Sjabloonvragen woningbouwlocaties Oosteind incl beantwoording- ZN318973
Tekst van het document
Raadsvergadering d.d.
21 december 2021
Raadsnota nummer
ZN318973
Onderwerp: Woningbouwlocaties Oosteind
Vragen van fractie:
Naam raadslid: Sander Mulders
1. Wat houdt de gegarandeerde impuls aan het dorp Oosteind precies in? Antwoord: De gemeente Oosterhout bezit, met de sportvelden, strategische grondposities in de dorpskern. Door ter plaatse het initiatief te nemen voor de bouw van woningen is uitbreiding van de woningvoorraad in het dorp gegarandeerd. Door woningbouw te realiseren rondom de dorpskern ontstaan er direct kansen voor een opwaardering van het openbaar gebied (realisatie van groenstructuren, speelvoorzieningen, wandelroutes e.d.) waar het volledige dorp profijt van heeft. Daarnaast draagt gerichte woningbouw voor de doelgroepen starters en gezinnen met kinderen gegarandeerd bij aan het versterken van het draagvlak voor de basisvoorzieningen in het dorp (zoals basisschool en de sportverenigingen). In welke mate dit exact gebeurt is afhankelijk van de verdere uitwerking van de plannen, maar dat woningbouw ter plaatse een positieve impuls geeft aan het dorp staat vast. 2.
Wat is het rechtsgevolg, de betekenis en de werking van het vaststellen door de gemeenteraad van de Studie woningbouwlocaties Oosteind 2021? Antwoord: In de vastgestelde Omgevingsvisie Oosterhout is de volgende zinsnede opgenomen: “Ter uitvoering van deze Woningbouwstrategie is voor het kerkdorp Oosteind een locatiestudie gestart, welke in beeld brengt waar gezien de aanwezige kwaliteiten woningen gerealiseerd kunnen worden.” De Studie woningbouwlocaties Oosteind beschrijft het resultaat van deze locatiestudie en geeft gedetailleerder inzicht in de woningbouwmogelijkheden in Oosteind. De Studie is daarmee onderdeel van het omgevingsbeleid van de gemeente Oosterhout en fungeert, net als de Omgevingsvisie Oosterhout, als afwegingskader voor toekomstige woningbouwinitiatieven in Oosteind. 3. Welke verwachtingen mag VBO koesteren bij de vaststelling van de studie door de gemeenteraad? Antwoord: De Studie is tot stand gekomen in nauwe samenwerking tussen de gemeente Oosterhout, de Vereniging Belangen Oosteind en inwoners en ondernemers uit het dorp. VBO mag verwachten dat de gemeente een positieve grondhouding heeft ten opzichte van initiatieven die voldoen aan de gestelde kaders in de studie (zo ook de Visie Dorpshart die door de Werkgroep Dorpshart is opgesteld).
Daarnaast mag VBO verwachten dat de gemeente zorgvuldig onderzoekt of woningbouw op de sportvelden (en de daaraan gekoppelde verplaatsing van de sportvelden) haalbaar is en vervolgens handelt naar de uitkomsten van dit nadere onderzoek. 4. Wat betekent het concreet als de gemeenteraad een positieve grondhouding aanneemt ten aanzien van de visie dorpshart? Antwoord: Dit betekent dat de gemeenteraad de denkrichtingen, zoals beschreven in de Visie Dorpshart, voorstelbaar acht. Op basis hiervan is het aan initiatiefnemers om de plannen verder ruimtelijk/financieel uit te werken (in samenspraak met het dorp) en als concreet
(principe)verzoek in te dienen. Het college kan op basis van dit ingediende formele verzoek een definitief besluit nemen aangaande principemedewerking. 5. Hoe verhoudt de studie woningbouwlocaties Oosteind zich tot het werk aan een contourennota waarbij is gepreludeerd op één grote (zelfvoorzienende) wijk van de toekomst? Antwoord: De Studie woningbouwlocaties Oosteind richt zich voornamelijk op het bestaand ‘stedelijk’ gebied van het dorp en de direct daaraan grenzende kernrandzones. Het doel van de studie was om, samen met de Vereniging Belangen Oosteind, inwoners en ondernemers te komen tot kansrijke locaties (en perspectieven) voor woningbouw rekening houdend met de identiteit van het dorp. Hierbij is de primaire aanleiding dat een gerichte en passende vorm van woningbouw nodig is om de leefbaarheid van het dorp op de langere termijn veilig te kunnen stellen. Woningbouw is immers nodig om jongeren te kunnen behouden voor het dorp en de basisvoorzieningen in stand te kunnen houden. Dit blijkt ook uit de zienswijze die VBO heeft ingediend op de Ontwerp Omgevingsvisie Oosterhout. Daarnaast werkt Oosterhout in het verband van de Stedelijke Regio Breda-Tilburg samen met gemeenten, waterschappen en provincie actief mee aan een Verstedelijkingsakkoord voor deze regio, als onderdeel van de provinciale verstedelijkingsstrategie.
Samen met de andere gemeenten en de provincie moet invulling worden gegeven aan de (boven)regionale woningbouwopgave. Waar de Studie zich meer richt op een kwaliteitsverbetering van het dorp en de daaraan grenzende kernrandzones, zal de contourennota meer in gaan op de mogelijkheden om invulling te geven aan deze grotere regionale opgave. Hierbij wordt vooral naar het buitengebied van Oosterhout gekeken. Desalniettemin worden de mogelijkheden die in de Studie woningbouwlocaties Oosteind worden geboden, meegenomen in de afwegingen die gemaakt worden in de contourennota en kan dit invloed hebben op het uiteindelijke programma en locatiekeuze. Over de contourennota wordt u later geïnformeerd.
Raadsvergadering d.d.
21 december 2021
Raadsnota nummer
ZN318973
Onderwerp: Woningbouwlocaties Oosteind
Vragen van fractie:
Naam raadslid: Tanja Roovers-Huijben
Studie woningbouwlocaties Oosteind 2021 OVV: De financiële haalbaarheid van de plannen dient nader onderzocht te worden, waarbij rekening gehouden moet worden met een gefaseerde ontwikkeling. Het uitgangspunt voor de zuid(oost)elijke dorpsuitbreiding is dat de kosten voor het nieuwe sportpark en het bouwen woonrijp maken van de te ontwikkelen nieuwe woningbouwlocatie moeten worden gedekt vanuit de grondopbrengst van woningbouw op het huidige sportvelden van OVV. In deze berekening dient ook rekening gehouden te worden met de (meer)kosten om de huidige accommodaties in stand te houden en te voorzien van een kwaliteitsimpuls; betekent dit dat de herontwikkeling van deze locatie het achterstallig onderhoud van de vereniging moet bekostigen? Antwoord: Nee, voorgaande betekent dat in het haalbaarheidsonderzoek in eerste instantie gekeken moet worden naar de kosten voor verplaatsing (en nieuwbouw) van het sportcomplex in
relatie tot de opbrengsten die uit de grondexploitatie gehaald kunnen worden. Echter, ook als dit niet leidt tot een positief saldo in de grondexploitatie dan kan verplaatsing alsnog financieel aantrekkelijker zijn dan het opwaarderen van de bestaande accommodatie. Als niet voor verplaatsing wordt gekozen, dan dient immers ook rekening te worden gehouden met kosten voor achterstallig onderhoud en opwaardering van de bestaande accommodatie. Dit dient te zijner tijd meegenomen te worden in de uiteindelijke afweging, evenals de positieve maatschappelijke baten die een verplaatsing met zich mee kan brengen (o.a. toevoeging kwalitatieve vormen van woningbouw, kwaliteitsverbetering in het dorp, verminderen verkeer door de woonwijken en upgrade/uitbreiding van de sportvoorzieningen).