Sjabloonvragen Gemeentebelangen -PvdA - Woningbouwstrategie 26.01.2021
Tekst van het document
Sjabloon Raadsvergadering d.d. 26 januari 2021 Raadsnota nummer ZN 261931 Onderwerp: Bouwen aan de Toekomst, Woningbouwstrategie Gemeente Oosterhout
Vragen van fractie Naam raadslid: Walther Hoosemans 1. U bent trots op het voorzieningenniveau door woningbouw in Vrachelen, Oosterheide en Dommelbergen, bent U ook trots op Dorst, Den Hout en Oosteind. Waar heeft de woningbouw hiertoe geleid Antwoord: Uiteraard zijn wij, net als u, trots op de kracht van onze kerkdorpen. Onze constatering is echter dat het toevoegen van grote hoeveelheden aan de woningvoorraad, zoals bijvoorbeeld in de bovengenoemde wijken, gezorgd heeft voor een breed draagvlak voor stedelijke voorzieningen op het gebied van onder andere sport, cultuur en onderwijs. Getalsmatig gezien heeft de groei van de kerkdorpen daaraan een beperkte bijdrage geleverd. U hebt gelijk als u bedoelt dat nieuwbouw in of in de nabijheid van de kerkdorpen ook leidt tot verbreding van het draagvlak voor voorzieningen in de kerkdorpen zelf. We zien dat op dit moment in Dorst, als gevolg van de nieuwbouw in De Boswachterij en Baarschot, maar ook in Den Hout; de nieuwbouw in De Contreie heeft ook hier een duidelijk positieve invloed op het draagvlak voor bijvoorbeeld de basisschool in Den Hout 2. U schrijft over de regio Breda-Tilburg. In 2006 is er een visie verschenen Stedelijke Regio Breda-Tilburg, waarin vermeld stond dat aan de Zuidkant van Dorst een zoekgebied was opgenomen waar 350 woningen gebouwd zouden gaan worden.
Is dat nu wederom aan de orde of heeft Dorst inmiddels zijn bijdrage geleverd. Antwoord: Deze vraag kunnen en willen wij op dit moment niet beantwoorden. Mede op basis van het besluit van uw raad over de voorliggende nota zullen wij mogelijke uitbreidingslocaties (dus buiten het bestaand stedelijk gebied) Oosterhout breed (en daarmee ook rond de kerkdorpen, in kaart gaan brengen. 3. Waar denkt U aan als U schrijft er zal gezocht worden naar nieuwe locaties buiten het stedelijke gebied Antwoord: Zie ons antwoord op vraag 2. Overigens lijkt het ons vanuit het perspectief van het ook door uw raad voorgestane actief grondbeleid niet verstandig nu al op enigerlei wijze voor te sorteren op mogelijke uitbreidingslocaties of locaties hiervan uit te sluiten. 4. Komen hiervoor ook de kerkdorpen Den Hout en Oosteind in beeld Antwoord: De kerkdorpen Den Hout en Oosteind zelve behoren ons inziens tot het bestaande stedelijk gebied. Voor het buitengebied nabij deze kerkdorpen geldt dat niet. Zie hierbij ook ons antwoord bij de vorige vragen.
5. Vindt U het van belang de ontwerpkracht te koppelen aan sociaal-maatschappelijk vraagstukken, zoals vergrijzing en eenzaamheid, maar ook het welzijn, het klimaat, de energievoorziening en biodiversiteit Antwoord: Dat lijkt ons uiteraard niet meer dan logisch. In de verdere studie naar (de invulling van) woningbouwlocaties dienen al dit soort sociaal-maatschappelijke aspecten te worden meegenomen. 6. Bedoelt U met kleinschalige innovatieve woonvormen ontwikkelen, een project zoals de Eekhoorn Antwoord: Een project zoals de Eekhoorn is inderdaad te beschouwen als een kleinschalige innovatieve woonvorm. Natuurlijk zijn er meer van dit soort woonvormen te bedenken. Bij de verdere uitwerking van de Routekaart nemen wij u mee in de mogelijke ontwikkelingen hiervan. 7. In de nota wordt regelmatig geschreven, vasthouden en aantrekken van jongeren en jonge gezinnen (Toekomstvisie Oosterhout 2030 van 2018), ik mis hierbij de koppeling met de huidige zelfstandig wonende ouderen, die mogelijk een bijdrage kunnen leveren aan deze opgave en voor doorstroming kunnen zorgen, wat is Uw visie hierin Antwoord: Het klopt dat doorstroming een (belangrijk) instrument kan zijn om met name eengezinswoningen die nu nog bewoond worden door ouderen beschikbaar te laten komen voor jonge gezinnen.
Daarom blijven wij ook in onze programmering inzetten op het bouwen van woningen (appartementen en nieuwe woonvormen zoals groepswonen) die bij uitstek geschikt zijn voor de doelgroep ouderen. Aan de andere kant constateren wij dat veel ouderen ervoor kiezen tot op relatief hoge leeftijd in de woning te blijven wonen (vaak ook vanwege het in die buurt aanwezige sociale netwerk). De gemeente beschikt niet over instrumenten, anders dan het aanbieden van een goed alternatief, om doorstroming op welke wijze dan ook af te dwingen. 8. Is er een verslag beschikbaar van de uitkomsten van het overleg met de vertegenwoordigers van de kerkdorpen en de Stuurgroep Langer Zelfstandig Wonen Antwoord: Het overleg met de vertegenwoordigers van de kerkdorpen Den Hout en Oosteind zijn informatieve gesprekken geweest waarvan geen verslagen zijn gemaakt. Het verslag van de Stuurgroep Langer Zelfstandig wonen van 6 juli 2020 waarin een toelichting is gegeven op de concept woningbouwstrategie is bijgevoegd. 9. Wat bedoelt U met het schrappen van lokale regelgeving (3.1 van Bouwen aan de Toekomst) Antwoord: Hieronder wordt verstaan het schrappen van lokale regels die de voortgang van het proces en de inhoud rondom de realisatie van woningbouwplannen onnodig vertraagt of belemmert. Een voorbeeld hiervan is de inspraak op ruimtelijke plannen op grond van de gemeentelijke Inspraakverordening.
Dit onderdeel kan komen te vervallen als op een goede wijze wordt vormgegeven aan het proces van de ‘omgevingsdialoog’. Wij zullen de uitwerking hiervan overigens in nauw overleg met uw raad vormgeven.
10. Wat is de redenen dat er slechts driemaal per jaar de nieuwe initiatieven worden beoordeeld. Is gezien de opgave niet een hoger frequentie zinvol (spoor 1 onder stap van de Routekaart 2030) Antwoord: Gedurende het gehele jaar kunnen nieuwe initiatieven worden ingediend, die dan vervolgens op hoofdlijnen worden getoetst op mogelijke haalbaarheid. Driemaal per jaar neemt ons college, mede op basis van de voortgang van bestaande plannen en gekoppeld aan de beschikbare capaciteit, een besluit om initiatieven aan de lijst van harde plannen toe te voegen. Op deze wijze kan een gewogen oordeel worden gevormd op inhoud (welke plannen voegen toe aan de voorraad waar in Oosterhout en de kerkdorpen ook echt behoefte aan is) en op beschikbare ambtelijke capaciteit om te zorgen dat de realisatie van het plan ook langs die lijn verzekerd is. 11. Waarom niet gekozen voor de 100 dagen regeling, van initiatief naar plan i.p.v. een half jaar (stap 4) Antwoord: Wij zijn van mening dat de geschetste procedure met de daarbij behorende doorlooptijden in voldoende mate tegemoet komt aan enerzijds het zo kort mogelijk houden van doorloop tijden en anderzijds een gewogen, kwalitatieve beoordeling van de initiatieven met voldoende uitwerkingstijd voor gemeente en ontwikkelaar.
Indien vanuit de tussentijdse monitoring en jaarlijkse evaluatie blijkt dat op onderdelen versneld kan worden, dan zullen wij dit natuurlijk doen. 12. Wordt de Richtlijn Omgevingsdialoog 2018 aangepast conform het gesteld in spoor 3 (dat de raad aan het begin van een grootschalige en/of ingrijpende ruimtelijke projecten kaders kan stellen aan de voorgenomen initiatieven. (Voorloper op de Omgevingswet) Antwoord: Wij zullen, in goed overleg met u, nader bezien of deze Richtlijn nadere aanpassing behoeft en zo ja op welke wijze. 13. Is het een optie om aan te sluiten bij DE6 een samenwerkingsverband van 6 WestBrabantse gemeenten op het gebeid van personeel verwerving in de ruimtelijke/strategische sector (spoor 5) Antwoord: Uw raad heeft besloten om de versnelling van de woningbouwproductie te faciliteren door het beschikbaar stellen van (tijdelijk) extra budget voor extra personele inzet. Een samenwerkingsverband met zes gemeenten buiten onze regio (de Baronie) biedt hier ons inziens geen meerwaarde. Met de verdere invulling van nieuwbouwlocaties buiten het huidige stedelijk gebied ligt het anders. Een dergelijke ontwikkeling zal ook in regionaal verband (van de Stedelijke Regio Breda-Tilburg) moeten worden opgepakt; hierin liggen ons inziens wel degelijk kansen voor samenwerking met andere gemeenten binnen deze regio. 14.
Als bijlage 1 bij de routekaart is opgenomen de lijst met harde plannen, houdt dit in dat deze lijst door de raad wordt vastgesteld en daar bij amendement wijzigingen in aangebracht kunne gaan worden Antwoord: Onder de categorie harde plannen verstaan wij woningbouwplannen die al in uitvoering zijn, een vastgesteld bestemmingsplan hebben of waarvan met de initiatiefnemer op bestuurlijk niveau al afspraken (in een overeenkomst) zijn vastgelegd. Nu terugkomen op eerdere
besluiten op deze plannen brengt mogelijk wanprestatie en risico op planschade met zich mee en is daarom onwenselijk. In die zin is het bestuurlijk niet wenselijk om hierin, bij amendement, een wijziging in aan te brengen. Uw raad behoud natuurlijk uw recht om, daar waar nog van toepassing, het bestemmingsplan voor de onderhavige locatie al dan niet vast te stellen. 15. U schrijft dat de Klankbordgroep Woningbouwstrategie blijft bestaan. Hierin waren in 2020 geen wijkvertegenwoordigers bij aanwezig, komt deze uitbreiding er wel in 2021 Antwoord: Bij de verdere uitwerking van onze woningbouwstrategie willen wij, op het niveau van wijken, buurten en kerkdorpen, de verbinding maken met wijk- en buurtgericht werken. Dat is ook het niveau waarop wensen, verzoeken en belangen vanuit de individuele wijken het best kunnen worden meegenomen. De klankbordgroep heeft vooral de opdracht om gemeente breed – en dus wijk overstijgend – naar de toekomst van onze woningbouw te kijken. Vertegenwoordiging vanuit de wijken ligt hier dus niet voor de hand. 16. In de reflectie van Thuisvester wordt geschreven dat zij een andere definitie voorstaan voor de doelgroep woning zoekinformatie (deze bijlage is echter niet bijgevoegd bij de stukken, kan deze alsnog toegevoegd worden) Antwoord: In de brief van Thuisvester wordt inderdaad, maar abusievelijk, verwezen naar een bijlage.
Wij hebben aan Thuisvester nadere uitleg gevraagd over hun opmerking “een andere definitie voor de doelgroep woning zoekinformatie”. Thuisvester heeft ons aangegeven dat zij het duidelijker vinden als dit gedeelte wordt omschreven als: “wat zijn de meest kenmerkende beweegredenen voor de doelgroep” Wij gaan er vanuit dat uw vraag hiermee verhelderend is beantwoord.
Raadsvergadering d.d. 26 januari 2021 Raadsnota nummer ZN261931 0nderwerp: : “Bouwen aan de toekomst”, woningbouwstrategie gemeente Oosterhout Vragen van fractie
Naam raadslid: Anton van Opzeeland
1. Woningbouwstrategie in de raad: het valt op dat vergrijzing geen speerpunt wordt. In de woonmonitor hebben we de volgende zin (op eerste pagina; samenvatting): Voor 65-plussers zijn de belangrijkste verhuisredenen: de woning zelf, gezondheid / behoefte aan extra zorg, de woonomgeving en financiële redenen. Het merendeel van hen wil gaan huren en met name appartementen en seniorenhuisvesting is bij hen favoriet. Hoe kan het dat dit geen speerpunt is in de woningbouwstrategie Antwoord:
Zoals in de Toekomstvisie verwoord ligt het accent op het aantrekken van jongeren, jonge gezinnen. Hiermee is nadrukkelijk niet gesteld dat andere doelgroepen, waaronder ouderen, geen aandacht en/of prioriteit hebben. Kijkend naar hetgeen de komende jaren qua oplevering van appartementen in de pijplijn zit, zijn wij van mening dat deze doelgroep nadrukkelijk bediend wordt en in daarmee in beeld is. Wel zijn wij van mening dat nieuwe woonvormen voor de doelgroep ouderen (zoals groepswonen, hoefjes wonen) de komende jaren wat explicieter de aandacht zouden moeten krijgen. Bij beoordeling van nieuwe initiatieven letten wij hier dan ook nadrukkelijker op.
2. Woningbouwstrategie gaat niet alleen gaan om jongeren en jonge gezinnen, maar ook om ouderen. Tussen de regels door lezen we toch weer dat gedacht wordt aan deze doelgroep (de jongeren) vanwege de betaalbaarheid en de gemeentelijke financiën. Dat doet ons denken aan de zin uit de begroting voor 2020: "Steeds meer Oosterhouters worden -gelukkig- steeds ouder, maar dat betekent tegelijkertijd dat het beroep op zorg in omvang en vaak ook in intensiteit evenredig toeneemt. Wij willen de effecten van deze autonome vergrijzing compenseren door, meer dan in het recente verleden, jongeren en jonge gezinnen (met kinderen) aan onze gemeente te binden." Klopt onze aanname dat de beperkte financiën leidend zijn voor de voorgelegde strategie? Zo ja, waarom is hiervoor gekozen? Zo nee, wat zijn de doorslaggevende criteria en wat is de gehanteerde redeneerlijn bij het opstellen van de strategie? Antwoord: Nee, uw aanname klopt niet. In de inleiding bij onze raadsnota hebben wij een drietal argumenten aangedragen, deels voortvloeiend uit de door uw raad vastgestelde Toekomstvisie Oosterhout 2030, waarom wij het van belang vinden extra nieuwbouwwoningen te realiseren: draagvlak voor onze voorzieningen, het behoud van de economische dynamiek van onze gemeente en onze wens om een substantiële bijdrage te leveren aan het terugdringen van het nationale woningtekort.
Het kunnen aantrekken van jongeren/jonge gezinnen – en daarmee een evenwichtige bevolkingsopbouw – levert aan die drie doelen een belangrijke bijdrage. Overigens hebt u gelijk dat woningbouw(strategie) niet alleen gaat om jonge categorieën inwoners. Het is alleen wel zo dat voor deze categorie een extra inspanning vereist is, daar waar in de bestaande plannen al wel wordt ingespeeld op de woonwensen van de oudere inwoners van onze gemeente.