CConstaterende datOosterhout
Koppel je AI →
Document · PDF

Sjabloonvragen GB-CDA - VGGB Windpark A59 (02-03-2021)

Raadsvergadering 30 maart 2021, gemeente OosterhoutBij agendapunt: Bespreekstuk: Raadsnota ZN268979 ontwerp Verklaring van geen bedenkingen windpark A592.279 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvergadering d.d. 2 maart 2021 Raadsnota nummer ZN 268979 Onderwerp: VGGB Windpark A59

Vragen van fractie Naam raadslid: Marie Dujardin 1. Eneco zal zich aantoonbaar inspannen om de geproduceerde energie geheel of gedeeltelijk te leveren aan lokale (groot)afnemers, zoals ondernemers. Aantoonbare inspanning is te vrijblijvend. Kunnen hier concrete prestatieverplichtingen over worden afgesproken? Antwoord: De lokale (groot-) afnemers kunnen niet gedwongen worden om de geproduceerde energie af te nemen. In de anterieure overeenkomst wordt daarom de inspanningsverplichting vastgelegd. De inspanningsverplichting is niet vrijblijvend. Eneco zal moeten kunnen onderbouwen hoe zij aan deze inspanning heeft voldaan. Wanneer dit naar de mening van de gemeente onvoldoende is, zal Eneco worden verzocht extra inspanningen te leveren. Overigens is het voor Eneco commercieel gezien interessant om langlopende contracten met lokale afnemers aan te gaan. Eneco heeft in het kader van de omgevingsdialoog bijvoorbeeld al met diverse potentiële afnemers (zoals Thuisvester) verkennend gesproken over hun interesse en de mogelijkheden tot afname van de geproduceerde energie uit het windpark. 2. In het voorstel geeft Eneco aan dat hun financiële situatie is verslechterd door het wegvallen van 1 windmolen, in hoeverre is dit ook echt zichtbaar? Hebben we inzicht hoe de exploitatie begroting van Eneco er uit ziet? Antwoord: De exploitatiebegroting van Eneco is commercieel vertrouwelijk.

De gemeente heeft daar geen inzicht in gehad. Desalniettemin is een stevige verslechtering van de businesscase logisch en te beredeneren. Allereerst is er sprake van een derde productieverlies en daarmee omzetderving. De vaste ontwikkelkosten voor het project, zoals voorbereidings-, advieskosten en de netaansluiting blijven grotendeels hetzelfde en moeten door 2 i.p.v. 3 molens terugverdiend worden. 3. Is het conceptcontract van Eneco inzichtelijk voor ons als Raad? Antwoord: Op dit moment wordt nog gewerkt aan de anterieure overeenkomst. Deze wordt (vertrouwelijk) met de raad gedeeld, zodra deze door het college is goedgekeurd. 4. Is er met Eneco een afspraak te maken dat er een garantie gegeven wordt voor leveren van energie aan de Gemeente Oosterhout tegen een vooraf vastgestelde prijs / geïndexeerde prijs. Antwoord: Eneco gaat met de gemeente als (groot-) afnemer in gesprek om de (on)mogelijkheden te onderzoeken. 5. Is het bekend hoeveel subsidie er in totaal verstrekt wordt, waar deze terecht komt en in welke mate deze wordt doorberekend in de te leveren energie aan de gemeente Oosterhout? Antwoord:

De omvang van de subsidie voor dit project is op dit moment nog niet bekend. Dat wordt pas bekend zodra het ministerie van EZK de eventuele SDE++-subsidie voor dit project heeft vastgesteld en de bedragen voor 2021 bekend worden gemaakt. De SDE++ biedt subsidie voor de inzet van technieken voor hernieuwbare energie en van andere CO2-reducerende technieken. Per techniek wordt de ‘onrendabele top’ gesubsidieerd. De SDE++ komt toe aan de producent en kan door Eneco aangevraagd worden na het verlenen van de herroepelijke vergunning. 6. In het voorstel wordt aangegeven dat er wordt gestreefd naar een lokaal eigenaarschap van 50%. Hoe deze 50% ingevuld wordt is niet gedefinieerd. Op welke wijze wordt op dit moment gestreefd om dit voor elkaar te krijgen? Antwoord: In het raadsvoorstel wordt aangegeven dat de 50% lokaal eigenaarschap een streven is uit het Klimaatakkoord. Dit wordt in de praktijk niet of nauwelijks gerealiseerd bij soortgelijke grootschalige projecten. Belangrijk is onderscheid te maken tussen eigenaar zijn van een windpark of een deel daarvan (eigenaarschap of mede-eigenaarschap) en de invulling van lokaal eigenaarschap op andere manieren zoals een donatie aan een duurzaamheidsfonds (eigendom in een vorm van financiële participatie).

Lokaal eigenaarschap of mede-eigenaarschap van het windpark betekent dat een groep of corporatie zelf het park ontwikkelt en daarbij de (financiële) risico’s op zich neemt. Uitgangspunt voor lokaal mede-eigenaarschap is dat dit gebeurt op basis van gelijkwaardigheid, inclusief risico’s, tijdsinvestering en opbrengsten. De energiecoöperatie ONE heeft vanaf het begin steeds aangegeven niet in de ontwikkeling van het windpark te willen stappen. Dat zou immers de ultieme vorm van lokaal eigenaarschap zijn. In dit project ontwikkelt Eneco het windpark, doet de investeringen (inclusief de ontwikkelkosten) en draagt zodoende de financiële risico’s, vergelijkbaar met een woningbouwproject. Het is niet realistisch te veronderstellen dat Eneco 50% van (eigendom of de inkomsten uit) het park afstaat aan de omgeving om daarvan (risicoloos) te profiteren. De invulling van het streven naar 50% lokaal eigenaarschap wordt daarom gevonden in andere manieren om de omgeving te laten profiteren (financiële participatie). Onder meer de bijdrage aan het duurzaamheidsfonds en het inschakelen van lokale ondernemers voor realisatie, beheer en onderhoud van het windpark. In het raadsvoorstel staat volledig uitgewerkt op welke wijze het lokaal eigenaarschap wordt ingevuld. 7. In de overeenkomst staat dat Eneco de planschade dekt voor iedereen die daar wettelijk gezien recht op heeft.

Zou Eneco de gemeente Oosterhout kunnen vrijwaren van alle schadeclaims? Antwoord: De gemeente Oosterhout is niet aansprakelijk voor planschade die het gevolg is van het windpark. Hiervoor is Eneco de eerste en enige aansprakelijke partij. Dit wordt ook vastgelegd in de anterieure overeenkomst.

Raadsvergadering d.d. 2 maart 2021 Raadsnota nummer ZN 268979 Onderwerp: VGGB Windpark A59

Vragen van fractie Naam raadslid: Ruben Jacobs 1. a. Wat is de juridische status van het windpark? Wordt dit een eigen rechtspersoon? Antwoord: Het windpark wordt ontwikkeld door de rechtspersoon Eneco Wind BV. Eneco Wind ontwikkelt diverse windparken in Nederland. b. Mocht de entiteit die het windpark beheert failliet gaan, de bedrijvigheid staken of overgenomen worden, wat gebeurt er dan met het windpark? Antwoord: N.V. Eneco Beheer stelt zich hoofdelijk aansprakelijk voor de uit rechtshandelingen voortvloeiende schulden van Eneco Wind B.V. Indien Eneco Wind B.V. het Windpark wenst te verkopen dient de gemeente hiervoor toestemming te geven (de toestemming is niet op onredelijke gronden te weerhouden). Dit wordt ook vastgelegd in de anterieure overeenkomst. c. Wie is in het geval van een faillissement (en geen interesse in overname) aan zet om het park te saneren en terug te brengen in de oorspronkelijke staat? Antwoord: N.V. Eneco Beheer stelt zich hoofdelijk aansprakelijk voor de uit rechtshandelingen voortvloeiende schulden van Eneco Wind B.V. 2. Zijn er tussentijdse opties waardoor de vergunning ingetrokken zou kunnen worden? Antwoord: Indien niet aan de vergunningvoorwaarden wordt voldaan of er niet tijdig wordt gestart met de bouw kan dit de uiterste consequentie zijn. 3.

In hoeverre ziet het college het risico dat het windpark eenmalig wordt aangelegd en daarna 25 jaar wordt geëxploiteerd met slechts het minimale onderhoud aan de technische installatie? Zijn er vaste eisen aan- of afspraken gemaakt over bijvoorbeeld de kwaliteit van onderhoud? Antwoord: Eneco heeft een direct belang om in goed onderhoud te voorzien van het windpark omdat optimale opbrengsten vereist zijn voor het kunnen terug verdienen van de investering. Een windpark verdient geld per opgebrachte MWh. Het in optimale conditie houden van het windpark wordt geborgd door dit belang. De garanties van de leverancier van de installaties en actief beheer- en onderhoudsmanagement in combinatie met onderhoudscontracten ondersteunen hierbij.

4. Op hoeveel jaar is de minimale terugverdientijd geschat en in hoeverre laat dit ruimte voor tussentijdse aanpassingen/updates/verbeteringen? Dit in verband met het voorgenomen ‘repoweren’ van naastgelegen windmolens. Antwoord: Dit is commercieel vertrouwelijke informatie. In het algemeen is van toepassing dat de terugverdientijd van de investering in het windpark langer is dan de lengte van de termijn waarover SDE-subsidie wordt verleend. De SDE++-subsidie wordt voor 15 jaar verleend. Eneco verdient de investering in het windpark dus pas na meer dan 15 jaar terug. Of tussentijdse updates of verbeteringen interessant zijn om door te voeren is een bedrijfseconomische afweging van Eneco. Deze zal een afweging maken of een investering die daarmee gepaard gaat opweegt tegen de opbrengsten die daarmee (extra) gegenereerd worden. Het al dan niet repoweren van de naastgelegen windmolens en/of het toepassen van tussentijdse updates of verbeteringen aan het Windpark A59 staan los van elkaar. 5. Oosterhout heeft ‘ervaring’ met windmolens. In hoeverre zijn er klachten of positieve ervaringen met de huidige windmolens en in hoeverre is dit vergelijkbaar? Antwoord: Bij de gemeente Oosterhout en Eneco zijn tot op heden geen klachten binnengekomen over geluid en/of slagschaduw en/of gezondheidsklachten als gevolg van de huidige 6 windmolens op Weststad.

Tijdens de veldexcursie in juli 2020 hebben we deze vraag ook voorgelegd aan veel deelnemers. Over het algemeen werd geen overlast ervaren van de bestaande molens. Enkele omwonenden gaven desgevraagd aan de bestaande windmolens sporadisch te horen of heel korte tijd slagschaduw te zien. 6. Is in de overeenkomst met de initiatiefnemer opgenomen dat updates aan de systemen moeten worden uitgevoerd als deze op enig moment, in relatie tot de dan actuele technische ontwikkelingen, inferieur zijn geworden? Antwoord: Eneco heeft, zoals in antwoord op vraag 3 aangegeven, zelf belang bij het zo goed mogelijk onderhouden en daarmee functioneren van de windmolens. Het is uiteindelijk een bedrijfseconomische afweging van Eneco om gedurende de looptijd van het project technische aanpassingen aan de windmolens te doen (binnen de vergunningvoorwaarden). Hierover worden geen afspraken gemaakt in de anterieure overeenkomst. 7. Er wordt in de media gerefereerd aan zogenaamde wieken-kerkhoven, waar afgedankte windmolens worden begraven. Welke afspraken zijn er over up- of recycling na de vergunningsperiode? Antwoord: Hierover zijn geen specifieke afspraken gemaakt. Het recyclen van windmolens heeft de bijzondere aandacht van Eneco. Op dit moment is Eneco bijvoorbeeld betrokken bij een pilot waarbij het composiet uit de bladen wordt gehaald en als grondstof wordt hergebruikt.

De komende jaren verwacht Eneco voor wat betreft hergebruik van windturbine onderdelen ook verdere ontwikkelingen. Tegen de tijd dat de windmolens in Oosterhout het einde van de levensduur bereiken worden alle onderdelen van windmolens zo veel als mogelijk gerecycled en/of hergebruikt.

8. In hoeverre is het zo dat windmolens worden stilgezet als zij het vermogen waarover er subsidie wordt verleend is behaald? Met andere woorden, is er een garantie dat de windmolens maximaal energie opwekken? Antwoord: Het is niet correct dat windmolens worden stilgezet als zij het vermogen waarover er subsidie is verleend is behaald. Eneco heeft een direct belang om zoveel mogelijk energie op te wekken aangezien elk MWh die wordt opgewerkt geld opbrengt. Een optimalisatie van de opbrengsten is vereist voor het kunnen terugverdienen van de investering. 9. a. Klopt het dat beide onderdelen van het energiepark A59 (zon en wind) worden aangesloten op het station Geertruidenberg, waar al capaciteitsproblemen zijn? Antwoord: Het klopt dat zowel het zonnepark als het windpark worden aangesloten op het onderstation bij Geertruidenberg. Beide onderdelen (zon en wind) worden aangesloten op een door Enexis te realiseren 20kV-station als uitbreiding naast het bestaande station Geertruidenberg. Dit station wordt door Enexis gerealiseerd ten behoeve van capaciteitsuitbreiding in de gehele regio. Enexis richt zich bij de capaciteitsvergroting op de te verwachten aansluitingen van zon en wind zoals benoemd in de RES. De ontstane transportschaarste betreft enkel nieuwe aanvragen voor groot zakelijke aansluitingen om terug te leveren.

Enexis doet nu zogeheten congestieonderzoek om te zien of ruimte op het net kan worden gecreeerd. Het overgrote deel van het grondgebied van Oosterhout is aangesloten op het onderstation bij Oosteind. Daar is nog geen sprake van enige schaarste. b. Wanneer wordt de verklaring van Enexis over de capaciteit van het regionale energienet verwacht? Antwoord: Een brief van Enexis met betrekking tot de capaciteit van het energienet in de regio is reeds aan uw raad beschikbaar gesteld. Eneco (en ook Shell) heeft al ruim voor het ontstaan van de netschaarste de benodigde netcapaciteit gecontracteerd bij Enexis. De afgifte van een verklaring van Enexis die is vereist voor de SDE++ aanvraag (die mogelijk wordt na de afgifte van een herroepelijke vergunning) is daarmee geborgd. 10. De participatie in het plan van de Oosterhoutse samenleving is (zeer) beperkt. Het wordt in zekere zin financieel afgekocht. Over welke andere vormen van participatie is nagedacht (bijvoorbeeld een coöperatie tussen de initiatiefnemer, de gemeente Oosterhout en burgers en/of bedrijven)? Antwoord: In dit project ontwikkelt Eneco het windpark, doet de investeringen en draagt de (financiële) risico’s. In dit opzicht is het vergelijkbaar met een woningbouwproject.

Het is dan niet realistisch te veronderstellen dat Eneco de helft van het eigenaarschap of van de inkomsten uit het park (risicoloos) afstaat aan de omgeving om daarvan te profiteren. Dit gebeurt bij woningbouwprojecten ook niet. Dit kan businesscase technisch ook niet. Immers, de investering die moet worden terugverdiend bedraagt vele miljoenen en de businesscase heeft de ondersteuning van SDE++-subsidies nodig om rendabel te zijn. Er is gesproken over de mogelijkheid voor Stichting ONE om dit project mede te ontwikkelen, maar zoals eerder aangegeven wil ONE niet dergelijke complexe en (financieel) risicovolle projecten aangaan.

Ook is er gesproken over de mogelijkheid voor de omgeving om obligaties te kopen. Uit de omgevingsdialoog die is gevoerd door Eneco bleek daar op dat moment weinig interesse voor. Belangrijk argument was dat lang niet alle inwoners dan kunnen profiteren; niet iedereen heeft geld beschikbaar om te investeren of wil hierin investeren. Een bijdrage aan het duurzaamheidsfonds werd als een betere en eerlijkere optie gezien, omdat iedereen hier in gelijke mate en kansen van kan profiteren. Met het vervallen van de 3e windmolen is de ruimte tot investeren middels obligaties via Eneco komen te vervallen, omdat de businesscase volgens Eneco geen ruimte meer biedt voor de daarmee gepaard gaande proceskosten en het uit te keren rendement. 11. Is er contact geweest met de veiligheidsregio over zaken als brandgevaar, redding op hoogte en of er specifieke eisen zijn aan de indeling en toegankelijkheid? Antwoord: Ja, hierover heeft afstemming plaatsgevonden met de brandweer en Veiligheidsregio. 12. Wie is er aansprakelijk in geval van een ernstig ongeval (gerelateerd aan de windmolen) in, op of onder de windmolen? Antwoord: Eneco Wind B.V. is verantwoordelijk voor en aansprakelijk in geval van een ongeval gerelateerd aan één van de windmolens.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oosterhout&id=4496d982-275b-4eb7-a404-376a4c2d6c88