CConstaterende datOoststellingwerf
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Gecombineerde lijst adviesrecht en verplichte participatie

Themabijeenkomsten openbaar 13 september 2021, gemeente OoststellingwerfBij agendapunt: Presentatie1.828 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Categorieën van gevallen waar het adviesrecht en/of verplichte participatie Op grond van de Omgevingswet is het college van burgemeesters en wethouders bevoegd omgevingsvergunningen voor omgevingsplanactiviteiten te verlenen. Daaronder begrepen zijn ook buitenplanse omgevingsplanactiviteiten: activiteiten die strijdig zijn met het omgevingsplan. Het college is op grond van de Omgevingswet bevoegd deze vergunningen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten te verlenen zonder dat de raad daarbij betrokken hoeft te worden. De gemeenteraad kan bepalen (op grond van artikel 16.15 in samenhang met artikelen 16.15a en 16.15b Omgevingswet) voor welke buitenplanse omgevingsplanactiviteiten hij als adviseur moet worden aangewezen. De gemeenteraad moet een advies geven -voor de categorieën van gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarvoor de gemeenteraad zichzelf heeft aangewezen als adviseur voordat het college een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit kan verlenen. Als de raad een negatief advies geeft op de gevraagde omgevingsvergunning, dan moet het college deze weigeren. Dit adviesrecht van de gemeenteraad is een verzwaard, bindend advies; het college van B&W mag er niet van afwijken.

Naast het aanwijzen buitenplanse omgevingsplanactiviteiten voor het adviesrecht, kan de gemeenteraad dergelijke activiteiten ook voor verplichte participatie aanwijzen. De initiatiefnemer zal in deze gevallen verplicht zijn aan participatie te doen, voorafgaand aan de vergunningaanvraag. Wanneer een initiatiefnemer dit bij een aangewezen geval niet doet, kan de aanvraag buiten behandeling worden gelaten. Omdat het zowel bij adviesrecht als verplichte participatie om buitenplanse omgevingsplanactiviteiten gaat, is er een gecombineerde lijst opgesteld. Hieronder treft u een eerste opzet van de lijst met activiteiten aan waarvoor het adviesrecht van de raad geldt met ingang van inwerktreding van de Omgevingswet en waar participatie verplicht gesteld wordt.

1. Wonen

Adviesrecht 1.1. Bouw van woningen die niet zijn opgenomen in het ‘programma wonen’ 1.2. Toevoegen van één of meer woningen in het buitengebied 1.3. N.v.t.

Verplichte participatie Bouw van woningen die niet zijn opgenomen in het ‘programma wonen’ Toevoegen van één of meer woningen in het buitengebied Het (ver)bouwen van een bouwwerk waarbij de toegestane bouwhoogte in strijd is met het omgevingsplan

Toelichting: 1.1. Programma wonen wordt bedoeld het woningbouwprogramma van de gemeente Ooststellingwerf. 1.2. Het buitengebied is het gebied dat volgens de provinciale verordening buiten het stedelijk gebied valt. In de provinciale verordening is opgenomen dat geen woningen in het buitengebied mogen worden toegevoegd. 1.3. Een bouwwerk is elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.

2. Recreatie

Adviesrecht 2.1. Kampeerterreinen voor meer dan 15 standplaatsen en ter plaatse van de aanduiding ‘overige zone – recreatieve zone’ voor meer dan 25 standplaatsen.

Verplichte participatie 2.2. Projecten ten behoeve van intensieve recreatie, inclusief de daarbij behorende voorzieningen (zoals paden, ontsluiting en groen)

Toelichting: 2.1. Onder intensieve recreatie wordt verstaan een gebied specifiek bedoeld voor recreatiedoeleinden. Het kan hier gaan om zowel dagrecreatie alsook verblijfsrecreatie. Bij deze vormen van recreatie is sprake van permament ruimtebeslag, eventueel aangevuld met faciliteiten ten behoeve van dat recreatieve gebruik. Voorbeelden zijn recreatieterreinen, campings, zwemplassen etc. Kampeerterreinen voor meer dan 15 standplaatsen vallen hier onder, alsook kampeerterreinen voor meer dan 25 staanplaatsen in gebieden met de aanduiding ‘overige zone-recreatieve zone’. 2.2. Onder intensieve recreatie wordt verstaan een gebied specifiek bedoeld voor recreatiedoeleinden. Het kan hier gaan om zowel dagrecreatie alsook verblijfsrecreatie. Bij deze vormen van recreatie is sprake van permament ruimtebeslag, eventueel aangevuld met faciliteiten ten behoeve van dat recreatieve gebruik. Voorbeelden zijn recreatieterreinen, campings, zwemplassen etc. Kampeerterreinen voor meer dan 15 standplaatsen vallen hier onder, alsook kampeerterreinen voor meer dan 25 staanplaatsen in gebieden met de aanduiding ‘overige zone-recreatieve zone’. Recreatief medegebruik van gronden voor wandelen, paardrijden, fietsen, varen, zwemmen en vissen, waarbij de recreatie geen specifiek beslag legt op de ruimte, wordt gezien als extensieve dagrecreatie. Zij vallen niet onder deze categorie. 3. Bedrijvigheid

Adviesrecht 3.1. Het oprichten, veranderen of uitbreiden van bedrijvigheid in een zwaardere categorie dan het omgevingsplan toestaat. 3.2. Het oprichten, veranderen of uitbreiden van niet-agrarische bedrijvigheid in het buitengebied

Verplichte participatie Het oprichten, veranderen of uitbreiden van bedrijvigheid in een zwaardere categorie dan het omgevingsplan toestaat. Het oprichten, veranderen of uitbreiden van niet-agrarische bedrijvigheid in het buitengebied

Toelichting: 3.1. Dit geldt zowel voor het stedelijk gebied, het buitengebied en bedrijventerreinen. 3.2. Het buitengebied is het gebied dat volgens de provinciale verordening buiten het stedelijk gebied valt 4. Maatschappelijk en Sport

Adviesrecht 4.1. Het realiseren van grootschalige maatschappelijke voorzieningen, zoals een multifunctionele accommodatie (MFA) of multifunctioneel centrum (MFC)

Verplichte participatie 4.2. Het realiseren van maatschappelijke voorzieningen en sportinfrastructuur.

Toelichting: 4.1. Onder maatschappelijke voorzieningen wordt verstaan: educatieve, sociaal-medische, sociaal culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen. Met ‘grootschalig’ wordt hier bedoeld die maatschappelijke voorzieningen, die normaal gesproken niet zonder meer overal in de woonomgeving passen, gelet op specifieke eisen ten aanzien van het gebruik, situering en bereikbaarheid. In veel gevallen gaat het hier om intensieve functies/ voorzieningen, die bijvoorbeeld tot 7 dagen in de week / 24 u per dag toegankelijk zijn. 4.2 Onder maatschappelijke voorzieningen wordt verstaan: educatieve, sociaal-medische, sociaal culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen. Onder sportinfrastructuur worden onder meer sportparken en sporthallen verstaan.

5. (Duurzame en/of hernieuwbare) energie

Adviesrecht 5.1. Het realiseren van een zonnepark 5.2. Het opwekken en/of opslag van andere vormen van (duurzame en/of hernieuwbare) energie (zoals waterstof) 5.3. Het winnen van koolwaterstoffen en de bijbehorende werkzaamheden

Verplichte participatie 5.4. Het realiseren van een zonnepark of een (kleinschalige) windturbine Het opwekken en/of opslag van andere vormen van (duurzame en/of hernieuwbare) energie (zoals waterstof) Het winnen van koolwaterstoffen en de bijbehorende werkzaamheden

Toelichting: 5.1. Kleinschalige individuele energieopwekking voor eigen gebruik (bijvoorbeeld zonnepanelen op huizen) valt daarbij buiten het adviesrecht van de gemeenteraad. 5.2. Definitie duurzame energie en hernieuwbare energie: energie waarover de mensheid voor onbeperkte tijd kan beschikken en waarbij, door het gebruik ervan, het leefmilieu en de mogelijkheden voor toekomstige generaties niet worden benadeeld. Een vergistingsinstallatie past daar niet onder. 5.3. Definitie koolwaterstoffen: stoffen afkomstig van fossiele, ruwe olie die uit de aarde wordt gehaald. Koolwaterstoffen komen voor in gasvorm, vloeibare vorm en vaste vorm. Het betreft onder andere omgevingsvergunningen voor proefboringen en winningsplannen. 5.4. 5.5. Kleinschalige individuele energieopwekking voor eigen gebruik (bijvoorbeeld zonnepanelen op huizen) valt daarbij buiten verplichte participatie. Bij kleinschalige windturbines tot 15 meter zal participatie verplicht worden. 6. Landbouw

Adviesrecht 6.1. Uitbreiding van het agrarische bouwvlak 6.2. Het bouwen van een vergistingsinstallatie 6.3. N.v.t.

Verplichte participatie Uitbreiding van het agrarische bouwvlak Het bouwen van een vergistingsinstallatie Verandering van functie van een agrarisch bedrijf

Toelichting: 6.1. Rekening houdende met de stikstofdepositie indien het agrarische bouwvlak wordt uitgebreid. 6.2. Er wordt gebruikt gemaakt van het adviesrecht en verplichte participatie, indien niet aan de binnenplanse afwijkingsmogelijkheden van het omgevingsplan kan worden voldaan. 6.3. Hieronder vallen wijzigingen in de bedrijfsvoering op agrarische gronden. Bijvoorbeeld het overgaan akkerbouw naar veeteelt. 7. Antenne

Adviesrecht 7.1. Het oprichten of veranderen van een antenne-installatie waarvan de hoogte in strijd is met het bestemmingsplan

Verplichte participatie Het oprichten of veranderen van een antenne-installatie waarvan de hoogte in strijd is met het bestemmingsplan

Toelichting: 7.1. Momenteel zijn antennemasten in het bestemmingsplan Buitengebied middels in de algemene afwijkingsregels opgenomen. De nota ‘antennes en zendmasten beleid gemeente Ooststellingwerf’ heeft betrekking op (het plaatsen van) masten en antennes met een totale hoogte tot 40 meter. Voor (het plaatsen van) masten 40 meter en hoger dient een uitgebreide omgevingsvergunning worden

aangevraagd (met ruimtelijke onderbouwing) of een partiële herziening van het bestemmingsplan.(Ooststellingwerf) 8. Gevoelige onderwerpen

Adviesrecht 8.1. Indien – naar mening van het college – sprake is van maatschappelijke onrust of anderszins politiek gevoelige initiatieven

Verplichte participatie N.v.t.

Toelichting: 8.1. De onderwerpen van deze lijst zijn niet uitputtend. Er zullen zich gevallen voordoen, welke voorheen niet in te schatten waren, maar waarbij het college toch graag het advies van de gemeenteraad inwint. Het is in tegenstelling tot bij het adviesrecht niet mogelijk om de categorie ‘gevoelige onderwerpen’ op te nemen op deze lijst. Omdat niet scherp te maken is om welke gevallen het concreet zal gaan, kan niet bij voorbaat participatie verplicht worden gesteld. 9. Infrastructurele projecten

Adviesrecht 9.1 N.v.t.

Verplichte participatie Het aanleggen/bouwen van infrastructurele (kunst)werken

Toelichting: 9.1. Dit is alleen van toepassing wanneer de gemeente het bevoegd gezag is.

Evaluatiemoment De Omgevingswet brengt een nieuwe manier van werken met zich mee. Hierdoor kunnen zaken waar we in de toekomst tegenaan lopen niet altijd vooraf voorzien worden. Zo kan het in de toekomst wenselijk zijn categorieën van gevallen af te voeren of toe te voegen aan de lijst. Om deze reden wordt er bij het vaststellen van de definitieve lijst voorgesteld een evaluatiemoment te houden.

Uitgangspunten lijst bindend adviesrecht Bij het opstellen van de lijst zijn de volgende uitgangspunten in acht genomen: 1. Het doel van de wet: besluitvorming over initiatieven sneller en overzichtelijker laten verlopen. 2. De rolverdeling tussen raad en college (raad stelt kaders vast, college voert kaders uit). 3. Bij het opstellen van de lijst is rekening gehouden met onderwerpen waarvoor in het verleden vvgb’s zijn verleend en postzegelbestemmingsplannen zijn opgesteld. 4. De onder de (huidige) bestemmingsplannen/beheersverordeningen binnenplanse mogelijkheden. Adviesrecht geldt niet voor binnenplanse afwijkingsmogelijkheden. 5. De onderstaande aangegeven gevallen, waarvoor geen advies wordt gevraagd omdat het college onder het huidige regime van de Wet ruimtelijke ordening en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht ook bevoegd is te besluiten op deze gevallen en/of waarvoor geen vvgb is vereist:  Aanvragen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten die betrekking hebben op alle (kruimel)gevallen die op grond van art 2.12, lid 1 onder a, sub 2o Wabo per Algemene maatregel van bestuur (AMvB) zijn aangewezen en waarmee met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bestemmingsplan. De bevoegdheid daarvan ligt nu bij het college; hiervoor is dus geen vvgb nodig.

Het gaat hierbij om de zogenaamde kruimelgevallen die in Bijlage II, artikel 4 Besluit omgevingsrecht (Bor) zijn opgenomen. Dit zijn bijvoorbeeld bepaalde bijgebouwen, dakkapellen, nutsvoorzieningen en antenne-installaties, gebruikswijziging van een bestaand gebouw. Daarnaast geldt de voorwaarde dat het aantal woningen niet mag toenemen. De lijst van kruimelgevallen vervalt onder het nieuwe omgevingswet; 

Aanvragen voor een omgevingsvergunning die door het college van burgemeester en wethouders niet verleend zullen worden (geweigerd of buiten behandeling gesteld).

Aanvragen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten die betrekking hebben op aanvragen om een vergunning omgevingsplanactiviteit die passen in ons beleid, waarbij geen sprake is van een strijdig belang met de instructieregels, instructies en voorbereidingsbesluiten volgens de artikelen 22.32 lid 2 en 22.33 uit de bruidsschat en waarbij sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Ooststellingwerf&id=cd40f9bf-5440-489e-be0c-7d43a1bd16f3