CConstaterende datOosterhout
Koppel je AI →
Document · PDF

versie 3 juli Technische vragen ZN1015830 jaarstukken LOeS-GB-CDA-GBV-PvdA

Raadsvergadering 4 juli 2023, gemeente OosterhoutBij agendapunt: 1015830 Jaarstukken 20228.223 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen raadsvergadering 4 juli 2023 Raadsvoorstel 1015830 Jaarstukken 2022 – programmarekening 2022

Vragen van fractie: Naam raadslid: Jan Schellekens In verband met de tijdsdruk was het niet mogelijk alle onderliggende verwijzingen aan te halen. We doen het steeds met een aantal verwijzingen/voorbeelden Algemeen Het fysieke jaarverslag is als boekwerk erg onhandig. Als je een bladzijde omslaat, moet het hele boek steeds omdraaien. Aangezien veel functies in het fysieke boek toch ontbreken: 1. Is het dan niet net zo handig om het geval gewoon op layout: A4 staand te printen?

Dat het fysieke boekwerk moet worden gedraaid, was zeker niet de bedoeling geweest. Dit is mis gegaan in de communicatie met de drukker van het boekwerk. We gaan ervan uit dat dit eenmalig was en de volgende keer wel goed zal gaan. Een compleet nieuwe ‘staande’ layout maken door drukwerk gaan wij, vanwege de tijd die deze aanpassingen vergen, niet doen. Het mooiste zou natuurlijk zijn dat dit drukwerk niet meer nodig is en er volledig digitaal gewerkt wordt. o.a. pagina 115 Door de extra juridische toets en de extra juridische advisering van een advocatenkantoor zijn en voor € 51.000 kosten gemaakt die niet voorzien waren. p. 119 Ter ondersteuning van met name juridische zaken vanwege vacatureruimte, ziekteverzuim en de weg te werken achterstand van bezwaarschriften zijn de kosten van inhuur personeel € 219.000 hoger 2. Hoeveel geld is er totaal betaald aan juridische kosten en advocaatkosten voor boekjaar 2022. Graag onderverdeeld naar de verschillende domeinen

Voor het inwinnen van juridisch advies en advocaatkosten is in 2022 betaald: Fysiek domein: ca. € 145.000 Sociaal domein: ca. € 6.250 Bedrijfsvoering: ca. € 16.000 3. Hoeveel geld is er gemoeid met het wegwerken van achterstanden

De achterstanden bij bezwaarschriften en aansprakelijkstellingen zijn ontstaan mede vanwege vacatureruimte en ziekteverzuim. In totaal is hiermee in 2022 € 185.000,- gemoeid. o.a. P 50 en P 143 Met deze uitspraak van de Hoge Raad is er een definitief einde gekomen aan de juridische procedures. Impact Voor de gemeente Oosterhout betekent de uitspraak in de Cassatieprocedure dat er ca. € 802.000 inclusief BTW maar exclusief wettelijke rente en proceskosten per direct betaald moet worden. De exacte hoogte van de vorderingen, inclusief de wettelijke rente en proceskosten, zal met de advocaten van Attero binnenkort worden afgestemd. Uiteindelijk kan pas na afwachting van de geparkeerde discussies over de verdeling tussen de gewesten en verdeling binnen de gewesten bepaald worden wat de exacte kosten voor de gemeente Oosterhout zijn. Voor de gemeente Oosterhout betekent de uitspraak in de Cassatieprocedure dat er naar verwachting ca. € 8 ton (incl BTW, excl wettelijke rente en proceskosten) per direct betaald moet worden.

4. Hoeveel processen hebben geleid tot een veroordeling van de gemeente Oosterhout in 2022? (al dan niet in regioverband)

U verwijst naar processen waarin veroordelingen zijn geweest. Veroordelingen vinden alleen plaats in privaatrechtelijke procedures. In 2022 zijn dit in totaal drie procedures geweest. Alleen de procedure rondom Attero heeft tot een veroordeling geleid. 5. Hoeveel veroordelingen zijn de gemeente Oosterhout opgelegd waarbij vorderingen of boetes betaald moesten worden?

Dit is in 2022 één procedure geweest, namelijk die van Attero. 6. Wat zijn daar de proceskosten van geweest?

De proceskosten van de privaatrechtelijke procedure m.b.t. Attero zijn nog niet bekend, zoals in de jaarstukken is omschreven. 7. Hoeveel processen lopen er op dit moment nog tegen de gemeente Oosterhout?

Privaatrechtelijke procedures lopen er momenteel niet bij de rechtbank. P 77 3. Problematiek arbeidsmarkt/inhuur personeel: De uitvoering van taken door externen is duurder dan de uitvoering door eigen personeel. Nieuw personeel wordt geworven. In toenemende mate werkt de OMWB ook met trainees en net afgestudeerden. De training “on the job” duurt twee jaar, nieuwe collega’s zijn in die periode niet volledig declarabel. Omdat de begeleiding plaatsvindt door een directe collega, ontstaat daar een productietekort. P 109 kosten van inhuur van extern personeel voor een bedrag van € 110.000. p111 De kosten van inhuur van personeel zijn € 60.000 hoger geweest ten gevolge van de opvang van ziekteverzuim en de eerdere structurele wijziging van de WAB (Wet Arbeid in Balans) P112 inhuur van personeel (€ 248.000) P114 Er was in 2022 veel minder overlast door de eikenprocessierups, waardoor de uitgaven voor de inhuur van bestrijders € 73.000 lager is 8. Hoeveel geld is er in 2022 gemoeid met de inhuur van externe deskundigheid, ziektevervanging e.d.?

Zie pagina 122 van de jaarstukken. Totaal is er voor € 7,7 miljoen ingehuurd ten laste van de exploitatie. Daarnaast is er nog voor € 507.000 ingehuurd op kredieten. Totaal € 8,2 miljoen aan inhuur over 2022.

Vragen van fractie:

Naam raadslid: Walther Hoosemans

1. Wat is het bedrag van de jaarlijkse structurele kosten (over de gehele jaarrekening)

Zie hiervoor pagina 124 van de jaarstukken. De structurele lasten bedroegen in 2022 € 173,3 miljoen. 2. Wat is de redenen dat de grondexploitatie een nadeel heeft van € 1.304 miljoen

De tabel onder 8.4.5. die voor het onderdeel grondexploitatie een nadeel aangeeft van € 1,3 miljoen gaat over de afwijkingen ten opzichte van de begroting. Deze afwijking wordt vooral veroorzaakt doordat in de begroting 2022 al rekening was gehouden met de verkoop van een deel van Everdenberg Oost. Maar daarnaast is ook sprake van lagere civieltechnische kosten dan begroot. Per saldo is hierdoor ten opzichte van de begroting € 1,3 miljoen nadeel ontstaan.

Vragen van fractie:

Naam raadslid: Anco Bakx

1. Pagina 13. Eenzaamheid, score is gestegen naar 81%. Wat is hiervan de reden? Wat is hieraan gedaan? Wat is het perspectief? De scores uit 2022 komen voort uit de monitor sociale kracht. De mate van eenzaamheid wordt bepaald met behulp van een beproefde vragenlijst (eenzaamheidsschaal van De Jong-Gierveld). De uiteindelijke score op deze indicator loopt van 10 naar 100, waarbij geldt dat hoe hoger de score is, hoe minder sprake is van eenzaamheid. In 2021 was deze score 76. De score in de programmarekening 2021 is gebaseerd op een andere enquête. In 2022 is er op basis van de monitor sociale kracht minder sprake van eenzaamheid ten opzicht van 2021. We willen eenzaamheid voorkomen en verminderen. Daarom hebben we het actieprogramma Eén tegen Eenzaamheid ondertekend. In ons plan van aanpak sturen we niet op minder eenzaamheid. Eenzaamheid kan namelijk verschillende oorzaken hebben en het is moeilijk om een directe koppeling te maken tussen interventies en het verminderen van eenzaamheid. In het plan van aanpak sturen we op meer gemeenschapskracht, sterkere sociale netwerken en mogelijkheden voor mensen op mee te doen. We hebben ongeveer twintig partners en vrijwilligersorganisaties betrokken bij het maken van het plan van aanpak. We hebben online en offline werksessies georganiseerd om prioriteiten te bepalen in de aanpak tegen eenzaamheid.

Met dit brede samenwerkingsverband blijven we twee keer per jaar samenkomen om het netwerk te versterken en nieuwe prioriteiten te stellen waar nodig. De wens is om het samenwerkingsverband uit te breiden met partners in inwoners. Ook is er een kerngroep geformeerd die frequenter bij elkaar komt en monitort en bijstuurt waar nodig. 2. Pagina 15. Hoe worden de krapte-indicatoren berekend? Wat betekent dit voor de Oosterhoutse ondernemers? Kunnen die nog aan mensen komen? De krapte-indicatoren zijn afkomstig van het UWV. Het betreft het aantal openstaande vacatures gedeeld door het aantal ingeschreven werkzoekenden die korter dan 6 maanden staan ingeschreven. Vanuit de Ondernemerspeiling is al eerder gebleken dat ondernemers moeite hebben om aan geschikt personeel te komen. 3. Pagina 17. Gemiddeld aantal passanten in binnenstad per week s gedaald. Enig idee wat hiervan de oorzaak is? Wat kan de gemeente hieraan doen? Het aantal passanten in 2022 is zo’n 800 bezoekers per week lager dan het aantal passanten in 2021 en blijven daarbij sterk achter het aantal voor (en ten gevolge van) de corona-crisis. Corona heeft derhalve een negatief effect gehad op het aantal passanten. Sinds enkele jaren is het daarnaast vanuit privacyoverweging niet meer toegestaan om door middel van wifi tellingen te doen.

De huidige tellingen gebeuren derhalve eenmaal per jaar handmatig, die daarna geëxtrapoleerd worden naar de overige weken. Die telling is daarom veel minder secuur dan voorheen, wat ook een deel van het verschil van voor 2020 verklaart. Met marktpartijen en de provincie Noord-Brabant zijn we momenteel in onderzoek naar nieuwe tel-methodieken. In samenwerking met de Stichting Bruisende Binnenstad blijven we op tal van vlakken investeren in de binnenstad om deze aantrekkelijk te houden, zowel in de aanpak van leegstand, als in het aantrekkelijk maken/houden van het winkelklimaat. 4. Pagina 18. Voorzieningen voor jongeren in de gemeente. Wat wordt hiermee bedoeld? Wat zijn is de oorzaak van de daling? Betreft een deelvraag uit de Burgerijenquête, waarin inwoners wordt gevraagd wat ze vinden van diverse voorzieningen in de gemeente. Wat elke inwoner hiervan vindt is natuurlijk subjectief, maar het geeft wel

een beeld van de beleving van de inwoners. Zo steeg direct na de aanleg van het Cruijff court en de skatebaan bij het Slotjesveld de waardering, om daarna weer licht te dalen. 5. Pagina 21. Bezoekers Warande, werkelijke score klopt niet met cijfers daarboven. Reden? Op pagina 21 is per abuis de prognose overgenomen in de kolom score 2023. Het getal op pagina 20 (271.134) bezoekers is het juiste aantal. 6. Pagina 23. Hoeveel van de bezoekers van het speelgoedmuseum bestond uit kinderen die met hun school komen? Voor 2022, gedeeltelijk een coronajaar, zijn de volgende aantallen bekend: • erfgoedprogramma Museumschatjes, voor groep 5/6 van de basisscholen: 244 kinderen • in samenwerking met Erfgoed Brabant, het project “Overgisteren” voor groep 1/2 van de basisschool: 103 kinderen • buiten deze twee projecten brachten daarnaast nog eens 143 kinderen met hun school een bezoek aan het museum. Note: in 2019, het jaar vóór Corona was het totaal 1463 schoolkinderen en 344 begeleiders 7. Pagina 24. Waarom is geen indicator opgenomen mbt de invulling van de RES-doelstellingen? Dan kunnen we dat volgen. Om de voortgang van de RES-doelstellingen te monitoren zijn de volgende indicatoren in de programmateksten van de begroting 2023 zijn opgenomen.

Omschrijving indicator Aantal PV panelen op bedrijfsdaken Aantal PV panelen op veld Aantal woningen met PV panelen Hernieuwbare elektriciteit (%) Hernieuwbare elektriciteit opgewekt via wind op land en zon

Score Score 20 2019 20 22.000 37.000 0 0 3.100 4.200 11,00%

16,20%

Score Prognose Prognose * 2021 2022 2023 59.000 70.000 90.000 G 0 0 0 G 5.400 7.000 8.000 G - L -

24,00%

28,00% L

In de RES West Brabant is voor de gemeente Oosterhout opgenomen dat er 3 projecten worden gerealiseerd: o Bouw Energiepark A59: 100.000 PV panelen en 2 windmolens van 5 MW o Bouw zonnepark Dorst: 25.000 PV panelen o Repowering windmolens Weststad: uitbreiden vermogen van 36 MW naar 60 MW Voor een volledig overzicht van de voortgang RES West-Brabant verwijzen wij u naar de voortgangsrapportage RES West-Brabant van mei 2023. 8. Pagina 33. Verdubbeling van het aantal winkeldiefstallen. Welke maatregelen worden hiertegen getroffen? # meldingen personen verward gedrag blijft hoog. Wat wordt hieraan gedaan? Bij de toename in het aantal winkeldiefstallen is hier direct door de politie op ingezet. De huidige cijfers tonen weer een afname. Uiteraard willen we een nieuwe piek voorkomen. Er wordt o.a. geïnvesteerd op het actualiseren van het keurmerk veilig ondernemen. Winkeliers hebben in deze zelf ook een rol in het treffen van preventieve maatregelen. De aanpak van personen met verward gedrag blijft prioriteit. Met de inzet van een Wijk GGZ-er met specialistische kennis vanuit de GGZ kan vroegsignalering, preventie, zorgvuldige triage en matched care plaatsvinden. Hierdoor is het mogelijk zorg op de juiste plek en het juiste moment door de juiste persoon te realiseren.

Het kan voorkomen dat personen met verward gedrag erg zorgmijdend zijn of dat de problemen rondom een persoon complexer zijn. In deze gevallen wordt er een lijntje gelegd met bemoeizorg of wordt het de-escalatiemodel ingezet. Het doel van de-escaleren is het voorkomen van escalatie van sociaal-maatschappelijke problemen voor gezinnen en huishoudens en het beperken/beëindigen van escalerende situaties. 9. Pagina 39. Gemeente woonlasten zijn met 12,7% gestegen. En dat terwijl de OZB relatief weinig zou moeten zijn gestegen. Waar zit de stijging precies in? Hoe wordt dat voor het komende jaar beperkt?

De in deze tabel gepresenteerde cijfers betreffen door het COELO berekende lasten in de ‘Atlas van de lokale lasten 2022’. De feitelijke woonlasten op basis van de gemiddelde Woz-waarde (bron CBS) en door de gemeenteraad vastgestelde tarieven, laten het beeld van de woonlasten zien dat is opgenomen in de paragraaf lokale heffingen op pagina 44. De gemiddelde woonlasten waren in 2021 € 730,47 en in 2022 € 737,21, een stijging van 0,92%. 10. Pagina 41. Waarom zijn de formatie en de apparaatskosten zo hard gestegen t.o.v. 2020? Externe Inhuur is erg hoog? Welk % hiervan is vanwege vacatures? Welke andere redenen zijn er? De formatie wordt in de begroting vastgesteld en voor deze index omgezet per 1.000 inwoners. In de door de gemeenteraad vastgestelde begroting 2022 is de formatie 46,14 fte toegenomen, waarvan 40,29 fte direct werd gedekt vanuit verlaging van de exploitatiebudgetten en 1,00 fte voor 2/3 werd gedekt van tarieven (pagina 156 e.v. programmabegroting 2022). De apparaatskosten zijn niet alleen lonen en salarissen. Apparaatskosten (ofwel organisatiekosten) zijn volgens de definitie: De noodzakelijke financiële middelen voor het inzetten van personeel (salarissen), organisatie-, huisvestings-, materieel-, automatiseringskosten e.d. voor de uitvoering van de organisatorische taken.

Apparaatskosten zijn dus alle personele en materiële kosten die verbonden zijn aan het functioneren van de organisatie, exclusief griffie en bestuur. De cijfers 2020 bevatten echter wel alleen maar de lonen en salarissen. Vanaf 2021 is de bredere definitie toegepast in de cijfers, vandaar de stijging van deze kosten. . Zowel de loonkosten van eigen personeel zijn door stijging van lonen en sociale lasten over de jaren en de toegenomen formatie gestegen. Ook de kosten voor inhuur en de externe kosten voor het laten functioneren van de organisatie zijn toegenomen. Het percentage inhuur ten opzichte van de totale loonsom ligt al een aantal jaren stabiel tussen de 18 en 20 procent. Inhuur vindt plaats voor het invullen van vacatures die nog niet ingevuld zijn of kunnen worden, dit betrof circa 26%. Daarnaast wordt ingehuurd voor vervanging bij (langdurige) ziekte, extra capaciteit voor het oplossen van knelpunten of noodzakelijke versnelling en soms is tijdelijk specifieke expertise nodig. 11. Pagina 46. Kunt u de tabellen op deze pagina nadere toelichten, de % dekking zijn lastig te begrijpen voor de verschillende onderdelen. Op deze pagina wordt de theoretische onbenutte belastingcapaciteit (voor de OZB) berekend. De percentages in de 3e kolom (Tarief 2022) zijn de werkelijke OZB-percentages die in Oosterhout golden in 2022.

In de kolom ernaast (Tarief art 12) staan de tarieven vermeld die de gemeente moet opleggen voordat zij artikel 12-steun mag aanvragen bij het Rijk. Het verschil tussen de eigen opbrengst en deze maximale opbrengst staat in de laatste kolom (onbenutte belastingcapaciteit). De gemeente Oosterhout moet de OZB dus nog met € 4,77 miljoen verhogen, voordat zijn aanspraak kan maken op artikel 12steun vanuit het Rijk. 12. Pagina 47. Vrijmaken ambtelijke capaciteit voor Oekrainecrisis en vluchtelingenopvang. Over hoeveel FTE praat je dan? Welke kosten? Graag ontvangen wij de evaluatie van het crisisfonds, zoals beloofd door de wethouder. De huidige ambtelijke capaciteit is ongeveer 6 FTE. Het is ongeveer omdat niet iedereen volledig werkt tbv Oekrainecrisis en vluchtelingenopvang. De overgebleven € 2,8 miljoen uit de bekostigingsregeling voor de Oekrainecrisis wordt gestort in een nieuwe bestemmingsreserve aandachtsgroepen. Wat er exact nodig is wordt uitgewerkt in een plan van aanpak en dit jaar voorgelegd aan de raad. Om de eerste stappen te kunnen zetten, is er een krediet van € 300.000 gevraagd ten behoeve van de onderzoeken en de extra capaciteit voor het opstellen van het plan van aanpak. Voor wat betreft het crisisfonds: Wij streven er naar om u in het derde kwartaal te informeren over de evaluatie van het crisisfonds. 13. Pagina 51/52.

Graag ontvangen wij een gevoeligheidsanalyse van de garantstellingen en verstrekte leningen van de gemeente. Bij het verstrekken van leningen en garantstellingen (via raadsvoorstellen) zijn de risico’s in beeld gebracht. Deze worden op hoofdlijnen twee maal per jaar geactualiseerd in de risicoparagraaf. De leningen die via de SvN worden verstrekt kennen een vast rentetarief gedurende de looptijd, dus een gevoeligheidsanalyse hierop is ons inziens niet nodig. Op de gewaarborgde geldleningen via de WSW hebben wij als gemeente geen invloed; wij hebben als gemeenten de plicht om hier als achtervang te dienen. De rente voor deze leningen wordt ook niet aan ons betaald, maar aan de financiers. Wij komen hier ook pas als tertiaire achtervang in beeld. Voor wat betreft de verstrekte leningen: Er is nog sprake van één lopende verstrekte lening aan Thuisvester van bijna € 5,4 miljoen. Dit is een zogenaamde

doorgeeflening; dat wil zeggen dat Thuisvester dezelfde rente betaald als de gemeente betaald voor de specifieke lening. Hiermee wordt dus ook geen renterisico gelopen. 14. Pagina 53. Wat betekent de omgevingswet voor het gemeentelijke apparaat qua uitvoering en financiën? En voor onze inwoners? De Omgevingswet is met name een bundeling van bestaande wetgeving. Her en der worden de bestaande procedures iets anders en krijgt een instrument een andere naam. Ook krijgen gemeenten de mogelijkheid om, iets meer dan nu, afwijkende normen op te nemen. De gemeente Oosterhout kiest (als vele andere gemeenten) ervoor om de Omgevingswet zo beleids- en procedure-neutraal in te voeren. Ook wordt er zoveel mogelijk voorgesorteerd op de Omgevingswet (denk aan bijvoorbeeld de Omgevingsdialoog die al enige tijd is ingevoerd in Oosterhout). De impact wordt daarmee tot een minimum beperkt. Voor het gemeentelijk apparaat zit de verandering met name in het werken met nieuwe software en het inregelen daarvan. En moeten lokale regels ten aanzien van de fysieke leefomgeving worden gebundeld in 1 omgevingsplan en “machine leesbaar” worden gemaakt. Dat vergt erg veel inspanning, mede ook omdat de software nog in ontwikkeling is. Daarnaast wordt verwacht dat het gemeentelijk apparaat en (de adviseurs van) de inwoners de eerste jaren moeten wennen aan de nieuwe juridische grondslagen (wat staat waar).

Dit zal tot enige vertraging kunnen leiden in het doe van aanvragen en afhandelen van deze aanvragen. Andere verandering is dat (de adviseurs van) de inwoners voor het inzien van regels en het doen van meldingen en aanvragen voor een omgevingsvergunning, in plaats van 3 digitale loketten, nu 1 digitaal loket moeten raadplegen. Ook zullen alle lokale regels t.a.v. de fysieke leefomgeving (bestemmingsplan, erfgoedverordening, geurverordening en delen uit de APV) in 1 regeldocument terecht komen; het Omgevingsplan. De allergrootste verandering zit in de Wet kwaliteitsborging bouw. Deze wet treedt gelijktijdig met de Omgevingswet inwerking en bepaald dat de bouwtechnische toets en het toezicht tijdens de bouw bij private partijen wordt belegd. Eerst nog voor de zogenaamde risicoklasse 1 gebouwen (woningen, waaronder woonboten, recreatiewoningen, eenvoudige bedrijfsgebouwen en kleine infrastructurele werken). Zie meer informatie https://www.oosterhout.nl/inwoners/ruimtelijke-ontwikkeling/omgevingswet-1 Voor het financiële aspect verwijzen we u naar de tekst in de jaarstukken. 15. Pagina 54. Wat is de financiële impact van het niet kunnen starten van Everdenberg-Oost? Welke alternatieven overweegt het College voor dit gebied? Woningbouw bijvoorbeeld? Er is geen inschatting te maken wat de financiële consequenties zijn bij het niet of later doorgaan van de N629 2e fase.

Volgens het bestemmingsplan Everdenberg Oost, het Provinciaal Inbreidingsplan en de stikstofberekeningen is het mogelijk om Everdenberg Oost aan te sluiten op de huidige Heistraat (N629). Begin 2024 worden de bedrijfskavels uitgegeven en kan er worden gestart met de bouw van de opstallen. In het 3e kwartaal 2024 is de ontsluitingsweg op de Heistraat gerealiseerd. 16. Pagina 57. Mooie cijfers om 2022 mee te eindigen, alles staat op groen. Graag ontvangen wij hetzelfde overzicht, maar dan doorgerekend voor de perspectiefnota zoals gepresenteerd op 20 juni 2023. De financiële kengetallen rekenen wij normaal gesproken alleen door bij de begroting en de jaarrekening en niet bij de andere P&C-producten. Bij het berekenen van deze kengetallen veranderen er namelijk meerdere variabelen. Onderstaand hebben we voor u een globale doorrekening gemaakt. : - Structurele exploitatieruimte: in het Financieel perspectief werd meerjarig een tekort verwacht. Dat zorgt voor een meerjarig tekort op de structurele exploitatieruimte. - Belastingcapaciteit: In het FP staan opgenomen het extra verhogen van de OZB, en de 2 extra formatieplaatsen voor riolering. Deze stijgingen zullen dit percentage naar verwachting doen stijgen, maar dat is natuurlijk afhankelijk van de gemiddelde landelijke ontwikkeling van de tarieven voor OZB, afval en riolering.

Het landelijk gemiddelde is in 2023 gestegen naar 944 euro. - Grondexploitatie: Weergegeven zijn hier de cijfers uit de begroting 2023; hierin zijn geen wijzigingen. Omschrijving

Structurele exploitatieruimte

Rekening 2022

Begr 2023

Begr 2024

Begr 2025

Begr 2026

Begr 2027

3,43%

1,50%

-1,70%

-1,26%

-4,55%

-6,02%

Grondexploitatie

5,10%

9,80%

10,70%

11,10%

12,90%

Belastingcapaciteit

90,90%

85,34%

86,81%

86,81%

86,81%

86,81%

De solvabiliteit hebben wij hier niet doorgerekend. Dat is gezien de korte tijd die er staat voor de beantwoording van de sjabloonvragen niet haalbaar gebleken. Met de inzet van de eigen reserves en het

aantrekken van meer leningen zal de solvabiliteitsratio de komende jaren dalen. Er is dan immers een groter deel van onze bezittingen zijn gefinancierd met leningen. 17. Pagina 59. De kengetallen staan er voor 2023. Maar waar zijn de cijfers van de eerdere jaren? Die willen we graag ontvangen. De kengetallen voor 2023 zijn overgenomen uit het Integraal Maatschappelijk Beheerkader openbare ruimte (IMBK), dat op 18 april 2023 door uw raad is vastgesteld. In het IMBK wordt in de assetsheets per beheerdomein inzicht gegeven in de aard, omvang en kwaliteit van het areaal, het beoogde kwaliteitsniveau en het beschikbare budget voor het uit te voeren beheer (onderhoud en vervanging). Voorgaande jaren is een andere onderverdeling gehanteerd voor de weergave voor de kengetallen voor groen. Met de vaststelling van het IMBK is een andere onderverdeling van de kengetallen gehanteerd. De kengetallen van 2022 en eerder zijn dus op een andere wijze in de tabel opgenomen. 18. Pagina 60/61. Kengetallen in twee tabellen. Verandert niet en zit een voorspelling in. Vreemd, terwijl we toch aan het bouwen zijn. Waar komt deze informatie eigenlijk vandaan? Wie heeft geverifieerd of het klopt? De kengetallen voor 2023 zijn overgenomen uit het Integraal Maatschappelijk Beheerkader openbare ruimte (IMBK), dat op 18 april 2023 door uw raad is vastgesteld.

In het IMBK wordt in de assetsheets per beheerdomein inzicht gegeven in de aard, omvang en kwaliteit van het areaal, het beoogde kwaliteitsniveau en het beschikbare budget voor het uit te voeren beheer (onderhoud en vervanging). Voor het vullen van de assetsheets is gebruik gemaakt van de gegevens uit de gemeentelijke sectorale beheerplannen en alle data uit het gemeentelijk beheersysteem (GBI). Onderlegger voor de data van het GBI is de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT).De BGT is een digitale kaart van Nederland waarop gebouwen, wegen, waterlopen, terreinen en spoorlijnen eenduidig zijn vastgelegd. De kaart is op 20 centimeter nauwkeurig en bevat veel details, zoals je die in de werkelijkheid ook ziet. Denk aan bomen, wegen en gebouwen. Kortom: de inrichting van de fysieke omgeving. Nederlandse overheden (ministeries, provincies, waterschappen, gemeenten en andere overheidsdiensten) zijn verplicht om de BGT te gebruiken in alle werkprocessen die een kaart als ondergrond vereisen. De BGT bestaat uit een groot aantal digitale gebiedskaarten, die allemaal netjes aan elkaar passen. Diverse overheden, waaronder gemeenten, provincies, waterschappen etc. zijn verantwoordelijk voor het bijhouden van de informatie over hun eigen grondgebied. Deze overheden zijn de bronhouders van de BGT. De bronhouders leveren de informatie over hun gebied aan bij het Kadaster.

Dat doen ze volgens gestandaardiseerde afspraken, zodat iedereen met dezelfde definities werkt. Het Kadaster beheert het totale gegevensbestand in één landelijk systeem. Van daaruit zijn de gegevens beschikbaar voor gebruikers, via de website van PDOK. Dit alles gebeurt in opdracht en onder toezicht van het ministerie van BZK. 19. Pagina 64. Renterisiconorm. Wordt gezien de rente stijging overwogen om deze renterisiconorm te verlagen? Rentes langer vast te leggen? Hoe ziet dit eruit irt de perspectiefnota? De renterisiconorm zal niet worden gewijzigd. Dit is een landelijk indicator, waarvan de berekeningswijze wordt opgelegd. Veranderen hiervan kan dus niet. In de toekomst zullen wij zeker de rentes op aan te trekken leningen langer vastleggen. Wij zullen hierbij de leningen die wij aan gaan afstemmen op de afschrijvingstermijn van de bijbehorende investeringen, waarbij wij tevens de aan te trekken leningen qua looptijd zullen spreiden over de jaren, zodat er niet teveel aan leningen per jaar hoeven te worden geherfinancierd en hier een nieuwe, stabiele leningenportefeuille gaat ontstaan. In het financieel perspectief 2023-2027 was er ook reeds rekening gehouden met het aantrekken van langlopende leningen; op basis van iedere bijstelling van de investeringsplanning, zal ook deze opnieuw geactualiseerd worden. 20. Pagina 66.

Hoe kan het dat de investeringsbedragen, gerealiseerde resultaten en de ontwikkeling van de balans anders is dan in de perspectiefnota is voorgespiegeld? Wat zit hier precies aan gegevens achter? In de geprognosticeerde meerjarenbalans in de jaarstukken 2022 is aansluiting gezocht bij de besluiten uit de begroting 2023. Hier is het Financieel perspectief nog niet in verwerkt. De geprognosticeerde meerjarenbalans zal in de begroting 2024 worden geactualiseerd. 21. Pagina 84. Weerstandsvermogen dat hier staat wijkt weer af van het weerstandvermogen wat eerder is genoemd. Wat is het verschil? Alleen GREX?

Dat klopt. Het weerstandsvermogen dat hier gepresenteerd is, is gebaseerd op de risico’s binnen het grondbedrijf versus de Algemene bedrijfsreserve plus de gevormde voorzieningen voor Zwaaikom en Slotjes midden. 22. Pagina 87. Wie benoemt de commissie Ombudsman? Benoeming en beëdiging van de commissie Ombudsman vindt plaats door de gemeenteraad. 23. Pagina 94. Graag ontvangen wij de nieuwe BYOD-regeling en een uitleg van de hoge kosten die worden opgenomen. Verduurzaming en onderhoud stadhuis. Gezien de bedragen: wat wordt voor dat geld precies gedaan? Bijgaand de nieuwe BYOD regeling. Er is uitgegaan van 600 medewerkers die elke 3 jaar een nieuwe telefoon kunnen declareren tot een maximum van € 700 en dat verdeeld over 3 jaar (€ 140.000 / per jaar). Tevens is er nog een extra bedrag opgenomen voor de aanschaf van “leentelefoons” t.b.v. inhuur-/tijdelijke medewerkers. Omdat de regeling effectief pas gestart is in het laatste kwartaal van 2022, lagen de kosten toen lager. Verduurzaming en onderhoud stadhuis betreft de reservering voor het project nieuwbouw stadhuis. 24. Pagina 105. De begroting 2022 wijkt mbt baten en lasten behoorlijk af van de realisatie.

Waardoor wordt dat nu veroorzaakt? Is het echt zo slecht voorspelbaar? Hoe kan dat worden verbeterd? Kijkend naar de realisatie van baten en lasten zijn per saldo de verschillen tussen de begroting en en de realisatie over de meeste programma’s relatief klein, met uitzondering van het programma Financieel solide: Omschrijving Omschrijving Begroting 2022

Zorg en welzijn Arbeidsmarkt, economie en onderwijs Sport en cultuur Duurzaamheid en klimaat Wonen en mobiliteit Veiligheid Meer voor elkaar Financieel solide Gemeentelijke organisatie Onvoorzien Resultaat voor bestemming Vennootschapsbelasting Mutaties reserves Resultaat na bestemming

Rekening 2022

58.221 4.916 8.314 10.552 14.547 4.761 4.624 -132.181 21.885 39

58.377 5.309 8.812 10.811 13.659 5.117 4.611 -138.299 21.558 -

-4.322

-10.045

2 3.686

292 3.439

-634

-6.314

Verschil -156 -393 -498 -259 888 -356 13 6.118 327 39 5.723 -290 247 5.680

De oorzaken van al deze verschillen zijn uitgelegd in hoofdstuk 8.4. van de jaarstukken. Het verschil op het programma Financieel solide wordt voor € 4 miljoen veroorzaakt door de hogere Algemene uitkering. Op pagina 123 en 124 staat een toelichting op de ontwikkeling van de Algemene uitkering blijkt dat de grootste bijtellingen uit de septembercirculaire 2022 zijn gebleken. Dit is ook als zodanig gemeld in de 2e corap 2022. Ook is op het programma Financieel solide ruim € 6 ton meer binnengehaald aan OZB omdat de WOZwaarde hoger was dan waar ten tijde van het berekenen van de tarieven rekening mee werd gehouden. Al de verschillen op het programma Financieel solide staan ook inhoudelijk toegelicht op pagina 117 en 118 van de jaarstukken 2022. 25. Pagina 107. Grote stijging jongere leeftijdscategorie <11 jaar. Waardoor wordt dit veroorzaakt? Wat moet ik verstaan onder de ambulante jeugdzorg? Vanwaar deze stijging? Oorzaken en redenen die in het landelijke debat en verschillende onderzoeken worden genoemd (met name voor de stijging van bovengenoemde ambulante zorg zonder verblijf) zijn bijvoorbeeld de groei van het aantal éénoudergezinnen, de inhaalslag van hulp aan jongeren met een migratieachtergrond, de veranderende maatschappij, medicalisering en aanbod dat vraag creëert. Deze factoren spelen ook in Oosterhout.

Ambulante jeugdzorg betekent dat de jongere thuis woont en op afspraak jeugdhulp ontvangt. De hulpverlener komt aan huis, op school of de jongere gaat naar een jeugdhulpaanbieder.

26. Pagina 108. Opvang van Oekraïners lijkt een verdienmodel? Hoe moet ik de “winst” hierop precies interpreteren? Zijn er elders andere kosten gemaakt? Slaat een eventueel vertrek van de Oekraïners een gat in de begroting? De gemeente Oosterhout heeft de opvang van de Oekraïners op een goede en toch goedkope manier kunnen inregelen door gebruik te maken van een deel van het stadhuis, het Amphia ziekenhuis, enkele sloopappartementen van Thuisvester en de Paulusabdij. Hierdoor hebben wij relatief lage kosten voor de opvang. De normvergoeding die gemeenten hiervoor ontvangen is voor alle gemeenten gelijk en niet afhankelijk van de werkelijk gemaakte kosten. Hierdoor hebben wij afgelopen jaar € 2,8 miljoen over gehouden. Echter, er zijn ook gemeenten in Nederland die een tekort hebben gehad op de landelijke vergoeding, omdat zij bijvoorbeeld relatief dure hotelkamers hebben moeten huren voor de opvang. Een vertrek van de Oekraïners slaat geen gat in de begroting. De gemeente stelt immers voor om deze middelen apart te zetten voor aandachtsgroepen en zet de overschotten niet in om de reguliere exploitatie te dekken.

Vragen van fractie

Naam raadslid: Hannie Broekhoven

1. Graag hebben we antwoord op onderstaande vraag betreft raadsvoorstel jaarstukken 2022 ZN 101830. We lezen dat van de begrootte 950.000 euro voor beschermd wonen minus 39.000 euro totaal ten voordelen zijn gekomen van de gemeente. Wat is de oorzaak van dit overschot op dit onderdeel? Het positieve resultaat wordt voornamelijk veroorzaakt doordat de rijksuitkering ‘Integratie Uitkering Beschermd Wonen’ hoger uitviel dan begroot.

Vragen van fractie:

Naam raadslid: MarieLouise van Mook

1. kunt u aangeven wat de budget over- of onderschrijving voor schuldhulpverlening voor de afgelopen 5 jaar was? Begroting Realisatie Resultaat 2022 619.443 375.900 243.542 * inclusief 108.000 ontvangen uitvoeringskosten 2021 442.732 *204.634 238.098 kindertoeslagaffaire 2020 396.732 210.406 186.326 * inclusief extra ontvangen rijksbijdrage in meicirculaire van 2019 *524.732 282.028 242.704 73.000 2018 451.732 253.834 197.897 2. P 8. Kunt u wat meer toelichting geven op de preventieve inzet op scholen ‘ plezier op school’, that’s life’ en ‘gezien, gehoord, gesteund’? Wat houden deze interventies in en wat beogen ze te bereiken? Dit antwoord kan evt ook later dan 4 juli De genoemde interventies zijn allemaal interventies gericht op het vergroten van de mentale gezondheid en veerkracht van jongeren en zijn genoemd als voorbeelden van “de beweging naar de voorkant”. De interventies zijn in overleg en samenwerking met de onderwijspartners gekozen. Financiering vanuit de gemeente vindt plaats vanuit de NPO middelen. Plezier op school is een tweedaagse zomercursus voor aanstaande brugklassers die op de basisschool gepest werden of andere problemen hadden in de omgang met leeftijdgenoten.

De cursus helpt het zelfvertrouwen en de sociale vaardigheden van deze kinderen te vergroten, zodat zij een goede start kunnen maken op het voortgezet onderwijs en het risico op herhaling van deze problemen verkleind wordt.

Met de interventie Thatslife worden negatieve gevoelens en gedachten in de klas bespreekbaar gemaakt. Ook leren jongeren wat ze kunnen doen als ze zich zorgen maken om zichzelf of om iemand anders. De interventie wordt in het Voortgezet onderwijs ingezet. Gezien, gehoord, gesteund is een regionaal project van gemeenten en het samenwerkingsverband Passend onderwijs VO. Doelstellingen van het project zijn structurele preventieve aandacht voor het versterken van weerbaarheid van jongeren op school (op individueel en groepsniveau) en het tijdig signaleren en beter ondersteunen van kwetsbare jongeren. Centraal staan de aanwezigheid van een ‘compact netwerk preventie professionals’ op school, laagdrempelige beschikbaarheid van specialistische kennis en een schoolklimaat waarin mentaal welbevinden – duurzaam - een ‘gewoon’ gespreksonderwerp is (normaliseren). 3. Waar staan de 2sterren in de tabel beleidsindicatoren op p 8 voor? Dit wordt niet toegelicht. ** Eerste halfjaar 2022 4. Hoe worden de laatste 3 beleidsindicatoren (vanaf kinderen waarmee het thuis beter gaat) gemeten? Op basis van een clienttevredenheidsonderzoek oid? En wat voor soort vragen worden dan gesteld? Op hoeveel respondenten worden deze cijfers bepaald? Deze beleidsindicatoren worden inderdaad gemeten aan de hand van het cliëntervaringsonderzoek (CEO).

Het CEO bestaat uit meerdere onderdelen, zodat we zowel meten hoe inwoners het (gemeentelijke) toegangsproces ervaren als de kwaliteit en het effect van jeugdhulp. Bij het onderdeel over het (gemeentelijke) toegangsproces kunt u denken aan stellingen/vragen als: ‘Ik wist waar ik terecht kon toen ik hulp nodig had’, ‘De medewerker van het Sociaal Team luisterde goed naar mijn verhaal’, ‘De medewerker heeft samen met mij naar oplossingen gezocht’ en ‘Hoe tevreden ben je over het aanvragen van de hulp?’. Bij het onderdeel over de kwaliteit en het effect van jeugdhulp kunt u denken aan stellingen/vragen als: ‘Ik krijg de hulp die ik nodig heb’, ‘Door de hulp gaat het beter als ik thuis ben’, ‘Door de hulp heb ik meer vertrouwen in mijzelf’, & ‘Hoe tevreden ben je over de hulp die je krijgt of hebt gekregen?’. Het CEO jeugd wordt uitgezet bij zowel jeugdigen (vanaf 12 jaar) als ouders van jeugdigen. De vragenlijsten zijn in de basis hetzelfde. De aanspreekvorm in de vragenlijst voor ouders is echter anders en we stellen een aantal aanvullende vragen aan ouders. Over het CEO 2022 hebben we momenteel nog geen definitieve resultaten. Voor het CEO jeugd 2021 zijn 122 jeugdigen (vanaf 12 jaar) en 286 ouders uitgenodigd, waarbij uiteindelijk 19 jeugdigen en 57 ouders deel hebben genomen. Zodra we de definitieve resultaten hebben over het CEO 2022 zullen we uw raad informeren. 5.

Wat is de rol van de RWB mbt de WMO? De RWB voert een taak uit voor de 16 gemeenten in West Brabant met betrekking op het Kleinschalig Collectief Vervoer, KCV (de deeltaxi Wmo). Zij organiseren onder andere het aanbesteden van het contract voor de deeltaxi en beheren de overeenkomst namens de gemeenten. Verder bereiden zij de verschillende overleggen voor (administratieve ondersteuning en advies). 6. Op p 9 onderaan staat wat over de uitbreiding van de werkwijze bij HbH wordt uitgebreid naar vervoersvoorzieningen en woningaanpassingen. Wat is ‘de werkwijze’? En wat levert deze werkwijze en de uitbreiding hiervan op? De werkwijze is in 2021 opgezet en bestond uit een traject van verbetering van de gespreksvoering met de inwoner. Er zijn trainingen gegeven aan de medewerkers en er wordt gebruik gemaakt van visueel materiaal (de praatplaat). Het gesprek wordt gevoerd vanuit positieve gezondheid: wat kan de inwoner nog wel zelf doen? En wat kan de inwoner samen met het eigen netwerk doen of regelen? Hierbij wordt nadrukkelijk gekeken naar de beschikbare collectieve voorzieningen en initiatieven in Oosterhout waar inwoners gebruik van kunnen maken. Wat de werkwijze op het gebied van de HbH heeft opgeleverd, is dat inwoners zelf langer regie blijven houden over hun activiteiten en daardoor ook vaak positiever in het leven staan.

Waar ondersteuning nodig is wordt dit zeker geregeld, maar er worden samen met de inwoner - op een eenvoudige manier - ook andere opties onderzocht. De uitbreiding op vervoersvoorzieningen en woningaanpassingen wordt nu uitgewerkt. Het gaat opnieuw om de gespreksvoering met visuele ondersteuning om te bespreken wat de behoefte is en waar die op gebaseerd is (vraag achter de vraag). Om vervolgens samen met de inwoner te onderzoeken wat er allemaal al is en wat er geprobeerd kan worden. Ook hier geldt: wat er nodig is, wordt verstrekt.

7. Er staat dat het gemiddeld aantal uur per week wordt geïndiceerd is dan ook teruggelopen (mbt HbH). Wordt er getoetst wat voor effect dit heeft op de kwaliteit van leven van mensen die HbH ontvangen? Of dat de hoeveelheid uren HbH ook niet door een ondergrens zakken? In Oosterhout willen we hulp bij het huishouden (HbH) op een goede manier aanbieden. Maatwerk is het uitgangspunt. Bij het indiceren van de benodigde tijd voor de huishoudelijke ondersteuning gebruiken we een objectieve richtlijn. Het normenkader dat we hierbij gebruiken is aangemerkt als goed en bruikbaar door de Centrale Raad van beroep. In het kader van herindicaties vinden er gesprekken met mensen plaats waarbij bekeken wordt of de situatie is verslechterd, verbeterd of hetzelfde is gebleven. Mensen worden daarnaast gevraagd zelf ook contact op te nemen met het sociaal team wanneer ze hun situatie opnieuw willen bespreken. Met onze HbH aanbieders hebben we de afspraak gemaakt dat zij een signaal afgeven wanneer zij vermoeden dat de hulp niet meer passend is in een bepaalde situatie. 8. P 9 Oosterhout werkt in Dongemond samen mbt de maatwerkvoorziening.

T/m indexering van de tarieven: wat wordt verstaan onder de maatwerkvoorziening begeleiding? wat is mbt de logeeropvang gedaan in 2022? Wat behelst het analyseren veel huidige werkwijze irt uitspraak vd centrale raad voor beroep en de indexering van tarieven? Kunt u daar wat meer over toelichten? Met maatwerkvoorziening begeleiding bedoelen we de Wmo voorziening begeleiding waar het sociaal team een beschikking voor kan geven. In 2022 hebben we ons aangesloten bij een regionale pilot logeeropvang. Met deze pilot is het aantal logeerbedden in de regio uitgebreid, specifiek voor ouderen met geheugenklachten en dementie. De behoefte aan geplande logeerzorg is aanwezig. Het gesprek met inwoners over logeeropvang werd echter in de praktijk weinig gevoerd vanwege het gebrek aan beschikbare/vrije bedden. Dat gesprek wordt nu wel gevoerd. In 2022 is er regionaal vanuit de Wmo nog niet veel gebruik gemaakt van de extra logeerbedden. We merken dat gewenningstijd voor mantelzorger en de persoon met dementie, maar ook communicatie rondom het logeren tijd kosten. Bij de voorbereidingen van de inkoop/contracten voor Wmo begeleiding is met zorgaanbieders en andere deskundigen veel gesproken over hoe Wmo-begeleiding vorm gegeven moet worden.

In overleg met zorgaanbieders is besloten begeleiding te indiceren met te behalen doelen en in bandbreedtes, waardoor zorgaanbieders hun expertise kunnen gebruiken om te bepalen welke vorm en welke hoeveelheid begeleiding ze moeten geven om de gestelde doelen te bereiken. Op- en afschalen is binnen de bandbreedtes mogelijk zonder administratie. De Centrale Raad van Beroep heeft in een uitspraak aangegeven dat cliënten rechtszekerheid moeten hebben ten aanzien van de soort ondersteuning en de frequentie. Tegelijkertijd was er in 2022 een wetsvoorstel in de maak die resultaatgericht indiceren mogelijk moest maken. In 2022 hebben we binnen de Dongemond regio onderzocht hoe we onze werkwijze in lijn kunnen brengen met de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep en onze werkwijze hierop aangepast. Inmiddels heeft staatssecretaris van Ooijen zijn voornemen toegelicht om niet verder te gaan met het wetsvoorstel resultaatgericht werken. Gemeenten zullen in het licht hiervan zelf een keuze moeten maken hoe zij hun beleid herzien. De VNG en het Ketenbureau i-Sociaal Domein (in dit geval het Regioteam Opdrachtgever- & Opdrachtnemerschap Jeugdwet en Wmo) hebben afgesproken om mogelijke opties nader te verkennen en verder uit te werken. Op basis van de verkenning wordt rond de zomer een onderbouwd advies voor gemeenten en aanbieders opgeleverd. We zijn in afwachting van dit advies.

De indexering van de tarieven begeleiding staat hier los van. In 2022 is de indexering voor 2023 bepaald. 9. Wanneer wordt het beleidskader maatschappelijke opvang verwacht? Er staat medio 2023, maar dat is het al. Op 6 juni jongstleden heeft uw raad een raadsinformatiebrief met het regionale beleidskader maatschappelijke opvang ontvangen. Op 7 juni jongstleden heeft een digitale informatiebijeenkomst voor alle raadsleden in de regio Breda over het beleidskader plaatsgevonden. Naast de regionale verantwoordelijkheden op het terrein van maatschappelijke opvang die in het beleidskader staan heeft gemeente Oosterhout lokale acties op het terrein van preventie, nazorg en terugvalpreventie op dit terrein lopen, mede als gevolg van de implementatie van de koerswijzer beschermd wonen. In dit kader hebben we onder meer diverse aanlopen, een wijk GGD-er en wijkmakelaars, een doorbraakfonds en alternatieve woonoplossingen (ook in relatie tot de woonzorgvisie). Later dit jaar ontvangt uw raad een raadsinformatiebrief waarin een overzicht wordt gegeven hoe we in Oosterhout invulling geven aan onze lokale verantwoordelijkheden op dit terrein.

10. P 10 “Bij de uitvoering van regelingen staat de burger centraal”. Hoe geeft u hier invulling / handen en voeten aan? We beoordelen de individuele situatie en bekijken op basis daarvan wat er nodig is voor de burger om tot een oplossing te komen. Het gaat er daarbij vooral om om de burger hierin te ondersteunen en er voor te zorgen dat de burger het weer op eigen kracht kan uitgaande van zijn mogelijkheden. 11. Wanneer wordt het wetsvoorstel voor de aangepaste Participatiewet verwacht en wanneer wordt de Raad betrokken om te bezien hoe op deze herziening vooruit gelopen kan worden? Het is nog niet duidelijk wanneer het kabinet het wetsvoorstel ‘Participatiewet in balans’ bij de Tweede Kamer indient. Een voorontwerp van het wetsvoorstel is tot eind juni in internetconsultatie. De input die tijdens deze consultatie is opgehaald zal door het ministerie van SZW nog verwerkt moeten worden. Daarna zal dit voorgelegd worden aan de ministerraad. Na goedkeuring door de minsterraad zal het wetsvoorstel voor advies naar de Raad van State gestuurd worden. Pas na het advies van de Raad van State kan het naar de Tweede Kamer gestuurd worden. Voorlopig wordt uitgegaan dat de wet op 1 januari 2025 wordt ingevoerd. Wij hebben het streven om in het najaar met de raad in gesprek te gaan over de aankomende wijziging. 12. P 11.

Wat is de wettelijke taakstelling ihkv de Wet inburgering (die is behaald)? Voor de eerste helft van 2023 is de taakstelling vastgesteld op 68, deze taakstelling is behaald. Voor het komende half jaar is de taakstelling vastgesteld op 88. 13. Wanneer is er meer bekend over de energietoeslag 2023? Wanneer kan de rest van de energietoeslag 2023 uitgekeerd worden? (Antwoord kan ook na 4 juli) Hierover kan geen uitspraak gedaan worden. Het wetsvoorstel is nog niet bij de Tweede Kamer ingediend en op dit moment is ook nog niet bekend wanneer dit zal gebeuren. 14. Indicator % melders voor uitkering die door intakeprocedure geen aanvraag doen (p11). Wat is de intakeprocedure? En waarvoor dient deze? Waardoor doen melders na de intake geen aanvraag? Kunt u aangeven om hoeveel mensen (percentage) dat per reden gaat? Wat zegt dit percentage? Met welke percentage is het goed of niet goed? De intakeprocedure houdt in dat integraal gekeken wordt naar de situatie van de persoon die zich meldt voor een uitkering. Hierbij wordt naar de persoonlijke situatie gekeken. Er zijn verschillende redenen waarom de melding niet tot een aanvraag leidt.

Redenen kunnen bijvoorbeeld zijn: - Er kan nog aanspraak gedaan worden op een voorliggende voorziening - Er zijn inkomsten (bijvoorbeeld van een partner) die hoger zijn dan de norm - Een jongere kan onderwijs volgen - Er is sprake van een overschrijding van het buiten beschouwing te laten vermogen - De melder is uitgesloten van het recht op bijstand. - Betrokkene ziet uit eigen beweging af van het doen van een aanvraag Er wordt niet geregistreerd om welke reden een persoon geen aanvraag indient. Wij kunnen dus van de verschillende redenen geen percentages noemen. Er is geen sprake van een percentage waarbij het goed of fout is. We bepalen hiervoor geen doelstelling. Het is meer bedoeld om aan te geven dat het aantal intakes hoger is dan het aantal aanvragen en om aan te geven dat in deze voorfase gekeken wordt naar de situatie van de melder. Zo wordt ook voorkomen dat er valse verwachtingen gewekt worden en mensen een aanvraag indienen terwijl op voorhand al duidelijk is dat er geen recht op uitkering bestaat. 15. Wat zijn de belangrijkste doelstellingen voor IZA en GALA, vertaald naar Oosterhout? De centrale doelstellingen voor IZA/GALA zijn: 1. Terugdringen gezondheidsachterstanden; 2. Bevorderen inrichting van gezonde sociale en fysieke leefomgeving; 3. Versterken van de sociale basis in wijken en buurten; 4. Bevorderen van een gezonde leefstijl; 5.

Versterken van de mentale gezondheid van de inwoners; 6. Ondersteunen van de inwoners bij het vitaal ouder worden.

De vertaling naar doelstellingen voor Oosterhout en de regio krijgt haar beslag in de actualisatie van het gezondheidsbeleid, het plan van aanpak brede SPUK/Gala en het regioplan. De actualisatie van het gezondheidsbeleid staat gepland voor raadsbehandeling in oktober. Het regioplan baseert zich op het regiobeeld dat door de gezamenlijke partijen is opgesteld. Daaruit komen de volgende uitgangspunten: 1. Kwetsbare ouderen nu en in de toekomst; 2. Tekort aan zorgprofessionals en mantelzorgers; 3. Mentale gezondheid; 4. Leefstijl en leefomgeving gerelateerde; 5. Kansenongelijkheid en kansrijke start; 6. Druk op eerste lijn. 16. P 13 “in 2023 werken we opnieuw vanuit de integraliteit: uiteraard binnen het sociaal domein, maar ook meer richting het fysieke domein” Kunt u toelichten hoe hier in 2023 verder aan gewerkt gaat worden? Ook in 2023 heeft het Verbetertraject Toegang een belangrijke rol in een integrale samenwerking. Binnen de eigen organisatie en ook met de partners buiten de organisatie. Dit wordt ondersteund door de ontwikkelopgave van het verbetertraject ‘versterken van de sociale basis’. Het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) is een samenwerkingsakkoord, vanuit positieve gezondheid en gericht op preventie. We hebben een Specifieke Uitkering (SPUK) hiervoor aangevraagd, onder andere voor een onderdeel ‘sociale basis’.

In de GALA SPUK is ook een onderdeel ‘leefomgeving’ opgenomen. Dat ondersteunt de samenwerking tussen het sociaal domein en het fysiek domein. Daarnaast willen we gaan starten met een pilot Community Care. Dat is een samenwerking op zorg over de verschillende zorgwetten en bijbehorende financieringen heen (Wlz, ZVW en Wmo), met het doel om kwetsbare ouderen langer thuis te laten wonen. Deze pilot past bij ons verbetertraject en bij de ontwikkelingen vanuit het Integraal Zorgakkoord (IZA). Vanuit het IZA gaan we regionaal ook over de verschillende ‘financieringsdomeinen’ heen samenwerken. Dit doen we op vijf ketenaanpakken, die ook in het GALA terugkomen. 17. De score van eenzaamheid is enorm toegenomen (van 65 naar 81). Heeft u een verklaring voor deze toename? En hoe wordt er op het tegengaan van eenzaamheid ingezet? De scores uit 2022 komen voort uit de monitor sociale kracht. De mate van eenzaamheid wordt bepaald met behulp van een beproefde vragenlijst (eenzaamheidsschaal van De Jong-Gierveld). De uiteindelijke score op deze indicator loopt van 10 naar 100, waarbij geldt dat hoe hoger de score is, hoe minder sprake is van eenzaamheid. In 2021 was deze score 76. De score in de programmarekening 2021 is gebaseerd op een andere enquête. In 2022 is er op basis van de monitor sociale kracht minder sprake van eenzaamheid ten opzicht van 2021.

We willen eenzaamheid voorkomen en verminderen. Daarom hebben we het actieprogramma Eén tegen Eenzaamheid ondertekend. In ons plan van aanpak sturen we niet op minder eenzaamheid. Eenzaamheid kan namelijk verschillende oorzaken hebben en het is moeilijk om een directe koppeling te maken tussen interventies en het verminderen van eenzaamheid. In het plan van aanpak sturen we op meer gemeenschapskracht, sterkere sociale netwerken en mogelijkheden voor mensen op mee te doen. We hebben ongeveer twintig partners en vrijwilligersorganisaties betrokken bij het maken van het plan van aanpak. We hebben online en offline werksessies georganiseerd om prioriteiten te bepalen in de aanpak tegen eenzaamheid. Met dit brede samenwerkingsverband blijven we twee keer per jaar samenkomen om het netwerk te versterken en nieuwe prioriteiten te stellen waar nodig. De wens is om het samenwerkingsverband uit te breiden met partners in inwoners. Ook is er een kerngroep geformeerd die frequenter bij elkaar komt en monitort en bijstuurt waar nodig. 18. Tegelijkertijd is de collectieve zelfredzaamheid afgenomen van 67 naar 60. Heeft u een verklaring van deze afname? En hoe probeert u deze afname tegen te gaan? Voor de scores op het gebied van collectieve zelfredzaamheid is onze monitor sociale kracht leidend. In 2022 was deze score 60, in 2021 was de score 59.

Per abuis is in de beleidsindicatoren bij collectieve zelfredzaamheid voor 2021 een verkeerde score geland. Er is in 2022 ten opzichte van 2021 dus geen sprake van een afname. 19. Arendshof 2: de eerste voorbereidingen voor de sloop van de westvleugel is gestart. Wanneer kan de daadwerkelijke sloop plaatsvinden? Is er al duidelijkheid over de gesprekken met de architect

van Arendshof 2 en belemmert dit nog de sloop? Zo nee, wanneer verwacht u hier uit te komen met de architect? De sloop van de westvleugel ten behoeve van de bouw van de derde woontoren staat nu gepland in oktober 2023. Met de architect van Arendshof II is nog contact over de nieuwe plannen voor Arendshof II, vooral met betrekking tot de verdere uitwerking van het gemeentehuis. Dat we de westvleugel gaan slopen ten behoeve van de ontwikkeling Arensplein, is hem in eerdere gesprekken duidelijk aangegeven. 20. Kunt u het overzicht vanaf pagina 159 (paragrafen 9.7.1 en 9.7.2) uitbreiden met de resterende rentevaste periodes voor elk van de leningen? Maw staat het rentepercentage net zo lang vast als de looptijd van de lening? Zo nee, tot wanneer staat dit rentepercentage vast? Dat klopt; de rente staat vast voor de looptijd van de genoemde leningen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oosterhout&id=7e282758-4412-412f-a3a9-88a5ff0f145a