Sjabloonvragen PvdA-VVD-D66-GB - bouwplannen Dorst Oost
Tekst van het document
Raadsvergadering d.d. 22 februari 2022 Raadsnota nummer:
ZN318898
0nderwerp: Bestemmingplan Dorst Oost
Vragen van fractie
Naam raadslid: Anton van Opzeeland
1. Hoe hard is het aantal van 23 sociale huurwoningen in het bestemmingsplan Dorst? Antwoord: De gemeente en de Ontwikkelingsmaatschappij Ruimte voor Ruimte hebben bestuurlijke afspraken gemaakt over het aantal van 23 sociale huurwoningen. Dit aantal is niet vastgelegd in het bestemmingsplan. Thuisvester had gronden in eigendom in het plangebied en heeft deze grond ingebracht met de afspraak om bouwrijpe grond terug te kopen van Ontwikkelingsmaatschappij Ruimte voor Ruimte met een programma van 23 sociale huurwoningen. Deze afspraken zijn vastgelegd in de koopovereenkomst tussen Ontwikkelingsmaatschappij Ruimte voor Ruimte en Thuisvester. 2. Zijn hier, bijvoorbeeld in een anterieure overeenkomst, heldere en afdwingbare afspraken over gemaakt? Antwoord: De afspraken die gemaakt zijn, zijn vastgelegd in een overeenkomst tussen Ruimte voor Ruimte en Thuisvester. 3. Waarop is het aantal van 23 sociale huurwoningen in dit plan gebaseerd? Antwoord: Bij de inbreng van de gronden hebben Thuisvester en gemeente en Ruimte voor Ruimte dit aantal met elkaar vastgesteld. Dit is gebaseerd op de behoefte die Thuisvester voor Dorst heeft aangegeven. 4. Kan de raad inzage krijgen in de uitgangspunten (m.b.t.
te realiseren van woningen) die voor de ontwikkelaars de basis hebben gevormd voor de uitwerking van dit bouwplan? Hiermee bedoel ik de inschatting van het aantal en soort woningen die dienen als onderligger voor de begroting en het rendement voor de ontwikkeling van dit plan? Antwoord: In juni 2020 is de exploitatieberekening van het plan vertrouwelijk gedeeld met uw raad. Hierbij is destijds ook aangegeven wat de uitgangspunten bij die berekeningen waren. 5. Hoeveel bedraagt het rendement op dit bouwplan? Met andere woorden: hoeveel winst heeft de ontwikkelaar hiervoor begroot? Antwoord:
In juni 2020 is de exploitatieberekening van het plan vertrouwelijk gedeeld met uw raad. Ontwikkelingsmaatschappij Ruimte voor Ruimte heeft geen winstoogmerk. 6. Ik lees in de reactienota deze alinea ten aanzien van de trillingen: Het bestemmingsplan zal met alle onderliggende onderzoeken via www.ruimtelijkeplannen.nl voor een ieder beschikbaar zijn en blijven. Kopers kunnen dat raadplegen danwel de gemeente om toelichting vragen. Dat is in de praktijk ook vaak gebeurd in de andere wijken langs het spoor. Daarnaast is het aan de verkoper (ontwikkelaar) dan wel notaris om kopers correct te informeren over relevante zaken. Het klinkt nu alsof de koper een eigenstandige verantwoordelijkheid heeft en niet door de gemeente wordt beschermd zodra er een probleem ontstaat door bijvoorbeeld trillingen. Tegelijkertijd is sprake van een woningtekort. Mogelijk zijn kopers dus niet zo kritisch. Waar onze zorg zit, is dat de gemeente de trillingen (en ook geluid) aan de voorkant probeert dicht te regelen. Maar ik mis de verantwoordelijkheid voor achteraf. Ik vind dat het college moet proberen om de gemeente niet zelf op te laten draaien voor eventuele fouten, die achteraf tevoorschijn komen. Zijn onze zorgen terecht en hoe kunnen die weggenomen worden? Antwoord: Middels de regels is geborgd dat er aan de gestelde trillingsnorm zal worden voldaan.
Bij de omgevingsvergunningverlening (bouwen) wordt dat getoetst. Hier dient aan te worden voldaan. De bouwer is verantwoordelijk voor het geleverde product. 7. Heeft de gemeente een risicoanalyse gemaakt m.b.t. de ontwikkeling van gevaarlijke stoffen over het spoor? Hoe groot wordt de kans ingeschat dat er in de nabijheid van de nieuwe wijk een incident of ramp gebeurt met een trein gevuld met gevaarlijke stoffen? En welk (extra) risico lopen de bewoners achter het geluidscherm dan? Antwoord: In paragraaf 4.2.3. van de toelichting van het bestemmingsplan wordt verwezen naar bijlage 14 onderzoek externe veiligheid. Er is een aanvaardbare veiligheid situatie aangaande externe veiligheid. Is ten tijde van een calamiteit of crisis de bereikbaarheid van de het spoor en de treinen aldaar gewaarborgd wanneer er een 6 meter hoog geluidscherm staat? Antwoord: Het scherm wordt om de 200 meter voorzien van nooddeuren voor de doorgang. Hiermee wordt voldaan aan de eisen van de veiligheidsregio. Is er overleg gevoerd met de hulpdiensten over dit plan? Antwoord: Ja. 8. In 2010 (bron: Idop Dorst) was er al sprake van een tekort aan starters en seniorenwoningen. Hoeveel starters- en seniorenwoningen zijn er in de afgelopen 11 jaren opgeleverd in Dorst? Antwoord:
Dat is niet bekend, want dat wordt niet op deze wijze geregistreerd in onze administratie. Vanaf 2021 registreren wij de prijsklassen, woningtypen in huur-koop en de differentiatie in grondgebonden en gestapeld. 9. We zijn al heel lang druk met Idops waarin staat dat er gebouwd wordt naar de behoefte aan woningen onder de bevolking van onze dorpen. Kunt u uitleggen waarom dit plan dan toch niet aansluit bij de visie van de dorpsraad? Antwoord: De Idop dateert uit 2008 en geeft als visie een richting aan mogelijke woningbouwontwikkelingen. Het thans voorliggende plan speelt nadrukkelijk in op de huidige regionale woonbehoefte en regionale afspraken. 10. Hoe is de dorpsraad betrokken geweest bij de ontwikkeling van dit bouwplan? Is er (proactief) afstemming geweest en wat was hun inbreng? Antwoord: De contouren van het plan zijn neergezet in 2018/2019 en zijn enerzijds geënt op het toen staande beleid van de gemeente Oosterhout, de inzichten in de woningbehoefte en de financiële mogelijkheden van het plan. De dorpsraad is aan de voorkant niet betrokken geweest in de zin dat ze inbreng hebben geleverd voor het programma of het stedenbouwkundig plan. Er is wel steeds afstemming geweest over de voortgang met leden van het Platform Dorst. 11.
Klopt het dat de ontwikkeling en realisatie van het bouwplan ‘De boswachterij’ ook niet aansloot op de woningbouwbehoefte van het dorp? Antwoord: Bij de ontwikkeling en realisatie van het bouwplan ‘De Boswachterij’ is aangesloten bij de marktbehoefte van dat moment. 12. Is er in dit plan ruimte voor huisvesting van statushouders? Antwoord: Er worden sociale huurwoningen gebouwd die door Thuisvester worden verhuurd aan de doelgroepen van beleid. Het is aan Thuisvester om te bepalen aan wie zij de woningen verhuren. 13. Hoeveel statushouders zijn er inmiddels in Dorst gehuisvest? Antwoord: Nul.
Raadsvergadering d.d.
22-02-2022
Raadsnota nummer:
ZN318898
Onderwerp: Bestemmingsplan Dorst-oost
Vragen van fractie: Naam raadslid: Ruben Jacobs 1. De inhoudsopgave van het bestemmingsplan maakt melding van ruim 20 bijlages. Kunnen deze worden toegevoegd aan de stukken in IBabs? Antwoord: De bijlagen zijn in te zien via www.ruimtelijkeplannen.nl (zoeken op plannaam Dorst-Oost en dan aan de rechterzijde de bijbehorende documenten opvragen en dan zijn de bijlagen te raadplegen. In overleg met de griffie zullen we kijken of het mogelijk is de stukken toe te voegen in IBabs. 2. Met betrekking tot de economische uitvoerbaarheid (blz. 85) heeft de gemeenteraad een motie aangenomen: Motie kostenverhaal Dorst-Oost en Steenovensebaan 28. Op welke wijze heeft het college hier invulling aan gegeven? Kunt u dit inzichtelijk maken? Antwoord: Het college heeft dit punt ingebracht in de gesprekken met Ontwikkelingsmaatschappij Ruimte voor Ruimte in het kader van de opgestelde Anterieure Overeenkomst. Deze gesprekken hebben niet geleid tot afspraken over nabetaling in het geval de exploitatie positief zou sluiten.
Raadsvergadering d.d.
22-02-2022
Raadsnota nummer:
ZN318898
Onderwerp: Bestemmingsplan Dorst-oost
Vragen van fractie: Naam raadslid: Guus Beenhakker 1. In hoeverre ziet u mogelijkheden om het plan meer te laten aansluiten bij het op handen zijnde Masterplan Dorst 2030? Antwoord: Het voorliggende plan was al in ontwikkeling ruim voor het Masterplan Dorst 2030. De inzichten, randvoorwaarden en uitgangspunten die naar aanleiding van het Masterplan of de Visie Dorst 2030 worden benoemd, zullen betrekking gaan hebben op nog op te starten projecten. 2. U stelt voor een hogere waarde voor de wet geluidshinder toe te staan m.b.t. railverkeer. a. Wat gebeurt er met het plan als we dit niet toestaan? Met andere woorden, wat kan er dan niet? Antwoord:
Hiervoor is het college bevoegd gezag en hiertoe is op 18 januari 2022 besloten. De hogere waarde wordt enkel vastgelegd voor de nieuwe woningen, gelet op de bestaande geluidsproductie vanwege de spoorweg op die woningen. Daarmee wordt de geluidsproductie niet gewijzigd. I.c.m. met het geluidsscherm wordt de geluidsbelasting bij de woningen aanzienlijk verlaagd. Voor zover er nog sprake is van een overschrijding van de grenswaarden, is een hogere waarde vastgesteld om dit plan mogelijk te maken. Voor de bestaande woningen heeft het geen negatief effect. Ook bij enkele bestaande woningen gaat daardoor de geluidsbelasting naar beneden. b. Zijn er alternatieve manieren om de akoestiek wettelijk op orde te krijgen? Antwoord: De mogelijke geluidmaatregelen zijn onderzocht (zie ook de toelichting, paragraaf 4.2.4, van het bestemmingsplan). Het geluidsscherm is daarvan het resultaat (meest effectief). Op deze wijze wordt ruimschoots aan de Wet geluidhinder voldaan. c. Zo ja, wat zou dit betekenen voor het bestemmingsplan? Antwoord: Omdat er nu wordt voldaan aan de Wet geluidhinder kan het bestemmingsplan worden vastgesteld. d. U stelt het nemen van maatregelen met betrekking tot trillingshinder uit en wilt ze regelen bij de omgevingsvergunningen (bouwvergunningen). Tevens stelt u dat bij de woningen tussen 30 en 100 meter vanaf het spoort trillingshinder voor kan komen.
Waarom neemt u nu niet al meer maatregelen? Antwoord: Het spoor is de trillingsbron. Daar is onderzoek naar gedaan. Daaruit is gebleken dat er maatregelen nodig zijn. Het treffen van overdrachtsmaatregelen (dit zijn maatregelen aan het spoor zelf) is verhoudingsgewijs zeer kostbaar. Het is goedkoper om maatregelen bij de bouw te treffen. Deze maatregelen zijn geborgd in de regels.
Raadsvergadering d.d. 22 februari 2022 Raadsnota nummer 318898 Onderwerp: Vaststellen bestemmingsplan Dorst, herziening 3 (Dorst Oost)
Vragen van fractie Naam raadslid: Walther Hoosemans 1. Is het totale plangebied eigendom van de Ontwikkelmaatschappij Ruimte voor Ruimte Antwoord: Vrijwel het gehele plangebied is eigendom van de Ontwikkelingsmaatschappij Ruimte voor Ruimte. Alleen een kleine strook aan de zuidwestkant van het plan is van de gemeente.
2.
U benoemt in de drie voorliggende nota’s de ontsluiting Dorst-West. Op welke termijn wordt deze ontsluiting gerealiseerd.
Antwoord: Het is nog niet bekend wanneer deze wordt gerealiseerd. De planvorming wacht op de besluitvorming over het tracé van de snelfietsroute. De huidige planning is start realisatie in 2023. 3.
Is er overleg geweest met het Platform Dorst m.b.t. het Masterplan voor Dorst 2030 en wat is hiervan de uitkomst
Antwoord: Ja, er is overleg geweest met enkele leden van het Platform. De leden van het platform hebben aangegeven wel positief te staan tegenover het plan Dorst-Oost maar zich veel zorgen te maken over de toename van het verkeer in de bestaande kern en de druk op de leefbaarheid die dat met zich meebrengt. Daarnaast is er regelmatig overleg met het Platform Dorst over het Masterplan Dorst 2030. Over het verloop en de uitkomsten rond het Masterplan ofwel de Visie Dorst 2030 wordt u te zijner tijd separaat geïnformeerd. 4.
Kunt U een overzicht verstrekken van de momenten van overleg en participatie en met wie
Antwoord: Het is heel lastig om een dergelijk overzicht te verstrekken. Er lopen heel veel projecten in Dorst en er wordt door verschillende medewerkers van de gemeente op allerlei momenten en manieren overleg gevoerd met bewoners. Soms met één bewoner (keukentafelgesprek), soms met leden van het Platform Dorst, soms middels informatie en/of inloopbijeenkomsten. Ook worden brieven gestuurd en wordt informatie op de website gezet. Daarnaast zijn er telefonische contacten. De formele momenten waarop overleg is geweest over het bestemmingsplan Dorst-Oost worden weergegeven in de Reactienota zienswijzen (is onderdeel van de stukken). 5.
Kunt U een onderverdeling aangeven van de 165 te realiseren woningen
Antwoord: Er is geen onderverdeling vastgelegd. Alle woningen zijn grondgebonden woningen. Wat wel is vastgelegd is dat er maximaal 35 vrije kavels komen en dat er 23 sociale huurwoningen komen.