RVS bijlage 2h BP Toelichting bijlage 5 Quick Scan flora en fauna
Tekst van het document
OPGESTELD VOOR: FAMILIE DE GRAAUW // OPGESTELD DOOR: STANTEC BV
Quickscan flora & fauna ter plaatse van Hespelaar 14 te Den Hout
REFERENTIE NUMMER : M21B0271-272 (20210590) 14-04-2022
Quickscan flora & fauna ter plaatse van Hespelaar 14 te Den Hout
In opdracht van: Familie de Graauw Opgesteld door: Jasper van Kessel Projectnummer Stantec: M21B0271-272 (20210590) Documentnaam: Quickscan Flora&Fauna Hespelaar 14 Den Hout M21B0271-272 (20210590) Datum: 14 april 2022
Versie
Vrijgegeven door
Quickscan Flora&Fauna Hespelaar 14 Den Hout M21B0271-272 (20210590) ..0
Postadres Postbus 270 2600 AG DELFT T 015 7511600
Bezoekadres Poortweg 4D 2612 PA DELFT www.stantec.com/nl
Jesse Poot
Datum 14-04-2022
KVK Haaglanden 27 18 43 23 BNP Paribas 22 76 53 920 IBAN NL75BNPA0227653920 BIC BNPANL2A Stantec BV is ISO 9001:2015, ISO 14001:2015, ISO 45001:2018 en VCA** gecertificeerd
Het is niet toegestaan de inhoud en/of vorm van door Stantec opgestelde rapportages aan te passen.
Inhoudsopgave 1.0 Samenvatting
1
2.0 Conclusies en aanbevelingen 2.1 Gebiedsbescherming 2.2 Soortenbescherming
2 2 2
3.0 Inleiding 3.1 Aanleiding en doel 3.2 Huidige Situatie en omgeving 3.3 Geplande ontwikkelingen 3.4 Onderzoeksmethodiek
3 3 3 5 6
4.0 Beschermde soorten en toetsing 4.1 Gebiedsbescherming 4.2 Soorten (flora & Fauna)
8 8 11
Bronvermelding
18
Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3:
Wettelijk kader Foto’s onderzoekslocatie Kadastrale kaart
Stantec | Quickscan Flora&Fauna Hespelaar 14 Den Hout M21B0271-272 (20210590) ..0.docm
1.0
SAMENVATTING
Locatienaam Soortenbescherming Nader onderzoek noodzakelijk Mitigerende maatregelen Natura 2000 Natuurnetwerk Nederland Houtopstanden
Hespelaar 14 Den Hout Ja (algemene vogels) Nee Geen maatregel nodig Geen maatregel nodig Geen maatregel nodig Geen maatregel nodig
Stantec | Quickscan Flora&Fauna Hespelaar 14 Den Hout M21B0271-272 (20210590) ..0.docm 1
2.0
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
Een quickscan flora en fauna in het kader van de Wet Natuurbescherming (Wnb) is uitgevoerd op locatie Hespelaar 14 te Den Hout op woensdag 02 maart 2022. Uit het onderzoek komen conclusies naar voren die zijn onderverdeeld in gebied bescherming en soortbescherming. Deze worden hieronder beschreven.
2.1
GEBIEDSBESCHERMING
Er zijn mogelijk negatieve effecten te verwachten voor de nabij liggende Natura 2000-gebieden. Namelijk door de uitstoot van stikstof op de Biesbosch. Een stikstofberekening doormiddel van de Aerius berekening kan hier uitsluitsel over geven. Deze wordt opgenomen in het bestemmingsplan. Voor het Natuurnetwerk Nederland wordt geen negatieve invloed verwacht, aangezien het plangebied niet aanwezig is binnen/nabij één van deze gebieden.
2.2
SOORTENBESCHERMING
De onderstaande tabel (tabel 1) geeft een overzicht van de beschermde soortgroepen. In de tabel wordt aangegeven voor welke soorten maatregelen en/of nader onderzoek van toepassing is. Verdere toelichting daarop wordt beschreven onder de tabel. Tabel 1: Overzicht van de te nemen maatregelen Soortgroep Flora Vogels
Soort Algemene vogels
Vervolgonderzoek/Maatregel Geen Geen
Wanneer n.v.t. Werkzaamheden moeten buiten het reguliere broedseizoen starten (half maart tot juni). n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Vleermuizen Geen Grondgebonden zoogdieren Geen Reptielen, amfibieën en Geen vissen Insecten (ongewervelden) Geen n.v.t. Houdt rekening dat de zorgplicht altijd van toeppassing is en eist om voorzichtig te handelen met alle voorkomende flora en fauna. Ook als deze niet beschermd is.
Voor de algemene broedvogels geldt dat de werkzaamheden buiten het regulier broedseizoen van start moeten gaan. In de tuin zijn hagen en bomen aanwezig waar vogels in kunnen nestelen. Het is bekend dat twee eksters in de aanwezige berken jaarlijks broeden (in ieder geval één paar per jaar). Deze nesten zijn nabij de werkzaamheden van de ruimtelijk ingreep en dat kan voor hinder zorgen tijdens het broeden. Daarnaast worden enkele bomen en hagen verplaatst. Dat mag enkel buiten het broedseizoen gebeuren. Geadviseerd wordt dit in het najaar te doen.
Stantec | Quickscan Flora&Fauna Hespelaar 14 Den Hout M21B0271-272 (20210590) ..0.docm 2
3.0
INLEIDING
3.1
AANLEIDING EN DOEL
Stantec heeft opdracht gekregen voor het uitvoeren van een quickscan flora en fauna in het kader van de wet natuurbescherming aan de Hespelaar 14 te Den Hout. Het plan is om de tuin op te splitsen en hier een extra perceel van te maken. Op het tweede perceel wordt een nieuw woonhuis gebouwd. Het is volgens nationale- en internationale regelgeving verplicht om alvorens de ingreep plaats gaat vinden een toetsing uit te voeren naar beschermde flora en fauna. Deze quickscan heeft dan ook als doel het inschatten van de (mogelijke) aanwezigheid van flora en fauna die beschermd zijn onder de et natuurbescherming en/of de geplande ingrepen mogelijk een negatieve invloed kunnen hebben op deze soorten.
3.2
HUIDIGE SITUATIE EN OMGEVING
De locatie bevindt zich in het dorp Den Hout aan de straat Hespelaar 14. Het bevind zich in een landelijk gebied en met de bouw van de nieuwe woning wordt daar rekening meer gehouden. De voorgevel komt op dezelfde lijn als de al aanwezige bebouwing om het op te laten gaan in het landschap (figuur 1). Het betreft het perceel 2293, sectie U in de gemeente Oosterhout (zie bijlage 3 voor de kadastrale kaart).
Figuur 1: Ligging plangebied in de omgeving van Den Hout.
De onderstaande foto’s (figuur 2) geven een indruk van de onderzoekslocatie (zie bijlage 2 voor overige foto’s). De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 2500 m2 en is in gebruik als
Stantec | Quickscan Flora&Fauna Hespelaar 14 Den Hout M21B0271-272 (20210590) ..0.docm 3
woonperceel met een tuin. Ter plaatse van de onderzoekslocatie is bebouwing aanwezig in de vorm van een stenen woonhuis en twee schuren. Deze bebouwing bevindt zich op ruime afstand van de locatie waar het nieuwe woonhuis gebouwd zal worden. Op de locatie van het aan te leggen huis bevindt zich een kleine houten schuur. Deze bestaat uit een enkele houten wand en een golfplaten dak van metaal. Er zijn geen spouwmuren of isolatie aanwezig. Op de locatie van de het nieuwe woonhuis bevindt zich een oprit. Daarlangs staan een paar knotwilgen en beukenhagen die verplaatst gaan worden. Verder is een verhard grindpad, tuinplanten en wat gras aanwezig. De oprit wordt verlegd. Op de nieuwe locatie zijn beukenhagen aanwezig, tuinplanten en twee fruitbomen. Dit alles wordt verplaatst. De hagen komen langs de nieuwe oprit te staan en de bomen noordelijk in de tuin.
Stantec | Quickscan Flora&Fauna Hespelaar 14 Den Hout M21B0271-272 (20210590) ..0.docm 4
Figuur 2: Enkele foto’s van de onderzoekslocatie.
De ligging van het plangebied is in een landelijke omgeving. Het is omsloten door weilanden en akkers. Er zijn weinig groenstructuren aanwezig die de tuin verbinden met groenelementen in de omgeving. Een verbindingsweg naar het dorp Den Hout loopt voorlangs het huis, daarlangs zijn geen laanbomen gesitueerd. Tevens is een snelweg aanwezig, noordelijk gelegen op een paar honderd meter afstand. Sloten zijn niet visueel waargenomen aangrenzend op het plangebied maar zijn zeker aanwezig tussen de weilanden.
3.3
GEPLANDE ONTWIKKELINGEN
De geplande ontwikkeling bestaat uit het bouwen van een nieuwe woning. Daarbij wordt het perceel opgesplitst in twee percelen. Aan de rechterzijde wordt een nieuw huis gebouwd (zie figuur 3). Deze woning wordt in zijn geheel gelijkvloers en geschikt voor de doelgroep vitale ouderen. Alle aanwezige huizen blijven dus intact. Een houten schuur rechts op het terrein zal worden gesloopt om plaats te maken. Daarnaast wordt de oprit verlegt. Door deze verlegging en om ruimte te maken voor de bebouwing worden enkele fruitbomen, knotwilgjes, planten en hagen verplaatst.
Stantec | Quickscan Flora&Fauna Hespelaar 14 Den Hout M21B0271-272 (20210590) ..0.docm 5
Figuur 3: Op de bovenste afbeelding is de nieuwe situatie met daarbij het nieuwe woonhuis en de verlegde oprit weergegeven. Op de onderste afbeelding staat de huidige situatie met linksonder het woonhuis en in het midden de bestaande schuur.
3.4
ONDERZOEKSMETHODIEK
Het onderzoek bestaat uit drie stadia. Er wordt gestart met de literatuurstudie, gevolgd door een veldbezoek en eindigend met een toetsing aan de wet. Op vindt een literatuurstudie plaats met behulp van de volgende bronnen: Databank Flora en Fauna (NDFF). • voorhand Nationale • Kadaster en kaartmateriaal • Regionale Verspreidingsatlassen
Stantec | Quickscan Flora&Fauna Hespelaar 14 Den Hout M21B0271-272 (20210590) ..0.docm 6
•
Verenigingen en eigenaren
Doormiddel van deze (verspreiding) gegevens wordt een inschatting gemaakt van de aan te treffen (beschermde) soorten in het plangebied en de omgeving. Verder wordt gekeken naar de aanwezigheid van Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland gebieden. Vervolgens vindt een oriënterend veldbezoek plaats voor de gehele onderzoekslocatie en de directe omgeving. Tijdens het veldbezoek wordt gekeken welke beschermde en bedreigde dier- en plantsoorten kunnen voorkomen. Dit wordt gedaan op basis van aanwezig biotoop, geluidswaarneming, rustplaatsen, nesten, holen, en sporen zoals geuren, paden, vacht en uitwerpselen. Aan de hand van de gegevens van de literatuurstudie en het oriënterend veldbezoek wordt een inschatting gemaakt welke soorten voorkomen. Deze soorten worden getoetst aan de wet natuurbescherming. Aan de hand hiervan wordt gekeken wat de effecten van de werkzaamheden zijn op de te verwachten soorten, hoe dit geminimaliseerd kan worden (mitigerende maatregelen) en voor welke soorten een ontheffing nodig is. Tijdens het veldbezoek was het 5 graden Celsius. Het was een heldere dag zonder bewolking en het was windstil. Het was eind winter en de bloeiperiode is nog niet gestart. De nestelperiode zal niet meer lang op zich laten wachten. Een verrekijker is gebruikt om de bomen op nesten te inventariseren.
De quickscan flora en fauna biedt geen volledige garantie van de aanwezige soorten. Het betreft een momentopname waarvan het doel is te controleren welke soorten in het gebied voorkomen. Voor de soorten waarvan redelijkerwijs niet uit te sluiten valt dat ze aanwezig kunnen zijn wordt nader onderzoek geadviseerd.
Stantec | Quickscan Flora&Fauna Hespelaar 14 Den Hout M21B0271-272 (20210590) ..0.docm 7
4.0
BESCHERMDE SOORTEN EN TOETSING
4.1
GEBIEDSBESCHERMING
Het plangebied kan vallen binnen de grenzen van een Natura 2000-gebied of de voorgenomen ingreep heeft mogelijk van buitenaf invloed op het natuurgebied door middel van trilling, geluid, licht of stikstofdepositie. Voor het Natuurnetwerk Nederland is het alleen hinderlijk wanneer de werkzaamheden daarbinnen vallen. Als ze daarbuiten vallen zijn er geen maatregelen van toepassing tenzij duidelijke hinder voor het gebied niet uit te sluiten valt.
4.1.1
Natura 2000
Het dichtstbijzijnde relevante Natura 2000-gebied (Ministerie van Landbouw, 2021) is de Biesbosch. Dit ligt op circa 5 km van het plangebied (zie figuur 4). Binnen dit Natura 2000-gebied komen de volgende habitattypen voor: • H6120 Stroomdalgraslanden • H6510A Glanshaver- en Vossenstraarthooilanden (glanshaver) • H6510B Glanshaver- en Vossenstraarthooilanden (grote vossenstraat) • H91E0B Vochtige alluviale bossen (essen-iepenbossen) • LG08 Nat, matig voedselrijke graslanden • LG11 Kamgrasweide & Bloemrijk weidevogelgrasland van het rivieren- en zeekleigebied
Figuur 4: Kaart van de Natura 2000-gebieden ten opzichte van het plangebied (Noord-Brabant, 2017)
Deze habitattypen en leefgebied zijn stikstofgevoelig. In figuur 5 staat een beschrijving van de zeer stikstofgevoelige gebieden tot de licht stikstofgevoelige gebieden. Daarbij is te zien dat de zeer stikstofgevoelige gebieden zich iets verderaf van de locatie in het natuurgebied bevinden.
Stantec | Quickscan Flora&Fauna Hespelaar 14 Den Hout M21B0271-272 (20210590) ..0.docm 8
Figuur 5: kaart waarop de stikstofgevoelige gebieden staan aangegeven. De donkerpaarse gebieden zijn zeer stikstofgevoelig en de groene gebieden beperkt.
Bij de werkzaamheden kunnen effecten optreden als verdroging, vernatting, trillengen, geluidsverstoring of lichtvervuiling. Gezien de afstand tot het Natura 2000-gebied, en de geringe afstand die de effecten kunnen afleggen, wordt hier geen invloed van verwacht. Daarnaast kan bij de uitvoering van de werkzaamheden stikstof vrijkomen. De aanlegfase is momenteel vergunningsplicht vrij voor tijdelijke stikstofdepositie (F.B.J. Grapperhaus , 2021). Derhalve hoeft alleen gekeken te worden naar de uitstoot van stikstof voor de nieuwe situatie. Gezien de afstand worden er mogelijk effecten verwacht. Een stikstofdepositie berekening doormiddel van de Aerius berekening kan hier uitsluitsel over geven. Deze wordt opgenomen in het bestemmingsplan. Toetsing: Het plangebied ligt buiten de contouren van de Natura 2000-gebieden. Bij de geplande werkzaamheden komt meer stikstof vrij dan bij de huidige voorzieningen. Gezien de afstand tot de beschermde natuurgebieden wordt een Aerius berekening geadviseerd. Deze zal worden opgenomen in het bestemmingsplan.
Stantec | Quickscan Flora&Fauna Hespelaar 14 Den Hout M21B0271-272 (20210590) ..0.docm 9
4.1.2
Natuurnetwerk Nederland
Rondom het plangebied zijn onderdelen van de Natuurnetwerk Nederland gebied aanwezig op ongeveer 1 km afstand (zie figuur 6). Deze gebieden vallen onder de natuurbeheertype ‘N16.03 Droog bos met productie’ en ‘L02.01 Beheertype fortterrein’. Het plangebied bevindt zich op geruime afstand en zal geen afbreuk doen aan de doelstelling van de twee gebieden.
Figuur 6: Kaart van de Natuurnetwerken Nederland ten opzichte van het plangebied (rode cirkel). De bruine kleur is de L02.01 en de groene kleur de N16.03.
Stantec | Quickscan Flora&Fauna Hespelaar 14 Den Hout M21B0271-272 (20210590) ..0.docm 10
Toetsing De geplande werklocatie ligt buiten de contouren van Natuurnetwerk Nederland (NNN) gebieden. Ook bevinden zich geen NNN-gebieden in de directe omgeving van het plangebied. Derhalve wordt hierop geen invloed van de geplande werkzaamheden verwacht en zijn er geen verplichtingen waaraan voldaan dient te worden.
4.2
SOORTEN (FLORA & FAUNA)
Op basis van de verspreidingsgegevens van de geraadpleegde literatuur en een veldbezoek wordt gekeken welke beschermde soorten in het plangebied of de omgeving kunnen voorkomen en welke uitgesloten kunnen worden. De voorkomende soorten worden beschreven en getoetst aan de voorgenomen ruimtelijke ingreep.
4.2.1
Flora
Volgens informatie van de Nationale Databank Flora & Fauna (NDFF) zijn verspreidingsgegevens bekend van streng beschermde flora in de directe omgeving van het plangebied. Het gaat om de volgende soorten: de kartuizer anjer en de kleine wolfsmelk. Deze soorten zijn op meer dan 1 km en binnen 5 km van het plangebied aangetroffen. Tijdens het veldbezoek zijn geen waarnemingen gedaan van beschermde flora en fauna. De omgeving bestaat uit een tuin met daaromheen weiland. In de tuin zijn bomen (knotwilg, berk, fruitbomen, beukenhagen), tuinplanten en is een gazon aanwezig met daarin een paar algemeen voorkomende soorten (paardenbloem, madelief, weegbree, enz.). De kartuizer anjer groeit voornamelijk op zonnige en matig voedselarme en uitgesproken stikstofarme basenrijke en kalkhoudende grond. Dat zijn locaties zoals schrale- en kalkhoudende gronden in bosschages, langs bermen en dijken op leisteenhellingen zandsteenrotsen (Floron, 2015). De woning is omgeven door grasland dat bemest wordt en een snelweg licht op geringe afstand die zorgt voor een relatief hoge stikstofdepositie. De grondsoort komt tevens niet overheen en de tuingrond/gazon wordt zeer aannemelijk verrijkt. Voor de kleine wolfsmelk geldt dat deze soort graag groeit in omgewoelde grond langs akkers of bermen (Floron, 2015). Dat is niet aanwezig in de tuin.
Het is dus redelijkerwijs uit te sluiten dat de soorten binnen het plangebied zijn aan te treffen. Toetsing: Op basis van de bureaustudie en het veldonderzoek zijn geen beschermde soorten te verwachten in het plangebied. Derhalve wordt er geen negatief effect op beschermde flora verwacht door de geplande werkzaamheden.
4.2.2
Vogels
De soortgroep vogels wordt onderverdeeld in jaarrond beschermde nesten en algemene broedvogels. Jaarrond beschermde nesten mogen het gehele jaar niet worden verwijderd, verplaatst of worden verstoord. Dat houdt in dat de nesten buiten het broedseizoen ook zijn beschermd. Voor deze groep is binnen de Wnb een categorisering gemaakt van 1 t/m 5. In bijlage 1 is dit toegelicht. Alle vogels vallen onder de vogelrichtlijn en onder de zorgplicht. Bij de algemene broedvogels zijn nesten alleen beschermd op het moment dat ze als zodanig in gebruik zijn. Deze soorten worden toegelicht bij jaarrond beschermde soorten.
Stantec | Quickscan Flora&Fauna Hespelaar 14 Den Hout M21B0271-272 (20210590) ..0.docm 11
Jaarrond beschermde nesten: Volgens informatie van de NDFF zijn verspreidingsgegevens bekend van vogels met jaarrond beschermde nesten (Vogelrichtlijnsoorten art. 3.1 Wnb). Deze zijn weergegeven in tabel 2. Tabel 2: Alle soorten met jaarrond beschermde nesten volgens het NDFF van de laatste 5 jaar. Deze bevinden allen op een afstand van 1 tot 5 km.
Soort Boomvalk Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Kerkuil Ooievaar Ransuil Slechtvalk Wespendief Zwarte wouw
Categorie 4 2 3 4 3 3 4 3 4 4
Tijdens het veldbezoek zijn de bomen binnen en nabij het plangebied gecontroleerd op het voorkomen van nesten van jaarrond beschermde vogels. Deze zijn niet aangetroffen. De controle hiervan was goed mogelijk door het ontbreken van het bladerdak. Het valt dus uit te sluiten dat nesten van roofvogels aanwezig zijn. De zwarte wouw is echter een grondbroeder. Deze broed uitsluiten in bepaalde natuurgebieden en is nog zeer zeldzaam. Ook deze soort wordt niet verwacht in de tuin. De gele kwikstaart is gebonden aan stromend (ook nauwelijks of zwak stromend) water waarbij de soort graag nestelt. Het nestelen gebeurt in oevers, nissen of zelfs tussen gebouwen of bruggen (Vogelbescherming, 2022). Al deze benodigdheden zijn niet aangetroffen binnen het plangebied. De soort wordt derhalve niet verwacht. De gierzwaluw kan voorkomen in de aanwezige huizen en schuren binnen het plangebied. Datzelfde geldt voor de huismus. Aangezien de huizen en schuren waar ze gebruik van kunnen maken intact blijven en de afstand van de werkzaamheden voldoende is ondervinden ze hiervan geen hinder. Het te slopen houten schuurtje biedt geen geschikt onderdak voor deze soorten aangezien het enkeldaks is. Algemene broedvogels: Het plangebied is gecontroleerd op het voorkomen van nestgelegenheden voor algemene broedvogels.
Tijdens het veldbezoek zijn de pimpelmees, koolmees, ekster, merel en de turkse tortel waargenomen. Algemene soorten kunnen broeden in de aanwezige bomen en/of aanwezige beukenhagen. In de aanwezige berken zijn twee nesten aangetroffen van eksters die jaarlijks in gebruik zijn, dat bevestigd de bewoonster. Aangezien aanwezige nesten of genoeg nestgelegenheid aanwezig zijn nabij de ruimtelijk ingreep moeten de werkzaamheden van start gaan voordat het broedseizoen begint (half maart/begin april). Anders vindt te veel verstoring plaats tijdens de
Stantec | Quickscan Flora&Fauna Hespelaar 14 Den Hout M21B0271-272 (20210590) ..0.docm 12
broedperiode. Wanneer de werkzaamheden voor het broedseizoen van start zijn gegaan krijgen de algemene vogels een kans elders een nest te bouwen. In de tuin zijn ook nestkasten aangetroffen voor kleine zangvogels. Met de eigenaar is overlegd dat die verhangen worden naar locaties waar de vogels geen hinder ondervinden van de werkzaamheden. Dat zou gebeuren voor het broedseizoen van start gaat. Voor het verplaatsen van de hagen en bomen geldt dat ook dit buiten het broedseizoen moet gebeuren. Aangezien vogel hierin nesten kunnen maken. Geadviseerd wordt om de hagen/bomen te verplaatsen in het najaar. Dat is een goede tijd voor de hagen en zijn de vogels al lang uitgebroed. In het voorjaar bestaat de kans dat de soorten alweer nestelen. Toetsing In het plangebied zijn geschikte locaties aanwezig voor jaarrond beschermde soorten. Namelijk de huismus en de gierzwaluw. Echter, de bebouwing die daarvoor geschikt is bevindt zich op voldoende afstand van de werkzaamheden en blijft intact. Er wordt geen hinder verwacht op deze soorten door de voorgenomen ingreep. Voor de algemene broedvogels kan wel degelijk hinder optreden door de aanbouw van een nieuw huis. Ook omdat hagen en bomen verplaatst dienen te worden. De werkzaamheden moeten dus buiten het reguliere broedseizoen broedperiode (half maart tot juli) van start gaan (Dotinga, 2017).
Voor het verplaatsen van de hagen geldt het advies dit in het najaar te doen. In ieder geval niet binnen het broedseizoen.
4.2.3
Vleermuizen
Volgens informatie van het NDFF zijn verspreidingsgegevens bekend van vleermuizen in de directe omgeving van het plangebied. Het gaat om de laatvlieger en de rosse vleemuis. De soorten zijn waargenomen op een afstand van 1 tot 5 km van het plangebied. Tijdens het veldbezoek is gekeken naar potentiële verblijfplaatsen, foerageergebieden en de vliegroutes van vleermuizen. Hieronder worden deze besproken. Verblijfplaatsen Vleermuizen zijn aan de hand van hun voorkeur in verblijfplaats onder te verdelen in gebouw- en boom bewonende soorten. Ze zijn onder de Wet natuurbescherming strikt beschermd conform bijlage IV van de Habitatrichtlijn (artikel 3.5 Wnb). Boom bewonende vleermuizen kunnen gebruik maken van natuurlijk voorkomende schuilplaatsen zoals holtes, spleten, loshangend schors aan bomen en van grotten (Bij12, 2017). In onze stedelijk omgeving maken vleermuizen gebruik van ruimtes in bebouwing onder dakpannen, de spouwruimte en bijvoorbeeld zolders (Bij12, 2017). Sommige soorten maken gebruik van zowel bebouwing als natuurlijke schuilplaatsen. Het plangebied is gecontroleerd op het voorkomen van verblijfplaatsen van gebouw bewonende vleermuizen. Binnen het plangebied is geschikte bebouwing aanwezig voor vleermuizen. Namelijk het woonhuis en twee schuren. De eigenaar gaf aan dat vleermuizen in de schemerperiode vliegend zijn waargenomen nabij het woonhuis.
De huizen bevinden zich allen ver genoeg van de locatie van het nieuwe te bouwen huis. Ze zullen geen hinder ondervinden van de bouw. Het kleine schuurtje dat gesloopt gaat worden heeft een enkeldaks (metalen golfplaten dak). De muren bestaan uit één plaat hout. Deze schuur is ongeschikt om vleermuizen te huisvesten.
Stantec | Quickscan Flora&Fauna Hespelaar 14 Den Hout M21B0271-272 (20210590) ..0.docm 13
Het plangebied is gecontroleerd op het voorkomen van verblijfplaatsen van boom bewonende vleermuizen. De bomen inhet plangebied zijn niet geschikt voor vleermuizen. De bomen zijn over het algemeen vrij jong. De aanwezige kers zou het meest aannemelijk zijn geweest om te beschikken over holtes. Daarop is de boom grondig gecontroleerd, er zijn geen holtes aangetroffen. Het is uit te sluiten dat vleermuizen gebruik maken van de bomen binnen het plangebied als verblijfplaats. Vliegroutes en foerageergebied Naast verblijfplaatsen zijn ook essentiële vliegroutes en foerageergebieden beschermd. Vliegroutes zijn lijnvormige elementen, vaak een bomenrij of waterlichaam, waaraan vleermuizen zich kunnen oriënteren. Vleermuizen hebben deze oriëntatie nodig om zich van hun verblijfplaats naar hun foerageergebied te verplaatsen. Foerageergebieden kunnen onder andere bestaan uit bomen, houtwallen, opgaande gewassen en open water (Bij12, 2017). Binnen het plangebied komen enkele lijnvormige elementen voor waar vleermuizen gebruik van kunnen maken. Het element bestaat uit beukenhagen rondom de tuin. Met de aanleg van het nieuwe huis worden op enkele delen de hagen verplaatst en wordt een nieuw gat gemaakt voor de oprit, dit soort gaten zijn al op meerdere plekken in de hagen aanwezig. De elementen blijven in grote orde bestaan.
Tevens zijn de hagen geen hele grote elementen maar wel mogelijk een manier voor vleermuizen om zich langs te verplaatsen. Foerageergebied zijn mogelijk aanwezig binnen het plangebied. De tuin kan hier namelijk voor gebruikt worden. De locatie waar het nieuwe woonhuis gebouwd wordt is waar de huidige oprit aanwezig is. Daar gaat geen foerageergebied mee verloren. Met het verplaatsen van de oprit gaat een kleine strook tuin verloren. Echter, deze komt terug op de oude locatie van een deel van de oprit dus in essentie gaat dat niet verloren. Tevens zijn in de regio genoeg andere tuinen aanwezig. De inschatting is dat er geen misbaar foerageergebied verloren gaat. Toetsing In het plangebied zijn geschikte mogelijkheden voor verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig alleen niet binnen een afstand waar de bouw hinderlijk gaat zijn voor deze doelgroep. In verhouding gaat geen foerageergebied verloren en zijn genoeg alternatieven in de regio aanwezig. Voor de vliegroutes geldt dat een mogelijke vliegroute voor een klein deel wordt onderbroken. Deze onderbreking komt vaker voor in de hagen (opritten) dus zal geen probleem moeten vormen voor de vleermuizen.
4.2.4
Grondgebonden zoogdieren
Volgens informatie van het NDFF zijn verspreidingsgegevens bekend van grondgebonden zoogdieren. In tabel 3 zijn de soorten benoemd en is onderscheid gemaakt in de beschermingsstatus.
Stantec | Quickscan Flora&Fauna Hespelaar 14 Den Hout M21B0271-272 (20210590) ..0.docm 14
Tabel 3: De volgens het NDFF waargenomen soorten in of nabij het plangebied van de laatste 3 jaar waargenomen binnen 1 tot 5 km van het plangebied. Soort
Habitatrichtlijnsoort
Bunzing Das Eekhoorn Egel Konijn Rosse Woelmuis Steenmarter Wezel
Andere soorten X X X
Vrijgestelde soorten
X X X X X
De marterachtigen kunnen gebruik maken van de tuin om zich langs voort te bewegen door de regio. Al zijn weinig verbindende elementen in de regio aanwezig die de tuin verbinden met de omliggende natuurgebieden of bossen. De aanwezige houten schuur is van binnenuit gecontroleerd. Dit is zeer grondig gedaan. Daarbij is in alle hoeken en onder/tussen objecten gekeken. Er zijn geen bladerhopen aangetroffen die duiden op nestelgedrag of schuilplaatsen. Ook zijn er geen haren, uitwerpselen of anderen sporen zoals geur aangetroffen. Het valt dus redelijkerwijs uit te sluiten dat de schuur in gebruik is door marterachtigen. De aanwezige bomen zijn gecontroleerd op het voorkomen van eekhoornnesten. Aangezien de bomen nog niet in blad waren kan met zekerheid worden gezegd dat er geen nesten aanwezig zijn. Tevens zijn er geen dasburchten in de omgeving gezien en een kleine kans dat de das gebruik maakt van de tuin. Er is genoeg geschikter foerageergebied in de omgeving aanwezig. De egel en het konijn zouden kunnen voorkomen in omliggende weilanden. Zeker de egel kan gebruik maken van de tuin. Deze soorten zijn vrijgesteld in de provincie Noord-Brabant en de werkzaamheden hebben weinig invloed op het verlies van hun foerageergebied.
Toetsing Er zijn geen verblijfplaatsen aangetroffen van de streng beschermde soorten en het lijkt onwaarschijnlijk op basis van de waarnemingen dat ze hier voorkomen. Derhalve zal er geen negatief effect zijn op deze soorten door de ruimtelijke ingreep.
4.2.5
Reptielen, Amfibieën en vissen
Reptielen
Volgens informatie van het NDFF zijn verspreidingsgegevens bekend van streng beschermde reptielen in de directe omgeving van het plangebied. Het gaat om de soort de levendbarende hagedis. Deze soort komt voor op heide en zandgebieden, open bossen, duinen en bermranden (Ravon, 2021). Het is dus zeer aannemelijk dat de soort voorkomt in het nabije natuurgebied de Vrachelse heide. Er zijn echter geen verbinding routes naar het plangebied dat zich bevindt tussen de weilanden. Tijdens het veldonderzoek zijn geen waarnemingen gedaan van reptielen. Op basis van het bestaande biotoop zijn de soorten niet te verwachten. De omgeving bestaat namelijk uit een tuin met
Stantec | Quickscan Flora&Fauna Hespelaar 14 Den Hout M21B0271-272 (20210590) ..0.docm 15
gazon. Geen van de bovengenoemde elementen, waar de soort afhankelijk van is, zijn aanwezig binnen het plangebied. Het valt uit te sluiten dat de soort hier te verwachten is. Toetsing: Een negatief effect wordt niet verwacht aangezien het geschikte leefgebied voor reptielen niet aanwezig is in of rondom het plangebied (geen verbinding met het nabije natuurgebied).
Amfibieën Volgens informatie van de NDFF zijn verspreidingsgegevens bekend van streng beschermde amfibieën in de directe omgeving van het plangebied. Zie tabel 4. Tabel 4: De volgens het NDFF waargenomen soorten in of nabij het plangebied van de laatste 3 jaar. Soort Alpenwatersalamander Bastaardkikker Geelbuikvuurpad Heikikker Kamsalamander Poelkikker
Afstand (km) 0-1 0-1 1-5 1-5 1-5 1-5
Tijdens het veldonderzoek zijn geen waarnemingen gedaan van amfibieën. Wel is een vijver aanwezig binnen het plangebied. Deze is groot genoeg om kikkers (voornamelijk bruine en groene kikkers) en amfibieën te kunnen herbergen. Het is dan ook niet onwaarschijnlijk dat bepaalde soorten hierin kunnen voorkomen. De vijver blijft intact. Langs één kant van de vijver verdwijnt een klein stuk tuin voor de nieuwe oprit. Er zal genoeg tuin overblijven voor de soorten om zich te bewegen richting de omliggende sloten. Er treedt dus geen negatief effect op voor deze soorten als ze aanwezig zouden zijn. De heikkikker en geelbuikvuurpad zullen niet voorkomen binnen het plangebied gezien ze gebonden zijn aan ander soorten wateren en landhabitat. Toetsing: Een negatief effect voor de mogelijk aanwezige soorten wordt niet verwacht aangezien de vijver en nabij gelegen sloot intact blijven. Tevens vinden de werkzaamheden op geruime afstand plaats waardoor verstoring van deze soorten niet wordt verwacht.
Vissen Volgens informatie van het NDFF zijn verspreidingsgegevens bekend van streng beschermde vissen in de directe omgeving van het plangebied. Het gaat om de soort; de grote modderkruiper. Tijdens het veldonderzoek zijn geen waarnemingen gedaan van beschermde vissoorten. Op basis van de bestaande biotoop is de grote modderkruiper niet te verwachten. Deze komt voor in sloten en grotere wateren. Het is uit te sluiten dat de soort voorkomt in de aanwezige vijver. Toetsing: Een negatief effect wordt niet verwacht. De soorten die potentiële aanwezig kunnen zijn in de sloot ondervinden geen hinder van de ruimtelijke ingreep.
Stantec | Quickscan Flora&Fauna Hespelaar 14 Den Hout M21B0271-272 (20210590) ..0.docm 16
4.2.6
Insecten (ongewervelden)
Volgens informatie van de NDFF zijn verspreidingsgegevens bekend van streng beschermde insecten in de directe omgeving van het plangebied. Het gaat om de volgende soorten: de grote parelmoervlinder, grote vos en de kleine ijsvogelvlinder (allen waargenomen binnen 1 tot 5 km van het plangebied). Tijdens het veldonderzoek zijn geen waarnemingen gedaan van beschermde insecten. Op basis van het bestaande biotoop zijn de soorten enkel passerend te verwachten omdat ze kunnen afkomen op de bloeiende planten (waardplanten) in de tuin. De kleine vos is daardoor zeer aannemelijk te verwachten in het plangebied. De andere soorten zijn meer gebonden aan voedselarme wateren of vegetaties. Deze zijn niet aangetroffen in het plangebied. Toetsing: Het voorkomen van essentieel leefgebied voor de beschermde soorten kan worden uitgesloten. Mogelijk kunnen zo passerend worden waargenomen. Er zijn dus geen negatieve effecten te verwachten op beschermde insecten.
4.2.7
Houtopstanden (zo nodig)
Tijdens de geplande werkzaamheden worden geen bomen of struiken verplaatst binnen het plangebied om naar andere tuinen. Aangezien het om kleine bomen en struiken gaat en een kleine hoeveelheid is de meld- en herplantingsplicht niet van toepassing.
Stantec | Quickscan Flora&Fauna Hespelaar 14 Den Hout M21B0271-272 (20210590) ..0.docm 17
BRONVERMELDING Bij12. (2017). Kennisdocument Gewone Dwergvleermuis. Utrecht: Bij12. Bij12. (2017). Kennisdocument Gewone grootvleermuis. Utrecht: Bij12. Didderen, K., Spitzen-Van der Sluis, A., de Bruin, A., Kuijsten, W., Kranenbarg, J., & Ronald, Z. (2000). Kennisdocument Vissen & Amfibieën Natura 2000 Overijssel . Nijmegen : RAVON . Opgehaald van https://www.ravon.nl/Soorten/Soortinformatie/alpenwatersalamander Dotinga, H. (2017, 04 10). Vogelbescherming Nederland Broedseizoen. Opgehaald van Vogelbescherming Nederland: https://www.vogelbescherming.nl/actueel/bericht/snoeien-inhet-broedseizoen-mag-dat F.B.J. Grapperhaus . (2021). Stikstofreductie en natuurverbetering. Den Haag: Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit . Floron. (2014). FLORON Verspreidingsatlas Vaatplanten. Opgehaald van Floron: https://www.verspreidingsatlas.nl/0494# Floron. (2015, 01 01). FLORON Verspreidingsatlas Vaatplanten. Opgehaald van Verspreidingsatlas: https://www.verspreidingsatlas.nl/0403# Ministerie van Landbouw, N. e. (2021, oktober 19). Nature-2000. Opgehaald van Nature-2000: https://www.natura2000.nl/ Noord-Brabant, P. (2017). Beheerplannen Natura 2000-gebieden. 's-Hertogenbosch : Provincie Brabant. Ravon. (2021). Ravon - Levendbarende hagedis. Opgehaald van Ravon : https://ravon.nl/Soorten/Soortinformatie/levendbarende-hagedis Smit, G., & Zuiderwijk, A. (2020).
Handleiding voor het monitoren van reptielen in Nederland. Nijmegen: RAVON. Vogelbescherming. (2022). Grote Gele Kwikstraat. Opgehaald van Vogelbescherming Nederland: https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/grotegele-kwikstaart
Geraadpleegde Websites • www.ravon.nl • www.floron.nl • www.synbiosys.alterra.nl • www.rijksoverhied.nl • www.zoogdieratlas.nl • www.waarneming.nl • www.zoogdierverening.nl • www.bij12.nl • www.ndff.nl • www.verspreidingsatlassen.nl • www.vogelbescherming.nl
Stantec | Quickscan Flora&Fauna Hespelaar 14 Den Hout M21B0271-272 (20210590) ..0.docm 18
Bijlagen Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3:
Wettelijk kader Foto’s onderzoekslocatie Kadastrale kaart
Bijlage 1: Wettelijk kader Wet Natuurbescherming De Wet natuurbescherming (Wnb) vervangt sinds 1 januari 2017 drie wetten; Flora- en faunawet, de Boswet en Natuurbeschermingswet 1998. De Wnb is verantwoordelijk voor de bescherming van Nederlandse natuurgebieden, flora en fauna en houtopstanden. Provincies bepalen binnen het kader van de Wnb het natuurbeleid binnen hun gebied. Dat doen zij aan de hand van nationale en internationale regels. Onder de Wnb worden Natura 2000-gebieden, houtopstanden en soorten beschermt.
Natura 2000-gebieden Natura 2000 is een netwerk van beschermde natuurgebieden binnen Europa ter behoudt en bevordering van biodiversiteit. In Nederland zijn ruim 160 Natura 2000-gebieden welke zijn aangewezen onder de Vogel- en Habitatrichtlijnen. Per Natura 2000-gebied zijn richtlijnen opgesteld welke soorten en habitattypen dient te worden beschermd. Voor Natura 2000-gebieden gelden instandhoudingsdoelstellingen en Nederland is verplicht om zowel soorten als habitattypen in een gunstige staat van instandhouding te houden of brengen. De instandhoudingsdoelstellingen zijn in aanwijzingsbesluiten opgenomen voor Natura 2000-gebieden en worden per Natura 2000-gebied in een beheerplan uitgewerkt. Handelingen of activiteiten binnen en buiten beschermde natuurgebieden die schadelijk kunnen zijn voor de doelstellingen van het gebied zijn verboden, tenzij door het bevoegd gezag hier vergunning voor is verleend. Hierbij wordt het ‘nee, tenzij’ principe gebruikt. Regulier beheer en bestaand gebruik zijn opgenomen in Natura 2000-beheerplannen. Na vaststelling van de beheerplannen hoeft daarvoor geen ontheffing aangevraagd te worden.
Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) (voorheen bekend als Ecologische Hoofdstructuur) bevat een netwerk van bestaande en aan te leggen natuurgebieden in Nederland. Het NNN heeft als doel om een samenhangend netwerk aan natuur te realiseren en hiermee de achteruitgang van natuurgebieden en biodiversiteit tegen te gaan. Dit wordt gerealiseerd door natuurgebieden, in de meeste gevallen Natura 2000-gebieden, te vergroten of met elkaar te verbinden door middel van inrichting en beheer van aangrenzende of aanliggende landbouwgrond of door verwerving. De Provincies zijn verantwoordelijk voor de aanwijzing, begrenzing en de doelstellingen van de NNNgebieden in een verordening (vaak natuurbeheerplan). Ook alle grote wateren (grote rivieren, Deltawateren, IJsselmeergebied en Waddenzee) en de gehele Noordzee behoren tot het NNN. Voor deze gebieden is het Rijk verantwoordelijk. Het Natuurnetwerk Nederland moet uiteindelijk samen met de natuurgebieden in andere Europese landen het aaneengesloten pan-Europees Ecologisch Netwerk (PEEN) vormen.
Houtopstanden De bescherming richt zich op de instandhouding van het bosareaal. Onder houtopstand wordt verstaan: een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend. Bij houtopstanden groter dan 10 are of 20 rijbomen gelegen buiten de bebouwde kom, geldt een meldplicht, herplantingsplicht en mogelijke oplegging van een kapverbod ter bescherming van bijzondere natuur- of landschapswaarden.
Soortenbescherming Onder de Wnb zijn soorten beschermd van de door de Europese Unie opgestelde Vogelrichtlijnen (1979) Habitatrichtlijnen (1992) en de verdragen van Bern en Bonn. Daarnaast zijn er nog ’andere soorten’ die beschermd zijn op nationaal niveau. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten vrijstelling of ontheffingen. In Nederland zijn alle vogelsoorten welke van nature voorkomen in Nederland, ruim 700 soorten, beschermd. Tevens worden ongeveer 230 andere Europese en nationale soorten beschermd. Afwijken van de verbodsbepalingen is mogelijk wanneer aan de volgende drie criteria voor ontheffing of vrijstelling wordt voldaan: • Het is alleen toegestaan om van een verbodsbepaling af te wijken wanneer er geen andere bevredigende oplossingen van de handeling mogelijk is; • Er moet een in de wet benoemd belang zijn tegenover de afwijking van het verbod. In de wet is voor verschillende beschermingsregimes aangegeven wat deze belangen inhouden (bv. Volksgezondheid of openbare ruimte); • De ingreep mag geen afbreuk zijn voor de staat van instandhouding van de betreffende soort. Wanneer aan deze drie eisen is voldaan, kan de ontheffing worden verleend. Tevens zijn voor bepaalde handelingen een vrijstelling mogelijk, zoals in de vorm van een gedragscode of provinciale verordening.
Verbodsbepalingen voor Vogel- en Habitatrichtlijnsoorten in de Wet natuurbescherming sluiten nagenoeg één op één aan bij bepalingen uit de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Dit houdt in dat de verbodsbepalingen niet overtreden mogen worden tenzij een ontheffing wordt verleend (het ‘nee, tenzij-principe’). Het is ieder zijn plicht om rekening te houden met in het wild levende flora en fauna, aangeduid als de zorgplicht, voor zowel beschermde als niet beschermde flora en fauna en hun directe leefomgeving. Wanneer een ruimtelijke ontwikkeling gepland staat die mogelijk gevolgen hebben voor de natuurwaarden, dient u zich op de hoogte te stellen van de in het plangebied aanwezige natuurwaarde en kwetsbaarheid. De ruimtelijke ontwikkelingen kunnen namelijk gevolgen hebben voor deze natuurwaarden. U dient negatieve gevolgen hiervoor zoveel mogelijk te voorkomen, dan wel beperken of ongedaan maken. Jaarrond beschermde nesten: • • • • •
Categorie 1: Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen ook buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats. Categorie 2: Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk zijn van bebouwing. Categorie 3: Nesten van vogels (niet-koloniebroeders), die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. Categorie 4: Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen. Categorie 5: Vogels met jaarrond beschermde nesten bij ecologisch zwaarwegende redenen. Nesten van vogels die vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan. Deze soorten beschikken over voldoende flexibiliteit om zich elders te vestigen wanneer de omstandigheden daar aanleiding voor geven.
Bijlage 2: Foto’s plangebied
Bijlage 3: Kadastrale kaart
Kadastrale kaart
Uw referentie: M20B0282
Deze kaart is noordgericht
12345 25
Schaal 1: 2000
Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens
Kadastrale gemeente Sectie Perceel
Oosterhout U 708
Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 1 maart 2022 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.