sjabloonvragen en antwoorden GB-CDA-PvdA-VVD-LOeS-VHO ZN345188 jaarstukken 2021
Tekst van het document
Sjabloonvragen raadsvergadering 19 juli 2022 Raadsvoorstel ZN345188 Jaarstukken 2021
Vragen van fractie
Naam raadslid: Anne Lossez
Vragen Zoals te lezen valt in de jaarrekening is het gewenste effect van individueel maatwerk naar afschaling richting collectieve vrij toegankelijke voorzieningen in 2021 niet volledig gelukt (zie pagina 159). De oorzaak: de coronacrisis en de daardoor beperkte mogelijkheden van de vrije inloop. Dit is ook terug te zien in de positieve- en negatieve bedragen. Vanwege de coronacrisis is er óók een toename aan (complexere) hulpvragen. Daarnaast is het coronavirus niet weg en houdt het ministerie van VWS al rekening met een nieuwe coronagolf. 1. Hoe zorgt gemeente Oosterhout dat de omslag van individuele voorzieningen naar collectieve voorzieningen wel gemaakt wordt? We blijven uitvoering geven aan onze visie op het sociaal domein. Vanuit de visie blijven we ons niet alleen inzetten voor het ondersteunen en versterken van het individu, maar ook voor het ondersteunen en versterken van de gemeenschap. Door de inzet van collectieve, vrij toegankelijke voorzieningen kunnen we inwoners in een vroeger stadium ondersteuning bieden. Zo kunnen we voorkomen dat problemen ontstaan, steeds groter worden en escaleren. We blijven voorzieningen laagdrempelig en met vrije inloop organiseren waarmee we verlegenheid en schaamte om een hulpvraag te stellen zo veel mogelijk willen wegnemen bij inwoners, zodat deze gevoelens hen niet in de weg staan om vroegtijdig aan de bel te trekken. 2.
Hoe haalbaar is deze wens (omslag van individueel maatwerk naar vrij toegankelijke collectieve voorzieningen) zolang het coronavirus van (grote) invloed blijft binnen onze maatschappij? Vanuit de visie sociaal domein blijven we inzetten we op preventie en het versterken van sociale basis. Dit doen we zo integraal mogelijk. Daarnaast blijft geïndiceerde zorg, waar nodig, beschikbaar. 3. Wat voor plan heeft gemeente Oosterhout als het coronavirus niet incidenteel zorgt voor extra hulpvragen, maar dit voor de lange(re) termijn zorgt voor extra (complexere) hulpvragen? Vanuit de visie sociaal domein blijven we inzetten we op preventie en het versterken van sociale basis. Dit doen we zo integraal mogelijk. Daarnaast blijft geïndiceerde zorg, waar nodig, beschikbaar. 4. Kan er voor gezorgd worden dat de negatieve effecten (extra hulpvragen, extra individuele voorzieningen etc.) die door de coronacrisis ontstaan, worden voorkomen? Zo ja, hoe? En zo nee, hoe gaat gemeente Oosterhout hier in de toekomst mee om? We hebben op dit moment inderdaad te maken met negatieve effecten van de coronacrisis (extra hulpvragen, oplopende wachttijden, personeelstekorten bij ons en bij de aanbieders). Daar proberen we nu oplossingen voor te bedenken. Het is moeilijk in te schatten wat de negatieve effecten door een eventuele nieuwe coronagolf in de toekomst zullen zijn en hoe we die kunnen voorkomen.
Het is ook afhankelijk van de ernst: bij een lichte variant is de impact minder (geen lockdowns, wel ziekteverzuim) dan bij een ernstige nieuwe variant. We blijven in ieder geval uitvoering geven aan onze visie sociaal domein.
Vragen van fractie
Naam raadslid: Anco Bakx
Vragen 1.
In paragraaf 5.4.2.3 staan allerlei instellingen die subsidie ontvangen. Is het overzicht van de instellingen en de indicatoren volledig? Zo nee, welke missen hier nog in? Kunt u per instelling aangeven hoeveel ondersteuning die krijgt, zowel financieel (subsidie), als op een andere manier door bijvoorbeeld het ter beschikking stellen van ruimte, mensen, middelen? Kunt u per instelling, verenging, stichting die ondersteuning krijgt hoeveel vrijwilligers daar werken? Waarom zijn er geen toeristische indicatoren opgenomen? Aantal bezoekers van buiten Oosterhout per activiteit? Hoe scoort Oosterhout t.a.v. de regionale cultuurindex? In paragraaf 5.4.2.3 staan alle indicatoren opgenomen zoals deze ook in de begroting 2021 waren opgenomen en bestaat uit een mix van gemeentelijke indicatoren en indicatoren die voortkomen uit de burgerijenquête. Dit zijn indicatoren die op hoofdlijnen aangeven hoe we er voor staan en is daarmee zeker niet volledig. Zo zijn hierin bijvoorbeeld geen indicatoren opgenomen van h19 en De Pannehoef. Voor een volledig overzicht van alle subsidies verwijzen we naar de subsidiemonitor die u hier kunt vinden op de website van de gemeente. Ons beleid is dat we geen indirecte subsidies verlenen. Wij houden verder geen overzicht bij met het aantal vrijwilligers per instelling.
Wel wordt in de burgerijenquête gemeten welk percentage van de bevolking (boven de 18 jaar) vrijwilligerswerk verricht (zie hiervoor paragraaf 5.2.2.3). De regionale cultuurindex is een onderzoek van De Boekmanstichting en Atlas Reasearch en is op het niveau van provincies en wordt niet op gemeentelijk niveau uitgevoerd. 2.
Paragraaf 5.4.3 geeft informatie over sport. Kunt u per sportvereniging aangeven hoeveel leden deze heeft en hoeveel ondersteuning die krijgt, zowel financieel (subsidie), als op een andere manier door bijvoorbeeld het ter beschikking stellen van ruimte, mensen, middelen? Hoe scoort het zwembad de Warande t.o.v. van de oorspronkelijke business case toen verschillende zwembaden werden gesloten? Is het aantal bezoekers aan zwembaden gestegen? Onderstaand vindt u het ledenoverzicht inclusief de subsidieaanvraag.
Voor zwembaden, sporthallen en sportparken betalen de verenigingen een vastgesteld huurtarief. Voor de buitensport krijgen de verenigingen voor de werkzaamheden die ze verrichten een facilitaire vergoeding. Verenigingen kunnen vanuit het lokaal sportakkoord worden ondersteund op basis van aanvragen die zij indienen met betrekking tot de thema’s: Inclusief sporten en bewegen, duurzame positieve en vitale sportomgeving, en het thema jong vaardig in bewegen.
Sinds de centralisatie van de zwembaden zijn de bezoekersaantallen gestegen tot de afgesproken aantallen die in het masterplan zijn vermeld. Echter blijft de zomer periode afhankelijk van weersomstandigheden. In de afgelopen periode (Corona) zijn de bezoekersaantallen niet gerealiseerd wegens het deels sluiten van het zwembad. (Gemiddeld:280.000 bezoekers per jaar) 3.
Paragraaf 5.5.2 Welke plannen heeft prorail om de overlast en de risico’s van het spoor Dorst verder te verminderen? In hoeverre moet de gemeente hieraan financieel bijdragen? Op welke termijn zullen de plannen worden uitgevoerd? Wordt er gewerkt aan een plan om een fietspad langs de Statendamweg naar Raamsdonksveer te leggen? Zo ja, wat zullen de kosten hiervan zijn? Voor geluidhinder en veiligheid gelden wettelijke kaders waaraan moet worden voldaan. Het ministerie is daarvoor verantwoordelijk. Er worden begin 2024 bij enkele verspreid woningen nog geluidschermen aangebracht. Voor trillingshinder gelden (nog) geen wettelijke normen. Daarover wordt al sinds eind 2017 met bewoners, ambtelijk en bestuurlijk overleg gevoerd met alle betrokken partijen op het spoor. Beide overwegen in Dorst zijn inmiddels vervangen door een strail-overweg waardoor aanzienlijk minder geluid en trilling wordt ervaren. Er zijn geen andere plannen bekend. Als onderdeel van de verbreding van de A27 Houten – Hooipolder vindt ook een gedeeltelijke reconstructie van het knooppunt Hooipolder plaats. Als gevolg daarvan komt de aansluiting Raamsdonksveer op de A59 te vervallen. Ter compensatie van het vervallen van deze aansluiting voorziet het Tracébesluit A27 Houten – Hooipolder in een nieuwe verbindingsweg tussen de aansluiting Oosterhout op de A59 en Raamsdonksveer, in het verlengde van de Statendamweg.
Aangezien de verbreding van de A27 Houten – Hooipolder geen gevolgen heeft voor de bestaande fietsverbindingen tussen Oosterhout en Raamsdonksveer is geen nieuwe fietsverbinding langs de nieuwe verbindingsweg voorzien. Naar aanleiding van een motie van uw raad is in 2021 een onderzoek uitgevoerd naar de (mogelijke) fietsverbindingen tussen Oosterhout en Raamsdonksveer. Daaruit bleek o.a. dat een fietsverbinding langs de nieuwe verbindingsweg maar een beperkte meerwaarde heeft (terwijl de kosten aanzienlijk zouden zijn). Slechts voor een beperkt aantal fietsers zou een fietsroute langs de nieuwe verbindingsweg tot een kortere reisafstand leiden t.o.v. de bestaande fietsroutes tussen Oosterhout en Raamsdonksveer. Daardoor zou naar verwachting ook maar een beperkt aantal fietser van die fietsroute gebruik gaan maken. Om die redenen hebben we als college besloten dat er geen fietsroute langs de nieuwe verbindingsweg hoeft te komen. We hebben uw raad hierover in juni 2021 ook schriftelijk geïnformeerd (zie raadsbrief ZN283103). De verbetering en uitbreiding (langs een deel van de Statendamweg ontbreekt een fietspad) van de fietsvoorzieningen langs de Statendamweg zelf is als potentieel project opgenomen in de uitvoeringsagenda van de mobiliteitsvisie. Besluitvorming door uw raad over de uitvoeringsagenda van de mobiliteitsvisie is in september voorzien. 4.
Paragraaf 5.5.3 Welke (financiële) risico’s heeft de gemeente naar zichzelf toegetrokken met de duurzaamheidsleningen? Hoe worden deze risico’s beperkt? In tegenstelling tot de startersleningen, zijn de duurzaamheidsleningen niet NHG geborgd. De duurzaamheidslening betreft een consumptief krediet. Om de risico’s te beperken voert de SvN een inkomenstoets uit. Nadere voorwaarden van deze leningen zijn te vinden op onderstaande link: https://www.svn.nl/media/1659/svn-algemene-bepalingen-consumptief-krediet.pdf 5.
Paragraaf 6.3.9.5 Hier wordt erg kort gesproken over de Pannehoef, waarom wordt hier zo weinig aandacht aan besteed en is er geen substantieel budget voor uitgetrokken (bijvoorbeeld 3 mln euro), terwijl hier toch een grote verbouwing aan komt? Ligt het niet in de rede om hier tenminste een reservering in de resultaatsbestemming voor te maken? In de jaarrekening verantwoord het college hun acties van het afgelopen jaar. In 2021 hebben er geen grote aanpassingen plaatsgevonden. Vandaar slechts een korte toelichting. Nu, medio 2022, is de Pannehoef prioriteit. Hiervoor verwijzen wij naar het Bestuursakkoord. Hierin is opgenomen dat we de Pannehoef gaan verduurzamen/renoveren. Het gebruik van het gebouw wordt functioneler en ruimtes meer gelijktijdig inzetbaar. In de begroting 2023 wordt aan uw raad een aanvullend krediet gevraagd om € 750.000 beschikbaar te stellen . Dit boven het reeds bestaande krediet van € 630.000. De totale investering in de Pannehoef heeft dan een gemaximaliseerde investeringsplafond van € 1.38 mln.
6.
Paragraaf 6.8.5 Zijn er plannen om Oosterhout te laten bewegen naar het concept van een Smart City door burgers per camera en GSM te volgen? Op dit moment zijn er geen plannen om per camera of GSM burgers te volgen in het kader van het Smart City concept. Wel wordt onderzocht of en hoe passanten- en bezoekersstromen in kaart gebracht kunnen worden zonder gebruik te maken van camerabeelden of GSM informatie. Mocht er in de toekomst wel een burgers door gezichtsherkenning per camera of GSM worden gevolgd, zal hiervoor een DPIA (risico-analyse) uitgevoerd worden. In hoeverre worden burgers nu door gezichtsherkenning, per camera en per GSM gevolgd? Burgers worden momenteel niet door middel van gezichtsherkenning per camera of per GSM gevolgd. Wel is op dit moment cameratoezicht op de volgende locaties: Fietsenstalling Markt en Arendshof, Binnenstad, Stadhuis, Sporthallen, Zwembad, Werf. Hoe wordt hierbij de privacy van de burger geborgd? Welke waarborgen zijn hier in het proces bij aanwezig? Hier zijn grondslagen voor. Van elke locatie is een DPIA (risico-analyse) opgesteld. Privacy van burgers is geborgd. Autorisaties omtrent toegang, verwerking en opslag van camerabeelden zijn toegekend, bewaartermijn van de camerabeelden is vastgelegd. 7.
De Programmarekening wordt 15 juli ingeleverd bij gedeputeerde staten en komt 19 juli in de raad? Wat is hiervan de reden? Is dit de juiste volgorde? Normaal gesproken dienen de jaarstukken voor 15 juli door de raad vastgesteld te worden, zodat zij uiterlijk 15 juli aan GS kunnen worden toegestuurd. Vanwege de verwachte relatief late oplevering van de accountantsverklaring en het rapport van bevindingen (zoals de accountant op pagina 7 van het accountantsverslag ook zelf toelicht), in combinatie met een nieuwe auditcommissie en een grotendeels nieuwe raad, is in overleg met de griffie besloten om uitstel van aanlevering bij GS en MinBzk aan te vragen. Dit zodat raad en auditcommissie ook meer tijd hebben om hun controlerende rol goed op te pakken. GS en MinBzk zijn hiermee voor de jaarstukken 2021 eenmalig akkoord gegaan. 8.
Zou u de investeringen zoals in de bijlagen genoemd ook per programma willen categoriseren? Zie bijlagen. 9.
Welke programma’s hebben een onrechtmatige overschrijding van de uitgaven? Zou u op de overschrijdingen een toelichting kunnen geven? een toelichting Waarom is de raad hier niet eerder over geïnformeerd? Hoe wordt dit in de toekomst voorkomen? Dit is opgenomen in paragraaf 7.8.2. (vanaf pagina 205). Hier is per programma aangegeven welke overschrijdingen rechtmatig zijn en welke niet. Deels is de raad hierover al eerder geïnformeerd door middel van de coraps. De verwachte overschrijdingen zijn daar immers ook al aangegeven. Deels zijn deze overschrijdingen pas later aan het licht gekomen, waardoor ze niet eerder gemeld hadden kunnen worden. 10.
Neemt u de bevindingen van de accountant over? Zo ja, wanneer kunnen we beterschap verwachten? Zo nee, waarom niet? Ja, wij nemen de aanbevelingen van de accountant over. We willen deze wel even in perspectief plaatsen. Zoals u ook heeft vernomen uit de terugkoppeling van de accountant in de auditcommissie op 29 juni j.l. heeft de gemeente Oosterhout zijn beheersing goed op orde. De accountant is van nature kritisch, met het oog op verdere verbeteringen in de bedrijfsvoering. In dat licht zijn deze aanbevelingen dan ook opgesteld. Voor de verschillende aanbevelingen zijn verschillende zaken binnen de organisatie benodigd. Wij plaatsen deze in onze interne verbetermonitor, en gaan kijken wat hier per aanbeveling voor nodig is. De accountant komt tijdens de interimcontrole 2022 weer terug op de voortgang van deze aanbevelingen. 11.
Waarom wordt er geen publieksvriendelijke versie van deze jaarstukken gepubliceerd? Bijvoorbeeld in een mooie business-intelligencetool waardoor je automatisch kunt doorklikken of door de presentatie van Edwin Branderhorst met zijn uitleg op video ter beschikking te stellen. Plannen zijn hier wel voor, echter op langere termijn. In 2022 dienen wij een nieuw financieel pakket te implementeren en is hier dus geen capaciteit voor. Wij zullen tegen de tijd dat dit actueel wordt, hiervoor in de begroting (financiële) voorstellen doen. Het implementeren en onderhouden hiervan kost immers ook extra capaciteit en geld.
12.
De jaarstukken zijn moeilijk te lezen en te begrijpen voor een niet-deskundige, in hoeverre belemmert dit het controlerende werk van de raad als dit alleen door specialisten kan worden doorgrond? Welke verbeteringen zijn er mogelijk om elk raadslid in staat te stellen deze stukken te doorgronden? Zijn er plannen om die verbeteringen door te voeren? De jaarstukken dienen vanuit de wet (Met name het Besluit Begroten en Verantwoorden - BBV) aan veel technische vereisten te voldoen. Hierdoor bevatten de jaarstukken veel verplichte overzichten die inderdaad bijna alleen door specialisten te doorgronden zijn. BDO accountants heeft aangeboden een training voor raadsleden te verzorgen die hen kan helpen om hun controlerende rol beter op te pakken. In overleg met de griffie wordt deze nog ingepland na de zomer. Daarnaast staan wij uiteraard open voor suggesties en opmerkingen om deze stukken beter toegankelijk te maken.
Antwoorden
Vragen van fractie
Naam raadslid: Marie-Louise van Mook
Vragen 1.
Van veel indicatoren ontbreken de waarden van 2021, omdat er in 2021 geen burgerijenquête is uitgevoerd. Is er inmiddels een burgerij enquête uitgevoerd? En zo ja, mogen we de resultaten ontvangen? Vorig jaar is er geen Burgerij enquête gehouden, omdat deze te snel na de Buurt- en dorpsenquête zou komen. Eind dit jaar zal er weer een Burgerij enquête worden gehouden. Zodra de uitkomsten van de Burgerij enquête beschikbaar zijn, worden deze gepubliceerd op de gemeentelijke website. 2.
Er zijn indicatoren waarbij de waarden al vanaf 2018 niet bekend zijn (bijv. bij het sociaal domein). Worden de scores op deze indicatoren nog verwacht? Zo ja, wanneer? Zo nee, worden de indicatoren aangepast naar een meetbare eenheid? Een aantal indicatoren (ook de landelijke verplichte indicatoren) zijn lange tijd niet beschikbaar geweest en/of achteraf nog aangepast. Helaas zijn deze voor de jaarstukken 2021 ook niet compleet meer ingevuld, terwijl deze voor een aantal indicatoren inmiddels wel beschikbaar zijn (via waarstaatjegemeente.nl), maar niet opgenomen in de jaarstukken 2021. Zie hieronder (in rood) aangevuld. Wij zullen de andere landelijke indicatoren nogmaals nalopen en aanvullen waar mogelijk.
Omschrijving indicator Kinderen in uitkeringsgezin (% kinderen tot 18 jaar) Werkloze jongeren (% 16 t/m 22 jarigen)
Score 2018
Score 2019
Score 2020
Score 2021
Prognose * 2021
6%
5%
5%
n.b.
- L
1,00%
1,00%
1,00%
n.b.
- L
3.
Van sommige indicatoren (zoals netto arbeidsparticipatiegraad, kinderen in uitkeringsgezin en werkloze jongeren) kunnen wij wel data van 2020 vinden via de regionale monitor Brede Welvaart van het CBS of waarstaatjegemeente.nl van de VNG. Waarom zijn de waarden van deze indicatoren niet bekend bij de gemeente Oosterhout? En wat gaat u er aan doen om de waarden van de indicatoren zo volledig mogelijk gevuld te krijgen? Zie antwoord 2. 4.
p 16. ihkv corona is er ism Thuisvester een preventiefonds schuldenproblematiek opgericht. Wat is de omvang van dit fonds? En waar wordt dit fonds voor gebruikt? Zijn er al eerste resultaten?
Momenteel wordt samen met Thuisvester de mogelijkheid onderzocht om in het najaar van 2022 een pilot te starten met een doorbraakfonds multiproblematiek. De voorgenomen doelgroep van het fonds zijn mensen waarbij een tijdige en passende oplossing nodig is om een doorbraak in multiproblematiek (en het voorkomen van erger) te bewerkstelligen; en waarbij deze oplossing niet geboden kan worden vanuit de reguliere mogelijkheden die geboden worden door (o.a.) gemeente en zorg- en welzijnspartners in Oosterhout. Voor de eventuele aanvang van deze pilot zal de gemeenteraad nader geïnformeerd worden over de nadere details van dit fonds. 5.
p23 HbH Hoe staat het nu met de capaciteit van de HbH? Leidt het tekort aan personeel er toe dat mensen op hulp moeten wachten? Zo ja, hoeveel mensen wachten er en wat is de gemiddelde wachttijd? De capaciteit bij de Wmo voor voorzieningen zoals de hulp bij het huishouden is op dit moment onvoldoende om alle (aan)vragen binnen een redelijke termijn te behandelen. De wachttijd voordat inwoners hun keukentafelgesprek hebben is daardoor opgelopen. Sommige inwoners wachten tussen de 8 en 12 weken op dit gesprek. Het aantal nieuwe cliënten dat dus nog geen ondersteuning hebben vanuit de WMO is 331( WMO-vraag, niet perse HbH, het kan ook om bijvoorbeeld de deeltaxi of een traplift gaan).Om de achterstanden in te lopen is de raad in een aparte nota gevraagd om middelen voor extra tijdelijke inzet vrij te maken. 6.
p 29 bij de jaarwisseling is tijdelijk cameratoezicht ingezet. Wat zijn de criteria voor inzetten van (tijdelijk) cameratoezicht en wordt belang van privacy meegewogen in het besluit? Wie is bevoegd tot inzetten cameratoezicht? Op hoeveel plekken is tijdelijk cameratoezicht ingezet? Zijn er voornemens om tijdelijk cameratoezicht breder in te gaan zetten bij de jaarwisseling van 2022? De criteria voor het inzetten van (tijdelijk)cameratoezicht staan beschreven in artikel 151c Gemeentewet. Er is een uitvoeringsplan cameratoezicht gemeente Oosterhout https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2017-153243.pdf waarin de vertaling van dit artikel naar de lokale situatie gemaakt wordt. De criteria zijn: • De raad moet bij verordening de burgemeester de bevoegdheid verlenen (lid 1); De gemeenteraad heeft bij artikel 2:77 van de APV de burgemeester de bevoegdheid verleend tot het inzetten van cameratoezicht. De burgemeester kan besluiten tot plaatsing van camera’s. De driehoek wordt altijd geraadpleegd. • • • •
Het cameratoezicht is noodzakelijk en in het belang van de handhaving van de openbare orde (lid 1); Het camera toezicht wordt, in overleg met de officier van justitie, ingezet voor een bepaalde duur (lid 3); Het toezicht moet voor een ieder kenbaar zijn (lid 6); Met de camera’s worden uitsluitend beelden gemaakt van een openbare plaats (lid 7)
Bij het inzetten van tijdelijk cameratoezicht wordt altijd een veiligheidsanalyse gemaakt en wordt deze getoetst op noodzakelijkheid, proportionaliteit en subsidiariteit. Het inbreuk wat gemaakt wordt op de privacy is altijd een onderdeel van deze overweging. Voor de jaarwisseling 2021 zijn 6 camera’s geplaats in de Loevensteinlaan en Tempelierstraat. Er zijn verder dit jaar geen extra camera’s geplaatst. In 2022 wordt dit naar alle waarschijnlijkheid herhaald. Als de veiligheidssituatie daarom vraagt wordt mogelijk ook op andere momenten tijdelijke cameratoezicht ingezet. 7.
p 31 reserve van € 175.000,- voor een onderzoek naar kostenontwikkeling WMO. Wat behelst dit onderzoek? En wanneer is/wordt dit onderzoek uitgevoerd? In verband met het project Wmo Budgetneutraal fase III is het bureau &VandeLaar (&VDL) ingehuurd om een onderzoek uit te voeren naar de mogelijkheden om de kostenstijging binnen de Wmo te beperken en hierbij met name te focussen op de voorziening HbH. Het onderzoeksbureau is gevraagd zich te richten op:
-
de ontwikkeling (groei) van de HbH in Oosterhout in vergelijking met andere gemeenten;
-
de beoordeling van haalbaarheid en effectiviteit van de initiatieven van de vakteams;
-
overige (alternatieve) handelingsperspectieven om de kostenstijging te beperken.
Het onderzoek is al uitgevoerd en het rapport is van april 2021. 8. p 35 Waarom zijn er geen indicatoren mbt toerisme en recreatie? Net als in 2003, 2006, 2009, 2012 en 2016 lag er een plan om een nieuwe monitor economische waarde toerisme te maken en dan over het jaar 2019/2020. Dit instrument is uitstekend om de ontwikkeling van vrijetijdseconomie in Oosterhout te volgen, zeker als je dat in een reeks van jaren doet. Maar toen kwam Corona en zou een monitor een verkeerd beeld gegeven hebben, afgezet tegen de eerdere versies. Er is daarom besloten deze uit te stellen. BUAS gaat – in samenwerking met onze onderzoek en statistiek expert – dit jaar en het eerste kwartaal van 2023 aan de slag om een nieuwe uitgave te maken, gebaseerd op de cijfers van 2022. Het heeft er alle schijn van dat dat – als alles goed gaat in het najaar met de Corona besmettingen weer een representatief jaar wordt. Volgens planning is de monitor in het 2e kwartaal van 2023 klaar (onvoorziene omstandigheden daar gelaten). 9.
p. 41 "Het zal in 2022 een uitdaging worden alle onderwijsmiddelen die via een specifieke uitkering naar de gemeente toekomen voor de aangegeven bestedingsdoelen en binnen de genoemde periode in te zetten." De middelen uit 2019, 2020 en 2021 zijn ook niet volledig benut. Wat belemmert de volledige uitgave van de middelen van het Rijk van 2019 -2022 om onderwijsachterstanden tegen te gaan? En wat wordt er aan gedaan om deze belemmeringen weg te nemen en/of een inhaalslag te maken? Het niet volledig benutten van de onderwijsachterstandsmiddelen heeft op de eerste plaats te maken met de, in verband met Corona, uitgestelde uitbreiding van het aantal uren voorschoolse educatie. Planning was om de uitbreiding van 10 uur naar 16 uur voorschoolse educatie eerder te laten plaatsvinden maar door Corona bleek dit niet mogelijk. Ook nemen er door Corona minder peuters deel aan voorschoolse educatie. De berekende benodigde subsidie is dus niet volledig benut. Daarnaast is er, zowel door de nasleep van de Corona, de komst van de Oekraïense vluchtelingen, het visietraject onderwijs en het traject onderwijshuisvesting (nieuw Integraal HuisvestingsPlan) zowel bij schoolbesturen als bij de gemeente weinig capaciteit om nieuwe zaken op te zetten. Daarnaast is er op de arbeidsmarkt een enorm gebrek aan onderwijs en zorg-personeel.
Ook hebben zowel gemeenten als schoolbesturen extra middelen ontvangen vanuit het nationaal programma onderwijs om coronavertragingen aan te pakken. Deze extra middelen worden onder andere ingezet om kennis en vaardigheden bij te spijkeren en te werken aan sociaal-emotionele ontwikkeling. Het visietraject dient in ieder geval voldoende input te geven voor het opstellen en uitwerken van een Lokale Educatieve Agenda waarin het onderwijsachterstandenbeleid wordt geconcretiseerd. Mogelijk dat in de tweede helft van 2022 daarvoor nog restantmiddelen kunnen worden ingezet. Een deel van de restantmiddelen uit de periode 2019-2022 mag worden doorgeschoven naar de volgende vierjarige periode 2023-2026. Dat betreft 50% van de uitkering van 2022 (ongeveer €800.000,-). De overige middelen vloeien terug naar het Rijk. 10.
p. 43. "Vanwege het lopende onderzoek naar de toekomstscenario's voor cultuureducatie en participatie is in 2021 het subsidiecontract met H19 verlengd tot medio 2022." Het is inmiddels medio 2022. Is het contract met H19 nogmaals verlengd om voortgang te kunnen waarborgen? En zo ja, tot wanneer? Voorstel tot verlenging wordt dit moment aangeboden aan het college ter besluitvorming. Voorstel is verlenging tot 1 juli 2023. 11.
Dank voor het overzicht van de geldleningen van de gemeente (bijlage bij de jaarrekening 2021). Is het mogelijk om een kolom toe te voegen of inzichtelijk te maken hoelang de rente van de diverse leningen vaststaat? De langlopende leningen die in de bijlage staan opgenomen (onder 8.7.1.) kennen allemaal een vaste renteperiode. De rente op deze leningen staat dus vast op het genoemde percentage tot het moment van aflossen (kolom 2).
12.
Kunt u reflecteren op het risico van de rentestijging? U beoordeelt het risico voor de rente op ' gemiddeld' (pagina 90 Jaarrekening 2021). Tegelijkertijd werd dat risico een jaar geleden ook ' gemiddeld' beoordeeld (pagina 105 Jaarrekening 2020). In een jaar tijd is er echter veel veranderd. Zo zijn de rentes op 10jaarstaats van NL-se overheid, de hypotheekrentes en de dekkingsgraden van pensioenfondsen flink gestegen, mede als gevolg van het verkrappende monetaire beleid van centrale banken wereldwijd en de ECB in het bijzonder als reactie op de toegenomen inflatiecijfers. De rente is inderdaad stijgende. Zoals echter blijkt uit de leningportefeuille, kent deze een behoorlijke spreiding over de jaren heen. Doordat we niet de hele portefeuille tegelijk opnieuw hoeven te herfinancieren, verloopt de stijging van de rente dan ook heel geleidelijk. Hierdoor hebben we ook de kans om hierop in onze begroting te anticiperen door deze stijgende rente geleidelijk op te nemen. Dus vanwege de spreiding van onze leningportefeuille (als beheersmaatregel), en het feit dat de leningportefeuille de afgelopen 5 jaar is teruggelopen, beoordelen we dit risico nog steeds met gemiddeld. De komende jaren staan er echter behoorlijke (extra) investeringen op de wensenlijst.
Indien deze ook in de begroting worden opgenomen, zullen voor deze extra investeringen ook nieuwe leningen (bovenop de herfinanciering van bestaande leningen) moeten worden afgesloten. Wanneer de leningportefeuille hierdoor gaat stijgen, zullen we dit ook als groter risico gaan kwalificeren. Het is dan ook heel belangrijk om goed te blijven kijken naar het moment van investeren en de duur van de benodigde lening om de rentelasten zo laag mogelijk te houden. Dit alles uiteraard binnen de regels die het Rijk aan gemeenten stelt voor het aantrekken van financiering (zie ook antwoord hieronder). 13.
Kunt u in het licht van bovenstaande reflectie op het risico ook een reflectie geven of het verstandig was geweest om in de afgelopen jaren rentes op een langere looptijd 'vast te klikken'. Ja, dit was zeker verstandig. Door het spreiden van de leningen, loopt de gemeente minder risico. Overigens hebben we ook een behoorlijk deel van onze financiering met kortlopende leningen afgedekt. De gemeente is namelijk vanuit wet- en regelgeving (Wet Fido) verplicht om, indien wij drie opeenvolgende kwartalen de grens van de hoeveelheid toegestane kortlopende geldleningen overschrijden, deze schulden in langlopende leningen over te zetten. Voor de gemeente Oosterhout bedroeg deze zogenaamde kasgeldlimiet in 2021 € 13,6 miljoen. Indien de gemeenten dus 3 kwartalen lang meer dan € 13,6 miljoen aan kortlopende leningen heeft, dient zij die uiterlijk in het 4e kwartaal om te zetten naar een langlopende lening. Het Rijk stelt dit soort regels aan gemeenten juist om te voorkomen dat rentestijgingen gemeenten acuut in problemen brengen, omdat bij kortlopende leningen vrijwel deze gehele portefeuille in één keer en op korte termijn stijgt qua kosten en gemeenten hierdoor direct in financiële problemen kunnen komen. Daarnaast kent het Rijk de renterisiconorm waaraan gemeenten zich dienen te houden.
Dit komt er kort gezegd op neer dat gemeenten per kalenderjaar niet meer dan 20% van hun begrotingsomvang aan leningen mogen herfinancieren (voor Oosterhout was dit € 32,8 miljoen in 2021). Dit zorgt ervoor dat gemeenten een spreiding van hun leningportefeuille aangaan, waardoor ook weer niet de hele portefeuille tegelijk hoeft te worden overgesloten en dus de risico’s worden beperkt. Dit alles is ook uitgelegd in onze treasuryparagraaf (pag 102 e.v.).
Antwoorden
Vragen van fractie Vragen 1.
Paragraaf 5.1.1.2., pagina 16
Naam raadslid: --
"....Theek5 te vragen om een voorstel te komen over het vormgeven van een 'permanente maatschappelijke dialoog' met de Oosterhoutse samenleving over actuele maatschappelijke onderwerpen en ontwikkeling." Vraag: wat is de voortgang en wanneer kunnen we een voorstel tegemoet zien? Wij verwachten na de zomervakantie hierover een concreet voorstel van Theek5. 2.
Paragraaf 5.1.2.2, pagina 17 "In 2021 is de samenwerking met Tilburg, Breda en Waalwijk versterkt binnen de Stedelijke Regio Breda-Tilburg." Vraag: waaruit blijkt deze versterking? Wat is er concreet gebeurd om de samenwerking te versterken? Deze samenwerking krijgt in het bijzonder vorm en inhoud in het proces om te komen tot een verstedelijkingsakkoord voor de Stedelijke Regio Breda-Tilburg (SRBT). Naast de centrumgemeenten Breda en Tilburg zijn ook Oosterhout en Waalwijk vertegenwoordigd in de stuurgroep (wethouders), het directieoverleg en het ambtelijk kernteam. De samenwerking binnen SRBT werkt toe naar een integrale visie op de ontwikkeling van de regio Breda-Tilburg. Binnen het verstedelijkingsakkoord worden onder andere afspraken gemaakt over woningbouwopgaven, mobilteitsvraagstukken en versterking van de groen-blauwe structuur. 3.
"... De Oosterhoutse visie op regionale samenwerking ook doorgeschoven naar een later moment." Vraag: op welk moment is het college voornemens deze aan de raad voor te leggen Dit zal in de loop van 2023 het geval zijn. 4.
Paragraaf 5.1.3.1 Dienstverlening, pagina 18 U spreekt over een excellente dienstverlening en refereert dan aan het optimaliseren van klantprocessen, Digitaal en zaakgericht werken en invoer en beheer basisregistraties. - Vanwaar de knip tussen de beoordeling op deze thema’s en de daadwerkelijke dienstverlening aan burgers bij bijvoorbeeld vergunningsaanvragen en aanvragen binnen het sociaal domein? - Is de aanname correct dat u niet geslaagd bent in het optimaliseren van de individuele klantprocessen? Zo ja, wat gaat u in 2022 ondernemen om dit als nog te realiseren. Zo nee, wat is dan precies uw beeld over de stand van zaken?
De genoemde thema’s werken als fundament voor een goede dienstverlening aan de inwoner. Inwoners zijn geholpen met een goed werkend klantproces. Soms ook met de mogelijkheid om iets digitaal aan te vragen, waarbij dit in een zaak wordt opgenomen. Op deze manier is de informatie over de inwoner en wat hij heeft verstrekt aan informatie namelijk op één plek terug te vinden. De basisregistraties zijn een verplichting waaraan gemeenten moeten voldoen om informatie over en voor inwoners juist en volledig te kunnen beheren en verstrekken. Het optimaliseren van klantprocessen is iets wat een continue proces is. Dat was het in 2021 en is het ook in 2022. Op het gebied van het sociaal domein is bijvoorbeeld in 2021 de ervaring (tevredenheid) continue gemeten via het cliëntervaringsonderzoek. Enkele voorbeelden voor 2022: ook Burgerzaken start met een continue klantenenquête. Er komt voor de inwoner een extra scherm aan de balie, zodat die kan meekijken in het proces. Het wordt niet meer noodzakelijk om een rijbewijsverlenging te regelen op het stadhuis, dit kan dan ook digitaal. Net als een voorgenomen huwelijk, dat kan dan ook via een e-formulier geregeld worden. 5.
Paragraaf 5.2.1.2 pagina 22 De conclusie is dat het Sociaal Team een ruim voldoende scoort. Van wie is deze conclusie en wanneer en op basis van welke gegevens is deze getrokken? De bron van deze conclusie is het kwaliteitsonderzoek Jeugd dat vorig jaar is verricht door I&O research. I&O research heeft in het onderzoek gebruik gemaakt van de financiële jaarrapporten Jeugdzorg 2019 t/m medio 2021 en de verdiepende analyse op basis van de monitor Jeugd. Deze lokale data is afgezet tegen landelijke CBS cijfers en een onderzoek van 2020 genaamd ‘Stelsel in groei: een onderzoek naar financiële tekorten in de jeugdzorg’ van Andersson Elffers Felix. De raad is per brief hierover geïnformeerd.
Gemiddelde score schaal 1-4 (1=onvoldoende aanwezig – 4 = voldoende aanwezig) Toegang
3,80
Vraagverheldering
3,86
Planvorming
3,88
Regie
3,34
Veiligheid
-[1]
Monitoring
3,56
6.
Paragraaf 5.2.2.1 pagina 23 De gemeentelijke visie op het sociaal domein vormt het inhoudelijk kader voor het handelen binnen het sociaal team en dus ook binnen de Wmo. U geeft deze tekst alleen weer bij de Wmo. Vanuit het initiatiefvoorstel heeft de gemeenteraad beoogd om breed integraal te kijken. Ons bereiken meerdere signalen dat op dit moment niet altijd integraal wordt gewerkt. Wat is de reden dat meerdere aanvragen binnen 1 gezin nu volgtijdelijk worden opgepakt in plaats van integraal. De Visie sociaal domein is inderdaad het inhoudelijk kader voor het handelen van het sociaal team voor het gehele sociale domein. Het Sociaal Team handelt vanuit een brede integrale blik, het kan per casus verschillen hoe hier uitvoering aan gegeven wordt. Het kan in de praktijk voorkomen dat vragen na elkaar behandeld worden als ze na elkaar gesteld worden, of als er een specifiek specialisme nodig is. Met andere woorden: soms lukt het niet om alle vragen in een integraal plan te laten landen of is het efficiënter het niet te doen. Daarnaast hebben we de afgelopen tijd te maken gehad met personeelsverloop en maakt krapte op de arbeidsmarkt dat (structurele) invulling van vacatures moeizaam verloopt. Om die reden heeft spoedige afhandeling soms de voorkeur, in plaats van integraliteit. Zoveel als mogelijk wordt deze overweging in overleg met de inwoner gemaakt. 7.
Tabel 2, pagina 30 Er is een fors verschil bij de post ingeleend/uitgeleend personeel tussen de begroting 2021 en de realisatie 2021. Hoe wordt dit verschil verklaard? De personele inzet, eigen en inhuur, worden op gemeentelijk niveau in totaal beschouwd. Externe inhuur wordt onder andere ingezet om tijdelijk vacatures in te vullen, extra werk uit te kunnen voeren, flexibele schil en tijdelijk expertise binnen te halen. Op gemeentelijk niveau is het bedrag dat bespaard wordt op vacatures nagenoeg in evenwicht met de lasten voor externe inhuur. Binnen de verschillende programma’s kan door een afwijkende prioritering ten opzichte van de begrote inzet verschil ontstaan. Binnen dit programma is dit als volgt te verklaren: • uitvoering van de TOZO (€ 360.810); • re-integratie wordt gedekt vanuit de algemene uitkering en is vanaf 2022 in de begroting opgenomen (€ 448.238); • extra werkzaamheden voor de nieuwe wet Inburgering (€ 106.145); • WMO activiteiten in dorpshuizen geraamd als overige goederen en diensten (€ 197.568); • extra handhaving ten gevolge van Corona (€ 445.071). 8.
Tabel pagina 38 In tabel 1 zien we 2 opvallende indicatoren. We zien de organisatiegraad bedrijven op bedrijventerreinen en we zien de waardering van ondernemers op de algehele gemeentelijke dienstverlening.Op basis van signalen van diverse ondernemers hebben wij de indruk dat er geen of beperkt structureel contact is vanuit de gemeente naar ondernemers buiten de binnenstad en bij kleine bedrijven strips. Vraag a: Krijgt u dezelfde signalen? En zo ja, hoe acteert u hierop? Vraag b: Deelt u het beeld dat er beperkt contact is met de genoemde ondernemers?
[1] Er zijn te weinig casussen aangeleverd waarop de indicatoren van veiligheid van toepassing waren om hier een score weer
te geven.
Antwoord a: Nee, deze signalen krijgen wij niet. Antwoord b: Nee dit beeld delen wij niet. Er is goed contact met ondernemers binnen de gehele gemeente ook buiten de binnenstad en bij kleine bedrijvenstrips. 9.
In de vorige periode heeft de wethouder aangegeven dat alle winkelcentra/bedrijventerreinen gekoppeld zouden moeten worden aan een accountmanager van de gemeente. Ons wordt niet helemaal helder uit de tekst en de diverse tabellen in dit hoofdstuk of deze vorm van accountmanagement inmiddels vorm is gegeven. Vraag: Is er inmiddels een accountmanagers voor de kleine bedrijventerreinen, winkelcentra en overige winkelstips? Zo ja, per wanneer, voor hoeveel uur en is dit een structurele invulling? Zo nee, wat is de reden dat dit nog niet is gerealiseerd? Ja er is een accountmanager voor kleine bedrijventerreinen, dit is onderbracht bij de accountmanager bedrijventerreinen die al sinds 2011 actief is voor 36 uur. Voor winkels buiten het centrumgebied is geen accountmanager, dit wordt centraal op gepakt binnen het team EZ. 10.
Everdenberg-Oost, pagina 37 Everdenberg is één van de belangrijke grondposities. Wat betekent de stop op de energieaansluitingen voor nieuwe bedrijven voor de ontwikkeling van dit bedrijventerrein? Zoals het er nu naar uitziet is het niet mogelijk om de toekomstige bedrijven op het bedrijventerrein Everdenberg Oost aan te laten sluiten op het elektriciteitsnet. Momenteel wordt er geïnventariseerd welke alternatieve mogelijkheden er zijn om Everdenberg Oost van elektriciteit te voorzien. Het niet vinden van deze alternatieven heeft consequenties voor de uitgifte van de bedrijfskavels. De ingebruikname van het bedrijventerrein zal hierdoor later zijn. Hetgeen ook financiële gevolgen kan hebben voor de gemeente. 11.
Tabel 1, pagina 39 In 2021 is voor de bruisende binnenstad 130.000 euro minder besteed dan gepland en voor toerisme en recreatie 91.000 euro minder. Voor beide sectoren zijn de gevolgen van corona nog niet achter de rug en mogelijk ontstaan in de herfst en winter weer nieuwe uitdagingen. Kan het resultaat op beide posten worden doorgeschoven naar 2022/2023 zodat deze begrote middelen alsnog bij de genoemde sectoren terecht komen? Voor toerisme zijn deze middelen via het toeristisch fonds nog beschikbaar, derhalve is resultaatbestemming hiervoor niet nodig. Voor de bruisende binnenstad zijn de middelen niet meer beschikbaar; dit is niet meegenomen in het voorstel resultaatbestemming. 12.
5.4.1.2, pagina 41 Er wordt een actuele gemeenschappelijke visie op de toekomst van het onderwijs in Oosterhout opgesteld. Vraag: op welke wijze worden of zijn onderwijsinstelling en ouders betrokken? Op welk moment is het college voornemens deze aan de raad voor te leggen? De afgelopen periode zijn er op verschillende thema’s op basis van stellingen gesprekken met ouders en professionals gevoerd om op te halen wat zij belangrijk vinden op het terrein van het onderwijs. De uitkomsten worden door JONG op dit moment besproken met verschillende groepen jongeren uit Oosterhout. De beelden van ouders, jongeren (en de betrokken professionals) worden samen met de input uit de diverse beleidsvelden gevormd tot een concept-visie die met de onderwijsinstellingen, partners en uw raad kan worden besproken. Dit moet leiden tot een gedragen visie die in het eerste kwartaal door uw raad kan worden vastgesteld. De visie wordt vervolgens samen met het bestuursakkoord en de wettelijke taken gebruikt om mee invulling te geven aan een Lokale Educatieve Agenda (LEA) waar bijvoorbeeld het onderwijsachterstandenbeleid en kansengelijkheid op de agenda kunnen staan. Deze zal ook samen met het onderwijs en partners worden vormgegeven. De input vanuit de focusgroepen is tevens meegenomen in het Integraal |Huisvestingsplan Onderwijs (IHP) wat in het vierde kwartaal door uw raad kan worden vastgesteld.
Daarbij zijn punten als thuisnabij onderwijs, groene schoolpleinen en duurzaamheid meegenomen. 13.
"Het zal in 2022 een uitdaging worden alle onderwijsmiddelen die via een specifieke uitkering naar de gemeente komen voor de aangegeven bestedingsdoelen en binnen de benoemde periode in te zetten|
Vraag: wat is hiervan de oorzaak? Heeft dit gevolgen voor de beschikbare middelen, bijvoorbeeld dat middelen die niet gebruikt worden terugvloeien naar het Rijk? Het niet volledig benutten van de onderwijsachterstandsmiddelen heeft op de eerste plaats te maken met de, in verband met Corona, uitgestelde uitbreiding van het aantal uren voorschoolse educatie. Planning was om de uitbreiding van 10 uur naar 16 uur voorschoolse educatie eerder te laten plaatsvinden maar door Corona bleek dit niet mogelijk. Ook nemen er door Corona minder peuters deel aan voorschoolse educatie. De berekende benodigde subsidie is dus niet volledig benut. Daarnaast is er door de nasleep van de Corona, de komst van de Oekraïense vluchtelingen, het visietraject onderwijs en het traject onderwijshuisvesting (nieuw Integraal HuisvestingsPlan) zowel bij schoolbesturen als bij de gemeente weinig capaciteit om nieuwe zaken op te zetten. Ook is er op de arbeidsmarkt een enorm gebrek aan onderwijs en zorg-personeel. Daarnaast hebben zowel gemeenten als schoolbesturen extra middelen ontvangen vanuit het nationaal programma onderwijs om coronavertragingen aan te pakken. Deze extra middelen worden onder andere ingezet om kennis en vaardigheden bij te spijkeren en te werken aan sociaal-emotionele ontwikkeling.
Het visietraject dient in ieder geval voldoende input te geven voor het opstellen en uitwerken van een Lokale Educatieve Agenda waarin het onderwijsachterstandenbeleid wordt geconcretiseerd. Mogelijk dat in de tweede helft van 2022 daarvoor nog restantmiddelen kunnen worden ingezet. Een deel van de restantmiddelen uit de periode 2019-2022 mag worden doorgeschoven naar de volgende vierjarige periode 2023-2026. Dat betreft 50% van de uitkering van 2022 (ongeveer €800.000,-). De overige middelen vloeien terug naar het Rijk. 14.
5.4.2.2., pagina 42 Er wordt gesproken over het opzetten van een cultuuroverleg in 2022 Vraag: is dit al vormgegeven? Zo ja, hoe? Zo nee, wat is de reden? Nee dit is nog niet gebeurd. De coronacrisis, de oorlog in Oekraïne en de gemeenteraadsverkiezingen (waardoor sprake was van een demissionair college van B&W) hebben er voor gezorgd dat dit nog niet is opgepakt en is doorgeschoven naar 2e helft 2022. 15.
Paragraaf 5.5.3.2 Terugdringen CO2 uitstoot, pagina 53 Wat is de reden dat u eerst meent beleid te moeten maken en niet gewoon pro-actief aan de slag gaat? Op dit moment heeft de gemeente Oosterhout voor het plaatsen van laadpalen aansluiting gezocht bij de provinciale aanbesteding laadpalen. Tot 2022 hebben wij een reactief beleid gevoerd: als een inwoner vraagt om een laadpaal te laten plaatsen starten wij de procedure voor plaatsing. De provincie Noord Brabant schakelt dan haar aannemer in. Dit jaar heeft de gemeente Oosterhout een succesvolle pilot gedraaid, waarbij inwoners een kabelgoot aan kunnen vragen voor het opladen van hun elektrische auto. Inmiddels is dit middel standaard inzetbaar voor de inwoners van Oosterhout. Daarnaast is intern de dialoog gestart om bij nieuwbouwplannen de laadpalen proactief te plaatsen. Hierdoor wordt voorkomen dat direct na oplevering van de woningen de straat opnieuw open moet om laadpalen te plaatsen. Per nieuwbouwplan wordt de capaciteit van trafo’s afgestemd op de verwachte dichtheid van laadpalen. Voor bestaande wijken en buurten zal richting 2030 het aantal laadpalen fors toenemen. Hiervoor willen wij nieuw beleid gaan ontwikkelen. In Q4-2022 zal het beleidsplan laadpalen aan de gemeenteraad worden aangeboden ter bespreking.
Een van de vraagstukken is het gegeven dat tot nu toe bij het plaatsen van oplaadpunten de parkeerplaatsen exclusief beschikbaar is voor elektrische auto’s. Hierdoor kan de parkeerdruk voor fossiele auto’s toenemen. Een ander vraagstuk is het stimuleren van het gebruik van deelauto’s. De praktijk is dus dat de gemeente nu al inzet op meer oplaadfaciliteiten en parallel daaraan bezig is met het opstellen van nieuw beleid, uitgaande van een verwachtte sterke toename van het aantal elektrische voertuigen tot 2030. 16.
Paragraaf 5.5.3.2. MEK, pagina 54, laatste zin Deze zin is multi interpretabel. Bedoelt u dat de liquiditeitsproblemen tot het verleden behoren door de locatie nu ter beschikking te stellen voor dagbesteding?
Door de locatie ter beschikking te stellen voor dagbesteding zullen de liquiditeitsproblemen niet direct tot het verleden behoren. Het verhuren van ruimten aan bijvoorbeeld zorgpartners is een van de mogelijkheden waarbij het MEK extra structurele inkomsten genereert en minder afhankelijk zal worden van extra gemeentelijke bijdragen. Er zijn echter ook andere varianten denkbaar om extra inkomsten te genereren. Ook deze zullen onderzocht moeten worden om de financiële kwetsbaarheid van het MEK terug te brengen en de voorziening voor Oosterhout te kunnen behouden. Deze meer bedrijfsmatige benadering is een gewenste ontwikkelrichting die gemeente en het MEK bestuur in de afgelopen jaren met elkaar hebben vastgesteld. 17.
Paragraaf 5.5.4.2. Slotjesveld, locatie voormalige brandweerlocatie, pagina 57 .Staat de start van de bouwactiviteit nog steeds gepland voor direct na de bouwvakvakantie van 2022? Naar de laatste inzichten start de bouw in het voorjaar van 2023. Geselecteerde aannemer wordt momenteel gecontracteerd waarna engineering plaatsvindt en aanvraag omgevingsvergunning wordt ingediend. 18.
Paragraaf 5.5.4.3. pagina 60 Tabel "Wat heeft het programma gekost" Vraag: De opbrengt van Huren en Pachten is fors meer dan begroot. Hoe is dat te verklaren? Dit is omdat we in 2021 huuropbrengsten hebben ontvangen voor het eind 2020 aangekocht deel van Arendshof 2. Deze huuropbrengsten waren niet in de begroting opgenomen. Dit leidt tot deze hogere inkomsten. 19.
Tabel Investeringen op pagina 61 Onderdeel milieustraat: het verschil tussen de uitvoeringsplan 2021 en het gevoteerd bedrag 2021 is groot. Wat is de reden voor dit verschil? De voornaamste reden is het niet aanvragen van het krediet Toekomstbestendigheid milieustraat. Deze investering is doorgeschoven naar 2023 en 2024. De aanvraag is afhankelijk van het besluit van het college omtrent de toekomstplannen voor de (nieuwe) milieustraat. Tevens is onderzoek benodigd met betrekking tot de mogelijkheden voor een circulair ambachtscentrum. 20.
Paragraaf 5.7.2.3. Indicatoren, bladzijde 67 Bijna de helft van de bezwaarschriften wordt niet binnen de wettelijke termijn afgewerkt. Wat is het bedrag aan betaalde dwangsommen dat hiermee samenhangt. In 2021 is 1 dwangsom uitbetaald vanwege het te laat besluiten op een verzoek tot handhaving, bedrag van € 538,-. In 2021 ging het inzake bezwaarzaken in totaal om 10 zaken waarin een vergoeding is betaald. In totaal is er een bedrag van € 13.550,- uitbetaald ( 7x de maximale 1.442,- en 3x een gedeeltelijke). 21.
Paragraaf 5.7.2.4. Indicatoren, bladzijde 68 In plaats van een daling van het aantal zaken, is juist een kleine stijging te zien. Wat is de oorzaak en wat gaat het college doen om dit te verbeteren? Het percentage gegrond ligt al jaren ongeveer rond 10%. In het primaire proces wordt aandacht besteed aan de kwaliteit van de besluitvorming. 22.
Tabel 1, pagina 69 Waardoor wordt de overschrijding op persoon en organisatie verklaard? Dit bedrag betreft met name de boeking van de kapitaallasten van het krediet Organisatieontwikkeling. De dekking hiervan heeft plaatsgevonden uit de Ontwikkelreserve bedrijfsvoering. Wat is de reden voor de onderbesteding op DIV? Er resteert budget voor de post Wet Open Overheid. Vanwege onduidelijkheid over de invulling van de wet is pas in het 4e kwartaal een besluit genomen met betrekking tot de impact analyse en de bijbehorende kosten. Voor het resterende budget is een verzoek tot resultaatbestemming ingediend. Daarnaast is er een voordeel op de apparaatskosten door vacatureruimte. Deels staat hier inhuur tegenover, geboekt via het PBS. 23.
Paragraaf 6.1.12 De kostendekkingsgraad van leges Verkeer en Vervoer is maar liefst 942,2% Wat is daarvoor de verklaring?
De verklaring is dat hier de opbrengsten uit leges voor gehandicaptenkaarten alleen zijn afgezet tegenover de inkooplasten van de gehandicaptenkaarten zonder daar rekening te houden met de arbeidskosten en de overhead. Voor de juistheid zouden deze moeten worden overgeheveld van de andere producten binnen titel 1 naar de kostendekkingsgraad van leges Verkeer en Vervoer. Dit zal bij de begroting 2023 worden aangepast, zodat in de jaarrekening 2023 een realistische verdeling van de kostendekkingsgraad aan u gepresenteerd kan worden. Binnen het totaal van titel 1 is geen sprake van overdekking. Bij de kostendekkingsgraad van leges Burgerlijke stand is de dekking 42,1%.
Antwoorden
Vragen van fractie
Naam raadslid: Jan Schellekens
Vragen In de voorziening wachtgeldregeling is enerzijds € 196.000 gestort vanwege de geraamde kosten van gewezen bestuurders die nog niet nog niet waren meegenomen in de voorziening wachtgeldregeling en anderzijds € 105.000 onttrokken voor het betaalde wachtgeld voor gewezen bestuurders. “€ 196.000 gestort vanwege de geraamde kosten van gewezen bestuurders” : 1.
Kunt U -met inachtneming van de AVG- de verdeling van deze gelden en de verdeling over het aantal personen laten weten? De verdeling van de gelden is conform wachtgeldrechten en indexering daarvan. Daarnaast volgt het de hoogte van de Cao-rijk. Vandaar het opplussen waar nodig. In 2021 betreft het 2 personen die daar rechten aan ontlenen. 2. Hoeveel wachtgeldregelingen lopen er op dit moment voor gewezen bestuurders? In 2021 liepen er wachtgeldregelingen voor 2 personen. 3. Kunt U laten weten hoe lang de wachtgeldregeling voor niet eerder meegenomen bestuurders gaat lopen? Nee, dat is onvoorspelbaar. Het heeft te maken met de duur van het wethouderschap en daarnaast wat aan inkomen wordt verkregen in de wachtgeldperiode. 4. Kunt U laten weten wat dat de komende jaren gaat kosten? (prognose) Zie vraag 3: de kosten zullen afhangen van de duur van het wethouderschap en daarnaast het verkregen inkomen in de wachtgeldperiode. De kosten voor de 2 ambtsdragers die in 2021 in de voorziening waren opgenomen zullen in kalenderjaar 2022 maximaal € 188.000 bedragen. Voorziening wachtgeldregeling politieke ambtsdragers Conform besluit behorende bij de 2e concernrapportage 2018 is deze voorziening gevormd (BI. 0180374).
Op basis van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (APPA) en het Besluit sollicitatieplicht APPA voor gewezen politieke ambtsdragers is de gemeente verplicht wachtgeld en reintegratiekosten te betalen. De verwachting is dat wachtgeld betaald moeten worden tot de wettelijke termijn van de wachtgeldverplichting. De kosten voor deze maximale voorziening vanaf 2019 bedragen in totaliteit € 990.000. Hiervoor is in 2018 een voorziening gevormd. Een dergelijke voorziening dient conform de BBV in één keer gevormd te worden voor de gehele periode waarop naar verwachting gebruik gemaakt wordt van de wachtgeldregeling. Per saldo is deze voorziening in 2021 vermeerderd met € 91.000. “voor de gehele periode waarop naar verwachting gebruik gemaakt wordt van de wachtgeldregeling” 5. Op welke gronden kan deze wachtgeld regeling beëindigd worden? Niet anders dan door einde recht op wachtgeld, pensionering of werkaanvaarding / starten eigen bedrijf met voldoende inkomsten.
6. Wordt er nog werk gemaakt van reïntegratie? Ja, re-integratie verloopt volgens voorgeschreven spelregels met controle daarop door daarvoor ingehuurd gespecialiseerd adviesbureau. 7. Komen de kosten van die reïntegratie voor rekening van de gemeente Oosterhout? Ja, de gemeente waar de gewezen politiek ambtsdrager het laatst actief was, is verantwoordelijk voor kosten reïntegratie en het wachtgeld. 8. Welke kosten zijn daar per jaar aan verbonden? Maximaal 20% van het jaarsalaris van de gewezen politie ambtsdrager. 9. Krijgt de gemeenteraad inzage in het verloop van dat reïntegratieproces? Nee, dat is niet conform AVG. 10. Als iemand met een wachtgeldregeling aan het werk gaat of anderszins vermogen opbouwt (bijvoorbeeld door verkoop van onroerend goed), heeft dat gevolgen voor die regeling? Afhankelijk van de hoogte van de inkomsten uit arbeid heeft dit invloed op de hoogte van de wachtgelduitkering. Wijziging in vermogen heeft geen invloed op de hoogte van het wachtgeld (zoals bijvoorbeeld bij een bijstandsuitkering wel het geval is). 11. Is de (substantiële) winst door de verkoop van onroerend goed een reden om de wachtgeldregeling te beëindigen? De wachtgeldregeling ziet op inkomen, niet op vermogen.
Het recht bestaat alleen niet als de uitkeringsgerechtigde rechtens zijn vrijheid is ontnomen, wanneer hij vrijwillig, zelf, afziet van wachtgeld of wanneer er een herbenoeming volgt zonder onderbreking en voor dezelfde urenomvang. 12.
Is het wel eens gebeurd dat er pogingen zijn gedaan om uitkeringsgerechtigde(n) strafrechtelijk te vervolgen en hun vrijheid te ontnemen?
Nee. o.a. 7.3.2.Personele lasten Externe inhuur Externe inhuur wordt door het hele stuk veelvuldig genoemd vanwege verschillende oorzaken: corona, vervanging bij ziekteverzuim, vervanging van openstaande vacatures e.d. De lonen en salarissen laten een onderschrijding van € 2.242.000 zien. Deze is voor het overgrote deel ontstaan door openstaande vacatures gedurende 2021. Het tekort op het tijdelijk personeel bedraagt in totaal € 2.299.000. Een gedeelte van deze kosten (€ 496.000) is in de exploitatie verantwoord omdat het voor de BTW noodzakelijk is. Indien we dit niet doen is de BTW niet terug te vorderen. De analyse van de kosten van de tijdelijke krachten binnen de exploitatie is opgenomen bij de analyse van de programma’s (zie paragraaf 7.3.1). De inhuur van tijdelijke krachten betreft voornamelijk vervanging van openstaande vacatures en vervanging bij detachering en ziekteverzuim. 13.
Wat zijn de gemiddelde meerkosten van externe inhuur (zowel absoluut als percentueel per fte per jaar) in vergelijking tot uitvoering binnen de eigen organisatie? We hebben deze vraag benadert vanuit het uurtarief. Het gemiddelde tarief inhuur was van 2021 € 57,65 afgezet ten opzichte van de gemiddelde loonkosten per uur voor 2021 van ons eigen personeel van € 52,19, is dit € 5,46 meer (10,5%). 14. Wat zijn de effecten op de uitvoering van geplande projecten? Gerelateerd aan de vorige vraag: waar we inhuren zijn de personele kosten gemiddeld 10% duurder. 5.7.2.3 Indicatoren Ziekteverzuim 15. Is al het ziekteverzuim opgevolgd door een succesvolle reïntegratie binnen de organisatie. De medewerkers die niet met een WIA uitgestroomd zijn, zijn succesvol gere-integreerd. Een tweetal medewerkers heeft een gedeeltelijke WIA ontvangen en zij zijn succesvol gere-integreerd voor het resterende deel. 16.
Hoeveel reïntegratietrajecten liepen er op 1 januari 2021? Hoeveel liepen er op 31 december 2021.
Er liepen op januari 2021 42 reintegratietrajecten. Hierbij worden de medewerkers vanaf 8 dagen en langer ziekteverzuim mee genomen (middellang en lang verzuim). In december 2021 liepen er 34 reintegratietrajecten. Hierbij worden de medewerkers vanaf 8 dagen en langer ziekteverzuim mee genomen (middenlang en lang verzuim). Hiervan waren 7 medewerkers ook in januari 2021 ziek. Hierbij is ervan uitgegaan dat medewerkers uiteindelijk weer hersteld gemeld zijn (eventueel na 2021) en niet uitgestroomd zijn met een WIA. 17. Hoeveel reïntegratietrajecten hebben niet tot een geslaagde reïntegratie geleid? Er zijn in 2021 5 medewerkers uitgestroomd met een ziektewetuitkering/ WIA / IVA die niet gereintegreerd konden worden. 18.
In hoeveel zaken heeft dat geleid tot een ontslagregeling en ontslag vergoeding ( transitievergoeding)? In alle 5 genoemde zaken heeft dit tot een ontslagvergoeding (transitievergoeding) geleid. 19. Wat zijn de kosten daarvan geweest? De totale kosten zijn € 104.000. 20.
In hoeveel zaken heeft dat geleid tot een ontslagregeling, ontslag vergoeding ( transitievergoeding) en zwijgplicht en een boeteclausule op schending daarvan? Er was geen sprake van zwijgplicht en geen boeteclausule wegens schending van zwijgplicht. 21. Wat zijn de kosten daarvan geweest? Geen kosten met betrekking tot boeteclausule zwijgplicht. 22. Wie heeft die procedures (juridische bijstand) namens de gemeente Oosterhout gevoerd? In 2 gevallen onze eigen P&O afdeling en in 3 gevallen P&O ondersteund door Capra (juridisch adviseur). 23. Wat zijn de kosten van die werkzaamheden geweest? De totale kosten hiervan waren € 43.547. 24. Is de gemeente Oosterhout voor deze bijstand en eventuele schade verzekerd? Daar is de organisatie niet voor verzekerd. 25. NVT
Wat waren de hieraan gerelateerde verzekeringskosten in 2021?
26.
Hoeveel ambtenaren zijn er op dit moment in dienst die -vanwege ziekte of anderszins- geen werkzaamheden uit (hoeven te) voeren? (zg. spookambtenaren). Een spookambtenaar is volgens de omschrijving een ambtenaar die formeel in dienst is van een overheidsinstelling en salaris krijgt betaald, maar door disfunctioneren van de werkgever langdurig niet op het werk hoeft te verschijnen. Een spookambtenaar heeft voor deze langdurige afwezigheid geen geldige reden, zoals ziekte of bijzonder verlof. Er zijn geen ambtenaren in dienst die geen werkzaamheden hoeven uitvoeren, behalve ziek gemelde ambtenaren. Er is derhalve geen sprake van spookambtenaren. P. 168 De horeca is gestart als een Pilot en door Covid-19 loopt het nog door als Pilot halverwege 2022. Daarna wordt de pilot geëvalueerd. 27. Wanneer verschijnt die evaluatie? Kwartaal 4 2022 verschijnt er een collegevoorstel hoe verder naar aanleiding van de huidige situatie.
Antwoorden
Vragen van fractie
Naam raadslid: Hannie Broekhoven
Vragen Pand Heuvel 19 Oosterhout: 1. wat zijn de jaarlijkse-/ maandelijkse kosten van het pand Heuvel 19 Oosterhout? Kunt u deze kosten a.u.b. zo specifiek mogelijk beschrijven. De kosten van het pand Heuvel 19 bestaan uit drie onderdelen, namelijk: € 3.500 belastingen, € 3.000 verzekeringen en € 32.000 onderhoud conform de meerjarenonderhoudsplanning. Tot slot is er sprake van € 82.500 aan kapitaallasten. 2. Graag hebben we inzicht in de totaal betaalde kosten voor de restauratie/ renovatie van het pand. Uw raad heeft in het jaar 2015 een krediet beschikbaar gesteld voor de renovatie van € 1.080.000,De werkelijke lasten waren € 1.096.000. De overschrijding is verantwoord in de jaarrekening 2016.
Antwoorden
Vragen van fractie:
Naam raadslid Peter de Laat
Vraag: Activiteit
Budget
Budget wijziging
Totaal budget
Geboekt
Vrije ruimte
16P2 Sociaal domein
16T21 Maatschappelijke zorg 16B214 Transitie AWBZ 16P21401 Transitie AWBZ
6.208.757,00
-965.444,00
5.243.313,00
5.068.918,92
174.394,08
16B214 Transitie AWBZ
6.208.757,00
-965.444,00
5.243.313,00
5.068.918,92
174.394,08
1.573.128,00
692.970,00
16B216 Individuele voorzieningen WMO 16P21601 Beleidsontwikkeling WMO
2.266.098,00
2.023.390,06
242.707,94
16P21603 externe advisering
40.000,00
40.000,00
24.388,97
15.611,03
16P21604 Gehandicaptenparkeerkaarten