Uitvoeringsovereenkomst BIZ Weststad 2022
Tekst van het document
Uitvoeringsovereenkomst tussen de Stichting BIZ Weststad en de gemeente Oosterhout Ondergetekenden, De gemeente Oosterhout, rechtsgeldig vertegenwoordigd door R. van der Helm, handelende ter uitvoering van het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Oosterhout van 31 augustus 2021, hierna te noemen: de Gemeente, en de Stichting BIZ Weststad, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door M. M. Brokx, hierna te noemen “de Stichting”, in overweging nemende dat: de algemene ledenvergadering van de Bedrijvenvereniging Weststad-Wijsterd de vorming van een ondernemersfonds via een bedrijveninvesteringszone voor bedrijventerrein Weststad gewenst vindt; in het coalitieakkoord 2019-2022 “Met Oosterhout, voor Oosterhout” is opgenomen dat het streven van het college van de Gemeente erop is gericht om te komen tot een bedrijveninvesteringszone op het bedrijventerrein om zo de benodigde kwaliteitsverbetering samen met de bedrijven vorm te geven; de Stichting voldoet aan de vereisten zoals gesteld in artikel 7 van de Wet op de bedrijveninvesteringszones; de Stichting de gelden voor de bedrijveninvesteringszone naar eer en geweten zal beheren en ter bekostiging daarvan jaarlijks bij het college van de Gemeente een subsidieaanvraag zal indienen; ondergetekenden, mede gelet op de inzet van publieke gelden, te allen tijde een transparante en een democratisch
verantwoorde werkwijze hanteren; partijen thans een uitvoeringsovereenkomst als bedoeld in artikel 7, derde lid, van de Wet op de bedrijveninvesteringszones en artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wensen te sluiten; komen het volgende overeen: Artikel 1. Doel overeenkomst De overeenkomst is gebaseerd op artikel 7, van de Wet op de bedrijveninvesteringszones en beoogt de afspraken tussen partijen te maken om te komen tot de inrichting van een bedrijveninvesteringszone op het bedrijventerrein Weststad. Daarnaast worden de verantwoordingsvoorwaarden voor de Stichting inzake de bekostiging en realisering van de bedrijveninvesteringszone en de subsidieverstrekking door de Gemeente vastgelegd. Artikel 2. Gebied bedrijveninvesteringszone Het gebied waarvoor de beoogde bedrijveninvesteringszone wordt ingesteld is vastgelegd en beschreven in de Verordening bedrijveninvesteringszone Bedrijventerrein Weststad 2022-2026. Artikel 3. Duur overeenkomst a. Deze overeenkomst wordt aangegaan voor de periode van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2026, tenzij tussentijds wordt besloten de looptijd van deze overeenkomst te verlengen. b. Wanneer zich één van de volgende situaties voordoet: wijzigingen in de relevante wetgeving en/of besluiten, gerechtelijke uitspraken die 1
gevolgen hebben voor de BIZ-bijdragen; opheffing van de Stichting; het niet (meer) voldoen door de Stichting aan de voorwaarden gesteld in artikel 7 van de Wet op de bedrijveninvesteringszones; het niet nakomen van de afspraken vastgelegd in deze overeenkomst door de Stichting; intrekking van de Verordening bedrijveninvesteringszone Bedrijventerreinen Weststad 2022-2026 op verzoek van de bijdrageplichtigen, als bedoeld in artikel 6 van de Wet op de bedrijveninvesteringszones; zullen partijen met elkaar overleggen over de op dat moment ontstane situatie. Dit kan ertoe leiden dat deze overeenkomst wordt beëindigd. Deze overeenkomst kan voorts door de gemeente worden beëindigd indien de Stichting in surseance verkeert dan wel failliet is verklaard. Deze overeenkomst impliceert nadrukkelijk geen toezegging over (de hoogte van) de jaarlijkse subsidieverstrekking door de Gemeente. Deze bijdrage is afhankelijk van de opbrengst van de BIZ-bijdragen in de bedrijveninvesteringszone en zal jaarlijks opnieuw worden vastgesteld. Artikel 4.
Prestatieafspraken De Stichting: zal zich richten op collectieve belangenbehartiging van ondernemers op de bedrijventerrein Weststad en de realisatie van de activiteiten zoals vastgelegd in het activiteitenplan en zoals bedoeld in artikel 6 van deze overeenkomst; zal zich inspannen om in de beoogde bedrijveninvesteringszone voldoende draagvlak te creëren om de Gemeente het vertrouwen te geven dat de verplichte draagvlakmeting als bedoeld in artikel 4 van de Wet op de bedrijveninvesteringszones voldoende steun oplevert voor het plan; zal uiterlijk twee weken voordat de gemeenteraad besluit tot het vaststellen van de Verordening bedrijveninvesteringszone Bedrijventerreinen Weststad 2022-2026 het draagvlak daarvoor onder de bijdrageplichtigen peilen en de resultaten van deze informele peiling ter beschikking stellen aan de Gemeente; verplicht zich de activiteiten bedoeld in artikel 6 van deze overeenkomst te verrichten waarvoor de subsidie wordt verstrekt (een en ander in overeenstemming met artikel 7, derde lid, van de Wet op de bedrijveninvesteringszones).
zal invulling geven aan de statutaire doelstelling van de Stichting; zal geen verplichtingen met financiële gevolgen aangaan die hoger zijn dan de jaarlijkse subsidie van de Gemeente, tenzij met schriftelijke instemming vooraf van de Gemeente; zal geen verplichtingen met financiële gevolgen aangaan die de looptijd van deze overeenkomst overschrijden, tenzij met schriftelijke instemming vooraf van de Gemeente; is zich bewust van het (financiële) risico bij beëindiging van de overeenkomst (zoals gesteld in artikel 12 van deze overeenkomst) of bij beëindiging van de bedrijveninvesteringszone (zoals gesteld in artikel 13 van deze overeenkomst); is zich er bewust van dat zij het risico draagt van eventuele minderopbrengsten van de BIZ-bijdragen ten opzichte van de geraamde opbrengst. Als subsidie wordt uiteindelijk verstrekt de daadwerkelijk in een kalenderjaar netto ontvangen BIZ-bijdragen minus de perceptiekosten. Een voorbeeld van het risico is dat de Stichting een deel van de ontvangen subsidie dient terug te betalen, omdat bij nacalculatie blijkt dat de werkelijke opbrengst lager is dan de geraamde opbrengst.
De Gemeente: heeft een inspanningsverplichting om te komen tot de vaststelling door de gemeenteraad van een Verordening bedrijveninvesteringszone Bedrijventerrein Weststad 2022-2026; verplicht zich na vaststelling door de gemeenteraad van bedoelde verordening tot het 2
houden van het onderzoek naar voldoende steun onder de bijdrageplichtigen als bedoeld in Wet op de bedrijveninvesteringszone; verplicht zich onder voorwaarden, na inwerking treden van de Verordening bedrijveninvesteringszone Bedrijventerrein Weststad 2022-2026, tot het verstrekken van een jaarlijkse subsidie als bedoeld in artikel 7 en volgende van deze overeenkomst aan de Stichting; behoudt zich het recht voor om de subsidie in te trekken indien de Stichting van de prestatieafspraken afwijkt zonder voorafgaande toestemming van de Gemeente; verplicht zich de heffings- en inningskosten voor haar rekening te nemen. Artikel 5. Subsidieaanvraag a. De Stichting dient jaarlijks, vóór 1 september van het kalenderjaar voorafgaand aan het betreffende subsidiejaar schriftelijk een subsidieverzoek in bij het college. De aanvraag dient vergezeld te gaan van een begroting en een activiteitenplan. De subsidieaanvraag voor 2022 dient ingediend te worden vóór 1 december 2021. Het college kan besluiten af te wijken van deze termijn. b. Onverminderd het bepaalde in artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht kan het niet tijdig en/of onvolledig indienen van een schriftelijk subsidieverzoek tot gevolg hebben dat de uitbetaling van het voorschot wordt opgeschort. Artikel 6. Begroting en activiteitenplan Stichting a.
Ten behoeve van de subsidie dient de Stichting jaarlijks een begroting en een activiteitenplan in voor het betreffende gebied. De hiervoor bedoelde stukken worden in conceptvorm jaarlijks uiterlijk op 1 september en in definitieve vorm uiterlijk op 15 november (voor het subsidiejaar 2022 respectievelijk uiterlijk op 1 december en 15 december 2021)van het kalenderjaar voorafgaand aan het betreffende subsidiejaar ingediend bij de Gemeente. Bij tijdige en volledige indiening van de stukken vindt beoordeling hierover plaats voor 1 januari van het betreffende subsidiejaar. b. Bij niet tijdige en/of onvolledige indiening van de stukken vindt beoordeling hierover niet meer plaats vóór 1 februari van het betreffende subsidiejaar. Bij indiening na 1 februari van het betreffende subsidiejaar vindt de beoordeling van de stukken vier weken na ontvangst plaats. c. Het niet goedkeuren van de stukken door de Gemeente heeft tot gevolg dat de uitbetaling van het voorschot van de subsidie wordt opgeschort. De Gemeente zal vier weken nadat de stukken alsnog zijn goedgekeurd overgaan tot uitbetaling van het voorschot van de subsidie. Artikel 7. Subsidieberekening Het college verstrekt de subsidie tot maximaal de netto geraamde opbrengst van de BIZbijdragen minus de perceptiekosten.
Als subsidie wordt uiteindelijk verstrekt de werkelijk in een kalenderjaar netto ontvangen BIZ-bijdragen minus de perceptiekosten. Verlaging van de opbrengst ten gevolge van bijvoorbeeld verminderingen van de WOZ-waarde, leegstand en oninbaarheid van openstaande vorderingen leidt dus tot een lager subsidiebedrag. Eventuele meeropbrengst zal dien ten gevolge ook ten goede komen aan de Stichting. Artikel 8. Verantwoording a. Uiterlijk 1 mei van het kalenderjaar na afloop van het subsidiejaar brengt de Stichting een financieel en inhoudelijk verslag uit van de door haar gerealiseerde activiteiten: door het overleggen van een jaarrekening, alsmede van een verslag van de uitgevoerde activiteiten; het financieel deel van het verslag omvat tenminste een goedkeurende accountantsverklaring; het inhoudelijk deel van het jaarverslag bevat in ieder geval een verantwoording van de uitvoering van het activiteitenplannen en de in deze overeenkomst benoemde prestatieafspraken. 3
b. De Stichting geeft de Gemeente desgevraagd alle inlichtingen die voor de beoordeling van de uitvoering van deze overeenkomst van belang kunnen zijn, en stelt de Gemeente uit eigen beweging onverwijld op de hoogte van bijzondere ontwikkelingen en onvoorziene knelpunten, die relevant zijn voor de uitvoering van deze overeenkomst. De Gemeente toetst de verantwoording aan het BIZ-plan van de Stichting, aan de begroting, aan de Wet op de bedrijveninvesteringszones, aan het gemeentelijk beleid en aan deze overeenkomst. c. De Stichting kan in geval van bijzondere omstandigheden het college schriftelijk en met redenen omkleed uitstel vragen voor het uitbrengen van de hiervoor genoemde verslagen. Dit verzoek moet uiterlijk vier weken voor het verstrijken van de hiervoor genoemde datum bij het college worden ingediend. Uiterlijk twee weken na ontvangst van het verzoek om uitstel beslist het college of het verzoek wordt ingewilligd. Artikel 9. Evaluatie a.
De Stichting zal uiterlijk 1 juli 2026 een evaluatie (doen) verrichten naar het functioneren van de bedrijveninvesteringszone als bedoeld in deze overeenkomst, waarbij in ieder geval aan de orde komen: de wijze van bekostiging van het fonds; de uit het fonds verrichte bestedingen; de behaalde resultaten met de uit het fonds verrichte bestedingen; de resultaten van de onder 4 van deze overeenkomst genoemde prestatieafspraken; het functioneren van de Stichting; het moment van de volgende evaluatie. b. De evaluatie van de bedrijveninvesteringszone zal door de Stichting aan het college ter beoordeling worden voorgelegd. Artikel 10. Voorschot subsidie De Gemeente zorgt voor de uitbetaling van een voorschot van de subsidie in drie termijnen, namelijk: vóór 1 februari van het kalenderjaar 30% van de begrote subsidie; vóór 1 juni van het kalenderjaar 30% van de begrote subsidie; vóór 1 oktober van het kalenderjaar 40% van de begrote subsidie. Artikel 11. Vaststelling subsidie en eindafrekening a. Binnen zes weken na ontvangst van het financieel en inhoudelijk verslag conform het bepaalde in artikel 8 van deze overeenkomst stelt het college de hoogte van de subsidie over het voorafgaande kalenderjaar definitief vast. b.
Wanneer het uiteindelijke bedrag meer bedraagt dan de verstrekte (voorschot) subsidie zal de Gemeente binnen vier weken na de definitieve vaststelling van het subsidiebedrag dit meerdere bedrag aan de Stichting uitbetalen. c. De Gemeente zal de teveel ontvangen (voorschot) subsidie met de eerstvolgende termijnbetaling van het dan lopende kalenderjaar verrekenen. d. Wanneer blijkt dat het niet mogelijk is om met het lopende subsidiejaar te verrekenen, verplicht de Stichting zich om de teveel uitbetaalde subsidie terug te betalen binnen een periode van één jaar. e. Indien aan het eind van een subsidieperiode een deel van de op die periode betrekking hebbende BIZ-subsidie niet is besteed, kan de Gemeente toestemming geven dat deel te verschuiven naar de volgende periode. Artikel 12. Beëindiging overeenkomst a. Indien één van partijen tussentijds deze overeenkomst wil beëindigen, dan gelden daarvoor de volgende afspraken: beëindiging van deze overeenkomst door één van de partijen, kan alleen schriftelijk plaatsvinden door middel van een aangetekende brief met een opzegtermijn van drie maanden; 4
deze brief moet zwaarwegende redenen bevatten voor de beëindiging of stopzetting; bij geschil over de beëindiging wordt het geschil voor een bindend advies voorgelegd aan een (in samenspraak aan te wijzen) mediator. b. Indien de overeenkomst conform de onder artikel 12, sub a genoemde afspraken wordt beëindigd zal: 1. de subsidieverstrekking stoppen met ingang van de datum van beëindiging; 2. de eindafrekening plaatsvinden naar deze datum conform de regels gesteld in artikel 11 van deze overeenkomst; de kosten van mediation worden gelijkelijk verdeeld over de Stichting en de Gemeente, tenzij op voorspraak van de mediator een andere verdeling wordt overeengekomen. c. Indien na de eindafrekening als hiervóór onder 2 bedoeld een batig saldo overblijft, zal dit door de Stichting conform haar statuten worden besteed. d. Indien na de eindafrekening als hiervóór onder 2 bedoeld een tekort overblijft, zal dit voor rekening en risico van de Stichting blijven. e. Als de beëindiging van de overeenkomst voortvloeit uit de ontbinding van de Stichting, heeft de afwikkeling van de onderhavige overeenkomst te gelden als (onderdeel van) de vereffening van het vermogen van de Stichting. Artikel 13. Beëindiging bedrijveninvesteringszone a.
Wanneer de Verordening bedrijveninvesteringszone Bedrijventerreinen Weststad 2022-2026 op verzoek van de bijdrageplichtigen wordt ingetrokken ingevolge artikel 6 van de Wet op de bedrijveninvesteringszones: 1. stopt de subsidieverstrekking met ingang van de datum van intrekking van deze verordening; 2. zal de eindafrekening plaatsvinden naar deze datum conform de regels gesteld in artikel 11 van deze overeenkomst; 3. wordt in overleg getreden over de wijze waarop met deze overeenkomst verder wordt omgegaan. b. Indien na de eindafrekening als hiervóór onder punt 2 bedoeld een batig saldo overblijft, zal dit door de Stichting conform haar statuten worden besteed. c. Indien na de eindafrekening als hiervóór onder punt 2 bedoeld een tekort overblijft, zal dit voor rekening en risico van de Stichting blijven. 14. Opschortende en ontbindende voorwaarden a. Deze overeenkomst komt tot stand onder de opschortende voorwaarde, dat uit de definitieve draagvlakmeting blijkt, dat er voldoende bijdrageplichtigen instemmen met de invoering van de Verordening bedrijveninvesteringszone Bedrijventerreinen Weststad 2022-2026. Van voldoende steun is sprake als voldaan wordt aan de voorwaarden als gesteld in artikel 5 van de Wet op de bedrijveninvesteringszones. b.
De overeenkomst treedt in werking met ingang van de dag waarop de overeenkomst rechtsgeldig is ondertekend door zowel de Gemeente alsmede (een rechtsgeldige vertegenwoordiging van) het bestuur van de Stichting.
5
15. Slotbepaling a. De Algemene subsidieverordening Oosterhout 2021 (of zoals deze nadien is gewijzigd) is niet van toepassing op deze overeenkomst; b. bij het beoordelen van het tijdig indienen van de diverse stukken genoemd in deze overeenkomst is de Algemene termijnenwet van toepassing. In tweevoud opgesteld en ondertekend te Oosterhout,
Stichting BIZ Weststad
Gemeente Oosterhout,
M. M. Brokx
R. van der Helm
Bijlage: - Statuten van de Stichting BIZ Weststad
6