CConstaterende datOosterhout
Koppel je AI →
Document · PDF

Sjabloonvragen ZN 338873 Regiovisie Jeugdhulpregio

Raadsvergadering 24 mei 2022, gemeente OosterhoutBij agendapunt: 338873 Regiovisie Jeugdhulpregio West Brabant Oost3.976 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvergadering d.d.

24 mei 2022

Zaaknummer raadsvoorstel: 338873 Onderwerp: Regiovisie Jeugdhulpregio West Brabant Oost

Vragen van fractie:

Naam raadslid: Anco Bakx

Vraag 1 Welke actuele, relevante, beleidsstukken, zijn er naast de “Visie Sociaal Domein” uit 2021 nog die betrekking hebben op de jeugdzorg binnen de gemeente Oosterhout? Antwoord We verwijzen u hiervoor naar de begroting 2022, waar bij het programma “Zorg en Welzijn” de relevante kader stellende beleidsnota’s zijn opgenomen. Vraag 2 Is het mogelijk deze beleidsstukken toe te sturen of beter nog, als bijlagen bij te voegen bij het raadvoorstel? Antwoord Zie antwoord vraag 1. Vraag 3 Hoe past het voorliggende voorstel in het huidige beleidskader jeugd van de gemeente? Welke veranderingen worden beoogd in het herijkte beleidskader jeugd? Antwoord Het huidige beleidskader liep voor op de decentralisatie van de jeugdzorg in 2015. Inmiddels hebben we zowel lokaal als regionaal de nodige ervaring opgedaan, wat mogelijk leidt tot verschuiving en/of andere prioritering. Echter, de thema’s en uitgangspunten van het huidige beleidsplan zijn nog steeds actueel, waardoor er geen ingrijpende wijzigingen worden verwacht. Wel is het tijd dit beleidskader te herijken, zodat het aansluit bij (recente) lokale ontwikkelingen zoals bijvoorbeeld de Visie Sociaal Domein, het verbetertraject toegang en de opgave onderwijs. Ook krijgen regionale ontwikkelingen een plek en gaan we de regiovisie met onze lokale partners verder uitwerken, wat weer als input dient voor de regionale samenwerking.

Vraag 4 Hoeveel jeugdigen in Oosterhout zullen hier iets van merken? Antwoord In 2021 waren er 1668 unieke kinderen/jeugdigen die gebruik maakten van één of meerdere vormen van niet vrij toegankelijke jeugdhulp. Het voert te ver om te zeggen dat zij hier allemaal iets van zullen gaan merken. Het is juist de bedoeling dat jeugdigen zo min mogelijk merken van de manier waarop (inkoop) we het organiseren. Het gaat om de meest passende zorg. Wel verwachten we met de Regiovisie en inkoop de wachtenlijsten te kunnen terugdringen. Ook zijn we door het ontschotten van verschillende vormen van ondersteuning en hulp meer in staat sneller en beter passende hulp te bieden (maatwerk). Dit voorkomt (deels) dat kinderen/jeugdigen en hun ouders steeds opnieuw hun verhaal moeten doen. De regiovisie gaat voornamelijk over de organisatie van de niet vrij toegankelijke jeugdhulp en de regionale samenwerking die hiervoor nodig is; één (fors) onderdeel uit het jeugdhulplandschap. Met de regiovisie zetten we een stap vooruit om de niet vrij toegankelijke jeugdhulp beter aan te laten sluiten op onze lokale, vrij toegankelijke voorzieningen, één van de ingrediënten om de sociale basis te verstevigen (Visie Sociaal Domein). Vanuit dit perspectief kunnen we stellen dat (op termijn) meer kinderen/jeugdigen en hun ouders hier iets van zullen merken.

Dit draagt bij aan onze ambitie dat alle jeugdigen een kansrijke start krijgen zodat zij een betere kans krijgen om zo stabiel en veilig mogelijk op te groeien. Vraag 5 Wat is de opbrengst van deze Regiovisie in termen van betere jeugdzorg, financieel, maar vooral ook niet-financieel/kwalitatief en meer concreet, verkleinen van wachtlijsten? Op welke manier wordt dit vertaald in het aanstaande inkooptraject? Antwoord Het is niet verantwoord om hier op financieel gebied een concrete uitspraak over te doen. De twee grootste variabelen in het bepalen van de financiële opbrengst zijn namelijk de omvang van de vraag en de prijs. Als zowel de vraag als de prijs blijven toenemen, zoals we dat de afgelopen jaren zien, dan zullen de kosten hooguit minder hard groeien. Overigens verwachten we dat de ‘opbrengst’ geleidelijk zal toenemen en pas op de middellange termijn echt duidelijk zichtbaar gaat worden. Het beoogd effect is kwalitatief betere en doelmatiger jeugdhulp, door het ontschot samenwerken. Niet alleen binnen de niet vrij toegankelijke jeugdhulp, maar ook in samenwerking met onze partners lokaal die de vrij toegankelijke voorzieningen vormgeven (bijv. jongerenwerk, POH-jeugd). We zullen monitoren of dit de door- en uitstroom van jeugdigen in jeugdhulp bevordert.

Vraag 6 In het stuk is sprake van een nieuwe governance-structuur die de effectiviteit bevordert, maar in hoeverre raakt de gemeenteraad grip kwijt doordat de beweging naar een gemeenschappelijke regeling wordt gemaakt? Welke oplossing stelt het College voor om de gemeenteraad ‘in control’ te houden, financieel maar ook vooral niet-financieel?

Antwoord De Norm voor Opdrachtgeverschap geeft ons de opdracht om een gemeenschappelijke regeling (GR) te vormen, waardoor een ander soort grip op zaken rond Jeugdhulp zal ontstaan. In de keuze om te komen tot een GR, zal de raad nadrukkelijk betrokken worden. De gemeenteraad stelt de kaders (inhoudelijk en financieel). Via tussentijdse updates in o.a. de P&C cyclus en via raadsinfoavonden wordt de gemeenteraad op de hoogte gehouden. Voor zover nu bekend, worden enkel bevoegdheden van het college aan de toekomstige GR overgedragen. De GR gaat over de uitvoering van het beleid, niet over beleidsbepaling zelf. De raad blijft kaders vaststellen middels verordeningen en beleidsplannen. Net zoals bij andere gemeenschappelijke regelingen kan de raad middels begroting grip houden. De invloed van de gemeente (college en raad) neemt overigens toe omdat nu enkel via een dienstverleningsovereenkomst zorg ingekocht wordt door de gemeente Breda namens in totaal vijf gemeenten. Een GR versterkt de mogelijkheid om inhoudelijk meer samen te werken. In control financieel: In de concept-uitwerking van de GR wordt een financiële paragraaf opgenomen. Deze zal door de raden van regio WBO worden vastgesteld. In control niet-financieel: Concreet gaan we aan de slag om het lokale beleidskader jeugd te herijken. Het lokale beleidskader wordt door de raad vastgesteld.

Twee keer per jaar vindt er een raadsinformatieavond over het Sociaal Domein plaats, waarbij uw raad wordt bijgepraat over de ontwikkelingen Sociaal Domein breed. Vraag 7 In hoeverre kunnen zorgverlenende organisaties meebewegen in de stap naar een nieuwe contractering? Hoe wordt ervoor zorg gedragen dat de jeugd niet de dupe wordt van eventuele vertraging en aanloopproblemen? Antwoord Zorgaanbieders zijn middels fysieke en digitale dialoogsessies meegenomen in het ontstaan van de regiovisie, de hieruit voortvloeiende ontwikkelopgaven en de uitgangspunten voor de nieuwe contractering. Tijdens vervolgsessies zijn we met de aanbieders verder gaan bouwen, verfijnen en verbeteren (iteratief proces). Zorgcontinuïteit is altijd het uitgangspunt. In de huidige overeenkomsten is geborgd dat jeugdigen niet de dupe worden van nieuwe contractering door een overgangsregeling, bijvoorbeeld de sterfhuisconstructie. Vraag 8 Op pagina 15 van de regiovisie is een bloem/waaier/overzicht opgenomen waarin de verschillende verschijningsvormen van jeugdzorg worden opgesomd. Wat valt precies buiten maar binnen de gemeente, wat valt binnen de regionale samenwerking, wat valt binnen de buitenregionale samenwerking? Zorgprofessionals spreken graag over één plan, één gezin, één aanspreekpunt, op welke manier wordt dit geborgd zodat zorgbehoeftigen de weg niet kwijt raken in het zorgbos?

Antwoord De bloem op pagina 15 van de regiovisie is bedoeld om het jeugdhulplandschap met al de betrokken partijen te schetsen, niet om aan te geven wat binnen of buiten gemeenten en/of andere samenwerkingsverbanden valt. De jeugdhulpverlener/regisseur/één aanspreekpunt, is ervoor verantwoordelijk dat het kind/de jeugdige en zijn ouders de weg niet kwijt raakt in dit landschap.

Raadsvergadering d.d 24 mei 2022 Zaaknummer raadsvoorstel: 338873 Onderwerp: Regiovisie Jeugdhulpregio West Brabant Oost

Vragen van fractie Rombouts

Naam raadslid: Maria Dujardin-

Vraag 1 In het raadsvoorstel staat “hobbels horen bij het leven, jeugdigen hebben het recht om naar eigen vermogen zich te ontwikkelen.” En “normaliseren vraagt iets van ons allemaal” Dit zijn genoemde argumenten en kanttekeningen bij het voorgestelde besluit. Dit lijkt een uitgangspunt dat ook bij de opvoeders, onderwijs, lokaal jongerenwerker, huisartsen etc. gedeeld moet worden. Zij zijn de eersten die de problemen niet groter moeten maken dan ze zijn. Waarom wordt dit niet verder uitgewerkt binnen de regiovisie? Krijgt het een plaats binnen de beleidsnota? Antwoord Allereerst: u benoemt een aantal thema’s die bij uitstek lokaal, met de partners verder zullen worden uitgewerkt. De leidende principes uit de regiovisie zijn hierbij ons kompas. Regionaal zullen we opbrengsten uitwisselen zodat waar mogelijk en waar efficiënt uniformiteit ontstaat, echter met behoud van lokale eigenheid. De regiovisie is ontwikkeld in dialoog met o.a. jeugdigen en hun ouders, jeugdhulpprofessionals, huisartsen, samenwerkingsverbanden passend onderwijs en lokale teams. De leidende principes die u in de aanloop naar uw vraag benoemd, zijn mede door hun input ontstaan. In deze uitgangspunten hebben onze lokale onderwijs-, zorg- en welzijnspartners dan ook zeker een rol. Lokaal zijn er al een aantal ontwikkelingen in volle gang.

De regiovisie ondersteunt deze ontwikkelingen, met name de aansluiting van ons lokale veld op de niet vrij toegankelijke jeugdhulp. In de vastgestelde visie op het sociaal domein en in het beleidskader welzijn hebben de door u benoemde uitgangspunten een plek gekregen. Zo staat in het beleidskader Welzijn beschreven langs welke leidende

principes we het welzijnswerk de komende jaren gaan vormgeven. Een van die principes is gericht op demedicaliseren, ontzorgen, en normaliseren door onder meer het (opvoedkundig) klimaat te versterken in gezinnen en wijken, zodat nog meer inwoners op eigen benen kunnen staan. De genoemde uitgangspunten zullen ook een plek krijgen in de nog op te stellen visie op het Onderwijs en in de herijking van het beleidskader jeugd, waardoor we op elk thema het juiste accent kunnen leggen. Daar waar we in Oosterhout positieve ervaringen hebben opgedaan in het preventieve veld (denk aan de POH Jeugd) zullen we deze zeker regionaal delen. Goede voorbeelden van andere gemeenten kunnen we in ons beleidskader een plek geven. Op die manier hangen de regiovisie, de visie sociaal domein en de herijking van het (lokaal) beleidskader jeugd nadrukkelijk samen. Vraag 2 Bij de aanbesteding wordt gesproken over een vorm van beloning wanneer de zorgaanbieder met succes en verkort werkt binnen het zorgpad. Is er ook gedacht aan een beloning wanneer de jeugdige door de juiste zorg terug kan naar de vrij toegankelijke zorg? (Jongerenwerker, Floralia, schoolmaatschappelijk werk..) Antwoord Het doel van elke vorm van jeugdhulp is de jeugdige zo goed en zo snel mogelijk te ondersteunen.

Soms bereiken we dit door een vorm van vrij toegankelijke, soms door een vorm van niet vrij toegankelijke jeugdhulp in te zetten. Het is om die reden lastig hier een beloning op te zetten. Wel juichen we de samenwerking tussen onze lokale partners met de regionale aanbieders toe en jagen we deze samenwerking regionaal aan. Deze samenwerking is noodzakelijk voor de optimale door- en uitstroom van jeugdigen in jeugdzorg. Vraag 3 In de ledenraadpleging van VNG is mede vanwege knelpunten in 2020 de Norm voor Opdrachtgeverschap aangenomen. Waarom ligt nu pas dit raadsvoorstel voor, terwijl het al langere tijd bekend is? Antwoord In 2020 en 2021 hebben er een aantal urgente Jeugd dossiers gespeeld die veel van onze middelen en capaciteit hebben gevraagd. Denk hierbij o.a. aan de dossiers Juzt en de (contractering van) Gecertificeerde Instellingen. Om die reden zijn we effectief in kwartaal 3 2021 gestart met het uitwerken van de NvO. Daarnaast kost het tijd om een gezamenlijke visie op te stellen met 5 verschillende gemeenten. Vraag 4 Wanneer kunnen we de gegevens van de stand van zaken in Oosterhout tegemoet zien met data, “wat” “waar” “hoe” en “waarom”? Antwoord Zoals tijdens de raadsinformatieavond van 10 mei aangegeven, zullen we op basis van de Q2 2023 rapportage een eerste beeld schetsen van de stand van zaken (september/oktober 2023).

Vraag 5 Nieuwe Governance - structuur: doorontwikkeling naar Gemeenschappelijke Regeling. Wat is de strategische verantwoordelijkheid van de gemeenten? Hoe wordt deze vorm gegeven? Wat is de rol van de Gemeenteraad? (Kaders?controle?verantwoordelijkheid? Antwoord Zie hiervoor antwoord vraag 6 van het CDA. Aanvullend: Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen van alle vormen van jeugdhulp. Bijvoorbeeld hulp aan huis bij problemen in het gezin, maar ook behandeling van psychische en gedragsproblemen van kinderen en jongeren. Gemeenten hebben de plicht om jeugdhulp en ondersteuning te bieden. Bijvoorbeeld aan jongeren met een beperking, stoornis, aandoening of opgroeiproblemen. Door die verplichting, de jeugdhulpplicht, moeten gemeenten in ieder geval: - De jongere adviseren welke hulp het beste past; - Samen met de jongere de goede vorm van jeugdhulp kiezen; - Zorgen dat de gekozen jeugdhulp ook echt beschikbaar is. Een deel van deze taken organiseren we lokaal (sociale basis, vrij toegankelijke voorzieningen), een deel organiseren we (boven)regionaal. Vraag 6 Langdurige contracten dragen vertrouwen richting partners uit, maar hoe zorgen we ervoor dat de innovatie blijft? Hoe wordt dit gemonitord? Antwoord Uitgangspunt voor de langdurige contractering zijn flexibele overeenkomsten met de focus op ontwikkelopgaven.

Om het juiste evenwicht te kunnen vinden tussen het innovatieve ondernemerschap en de beheersing van de organisatie, maken we gebruik van de Levers of Control die horen bij het model Simons. Continue analyse zorgt ervoor dat potentiële kansen en problemen vroegtijdig worden gesignaleerd. Deze informatie wordt voortdurend in een dialoog tussen de aanbieder en de regio uitgewisseld en biedt dan ook ruimte om te ontdekken welke alternatieve businessmodellen helpend kunnen zijn om de organisatie succesvol aan de veranderende omgeving aan te passen. Vraag 7 “ We werken hiermee aan een administratief en financieel houdbaar stelsel.” Hoe wordt de gemeenteraad op de hoogte gehouden? Hoe wordt er gemonitord? Antwoord De gemeenteraad zal op de hoogte gehouden worden door middel van de reguliere planning- en control cyclus. Ook worden twee keer per jaar raadsinformatieavonden Sociaal Domein breed georganiseerd. Daarnaast zal ook de raadsklankbordgroep Sociaal Domein regelmatig worden bijgepraat over de actuele ontwikkelingen.

De monitoring zal bestaan uit een cyclisch proces met aandacht voor zowel data als duiding (tellen en vertellen), zowel binnen de regiogemeenten als in samenwerking met partners in het veld. Aan de hand van monitoring, casuïstiek, cliëntervaring etc. leren we wat werkt en wat niet. Hierdoor vergroten we ons zelf-evaluerend vermogen wat zorgt voor flexibiliteit waardoor we (direct) kunnen inspelen op nieuwe ontwikkelingen (innovatie). Vraag 8 Regiovisie (blz. 35) hier wordt gesproken over onderzoek naar meer samenwerking school en jeugdhulp. Zijn er wat voorbeelden te noemen? Antwoord Op het gebied van samenwerking tussen jeugdhulp en passend onderwijs lopen regionaal al een aantal projecten. Zo is samen met de samenwerkingsverbanden passend onderwijs een poortwachtersfunctie dyslexie bij het samenwerkingsverband gerealiseerd. Daarbij toetst het samenwerkingsverband of de aanvragen dyslexie vanuit de scholen aan het protocol dyslexie voldoen. Ook is in samenwerking met het samenwerkingsverband ingezet op een toetsingspunt speciaal onderwijs, waarbij is samengewerkt bij de instroom van jonge kinderen op school. Daarnaast loopt regionaal de pilot Plein3 waarin gemeenten, samenwerkingsverbanden en aanbieder Koraalgroep samenwerken om zeer kwetsbare jongeren het onderwijs en de ondersteuning te bieden die zij nodig hebben.

Lokaal kijken we samen met de schoolbesturen hoe de aansluiting tussen passend onderwijs en (preventieve) jeugdhulp het beste vormgegeven kan worden en stemmen we af over de inzet van de NPO gelden (Nationaal Plan Onderwijs). In het kader van de inzet van de NPO middelen is deelgenomen aan een project samen met het samenwerkingsverband passend onderwijs, de GGD en de GGZ over de mogelijkheid zowel GGD als GGZ preventief binnen de VO-scholen aanwezig te laten zijn. Vraag 9 Bij “overschotgelden” : zouden deze dan ook voor de preventie ingezet kunnen worden? En zo ja, waar zouden we dan concreet aan kunnen denken? Antwoord Doordat we het jeugdstelsel efficiënter willen gaan organiseren, lijkt het idee te ontstaan dat we hierdoor geld ‘over gaan houden’ en dat we dit aan andere dingen kunnen besteden. Zoals tijdens de raadsinformatieavond besproken is dit zeker op korte termijn niet realistisch. Ondanks dat we niet verwachten dat we overschot gelden in kunnen zetten voor preventieve activiteiten, zijn we continu aan het kijken zijn hoe we de vrij toegankelijke jeugdhulp kunnen door ontwikkelen, conform de Visie op het sociaal domein. Afgelopen jaren is er binnen de gemeente Oosterhout een start gemaakt met de doorontwikkeling van de (laagdrempelige) vrij toegankelijke jeugdhulp. Dit heeft

onder andere geresulteerd in een aantal nieuwe voorzieningen en samenwerkingsverbanden. Voorbeelden hiervan zijn: de pilot steunouders, een lokale coalitie kansrijke start, herijking van het jongerenwerk en preventieve projecten gericht op het versterken van de mentale gezondheid van jeugdigen. Om nog meer de beweging naar de voorkant te maken is het van belang om de komende jaren in te (blijven) zetten op de doorontwikkeling van de (laagdrempelige) vrij toegankelijke jeugdhulp. Het gaat hierbij om het optimaliseren van bestaande initiatieven en het onderzoeken of er nieuwe (preventieve) initiatieven gestart kunnen worden die bijdragen aan de transformatie van het sociaal domein. Vraag 10 Wordt er elders in het land al met deze constructie van inkoop gewerkt? Zo ja, wat zijn de resultaten? Antwoord Elke jeugdhulpregio in Nederland is anders. Soms zijn deze (organisatorische) verschillen groot, soms klein. Om die reden is er geen zelfde inkoopconstructie en is een één op één vergelijking niet mogelijk. Wel zijn er modellen die lijken op onze constructie, bijvoorbeeld de gemeente Utrecht. Diverse onderzoeken geven een aantal succesfactoren aan die we borgen in de nieuwe inkoop: -

Consequent, consistent doorgevoerde visies: dit resulteert uiteindelijk in korte lijnen en een cultuur van betrokkenheid onder professionals; Een sterke sociale basis. Een basis uitgaande van wederkerigheid en veelal langdurige samenwerking; De toeleiding- en toegang(jeugdhulp)professionals worden in hun werk ondersteund door specialistische jeugdzorgprofessionals die in de nabijheid zijn georganiseerd. Professionals hebben aandacht voor de mogelijkheden van normalisering.

Raadsvergadering d.d. 24 mei 2022 Zaaknummer raadsvoorstel: 338873 Onderwerp: Regiovisie Jeugdhulpregio West Brabant Oost

Vragen van fractie Kiona Groenen-van den Rijen

Naam raadslid: Jan Schellekens en

Bij de informatierondes voor de regiovisie jeugdhulpregio WBO bleek dat er een paar zaken onduidelijk bleven. Het was niet bekend welk deel er van de gelden ook daadwerkelijk terecht kwam bij de hulp aan kinderen jeugdigen en hun gezinnen met de oude structuur en ook niet wat de nieuwe opzet in de regiovisie zou opleveren aan verbetering, c.q. vermeerdering van de hulp aan deze kinderen, jeugdigen en hun gezinnen.

Er wordt echter wel van uitgegaan dat de kwaliteit door de nieuwe opzet zal verbeteren. Om die verbetering ook daadwerkelijk te verlokken zal er gewerkt worden met een “afschalingsprikkel”; een bonusmalus systeem wat hulpverleners moet prikkelen om de goede kwaliteit in kortere tijd te leveren. Waarmee impliciet gezegd wordt dat dat nu niet het geval zal zijn en/of niet gecontroleerd kan worden. Deze regiovisie jeugdhulpregio WBO behelst vooral over de organisatie en techniek van de inkoop van tweedelijns jeugdzorg. De transitie van de jeugdzorg was echter vooral bedoeld om deze tweedelijns jeugdzorg te voorkomen c.q. te verminderen door de preventie beter te organiseren. Preventie in de voor-eerstelijn en eerstelijns voorzieningen om de veel duurdere hulp in de tweede lijn – ook financieel- te beheersen. Het tegenovergestelde lijkt te gebeuren. In de voorbeelden die in een eerder stadium getoond werden, werden vooral coachingstrajecten getoond die normaal gesproken in de vooreerstelijn of de eerste lijn thuishoren, maar bij gebrek aan die lijnen overgenomen zijn door de veel duurdere trajecten in de tweede lijn. De tweedelijns jeugdzorg is daardoor alleen maar verder gegroeid en dreigt nu zelfs voor de komende 5 – 7 jaar vastgelegd te worden in een nieuwe regiovisie WBO zonder zicht op verandering/verbetering/vermindering.

Aangezien we nu al praten over een afschalingsprikkel en een bonusmalus-regeling lijkt het de fractie van LOeS gerechtvaardigd om die prikkel ook effectief te voorzien van deadlines en de vrijkomende financiën pro-actief naar voor-eerstelijns (preventief) en eerstelijns kinder- en jeugdwerk (en hun systemen) te transporteren. Vraag 1 Hoeveel procenten van het totale budget kwam er ook daadwerkelijk bij de hulpverlening aan kinderen, jeugdigen, jongeren en hun gezinnen terecht in de afgelopen jaren? Antwoord Voordat we in gaan op de beantwoording, willen we graag reageren op uw toelichting voorafgaand aan de eerste vraag. Dit om te schetsen dat de regiovisie en de inkoop met name gaan over de organisatie van de niet vrij toegankelijke jeugdhulp (hulp waar een beschikking voor nodig is). Het zorglandschap bestaat naast de niet vrij toegankelijk jeugdhulp uit het voorliggend veld (de toeleiding), waarmee we preventieve en vrij toegankelijke jeugdhulp organiseren. Zie succesvolle voorbeelden hiervan in de antwoorden op de vragen van het CDA en Gemeentebelangen. Dit is lokaal georganiseerd. Hierbij de beantwoording van vraag 1: Dit is moeilijk te beantwoorden want dit is deels een definitie kwestie. Aannemend dat u doelt op de kosten voor de niet vrij toegankelijk jeugdhulp: dit is per aanbieder verschillend en afhankelijk van de wijze waarop deze georganiseerd is.

In de opbouw van tarieven zit een overheadspercentage dat we hanteren bij het vaststellen van de tarieven. Daarnaast is er voor sommige zorgvormen, bijvoorbeeld crisiszorg, een bepaalde capaciteit beschikbaar “voor het geval dat”. In de praktijk betekent dit geen bezetting van 100%, waardoor het budget niet volledig bij de jongeren en hun gezin terecht komt. Vraag 2

Kunt U ons laten weten of de “winst” die gemaakt wordt in de nieuwe regiovisie uit te drukken valt in percentages aan hulpverlening aan kinderen, jeugdigen, jongeren en hun gezinnen. Zo ja hoeveel? Antwoord Het doel is snellere en beter passende zorg voor de jeugdige. Om dit uiteindelijk uit te drukken in percentages en getallen, zijn veel variabelen en dito aannames nodig, zodat precieze duiding lastig is. Vraag 3 Hoe gaat u de kwaliteit en kosten monitoren in de komende 5 - 7 jaren? Antwoord Net als in de huidige situatie zullen de kosten strak gemonitord worden. Verschil is wel dat we overstappen naar een taakgerichte financiering en we gaan werken met lumpsum financiering vanaf 2024. Doordat we overgaan van 250 aanbieders naar maximaal 20 strategische partners zal er ook veel meer ingezet gaan worden op het samen duiden van ontwikkelingen en tijdig bijsturen. Binnen jeugdhulpregio WBO hanteren we wegingsfactoren die afzonderlijk of gezamenlijk een richtlijn zijn voor het verdere handelen van de regio. Wegingsfactoren zijn enerzijds het kwaliteitskader en anderzijds data/KPI’s om gestelde doelen in beleid en ontwikkelopgave te meten.

Vraag 4 Hoe gaat u monitoren op de voorkoming van de intrede van (malafide) omzetjagers in de jeugdzorg? Antwoord We hanteren het Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA): het Europees standaardformulier dat in Nederland wordt toegepast op aanbestedingen zowel boven als onder de Europese aanbestedingsdrempel. Het UEA is een eigen verklaring over de financiële toestand, de bekwaamheden en de geschiktheid van ondernemingen voor een aanbestedingsprocedure. Vervolgens monitoren we tijdens het contract beheer op het naleven van afspraken, checks/controles, signalen en trends/opvallendheden in data. Tevens wordt voor de nieuwe contractering een winstmaximering opgenomen. Vraag 5 Hoe snel kunt u werk maken van de verwijdering van –alsnog- doorgedrongen (malafide) omzetjagers in het aanbod van kinderen, jeugdigen, jongeren en hun gezinnen? Antwoord In de overeenkomst met jeugdhulpaanbieders is opgenomen dat wij als opdrachtgever onderzoeken/controles bij de jeugdhulpaanbieder uitvoeren. Afhankelijk van de constateringen, zijn er sancties mogelijk. Voorbeelden hiervan zijn terugvordering van ten onrecht verkregen gelden, opleggen van een boete, ontbinden van een overeenkomst en het doen van een melding/aangifte bij de bevoegde opsporingsorganisatie.

Vraag 6 Wat voor mogelijkheden kunt u aanwenden op het moment dat de gewenste “winst” niet gemaakt wordt? Antwoord Zie het antwoord bij vraag 5. Vraag 7 Hoeveel percentage winst denkt U te maken met de afschalingsprikkel en de bonusmalus regeling? Antwoord Doordat we het jeugdstelsel efficiënter willen gaan organiseren, lijkt het idee te ontstaan dat we hierdoor geld ‘over gaan houden’ en dat we dit aan andere dingen kunnen besteden. Zoals tijdens de raadsinformatieavond besproken is dit zeker op korte termijn, niet realistisch. Ondanks dat we niet verwachten dat we overschot gelden in kunnen zetten voor preventieve activiteiten, zijn we continu aan het kijken zijn hoe we de vrij toegankelijke jeugdhulp kunnen doorontwikkelen, conform de Visie op het sociaal domein. Vraag 8 Kan de veronderstelde winst van de afschalingsprikkel en de bonusmalus regeling vooraf opgenomen worden in het uitvoeringsplan door middel van een jaarlijks begrote afschaling van het budget voor bepaalde sectoren? Antwoord Zie het antwoord bij vraag 7. Aanvullend: wellicht is dit op termijn een mogelijkheid.

Vraag 9 Bestaat de mogelijkheid om die gelden die vrij komen over te hevelen naar andere meer preventieve inzet op het gebied van hulpverlening aan kinderen, jeugdigen, jongeren en hun gezinnen? Antwoord Ondanks dat we niet verwachten dat we overschot gelden in kunnen zetten voor preventieve activiteiten, zijn we continu aan het kijken zijn hoe we de vrij toegankelijke jeugdhulp kunnen doorontwikkelen, conform de Visie op het sociaal domein.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oosterhout&id=a67388c8-cfb4-4229-aafa-4b71539f3738