerders, en eigen categorieën als maatwerk of eigen begeleiding. De medewerkers kiezen samen met de inwoner wat een passend instrument is, of voeren de begeleiding (activering, jobcoaching, training) zelf uit en kunnen tot een bepaald budget zelf voorzieningen inkopen. Daar is een grens aan - als het budgetplafond wordt bereikt moeten de medewerkers zelf de begeleiding doen. Dat komt regelmatig voor. Het is nog niet voorgekomen dat het zo druk was, dat er geen eigen begeleiding geboden kon worden. Het team wisselt informatie en ervaringen uit over casussen waarbij het uitgangspunt is: liever goed begeleiden dan veel begeleiden.

Het team registreert in de administratie ook het contact met de inwoners, dat doen ze allemaal op eenzelfde manier. Voor de contacten met werkgevers werkt de gemeente samen in de Arbeidsmarktregio Zuidoost Friesland (de vijf gemeenten met UWV, Caparis, en Friesland Werkt). In deze samenwerking streven de partners naar eenduidige dienstverlening voor werkgevers in de regio. Binnen de gemeente is er een accountmanager voor werkgevers (jobhunter) die zowel de werkgevers als de inwoners spreekt. De jobhunter maakt afspraken zowel met grotere bedrijven, gericht op meer plekken, als met individuele bedrijven en inwoners.

Als er een match is, dan is het werk van de jobhunter klaar en pakt de casemanager of jobcoach het over. Er is geen registratiesysteem voor bedrijfscontacten, wel zijn er goede contacten met de ondernemersclubs in de gemeente.

5

Bevindingen

In de onderzoeksopzet zijn de onderzoeksvragen gegroepeerd in blokken per thema. Hieronder worden per thema de belangrijkste bevindingen beschreven in de vorm van antwoorden op de onderzoeksvragen. Bevindingen over visie en beleid Het beleid van de gemeente Ooststellingwerf is vastgelegd in de visie Op weg naar een inclusief Ooststellingwerf en is verder uitgewerkt in de Visie op Samenleven met de bijbehorende Doe Agenda B. De doelen zijn voor het merendeel specifiek en voorzien van streefwaarden. De verordeningen en beleidsregels rond de Participatiewet zijn tussen 2015 en 2017 opgesteld, alleen de verordening over boetes en terugvordering is recent (2022). De medewerkers zijn vrij om passende instrumenten te kiezen uit de lijst van wettelijke instrumenten en de lijst van programma’s en projecten waar de gemeente aan meedoet. De gemeente onderscheidt wel doelgroepen, maar zet instrumenten zo breed mogelijk in. Natuurlijk geldt voor een aantal wettelijke instrumenten dat de doelgroep aan specifieke eisen moet voldoen, maar als het gaat om begeleiding op de werkplek of gericht op het klaarstomen voor werk, dan maakt de gemeente geen onderscheid tussen doelgroepen of trajecten. De raad krijgt informatie over de voortgang van de doelen uit de Doe Agenda in de Monitor Sociaal Domein.

De Monitor Sociaal Domein en de jaarstukken geven de raad echter geen compleet beeld van de voortgang op de gestelde doelen (zie bijlage 1).

7

Bevindingen over de inzet van instrumenten De backoffice heeft een overzicht aangeleverd van alle instrumenten die tussen januari 2019 en november 2022 zijn ingezet bij inwoners die langer dan twee jaar een bijstandsuitkering hebben ontvangen. In de periode 2019-2022 waren er 898 unieke inwoners met een uitkering langer dan 2 jaar. Het is niet makkelijk om een overzicht te geven van de inzet van instrumenten. Dit omdat de administratie zowel losse projecten, wettelijke instrumenten, als categorieën die meerdere instrumenten kunnen omvatten, bevat. Instrumenten worden in de administratie vooral onderscheiden op hun financieringsbron, niet op de richting of inhoud van het handelen van de medewerker. Eigen begeleiding kan bijvoorbeeld zowel zorg als jobcoaching zijn. Wel is het mogelijk een overzicht te geven van de meest voorkomende registraties bij de inwoners die langer dan twee jaar een bijstandsuitkering hebben gehad. Instrument

N

%

Eigen begeleiding

184

19,8%

Zorgtraject

176

18,9%

Vrijwilligerswerk/tegenprestatie

164

17,6%

Maatwerk

165

16,8%

Iedereen in beweging (St. Scala)

110

11,8%

Externe expertise

103

11,1%

Bron: backoffice. Per inwoner kunnen meerdere instrumenten geregistreerd worden.

de inzet van reguliere zorg (huisarts, specialist, zorg vanuit de wmo) en drukt bijna nooit op het budget van werk. Vrijwilligerswerk/ tegenprestatie wordt als zodanig geregistreerd als de inwoner vrijwilligerswerk doet dat voldoet aan de eisen uit de verordening tegenprestatie (zie ook factsheet 4). Meestal doet de inwoner uit zichzelf al vrijwilligerswerk, omdat dat past bij de cultuur van de gemeente Ooststellingwerf. Vrijwilligerswerk wordt soms opgelegd als tegenprestatie als iemand niet in beweging wil komen en dan wordt er incidenteel ook op gehandhaafd. Mensen met vrijwilligerswerk als tegenprestatie staan op trede 3 van de participatieladder. De drie meest ingezette instrumenten zijn dus instrumenten zonder inkoop. Maatwerk is de inkoop van een instrument dat niet tot de grote inkoop behoort. Omdat weinig instrumenten groot worden ingekocht, is er veel ruimte voor maatwerk. Iedereen in beweging is een activeringsprogramma dat wordt ingekocht bij Stichting Scala. Onder externe expertise vallen bijvoorbeeld medische onderzoeken en herwaarderingsonderzoeken voor loonkostensubsidie. Uit een analyse van de inzet van instrumenten, blijkt verder dat de meeste instrumenten worden ingezet bij inwoners tussen de 22 en 50 jaar. Hoe ouder men wordt, hoe minder instrumenten er worden ingezet.

De medewerkers zien jobcoaching en loonkostensubsidie als de meest effectieve instrumenten, met name in de route vanaf het praktijkonderwijs. En, vrijwilligerswerk wordt gezien als het beste instrument om een stap op de participatieladder te maken. De essentie volgens medewerkers is het inzetten op contact: het loont om de mensen veel te spreken. Medewerkers geven aan dat voor hen het onderscheid in doelgroepen niet zo relevant is, zij letten vooral op de ontwikkeling van de inwoner op de treden van de participatieladder en of de doelen uit het traject worden bereikt.

Eigen begeleiding is de inzet van begeleiding door de eigen medewerkers, bijvoorbeeld voor jobcoaching. Zorgtraject is meestal

8

Bevindingen over de inzet van trajecten Uit een analyse van de inzet van trajecten voor inwoners die langer dan 2 jaar een bijstandsuitkering ontvangen blijkt dat meer dan de helft van hen op enig moment een traject gericht op uitstroom naar werk heeft gehad en 15% heeft (ook) een traject gericht op sociale activering gehad. Daarnaast heeft 12% een inburgeringstraject (gehad). Van ruim meer dan de helft van de inwoners met een bijstandsuitkering langer dan 2 jaar wordt dus verwacht dat uitstroom naar werk (op termijn) haalbaar is. Ongeveer een kwart heeft een traject gericht op sociale activering (maatschappelijke participatie) gehad. En ruim een vijfde een traject gericht op zorg. Van hen wordt (voorlopig) geen arbeidspotentieel verwacht. Ongeveer 10% heeft een ontheffing, wat betekent dat van hen ook op termijn geen arbeidspotentieel meer wordt verwacht. Traject

N

%

Uitstroom werk

499

55,1%

Sociale.activering (maatsch.)

211

23,5%

Zorg

202

22,5%

Sociale activering (uitstroom werk)

133

14,8%

Inburgering

107

11,9%

Ontheffing

93

10,3%

Bron: backoffice. Percentages tellen op tot meer dan 100% omdat per inwoner meerdere trajecten geregistreerd kunnen worden.

Bevindingen over contacten met inwoners Het is niet mogelijk om uit de administratie een overzicht te halen van alle contacten met inwoners. Wel zijn er gegevens die een indicatie zijn dat er regelmatig contact is met de inwoners. Bij 88% van de uitkeringen is minstens 1 trede op de participatieladder geregistreerd, bij 67% zijn er twee of meer treden geregistreerd. Dat duidt erop dat er regelmatig contact is met de uitkeringsgerechtigden en dat na contact de administratie wordt bijgewerkt. Ook in de interviews met langdurig uitkeringsgerechtigden is naar het aantal contactmomenten gevraagd. Van de 16 bevraagde inwoners geven zes inwoners aan dat er sporadisch contact is, vijf inwoners geven aan jaarlijks contact te hebben en vijf inwoners geven aan regelmatig (twee keer per jaar of meer) contact te hebben. De medewerkers geven aan voor deze doelgroep te streven naar een contactmoment per halfjaar, dat kan een huisbezoek zijn of een telefoontje. Afhankelijk van het soort traject kan er ook een intensiever contact zijn. Ze geven aan: aandacht helpt. Bevindingen over de resultaten Er is een cohortstudie3 uitgevoerd over alle inwoners die op 1 januari 2019 een uitkering hadden. Het zijn gegevens over de indeling in een doelgroep, de treden op de participatieladder en - in geval van uitstroom - de reden van uitstroom.

Van de mensen uit de cohortstudie is iets minder dan de helft uitgestroomd. In 34% van de gevallen was dat naar werk, in 66% van de gevallen was dat om een andere reden. Een positief resultaat in de zin van de Participatiewet is natuurlijk allereerst uitstroom naar betaald werk. Maar ook als mensen niet uitstromen kan er succes zijn: mensen verrichten dan bijvoorbeeld onbetaald werk (leerwerkplek bijvoorbeeld, trede 4 op de

3 Met een cohortstudie wordt een groep mensen door de tijd gevolgd.

9

participatieladder) of hebben betaald werk, maar worden daarbij nog ondersteund met begeleiding of er is sprake van een loonkostensubsidie (trede 5 op de participatieladder). Tenslotte is ook een positief resultaat dat mensen door de inzet van de begeleiding stijgen op de participatieladder en meer meedoen in de samenleving. Hieronder de belangrijkste resultaten per doelgroep, met meer informatie en uitwerking in Factsheet 3. Van inwoners in de groep ‘kansrijk’ wordt uitstroom naar betaald werk binnen 2 jaar verwacht. Ook van doorstromers wordt uitstroom naar betaald werk verwacht, maar dan op langere termijn. Van het cohort is 58% van de kansrijken uitgestroomd naar betaald werk en 28% van de doorstromers. Van de aandachtsgroep is 9% uitgestroomd naar betaald werk. Laatst geregistreer de doelgroep

Doel

Stijging op participatieladd er (als min. één trede bekend is)

Onbetaald werk / betaald werk met ondersteuni ng

Uitgestroo md naar werk (tussen 1-12019 en 111-2022)

Kansrijk

Uitstroom naar werk

67%

12%

58%

Doorstroom

Stijging op de participatiela dder en uitstroom op langere termijn

51%

20%

28%

Aandachtsgroep

Stijging op de participatiela dder en uitstroom op lange termijn

35%

8%

9%

Rijen tellen op tot meer dan 100% omdat iemand kan stijgen op de participatieladder en betaald of onbetaald werk kan vinden.

In de Factsheet 4 is ook te vinden welke resultaten er per traject zijn behaald. Daarin is zichtbaar dat binnen de aandachtsgroep alle trajecten worden ingezet en dat de resultaten per traject verschillen. Bevindingen over de ervaringen van de doelgroep Met 16 inwoners is een telefoongesprek gevoerd om hun ervaringen met de medewerkers en instrumenten te achterhalen. Op basis van de gesprekken kunnen drie verschillende persona’s onderscheiden worden die typerend zijn voor de doelgroep die al langer een uitkering heeft (zie de figuur: de stemmen van Ooststellingwerf). Een deel van de inwoners met een bijstandsuitkering heeft geen perspectief op werk of activering en ondersteuning van de gemeente helpt niet en wordt niet gewaardeerd. Een ander deel heeft ook geen perspectief op werk (bijvoorbeeld bijna toe aan pensioen) en de inzet van de gemeente voelt overbodig, maar ze zijn wel dankbaar voor de ondersteuning die er is. Een laatste deel van de inwoners bestaat uit mensen die de ondersteuning van de gemeente nodig hebben, er blij mee zijn en daardoor ook echt actiever worden. Het contact van de inwoners met de coach bestaat vooral uit het informeren hoe het gaat en het bespreken van het plan of de activiteiten. Af en toe is er ook administratief contact en in een tweetal gevallen is er geen contact geweest. Het merendeel geeft aan regelmatig contact te hebben.

Over het algemeen zijn de inwoners positief over de gebiedsteammedewerker en over de inzet van de gemeente in het algemeen.

10

Tevredenheid

over de medewerker

over de gemeente

Zeer tevreden

5

3

Tevreden

7

7

Ontevreden

1

3

Zeer ontevreden

3

2

Vijf van de ondervraagde inwoners zijn naar eigen zeggen actiever geworden, vier van hen geven aan dat dat (mede) komt door de bemoeienis van de gemeente. Acht inwoners zijn even actief gebleven en drie zijn minder actief geworden. Mensen vonden het ingewikkeld om aan te geven in welk traject ze zitten, bij doorvragen bleek toch de meerderheid van de inwoners dat wel correct te kunnen benoemen en de inwoners zijn ook positief over hoe het traject aansluit bij wat ze nodig hebben.

11

12

Bevindingen over de ervaringen van werkgevers In het totaal hebben 25 werkgevers de enquête ingevuld. Over het algemeen zijn de werkgevers tevreden of zeer tevreden over zowel de instrumenten (loonkostensubsidie, banenafspraak banen, regulieren plekken, leerwerkplekken), hoogte van de vergoedingen, als het proces van aanvragen en de administratieve afhandeling. Een enkeling is minder tevreden. De werkgevers hebben het meeste contact met de jobcoach. Het contact is ook afhankelijk van het soort instrument: soms is er ook contact met de medewerker van de praktijkschool of een loonwaarde-expert. Ook over het contact en de samenwerking zijn de werkgevers over het algemeen tevreden tot zeer tevreden, een enkeling had meer contact willen hebben na de plaatsing. Op de vraag of er constructief wordt samengewerkt is bijna iedereen positief, al is het soms wel complex als er ook nog thuisbegeleiding is. De gemeente valt positief op door de actieve houding en het makkelijke contact. Werkgevers bieden vanuit hun maatschappelijke verantwoordelijkheid een plek aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Soms is het een expliciet doel van een werkgever, soms wordt het gedaan omdat het voor iedereen meerwaarde heeft of omdat het in het bedrijf goed past. ‘Ik vind het fijn om deze mensen een perspectief te bieden op de arbeidsmarkt’.

Werkgevers zijn realistisch over wat het oplevert: het draagt enigszins bij aan het vervullen van vacatures, maar gemiddeld genomen heeft deze groep veel begeleiding nodig.

6

Conclusies

Het antwoord op de onderzoeksvraag is in het kort: zowel werkgevers als inwoners zijn gemiddeld genomen tevreden over de ondersteuning door de gemeente bij het begeleiden naar werk (betaald/onbetaald). De doelen zijn niet altijd even relevant geformuleerd en daarmee is ook de informatie aan de raad niet

altijd relevant, maar wel in lijn met de gestelde doelen. De wijze van registreren en de administratie maakt het geven van meer relevante informatie wel mogelijk. Hieronder worden de conclusies puntsgewijs opgesomd:  Er is een actuele en consistente visie op de uitvoering van de Participatiewet in het kader van de visie op de samenleving. Het beleid is uitgewerkt in meetbare prestaties waarover in de Monitor Sociaal Domein wordt gerapporteerd aan de raad in de volgorde van de gestelde doelen.  Niet over alle doelen is specifieke en duidelijke informatie beschikbaar. Daardoor kan de raad niet op alle doelen de voortgang volgen. De administratie bevat wel meer relevante gegevens die de raad kunnen helpen bij het sturen op de gewenste effecten.  Er is actueel beleid voor het samenwerken met de werkgevers in de regio. Per ketenpartner verschilt de samenwerking, maar men kan elkaar steeds beter vinden.  De prestaties waarover de medewerkers rapporteren aan de raad zijn geformuleerd op het niveau van de doelgroep. De medewerkers geven daarover aan dat dat geen relevant zicht biedt op de mogelijkheden en variatie binnen de grote aandachtsgroep. De trajecten geven volgens de medewerkers een beter beeld van de mogelijkheden van de inwoners.

 De verschillende programma’s en projecten zijn vrij beschikbaar voor medewerkers om in te zetten bij iedere doelgroep en dat is afdoende en te managen door de medewerkers.  De wijze van registreren van de instrumenten maakt het niet mogelijk om op basis van de administratie uitspraken te doen over het effect van specifieke instrumenten of projecten. Wel is het mogelijk om het resultaat van de ingezette trajecten in beeld te brengen. Van de trajecten kan op basis van de administratie in beeld gebracht worden op

13

7

welke termijn mensen uitstromen of in welke mate mensen stijgen op de participatieladder. De gemeente heeft goed zicht op de doelgroep en onderhoudt contact met hen - de registraties kloppen met de praktijk en laten geregeld contact en aanpassingen in het systeem zien. De werkgevers werken uit maatschappelijke verantwoordelijkheid mee en zijn tevreden over de inzet van de gemeente. Ze hebben realistische verwachtingen van de doelgroep. Als het gaat om de resultaten m.b.t. uitstroom, is de invloed van de gemeente beperkt. De belangrijkste redenen voor instroom/uitstroom zijn niet te beïnvloeden door de gemeente. Maar een klein deel van de uitkeringsgerechtigden kan makkelijk doorstromen naar werk - van de 526 inwoners in het bestand zijn tussen 2019 en 2022 80 inwoners uitgestroomd naar werk. De inzet van de gemeente heeft wel effect, er is uitstroom en iets meer dan een derde van de inwoners stijgt op de participatieladder en doet dus meer mee in de maatschappij.

2. Gebruik de in de administratie beschikbare gegevens op een dusdanige manier dat er meer zicht wordt verkregen op de behaalde resultaten. Wanneer je resultaten van trajecten of verschuiving van trede op de participatieladder bijhoudt is het inzicht in wat je bereikt met de gemeentelijke inzet groter dan wanneer je kijkt naar resultaten per doelgroep. Daarbij raden we aan doelen in termen van percentages per traject, verschuiving van trede op de participatieladder of termijn van uitstroom te formuleren. 3. Geef het college de opdracht om medewerkers in te zetten passend bij de doelen die zijn geformuleerd op het gebied van contact en begeleiding van de inwoners passend bij het traject waarin ze zijn ingedeeld.

Aanbevelingen

De rekenkamercommissie komt op basis van het onderzoek tot de volgende aanbevelingen voor de gemeenteraad: 1. Formuleer realistische doelen, passend bij het idee dat de participatiewet minder over werk en meer over sociale activering gaat. Heroverweeg daarbij de indeling in doelgroepen. Ons inziens is een indeling in trajecten nuttiger en geeft beter inzicht in het participatievermogen van het bestand inwoners met een bijstandsuitkering.

14

Bijlage 1 - Benchmark Ooststellingwerf vs Weststellingwerf

uitstromen naar werk, dan blijf je ook langer in de uitkering dan in Ooststellingwerf.

De vergelijking tussen Ooststellingwerf en Weststellingwerf biedt een aantal interessante inzichten. Ooststellingwerf heeft actueel en samenhangend beleid en een heldere monitoring van de gestelde doelen waar de raad informatie over ontvangt. In Weststellingwerf is het beleid niet meer actueel en zijn er nieuwe doelen gevonden in uitvoeringsdocumenten, de raad ontvangt over de doelen en doelbereiking geen informatie. De uitvoering is wel weer goed doordacht en strak ingeregeld: per profiel zijn er in te kopen instrumenten. Hoewel de beleidskwaliteit in Ooststellingwerf goed is, is de gekozen indeling in doelgroepen minder relevant als het gaat om het meten van resultaten van de doelgroep. In Weststellingwerf is de indeling in profiel wel een goede voorspeller van de te verwachten resultaten. Hoewel de beide gemeenten elkaar op succes niet veel ontlopen, zijn er wel wat verschillen zichtbaar. Ooststellingwerf boekt de meest positieve resultaten bij de aandachtsgroep, Weststellingwerf bij de doelgroep naar werk. Ooststellingwerf heeft een doelgroep die gemiddeld lager scoort op de participatieladder. Vanuit de visie op samenleven zetten de medewerkers in op contact met alle inwoners. Die aandacht betaalt zich uit in resultaat bij de doelgroep die laag op de participatieladder staat.

Bij Weststellingwerf wordt er sterk ingezet op contact met werkgevers en worden veel instrumenten ingezet bij de doelgroep naar werk. Er is een hogere doorstroom: er stromen meer mensen in, maar als ze met ondersteuning kunnen werken zijn ze er sneller weer uit. Kun je niet

15

Gemeente Ooststellingwerf

Gemeente Weststellingwerf

 Recente beleidsdocumenten over participatie met heldere doelen  Heldere lijn van beoogd effect, doelen, inspanning, indicatoren en streefcijfers

 Geen actueel en samenhangend beleid voor participatie  In uitvoeringsdocumenten zijn doelen te vinden, deels voorzien van indicatoren en streefcijfers

 Monitor Sociaal Domein twee keer per jaar  Informatie aan de hand van de doelen  Niet alle doelen zijn meetbaar

 Monitor Sociaal Domein twee keer per jaar  Informatie sluit niet aan op de doelen  Informatie geeft geen zicht op effecten

 Maatwerk door medewerkers  Registratie beperkt aantal instrumenten  Inkoop op basis van wenselijkheid  Indeling in drie doelgroepen: aandachtsgroep, doorstromer, kansrijk  Indeling is geen voorspeller voor inzet of resultaat  Inzet op contact met de hele doelgroep  Uitstroom naar werk is minder hoog  Stijging op de participatieladder bij alle doelgroepen

 Maatwerk door medewerkers  Registratie van veel instrumenten/trajecten  Inkoop strak geregeld, voorziening per profiel  Indeling in vijf profielen: naar werk, op weg naar werk, in beweging (werk), in beweging en actief, beschut werk  Indeling is een goede voorspeller voor inzet en resultaat  Minder registraties en minder contact met een deel van de doelgroep  Positieve resultaten bij de uitstroom naar werk  Stijging op de participatieladder minder sterk 16

Bijlage 2 - Monitor sociaal domein Doelen uit Doe Agenda B 20212024

Monitor SD (eerste helft 2022)

Cohortstudie Parma Groep

B1. We plaatsen jaarlijks minimaal 20 kansrijken, 50 doorstromers en 30 uit de aandachtsgroep (BAB) en creëren minimaal 15 werkervaringsplekken binnen onze eigen organisatie.

Getoond: aantal uitkeringsgerechtigden in de P-wet per jaar, peildatum 30-6-2022: 480.

Op 1-1-2019 waren er 526 uitkeringen met een hoofdkostwinner. 26 hoofdkostwinners daarvan zijn geplaatst in de groep kansrijk, 94 in doorstromer, 345 in aandachtsgroep. Van 61 uitkeringen is geen doelgroep geregistreerd.

Opmerking: De absolute aantallen bijstandsgerechtigden (kansrijk, doorstromers, aandachtsgroep) dat is uitgeplaatst kunnen we op dit moment helaas niet vermelden. Het is namelijk zo dat we (nog) geen onderscheid kunnen maken tussen mensen die een uitkering hebben en kansrijk zijn en mensen die nog in onze systemen zitten die geen uitkering meer hebben maar werken met loonkostensubsidie (LKS). Deze groepen staan allebei op trede 6 en geeft hierdoor een vertekend beeld. Er wordt nog aan gewerkt in dit apart in beeld te krijgen.

80 hoofdkostwinners van de 526 uitkeringen zijn uitgestroomd naar werk in de periode 1-1-2019 tot 1-11-2022 (bijna 4 jaar). 17 hoofdkostwinners zijn uitgestroomd met de reden 'oorzaak bij partner' (wat werk van de partner zou kunnen zijn). De 80 hoofdkostwinners die zijn uitgestroomd naar werk in bijna 4 jaar zijn als volgt ingedeeld: kansrijk (15), doorstromer (26), aandachtsgroep (31) en geen registratie (8).

17

Doelen uit Doe Agenda B 20212024

Monitor SD (eerste helft 2022)

Cohortstudie Parma Groep

B2. In de jaren 2020-2024 is er jaarlijks 10% minder instroom naar de bijstand.

Getoond: aantal inwoners dat instroomt in de P-wet, peildatum 30-6-2022

Geen data over instroom

Instroom is 147 (2019), 133 (2020), 116 (2021) en 43 (eerste helft 2022) Conclusie: We zien in lijn met de landelijke ontwikkelingen dat het aantal uitkeringsgerechtigden (Pwet) weer is gedaald en de instroom in de bijstand is relatief laag door de gunstige arbeidsmarktsituatie. Er zijn nu voor het vierde jaar op rij minder inwoners waaraan we bijstand verstrekken. Dat betekent dat mensen die dat kunnen, deelnemen aan de arbeidsmarkt.

B3. Van de inwoners die uitstromen uit de bijstand – P-wet naar werk blijft 90% minimaal een half jaar uit de bijstand.

Getoond: percentage uitstromers naar werk dat minimaal een half jaar uit de bijstand blijft

B4. Werkgevers weten met één druk op de knop alle arbeid gerelateerde regelingen en voorzieningen te vinden.

De acties om dit doel te bereiken zijn afgerond, dus werkgevers kunnen de regelingen met één druk op de knop vinden. Er is nog geen gestructureerde wijze van tevredenheidsmeting onder werkgevers. Daardoor hebben we hierover op dit moment geen gegevens.

Geen data over herinstroom

90,1% (2019), 92,1% (2020), 96% (2021) n.v.t.

18

Doelen uit Doe Agenda B 20212024

Monitor SD (eerste helft 2022)

Cohortstudie Parma Groep

B5. Alle bijstandsgerechtigden zijn in beeld en we kennen hun positie op de participatieladder.

Getoond: samenstelling van het totale bestand, aantal kansrijken (K), doorstromers (D) en aandachtsgroep (A) t.o.v. de gehele groep.

Van het gehele cohort 2019 (526) isvan 461 uitkeringen (88%) zowel de doelgroep als de trede op de participatieladder geregistreerd.

In de tabel staat verder dat K overeenkomt met trede 5 en 6, D met 3 en 4 en A met 1 en 2

Op 1-11-2022 waren 286 van de 526 uitkeringen nog niet uitgestroomd. Bij 31van deze uitkeringen (11%) is geen trede op de participatieladder geregistreerd.

K 6% D 25% A 69% (2018) K 28% D 34% A 38% (2021) K 36% D 31% A 33% (eerste helft 2022) Conclusie: We zien binnen de groep uitkeringsgerechtigden de gewenste verschuiving op de participatieladder. De aandachtsgroep, trede 1 en 2, daalt gestaag en zit medio 2022 op 36 % (eind 2021 nog 38 %). De groep die naar vermogen participeert groeit. 31 % van de bijstandsgerechtigden neemt deel aan maatschappelijke activiteiten of doet vrijwilligerswerk (doorstromers) en 33 % heeft betaald werk met of zonder begeleiding (kansrijken). In deze laatste groep zitten ook de mensen die gesubsidieerd aan het werk zijn. Die verstrekken we geen uitkering maar wel een loonkostensubsidie. B6. Alle bijstandsgerechtigden hebben een voorziening richting sociale activering en/of werk.

Geen gegevens

Van de kansrijken bevindt 67% zich op trede 5 of 6 Van de doorstromers bevindt 42% zich op trede 3 of 4 Van de aandachtsgroep bevindt 45% zich op trede 1 of 24 De laatst geregistreerde doelgroep van het cohort 2019: K 6% D 20% A 74%

Geen gegevens

4 Het is een wens van de uitvoering om de tredes apart in beeld te kunnen brengen omdat dit recht doet aan hun inzet.

19

Doelen uit Doe Agenda B 20212024

Monitor SD (eerste helft 2022)

Cohortstudie Parma Groep

B7. Alle bijstandsgerechtigden maken, naar vermogen, stappen op de participatieladder.

Getoond: aantal inwoners dat uitstroomt uit de participatiewet (peildatum 30-06-2022) en reden van uitstroom

Van het cohort 2019 is na 3 jaar en 10 maanden de volgende uitstroom gerealiseerd: Uitgestroomd naar werk: 80 Anders uitgestroomd: 160 Niet uitgestroomd: 286

Uitstroom: 135 (2019), 122 (2020), 136 (2021), 49 (eerste helft 2022) Reden uitstroom is arbeid in dienstbetrekking: 39 (2020), 46 (2021), 8 (eerste helft 2022)

Van het cohort 2019 is de volgende beweging op de participatieladder geregistreerd: Geen gegevens of 1 registratie: 173 (33%) Daling op de ladder: 87 (17%) Gelijk op de ladder: 78 (15%) Gestegen op de ladder: 188 (36%)

20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Ooststellingwerf&id=6e03ddc6-fb56-433b-84f1-e53b2dcc905b