CConstaterende datOoststellingwerf
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Ruimtelijke onderbouwing Oppervlakte bijgebouwen Wester Es 6

Raadsvergadering 20 juni 2023, gemeente OoststellingwerfBij agendapunt: Ontwerp vvgb voor de bouw en/of het gebruik van (bij)gebouwen en overkappingen aan de Wester Es 6 te Appelscha17.211 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ruimtelijke onderbouwing voor afwijking van oppervlakte aan bijgebouwen Wester Es 6 te Appelscha, Gemeente Ooststellingwerf

Procedure op grond van artikel 2.12, lid 1 onder a sub 3° van Wabo voor het verlenen van een projectafwijkingsbesluit ten behoeve van het vergunnen van een grotere oppervlakte aan bijgebouwen op perceel Wester Es 6 te Appelscha

o • o

concept ontwerp vastgesteld

IDN-code Auteur Datum

: NL.IMRO.0085.OVWesterEs6.ON01 : E.Huizinga : 18 november 2022

Inhoud 1 Inleiding 1.1 Algemeen 1.2 Ligging van projectlocatie 1.3 Beschrijving van project 1.4 Vigerend bestemmingsplan en afwijking

3 3 4 5 16

2 Beleidskader 2.1 Rijksbeleid 2.2 Provinciaal beleid 2.3 Gemeentelijk beleid

18 18 19 21

3 Planologische- en omgevingsaspecten 3.1 Bodemkwaliteit 3.2 Waterkwaliteit 3.3 Luchtkwaliteit 3.4 Geluid 3.5 Natuur, Flora en fauna 3.6 Cultuurhistorie en archeologie 3.7 Mobiliteit en infrastructuur 3.8 Externe veiligheid

23 23 24 26 27 28 31 32 32

4 Economische uitvoerbaarheid

34

5 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

35

6 Conclusies

36

Bijlagen - Watertoets projectlocatie Makkinga I 358 te Appelscha, gemeente Ooststellingwerf, Wetterskip Fryslân, dossiercode 0008815, d.d. 25 november 2022 - Voortoets Checklist VT 1 Natura 2000 projectlocatie op Makkinga Sectie I Perceel 358 te Appelscha, gemeente Ooststellingwerf, d.d. 25 november 2022 - Quickscan flora en fauna projectlocatie op Wester Es 6 te Appelscha, gemeente Ooststellingwerf, Flora & Fauna Van der Galiën, d.d. 17 april 2023 - Aerius calculator resultaten Bouwfase op projectlocatie Makkinga I 358 te Appelscha, gemeente Ooststellingwerf

Ruimtelijke onderbouwing Afwijking oppervlakte bijgebouwen Wester Es 6

2

1

Inleiding

1.1 Algemeen Het perceel Wester Es 6 te Appelscha, kadastraal bekend als gemeente Makkinga sectie I perceel 358, is gelegen aan de rand van het dorp Appelscha. Het perceel heeft een oppervlakte van 2560m2 en valt onder het bestemmingsplan ‘Appelscha-Boerestreek’. Het perceel behoort met deze oppervlakte tot één van de grootste percelen binnen dit bestemmingsplan met de bestemming ‘Woongebied’. Het perceel ligt met slechts 60 meter afstand van de grens, nog net binnen de bebouwde kom van het dorp. Van oudsher heeft het perceel een invulling gehad als kleine boerderij; Het perceel heeft dan ook eigenlijk het karakter, de uitstraling en de oppervlakte die hiervoor kenmerkend zijn. Het gehele perceel van 2560m2 is aangemerkt als woongebied. Er is geen bouwvlak ingetekend voor het perceel. Op het zuidelijk deel van het perceel, grenzend aan de straat Wester Es, staat het hoofdgebouw. Het hoofdgebouw heeft een woonfunctie. In het achtererfgebied staat momenteel een houten bijgebouw als schuur met een oppervlakte van 56,7m2. Verder staat in het achtererfgebied nog een klein houten bijgebouw van 19,2m2, welke als sanitaire voorziening dient voor de camperplaatsen. Het noordelijk deel van het perceel is ingericht met camperplaatsen, bekend onder de naam Camperplaats Appelscha.

Ook het naastgelegen perceel (Makkinga sectie I 1095) met een oppervlakte van 4400m2 is in eigendom en ingericht met camperplaatsen. Binnen dat perceel is ook een grote strook bossingel (afschermende functie) aanwezig. De inrichting van beide terreinen biedt ruimte tot maximaal 30 camperstandplaatsen. Camperplaats Appelscha vervult een belangrijke rol in het aanbod van camperstandplaatsen voor overnachtingen met de camper in de regio en in het bijzonder voor Appelscha. Bij elkaar genomen betreft dit 6960m2 aan terrein. Mede door dit grote oppervlak en de bijzondere inrichting ervan vraagt dit meer onderhoud, middelen en aandacht dan een ‘standaard’ (woon)perceel binnen het bestemmingsplan. Waardoor ook meer oppervlakte benodigd is voor opslag, werkruimte, onderhoud, machines, transportmateriaal etc. Daarnaast mogen ook enkele kleine voorzieningen niet ontbreken voor de gasten, zoals de (bestaande) sanitaire voorziening en een (geplande) kleine overkapping boven een picknicktafel. Het huidige houten bijgebouw (de schuur) is in zeer slechte staat en is niet toereikend om voldoende werk- en opslagruimte te bieden. Huidige ruimte wordt volop gebruikt, waardoor veel standaard materialen als auto’s, motoren, fietsen ed ook geen plek vinden. Uit nood staan veel materialen buiten opgeslagen in/naast een 3-tal metalen opslagcontainers.

De materialen (zowel voor privé als camperplaats) kunnen niet allemaal droog worden opgeslagen en gaan hierdoor hard achteruit. Het geeft een rommelig beeld naar de omgeving, ook naar gasten van de camperplaats. Hiertoe is gekeken om een oplossing te vinden in het vervangen en verplaatsen van het huidige bijgebouw (houten schuur) en het toevoegen van extra oppervlakte aan bijgebouwen. Met de beoogde ontwikkeling wijkt de totale oppervlakte aan bijgebouwen af van gestelde regels in het vigerende bestemmingsplan 'Appelscha - Boerestreek'. Gemeente Ooststellingwerf is bereid om via een omgevingsvergunning voor planologisch strijdig gebruik met toepassing van een projectafwijkingsbesluit ex. artikel 2.12, lid 1 onder a onder 3° van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (WABO) medewerking te verlenen aan de realisatie van de grotere oppervlakte aan bijgebouwen en het gebruik van (een deel van) de bijgebouwen voor gebruik ten behoeve van de camperplaats. Ruimtelijke onderbouwing Afwijking oppervlakte bijgebouwen Wester Es 6

3

Als onderdeel van de genoemde procedure, ten behoeve van de omgevingsvergunning, is deze ruimtelijke onderbouwing opgesteld. Hierin zijn de beleidsmatige en ruimtelijk-stedenbouwkundige afwegingen meegenomen en verwoord. Op grond van artikel 2.12, lid 1 onder a onder 3° van de Wabo dient het project in overeenstemming te zijn met een goede ruimtelijke ordening. Uit onderstaande ruimtelijke onderbouwing kan worden opgemaakt dat hiervan sprake is.

1.2 Ligging van projectlocatie De projectlocatie is gelegen aan de westelijke zijde van het dorp Appelscha. Het perceel is gelegen aan de rand van het dorp, nog net binnen de bebouwde kom. De projectlocatie maakt deel uit van het perceel Makkinga sectie I perceel 358. De projectlocatie en haar directe omgeving wordt aangemerkt als 'gemengd gebied'. Het perceel is aan oost- en westzijde omringt door bebouwing. Voor de realisatie van de beoogde bijgebouwen zal plaatsvinden in het achtererfgebied. Dit gedeelte van de projectlocatie grenst niet direct aan hoofdgebouwen met woonfunctie van andere omliggende percelen. De projectlocatie is vanaf de doorgaande wegen (Bruggelaan, Wester Es, Noorder Es, Boerestreek) geheel uit het zicht onttrokken. Het achtererfgebied is aan de oost-, noord- en westzijde volledig omsloten door afschermende beplanting. Aan de oostzijde is dit in de vorm van een brede boswal, aan de westzijde is dit een aardewal met daarop een afschermde beplanting. De projectlocatie grenst op géén van de windrichtingen aan vrij toegankelijk gebied.

Kaart met ligging van projectlocatie (aangegeven met rood kader)

Ruimtelijke onderbouwing Afwijking oppervlakte bijgebouwen Wester Es 6

4

Uitsnede kaart ‘Bestemmingsplan Appelscha – Boerestreek’ met betreffend perceel en projectlocatie (rood kader)

1.3

Beschrijving van project

Opzet Onderhavig plan voorziet in de realisatie van bijgebouwen op het perceel Makkinga I 358, welke zullen worden geplaatst in het achtererfgebied. De bestaande houten schuur, direct aan achterzijde woning, zal geheel komen te vervallen. Er zal een nieuwe schuur (206,9m2) worden geplaatst aan de oostzijde van het perceel, zodat hiermee ruimte ontstaat achter de woning voor een toekomstige uitbreiding. Naast de nieuwe schuur zal een overkapping/carport (52,3m2) worden geplaatst. In het tuingedeelte zal een tuinhuis met overkapping (41m2) komen. Ten behoeve van de campergasten is er al een klein houten sanitair gebouw (19,2m2) op het terrein aanwezig. Deze zal behouden blijven. Er zal nog een kleine overkapping (18,5m2) komen ter plekke van de picknicktafel, zodat ook met slechter weer beschutting kan worden gezocht door de gasten. Met het ontwerp van de schuur is rekening gehouden om direct een duurzaamheidsslag te kunnen slaan. Zo is gekozen voor goed geïsoleerde constructie en is met de afmetingen van het dakvlak en de dakhelling (30 graden) geprobeerd goede efficiëntie voor PV-zonnepanelen te behalen.

Ruimtelijke onderbouwing Afwijking oppervlakte bijgebouwen Wester Es 6

5

Het stroomverbruik van de camperplaats is hoog en kan met het plaatsen van zonnepanelen (voor een groot gedeelte) worden opgevangen. In de zomerperiode is er hoge bezetting, wanneer ook de zonnepanelen hun grootste opbrengst behalen. Het aanwezige dakvlak van de bijgebouwen zal hiermee duurzaam ingezet worden. Er is nadrukkelijk aandacht besteed aan het ontwerp, invulling en materiaalgebruik. Het sluit als geheel aan op het hoofdgebouw, reeds bestaande bouwwerken (zoals de sanitaire voorzieningen) en de directe omgeving. Met gekozen posities van de bijgebouwen in het achtererfgebied, zullen deze niet grenzen aan een hoofdgebouw/woning van naastgelegen percelen. Ook staan de gebouwen los van vrij toegankelijk gebied. Alle zijden zijn afgeschermd met afschermend groen.

Bestaande situatie Binnen het perceel Makkinga sectie I perceel 1095 bevindt zich een hoofdgebouw met woonfunctie. Deze heeft een oppervlakte van 87,8 m2 en is gesitueerd aan de zuidzijde van het perceel. (De oppervlakte en inhoud van de woning is enigszins beperkt en zal in de toekomst daarom nog worden uitgebreid richting de noordzijde, richting het achtererfgebied. Dit zal via een separate omgevingsvergunning worden afgewikkeld.)

Ruimtelijke onderbouwing Afwijking oppervlakte bijgebouwen Wester Es 6

6

Huidige situatie

Hoofdgebouw met woonfunctie

Ruimtelijke onderbouwing Afwijking oppervlakte bijgebouwen Wester Es 6

7

Op een afstand van 9,5m van de achterzijde woning staat een houten schuur van 5,2m x 10,9m (56,7m2). De schuur verkeert in een bouwtechnisch slechte staat. Binnenin de schuur is een klein oppervlak ingericht als werkhoek met een werkbank, overige ruimte dient voor opslag van materialen. De houten schuur zal komen te vervallen en ruimte maken voor tuin, waarmee de tuin aansluit op de achterzijde van de woning. Wegens het gebrek aan goede opbergruimte zijn veel materialen opgeslagen in/naast 3 stalen containers die achter de schuur zijn geplaatst. Veel materialen zijn hierdoor slecht beschermd. Daarnaast is het beeld hierdoor ‘rommelig’ en is dit deel van het erf noodzakelijk afgeschermd met zichtschermen, zodat het materiaal niet zichtbaar is vanaf de camperplaats.

Schuur voorzijde + achterzijde

Materiaal in/naast containers

Op het gedeelte van het achtererfgebied waar de camperplaatsen zijn ingericht staat een klein sanitair gebouw (incl. overstek) als voorziening voor de gasten. Dit gebouw heeft een (verticaal geprojecteerd) oppervlak van 19,2m2.

Ruimtelijke onderbouwing Afwijking oppervlakte bijgebouwen Wester Es 6

8

Sanitairgebouw (bestaand)

Ruimtelijke onderbouwing Afwijking oppervlakte bijgebouwen Wester Es 6

9

Toekomstige situatie In de toekomstige situatie zal de houten schuur volledig komen te vervallen. Aan de oostzijde zal een nieuwe schuur (#2) worden gebouwd met een afmeting van 17mx12m (204m2). Direct naast de schuur komt een vrijstaande overkapping/carport (#1) van 52m2. In de tuin wordt een tuinhuis met overkapping (#3) geplaatst, deze dient als een zithoek in de tuin. Het kleine sanitairgebouw (#4) blijft bestaan en ongewijzigd. Op het terrein van de gasten zal bij de picknickbank een overkapping/prieel (#5) worden geplaatst.

Inpassing van toekomstige situatie

Voorgenomen bijgebouwen/overkappingen zullen in het achtererfgebied worden gebouwd met voldoende afstand tot openbaar toegankelijk gebied, zoals weergegeven in de inpassings-tekening. Verder voldoen de geplande bouwwerken aan alle overige bouwregels die zijn opgenomen in het bestemmingsplan. Uit de meegeleverde tekeningen en impressies mag worden afgeleid dat de bijgebouwen/overkappingen een nette en luxe uitstraling krijgen. Er komen immers ook gasten op ons privé-terrein, welke uitzicht hebben op deze bebouwing. Alle nieuwe bijgebouwen zullen uit kwalitatief goede materialen worden vervaardigd. Het geheel is passend in de omgeving en heeft een landelijke uitstraling, daarbij zoveel mogelijk met hout of houtlook afwerking.

Ruimtelijke onderbouwing Afwijking oppervlakte bijgebouwen Wester Es 6

10

Waar mogelijk is het ontwerp duurzaam en afgestemd op toekomstig gebruik. Het dakvlak van de schuur (gericht op zuid-west) wordt benut om PV-zonnepanelen te plaatsen. Hiermee kan een groot gedeelte van het stroomverbruik, voornamelijk grootverbruik door de camperplaats, duurzaam worden opgewekt. Rondom is de constructie van de schuur goed geïsoleerd. Het geheel mag worden gezien als een kwalitatieve verbetering, wat aansluit op de bestaande uitstraling van het perceel/bebouwing en de invulling hiervan.

Bijgebouw 1 Type bouwwerk

Overkapping (vlak)

Buitenwerkse afmeting

6,94 x 7,54 m

Oppervlakte

52,33 m2

Bouwhoogte

3,08 m

Materiaalgebruik

Houtwerk

Benodigd voor invulling

- 2 Voertuigen/aanhanger - Haardhout opslag (achterzijde)

Getoonde afbeelding/tekening

- 3D - Aanzichten

Ruimtelijke onderbouwing Afwijking oppervlakte bijgebouwen Wester Es 6

11

Bijgebouw 2 Type bouwwerk

Bijgebouw Schuur (Stijl ‘Drentse schuur’)

Buitenwerkse afmeting

17,1 x 12,1 m

Oppervlakte

206,9 m2

Bouwhoogte

6,74 m

Materiaalgebruik

Staalconstructie, geïsoleerde sandwichpanelen met houten potdekselprofiel afwerking (als Drentse schuur). Dak: geïsoleerde dakpanprofielplaten (antraciet)

Benodigd voor invulling

- Werkruimte/werkplaats (=1 spantvak) met werkbank, gereedschappen etc -Opslagruimte met ruimte voor oa stelling, motoren, fietsen, aanhangers, kipper, maaier, grondfreesmachine, mobiele kraan/werktuig, palletwagen, trilplaat, kruiwagens, schoonmaakkast/middelen, tuingereedschappen, voertuigen etc.

Getoonde afbeelding/tekening

- 3D - Aanzichten

Ruimtelijke onderbouwing Afwijking oppervlakte bijgebouwen Wester Es 6

12

Bijgebouw 3 Type bouwwerk

Overkapping (tuin)

Buitenwerkse afmeting

9,26 x 4,4 m

Oppervlakte

40,75 m2

Bouwhoogte

3,75 m

Materiaalgebruik

Houtwerk

Benodigd voor invulling

- Overkapping, gedeelte tuinterras - Opbergruimte (afgesloten) voor kleine tuingereedschappen, tuinset / kussens, bbq etc.

Getoonde afbeelding/tekening

- Impressiefoto beoogd resultaat (standaard bouwpakket) - Afmeting tekening plattegrond

Ruimtelijke onderbouwing Afwijking oppervlakte bijgebouwen Wester Es 6

13

Bijgebouw 4 Type bouwwerk

Bijgebouw (sanitaire voorziening)

Buitenwerkse afmeting

4,8 x 4 m

Oppervlakte

19,2m2

Bouwhoogte

3,0 m

Materiaalgebruik

Houtwerk

Benodigd voor invulling

- Informatievoorziening - Toiletten - Douches - Wastafel - Urinoir - Technische installatie

Getoonde afbeelding/tekening

Foto’s bestaande situatie, reeds aanwezig

Ruimtelijke onderbouwing Afwijking oppervlakte bijgebouwen Wester Es 6

14

Bijgebouw 5 Type bouwwerk

Overkapping

Buitenwerkse afmeting

4,3 x 4,3 m

Oppervlakte

18,5 m2

Bouwhoogte

3,5 m

Materiaalgebruik

Houtwerk

Benodigd voor invulling

Overkapping / prieel boven picknickbank op camperplaats terrein

Getoonde afbeelding/tekening

- Impressiefoto van beoogd resultaat (standaard bouwpakket) - Foto van locatie

Ruimtelijke onderbouwing Afwijking oppervlakte bijgebouwen Wester Es 6

15

1.4

Vigerend bestemmingsplan en afwijking

De projectlocatie is planologisch-juridisch geregeld in het bestemmingsplan 'Appelscha-Boerestreek', vastgesteld op 17 september 2013 door de raad van Gemeente Ooststellingwerf. Op onderstaande uitsnede van de bij het bestemmingsplan behorende plankaart is de projectlocatie rood omlijnd.

Uitsnede plankaart bestemmingsplan 'Appelscha-Boerestreek', projectlocatie rood omlijnd

Het betreffende perceel in dit bestemmingsplan heeft de bestemming 'Woongebied'. Volgens artikel 12 van het bestemmingsplan 'Appelscha-Boerestreek' zijn op deze gronden de volgende bouwregels van toepassing met betrekking tot bijbehorende bouwwerken: 12.2 Bouwregels Het bouwen op de gronden met de bestemming 'Woongebied' is aan een aantal regels gebonden. 12.2.1 Gebouwen en overkappingen De totale oppervlakte aan gebouwen en overkappingen mag maximaal 50% van het bouwperceel bedragen. Deze oppervlakte is inclusief de oppervlakte van bestaande of nieuw te bouwen bijbehorende bouwwerken en exclusief de vrijstaande bijbehorende bouwwerken. 12.2.3 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken, niet zijnde overkappingen, bij woningen gelden de volgende regels: a. de gezamenlijke oppervlakte is maximaal: 1. 100 m² bij een bouwperceel met een oppervlakte die niet groter is dan 500 m2 ; 2. 125 m2 bij een bouwperceel met een oppervlakte die groter is dan 650 m2 ; 3. 150 m2 bij een bouwperceel met een oppervlakte die groter is dan 800 m2 ; b. de goothoogte is maximaal 3,50 meter. Ruimtelijke onderbouwing Afwijking oppervlakte bijgebouwen Wester Es 6

16

12.2.4 Overkappingen Voor het bouwen van overkappingen bij woningen gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte is maximaal 6,00 meter; b. de gezamenlijke oppervlakte per perceel is maximaal 30 m², tenzij de bestaande oppervlakte groter is, in welk geval de bestaande oppervlakte als maximum geldt.

Het perceel Makkinga I 358 heeft een totale oppervlakte van 2560m2. Het gehele kadastrale perceel is als bouwperceel aangemerkt, waarmee dus ook het bouwperceel 2560m2 groot is. Volgens artikel 12.2.1 mag van dit bouwperceel maximaal voor 50% worden bebouwd, wat zou resulteren in 1280m2 aan bebouwing. Een bouwwerk met een dak is altijd óf een hoofdgebouw óf een bijgebouw (volgens de Wabo/Bor), waardoor de bouwmogelijkheden uit artikel 12.2.1 voor het perceel weer ingeperkt worden door de artikelen 12.2.2 t/m 12.2.4 van het bestemmingsplan. De te realiseren bijgebouwen zijn deels ten behoeve van de camperplaats waardoor deze niet passen in het gebruik van de woonbestemming. Het totale oppervlakte aan bijgebouwen wordt 299m2, waar maximaal 150m2 op grond van artikel 12.2.3, sub a, onder 3 van het bestemmingsplan is toegestaan. Ten aanzien van de overkappingen wordt 71m2 aangevraagd, waar op grond van het bestemmingsplan 30m2 is toegestaan. Onderstaand is een overzicht opgenomen van de oppervlaktes van de bijgebouwen en overkappingen.

Overzicht Bijgebouw/bijbehorend bouwwerken huidige + nieuwe bebouwing: Nieuwe schuur deels t.b.v. materieel camperplaats, deels privé = 206,9m2 (# 2) Nieuwe tuinhuis (met overkapping) privé = 40,75m2 (# 3) Bestaande sanitairgebouw/receptiezuil = 19,2m2 (# 4) Bestaande aanbouw aan de woning = 32m2 Totaal afgerond: 299 m2. Afwijking van 149m2

Overkappingen: Nieuwe overkapping privé= 52,3m2 (# 1) Overkapping picknickplaats camperplaats= 18,5 m2 (# 5) Totaal afgerond: 71m2 . Afwijking van 41m2

Om het voorliggende plan planologisch-juridisch mogelijk te maken dient een omgevingsvergunning met een goede ruimtelijke onderbouwing (van de planologische wijziging) conform artikel 2.1, eerste lid, onder c./2.12, eerste lid, onder a., sub 3° Wabo verleend te worden.

Ruimtelijke onderbouwing Afwijking oppervlakte bijgebouwen Wester Es 6

17

2

Beleidskader

Voor een beoordeling van het project zal in het kort worden ingegaan op het vigerend ruimtelijk beleid in het algemeen. Hierbij zal aansluiting worden gezocht bij het Rijksbeleid, Provinciaal beleid en Gemeentelijk beleid.

2.1 Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De ruimtelijke structuurvisie op rijksniveau betreft de Nationale Omgevingsvisie (NOVI), als vastgesteld op 11 september 2020. De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. In de NOVI wordt door het Rijk een langetermijnvisie, richting 2050, gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Geconcludeerd wordt dat Nederland staat voor een aantal urgente complexe maatschappelijke opgaven, op zowel lokaal, regionaal, nationaal als internationaal niveau. De NOVI beoogt perspectief te bieden om deze opgaven in gezamenlijkheid, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, aan te pakken, met regie vanuit het Rijk. Het kernbegrip is daarbij ‘omgevingskwaliteit’, betreffende ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. Met daarbij inachtneming van maatschappelijke waarden en inhoudelijke normen voor bijvoorbeeld gezondheid, veiligheid en milieu. Met een integrale samenwerking en met steeds een zorgvuldige afweging van belangen wordt gewerkt aan de 4 nationale prioriteiten: -Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; -Een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel; -Sterke en gezonde steden en regio’s; -Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Onderhavige ontwikkeling is als kleinschalig aan te merken, in verhouding tot de prioriteiten en ambities uit de NOVI. Gelet op het schaalniveau van het voornemen (perceelsniveau) is een nadere toetsing niet aan de orde.

Binnen het rijksbeleid kan nog worden gekeken vanuit het instrument ‘Ladder voor Duurzame Verstedelijking’, welke is opgenomen in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Er geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, de Ladder voor duurzame verstedelijking is daarom niet van toepassing.

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bieden de juridische kaders die nodig zijn om het ruimtelijk rijksbeleid als benoemd in de NOVI te borgen. De onderwerpen uit deze wettelijke regelingen dienen beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op decentraal niveau. Met het voornemen zijn geen nationale belangen of nationaal aangewezen gebieden gemoeid. Er zijn dus geen relevante regels uit het Barro van toepassing. Ruimtelijke onderbouwing Afwijking oppervlakte bijgebouwen Wester Es 6

18

2.2 Provinciaal beleid Verordening Romte Fryslân 2014 Het ruimtelijk relevant beleid en de daarbij behorende regels van de provincie Fryslân zijn vastgelegd in de Verordening Romte Fryslân 2014. Deze verordening is door Provinciale Staten op 25 juni 2014 vastgesteld en inwerking getreden per 1 augustus 2014. Binnen de verordening worden door de provincie regels gesteld die ervoor moeten zorgen dat de provinciale ruimtelijke belangen doorwerken in de gemeentelijke plannen. Uitgangspunt is dat de verordening niet meer regelt dan noodzakelijk is. Verder is bij de wijze van regeling rekening gehouden met de verantwoordelijkheid van gemeenten. Binnen randvoorwaarden is ruimte voor lokaal maatwerk. Voor wat betreft het plaatsen van de bijgebouwen kan vanuit de verordening Romte Fryslân 2014 gekeken worden of dit voldoet aan de gestelde regels voor ‘Ruimtelijke kwaliteit’ (Artikel 2.1) en ‘Wonen’ (Artikel 3). Het de voorgenomen afwijkingsbesluit behoeft niet verder getoetst te worden aan de omschrijving van wonen. Het geheel maakt geen onderdeel uit van het omschreven ‘woonplan’. Er worden geen woningen toegevoegd. Er zal slechts een klein deel van het 1430m2 bouwperceel worden toegekend aan bijgebouwen. Verder kan gesteld worden dat met dit plan geen inbreuk wordt gemaakt op de landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten.

Er worden met dit plan geen nieuwe functies toegevoegd. Ook voor de archeologie heeft het geen impact, dit is nader toegelicht onder hoofdstuk 3.6 van deze onderbouwing. Op dit beleidspunt kan worden aangetoond dat aan de gestelde voorwaarde zal worden voldaan. Planologische Ecologische Hoofdstructuur (EHS) In het streekplan is vastgelegd welke gebieden de ecologische hoofdstructuur vormen. De Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is een netwerk van met elkaar samenhangende natuurgebieden met belangrijke (inter)nationale natuurwaarden. De EHS vormt de ruggengraat voor de ontwikkeling van natuur in de provincie. Ecologische verbindingszones (EVZ's) verbinden de grotere natuurgebieden van de EHS met elkaar. Het stelsel loopt door heel Nederland. De planologische EHS begrenst het gebied dat voor natuurontwikkeling in aanmerking komt. Binnen deze begrenzing wordt de daadwerkelijke EHS gerealiseerd. Niet ieder perceel binnen de planologische EHS is dus natuurgebied. Deze uitwerking vindt plaats in natuurbeheerplannen. Ook de Natura 2000-gebieden zijn op de kaarten aangegeven. Natura 2000-gebieden zijn natuurgebieden die onder de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn vallen.

Ruimtelijke onderbouwing Afwijking oppervlakte bijgebouwen Wester Es 6

19

Uitsnede kaart Ecologische Hoofdstructuur (projectlocatie rood omkaderd)

De kaart van Ecologische Hoofdstructuur laat zien dat de projectlocatie (ligging aangegeven met rood kader) niet binnen, of direct naast, een EHS is gelegen. De projectlocatie maakt niet deel uit van een EHS aangewezen gebied. Op een afstand van ongeveer 360 meter ligt de grens van een Natura 2000 gebied. Aangezien de projectlocatie geen deel uitmaakt/aansluit op een EHS gebied, hoeft deze volgens de verordening van Provincie Frylân niet nader te worden beschouwd. Voor perceel Makkinga I 358 is door Flora & Fauna Van der Galiën een ecologische quickscan uitgevoerd. Daarnaast is een voortoets doorlopen in kader van de Natuurbeschermingswet. Uit voorgenoemde onderzoeken komt naar voren dat er met zekerheid gesteld kan worden dat er geen (significante) negatieve effecten zullen plaatsvinden op de kwalificerende waarden. De quickscan en toetsing in kader van de Natuurbeschermingswet zullen nader behandeld worden in hoofdstuk 3.5 van deze ruimtelijke onderbouwing.

'Grutsk op 'e Romte' Provincie Fryslân heeft in haar ontwerp-structuurvisie 'Grutsk op 'e Romte' ook een aantal beleidskaders vastgelegd. Grutsk op ‘e Romte bundelt de waarden op het gebied van landschap en cultuurhistorie (inclusief archeologie en stedenbouw) in een samenhangende waardering en geeft richting aan toekomstige ruimtelijke veranderingen. Binnen deze visie is over het gebied deelgebied 'Zuidelijke Wouden' ook een advies ten behoeve van provinciaal belang afgegeven. Hierin wordt gesteld (Hs 13, provinciaal belang n°7): - Behoud en versterking van de houtwallen, singels, boscomplexen, boombeplanting langs wegen en groene erven, groene tuinen en groene erfscheidingen, die samen een essentieel onderdeel vormen van de landschappelijke structuur. -Respecteren en versterken van de structuur van landgoederen in al zijn onderdelen en van de visuele en ruimtelijke relatie tussen het landgoed en het omliggende landschap: landgoederenbiotoop.

Het voorgenomen plan is geheel passend in dit advies; al het afschermende groen zal worden behouden, waaronder de aanwezige houtwal (buiten projectlocatie gelegen) en groene erfafscheiding. Ook de structuur en relatie van de projectlocatie ten opzichte van het omliggende landschap zal volledig gerespecteerd worden, hier zullen geen wijzigingen in plaatsvinden.

Ruimtelijke onderbouwing Afwijking oppervlakte bijgebouwen Wester Es 6

20

2.3 Gemeentelijk beleid De regels en richtlijnen welke gelden voor de projectlocatie zijn vastgelegd in het bestemmingsplan ‘Appelscha-Boerestreek’. Het plaatsen van bijgebouwen op het perceel volgt de bestemming van ‘Woongebied’ binnen dit bestemmingsplan. In paragraaf 1.4 is ingegaan op het bestemmingsplan en de afwijking. Omgevingsvisie Ooststellingwerf Gemeente Ooststellingwerf heeft een omgevingsvisie opgesteld voor de gemeente (vastgesteld op 23 november 2021). De Omgevingsvisie is de visie van de gemeente op de leefomgeving. De Omgevingsvisie vervangt de gemeentelijke structuurvisie. De Omgevingsvisie laat zien wat het toekomstbeeld is voor de gemeente. Eén van punten die hierin naar voren komt, en betrekking heeft op dit afwijkingsbesluit, is dat gemeente stelt dat een plan moeten passen in het landschap; Het plan voegt geen nieuwe functie toe aan de omgeving en sluit aan op het bestemmingsplan met de aanduiding als ’woongebied’. Aan het ontwerp en materiaalgebruik is volop aandacht besteed, zodat het aansluit op de omgeving. Ook de afdeling Welstand heeft een beoordeling gedaan op het ontwerp, waaruit een positief advies is gekomen. Het plan past bij de ruimtelijke maat en schaal van het gebied, en maatwerk is voor gemeente Ooststellingwerf mogelijk. Verder biedt het plan de mogelijkheid om aan te sluiten op de visie voor duurzaamheid binnen de gemeente.

Zo is nadrukkelijk aangegeven in de omgevingsvisie dat de gemeente inzet op ‘zon op dak’. Een deel van het dakvlak van de schuur zal worden ingezet om zonnepanelen te plaatsen, waarmee een groot deel van het stroomverbruik van de naastgelegen camperplaats kan worden opgewekt. Ook de goed geïsoleerde constructie van de schuur draagt bij in een duurzaamheidsslag. De realisatie van bijgebouwen sluit verder geheel aan bij het gebiedskompas, waarbij het valt onder deelgebied ‘het Drentse Ooststellingwerf’

Bestuursovereenkomst Ontwikkelagenda Appelscha en omstreken Op 29 oktober 2008 is de Bestuursovereenkomst Ontwikkelagenda Appelscha en omstreken ondertekend door de gemeente Ooststellingwerf, het Ministerie van LNV, Staatsbosbeheer, de provincie Fryslân en het Overlegorgaan Nationaal Park Drents Friese Wold. Doel van de bestuursovereenkomst is om de toeristische, recreatieve en natuurontwikkelingsmogelijkheden in en rondom Appelscha te verbeteren. Deze bestuursovereenkomst bestaat uit 11 maatregelen om zowel de recreatie als de natuur ontwikkelruimte in en rondom Appelscha te geven. Het beoogde plan voor de realisatie van bijgebouwen heeft geen invloed heeft op de uitvoering van deze bestuursovereenkomst. Het beoogde plan zal geen nadelige gevolgen hebben.

Collegeakkoord 2022 Vijf fracties in de gemeenteraad hebben hun wethouderskandidaten de ruimte gegeven om met elkaar, in de vorm van een collegeakkoord, de ambities van een nieuw college neer te zetten. In hoofdstuk 2.2 van het collegeakkoord is onderwerp ‘Wonen’ behandeld. Hieruit valt op te maken dat er volop wordt ingezet op bouw van woningen. Hierbij zijn de kaders in stedelijk gebied ruim neergezet en wordt (woning)bouw in stedelijk gebied gestimuleerd. Het plan sluit aan bij het collegeakkoord en kent geen beperkingen voor de realisatie van de bijgebouwen.

Ruimtelijke onderbouwing Afwijking oppervlakte bijgebouwen Wester Es 6

21

Samenwerkingsagenda 2022-2026 In een rapport van de informateurs van 19 april 2022 werd aanbevolen om in de periode 2022-2026 op basis van een raadsakkoord te gaan werken. In vervolg op deze aanbeveling is in de raad overleg gevoerd om te komen tot een document op basis waarvan de samenwerking gestalte kan krijgen. Er is gekozen voor de vorm van een samenwerkingsagenda. Deze samenwerkingsagenda is tot stand gekomen op basis van gesprekken tussen de volgende fracties: OoststellingwerfsBelang, GroenLinks, PvdA, CDA, VVD en D66. In deze agenda is ook het onderwerp ‘Wonen en ruimtelijke ordening’ opgenomen. Dit wordt aangemerkt als een ‘B-onderwerp’ en is terug te vinden onder hoofdstuk 2. Hieruit kan duidelijk worden opgemaakt dat er ruimte moet zijn voor (woning)bouw binnen de gemeente maar dat er een dorps karakter moet blijven bestaan in alle dorpen (vooral met oog op hoogbouw). Met de realisatie van beoogde bijgebouwen zal geheel worden voldaan aan de visie die door de samenwerkingsagenda wordt uitgedragen.

Ruimtelijke onderbouwing Afwijking oppervlakte bijgebouwen Wester Es 6

22

3

Planologische- en omgevingsaspecten

3.1 Bodemkwaliteit In het kader van omgevingsvergunning planologisch strijdig gebruik met toepassing van een projectafwijkingsbesluit moet op basis van artikel 3.1.6. Besluit Ruimtelijke Ordening worden onderzocht of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van de bodem. Volgens de Bodemkaart van Nederland ligt de projectlocatie in een gebied met lemige zandgronden. De bovenste circa 20-30 cm van de bodem is homogeen zwart en matig humeus tot humusrijk. Tussen 40 en 120 cm beneden het maaiveld bevindt zich een zandlaag met en keileemlaag die ten minste 20 cm dik is. Recent uitgevoerde boormonsters in de directe omgeving (100m) van de projectlocatie, welke via DINOloket zijn geraadpleegd, bevestigen dit beeld.

Uitsnede uitkomst bodemkundig onderzoek (bron: DINOloket)

De draagkracht of het draagvermogen van een bodem wordt vooral bepaald door de dichtheid van de grond, de vochttoestand en de mate van verdichting van de grond. Met de aanwezige grondlagen op projectlocatie is er een voldoende hoge draagkracht voor een fundering van de bijgebouwen. Voor de fundering van de schuur zullen prefab poeren worden geplaatst waarmee afgesteund wordt naar dragende zandlagen, hiervoor zullen bouwtechnische berekeningen ten grondslag liggen. Op de plaats waar de oude schuur staat zal de ruimte als tuin worden ingericht. Achter in de tuin zal het tuinhuis komen, waarbij voldoende fundering naar de zandlagen plaatsvindt met (kleinere) poeren. Zoals vermeld in de beschrijving van het plan is de huidige projectlocatie grotendeels voorzien van halfverharding. In de beoogde ontwikkeling zal de bodemsamenstelling en toekomstig gebruik rondom het bijgebouw identiek blijven. Verder is na verkennend onderzoek gebleken dat er geen redenen zijn om aan te nemen dat er bodemverontreinigende activiteiten op de projectlocatie hebben plaatsgevonden. Ook op basis van de bij de gemeente aanwezige historische informatie is de locatie onverdacht wat betreft het voorkomen van bodemverontreiniging. Daarnaast zal er voor de aanleg van de bijgebouwen geen ingrijpende grondingrepen plaatsvinden.

Het terrein is momenteel bestemd voor ‘Woongebied’ en zal met de beoogde ontwikkeling hier functioneel niet van afwijken; bijgebouwen vallen hieronder. De huidige bodemkwaliteit past in die Ruimtelijke onderbouwing Afwijking oppervlakte bijgebouwen Wester Es 6

23

zin bij het toekomstig gebruik, de bodemkwaliteit zal dan ook geen risico vormen de toekomstige gebruikers. Er zal geen grond van de projectlocatie worden afgevoerd, derhalve is er geen analyserend grondonderzoek benodigd in het kader van de PFAS-regeling. Voor de aanleg van de fundering zal slechts lokaal gegraven worden om de zandlaag te bereiken voor de poeren. Voor de binnenvloer van de schuur zal een kleine laag zand (<20cm) worden aangevoerd om tot het juiste vloerniveau te komen. De aanvoer van deze zand/grond zal worden uitgevoerd door een ISO 9001 gecertificeerd bedrijf (Koers BV uit Smilde), hiermee is de kwaliteit van het aangeleverde zand gewaarborgd. Gelet op de bevindingen en de beoogde activiteiten op de huidige bodemkwaliteit, is er geen aanleiding om een nader uitvoerig bodemonderzoek uit te voeren.

3.2 Waterkwaliteit Op grond van het bepaalde in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening in combinatie met het bepaalde in artikel 5.20 van het Besluit omgevingsrecht moet bij een project worden aangegeven op welke wijze in het plan rekening is gehouden met de waterhuishouding. De projectlocatie valt onder het beheer van Wetterskip Fryslân. Het perceel heeft een oppervlakte van 2560m2 en bestaat uit zandgrond. Onderhavig bouwplan voorziet in de realisatie van enkele bijgebouwen. Er zal ook een deel van de bijgebouwen worden verwijderd. Netto vindt er toename plaats in verharding op de projectlocatie. De situatie met betrekking tot afwatering en ontwatering blijven verder ongewijzigd. De totale impact op de waterhuishouding zal niet groot zijn, maar in geval van toename van verharding zal er gebruikt gemaakt moeten worden van de zogenoemde watertoets.

Watertoets De watertoets is een procesinstrument dat als doel heeft te komen tot een betere inbreng van wateraspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. De watertoets is van toepassing op bestemmingsplannen en projectafwijkingsbesluiten (grotere projecten). De initiatiefnemer van een ruimtelijk plan dient een watertoets uit te voeren en de uitkomsten daarvan aan te geven in een waterparagraaf. Deze watertoets is ook uitgevoerd voor de ontwikkeling van dit plan. In het plangebied liggen geen belangrijke oppervlaktewateren (zogenaamde primaire of Awatergangen), waterkeringen of gebieden die zijn aangewezen voor regionale waterberging. Dit betekent dat dit plan geen essentiële waterbelangen raakt. Bij de uitgevoerde watertoets is naar voren gekomen dat het onderhavig plan geen beperkingsgebieden raakt of wijzigingen in de waterhuishouding aanbrengt. Hierdoor kan de ‘normale procedure’ worden gevolgd voor de watertoets, hierbij heeft een aanvraag richting het Wetterskip Fryslân plaatsgevonden.

Ruimtelijke onderbouwing Afwijking oppervlakte bijgebouwen Wester Es 6

24

Voor de beoordeling van de Watertoets geldt: “Oppervlak is 'verhard' als het geen hemelwater doorlaat naar de bodem, zoals bijvoorbeeld daken en bestrating. Halfverharding wordt voor 75% gerekend als 'verhard'. Het toevoegen van oppervlakteverharding die wel passen binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is, worden ook gezien als een toename van verhard oppervlak.” Op de plaats waar de nieuwe schuur en carport geplaatst wordt ligt halfverharding. Op de plaats van het tuinhuis en de overkapping bij de picknickbank is geen verharding aanwezig. Met het verwijderen van de oude houten schuur en het toevoegen van de nieuwe bebouwing vindt er met onderhavig plan een netto toename aan verharding plaats van 66,7m2.

Wetterskip Fryslan vraagt via de watertoets om de volgende algemene paragraaf expliciet op te nemen in deze onderbouwing; “Het is verboden zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2 onverharde grond in stedelijk gebied en 1500 m2 in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in dit wateradvies. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. Bij het graven van extra oppervlaktewater is onderstaande tabel van toepassing. Uiteraard is het toepassen van alternatieve maatregelen in het plan ook mogelijk. Afhankelijk van de maatregel kunnen andere normen gelden dan vermeld in onderstaande tabel. Zie de Leidraad watertoets voor meer informatie over compenserende maatregelen of neem contact op met ons. Indien er niet wordt gecompenseerd door extra oppervlaktewater te graven waarbij onderstaande percentages worden gehanteerd of indien er geen overeenstemming plaatsvindt in de watertoetsprocedure over alternatieve maatregelen dan dient een watervergunning bij het waterschap te worden gevraagd.”

Aangezien er geen hogere toename is in verharding in stedelijk gebied van meer dan 200m2 (of andere wijzigingen zullen plaatsvinden die invloed zal hebben op de waterhuishouding) zijn derhalve geen nadere acties vereist. Op basis daarvan wordt door het waterschap voor het onderhavige plan een positief wateradvies gegeven (zie bijlage 1). De invulling van het terrein zal hierin geen belemmering vormen. Hiermee kan volledig aan het advies van Wetterskip Fryslân worden voldaan.

Ruimtelijke onderbouwing Afwijking oppervlakte bijgebouwen Wester Es 6

25

Bijlage 1: Watertoets projectlocatie Makkinga Sectie I Perceel 358 te Appelscha, gemeente Ooststellingwerf, Wetterskip Fryslân, dossiercode 00008815, d.d. 25 november 2022

3.3 Luchtkwaliteit Op 15 november 2007 is een wijziging van de Wet milieubeheer (Wm) van kracht geworden. In hoofdstuk 5 is titel 2 luchtkwaliteitseisen ingevoegd (ook ‘Wet luchtkwaliteit’ genoemd). Gelijktijdig zijn de volgende besluiten en regelingen van kracht geworden: • Besluit ‘Niet in betekenende mate’ (NIBM); • Regeling ‘Niet in betekenende mate’ (NIBM); • Regeling ‘Beoordeling luchtkwaliteit 2007; • Regeling ‘Projectsaldering luchtkwaliteit 2007’. Deze nieuwe wet- en regelgeving omvat maatregelen om zowel de uitstoot van schadelijke stoffen te beperken en te voorkomen dat mensen langdurig worden blootgesteld aan verontreiniging. Besluit gevoelige bestemmingen Conform artikel 5.16a van de ‘Wet luchtkwaliteit’ kunnen bij Algemene Maatregel van Bestuur nog nadere regels worden gesteld om te voorkomen dat bij een (dreigende) overschrijding van één of meerdere grenswaarde(n) projecten doorgang vinden die ertoe leiden dat het aantal blootgestelden met een verhoogde gevoeligheid toeneemt. Dit Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) van 15 januari 2009 (in werking met ingang van 16 januari 2009) beperkt de mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen uit te voeren in overschrijdingssituaties voor zogenaamde ‘gevoelige bestemmingen’. Tot die gevoelige bestemmingen worden scholen, kinderopvang en bejaarden-, verpleeg- of verzorgingshuizen gerekend.

Een recreatieve voorziening is niet aangewezen als gevoelige bestemming; het besluit gevoelige bestemmingen is op dit plan derhalve niet van toepassing. Niet in betekenende mate (NIBM) In de algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate’ (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Het begrip ‘niet in betekenende mate’ is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor NO2 en PM10. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantooren woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Onderhavig plan kan niet rechtstreeks toegewezen worden aan één van de beschreven categorieën uit de regeling. Voor deze kleinere plannen, zoals onderhavig plan, heeft het voormalige ministerie van VROM in samenwerking met InfoMil een rekentool ontwikkeld; de NIBM tool. Hiermee kan het bevoegd gezag op een eenvoudige en snelle manier bepalen of er sprake is van een NIBM bijdrage. Het grote voordeel van de NIBM rekentool is dat een beperkt aantal invoergegevens nodig zijn om vast te stellen of een plan NIBM bijdraagt. De rekentool hanteert de 'worst-case' situatie.

De rekenmethode is in overeenstemming met de eisen die de huidige wet- en regelgeving stelt aan luchtkwaliteit onderzoeken voor verkeer langs binnenstedelijke wegen, zoals vastgelegd in de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 (inclusief alle wijzigingen).

Ruimtelijke onderbouwing Afwijking oppervlakte bijgebouwen Wester Es 6

26

Het beoogde plan brengt geen extra verkeersbewegingen tot gevolg. De bijgebouwen behoren tot het perceel van de woningen en hebben een functie als opslag/overkapping. De functie is niet te relateren aan verkeersbewegingen en zal dus ook geen toename geven van NO2 en PM10 naar de omgeving. Op grond van vorenstaande kan het plan doorgang vinden op grond van artikel 5,16, eerste lid, onder c, van de Wet milieubeheer. Nader onderzoek kan derhalve achterwege blijven en er bestaan vanuit luchtkwaliteit geen belemmeringen. Geconcludeerd kan worden dat het aspect luchtkwaliteit in voldoende mate is onderzocht en geen beperkingen oplevert voor de realisering van onderhavig plan.

3.4 Geluid Wet geluidhinder Bij het ontwikkelen van een ruimtelijk plan is het belangrijk rekening te houden met geluidbronnen en de mogelijke hinder of overlast daarvan voor mensen. De beoordeling van het aspect geluid vindt zijn grondslag vooral in de Wet geluidhinder maar daarnaast ook in de Wet ruimtelijke ordening wanneer het gaat om de beoordeling of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Het aspect geluid kent voor een aantal bestemmingen (zoals wonen) in combinatie met een aantal typen geluidbronnen een wettelijk kader dat van belang is bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Zo zijn in de Wet geluidhinder voor woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen grenswaarden opgenomen voor industrielawaai, wegverkeerlawaai en spoorweglawaai. Voor andere geluidsbronnen bestaan geen wettelijke kaders. Andere geluidbronnen kunnen wel noodzaken tot een aanvullende beoordeling van het aspect geluid in het kader van een goede ‘ruimtelijke ordening’. Beoogde ontwikkeling Het plan voorziet in de realisatie van een bijgebouwen voor voornamelijk opslag van materiaal en overkapping voor materiaal en/of tuin. Een bijgebouw als opslag of overkapping in de tuin heeft een niet-geluidsgevoelige functie.

Wettelijke eisen ten aanzien van wegverkeerlawaai, industrielawaai en spoorweglawaai, die gesteld worden vanuit de Wet geluidhinder zijn op het plan dan ook niet van toepassing. Bedrijven & Milieuzonering Geluidbronnen die niet onder de werking van de Wet geluidhinder vallen, kunnen wel noodzaken tot een aanvullende beoordeling van het aspect geluid in het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening’. Bij het beoordelen van de invloedssfeer van geluidbronnen welke niet via de Wet geluidhinder zijn geregeld vormt de VNG-publicatie ‘Bedrijven & milieuzonering’ een hulpmiddel. Deze publicatie geeft richtlijnen over de aan te houden afstanden van functies ten opzichte van geluidgevoelige bestemmingen. Bijgebouwen zoals opgenomen in onderhavig plan zijn niet geluidgevoelige objecten zoals bedoeld in de Wet geluidhinder. Vanuit de Wet ruimtelijke ordening gezien blijft er ook een ‘goede ruimtelijke ordening’ bestaan, aangezien de bijgebouwen gebruikt kunnen worden zonder onaanvaardbare (geluids)hinder. Hiermee is aangetoond dat het aspect geluid geen belemmering vormt voor de realisatie van onderhavig plan.

Ruimtelijke onderbouwing Afwijking oppervlakte bijgebouwen Wester Es 6

27

3.5 Natuur, Flora en fauna De Europese wetgevingen voor natuurbescherming zijn in Nederland vertaald in de Wet natuurbescherming (Wnb). Per 1 januari 2017 zijn de Flora- en faunawet, Natuurbeschermingswet en Boswet opgegaan in één nieuwe wet: de Wet natuurbescherming (Wnb). Hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming betreft het onderdeel soorten, voorheen de Flora- en faunawet. Volgens de Wet natuurbescherming mag er geen schade toegebracht worden aan vogels en andere beschermde dieren of planten. De wet zegt niet welke concrete werkzaamheden wel en niet zijn toegestaan. Door voorafgaand aan een (bouw)project of ruimtelijke ontwikkeling rekening te houden met het eventueel voorkomen van beschermde en/of zeldzame planten- en diersoorten kan effectief worden omgegaan met de aanwezigheid van een beschermde soort. In de Wet natuurbescherming worden drie beschermingsregimes onderscheiden: 1. Vogelrichtlijnsoorten (artikel 3.1 - 3.4) 2. Habitatrichtlijnsoorten en soorten genoemd in de Verdragen van Bern en Bonn (artikel 3.5 - 3.9) 3. Andere soorten (artikel 3.10 - 3.11; bijlage onderdeel A en B) De lijst ‘jaarrond beschermde nesten’ die onder de Flora- en faunawet is opgesteld, is ook onder de Wnb geldig. Onder de Wet natuurbescherming geldt, net als onder de Flora- en faunawet, de zorgplicht (artikel 1.11) voor alle in het wild levende dieren.

Voor dit project is de provincie Friesland het bevoegd gezag voor de uitvoering van de Wet natuurbescherming. De provincie Friesland heeft voor de implementatie van de Wet natuurbescherming een verordening vastgesteld. Hierin is onder meer de lijst met vrijgestelde soorten te vinden. De Wet natuurbescherming regelt in hoofdstuk 2 de bescherming van Natura 2000-gebieden. De projectlocatie is circa 360 meter verwijderd van een Natura 2000 gebied, wat gelegen is binnen (een deel van) het Drents-Friese Wold. De projectlocatie is niet gelegen binnen een Natura 2000 gebied, toch dienen de eventueel verstorende effecten op dit nabijgelegen Natura 2000 gebied beoordeeld te worden. Om de gevolgen van onderhavig plan te beoordelen heeft er een Voortoets plaatsgevonden. Er is een inventarisatie analyse uitgevoerd op de projectlocatie. De beoogde ontwikkeling en de analyse laten zien dat de opzet van het initiatief en de ruime afstand van dit alles tot de begrenzing van het Natura 2000 gebied maken dat met zekerheid gesteld kan worden dat er geen (significante) effecten op de kwalificerende waarden zullen plaatsvinden. Omdat de projectlocatie geen onderdeel uitmaakt van de Ecologische Hoofdstructuur, of hier directe invloed op heeft, is een nadere toetsing in kader van de Wro niet aan de orde.

In het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) mag geconcludeerd worden dat er zich geen belemmeringen vormen voor het realiseren van het beoogde plan. In overleg met het bevoegd gezag vanuit provincie Fryslan, Afdeling Vergunningsverlening (Mevr. W. Pronk) en Wnb (Dhr. F. Wagenaar) zijn in 2015 en 2020 quickscans uitgevoerd voor de aanleg van de camperplaatsen (en uitbreiding) door ecologisch adviesburo Buro Bakker (huidig ATKB). Voor onderhavig plan is op 11 april 2023 een nieuwe quickscan uitgevoerd door Flora & Fauna Van der Galiën. Hierin is expliciet de impact van de bouw (en sloop) van de schuur in beoordeeld.

Ruimtelijke onderbouwing Afwijking oppervlakte bijgebouwen Wester Es 6

28

De bevindingen uit de quickscan worden meegenomen in de uitvoering van onderhavig plan. De realisatie van de bijgebouwen zal geen significante verstoring meebrengen. Adviezen die uit de quickscan zijn gekomen, kunnen zonder problemen worden meegenomen in de uitvoering van dit plan. Er wordt gesteld om de sloop van de oude schuur buiten het broedseizoen te laten plaatsvinden; dit is uitvoerbaar gezien de nieuwe schuur op een andere locatie wordt geplaatst.

Bijlage 2: Voortoets Checklist VT 1 Natura 2000 projectlocatie Makkinga Sectie I Perceel 358 te Appelscha, Gemeente Ooststellingwerf, d.d. 25 november 2022 Bijlage 3: Quickscan Wet natuurbescherming (Wnb) projectlocatie op Makkinga Sectie I Perceel 358 te Appelscha, gemeente Ooststellingwerf, Flora & Fauna Van der Galiën, d.d. 17 april 2023

Bouwfase en stikstofuitstoot Voor de bouw van de bijgebouwen wordt gekeken wat de invloed van NOx uitstoot richting de directe omgeving (zoals Natura 2000). Stikstofuitstoot naar omliggende (kwetsbare) gebieden is een belangrijke pijler waar de Nederlandse Staat en Provincie Fryslân aandacht aan geven. Zodoende is dit ook beschouwd bij dit project. De beoogde bijgebouwen verschillen in constructieopbouw van elkaar. De kleinere bijgebouwen (tuinhuis, carport en prieel) zijn opgebouwd uit houtconstructie welke ter plekke met de hand kunnen worden opgebouwd. De materialen die hiervoor toegepast worden zijn in de bouwfase goed te verwerken zonder ondersteuning van (bouw)machines. De constructie van de schuur bestaat uit een betonnen fundering met daarop een staalconstructie. De samenstellingen zijn allemaal prefab. De fundering is opgebouwd uit prefab betonpoeren en prefab betonplinten. De staalconstructie wordt als bouwpakket voorbereid aangeleverd op de bouwlocatie. De schuur is aan de buitenzijde bekleed met sandwich wand- en dakplaten. De dakplaten zullen aangebracht worden met een elektrische bouwkraan, vervolgens worden deze platen verder afgemonteerd. De bedrijven die het bouwsysteem leveren zijn ingericht op efficiënte bouw, waarmee tijdsduur van inzet van (bouw)machines tot een minimum is beperkt.

Voor alle stappen in het bouwproces vindt slechts alleen de assemblagehandeling plaats op de projectlocatie. Met het plaatsen van de constructie kan hierdoor efficiënt gewerkt worden met beperkte inzet van machines, en dus NOx uitstoot naar de omgeving. Onderstaande (bouw)machines zullen worden ingezet. UITVOERING AFGRAVEN FUNDERING STROKEN PLAATSEN BETONPOEREN EN BETONPLINTEN MONTAGE STAALCONSTRUCTIE MONTAGE DAK/WANDBEPLATING STORTEN BETONVLOER

(BOUW)MACHINE Rupsgraafmachine Hitachi Zaxis 4T Mobiele graafmachine Liebherr 17T Mobiele telescoopkraan 40T Mobiele bouwkraan 15m (elektrisch, 380V) aanhangermodel Betonmixer/pomp Scania 8x8

Ruimtelijke onderbouwing Afwijking oppervlakte bijgebouwen Wester Es 6

29

Voor de berekening van de stikstifoxide (NOx) zijn de inzet van bouwmachines ingevuld en berekend via de Aerius-calculator. Hieruit volgt dat de uitkomsten niet hoger zullen zijn dan 0.00 mol/ha/y. De inzet van machines is zo beperkt en van korte duur, dat de toegekende waarden niet meetbaar zullen zijn. Hiermee kan worden gesteld dat er met de aanleg geen significante invloed plaatsvindt richting de directe omgeving, met in het bijzonder richting het Natura2000 gebied wat is gelegen op een afstand van meer dan 360m van de projectlocatie. Indien er een te hoge uitstoot had plaatsgevonden kon nog een reductie gerealiseerd worden door gebruik van (meer) elektrische machines, andere montagewijze of andere materiaalafmetingen/machines. De gehele export van de Aerius-berekening is als losse bijlage toegevoegd.

Uitsnede van resultaat Aerius calculator

Bijlage 4: Aerius calculator resultaten Bouwfase op projectlocatie Makkinga I 358 te Appelscha, gemeente Ooststellingwerf

Gebruiksfase en stikstofuitstoot Voor het gebruiksfase van de bijgebouwen in onderhavig plan is geen andere functie dan opslagruimte / overkapping van toepassing. Er zullen geen nieuwe functies worden toegevoegd aan de omgeving. Over de invloed op de uitstoot van stikstof, als gevolg van het gebruik, kan met zekerheid gesteld worden dat met het gebruik van de bijgebouwen er geen (significante) effecten op de kwalificerende waarden zullen plaatsvinden.

Ruimtelijke onderbouwing Afwijking oppervlakte bijgebouwen Wester Es 6

30

3.6 Cultuurhistorie en archeologie De Wet op de Archeologische Monumentenzorg is de Nederlandse uitwerking van het Verdrag van Malta. De wet is een raamwet, die regelt hoe Rijk, provincies en gemeenten bij hun ruimtelijke plannen rekening moeten houden met het erfgoed in de bodem. De gemeenten zijn in deze wet tot bevoegd gezag aangewezen en dienen de archeologische belangen op een goede manier te verweven in het ruimtelijk beleid. Projectlocatie Het plan voorziet in de realisatie van enkele (uitbreiding) bijgebouwen op Makkinga sectie I perceel 1095 te Appelscha. Het geheel wordt omringd door een brede boswal en aardewal met beplanting, waardoor het geen grote ruimtelijke uitstraling zal hebben naar haar omgeving. Voor de realisatie van de bijgebouwen zullen geen ingrijpende bodemingrepen worden gedaan. Derhalve is een nader archeologisch onderzoek niet nodig. Voor de volledigheid is de archeologische waarde kaart Famke geraadpleegd. Deze geeft twee advieskaarten af. Voor de periode ijzertijd-middeleeuwen wordt het advies gegeven om bij ingrepen vanaf 5000m2 een historisch en karterend onderzoek te verrichten. Voor de periode steentijdbronstijd wordt het advies gegeven om bij ingrepen vanaf 5000m2 een quickscan uit te voeren.

Uitsnede kaart Famke met projectlocatie (in rood kader)

Op de projectlocatie worden geen ingrepen gedaan van meer dan 5000m2 en valt hiermee buiten de gestelde adviezen; nadere acties of onderzoeken zijn daarom niet nodig.

Ruimtelijke onderbouwing Afwijking oppervlakte bijgebouwen Wester Es 6

31

In het vigerend bestemmingsplan ‘Appelscha – Boerestreek’ is geen dubbelbestemming voor archeologie opgenomen en daarmee is het bestemmingsplan leidend. Een nader onderzoek is niet van toepassing.

3.7 Mobiliteit en infrastructuur Technische infrastructuur Binnen het plangebied zijn geen kabels en leidingen aanwezig die een belemmering kunnen vormen voor de beoogde ontwikkeling binnen het plangebied. De aan-/afvoer van leidingen naar de nabijgelegen nutsvoorziening van Liander lopen niet onder de projectlocatie. Kabels vanaf de nutvoorziening lopen op voldoende afstand van de locaties waar een bijgebouw zal worden geplaatst. Zoals voorgeschreven zal er voortijdig bij de aanvang van de werkzaamheden een Klickmelding worden gedaan om uit te sluiten dat schade aan technische infrastructuur ontstaat. Verkeersinfrastructuur Voor wat betreft gebruiksfase van de bijgebouwen zullen er geen extra verkeersbewegingen plaatsvinden of op een andere wijze een beroep worden gedaan op de aanwezige de infrastructuur. Voor de korte tijd van de bouwfase heeft de projectlocatie een ontsluiting via de bestaande inritten van het perceel, welke uitkomen op de Wester Es en de Noorder Es. Voor de bouwfase is het terrein hierdoor goed bereikbaar voor materiaalaanvoer en machines. De ontsluiting vindt plaats via een brede rijbaan op het terrein van de Noorder Es. De Noorder Es sluit vervolgens aan op de rotonde die opgenomen ligt in de Wester Es, wat de doorgaande weg is naar provinciale weg N381. Hierdoor is de bereikbaarheid van de projectlocatie via de bestaande infrastructuur zeer goed.

Als gevolg van het initiatief wijzigt de huidige ontsluitingsstructuur van de projectlocatie niet. Ook de tijdelijke opslag van aangeleverde materialen kan op eigen terrein worden ingevuld. Er zullen geen obstakels worden gevormd op de openbare wegen of terreinen. De uitvoering van het plan vormt geen probleem met de huidige infrastructuur in de directe omgeving. Deze verkeersbewegingen zijn inpasbaar in het verkeersbeeld ter plaatse; het kan worden opgevangen met de bestaande wegen en vormt geen belemmering voor het realiseren van de bijgebouwen. Er kan met zekerheid worden geconcludeerd dat mobiliteit en infrastructuur voor onderhavig plan geen belemmering zal vormen.

3.8 Externe veiligheid Bij externe veiligheid gaat het om het beheersen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten met gevaarlijke stoffen. De risico's waar burgers aan worden blootgesteld door de aanwezigheid van risicovolle inrichtingen of transportroutes van gevaarlijke stoffen in hun leefomgeving dienen tot een aanvaardbaar minimum te worden beperkt. Daarom heeft de overheid regels opgesteld voor inrichtingen en transportroutes van gevaarlijke stoffen die onaanvaardbaar grote risico's opleveren voor personen die zich bevinden in woningen, scholen en bejaardencentra die in de directe omgeving hiervan liggen. Kort samengevat heeft dit tot gevolg dat er veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden tussen risicovolle activiteiten en kwetsbare objecten zoals woningen en dergelijke. Uit de risicokaart is gebleken dat de projectlocatie niet is gelegen in de nabijheid of binnen de aan te houden veiligheidsafstanden van risicovolle inrichtingen, buisleidingen of verplichte transportroutes

Ruimtelijke onderbouwing Afwijking oppervlakte bijgebouwen Wester Es 6

32

van gevaarlijke stoffen. Een verdere toetsing aan de wet- en regelgeving voor risicovolle inrichtingen of het transport van gevaarlijke stoffen kan daarom achterwege blijven.

Uitsnede risicokaart met projectlocatie (rood omkaderd)

Ruimtelijke onderbouwing Afwijking oppervlakte bijgebouwen Wester Es 6

33

4

Economische uitvoerbaarheid

Op grond van het bepaalde in artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening dient de gemeenteraad voor gronden waarop een bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is voorgenomen een exploitatieplan vast te stellen. Van het vaststellen van een exploitatieplan kan door de gemeenteraad worden afgezien indien het gemeentelijk kostenverhaal van de grondexploitatie over de in de omgevingsvergunning met projectafwijkingsbesluit begrepen gronden anderszins is verzekerd. Het realiseren/uitbreiden van bijgebouwen op de projectlocatie Wester Es 6 is geen bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Het vaststellen van een exploitatieplan is dan ook niet noodzakelijk. Het betreft hier een particulier initiatief, waarvan de uitvoering niet afhankelijk is van financiële bijdragen van de gemeente Ooststellingwerf. Voor de gemeente Ooststellingwerf zijn aan de plannen van de initiatiefnemer geen kosten verbonden. Leges voor de procedure omgevingsvergunning worden op grond van de Legesverordening verhaald. Voor het verhaal van eventuele planschade is een planschadeovereenkomst met de initiatiefnemer gesloten. Gelet op het voorgaande is de economische uitvoerbaarheid van de te verlenen omgevingsvergunning met projectafwijkingsbesluit voor het realiseren van bijgebouwen op de projectlocatie Wester Es 6 voldoende aangetoond.

Ruimtelijke onderbouwing Afwijking oppervlakte bijgebouwen Wester Es 6

34

5

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Op een omgevingsvergunning voor planologisch strijdig gebruik met toepassing van een projectafwijkingsbesluit ex artikel 2.12, lid 1 onder a onder 3° van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is de uitgebreide procedure van toepassing. Het ontwerp omgevingsvergunning zal gedurende zes weken ter inzage worden gelegd. Gedurende deze periode kan eenieder een zienswijze tegen dit plan indienen. Daarna zal een besluit genomen worden over de definitieve vergunning. Deze definitieve vergunning zal vervolgens opnieuw gedurende 6 weken ter inzage worden gelegd. Gedurende deze termijn kan beroep bij de rechtbank worden ingediend. De ontwerp omgevingsvergunning is ter beoordeling voorgelegd aan de Gedeputeerde Staten van de Provincie Fryslân en is gevraagd om een reactie. Voor een omgevingsvergunning voor planologisch strijdig gebruik is een verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad nodig. Met onderhavig plan blijft er sprake van een goede ruimtelijke ordening. Daartoe is er ook een uitgebreide ruimtelijke onderbouwing aangeleverd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Ooststellingwerf&id=a2885812-ec89-441c-9971-975197e519b6