CConstaterende datOosterhout
Koppel je AI →
Document · PDF

Sjabloonvragen GB - CDA - D66 - VVD - RES 1.0 versie 1.0

Raadsvergadering 30 maart 2021, gemeente OosterhoutBij agendapunt: Bespreekstuk: Raadsnota ZN276442 Vaststellen RES 1.0 (Regionale Energie strategie)5.864 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvergadering d.d. 30 maart 2021 Raadsnota nummer ZN276442 Onderwerp: Vaststellen RES 1.0 (Regionale Energie strategie)

Vragen van fractie

Naam raadslid: Marie Dujardin

1. In de onderliggende stukken staat dat er gestreefd moet worden naar 50% lokaal eigenaarschap. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat deze sociale en/of financiële participatie zoveel als mogelijk bereikbaar is voor onze burgers? Antwoord: Afgesproken wordt in de RES dat gestreefd wordt naar 50% lokaal eigenaarschap. Zoals al eerder aan uw raad geantwoord blijk dit streven in de praktijk niet of nauwelijks gehaald te worden. Allereerst omdat lokale energie coöperaties niet de kennis en capaciteit hebben om dergelijke projecten te ontwikkelen. Ten tweede omdat ook gemeenten zelf hier niet de kennis, capaciteit en/of grondposities voor bezitten. En ten derde omdat de (lokale) overheid geen instrumenten heeft om commerciële ontwikkelaars te dwingen tot het realiseren van deze 50% lokale participatie (zie ook de factsheet van het Nationaal Programma RES Bevoegdheden overheden bij procesparticipatie en financiële participatie) Voor de invulling van lokaal eigenaarschap in de projecten Energiepark A59 en zonnepark Dorst wordt door de ontwikkelaars een concreet aanbod voor participatie gedaan. Een belangrijk onderdeel daarvan is de bijdrage van 0,50 per opgewekt MWh aan het op te richten duurzaamheidsfonds. Dit duurzaamheidsfonds borgt de participatie van alle burgers in Oosterhout in de besteding van deze middelen.

Daarnaast wordt de mogelijkheid geboden voor financiële participatie door burgers en afname van duurzame stroom. 2. Er wordt gesproken over het belang van ZON OP DAK. Op nieuwe bedrijfsdaken kunnen zonnepanelen op bedrijfsdaken verplicht gesteld worden. Is er al te zeggen hoe groot dit oppervlakte is? Antwoord: Uw veronderstelling dat op nieuwe bedrijfsdaken de gemeente de verplichting kan opleggen om zonnepanelen te plaatsen is onjuist. Dit is wettelijk gezien nog niet mogelijk. Bij de uitbreiding van industrieterrein Everdenberg is verplicht gesteld dat de daken sterk genoeg zijn om zonnepanelen op te leggen. De gemeente Oosterhout kan bedrijven niet verplichten om zonnepanelen te plaatsen. Het bedrijventerrein Everdenberg Oost is ca. 30 hectare groot. Uitgaande van maximale benutting van bebouwd oppervlakte kan 15 hectare Zon op Dak worden gerealiseerd op Everdenberg Oost. 3. Hoe is de stand van zaken op reeds bestaande bedrijfsdaken? Zou er sprake kunnen zijn van een stimuleringsfonds? Of van een samenwerkingsverband tussen gemeente en reeds bestaande bedrijven binnen de Oosterhoutse grenzen? Denk hierbij ook aan de bedrijfsdaken van agrariërs. Antwoord: In de RES is aangegeven dat er in Oosterhout 54 GWh aan Zon op Bedrijfsdaken gerealiseerd gaat worden. Dit betreft ca. 160.000 PV panelen. De gemeente stimuleert al jaren ondernemers om zonnepanelen te plaatsen.

Daarvoor wordt een adviesbureau ingezet. Op dit moment zijn ca. 45.000 PV panelen op bedrijfsdaken geplaatst. Dit zijn ruim 10.000 PV panelen meer dan vorig jaar rond deze tijd.

Vorig jaar is een bijeenkomst speciaal voor agrariërs georganiseerd. Van de in 2020 aangevraagde SDE subsidies is ca. 25% door agrariërs gedaan. Een stimuleringsfonds vanuit de gemeente om bedrijven te stimuleren zonnepanelen te plaatsen op hun bedrijfsdak is erg kostbaar. Binnen de huidige begroting is daarvoor geen ruimte. 4. Wat zijn de kosten van het RES 1.0? Antwoord: De kosten van de RES 1.0 voor de gemeente Oosterhout bestaan uit ambtelijke begeleiding en ondersteuning door gespecialiseerde adviesbureaus. In 2020 betreft dit ca. 2 FTE en ca. € 150.000,-- advieskosten. De advieskosten zijn gedekt uit een doelgerichte uitkering in het gemeentefonds. 5. In 2021 wordt de gemeentelijke warmtetransitie opgesteld. Wat is de stand van zaken? Hoe verloopt het proces, misschien uitgezet op een tijdbalk? Antwoord: Deze week zal uw raad door de griffie worden geïnformeerd over de voortgang bij het opstellen van de Transitie Visie Warmte. Zij zullen daarbij een voorstel doen hoe participatie van de raad vormgegeven kan worden.

Raadsvergadering d.d. 30 maart 2021 Raadsnota nummer ZN276442 Onderwerp: Vaststellen RES 1.0 (Regionale Energie strategie)

Vragen van fractie Naam raadslid: Ruben Jacobs Algemeen 1. De RES 1.0 is een ‘flexibel’/adaptief document dat regelmatig wordt geupdate. Versie 2.0 (begin 2023) wordt bijvoorbeeld al aangekondigd. Toch leggen we ons (mogelijk) vast op onderdelen. Zijn er onomkeerbare keuzes in de RES 1.0 die impact hebben op Oosterhout? Zo ja, welke zijn dit? Antwoord: In de RES 1.0 worden de plannen uiteengezet die invulling geven aan de opdracht om in 2030 voor 192 GWh duurzame electriciteitsproductie te hebben gerealiseerd. Daarvoor zijn in Oosterhout zoekgebieden voor zonneweides en windmolens aangewezen. Ook is aangegeven hoeveel duurzame energie er via Zon op Bedrijfsdaken wordt nagestreefd. Het totale bod van Oosterhout moet leiden tot minimaal 49% reductie in CO2 uitstoot in 2030. In de versie 2.0, die in 2023 zal verschijnen, zal gerapporteerd worden over de voortgang van deze ambitie/opdracht. Indien blijkt dat plannen af (gaan) wijken van de opgave, zal de gemeente Oosterhout aan moeten geven welke alternatieven plannen zij uitwerkt om het doel in 2030 alsnog te halen. Adaptiviteit betekent per definitie dat in de RES 1.0 dus geen onomkeerbare keuzes worden gemaakt. Het betekent wel dat we gaan starten met de uitvoering om onze doelen en

ambities te halen, maar dat voortschrijdend inzicht en nieuwe technieken ertoe kunnen leiden dat gedurende de uitvoering van de RES (die tot 2030 loopt) de plannen worden bijgestuurd. 2. De RES 1.0 is vanuit het perspectief van de betrokken partijen waarschijnlijk een logische stap op dit moment. Hoe wordt de aansluiting met het tempo van de landelijke overheid, burgers en het maatschappelijk middenveld geborgd? Hoe ziet u in dat licht de aarzeling die grote delen van de samenleving hebben op het vlak van de energietransitie? Antwoord: Nederland is opgedeeld in 30 RES gebieden. Het aanbod van deze RES-sen levert opgeteld de opgave waar Nederland voor staat. Er zijn proces afspraken gemaakt over de wijze waarop de RES per regio wordt ontwikkeld en vastgesteld door gemeenteraden. Door het PBL zijn de RES plannen doorgerekend en beoordeeld op haalbaarheid. Daar is een positief advies uit voortgekomen. Landelijk worden alle RES-sen uiterlijk april 2021 vastgesteld, zodat het tempo gelijk ligt. Door te werken met een 2-jaarlijkse update van de RES 1.0 naar 2.0, etc., blijft het tempo hoog en gelijk voor alle partijen. De meeste RES regio’s zijn op het punt gekomen dat de plannen worden omgezet in projecten. Oosterhout loopt daarbij nu nog relatief voorop met de projecten Energiepark A59 en zonnepark Dorst.

Bij de behandeling van de projecten blijkt in diverse gemeenten dat de opgaves complex, omvangrijk en kostbaar zijn. Het draagvlak onder de bevolking moet nog grotendeels ontwikkeld worden, waarbij de planhorizon van 2030 nabij is. De overheid wenst intensieve participatie van de bevolking bij deze complexe opgave. De aarzeling van de samenleving is daarmee begrijpelijk. Het is logisch dat de samenleving vele vragen heeft over de energietransitie, vooral omdat er nog veel zaken onduidelijk zijn. Het is de opgave van de gemeente Oosterhout transparant te zijn over de projecten, voor wat betreft impact op de omgeving, meerwaarde voor de omwonenden, mitigatie van risico’s en robuustheid van de oplossingen. Waarbij we ook oog houden voor het algemeen belang en de brede duurzaamheidsambities die we lokaal en (inter-)nationaal nastreven. Dit betekent ook dat er keuzes gemaakt zullen (moeten) worden die niet altijd op 100% draagvlak van de inwoners kunnen rekenen. 3. Bij een deel van de maatschappij bestaat sympathie voor kernenergie. De provincie Zeeland heeft de deur voor een nieuwe centrale open gezet.

Wat zou het toevoegen van traditionele kernenergie of een thoriumcentrale betekenen voor de RES en de doorkijk na 2030? Zie: https://www.pzc.nl/zeeuws-nieuws/zeeland-zet-de-deur-wagenwijd-open-vooreen-alternatieve-kerncentrale~ad1e6a052/ Antwoord: Het toevoegen van traditionele kern energie of een thorium centrale is een invulling van duurzame electriciteitsproductie. Onze gemeente moet in de RES 1.0 aangeven op welke manier in 2030 49% CO2 reductie wordt bereikt door inzet van zonnepanelen en windmolens. Zoals in het artikel wordt aangegeven zal op zijn vroegst in 2035-2040 kernenergie beschikbaar zijn. Voor de opgave in 2030 komt deze oplossing te laat. Voor de periode 2030-2050 kan deze oplossing een bijdrage leveren. De keuze voor kernenergie ligt

echter niet bij de lokale of regionale overheden, maar is een afweging op rijksniveau. Het ministerie van EZK is hierin leidend. Elektriciteit 4. De RES 1.0 is een regionaal beleidsstuk. Wat betekenen de keuzes uit de RES 1.0 nu en in de toekomst voor de Oosterhoutse situatie wat opwek van elektriciteit betreft? Is een update (en uitbreiding) van de Oosterhoutse routekaart nodig en wanneer is deze gereed? Antwoord: De RES 1.0 is een regionaal beleidsstuk, waarbij per gemeente is aangegeven welke bijdrage wordt geleverd aan de regionale opgave. Met het vaststellen van de RES 1.0 wordt de belofte van de gemeente Oosterhout vastgelegd. Omdat het aanbod in de RES 1.0 een directe kopie is van de Routekaart 2019-2022 is een aanpassing van de Routekaart tot en met 2022 niet aan de orde. De genoemde 192 GWh in zowel de Routekaart als de RES 1.0 voldoet aan de opgaven van 49% reductie van CO2 uitstoot. Uiteraard zal voor de periode na 2022 een nieuwe routekaart moeten worden op- en vastgesteld. Voorbereidingen hiervoor zullen in 2022 starten. 5. Er is schaarste op het elektriciteitsnet. Hierdoor kunnen nu al diverse projecten in de regio niet gerealiseerd worden. Eén van de oplossingen is het meer in overeenstemming brengen van opwek en verbruik. Hiertoe is een pilot in het leven geroepen.

Bent u ermee bekend dat de gemeente Breda in een raadsbrief claimt deze pilot binnen te hebben gehaald? Wat betekent dit voor de positie van Oosterhout en de rest van de regio? Is Breda gezien de vele projecten in de regio wel de aangewezen gemeente voor deze pilot? Zie: https://breda.notubiz.nl/document/9754181/1/Raadsbrief_12022021_%20netwerkcap aciteit%20Enexis%20(002)%20opmerkingen%20RES%20JE%20incl%20bijlage Antwoord: De schaarste op het electriciteitsnet betreft nieuwe, grootschalige projecten voor duurzame electriciteits opwekking. Dit zijn projecten waarbij ontwikkelaars/eigenaren vanaf febrauri 2021 een aanvraag voor een aansluiting op het electriciteitsnet indienen bij Enexis. Omdat de Oosterhoutse projecten al langer lopen, zijn de aanvragen bij Enexis reeds eerder ingediend en gehonoreerd. Het opzetten van een pilot om lokaal extra opwek en verbruik in evenwicht te brengen is voor Oosterhout niet direct noodzakelijk. Ook de gemeente Oosterhout heeft met Enexis verkend of een pilot kan worden uitgevoerd om ruimte op het electriciteisnet te creeren, zodat andere gemeenten hun opgaves versneld kunen realiseren. Daaruit zijn 2 kansrijke projecten gedefineerd: een waterstofproductie locatie en een pilot voor scheepvaart op accu’s. Daarbij wordt duurzame electriciteitsproductie direct gekoppeld aan verbruik, zodat het electriciteitsnet niet wordt overbelast.

De komende weken worden deze 2 projecten verder verkend, die passend zijn voor de situatie in Oosterhout. Technisch inhoudelijk zijn deze projecten verschillend van die in Breda. 6. Om de schaarste op te vangen worden onderzoeken gedaan naar het ingebruik nemen van reserve-lijnen zoals bij Etten-Leur. Is het in gebruik nemen van reserve-

lijnen niet per definitie risicovol voor wat betreft bijvoorbeeld de leveringszekerheid? Wat zijn de risico’s hiervan? Hoe weegt het college dit? Zie: https://www.bndestem.nl/etten-leur/vol-elektriciteitsnet-vertraagt-4e-windmolen-ettenleur~aac1525f/ Antwoord: Door Tennet wordt het volgende geschreven: De afgelopen weken heeft u mogelijk gelezen over het vervallen van de redundantie-eis in het hoogspanningsnet voor het opwekken van elektriciteit per 1 januari 2021. Het elektriciteitsnet is redundant aangelegd. Dat betekent dat er overal reserveverbindingen liggen. Deze reservecapaciteit is bedoeld om in geval van een stroomonderbreking toch de elektriciteitsvoorziening te kunnen continueren. De reservecapaciteit wordt dus meestal niet gebruikt, maar door deze structureel in te zetten voor het transport van zonne- en windenergie komt extra capaciteit beschikbaar. Zo kunnen we met het bestaande netwerk meer duurzame energie transporteren. In geval van een storing of onderhoud kan deze weg tijdelijk weer worden vrijgemaakt voor het leveren van elektriciteit en zou een zonne- of windpark afgeschakeld kunnen worden. Zo’n situatie komt echter gezien de hoge betrouwbaarheid van het Nederlandse net relatief zelden voor. Om de reservecapaciteit daadwerkelijk in te zetten, moeten eerst technische aanpassingen worden gedaan.

De aankondiging van mogelijke congestie voor de 14 stations is daarom gedaan op basis van de huidige grenzen. Op dit moment is nog niet bekend of en in welke mate op deze stations ruimte vrijkomt als gevolg van deze maatregel. Zodra daar meer duidelijkheid over is en er extra transportruimte vrijkomt, dan bieden wij deze ruimte op basis van het ‘first come first served’-principe aan klanten op de interesselijst aan. Goed om te weten: de – naar onze inschatting beperkte – extra ruimte is bij lange na niet voldoende om alle ambities in de RES mogelijk te maken. Het is dus geen oplossing voor de schaarsteproblematiek in zijn geheel. Daarom blijven we investeren in de uitbreiding van ons energienet.

7. Kunt u de concrete behoefte en plannen van uitbreiding van het elektriciteitsnet in onze RES-regio van Tennet en Enexis in kaart brengen en ons hierover informeren? Antwoord: Door Tennet en Enexis worden jaarplannen opgesteld. Door Enexis wordt aangegeven dat zij dit jaar € 941 miljoen investeren in Nederland, waarvan € 351 miljoen in Noord Brabant. Het aandeel elektriciteit is daarin € 225 miljoen. Er wordt geinvesteerd in hardware (hoog spannings-, middenspannings- en verdeelstations, kabels, aansluitpunten voor zonneweides, zon op dak en windmolens) en software (monitoring-, meet- en schakelsystemen). Om het Energiepark A59 te kunnen aansluiten op station Geertruidenberg wordt versneld een boosterstation geplaatst door Enexis. Van Tennet zijn geen regio specifieke plannen bekend, anders dan de aanleg van het 380 kV net. 8. Klopt het dat er in theorie t/m 31 december 2024 de tijd is om de opgave in de RES 1.0 te vergunnen? Antwoord:

In de RES is aangegeven dat plannen voor 2025 moeten zijn vastgelegd in plaatselijke omgevingsvisies. Dit jaartal is gekozen omdat de praktijk leert dat het 4-5 jaar kan duren voordat het proces is doorlopen van principeverzoek, vergunningaanvraag, verklaring van geen bedenkingen, vergunningverlening, detail engineering en bouw. De Rijksoverheid wil tijdig zekerheid hebben dat gemeentes haar toezeggingen voor 2030 ook nakomen. In de Routekaart 2019-2022 is voor Oosterhout in dit kader afgesproken de projecten Energiepark A59 en zonnepark Bavelse Berg/Dorst uiterlijk in 2022 te hebben vergund. 9. Het voorgenomen EnergieparkA59 vult in grote mate de opgave van Oosterhout uit de RES in de komende jaren in. Kunt u aangeven hoe deze uitwerking voldoet aan de basisprincipes van het raadsbesluit dat u nu vraagt? Antwoord: De opgave voor Oosterhout, zoals in de RES 1.0 vastgelegd, is 192 GWh duurzame elektriciteits productie. Het Energiepark A59 in zijn huidige vorm van 37 ha zonneweide en 2 windmolens van maximaal 235 meter hoog produceert 73 GWh. Daarmee vult dit project ca. 40% van de opgave in. Door in te stemmen met de RES 1.0 worden de processen geborgd om in 2030 de duurzame energieproductie van 192 GWh beschikbaar te hebben. Het Energiepark A59 is onderdeel van de Routekaart Energietransitie 2019-2022 die uw raad in grote meerderheid heeft aangenomen.

Het Energiepark A59 is daarmee geen onderdeel van het raadsbesluit over de RES. 10. Op bladzijde 2 van de RES 1.0 komt naar voren dat uit een brede peiling onder bewoners in de regio zonneparken zoals voorzien in het landschap van de Oranjepolder op weinig draagvlak kunnen rekenen. Ook wordt de combinatie van een zonnepark met een windpark niet als logisch gezien. Is met die kennis van nu voor het college het EnergieparkA59 nog wel de logische keuze die het leek? Antwoord: Vanuit landschappelijke beleving worden er door bewoners in de regio kritische kanttekeningen geplaatst. De oproep voor een goede landschappelijke inpassing is duidelijk. Het combineren van zon en wind op 1 locatie heeft meerdere voordelen. Vanuit landschap geredeneerd is er maar 1 locatie die zorgvuldig moet worden ingepast. Vanuit het electriciteitsnet zijn er ook voordelen. Er hoeft maar 1 kabeltrace te worden gebruikt, waardoor de overlast bij de leggen van de kabels voor de omgeving minder is. Daarnaast zijn zon en wind met energieproductie complementair, waardoor een stabieler aanbod op het net wordt gegeven. De beheerskosten voor Enexis zijn daardoor lager, hetgeen zich doorvertaalt in lagere netkosten. De burgers hebben daar ook voordeel bij, omdat de netkosten worden doorbelast.

Daarbij moeten we ook oog hebben voor het algemeen belang en de brede duurzaamheidsambities die we lokaal en (inter)nationaal nastreven. Dit betekent ook dat er keuzes gemaakt zullen (moeten) worden die niet altijd op 100% draagvlak van de inwoners kunnen rekenen. 11. Nu er nog veel vraagtekens zijn over netcapaciteit en draagvlak, is dit dan niet een moment om bij concrete plannen met weinig draagvlak een stap terug te zetten en aan dat draagvlak en de netwerkcapaciteit te werken en bijvoorbeeld pas in RES 2.0, begin 2023 de volgende stap te zetten?

Antwoord: De beperking in netcapaciteit is niet aan de orde voor de plannen in Oosterhout, omdat die allemaal al zijn gecontracteerd bij Enexis. Het is discutabel of er weinig draagvlak is. Duidelijk is dat een aantal omwonenden tegen zijn en van zich laten horen. De bewoners die voorstander zijn of zich neutraal opstellen hebben zich niet verenigd met een boodschap richting gemeente(-raad). Draagvlak in uw raad is in ruime mate aanwezig, gezien de de grote meerderheid waarmee is ingestemd met de Routekaart Energietransitie 2019-2022 en de afspraken uit het coalitieakkoord. Daarbij zullen er altijd tegenstanders zijn van duurzame energieprojecten en ook nieuwe technieken worden ontwikkeld. Stil staan en nietsdoen is geen optie, willen we onze doelstellingen voor 2030 en 2050 nog realiseren. Dit is in het belang van u, uw kinderen en kleinkinderen dat we vaart gaan maken met de energietransitie, voordat het echt te laat is. 12. Is de opgave voor Oosterhout in bijlage 1 van de RES 1.0 inclusief of exclusief het EnergieparkA59? Antwoord: De opgave van 192 GWh zoals opgenomen in de RES 1.0 wordt ingevuld met de projecten windmolens Weststad, Energiepark A59, zonnepark Dorst en Zon op Bedrijfsdaken. Het Energiepark A59 is dus onderdeel van de RES 1.0. 13.

Hoeveel opgave resteert er na eventuele realisatie van het EnergieparkA59 voor de gemeente Oosterhout? Antwoord: De bestaande duurzame productie volgens RVO is 9 GWh Zon op Dak en 36 GWh wind Weststad. Als de productie van het Energiepark van 73 GWh is gerealiseerd, zal nog 74 GWh aan projecten gerealiseerd moeten worden. Dit betreft extra windcapaciteit Weststad, pijplijn projecten Zon op Bedrijfsdaken en zonneweide Dorst. 14. Zon op dak krijgt voorrang, ook in de RES 1.0. In de presentatie tijdens de informatieavond over het windpark is genoemd dat de maximale aan te sluiten zon op dak projecten op Weststad, door schaarste op het elektriciteitsnet, 3x80 ampère is. Hoeveel MW Piek is dat? Antwoord: Bij een aanslutiwaarde van 3*80 A Zon op Dak kan per bedrijf maximaal 57 kWp=0,57MWp worden aangesloten. Dit zijn ca. 200 zonnepanelen per bedrijf. 15. Kunt u een opsomming geven van de aanvragen incl. MW piek die op Weststad zijn gedaan en of deze gerealiseerd zijn of niet (en in geval van dat laatste op welk moment en om welke redenen)? Antwoord: Voor Weststad is vanaf 2016 t/m voorjaar 2020 totaal 26 MWp aangevraagd. Daarvan is t/m zomer 2020 pas 9 MWp gereed gemeld bij RVO. Bedrijven hebben 3 jaar de tijd om hun systemen gereed te melden. Op bestaande gebouwen is ca. 9 MWp aangevraagd, enkele

bedrijven hebben hun zonnepanelen al geplaatst, waarvan dit jaar ca. 10.000 panelen. Er zijn enkele grote logistieke centra in aanbouw, waarvoor ca. 8 MWp is aangevraagd. Daarmee zouden ruim 20.000 extra panelen geplaatst kunnen worden. 16. De RES1.0 volgt de zonneladder. Daarin staat bedrijfsdak bovenaan en zon in het landschap onderaan. Doordat het zonneparkA59 al is gecontracteerd eist het daarmee netcapaciteit op die anders voor zon op dak gebruikt zou kunnen worden. Is het college niet van mening dat het zonneparkA59 haaks staat op- en dus in strijd is met de RES1.0? Antwoord: De reservering voor het zonnepark staat niet haaks op de doelstellingen voor zoveel mogelijk zon op bedrijfsdaken. Het gebrek aan netcapaciteit speelt nagenoeg landelijk en is dus geen Oosterhouts probleem. Laat staan door Oosterhout veroorzaakt of op te lossen. Daarvoor staan de netbeheerders Tennet en Enexis aan de lat. Waarbij overigens medewerking vanuit gemeenten ivm vergunningen, etc. wel noodzakelijk is. Daarnaast zal de netcapaciteit die nu gereserveerd is voor het Energiepark A59 niet vrijkomen voor zon op bedrijfsdaken in Oosterhout. Eventuele Oosterhoutse aanvragen komen onderaan de reeds bestaande (lange) lijst met verzoeken.

Bij het afblazen van het Energiepark A59 zullen we onze doelstelling van 192 GWh duurzaam opgewekte energie niet halen en komen er geen extra zon op bedrijfsdaken bij. Ter illustratie: De theoretisch maximale opgave van Zon op Bedrijfsdaken is 54 GWh, waarvan tot vorig jaar 26 MWp is aangevraagd op Weststad, en tot nu toe slechts 9 MWp is gerealiseerd. De gemeente kan bedrijven niet dwingen zonnepanelen te plaatsen. Eind 2024 moeten plannen voor het realiseren van de 192 GWh doelstelling voor Oosterhout vastliggen in projecten. Het Energiepark A59, met een opgesteld capaciteit van 73 MWp geeft in een vroeg stadium de zekerheid dat deze capaciteit tijdig gerealiseerd zal worden. Het plaatsen van 73 GWh zonnepanelen op bedrijfspanden, bovenop de toegezegde 54 GWh, is fysiek onmogelijk en niet realistisch gezien de de snelheid waarmee nu gehandeld wordt. 17. Geldt hetzelfde niet ook voor het nog aan te leggen ‘Oosterhoutse deel’ van het zonnepark op de Bavelse Berg? Antwoord: Het zonnepark Dorst heeft een capaciteit van 12 GWh. De productie die daar wordt opgewekt zorgt voor evenwicht met het verbruik in het station Breda van Enexis. Door de projectontwikkelaar is bij Enexis tijdig een aansluiting gevraagd. Het aansluiten van zonnepark Dorst is daarmee veilig gesteld. 18. In het achtergrondrapport bij de RES worden op (bijlage 4) blz.

17 twee verschillende cijfers met betrekking tot kleinschalig zon op dak genoemd. 114 en 144 GWh. Welk cijfer is correct? Antwoord: Op pagina 17 staat bij 144 GWh de peildatum januari 2020 voor de totaaltelling kleinschalige opwek. Deze opwekcapaciteit hoort bij die peildatum.

19. Met betrekking tot de 50% lokale participatie zijn er vanuit de RES drie keuzes te maken (bijlage 4, blz. 63). Bij welke keuze ligt voor het college de voorkeur?” Antwoord: De keuze voor de rol van de overheid om lokale participatie te organiseren is gebaseerd op de casus dat de gemeente zelf eigenaar is van de gronden waarop een zonne- of windpark wordt gerealiseerd. In dat geval heeft het college de voorkeur aan rol 2. Hierbij neemt de gemeente de regie, maar schakelt een deskundige tussenorganisatie in voor de projectontwikkeling. Met de tussenorganisatie worden afspraken gemaakt over de verdeling van de risico’s. De gemeente Oosterhout bezit nauwlijks/geen gronden in de projectlocaties die zijn benoemd in de routekaart Energietransitie 2019-2022. Daardoor kan zij deze rol niet opeisen. Overigens speelt daarbij altijd de overweging in hoeverre de gemeente Oosterhout ook bereidt is risicovol te investeren. 20. In de beantwoording op de sjabloonvragen over de concept VVGB voor het windpark geeft u aan dat er een uitbreiding van het station Geertruidenberg plaats moet vinden: a. betekent dit dat het energieparkA59 pas energie aan het net kan leveren nadat deze uitbreiding is gerealiseerd? Antwoord: Het is juist dat de aansluiting van het Energiepark A59 pas kan plaatsvinden als de uitbreiding in station Geertruidenberg is gerealiseerd.

Enexis is contractueel verplicht deze uitbreiding tijdig gereed te hebben. Deze uitbreiding wordt reeds voorbereid. b. Wanneer is in het beste scenario deze uitbreiding gereed? Antwoord: In het beste scenario is deze uitbreiding zomer 2022 gereed. In het beste scenario is de bouw van het zonnepark in de zomer van 2023 gereed. c. Wanneer is in het slechtste scenario deze uitbreiding gereed? Antwoord: In het slechtste geval is de uitbreding van het station Geertruidenberg in het najaar van 2023 gereed. Warmte 21. Om een beter beeld te krijgen van de omvang van de Oosterhoutse opgave: Hoeveel energie stroomt er via het gasnet op een koude winterdag naar de woningen in Oosterhout? Met andere woorden, hoeveel capaciteit moet anders ingevuld worden om ook op piekmomenten voldoende warmte te hebben? Kunt u aangeven wat 1020% groen gas en 15% besparing voor invloed hebben op dit volume? In welk tijdsbestek is vervangende/alternatieve infrastructuur hiervoor aan te leggen? Antwoord: Het algemene beeld is dat in de strenge winter van 2012-2013 het extra gasverbruik opliep naar ca. 50%. De huidige infrastructuur kan deze warmtevraag aan.

In 2030 moet volgens het Rijk 20% van de woningen aardgasvrij zijn. Het grootste deel van het lagere verbruik komt uit isolatie van woningen. De alternatieven voor verwarming zijn warmtepompen en een warmtenet. Als het warmtenet van de Amercentrale inezet zou worden, kan de huidige infrastructuur deze extra vraag aan, omdat de temperatuur van het water stapsgewijze wordt verlaagd van 90 naar 70 graden. Het blijkt dat matig geisoleerde woningen ook met 70 graden prima verwarmd kunnen worden, ook in strenge winters. Om helemaal aardgasvrij te zijn moeten huishoudens ook overstappen op electrisch koken. Het is technisch haalbaar in 2030 al 20% van de woningen te verwarmen zonder aardgas. Groen gas kan hiervoor een oplossing zijn. Het is echter complex/haast onmogelijk om slechts delen van een wijk of straat van groen gas te voorzien, terwijl andere delen gebruik maken van fossiel gas. Grootschalige ombouwtrajecten zouden dan snel gestart moeten worden. 22. De RES 1.0 legt de vinger op de zere plek, er is nog geen helder beeld op welke wijze de warmtevraag van een passend aanbod kan worden voorzien. Toch worden enkele principe-keuzes gemaakt, bijvoorbeeld voor een regionaal warmtenet. Zijn deze keuzes niet voorbarig? Antwoord: In de RES wordt duidelijk gemaakt dat de warmtevraag ingevuld gaat worden met all electric (warmtepompen) of een warmtenet.

Dit warmtenet wordt gevoed met biomassa, geothermie, aquathermie en afvalwarmte. Er worden nog geen keuzes gemaakt voor een warmtenet. Wel wordt duidelijk gemaakt dat een grootschalig warmtenet de maatschappelijk best verantwoorde keuze is. 23. Er zal naar verwachting geen aansluit- of afnameverplichting komen op het warmtenet. Mocht blijken dat bijvoorbeeld warmtepompen op een effectieve en efficiënte wijze individueel comfort kunnen bieden, is het risico dan niet groot dat een warmtenet in de praktijk te weinig aangesloten huishoudens zal kennen om exploitabel te zijn? Antwoord: Het is juist dat een hoog aansluitpercentage op het warmntenet tot een gunsige exploitatie zal leiden. De keuze voor all electric of een warmtenet zal daarom per buurt of wijk gemaakt gaan worden op basis van relevante factoren zoals warmtevraag, isolatiegraad van de woningen, dichtheid van de woningen, koop/huur, ruimtebeslag binnen en buiten de woningen, etc. 24. Op welke wijze is de besparing van 15% warmtevraag bepaald? Thuisvester heeft (als voorloper) enorme stappen gezet op dit gebied. Worden dergelijke ervaringen meegenomen bij het opstellen van ambities, plannen en de uitvoering? Antwoord: De trendmatige daling van de warmtevraag van de afgelopen jaren is 1 graad/jaar.

Omdat nu extra wordt ingezet op het treffen van isolerende maatregelen is een besparing van 15% in 2030 realistisch te verwachten. Omdat Thuisvester voorop loopt kan Oosterhout dit doel al voor 2030 halen.

25. Wat betekenen de keuzes uit de RES 1.0 nu en in de toekomst voor de Oosterhoutse situatie wat warmte betreft? Antwoord: In de RES 1.0 zijn nog geen keuzes voorgelegd hoe wordt voorzien in de warmtevraag. In de loop van 2021 en 2022 zal in de Transitie Visie Warmte voor Oosterhout duidelijk worden welke oplossingen het meest voor de hand liggen. In de RES 2.0 zullen waarschijnlijk wel keuzes voorgelegd worden. 26. Thermische energie met als bron de zon wordt prominenter in deze update van de RES. Daarnaast is er nu ook een subsidie mogelijk op PVT-panelen. In hoeverre bekijkt u de opties om wanneer een zonnepark in het landschap onvermijdelijk blijkt door PVT in plaats van PV toe te passen het rendement van het betreffende zonnepark drastisch te verbeteren? Temeer dit in combinatie met een warmtepomp en WKO ook de piekbelasting op het elektriciteitsnet kan beperken. Antwoord: De keuze van PVT panelen komt steeds meer in beeld, nu dit een volwassen techniek is geworden. Het meeste rendement wordt behaald indien PVT panelen direct op de woningen worden geplaatst. Dat voorkomt energieverlies en extra pompcapaciteit door het transpost van PVT parken naar (clusters van) woningen, zeker als deze verder weg liggen. Daarnaast is een directe aansluiting van een groot PVT-veld op het warmtenet ook technisch, juridisch en financieel complex.

Voor de hele korte termijn is dit dus nog geen realistische oplossing op grote schaal (bv. Voor het zonnepark als onderdeel van het energiepark A59). 27. Het Amernet wordt op dit moment voor een groot/het grootste gedeelte gevoed door warmte verkregen uit biomassa. Hierover is discussie. Welke alternatieve bronnen zijn er in beeld om een (groot) regionaal warmtenet te voorzien van groene energie? Zijn deze bronnen voldoende beschikbaar in onze regio? Antwoord: Op dit moment wordt het Amernet vrijwel volledig gevoed met biomassa. In de MKBA Amernet zijn diverse toekomst scenario’s uitgewerkt. Duidelijk is dat gebruik van biomassa uiterlijk in 2040 zal zijn afgebouwd. De Amercentrale zal tegen die tijd een bijstookrol hebben. Er zijn diverse transitiepaden verkend, waarbij alternatieve bronnen zijn genoemd: geothermie, aquathermie, zonthermie, hoge temperatuur warmtepompen, al dan niet met gebruik van seizoensopslag. Met geothermie en aquathermie als regionale bronnen is meer dan voldoende warmte beschikbaar in Oosterhout en voor de regio. Inspraak & participatie 28. Als uit de inspraak door het burgerpanel op de RES 1.0 blijkt dat bepaalde concrete projecten niet (meer) stroken met de keuzes in de RES 1.0, is het college dan bereid deze af te wijzen of te stoppen? Antwoord: Voor het slagen van de energietransitie is draagvlak bij de burgers van groot belang.

Het college hecht grote waarde aan gesprekken met het burgerpanel. Als die van mening zijn dat

bepaalde projecten niet passen bij hun opvattingen over invulling van de opgave, zal het college dat respecteren. Uiteraard zal dan wel duidelijk moeten zijn welk alternatief project dan opgestart moet worden om de doelstellingen in 2030 te kunnen halen. Er zullen immers altijd tegenstanders zijn van duurzame energieprojecten en ook nieuwe technieken worden ontwikkeld. Stilstaan en daarop wachten is geen optie, willen we onze doelstellingen voor 2030 en 2050 nog realiseren. Dit is in het belang van u, uw kinderen en kleinkinderen dat we vaart gaan maken met de energietransitie, voordat het echt te laat is. Daarbij moeten we ook oog hebben voor het algemeen belang en de brede duurzaamheidsambities die we lokaal en (inter)nationaal nastreven. Dit betekent ook dat er keuzes gemaakt zullen (moeten) worden die niet altijd op 100% draagvlak van de inwoners kunnen rekenen. Alternatieve oplossingsrichting(en) 29. Onder dit kopje stelt u in de raadsnota dat het onder RES 1.0 ten alle tijde mogelijk blijft om te schuiven tussen wind- en zonne-energie, waarbij het kader is of iets ruimtelijk acceptabel is. Is dit ook op de Oosterhoutse projecten van toepassing? Antwoord: Juist bij het Energiepark A59 is gebleken dat schuiven tussen wind en zonne energie altijd mogelijk is. De zogenaamde 3e windmolen is ingeruild voor extra Zon op Dak capaciteit.

De ontwikkeling van Everdenberg Oost gaf de ruimte om te kiezen. Daarbij zijn de wettelijke kaders en of sprake is van een goede ruimtelijke ordening objectieve criteria. Financiën 30. In de raadsnota worden geen financiële consequenties aan de RES 1.0 verbonden. De nota stelt ook terecht dat deze er op termijn wel zijn. In welke orde van grootte gaan deze financiële consequenties voor Oosterhout? Antwoord: Voor het uitvoeren van de het Klimaatakkoord zijn forse inspanningen nodig. In de RES 1.0 wordt duidelijk welke zonneparken en windmolens er gebouwd moeten worden. Ook moet het aardgasverbruik in 2030 met 20% zijn gereduceerd. De inschatting is dat hiervoor een extra inzet op ambtelijk niveau van 5-10 FTE structureel nodig is de komende decennia. Daarnaast zullen experts ingehuurd moeten worden, waarvoor per jaar ca. € 150.000,-budget nodig is. Wanneer we als gemeente ook moeten of willen gaan meebetalen aan het realiseren van de oplossingen, bijvoorbeeld de aanleg van een warmtenet of aansluiten van woningen op een warmtenet, zullen financiele consequenties uiteraard vele malen hoger zijn. 31. Uit welke budgetten kunnen deze posten t.z.t. gedekt worden? Antwoord: De financiering van deze extra kosten is een forse opgave voor gemeenten. Met het Rijk wordt momenteel onderhandelt over het toekennen van extra budgetten via het gemeentefonds.

Dit zal een belangrijk punt zijn tijdens de kabinetsformatie. 32. Is haalbaarheid in financiën een randvoorwaarde voor de uitvoering?

Antwoord: De financiele haalbaarheid van de energietransitie is een belangrijke randvoorwaarde. Deze haalbaarheid is overigens in veel gevallen een (voor)financieringsvraagstuk, omdat maatrgelen ook leiden tot lagere kosten voor huishoudens. Daarmee worden investeringen terug verdiend. Probleem zit echter meestal in beschikbaarheid van de middelen voor de benodigde investering. Er is tot op heden uitgegaan van het ‘niet meer dan anders’-principe als het gaat over het omschakelen van fossiele naar duurzame brandstoffen. Haalbaarheid voor inwoners wordt groter naarmate rijk of gemeenten meer zullen bijdragen in kosten. Blijven die bijdragen uit dan zal naar andere vormen van financiering gekeken moeten worden.

Raadsvergadering d.d. 30 maart 2021 Raadsnota nummer ZN276442 Onderwerp: Vaststellen RES 1.0 (Regionale Energie strategie) Vragen van fractie

Naam raadslid: Marleen Helsloot

1. Hoe wordt de buurt nu meegenomen/ betrokken in de nieuwe ontwikkelingen van het energiepark? Antwoord: Door de initiatiefnemers van het zonnepark en windpark zijn vergunningen aangevraagd. Deze worden ambtelijk beoordeeld. De verwachting is dat de concept vergunning voor het windpark op korte termijn wordt gepubliceerd, zodat burgers hun zienswijze kunnen geven. De werkgroep Biodiversiteit is reeds enkele malen bijeen geweest. De werkgroep Participatie, die zich richt op het opzetten van een duurzaamheidsfonds, wordt nu opgezet. De belangengroep Oranjepolder wordt geïnformeerd bij nieuwe ontwikkelingen. En tevens vindt communicatie plaats via de website energieparkA59.nl. De ontwikkeling van het zonnepark ligt zoals u weet even stil. Opties en mogelijkheden over voortzetten worden onderzocht. Zodra hierover meer duidelijkheid is, kan ook worden nagedacht op welke wijze de omgeving kan worden betrokken en welke ruimte er is om aanpassingen in de plannen te kunnen realiseren. Opgemerkt moet worden dat de huidige vergunningaanvraag door initiatiefnemer Shell het uitgangspunt is bij het onderzoek en voor het vervolg van de ontwikkeling.

Raadsvergadering d.d. 30 maart 2021 Raadsnota nummer ZN276442

Onderwerp: Vaststellen RES 1.0 Vragen van fractie:

Naam raadslid: Paul Wesel

1. Op pagina 47 van de RES is in de tabel de opgave van 54 GWh voor wind opgenomen. Klopt dit aantal GWh nog vanwege het vervallen van de derde windturbine in de plannen van het Energiepark A59? Wat is de uitsplitsing van de opgave voor wind en zon per project? Antwoord: In de tabel van de RES 1.0 is 54 GWh aan windcapaciteit opgenomen in de plannen. Dit is opgebouwd uit 30 GWh van de 2 windmolens in het Energiepark en 24 GWh extra windcapaciteit uit de windmolens Weststad. De toekomstige opgave wind is dus nog 24 GWh. Met het bouwen van de zonneweide Energiepark A59 van 43 GWh en het zonnepark Dorst van 12 MWh zijn er geen aanvullende plannen voor zonneweides meer nodig tot 2030.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oosterhout&id=13177269-24b3-4ca5-8fad-35311d05faf1