RVS Bijlage 3 Q&A Raad
Tekst van het document
Bijlage 2 Q&A Raad
Omgevingsvisie versie 3 december 2019 Vragen raadsfracties 14 januari 2020 Antwoorden toegezonden per e-mail 21 januari 2020
Vraag/opmerking
Antwoord GBV
1. Huidige bestemmingsplannen, beleid wat al goedgekeurd is maar nog niet uitgevoerd en wensen lopen door elkaar heen. Kunnen deze drie gesplitst en/ of duidelijk aangegeven worden op de kaarten zodat de huidige werkelijke situatie duidelijk in beeld komt en fouten hierin verbeterd kunnen worden?
2. Hoe voorkomt u dat de toekomstvisie 2030 geconcretiseerd wordt en dat de hieruit voortvloeiende doelen één op één over worden genomen en dat de burgers/ eigenaren uiteindelijk geen inbreng hebben in de totstandkoming/ uitvoering van de omgevingsvisie / omgevingsplan?
Op de IDeekaarten is per deelgebied een zogenaamde “kenschets” opgenomen die de huidige situatie weergeeft, ook zoals dat op basis van de bestemmingsplannen mogelijk is. De visiekaarten vertrekken vanuit de huidige situatie en geven de wenselijke ontwikkeling weer vanuit die huidige situatie. Die wenselijke ontwikkelingsrichting is gebaseerd op het bestaande vastgestelde beleid. Daar waar het geen onderdeel is van het bestaande beleid maar een agendering is van nieuw beleid (veelal Programma’s) wordt dat in de tekst vermeld. Dus de lijn is: alles vloeit voort uit bestaand beleid, tenzij vermeld is dat het meegenomen/ uitgewerkt wordt in een Programma (zoals de Woningbouwstrategie). De teksten zullen er in de volgende aanpassingsronde nog eens kritisch op worden doorgelopen. Een omgevingsvisie bindt de overheid, niet de burger. Daarnaast kan een overheid gemotiveerd afwijken van zijn eigen omgevingsvisie. Zaken uit een omgevingsvisie die in een omgevingsplan zijn vertaald in juridische regels, zullen de burgers wel binden. Daarnaast zal uitwerking plaatsvinden in programma’s (sectoraal, meer specifiek beleid, uitvoeringsprogramma’s, etc., zoals we die thans ook kennen). Conform het proces zoals met uw raad op 20 februari 2019 is afgestemd, zal er een sessie plaatsvinden met stakeholders/ maatschappelijk middenveld/
1/18
belangenbehartigers/ ketenpartners/ medeoverheden. De resultaten daarvan worden gedeeld met uw raad, waarna via inspraak en inloopavonden de burgers worden betrokken.
3. Diverse iconen worden wel in de legenda maar niet of nauwelijks op de IDee kaarten gezien o.a. V (behoud en mogelijk versterken van het landschap). 4. Bij de Waranda staat nu versterken van sport en recreatiegebied, terwijl het natuurnetwerk Brabant is en dan is het doel het versterken van ecologie, landschap en vrijetijdsbesteding(ander icoontje). Dan komt hieruit een visie en compensatie bij aantasting (waar gaan we deze compensatie ter versterking van het landschap/ natuur dan realiseren (icoon V)?
5. Legenda ‘aandacht voor verdroging’ is nu raar opgeknipt; met name toegepast in groene en meer landelijke gebieden, nergens voor stedelijke gebieden. Maar het ‘water’ houdt zich niet netjes aan de grenzen. Bovendien is juist ook het stedelijke (verharde) gebied verdroogd, m.n. op de zandgronden. Oftewel; door het op deze manier op te knippen kun je er niet veel mee. Waarom doet u dit op deze wijze?
Vervolgens zal de Omgevingsvisie worden uitgewerkt in programma’s (zoals de Warmtevisie, Woningbouwstrategie) en omgevingsplannen. Hierbij zal per programma er wederom participatie plaatsvinden / een dialoog met de maatschappij worden opgestart. In welke vorm is afhankelijk van het onderwerp en zal te zijner tijd nader worden bepaald. De iconen die links op de IDeekaarten staan komen inderdaad niet terug op de kaart. Dit zou de kaart druk en onleesbaar maken. Het werkingsgebied van die iconen is dan ook verbaal aangegeven (bijvoorbeeld “voor het gehele gebied”). Een groot deel van de Warande is niet bestemd als NNB. Mocht er sprake zijn van versterking van de Warande als hotspot voor sport en andere vormen van vrijetijdsbesteding, en moet hiervoor het bestemmingsplan worden aangepast, dan zal de gemeente via de Provinciale Verordening gebonden zijn aan de beperkingen en voorwaarden die de NNB met zich meebrengt. Daarbij hoort dan ook een compensatieplan. Het wel of niet benoemen van dit aspect in deze Omgevingsvisie doet daar geen afbreuk aan. Er is een variatie in de mate waarin verdroging een aandachtspunt is. Dit is een combinatie van de mate van droogte ter plaatse en de functie die ter plaatse aanwezig is. Het buitengebied is met zijn agrarische gronden en natuurgebieden gevoeliger voor droogte dan het stedelijk gebied.
De effecten zullen daar dan ook groter zijn, en daarmee dus ook de mate van aandacht die het behoeft. Overigens is dit aspect niet sec benoemd in het buitengebied. Voor de wijk Vrachelen is aangegeven dat droogte een punt van aandacht is. Na vaststelling van de Omgevingsvisie zal het aspect verdroging gemeentebreed verder worden uitgewerkt in het programma Klimaatadaptatie. Daar zullen die gebieden die in de Omgevingsvisie niet expliciet worden benoemd, wel worden meegenomen (in de Omgevingsvisie is immers aangegeven welke gebieden de meeste aandacht behoeven).
2/18
6. Legenda ‘behoud bestaande groenstructuur’ is wel erg passief.
7. Waarom zijn de ontwikkel/ beheervisie van terrein beherende instanties niet opgenomen in de Oosterhoutse Omgevingsvisie?
8. Waarom zijn de Brabantse kaders nauwelijks zichtbaar in de Oosterhoutse Omgevingsvisie?
9. Waarom starten de thema’s van de Oosterhoutse Omgevingsvisie weer traditioneel met wonen en economie, dan pas duurzaamheid en leefbaarheid?
10. Waarom maken we de visie niet sterker door – in de geest van de lagenbenadering – eerst de duurzaamheidslaag te noemen en dan de lagen van leefbaarheid, ruimtelijke kwaliteit, wonen en economie op voort te bouwen ( Dit lijkt een nuanceverschil, maar is essentieel voor de keuzes die je maakt in visie)? 11. Waarom starten we de Omgevingsvisie Oosterhout niet met een landschapsbiografie (dit is een vaak voorkomende methode, om de identiteit van de deelgebieden sterker te krijgen. Het narratief van het landschap als basis voor het gesprek over het landschap en de omgeving van de toekomst)?
Voor de meer “actieve houding” ten aanzien van groenstructuur zijn andere legenda-eenheden opgenomen (“toevoegen ontbrekende groenstructuur”, “toevoegen ontbrekende blauw-/groenstructuur”). Daarnaast wordt voorgesteld “behoud en versterking bestaande groenstructuur” op te nemen. Het is niet de bedoeling om visies op te nemen van terrein beherende instanties en grondeigenaren (zoals Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, etc.), tenzij de gemeente daar een actieve rol/ bijdrage in heeft. Zo is het Landschapspark De Open Linie (een visie waarbij meerdere partijen, waaronder de gemeente, een actieve rol hebben) wel benoemd. De lokale ambities zoals opgenomen in de Omgevingsvisie zijn langs de visies van het rijk en de provincie gelegd. Geconstateerd is dat er geen strijdigheden zijn met deze visies en ze op onderdelen flankerend zijn aan eigen lokale ambities. (Zie onder andere de raadsbrief met betrekking tot het ontwerp van de Omgevingsvisie van het Rijk, d.d. 27-09-2019, zaaknummer 191782). Overigens verplicht de Omgevingswet niet dat een Omgevingsvisie moet voldoen aan een Omgevingsvisie van een hogere overheid. De thans gekozen volgorde is: (1) leefbaar, gezond en aantrekkelijk wonen; (2) economische vitaliteit; (3) duurzaam, energieneutraal en klimaatbestendig; (4) identiteit en ruimtelijke kwaliteit; en (5) bereikbaarheid, mobiliteit en toegankelijkheid.
Deze volgorde is gekozen om te komen tot een logische opbouw, waarbij ook oog is om zaken als leefbaarheid en duurzaamheid meer vooraan te plaatsen en niet te benaderen als sluitpost. Daarnaast zijn onderwerpen als duurzaamheid, identiteit en leefbaarheid verweven in de onderdelen wonen en economie en krijgt deze onderwerpen daarnaast extra aandacht door hier expliciet een hoofdstuk aan te wijden. Een groot deel van de gemaakte keuzen zijn al gemaakt. Dit wordt min of meer ook geconstateerd bij vraag 29. Daarnaast is de lagenbenadering vooral interessant voor ruimtelijke ontwikkelingen / bouwprojecten. Die keuzen worden niet gemaakt in deze Omgevingsvisie, maar in de uitwerking van ruimtelijke projecten zelf. De IDeekaarten starten per deelgebied met het onderdeel Kenschets. Hiermee wordt de bestaande situatie per deelgebied beschreven. Hierbij is gekozen om naast het landschap ook andere, relevante zaken beknopt weer te geven.
3/18
12. Waarom lijkt de Oosterhoutse Omgevingsvisie vooral op de ouderwetse structuurvisie en niet een Omgevingsvisie zoals de Omgevingswet bedoelt?
13. Kaart Oosterheide; Gebied (minimaal natuurgebieden) aanduiden als ‘aandacht voor verdroging’
14. Kaart centrum; Geen projectlocatie nieuw gemeentehuis......? Staat nu als behoud groen op de kaart. 15. Waarom heeft u de Heilige Driehoek niet als apart deelgebied benoemd( deze is nu opgeknipt over 2 ID-kaarten)? 16. Kaart Leijsenakkers; wil men de besloten tuinen van de OLV Abdij toegankelijk maken vanuit de wijken( met 2 legendaeenheden; versterken extensieve recreatie en groene toegankelijkheid) en waarom aanpak op perceelsniveau scheiden? 17. Kaart Dommelbergen; waarom geen visie op landschap en landbouw Oranjepolder? Waarom hier geen aanduiding ‘naad van Brabant, kwel als bijzondere waarde’? 18. Kaart Vrachelen; waarom geen aandacht voor verdroging? 19. Langzaam verkeer op Lage Molenpolderweg?
20. Kaart Everdenberg; Sidestream Innovation Valley: is de keuze al definitief? Locatie is oud (relatief nat) vennengebied, geen logische plek om te bouwen (gebied moet droger worden).
Niet wordt gezien op welke onderdelen de huidige visie niet lijkt op een omgevingsvisie zoals bedoeld in de wet. De visie is integraal en strategisch. Door het betrekken van het sociale domein gaat het zelfs verder dan hetgeen de wet verlangt, zijnde een integrale strategische visie op de fysieke leefomgeving. In het linkerdeel van de legenda bij “voor het buitengebied geldt” is hiertoe een icoon opgenomen. (Naar aanleiding van deze opmerking is geconstateerd dat abusievelijk voor het gehele deelgebied “Vrachelen” eveneens deze aanduiding is opgenomen, terwijl de aandacht voor verdroging ook daar met name moet uitgaan naar het buitengebied. De IDeekaart wordt hierop aangepast. Dank hiervoor.) Op de IDeekaart voor de wijk Slotjes is dit project aangeduid als “Herontwikkeling Slotjesveld (incl. Stadhuis)”. De kaarten zijn gebaseerd op de wijkindeling zoals Oosterhout en het CBS deze hanteren. De Heilige driehoek ligt op basis van deze indeling in twee verschillende wijken. Deze aanduiding betreft het gehele gebied en niet specifiek privébezit.
De naad van Brabant is een gegeven. Zolang de raad er niet voor kiest iets te doen met die naad, is vermelding daarvan op een visiekaart niet nodig. Visie op de oranjepolder is behoud en zo mogelijk versterken van het landschap en de ontwikkeling van een Energiepark. Het gehele gebied is aangeduid als “aandacht voor verdroging” (zie legenda links op de IDeekaart Vrachelen). De tekst bij de IDeekaarten Vrachelen, onderdeel “Bereikbaar en toegankelijk” geeft verduidelijking aan dit icoon: “Vanuit verkeersveiligheid behoeft de fietsoversteek Dorsvlegelpad – Lage Molenpolderweg extra aandacht”. Vorenstaande is gebaseerde op de door uw raad vastgestelde Mobiliteitsvisie. Het college gaat eind januari / begin februari een principebesluit nemen over deze ontwikkeling, waarna de plannen aan uw raad worden gepresenteerd. Uiteindelijke medewerking zal worden verleend via een
4/18
21. Kaart Oosteind; wat is de gearceerde slinger dwars door de polder (zuid-noord)? 22. Waarom geen aandacht voor verdroging? 23. Waarom bos niet buiten de bebouwde kom? Natuurnetwerk Brabant(voormalige EHS) moet buiten de bebouwde kom liggen om in aanmerking te komen voor beheersubsidie, boswet en andere regelgeving. 24. Waarom overal pijlen groen beter toegankelijk voor de wijken, terwijl diverse plaatsen juist voor bescherming van de natuurwaarde dienen. Bijvoorbeeld de rondzone Vlindervallei en Landgoed Oosterheide. Bij bovenstaande was dit voorwaarde om überhaupt de wijken te mogen bouwen. Wat vinden particuliere eigenaren o.a. boeren hiervan? Denkt u dit te kunnen afdwingen? 25. Waarom geen aanduiding monumentale- en beeldbepalende bomen opgenomen in de Oosterhoutse Omgevingsvisie?
26. Gaat u natuur-beherende instanties, boeren en burgers toestemming vragen voor u op hun grond deze aanduidingen aangeeft.
bestemmingsplanherziening, welke ter vaststelling aan uw raad zal worden voorgelegd. Realisatie 380 Kv (zie legenda). Speelt hier minder dan elders De provincie wijst aan wat NNB is, is niet aan de gemeente om dat te doen in haar Omgevingsvisie (of ander willekeurig document).
De visie stuurt niet aan op afdwingen van het gebruik van gronden van particuliere eigenaren. In het verdere proces worden belangenorganisatie (waaronder de ZLTO) en burgers betrokken. Zie ook de antwoorden op de vragen 2 en 26.
Betreft een strategische visie op hoofdlijnen. Het aanduiden van iedere monumentale boom past daar niet bij. Ook zal opname in de Omgevingsvisie burgers niet binden en dus niet het gewenste effect sorteren. Dergelijke aanduidingen horen thuis in een bestemmingsplan, al dan niet via een monumentale bomenlijst die gekoppeld is aan de APV, en na 2021 in een Omgevingsplan. Betreft een visie die niet burger bindt, maar overheden. Met de Omgevingsvisie geeft de gemeente aan wat zij een wenselijk ontwikkeling vindt. In dit geval zal een initiatief van een grondeigenaar tot het meer toegankelijk maken van zijn gronden op een positieve grondhouding kunnen rekenen van de gemeente. Uiteraard de bestaande (ecologische) waarden in ogenschouw nemend. Zie ook de antwoorden op de vragen 2 en 24.
Groen Links 27. De kaarten van de verschillende wijken zijn vooral beschrijvend van aard. Er wordt aangegeven wat er in de wijk aan de hand is en wat mogelijke toekomstige ontwikkelingen zijn. Een houvast om concrete initiatieven in een wijk aan te toetsen zijn ze naar de mening van GroenLinks absoluut niet.
Ze geven richting aan een bepaalde gewenste lange termijn ontwikkeling, een stip op de horizon. Een meer concreet toetsingskader zou leiden tot meer detail en daarmee een Omgevingsvisie die minder toekomstbestendig en star is. Daarnaast zal nadere uitwerking in programma’s (zoals de Warmtevisie en de Woningbouwstrategie) tot concretere kaders leiden.
5/18
28. De visie zoals hij er nu ligt is vooral een samenvatting van bestaande visies. Het lijkt wel een beetje op een soort nietje dat door bestaande nota's geslagen is. Ook hiervoor geldt dat het dus een naar onze mening algemeen stuk is geworden, waaraan het lastig is om nieuwe ontwikkelingen te toetsen. Er moet hier naar onze mening echt nog een slag gemaakt worden.
29. Energietransitie: We zijn het er over eens dat windmolens en zonnepanelen(weides) een tussenfase is. Vriend en vijand zijn het er over eens dat we uiteindelijk overgaan op waterstof. Dan is het belangrijk hier op voor te sorteren door het gasnet in stand te houden daar waar het nu aanwezig is. Dat heet beschermen infra, taak gemeente. Wij zien dat niet terug. In onze beleving hoort dat zeker in deze omgevingsvisie. 30. Hoe kan het dat hier met naam en toenaam Shell en Eneco genoemd worden. Was er niet een motie aangenomen die het mogelijk maakt dat bewoners Oosterhout voor een veel groter aandeel zouden kunnen participeren in de vorm van een energie-coöperatie? Bovendien in een visie horen die namen niet thuis. 31. Duurzaam: Bij dit onderwerp wordt met geen woord gerept over biodiversiteit. Terwijl het verlies van biodiversiteit minstens zo groot is als de opwarming van de aarde ofwel energietransitie. Denk aan
Bij de startsessie van 20 februari 2019 is met uw raad afgestemd dat de recent vastgestelde Toekomstvisie en overig actueel beleid het kader biedt voor de Omgevingsvisie. Ook is met uw raad afgestemd dat de Omgevingsvisie een beleidsdocument moet zijn welke integraliteit, focus en prioritering aanbrengt tussen de verschillende (beleids)dossiers. Dit maakt dat de Omgevingsvisie (groten)deels overkomt als een samenvatting van bestaand beleid. Het strategische en integrale (sociaal en fysiek domein) karakter van de Omgevingsvisie maken dat het niet te voorkomen is dat de teksten in zekere mate algemeen overkomen. Meer verdieping op alle thema’s zou leiden tot een groot, allesomvattend document, die minder tot niet strategisch van aard is en bij wijziging van inzicht op tactisch niveau voor één thema, zal leiden tot een aanpassing van de Omgevingsvisie. De gewenste verdiepingsslag zal worden gemaakt in de nadere uitwerkingen in programma’s (zoals bijvoorbeeld is gedaan in de vastgestelde Mobiliteitsvisie, en zal gebeuren bij de Strategische woningbouwvisie). Hierbij zal de Omgevingsvisie als kader dienen, die de onderlinge samenhang inzichtelijk maakt. In het kader van de Warmtevisie en de Regionale Energiestrategie wordt onderzocht of het gasnet geschikt is voor waterstof.
De namen worden verwijderd. De genoemde motie is reeds als volgt verwerkt in de tekst: “Om het project van extra meerwaarde te laten zijn voor onze inwoners, wordt de aanpak van “sociale wind” gehanteerd. Hierbij kunnen inwoners van Oosterhout financieel participeren in het project.” In de kernpunten bij koepelthema 3 Duurzaam, energieneutraal en klimaatbestendig wordt dit als kernpunt benoemd (“Vergroening is voor ons een belangrijke strategie om doelen omtrent klimaat, energie, gezondheid,
6/18
maaibeleid gemeente zelf, diversiteit in groen verhogen (niet alleen maar eikenbomen, etc....) stimuleren voedseltuinen etc. Stimuleren en faciliteren van het elektrisch rijden of rijden op waterstof. Hier is infra voor nodig. 32. Economie: Monitor gezien op tv? Wil Oosterhout nog meer logistieke bedrijven? Match niet met aanwezig arbeidspotentieel. Lelijke blokkendozen die veel verkeersbewegingen genereren en waarvoor in stad woonruimte voor arbeiders gecreëerd moet worden die er eigenlijk niet is. 33. Bereikbaarheid: Ombouwen knooppunt Hooipolder en verbreding A-27 is voor alle duidelijkheid geen specifieke opgave van de gemeente!!! Hooipolder wordt al gerealiseerd en voor de A-27 geldt dat gemeente zich blijft inspannen richting rijk. 34. Bereikbaarheid: Wat wij als GroenLinks in dit hoofdstuk volledig missen is aandacht voor gedeelde mobiliteit in de nieuwe Openbaar Vervoer Transitie Strategie van de provincie waarin niet alleen een zogenaamde Hub aan de A-27 moet komen, maar die moeten er ook komen in kleinere vorm de kerkdorpen en wijken. (Op deze hubs komen allerlei vormen van vervoer tezamen zoals deelauto's, deelfietsen, buurtbus, directe bus, etc.). Zeer belangrijk in onze fysieke leefomgeving lijkt ons. 35. Bereikbaarheid: Oosterhout heeft geen treinstation, maar heeft wel een snelle busverbinding naar het treinstation in Breda.
20 minuten vanaf busstation Leijsenhoek en 10 minuten vanaf laatste halte in zuid. Dit is een groot goed. Deze voorziening moet in de visie zeer belangrijk zijn. 36. Bereikbaarheid: Bij het noemen van parkeerbeleid wordt alleen gekeken naar parkeren auto' s terwijl er een enorm tekort is aan goede, veilige parkeerplaatsen voor fietsen.
37. Bij de opsomming van gevaarlijke punten voor fietsers ontbreekt: - de kruising Strijenstraat/Statendamweg; - oversteek Effentweg/Statendamweg; - Mathildastraat; - Veerseweg blokken;
ecologie, water en belevingskwaliteit te bereiken.”). Voorstel is om ecologie in deze zin als volgt nader te specificeren: “ecologie, waaronder biodiversiteit” en daarnaast een paragraaf te weiden aan ecologie en biodiversiteit (waarin zaken als beheer en inrichting openbare ruimte aan de orde komen). M.b.t. waterstof, zie het antwoord op vraag 29. Komt uit recent vastgestelde beleidsdocumenten en visies, zoals de Toekomstvisie 2030.
In de Omgevingsvisie kan de gemeente ambities noemen waarvoor ze zelf niet voor aan de lat staan, maar zich (bijvoorbeeld via lobby) wel hard voor wil maken. Deze punten zijn genoemd in de Mobiliteitsvisie en van dusdanig strategisch belang geacht dat deze in de Omgevingsvisie zijn opgenomen. Het is juist dat het transitiedocument gedeelde mobiliteit naast Hubs ook voorziet in overstappunten/ haltes in de kerkdorpen en op wijkniveau waar ten minste één vorm van gedeelde mobiliteit wordt aangeboden. De tekst zal op dit onderdeel worden aangevuld
De tekst zal op dit onderdeel worden aangepast.
In de recente nota parkeernormen is dit onderkend en zijn normen opgenomen voor stallingplaatsen voor fietsen. Ook heeft het veilig gebruik van de fiets (waaronder het stallen daarvan) aandacht gekregen in de Mobiliteitsvisie. De tekst in de Omgevingsvisie zal op dat punt (conform de Mobiliteitsvisie en de nieuwe parkeernota) worden aangescherpt. Uw raad heeft met recente vaststelling van de Mobiliteitsvisie aangeven waar er sprake is van onveilige situaties. Op de IDeekaarten zijn al deze situaties opgenomen (icoon “verbeteren verkeersveiligheid langzaam verkeer”). De bewegwijzering voor fietstoeristen is niet opgenomen in de Mobiliteitsvisie opgenomen en om die reden niet meegenomen in de Omgevingsvisie.
7/18
- aandacht voor bewegwijzering voor fietstoeristen. CDA 38. Bij de kernpunten van Thema 1 (Leefbaar, gezond en aantrekkelijk wonen) lijken ouderen vooral gezien te worden als probleem (zij blijven te lang in hun eens-gezinswoning zitten).
Het is niet de bedoeling om ouderen als een probleem te zien. Daar waar mogelijk zal de tekst op dit aspect worden aangepast (zie ook antwoord op vraag 95).
39. De groep ouderen heeft nu niets te kiezen. Waarom worden zij niet genoemd als doelgroep voor experimentele, creatieve en gemeenschapszoekende vormen van woningbouw?
Op basis van de uitkomsten van de Woningbouwstrategie zal worden bezien of en zo ja voor welke doelgroepen ingezet kan/moet worden met experimentele woonvormen. Vooruitlopend op de vaststelling van deze strategie worden thans kansen/ locaties die zich aandienen voor dergelijke woningbouwvormen getoetst op ontwikkelmogelijkheden, en daar waar mogelijk medewerking aan verleend. Dit geldt niet alleen voor de doelgroep ouderen, maar ook voor andere doelgroepen zoals alleenstaanden en arbeidsmigranten, en vormen van shortstay. De tekst zal hierop worden aangepast. Aan dit woord is geen specifieke betekenis gekoppeld. Om verwarring te voorkomen zal het woord “inspirerend” worden geschrapt.
40. Op blz. 4 maakt de nota gewag van woningbouw aan de oostzijde van de A27, zoals ‘inspirerend benoemd is in de Toekomstvisie’. Het woord ‘inspirerend’ suggereert óf dat de sprong over de A27 in de Toekomstvisie inspirerend wordt genoemd, óf dat het in déze nota als ‘inspirerend’ wordt gezien. Kunt u uitleggen hoe men een en ander dient te lezen? 41. In het hele hoofdstuk van Thema 1 is er geen enkele aandacht voor de positieve bijdrage die architectuur kan toevoegen aan woningbouwplannen. Waarom is er wel aandacht voor schone straten en vergroening van buurten, maar niet voor de vormgeving van woningen en gebouwen?
42. Onderaan blz. 8 worden drie activiteitencentra genoemd. Waarom worden de kerkdorpen niet genoemd?
Met het afschaffen van welstand door de raad in september 2015 is de keuze gemaakt om als gemeente niet te sturen op de verschijningsvorm van bestaande en nieuwe gebouwen. Naar het oordeel van de raad werden burgers regelmatig geconfronteerd met de beperkingen van welstand. De afschaffing van welstandsbeoordeling geldt niet voor de beschermde stadsen dorpsgezichten, monumenten en woonwijk De Contreie, Hiervoor is besloten wel een vorm van welstand toe te passen. In een welstandsvrije stad gelden geen welstandscriteria meer en kan alleen worden teruggevallen op een excessenregeling. Zal alsnog worden genoemd in de tekst (Dorpshuis De Klip te Dorst, Dorpshuis Den Brink te Den Hout en Oostquartier te Dorst).
8/18
43. (Bij blz. 9) Is het verstandig de Rabobank (hoe dan ook initiatiefnemer van woningbouwoverleg) te noemen als partner? 44. (Bij blz. 9) Zingeving is in de gezondheidsdefinitie van Huber (die kennelijk zo’n beetje wordt aangehaald) een belangrijke indicator van gezondheid. Het ontbreken van zingeving is een groot probleem in onze samenleving. Waar kunnen mensen terecht die vragen hebben op het gebied van zingeving? 45. (Bij blz. 10) In het algemeen worden jongeren, ouderen en gezinnen als bevolkingsgroepen genoemd. Zouden we er niet goed aan doen ook beleid te ontwikkelen voor de groeiende groep alleenstaanden? 46. Op blz. 24 noemt de nota het vooral van belang dat er geïnvesteerd wordt in nieuwe technieken en om pilots op te zetten waar bijvoorbeeld gebruik wordt gemaakt van restwarmte. Door wie zouden die investeringen en pilots gedaan moeten worden? 47. Op blz. 24 worden Shell en Eneco genoemd. Is dat verstandig? 48. Op blz. 26 is er sprake van een ‘bruidsschat’. Zou het niet een goede zaak zijn om die ‘schat’ te gebruiken om in het Omgevingsplan de regie op de ruimtelijke vormgeving te regelen?
49. (Bij blz. 28) Wat wordt bedoeld met het eerste kernpunt van het thema ‘Identiteit en ruimtelijke kwaliteit? Hoe versterk je identiteit door vergroting van differentiatie?
50. (bij blz. 28) Het laatste kernpunt handelt over de groene ruimte tussen dorpen en stad. Gezien de oprukkende woningbouw van De Contreie en de woorden over de oostzijde van de A27 dringt zich de vraag op of wij wat betreft die groene ruimte niet concreet moeten noemen hoe groot die ruimte dan precies moet zijn?
De opsomming in de tekst zal indicatief worden gemaakt, waarbij de Rabobank niet expliciet zal worden genoemd (“….samen met partijen zoals…..”). De antwoord op een dergelijke vraag is geen onderwerp van een strategische Omgevingsvisie.
De tekst zal hierop worden aangepast.
De tekst is afkomstig uit de vastgestelde Routekaart Energietransitie. De investeringen in nieuwe technieken in productieprocessen zullen vooral door de bedrijven zelf worden gedaan. Per pilot wordt bekeken welke rol de gemeente daarin heeft. Het gebruik van restwarmte zal onderdeel zijn van de Transitievisie warmte die wordt opgesteld. De namen worden verwijderd. Dit is geen onderdeel van de bruidsschat. Een instrument om deze regie te voeren heeft de gemeente al in de vorm van welstand. Deze is echter in Oosterhout afgeschaft, waardoor er alleen sturing mogelijk is op de verschijningsvorm van monumenten en gebouwen binnen de beschermde stads- en dorpsgezichten en in de wijk De Contreie (zie ook het antwoord op vraag 41). Wanneer veel woongebieden hetzelfde ogen (qua opbouw en qua woningtype) hebben de gebieden geen onderscheidende identiteit ten opzichte van elkaar. Dit geldt ook voor deelgebieden in het buitengebied. Door bij (her)ontwikkeling ervoor zorg te dragen dat niet meer van hetzelfde gemaakt wordt, maar gedifferentieerd, wordt het eigen karakter van deelgebieden en daarmee de identiteit vergroot. Het benoemen daarvan is een politiek keuze, die onderdeel kan uitmaken van een Omgevingsvisie.
9/18
51. Op blz. 31 spreekt de nota over de welstandsvrije situatie van Oosterhout en het op zorgvuldige wijze toestaan van ontwikkelingen in cultuurhistorische gebieden. Welke instrumenten heeft de gemeente om die zorgvuldigheid te betrachten?
52. Inleiding: Hoeveel mensen hebben meegedacht op www.oosterhoutisvanjou.nl? 53. Inleiding: Het kostenverhaal zou moeten veranderen in de omgevingsvisie. Waarom is het huidige model niet meer bruikbaar?
54. Koepelthema’s: (P3) Wat is de Oosterhoutse identiteit?
Op basis van de Welstandsnota wordt binnen de beschermde stads- en dorpsgezichten vooraf getoetst (welstandstoetsing) ter bescherming van de aanwezige cultuurhistorische, landschappelijke en stedenbouwkundige waarden. De advisering door de Monumentencommissie wordt hierbij gebaseerd op de redengevende omschrijving (monumenten), de welstandscriteria en de beschrijving van het beschermde stads- of dorpsgezicht. Welstandscriteria waarop wordt getoetst zijn: plaatsing/situering, massavorm, kleuren en materialen, gevelopbouw en detaillering. Ook voor zaken als dakkapellen en rolluiken adviseert de Monumentencommissie. Indien cultuurhistorische gebieden niet zijn aangewezen als beschermd stads- of dorpsgezicht, zijn alleen de monumenten onderhevig aan welstand. Overige bestaande en nieuw toe te voegen gebouwen niet. Op de IDeekaarten is terug te zien welke gebieden zijn aangewezen als beschermd gezicht. 250 mensen (zie de bijlagen “Procesverantwoording” bij het raadsvoorstel met betrekking tot de Toekomstvisie). In de huidige situatie vraagt de gemeente Oosterhout bij ontwikkelingen door derden een ‘bijdrage ruimtelijke ontwikkeling’ (omgerekend naar woningequivalent). Daarnaast is er een bijdrage in het Groenfonds bij ontwikkelingen in het buitengebied aan de orde wanneer de benodigde kwaliteitsbijdrage (conform provinciaal beleid) niet in natura kan plaatsvinden.
De juridische basis is de huidige Structuurvisie 2013. Deze is uitgewerkt in de Nota kostenverhaal (actuele versie 2017). In de door U raad ontvangen versie van de inleiding is nog opgenomen dat de wijze van kostenverhaal wijzigt in de Omgevingswet en het vragen van een bijdrage ruimtelijke ontwikkeling niet meer mogelijk is. Echter inmiddels is de Aanvullingswet Grondeigendom bekend gemaakt en blijkt dat er wederom mogelijkheden komen om vergelijkbaar aan de huidige wettelijke regeling (Wro) een bijdrage ruimtelijke ontwikkeling te vragen. De Omgevingsvisie of een Programma moet hiervoor de basis geven. Hoe, waarvoor en onder welke voorwaarden dit mogelijk is wordt nog uitgewerkt in een AMVB. Duidelijk is wel dat de huidige werkwijze in grote lijnen gelijk blijft aan de huidige. De identiteit van Oosterhout of de Oosterhouter is lastig te omschrijven en is sterk afhankelijk van de perceptie van de persoon in kwestie en het deel van Oosterhout waar hij/zij woont. Zo is de identiteit van (iemand die woont in)
10/18
55. Koepelthema’s: (P23) als gemeente Oosterhout hebben we een voorbeeldfunctie op het gebied van duurzaamheid. Wat betekent dit? Gaan we gemeentelijke gebouwen verduurzamen of gaan we beleid maken? 56. Ideekaarten: Is het belangrijk om aan de verschillende speerpunten nog een mate van belangrijkheid te hangen? Of is alles even belangrijk?
57. Ideekaarten: Deelgebied Leijsenakkers; is het handig om het Amphiaterrein als (her)ontwikkellocatie te benoemen als we het ziekenhuis het liefst behouden voor Oosterhout?
58. Ideekaarten: Deelgebied Vrachelen heeft geen buurthuis; had het hier aangegeven moeten zijn als er behoefte aan is? 59. Ideekaarten: Deelgebied Oosteind; 380 kV lijn lijkt te laag te staan. 60. Ideekaarten: Mogelijke (her)ontwikkelingslocatie wonen geldt voor het hele gebied? 61. Algemeen; er staat nergens waar we de mismatch op de arbeidsmarkt op gaan lossen? Op welke manier moet dit een plaats gaan krijgen?
62. Er ligt een mooi concept voor de Omgevingsvisie. Daarin is in vijf kernpunten volop aandacht voor de kwaliteit van de leefomgeving (kernpunt 1) en voor de identiteit en ruimtelijke kwaliteit (kernpunt 4) van Oosterhout. Ook via de buurtkaarten wordt enthousiast gezocht
Den Hout anders dan die van (iemand die woont in) Oosterheide. Net als in de Toekomstvisie 2030 is ook in de Omgevingsvisie de identiteit met name opgehangen aan fysieke kenmerken, en dan met name de cultuurhistorische (de Heilige Driehoek, de Markt, etc.) en de landschappelijke kenmerken (overgang van klei - zand) van Oosterhout. Op pagina 28 van de Omgevingsvisie is gepoogd deze identiteit te beschrijven, aan de hand van met name fysieke kenmerken (“dorpse en gemoedelijke karakter”). In de vastgestelde Routekaart Energietransitie staat beschreven wat dit betekent en hoe de gemeente deze rol gaat oppakken in de komende bestuursperiode. Het is lastig gebleken om binnen de speerpunten nog een onderling gewicht aan toe te kennen, zonder zeker van te zijn dat dit later een gewenste ontwikkeling onmogelijk maakt. Ook loop je hiermee het risico koppelkansen niet volledig te benutten. Met het benoemen als herontwikkellocatie stuur je als gemeente wel een bepaalde kant op. In de tekst en de op de kaart kan je hiertoe een nuancering opnemen (“primaat behoud gezondheidsboulevard met ontwikkelkansen” of iets dergelijks). Dit is een politieke keuze, die bij raadsbehandeling aan de orde kan komen. Indien daar behoefte aan is, dan kan dat hier worden aangegeven. Dit is een politieke keuze, die bij raadsbehandeling aan de orde kan komen. Wordt nagegaan en indien nodig aangepast. Inderdaad.
In het kader van de uitwerking in de Strategische woningbouwvisie zal dit gebied nader worden gepreciseerd / ingekaderd op zowel Oosterhoutse schaal, als op wijkniveau. De oplossing is onderdeel van het programma Arbeidsmarkt en Economie, welke in de Omgevingsvisie is benoemd (o.a. pagina 16 van het onderdeel Koepelthema’s). Dit past ook binnen de opzet van de Omgevingswet, waarbij de Omgevingsvisie met name is bedoelt om doelen te bepalen (wat) en de programma’s op welke wijze deze doelen worden bereikt (hoe). Zie de antwoorden op de vragen 41, 48 en 51
11/18
naar gedetailleerde verbeterpunten. Toch is er in alle nu beschikbare documentatie nergens sprake van regie van de kant van de gemeente op - noem het maar - de compositie van de stad en de ruimtelijke ontwikkeling ervan. Het lijkt erop dat veel aan het toeval wordt overgelaten. Zonder per se de door ons helaas afgeschafte welstandscommissie in ere te willen herstellen, lijkt er toch iets van een strategie nodig om vooral ook de architectonische kwaliteit van de leefomgeving, van de binnenstad en van de stad in het algemeen te bewaken en te verbeteren. Dient het boven gestelde niet op een of andere wijze een plaats te krijgen in de omgevingsvisie? Gemeentebelangen 63. De Toekomstvisie 2030 is vertaald in een omgevingsvisie. Zijn bij het opstellen van het concept omgevingsvisie dezelfde maatschappelijk partners bevraagd en geraadpleegd en betrokken als bij de Toekomstvisie 2030 64. Heeft er een breed maatschappelijke raadpleging plaatsgevonden en zo ja hoe is dit vorm gegeven.
65. Voor welke versnelling zorgt de visie op het gebied van het afwegingsproces en de realisatie van initiatieven vanuit de samenleving.
66. Sluit de omgevingsvisie Oosterhout aan bij die van het Rijk en de Provincie of schuurt het hier en daar 67. In het rijtje van de omgevingsvisie zo breed mogelijk op te pakken missen wij het sociaal-maatschappelijke, graag uitleg hoe U dit vorm gaat geven.
Er zal een sessie plaatsvinden met stakeholders/ maatschappelijk middenveld/ belangenbehartigers/ ketenpartners/ medeoverheden. Hierbij zullen ook diegene die bij de Toekomstvisie 2030 zijn betrokken, worden uitgenodigd. Deze betrokkenheid heeft vorm gekregen bij de verschillende beleidsdocumenten en visies waarop de Omgevingsvisie is gebaseerd. Daarnaast zal de maatschappij worden geraadpleegd (zie ook antwoord op vraag 2 en 63). De Omgevingsvisie biedt (samen met andere relevante, actuele beleidskaders) een kader voor de afweging van initiatieven en leidt daarmee tot een versnelling; wanneer de gemeente geen Omgevingsvisie heeft moet ieder initiatief ad hoc beoordeeld worden en alles bij elkaar gezocht worden wat belangrijk is voor het gebied waarin het gelegen is en wat belangrijk is voor de voorliggende ontwikkeling. Wanneer de gemeente over een Omgevingsvisie beschikt kan dat als kader voor de afweging gebruikt worden en is eerder inzichtelijk de aandachtspunten zijn. Zie het antwoord op vraag 8. Op 20 februari 2019 heeft uw raad aangeven ook het sociale domein mee te nemen in de Omgevingsvisie. Dit komt onder andere tot uitdrukking in het gegeven dat ieder koepelthema zowel een fysieke als een sociale component heeft. Zo hebben onderwerpen als de WMO, werkloosheid en gezondheid
12/18
68. Bij het opstellen en beschrijven van de deelkaarten zijn daar de wijkbewoners en ondernemers en sociaal- maatschappelijk organisaties bij betrokken geweest 69. Hoe is het wijkgericht werken vertaald in de omgevingsvisie 70. Wat is de nadere uitwerking van sleutelbegrippen als zelfwerkzaamheid en zelfredzaamheid, graag nadere uitleg hierover.
71. Hoe ver staat de regionale samenwerking en dan met name met het Hart van Brabant
72. U schrijft dat de omgevingsvisie gebaseerd is op bestaand beleid en geen nieuwe ontwikkelingen omvat, waarom lezen we dan dat er een mogelijke herontwikkeling is van de huidige golfbaan aan de Hoevestraat/Lange Dreef als een mogelijke locatie voor wonen. Dit is toch nieuw beleid en is dat doorgesproken met partners zoals het
een plek gekregen in de Omgevingsvisie. Ook is intensief meegedacht door ambtelijk deskundigen uit het sociaal domein. Qua betrokkenheid van de sociaal-maatschappelijke partners het volgende: de Omgevingsvisie is een vertaling/uitwerking/concretisering van de Toekomstvisie 2030 en is daarnaast gebaseerd op bestaand sociaal-maatschappelijk beleid. Bij de totstandkoming van al deze stukken zijn de maatschappelijke partners betrokken. Daarnaast zal de Omgevingsvisie worden besproken met vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld (waaronder de sociaal-maatschappelijke partners, zie ook het antwoord op vraag 64). Bij de uitwerking van de Omgevingsvisie in programma’s (zoals de Warmtevisie of een wijkgerichte aanpak) zal er aandacht zijn voor een voor dat product op maat gemaakte vorm van participatie. Indien relevant zullen daarbij ook de sociaal-maatschappelijke partners worden betrokken. Zie de antwoorden op de vragen 2, 63 en 64.
Zie de antwoorden op de vragen 2, 63 en 64. Daarnaast zal dit met name tot uiting komen in de uitwerking in programma’s en bij ruimtelijke projecten. Zelfredzaamheid is het vermogen van iemand om voor zichzelf te zorgen. Men kan eigen problemen oplossen en gaat zelfstandig door het leven, ofwel weet zichzelf te redden. Zelfredzaamheid houdt in dat mensen zich tijdens het dagelijks leven kunnen redden. Zij weten zich staande te houden in sociale situaties en kunnen zichzelf goed verzorgen. Zelfwerkzaamheid is het zelfstandig (willen) uitvoeren van taken, zonder hulp van anderen. De regionale samenwerking richt zich momenteel sterk op de regio West Brabant. De samenwerking met de gemeenten in Hart van Brabant richt zich vooral op het economische. Het is nadrukkelijk de bedoeling om deze samenwerking met het Hart van Brabant ook op andere terreinen (zoals woningbouw, mobiliteit, duurzaamheid en klimaatadaptatie) te gaan inzetten. Is een keuze geweest van het college welke niet inhoudelijk is besproken met de stichting. De daadwerkelijke keuze hierover zal in het kader van de Woningbouwstrategie gemaakt worden.
13/18
bestuur van de golfbaan. Op welke termijn ziet U deze locatie als mogelijk woningbouwlocatie. 73. In de inleiding: Toekomstvisie rode draad Omgevingsvisie staan meerder PM posten opgenomen, worden die nog ander beschreven 74. Wat wenst de gemeente in de omgevingsvisie op te nemen m.b.t. het kostenverhaal. (Met de omgevingswet vervalt de mogelijkheid van dit type kostenverhaal) 75. Wat bedoelt u met zorgvuldige groei van de kerkdorpen in relatie tot de opmerking, behoud basisvoorzieningen in de kerkdorpen en het behouden van het dorpskarakter
Worden nog nader beschreven. Zie het antwoord op vraag 53.
De balans zoeken tussen groei die benodigd is om basisvoorzieningen te behouden versus het voorkomen van identiteitsverlies van een dorp wat gepaard kan gaan met de groei van een dorp. Het zoeken van deze balans komt ter sprake bij concrete initiatieven tot woningbouw. Waarbij het lastig op voorhand te bepalen is of een bepaalde omvang van uitbreiding wel of geen afbreuk doet aan de identiteit. De specifieke onderzoeken voor Den Hout en Oosteind naar mogelijke woningbouwlocaties zal in dat kader mogelijk meer richting kunnen geven. Zie het antwoord op vraag 61.
76. Hoe gaat U de mismatsch aanpakken tussen banen en arbeidskrachten, graag nadere uitleg hieromtrent 77. Hoe wordt of is het thema – bruisende binnenstad – vertaald in de omgevingsvisie 78. Hoe gaat U de transitie van het buitengebied begeleiden
79. Hoe gaat u werk maken van de vergroening van de stad en kerkdorpen (inclusief buitengebied)
Deze is benoemd in de visie (IDeekaart centrum). Waarbij aandacht wordt gevraagd voor het in balans zijn met de woonfuncties in het centrum. Qua opzet van de instrumenten die de wetgever ons met de Omgevingswet biedt, is de Omgevingsvisie bedoelt om doelen te bepalen (wat) en de programma’s om daar uitwerking aan te geven (hoe). Al dan niet door het stellen van regels in het Omgevingsplan. Op dit moment kent het bestemmingsplan Buitengebied regels die nieuwe functies in het buitengebied mogelijk maken, zonder daarbij afbreuk te doen aan de waarden in het gebied (waaronder het ontwikkelingsperspectief van bestaande (agrarische) bedrijven). In de Omgevingsvisie is aangeven dat waar mogelijk, gekoppeld aan (onderhouds)projecten, gekeken wordt of een versterking van het groen kan plaatsvinden (werk-met-werk-maken). In het buitengebied zijn initiatiefnemers (op basis van de Verordening ruimte en het bestemmingsplan) verplicht om ruimtelijke ontwikkelingen gepaard te laten gaan met investeringen in het landschap.
14/18
80. Op de deelkaart Dorst, staat vermeld OV Oosteind, dat zal wel een verschrijving zijn (Daarnaast is voor het kerkdorp Oosteind een goede verbinding met een openbaar vervoer een aandachtspunt)
81. Op meerdere kaarten staan mogelijke herontwikkelingslocaties wonen en/of gemengd gebied. Wat is de status in deze visie, bindend?
82. Locatie Willemspolder wordt wel genoemd, maar niet op de kaart aangegeven. 83. Op de deelkaarten Dorst, Oosteind (verkeerslawaai) en Den Hout staan de top 3 van buurtindicatoren, zoals Hard rijden, Hondenpoep en Woninginbraken, hoe is deze top 3 tot stand gekomen. 84. Kansen voor extra water in de wijngaard van het klooster, graag nader uitleg hieromtrent.
85. Is er aan een waterverbinding gedacht van het Slotpark naar de Rotonde Strijenstraat. 86. Bouwlingplein ontbreekt in kernwinkelgebied en of aanloopstraat, alsmede de Bredaseweg.
In de tekst bij deze IDeekaart is aandacht voor de OV verbindingen vanuit Oosteind. De OV verbinding nabij de A27 is geen verschrijving. In de tekst bij deze IDeekaart is hierover het volgende gesteld: “De komende jaren gaat de provincie onderzoek verrichten naar een openbaar vervoersknooppunt (een zogenaamde Hub) nabij de aansluiting Oosterhout/Dongen op de A27. Doel hiervan is tweeledig: het ontlasten van het bestaande busstation aan de Leijsenhoek èn een nieuw openbaar vervoersknooppunt nabij de aansluiting op de A27.” De visie is bindend voor het bevoegd gezag die hem vaststelt. Afwijking hiervan is mogelijk, mits gemotiveerd. Nu in de tekst staat aangeven dat woningbouw hier afweegbaar is en nader zal worden bepaald in de strategische woningbouwvisie, verbindt de gemeente zich eraan om deze mee te nemen bij de Woningbouwstrategie. Niet meer en niet minder. Wel wordt hiermee een aanloop genomen naar de discussie i.k.v. de Woningbouwstrategie en kan dit gezien worden als een moment om deze locaties vooruitlopend op de echte discussie “in de week te leggen”. Op de IDeekaart van het deelgebied “Oosteind en omringend buitengebied” is dit op de kenschetskaart en de visiekaart ten noorden van het bebouwingslint van Oosteind aangegeven. Is gebaseerd op de jaarlijkse enquêtes die de gemeente voert onder zijn inwoners.
Met de aanduiding “kansen voor extra water” is niet expliciet gedoeld op de locatie van de wijngaard van het klooster, maar het gebied an-sich. De gemeente Oosterhout heeft een opgave om extra ruimte voor water te creëren en dan zijn gebieden die lagergelegen zijn daar kansrijk voor. Het gebied de Heilige Driehoek is lagergelegen en daarom is dat gebied kansrijk. Ook in verband met de nabijheid van het bebouwde gebied. Het verkoelende effect van het water heeft dan zijn uitwerking voor de woonwijken en verlaagt daar de hittestress. Ja dit is voorzien op de IDeekaart van het centrum. In de Detailhandelsvisie en de Binnenstadsvisie is het Bouwlingplein en de Bredaseweg niet aangeduid als onderdeel van de hoofdwinkel-structuur/ kernwinkelgebied of als aanloopstraat.
15/18
87. Bedrijvigheid en dienstverlening aan huis, hoe ver gaan we hiermee.
88. Wat is de wijziging in het toelatingsbeleid van Thuisvester dat in de wijk Oosterheide gestart is
89. Er is een tekort aan ruimte in het speciaal onderwijs, hoe gaan we dat oplossen
90. Op de kaart Leijsenakkers staat vermeld dat het woon- en leefklimaat een hogere prioriteit heeft dan de afwikkeling van het autoverkeer en parkeren, geldt dat voor alle wijken en kerkdorpen, graag nader uitleg 91. Op de kaart Deelgebied Everdenberg, Vijf Eiken en Heihoef staat vermeld dat uitbreiding van woonfunctie niet wenselijk is, echter er staat bij economische vitaal dat er 6 woonwerkkavels gerealiseerd gaan worden. Is dit niet tegenstrijdig aan elkaar.
De bestemmingsplannen binnen de gemeente Oosterhout maken het bij (bedrijfs)woningen reeds al mogelijk om aan huis gebonden beroepen of bedrijven te ontplooien. De regels zijn dusdanig opgesteld dat er geen hinder ontstaat bij omwonenden. Er is geen sprake van een wijziging in het algemene toelatingsbeleid van Thuisvester. In de prestatie afspraken met Thuisvester over 2020 is hierover wel de volgende mogelijkheid opgenomen: “Waar gewenst maken de partijen afspraken, binnen de daarvoor geldende wettelijke kaders, over het (tijdelijk) gericht toewijzen in aandachtswijken, met als doel de leefbaarheid te bevorderen”. Van deze mogelijkheid is (nog) geen gebruik gemaakt. De oplossing daarvan moet onderdeel (gaan) uitmaken van het huisvestingsbeleid onderwijs, niet de Omgevingsvisie Dit past ook binnen de opzet van de Omgevingswet, waarbij de Omgevingsvisie met name is bedoeld om doelen te bepalen (wat) en de programma’s om daar uitwerking aan te geven (hoe). Op alle IDeekaarten waar sprake is van woongebieden geldt deze aanduiding (zie links op de IDeekaarten). Dit is afkomstig uit de mobiliteitsvisie. Bedoelt wordt dat wonen op bedrijventerreinen (om verschillende redenen) niet wordt nagestreefd. Dit met uitzondering van de woonwerkkavels, welke aan de rand van het bedrijventerrein zijn gelegen en zorgdragen voor een overgang / zonering. De tekst zal hierop worden aangepast.
Ingebracht door uw raad op sessie 11 december 2019 (zie ook mailing van 16 dec. 2019)
Koepelthema’s 92. De volledigheid en integraliteit maken het lastig te doorgronden. Ter verbetering van de leesbaarheid wordt de suggestie gedaan om de tekst anders op te bouwen. 93. IDeekaarten hebben een duidelijke meerwaarde, deze maakt inzichtelijk wat de koepelthema, per gebied tot gevolg hadden. Hiermee werd het meer behapbaar.
Nagegaan wordt hoe hieraan vorm kan worden gegeven.
Wordt voor kennisgeving aangenomen.
16/18
94. Gevraagd wordt een koppeling te leggen met de landelijke en provinciale Omgevingsvisies. 95. De focus ligt met name op jonge gezinnen. De visie mag iets meer aandacht schenken aan ouderen en de aspecten die daarbij horen als: zorgeconomie, langer thuis wonen/ mantelzorg, bereikbaarheid voorzieningen waaronder toegankelijke openbare ruimte en spreiding van voorzieningen. 96. Bij toevoegen van woningen bij kerkdorpen is de lokale behoefte uitgangspunt. 97. Meer aandacht voor de datasector, bijvoorbeeld glasvezelnetwerken 98. Onderwijs wordt gemist als het gaat op het aanpakken van de mismatch op de arbeidsmarkt
Zie het antwoord op vraag 8. De focus op jonge gezinnen vloeit voort uit de Toekomstvisie Oosterhout 2030. Desondanks zal de tekst hierop worden aangepast (zie ook het antwoord op vraag 38).
Dit zal als zodanig worden benoemt de Omgevingsvisie.
99. Stuk gaat nog teveel uit van behoud van bestaande waarden, te weinig aandacht voor het toevoegen van nieuwe waarden. 100. Er zijn een aantal parels genoemd. Bestaande kwaliteiten. We moeten als Oosterhout ook nadenken over welke kwaliteiten we willen toevoegen aan onze gemeente; welke type architectuur is waar wenselijk.
Zal worden opgenomen in de Omgevingsvisie. Is benoemd als kernpunt in de Omgevingsvisie (pagina 14 van de Koepelthema’s) en wordt nader opgepakt binnen het programma Arbeidsmarkt en economie (zie ook antwoord op vraag 61). Zie de antwoorden op de vragen 41, 48 en 51. Zie de antwoorden op de vragen 41, 48 en 51.
IDeekaarten 101. Aandacht voor legenda. Door de opbouw lijkt het alsof de aanduiding “aantrekkelijk woongebied” niet van toepassing is op “aandachtsgebieden wijkgericht werken”. Zelfde geldt voor industrieterreinen; “vitaal werkgebied” versus “Impuls kwaliteit, middels werk met werk”. 102. Met name voor de binnenstad moet er worden nagedacht over welke kwaliteiten we waar willen toevoegen en hoe.
103. De buurten gelegen langs de Bovensteweg ondervinden geluidsoverlast van deze weg, dit moet terugkomen op de kaart en de tekst.
Visie zal hierop worden aangepast.
In de Omgevingsvisie, IDeekaart Centrum is dit aangegeven (o.a. groenblauwe structuur, aantrekkelijke compacte voorzieningenconcentratie, meer openbare groene ruimte). Indien hier wordt gedoeld op sturen op de verschijningsvorm van gebouwen, dan wordt verwezen naar de antwoorden op de vragen 41, 48 en 51. De visie zal hierop worden aangepast.
17/18
104. A.u.b. in tekst en kaart onderscheid in overlast A27 en overlast van bedrijven. Dit zijn namelijk verschillende vormen van overlast. 105. Legenda N629 komt niet overeen met legenda op de kaart, a.u.b. afstemmen op elkaar.
De visie zal hierop worden aangepast.
106. De 380 kV ligt niet op goede plek 107. Aandacht voor Sluipverkeer door Den Hout richting recreatief gebied Ter Aalst, en aandacht voor de oprukkende stad. 108. In het stuk moet aandacht worden gegeven aan het voorzorgsbeginsel, het beginsel van preventief handelen, het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron dienen te worden bestreden en het beginsel dat de vervuiler betaalt.
Op de IDeekaart Oosteind en bedrijventerrein Everdenberg(-Oost), Vijf Eiken en Heihoef is dit aangegeven als Project realisatie N629. De aanduiding op de grote legenda kaart (pagina 42 van de kaartenset) zoals hierop worden aangepast. Zie het antwoord op vraag 59. In de tekst bij de IDeekaart van Den Hout en Vrachelen (waar Ter Aalst in is gelegen) zal hier aandacht aan worden besteed. De omgevingsvisie wordt hierop aangepast.
18/18