CConstaterende datOosterhout
Koppel je AI →
Document · PDF

Sjabloonvragen Actualisatie inspraakverordening - ZN314929

Raadsvergadering 21 december 2021, gemeente OosterhoutBij agendapunt: Bespreekstuk Raadsvoorstel ZN314929 Actualisatie algemene inspraakverordening Oosterhout1.954 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvergadering d.d.

21 december 2021

Raadsnota nummer

ZN314929

Onderwerp: Actualisatie inspraakverordening

Vragen van fractie: Naam raadslid: Jan Peters Om te voorkomen dat bestemmingsplannen tweemaal ter inzage moeten worden gelegd, stelt u voor de Inspraakverordening 2006 te vervangen door een nieuwe. U vermeldt in uw voorstel dat ter verduidelijking van de huidige regeling enkele kleine tekstuele correcties zijn aangebracht, zijnde het vervangen van de term zienswijze door die van inspraakreactie. Waarom heeft u daarvoor gekozen en beschouwt u dit als een correctie? Antwoord: In het alledaagse taalgebruik wordt met inspraakreactie bedoelt een reactie naar aanleiding van een terinzagelegging op basis van een lokale inspraakverordening en met een zienswijze een reactie naar aanleiding van een terinzagelegging op basis van artikel 3.4 Algemene wet bestuursrecht. De correctie is bedoeld om verwarring daarin te voorkomen. Zonder de toepassing of werking van de inspraakverordening te veranderen. Bij vergelijking van de Inspraakverordening 2006 (gebaseerd op de modelverordening van de VNG) met die van 2021 blijkt dat er veel meer wijzigingen zijn aangebracht. 1.

Waarom licht u (het waarom van) deze ingreep niet toe in uw voorstel met vermelding van de consequenties van deze ingrijpende aanpassingen?

Antwoord: De aanpassingen zijn noodzakelijk om de tekst actueel, juridisch sluitend en meer eenduidig te maken. Ze veranderen niet de toepassing of werking van de inspraakverordening. Om die reden is aangeven dat een aantal kleine correcties zijn aangebracht, met daarbij een opsomming in de voetnoot (die indicatief was bedoeld). Hierbij alsnog de verantwoording: sinds de inwerkingtreding op 1 oktober 2010 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is er geen sprake meer van een zelfstandige projectprocedure en bestaat artikel 19 WRO niet meer. Dit is dan ook aangepast in de juiste term “buitenplanse afwijkingen (niet zijnde kruimelgevallen) van bestemmingsplannen”. De zinsnede “beleidsvoornemens betreffende de voorbereiding of herziening van ruimtelijke plannen” is gewijzigd in “beleidsvoornemens betreffende de herziening van bestemmingsplannen” concreter gemaakt, zonder de aard of toepassing van de regeling aan te passen. 2.

In de verordening definieert u inspraak als het kenbaar maken van een inspraakreactie zonder te preciseren wat dat is. U maakt een uitzondering voor kruimelgevallen maar geeft niet aan wat daarmee wordt bedoeld.

Antwoord: De term kruimelgevallen is een algemeen bekend begrip, die in de spreektaal en juridisch (waaronder jurisprudentie) algemeen wordt gehanteerd. Een nadere duiding is onnodig. Hetzelfde geldt voor de term inspraakreactie. Die wordt bij juridische verhandelingen gebruikt ingeval er sprake is van toepassing van een inspraakverordening. 3.

In de uitzonderingen op het inspraakrecht in de verordening 2006 staat in artikel 3 onder c: (Geen inspraak wordt verleend) indien sprake is van uitvoering van regelingen van hogere overheden waarbij van enige beleidsvrijheid geen sprake is. In de voorgestelde verordening 2021 is daarvoor in de plaats gekomen: artikel 2 lid 3 onder d: (Geen inspraak wordt verleend) indien van Rijkswege is voorzien in een wettelijk voorgeschreven inspraakmoment (zoals toepassing afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht) en het college van mening is en daartoe expliciet besluit, dat op basis van een gevoerde omgevingsdialoog, en gezien de aard en omvang van de ontwikkeling, inspraak niet tot een meerwaarde leidt voor het in beeld krijgen van de belangen of een eerste afweging daartoe. a. Waarom moet het college van mening zijn én expliciet besluiten? De mening valt immers samen met het besluit, dat altijd expliciet is.

Antwoord: Lid c is niet vervangen. Er is een lid (d) bijgekomen. Om misverstanden te voorkomen wordt het van belang geacht dat het college in haar besluit tot het starten van de wettelijk procedure (ter inzage legging ontwerp), expliciet besluit (en dus ook motiveert) dat de inspraakverordening (ter inzage legging voorontwerp) niet wordt toegepast. b.

Hoe denkt het college vooraf vast te kunnen stellen dat inspraak niet tot meerwaarde zal leiden?

Antwoord: Gesteld wordt dat het college van mening moet zijn dat inspraak niet tot een meerwaarde leidt voor het in beeld krijgen van de belangen of een eerste afweging daartoe”. Deze formulering is bewust zo gekozen omdat het objectief vaststellen of een inspraak tot nieuwe inzichten in belangen leidt onmogelijk is. Zo zal onder andere de aard en omvang van de ontwikkeling, de (sociale) dynamiek in de directe omgeving, de op dat moment spelende politiek-maatschappelijke issues, de resultaten van de omgevingsdialoog, de wijze waarop deze is gevoerd, et cetera bepalen of het tweemaal achtereenvolgens, op eenzelfde wijze ter inzage leggen van een plan, tot nieuwe inzage leidt in de belangen die er spelen. c.

Waarom wil het college over de mogelijkheid beschikken inspraak op voorhand af te wijzen?

Antwoord: Het voorstel voorziet er juist niet in dat het college dit op voorhand wil doen. Het voorstel voorziet erin dat het college dit van geval tot geval (mede op basis van de resultaten van de omgevingsdialoog) daartoe kan besluiten. De reden waarom het college dit wil, is aangegeven in het raadsvoorstel, onder het kopje “Argumenten en kanttekeningen bij het voorgestelde besluit”. 4.

De verordening 2006 schrijft voor dat het college het eindverslag onmiddellijk ter kennis brengt van de gemeenteraad. In de voorgestelde verordening 2021 ontbreekt deze onmiddellijkheid. Waarom heeft het college daarvoor gekozen en ontbreekt de toelichting hierop in het raadsvoorstel?

Antwoord: Conform de huidige werkwijze zal op het moment dat het inspraakverslag door het college is vastgesteld, deze ter kennisgeving worden doorgezet aan de raad. Het college is niet voornemens dit anders te gaan doen. Er is geen reden dat dit woord is weggevallen. 5.

Er ligt een wetsvoorstel Versterking participatie op decentraal niveau voor advies bij de Raad van State. Het doel van dit wetsvoorstel is de betrokkenheid van inwoners bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid van (onder meer) hun gemeente te vergroten. Ook wordt het uitdaagrecht als specifieke vorm van participatie wettelijk verankerd. Per 1 juli 2022 gaat (naar verwachting) de Omgevingswet in die een belangrijke plaats toekent aan burgerparticipatie. Acht u het moment tot wijziging van de Oosterhoutse inspraakverordening tegen die achtergrond gelukkig gekozen?

Antwoord: Ja. De wijziging van de inspraakverordening kent meer gewicht toe aan de omgevingsdialoog, als relatief nieuw participatie-instrument. Daarmee is deze wijziging in de geest van het aankomend wetsvoorstel. Ook sluit de wijziging aan op de doelstellingen van de Omgevingswet (o.a. slimmere, snellere procedures, geen onnodige dubbelingen). Er is dan ook geen reden om te wachten tot het wetvoorstel is aangenomen. Op dat moment zal er worden gekomen tot een integrale wijziging van de huidige inspraakverordening (zie ook raadsvoorstel).

Raadsvergadering d.d.

21 december 2021

Raadsnota nummer

ZN314929

Onderwerp: Actualisatie inspraakverordening

Vragen van fractie: Naam raadslid: Tanja Roovers-Huijben Actualisatie algemene inspraakverordening Oosterhout. Hoe verhoudt deze verordening zich tot de omgevingsdialoog van de omgevingswet? Antwoord: De actualisatie sluit aan op de omgevingsdialoog van de Omgevingswet: thans is er sprake van een inspraakverordening die is vastgesteld in tijden dat er geen omgevingsdialoog was. Nu deze er wel is, zijn er dubbelingen ontstaan in het betrekken van de omgeving (zie ook pagina 2 van het raadsvoorstel).

Raadsvergadering d.d.

21 december 2021

Raadsnota nummer

ZN314929

Onderwerp: Actualisatie inspraakverordening

Vragen van fractie: Naam raadslid: Guus Beenhakker Wat wordt in het gemeentehuis concreet verstaan onder ‘omgevingsdialoog’? Antwoord: Een participatie van en overleg met derden door een initiatiefnemer, waarbij wordt voldaan de Oosterhoutse richtlijnen van een omgevingsdialoog. Zie https://www.oosterhout.nl/inwoners/wonenleven/bouwen-en-verbouwen/omgevingsdialoog.

Raadsvergadering d.d.

21 december 2021

Raadsnota nummer

ZN314929

Onderwerp: Actualisatie inspraakverordening

Vragen van fractie: 1.

Naam raadslid: Hannie Broekhoven

De raad wordt voorgesteld de inspraakverordening dusdanig aan te passen, dat het college per geval kan besluiten te volstaan met eenmaal een terugzagelegging, in plaats van tweemaal. U schrijft; ”dat met deze aanpassing processen worden versneld en een bijdrage geleverd aan de versnelling van woningbouw, zonder afbreuk te doen aan de belangen van inwoners.” De volgende vragen stellen we u, omdat dit bij recente plannen niet opgaat o.a. Wilhelminahaven, Zwaaikom en bedrijventerrein Everdenberg; a. de 2 inspraak momenten waren volgens ons nog onvoldoende, omdat er onvoldoende geluisterd is naar omwonende en belangenorganisaties, graag ontvangen we hierop uw reactie?

Antwoord: Het aantal inspraakmoment bepaald niet of er wordt “geluisterd”. Maar wat er is gedaan met hetgeen is ingebracht. Hierbij weegt het bevoegd gezag alle belangen. Ook het algemeen belang die verder reikt dan wat omwonenden vinden of willen vanuit hun eigen specifieke belang. Het opnemen van meer inspraakmomenten op eenzelfde ontwikkeling, zal daar geen verandering inbrengen. Daarnaast kan een initiatiefnemer, zolang hij/ zij wel binnen de kaders van het bestemmingsplan blijft, zelf invulling geven aan een ontwikkeling. Het is dan ook aan de raad om bij de vaststelling van een bestemmingsplan na te gaan of ze alles strakker wil inkaderen of niet. Vervolgens is het aan de initiatiefnemer hoe hij omgaat met die kaders en of hij bij de nadere invulling daarvan (komen tot een bouwaanvraag) omwonenden betrekt. Dit kan niet worden opgelost door meer inspraakmomenten op een bestemmingsplan los te laten. Ook is het wettelijk niet mogelijk om bij die nadere invulling (komen tot een bouwaanvraag) af te dwingen dat omwonenden worden betrokken of te bepalen dat er inspraak wordt verleend op een bouwvergunning (indien een bouwaanvraag voldoet aan de wettelijke kaders, waaronder het bestemmingsplan, moet deze simpelweg worden verleend – ongeacht wat de omwonenden daarvan vinden). b.

dit volgens ons ten koste is gegaan van de gezonde groene leefomgeving, mogen hierop uw reactie ontvangen? Antwoord: Dit is een (politiek) waarde-oordeel ten aanzien van een aantal specifieke casussen, wat geen enkele betrekking heeft op voorliggend raadsvoorstel. Daarnaast zullen meer inspraakmomenten voor één en hetzelfde plan niet leiden tot meer groen. Wel een raadsbesluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarin behoud/ ontwikkeling van groen juridisch geborgd is. c.

gaat dit voorstel volgens uw inschatting mogelijk voor nog grotere financiële schade zorgen nu u zelf aan actief grondbeleid gaat doen?

Antwoord: De relatie tussen de voorgestelde wijziging van de inspraak inspraakverordening en actief grondbeleid wordt niet gezien. 2.

Zou het verstandiger zijn om eerst de Algemene inspraakverordening van 2006 te evalueren tot we overgaan op een nieuwe?

Antwoord: De huidige wijziging komt voort uit signalen uit de eigen organisatie en daarbuiten. Er is dan ook geen reden om de huidige verordening te evalueren. Mocht dat gevoel er wel zijn, dan wordt geadviseerd dat te doen als er meer duidelijkheid is over artikel 150 Gemeentewet (de wettelijk basis voor de huidige inspraakverordening) die in het kader van de versterking van participatie op decentraal niveau wordt aangepast. Zodat de evaluatie met het oog op, en kennis van die wetswijziging, meer doelgericht vorm kan krijgen. 3.

Bestaat de mogelijkheid om de gemeenteraad te laten besluiten of een plan 1 of 2 maal ter inzage gelegd wordt?

Antwoord: Op dit moment worden bestemmingsplannen tweemaal ter inzage gelegd. Eenmaal op basis van de gemeentelijke inspraakverordening. Eenmaal op basis van de wet. 4.

Inspraak op de zogenaamde kruimelgevallen is op dit moment, conform de bedoeling van de huidige inspraakverordening aan het college. a. Is het mogelijk om dit in de verordening aan te passen, zodat zowel raad als de inwoners waar nodig hun rol kunnen nemen?

Antwoord: Nee. De procedure van de zogenaamde kruimelgevallen (bezwaar, beroep en hoger beroep) is geheel bij wet bepaald. Daarvan kan niet worden afgeweken. De rol van de inwoners komt terug in de procedure. b.

Kan het ook in het belang van inwoners zijn dat de gemeenteraad deze stap neemt om bij onbedoelde/ onvoorziene wijzigingen in te kunnen grijpen? Antwoord: Afgezien van het feit dat dit wettelijk niet mogelijk is, betreft dit in de regel kleine afwijkingen (uitbreiding van een berging, plaatsen van een dakkapel, wonen in een voormalig winkelpand). Waarbij in Oosterhout de kruimelgevallenregeling wordt toegepast, als het bestemmingsplan ter plaatse verouderd is (waarbij dan wordt getoetst aan actuele regels, die elders door uw raad zijn vastgesteld) of er foutjes in zitten (bijvoorbeeld legaal verkregen rechten, die niet goed zijn opgenomen).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oosterhout&id=9639d353-9a8e-4642-8935-2c5f9ebe0a19