CConstaterende datOosterhout
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke_onderb_WPEnergiepark_A59_15_dec_2020_16_04_16.pdf

Raad - informatiebijeenkomst 10 februari 2021, gemeente OosterhoutBij agendapunt: raadsvoorstel ontwerp verklaring van geen bedenkingen windpark A5934.385 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

719109 15 december 2020

Ruimtelijke onderbouwing Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout Eneco

Definitief v1.0

Duurzame oplossingen in energie, klimaat en milieu Postbus 919 6800 AX Arnhem Telefoon (088) PONDERA

Documenttitel Soort document

Ruimtelijke onderbouwing Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout Definitief v1.0

Datum

15 december 2020

Projectnummer

719109

Opdrachtgever

Eneco

Auteur

Joeri de Bekker (Oog voor Schoonheid Landschapsarchitectuur), Marjolein Pigge

Vrijgave

Marjolein Pigge

Pondera Consult

1

INHOUDSOPGAVE Inleiding

1

Aanleiding en doel

1

Ligging plangebied

2

Geldend bestemmingsplan

3

Juridisch kader

4

Leeswijzer

7

Beleid

8

Mondiaal en Europees beleid

8

Rijksbeleid

9

Provinciaal beleid

15

Conclusie

25

Huidige situatie

26

Functionele structuur

26

Landschappelijke structuur

29

Planbeschrijving

33

Keuze locatie plangebied en opstelling windpark

33

Beschrijving van het plan

36

Samenhang met het zonnepark

41

Landschappelijk beeld van het windpark

43

Kwaliteitsverbetering landschap

50

Onderzoek

56

Uitgangspunten

56

Geluid

56

Slagschaduw

64

Veiligheid

69

Natuur

84

Cultuurhistorie

92

Waterhuishouding

94

Overige aspecten

102

Uitvoerbaarheid

118

Ruimtelijke onderbouwing Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | 719109 15 december 2020 | Definitief v1.0

Pondera Consult

2

Economische uitvoerbaarheid

118

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

118

Bijlagen Bijlage 1 Inrichtingsplan Energiepark A59 Bijlage 2 Akoestisch- en slagschaduwonderzoek Bijlage 3 Externe veiligheidsanalyse Bijlage 4 Natuurtoets Bijlage 5 Radarverstoringsonderzoek TNO en VVGB Defensie Bijlage 6 Toetsing LVNL en ILenT Bijlage 7 Verslag omgevingsdialoog Bijlage 8 Inspraakverslag

719109 | Ruimtelijke onderbouwing Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout 15 december 2020 | Definitief v1.0

Pondera Consult

1

INLEIDING Aanleiding en doel Eneco heeft het voornemen een windpark van twee windturbines te realiseren in het noordwestelijke deel van de Oranjepolder te Oosterhout. Deze windturbines maken onderdeel uit van het te ontwikkelen Energiepark A59. In dit energiepark wordt in samenwerking met diverse partijen en conform de gemeentelijke wens ingezet op een combinatie van zonne- en windenergie. In het zelfde gebied bestaat dan ook het concrete voornemen tot het realiseren van een zonnepark van circa 37 hectare. Het initiatief van Eneco omvat twee windturbines (zie ook Kader 1.1). De windturbines zijn landschappelijk/visueel een uitbreiding van het cluster van bestaande windturbines op bedrijventerrein Weststad III, maar vormen verder wel een zelfstandig windpark (zie ook paragraaf 1.4 onder ‘samenhang met bestaande windturbines’). Het windpark krijgt een opgesteld vermogen van circa 10 megawatt (MW), uitgaande van een opgesteld vermogen van circa 5 MW per windturbine en levert (afhankelijk van het type turbine) naar verwachting een jaarlijkse productie van circa 30 miljoen kilowattuur (kWh). Dit is genoeg windenergie om circa 10.000 huishoudens te voorzien van elektriciteit uit wind, dit is iets minder dan de helft van het aantal huishoudens in de gemeente Oosterhout1.

Kader 1.1 Plan voor windpark van drie naar twee windturbines Oorspronkelijk bestond het plan van het windpark uit drie windturbines, zoals dat door Eneco met een principeverzoek in december 2019 is ingediend. Over het principeverzoek van het windpark, in samenhang met het zonnepark, heeft een zogenoemde Omgevingsdialoog plaatsgevonden (zie ook paragraaf 6.2). Het signaal dat Eneco tijdens het eerste helft van de Omgevingsdialoog als grootste zorgenpunt en bezwaar heeft ontvangen is de weerstand tegen de meest zuidelijke windturbine (de ‘derde’ windturbine). Na het verzoek van de gemeente Oosterhout aan Eneco om een plan in te dienen met 2 windturbines in plaats van 3, leek bij het merendeel van de stakeholders de angel eruit te zijn. De aanvraag omgevingsvergunning voor het windpark, en derhalve ook deze ruimtelijke onderbouwing, heeft gezien het voorgaande betrekking op twee windturbines in Energiepark A59, alhoewel ook drie windturbines vanuit milieuaspecten ruimschoots is in te passen. De ‘derde windturbine’ stuitte met name op weerstand uit de Oosterhoutse woonwijk Dommelbergen vanwege geluid en slagschaduw. Dit alhoewel in het principeverzoek en nadere onderzoeken aangetoond was dat de derde windturbine vanuit milieuaspecten zoals geluid en slagschaduw ruimschoots in te passen is.

Zo is er ten zuiden van het windpark in de woonwijk nooit sprake van slagschaduw, ook niet met drie windturbines (immers: de zon staat nooit in het noorden en zorgt dus ook niet voor schaduw ten zuiden van een windpark). Ook voor geluid wordt met drie windturbines worst case ruimschoots aan de geldende geluidnormen voldaan. De onderbouwing in deze ruimtelijke onderbouwing gaat dus verder uit van twee windturbines in windpark Energiepark A59.

1

Er zijn 22.947 huishoudens in Oosterhout volgens cijfers van het CBS (1 januari 2018)

Ruimtelijke onderbouwing Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | 719109 15 december 2020 | Definitief v1.0

Pondera Consult

2

Energiepark A59 Met het Energiepark A59 zet de gemeente Oosterhout in op een gezamenlijk energiepark voor windturbines en zonnepanelen op een locatie langs de A59, samen met Eneco en Shell. Het Energiepark A59 is aangewezen voor de ontwikkeling van duurzame energie door de gemeente Oosterhout met haar ambities voor energietransitie en de gemeentelijke Routekaart Energietransitie 2019-2022. Deze ruimtelijke onderbouwing heeft betrekking op de windturbines van Eneco. Het zonnepark van Shell doorloopt volledig zelfstandig een eigen procedure, waar nodig wordt wel de samenhang met het zonneproject beschouwd. Het windpark kan daardoor volledig als zelfstandig project gerealiseerd worden, ook als onverhoopt het zonnepark niet door gaat. Afwijking bestemmingsplan Voor de realisatie van de windturbines is in ieder geval een omgevingsvergunning noodzakelijk. Het windpark wordt planologisch ingepast door middel van een afwijking als bedoeld in artikel 2.12.1.a.3 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) op basis van artikel 3.37 lid 2 interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (zie ook paragraaf 2.3.4). De voorliggende rapportage dient als ‘goede ruimtelijke onderbouwing’ (de wetgever gebruikt deze term) in de omgevingsvergunning voor de afwijking van het vigerende bestemmingsplan.

Ligging plangebied Het beoogde plangebied2 van het windpark ligt ten noorden van de kern Oosterhout, ten oosten van de kern Made en ten zuiden en zuidwesten van de kernen Geertruidenberg en Raamsdonksveer. Het plangebied ligt ook ten oosten van het grootschalige bedrijventerrein Weststad-Statendam in Oosterhout. Figuur 1.1 Globale ligging plangebied windpark en energiepark [bron: Google maps]

De begrenzing van het plangebied wordt hier voor het gemak aangegeven als het gebied waarbinnen het Energiepark A59 (dus ook het zonnepark) wordt gerealiseerd en waarbinnen het windpark wordt gesitueerd. De exacte begrenzing van het plangebied voor het windpark wordt uiteindelijk bepaald door de situering van de windturbines met bijbehorende voorzieningen (door de inrichtingsgrenzen dus).. 2

719109 | Ruimtelijke onderbouwing Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout 15 december 2020 | Definitief v1.0

Pondera Consult

3

Het plangebied wordt globaal begrenst door de rijksweg A59 aan de noordzijde, de Statendamweg langs het Wilhelminakanaal aan de westzijde, het Kromgat aan de oostzijde en de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) Dongemond en Domeinweg aan de zuidzijde.

Geldend bestemmingsplan Ter plaatse geldt het bestemmingsplan “Bestemmingsplan buitengebied” van de gemeente Oosterhout (vastgesteld 28 augustus 2018). Het plangebied heeft de bestemming ‘Agrarisch met waarden - Landschap’ (lichtgroen) met enkele watergangen in oostwest-richting met de bestemming ’Water’ (blauw). Het plangebied is daarnaast voorzien van een gebiedsaanduiding ‘geluidzone - industrie’ (oranje kartellijn) ter plaatse van globaal de westelijke helft van het plangebied. Langs de A59 ligt een gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone weg’ (groene kartellijn). De zuidoostpunt van het plangebied heeft de gebiedsaanduiding ‘wetgevingszone – omgevingsvergunning historische verkaveling’ (rode kartellijn). Figuur 1.2 Uitsnede geldend bestemmingsplan “Bestemmingsplan buitengebied”

Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl

Langs het Wilhelminakanaal ligt een dubbelbestemming ‘Waterstaat-Waterkering’. Wegen in en aan de rand van het plangebied hebben de bestemming ‘Verkeer’ (grijs) en naastgelegen watergangen ook de bestemming ‘Water’. Door het plangebied van oost naar west loopt naar de RWZI een dubbelbestemming ‘Leiding-Riool’. De voor ‘Agrarisch met waarden - Landschap’ bestemde gronden zijn hoofzakelijk bestemd voor het behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken van de onderscheidene gebieden en agrarisch gebruik, zowel bedrijfsmatig als hobbymatig. Daarnaast zijn de gronden ook bestemd voor met de bestemming samenhangende nevenactiviteiten en bij de bestemming behorende

Ruimtelijke onderbouwing Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | 719109 15 december 2020 | Definitief v1.0

Pondera Consult

4

voorzieningen. De bestemming ‘Verkeer’ is bestemd voor voorzieningen voor verkeer en verblijf en bijbehorende voorzieningen, de bestemming ‘Water’ is bestemd water en waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder voorzieningen voor waterberging, -aanvoer en -afvoer, zoals watergangen, waterlopen en waterpartijen. De bestemmingen laten realisatie van een windpark niet toe. De voor ‘Waterstaat – Waterkering’ aangewezen gronden zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, onder meer mede bestemd voor hoofdwaterkering en de daarbij behorende voorzieningen voor de kering van het water en aanleg, instandhouding en/of bescherming van de hoofdwaterkering. De voor ‘Leiding – Riool’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de aanleg, instandhouding en/of bescherming van ondergrondse leidingen voor afvalwater, ter plaatse van de aanduiding ‘hartlijn leiding – riool’ met de bijbehorende belemmeringenstrook. Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone – industrie’ is het niet toegestaan nieuwe geluidsgevoelige objecten te bouwen en/of in gebruik te nemen. Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - weg' is het bouwen van gebouwen niet toegestaan.

Ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingszone - omgevingsvergunning historische verkaveling' is het beleid gericht op behoud en versterken van de historische en landschappelijke waarden van de karakteristieke historische verkavelingsstructuur. Het geldende bestemmingsplan, en met name de bestemming ‘Agrarisch met waarden Landschap’, laat de realisatie van een windpark met bijbehorende voorzieningen niet toe.

Juridisch kader Hieronder wordt ingegaan op de procedurele context voor dit plan en samenhang met de procedure van de milieueffectrapportage (m.e.r.). Planvorm afwijkingsbesluit Omdat het planvoornemen niet past in het geldende bestemmingsplan is een planologische procedure benodigd om het plan mogelijk te maken. De initiatiefnemer is voornemens om voor het bouwplan een aanvraag in te dienen voor ‘afwijking van het bestemmingsplan in de omgevingsvergunning’ (omgevingsvergunning voor de activiteit het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan, artikel 2.1 lid 1 aanhef en onder c Wabo). Via deze procedure (ex artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 Wabo) is het mogelijk om af te wijken van het geldende planologisch regime. Voorwaarde voor verlening van de vergunning is dat de activiteit niet in strijd mag zijn met een goede ruimtelijke ordening. Relatie met de milieueffectrapportage De bouw van een nieuw windturbinepark (zie ook onder kopje ‘Samenhang met bestaande windturbines Weststad III’) is aangewezen in het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) dat een AMvB (Algemene Maatregel van Bestuur) is bij de Wet milieubeheer (Wm) als categorie D22.2.

Voor windparken met drie of meer, en minder dan tien, windturbines en met een gezamenlijk vermogen van minder dan 15 MW dient door middel van een vormvrije m.e.r.beoordeling (aanmeldingsnotitie) onderbouwd te worden of er al dan niet een formele m.e.r.(beoordeling) doorlopen dient te worden voor de omgevingsvergunning en het ruimtelijk plan. Het bevoegd gezag dient hier vervolgens een besluit over te nemen.

719109 | Ruimtelijke onderbouwing Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout 15 december 2020 | Definitief v1.0

Pondera Consult

5

Voor dit project is er sprake van twee windturbines, en dus niet van een 'windpark' volgens het Besluit m.e.r. Het uitvoeren van een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling (nemen van een m.e.r.beoordelingsbesluit) is niet noodzakelijk. In het kader van de Elektriciteitswet 1998 is er overigens wel sprake van een 'windpark' omdat deze wet een andere begripsbepaling gebruikt. Bevoegd gezag en coördinatieregeling Primair is de gemeenteraad op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) bevoegd gezag voor het vaststellen van een bestemmingsplan en burgemeester en wethouders voor het afwijken van het bestemmingsplan, hiervoor is wel een verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad benodigd. Voor een windpark met een omvang tussen de 5 en 100 MW zijn Provinciale Staten op basis van artikel 9e van de Elektriciteitswet 1998 (Ew 1998) bevoegd gezag voor het vaststellen van een inpassingsplan en het verlenen van de omgevingsvergunning.

Artikel 9e lid van de Elektriciteitswet bepaalt: “Provinciale staten zijn bevoegd voor de aanleg of uitbreiding van een productie-installatie voor opwekking van duurzame elektriciteit met behulp van windenergie met een capaciteit van ten minste 5 maar niet meer dan 100 MW, met inbegrip van de aansluiting van die installatie op een net, gronden aan te wijzen en daarvoor een inpassingsplan als bedoeld in artikel 3.26, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening vast te stellen.” Artikel 9f, Lid 6, sub a bepaalt vervolgens dat Gedeputeerde Staten kunnen bepalen dat het eerste niet van toepassing is op een productie-installatie als bedoeld in artikel 9e, eerste lid, indien: “in aanmerking genomen de omvang, aard en ligging van de desbetreffende productie-installatie, redelijkerwijze niet valt te verwachten dat toepassing van het eerste lid de besluitvorming in betekenende mate zal versnellen of dat daaraan anderszins aanmerkelijke voordelen zijn verbonden”. Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant hebben hun bevoegdheid om te beslissen over de windturbines Oranjepolder neergelegd bij de gemeente Oosterhout per brief van 17 maart 2020, vanwege de ambitie om vaart te maken met de ontwikkeling van het windpark Energiepark A59. De gemeente Oosterhout is dus bevoegd gezag voor het afwijken van het bestemmingsplan en verlenen omgevingsvergunning.

De gemeenteraad is daarmee ook bevoegd de gemeentelijke coördinatieregeling (GCR) van toepassing te verklaren op grond van artikel 3.30 Wro. De gemeenteraad van de gemeente Oosterhout heeft op 12 december 2016 een ‘Coördinatieverordening ruimtelijke plannen’ vastgesteld. De verordening is van toepassing op het coördineren van de voorbereiding en bekendmaking van een besluit om een bestemmingsplan, een uitwerkingsplan of een wijzigingsplan vast te stellen met het besluit over een of meer daarmee samenhangende omgevingsvergunningen, al dan niet met aan de omgevingsvergunning en/of aan het bestemmingsplan gerelateerde vergunningen, besluiten, afwijkingen en ontheffingen, ter verwezenlijking van een onderdeel van het gemeentelijk ruimtelijk beleid.’ De verordening voorziet niet in de planvorm ‘afwijking van het bestemmingsplan’ omdat de gemeente Oosterhout gangbaar3 voor elke ontwikkeling een nieuw bestemmingsplan vaststelt. Maar omdat de ruimtelijke planvorm bestemmingsplan en afwijking bestemmingsplan omgevingsvergunning wettelijk gezien gelijkwaardig aan elkaar zijn bestaat In deze is op basis van de provinciale omgevingsverordening (zie ook paragraaf 2.3.4) een procedure afwijking bestemmingsplan omgevingsvergunning voorgeschreven. 3

Ruimtelijke onderbouwing Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | 719109 15 december 2020 | Definitief v1.0

Pondera Consult

6

het voornemen de Coördinatieverordening hier op aan te passen. Aanpassing van de Coördinatieverordening staat gepland in de gemeenteraad van januari 2021. Door het van toepassing zijn van de coördinatieregeling behoudt elk bestuursorgaan zijn eigen beslissingsbevoegdheid. Ontwerpbesluiten worden gezamenlijk ter inzage gelegd en beroep tegen alle besluiten worden direct ingediend bij de Raad van State (beroep in één instantie). Hiermee kan ook invulling gegeven worden aan de ambitie van de gemeente Oosterhout ‘om vaart te maken met de ontwikkeling van het windpark Energiepark A59’, op basis waarvan de provincie haar bevoegdheid te beslissen over het windpark bij de gemeente heeft gelegd. Crisis- en herstelwet Hoofdstuk 1 van de Crisis- en herstelwet (Chw) gaat het over het stroomlijnen en versnellen van procedures voor besluiten van ruimtelijke en infrastructurele projecten, zoals omgevingsvergunningen op basis van de Wabo. Het stroomlijnen van procedures houdt onder meer in dat er een versnelde afhandeling door de Raad van State geldt en het vereiste om direct inhoudelijke beroepsgronden in te dienen. Op basis van artikel 1.1. lid 1 Chw geldt de stroomlijning van procedures voor besluiten ter verwezenlijking van drie type projecten: •

projecten die vallen onder de categorieën ruimtelijke en infrastructurele projecten genoemd in Bijlage I;

•

projecten van Bijlage II;

•

projecten op basis van de bijzondere voorzieningen uit Hoofdstuk 2 Chw, te weten ontwikkelingsgebieden (afdeling 1, hoofdstuk 2 Chw) en "Lokale en (boven)regionale projecten met nationale betekenis" (afdeling 7, hoofdstuk 2 Chw) (zie Bijzondere voorzieningen).

De realisatie van het windpark valt onder projecten, zoals bedoeld in Bijlage I van de Chw, onder 1.2: ‘aanleg of uitbreiding van productie-installaties voor de opwekking van duurzame elektriciteit met behulp van windenergie als bedoeld in artikel 9b, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, en artikel 9e van de Elektriciteitswet 1998’ waardoor hoofdstuk 1 van de Chw van toepassing is. Omdat er tijdsdruk zit achter de energietransitie het zeer wenselijk de procedure te stroomlijnen met gebruikmaking van de Chw. Dit betekent dat het van toepassing zijn van de Chw vermeld dient te worden in bekendmaking, publicatie en besluitvorming. Samenhang met bestaande windturbines Weststad III Nabij de geplande windturbines staan zes bestaande windturbines op bedrijventerrein Weststad III aan de westzijde van het Wilhelminakanaal. Al hoewel Eneco ook eigenaar is van het Weststad III en er sprake is van een visuele samenhang (zie ook paragraaf 4.4) is er op inrichtingsniveau geen sprake van één windpark (zie ook Kader 1.2). Windpark Energiepark A59 dient dan ook, onder andere in relatie tot de m.e.r.-regelgeving, beschouwd te worden als nieuw windpark en derhalve een nieuwe aparte inrichting.

719109 | Ruimtelijke onderbouwing Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout 15 december 2020 | Definitief v1.0

Pondera Consult

7

Kader 1.2 Géén technische, organisatorische en functionele samenhang met bestaand windpark Om te beoordelen of er sprake is van één inrichting moet gekeken worden naar de technische-, organisatorische- en functionele samenhang tussen beide inrichtingen (het bestaande en het •

•

•

nieuwe windpark) op basis van de Wet milieubeheer: Er zijn geen gemeenschappelijke voorzieningen voor de twee inrichtingen. Beide sluiten separaat aan op het elektriciteitsnet, en daarnaast is er geen sprake van andere gezamenlijke voorzieningen zoals bijvoorbeeld hadden kunnen zijn de elektriciteitsvoorzieningen, de opslag van afvalstoffen of riolering. Er wordt ook geen gebruik gemaakt van dezelfde toegangsweg. Er is daarom geen sprake van een technische binding tussen beide inrichtingen. De bedrijfsvoering van beide windparken zal verschillend zijn gezien het verschil in leeftijd van het windpark, type windturbines en de daarbij bijhorende beheers-, onderhouds-, en administratieve organisatie. Er is derhalve geen sprake van een organisatorische binding tussen beide windparken. Er is geen sprake van enige uitwisseling van goederen, diensten, personeel of bedrijfsmiddelen tussen beide inrichtingen. Er is derhalve geen sprake van een functionele binding tussen beide inrichtingen.

Er is geen sprake van een technische, organisatorische en functionele samenhang tussen windpark Energiepark A59 en het bestaande windpark Weststad III waardoor er sprake is van twee aparte inrichtingen.

Leeswijzer Dit hoofdstuk geeft de inleiding tot het project. In hoofdstuk 2 wordt het beleidskader geschetst. In hoofdstuk 3 komt een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied en omgeving aan de orde, hoofdstuk 4 geeft een beschrijving van het voorlopige plan voor de windturbines. In hoofdstuk 5 worden de milieuaspecten beschreven. Hoofdstuk 6 geeft ten slotte de conclusies weer over uitvoerbaarheid van dit plan en het vervolg.

Ruimtelijke onderbouwing Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | 719109 15 december 2020 | Definitief v1.0

Pondera Consult

8

BELEID Mondiaal en Europees beleid Klimaatconferentie Parijs 2015 In december 2015 zijn (onder auspiciën van de Verenigde Naties) op de eenentwintigste klimaatconferentie in Parijs (COP21)4 195 landen akkoord gegaan met een nieuw klimaatverdrag dat de uitstoot van broeikasgassen moet terugdringen. De Europese Unie heeft dit verdrag ook mede ondertekend. Hieronder de belangrijkste punten uit het akkoord: •

de gemiddelde temperatuur op de aarde mag niet meer dan 2 graden Celsius stijgen. Landen streven er naar de temperatuurstijging zelfs te limiteren tot maximaal 1,5 graden Celsius;

•

de partijen zullen zo snel mogelijk hun best doen om de uitstoot van broeikasgassen en schadelijke stoffen te verminderen in combinatie met de beschikbare techniek van dat moment. Daarbij wordt rekening gehouden met verschillen tussen landen;

•

er is extra inzet nodig om negatieve gevolgen van klimaatverandering aan te pakken en de hoeveelheid broeikasgassen terug te brengen zonder dat dit de voedselproductie in gevaar brengt;

•

alle partijen moeten financieel bijdragen aan het verlagen van de hoeveelheid broeikasgassen en onderzoek doen naar klimaatbestendige ontwikkelingen;

•

voor de klimaatconferentie van 2025 moeten de partijen van de klimaatovereenkomst van Parijs zich samen ten doel stellen elk jaar minstens 100 miljard dollar (91 miljard euro) ter beschikking te stellen aan armere landen die economisch moeite hebben de klimaatdoelstellingen te halen. Het geld zou vanaf 2020 beschikbaar moeten zijn;

•

het verdrag is bindend en de landen verplichten zich het na te leven.

Europese doelstelling Het Europese doel voor 2020 is om 20% van het totale energieverbruik duurzaam te realiseren, voor Nederland is dit vertaald in een doel van 14% in 2020. Dit is vastgelegd in de EU-richtlijn 2009/28/EG (2009)5. In juni 2011 presenteerde de EU de "Energieroutekaart 2050"6 als doorkijk naar 2050 en de in tussentijd te nemen stappen om te komen tot een verdere verduurzaming van de energiemarkt en een verdere CO2-reductie (80-95%). De EU-landen hebben in 2014 overeenstemming7 bereikt met betrekking tot een nieuwe duurzame energie doelstelling. In 2030 moet tenminste 27% van het energieverbruik van de Europese Unie duurzaam zijn opgewekt. Deze doelstelling is onderdeel van de energie en klimaatdoelen van de EU voor

De klimaatconferentie van Parijs 2015 (officieel: 2015 United Nations Climate Change Conference), die van 30 november tot 12 december 2015 plaatsvond in Parijs leidde tot het afsluiten van het "Akkoord van Parijs", dat op 22 april 2016 in New York is ondertekend. Het klimaatverdrag is 4 november 2016 in werking getreden. 5 "Richtlijn 2009-28-EG- energie uit hernieuwbare bronnen NL, ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en houdende wijziging en intrekking van Richtlijn 2001/77/EG en Richtlijn 2003/30/EG", European Commission, 23 april 2009. Geraadpleegd van: http://eur-lex.europa.eu/legalcontent/NL/ALL/?uri=CELEX:32009L0028 [artikel 3, lid 1 juncto bijlage 1, deel A]. 6 Mededeling van de Europese Commissie: "Routekaart naar een concurrerende koolstofarme economie in 2050", 8 maart 2011, COM (2011) 112 definitief. Geraadpleegd van: http://eurlex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=COM:2011:0112:FIN:NL:PDF 7 Geraadpleegd van: https://ec.europa.eu/energy/en/topics/renewable-energy 4

719109 | Ruimtelijke onderbouwing Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout 15 december 2020 | Definitief v1.0

Pondera Consult

9

2030. Op 14 juni 2018 is er politieke overeenstemming8 bereikt waarin een bindende doelstelling ten aanzien van duurzame energieopwekking is vastgelegd. De Europese Unie moet in 2030 32% van het totale energieverbruik duurzaam realiseren.

Rijksbeleid Het rijksbeleid voor duurzame energie, en specifiek voor wind, heeft zich in eerste instantie altijd gericht op doelen in 2020. Nu 2020 bereikt is, overigens zonder het halen van bijbehorend doel, komt vooral het doel voor 2030 in beeld. In deze paragraaf worden zowel de doelstellingen voor 2020, als die voor 2030 en daarna behandeld zoals deze chronologisch in tijd zijn gesteld. Want alhoewel 2020 al bereikt is zijn de doelen voor 2020 en onderliggende beleidsstukken nog steeds van belang voor de horizon waar nu op gericht wordt.

Energieakkoord voor duurzame groei (2013) De energiesector in Nederland is verantwoordelijk voor meer dan twintig procent van de uitstoot van broeikasgassen. De uitstoot van broeikasgassen als gevolg van de energiebehoefte kan worden beperkt door energiebesparing en door grootschalige inzet van duurzame energiebronnen. Een dergelijke omschakeling in de Nederlandse energievoorziening betekent een forse inspanning. Deze ambities sluiten aan bij in Europees verband geformuleerde doelstellingen waaraan de lidstaten zich gecommitteerd hebben. In 2013 hebben ruim veertig organisaties, waaronder de overheid, werkgevers, vakbeweging, natuur- en milieuorganisaties, andere maatschappelijke organisaties en financiële instellingen zich verbonden aan het Energieakkoord voor duurzame groei (hierna: Energieakkoord, 2013) 9. Met het Energieakkoord komt een duurzame energievoorziening een stap dichterbij. In het Energieakkoord is vastgelegd dat in 2020 14% van alle energie duurzaam moet zijn opgewekt met een verdere stijging van dit aandeel naar 16% in 2023. Het doel van het akkoord is bovendien dat het nieuwe banen oplevert en een positief effect heeft op de energierekening van consumenten. In het akkoord zijn tien pijlers opgenomen die moeten leiden tot een duurzame energieopwekking. Het opschalen van hernieuwbare energieopwekking vormt één van deze pijlers.

Dit vraagt een intensieve inzet op verschillende bronnen van hernieuwbare opwekking, zoals wind op land. Bij wind op land wordt binnen de kaders die met provincies zijn afgesproken, geïnvesteerd om te komen tot 6.000 MW operationeel windenergievermogen in 2020. Voor de periode na 2020 wordt op termijn gezocht naar aanvullend potentieel voor wind op land. Windpark Energiepark A59 draagt bij aan realisatie van het energieakkoord voor duurzame groei.

Energierapport 2016 Het Energierapport 2016 (2016)10 geeft aan dat Nederland voor de uitdaging staat om de uitstoot van broeikasgassen drastisch terug te brengen, waarbij in de 2e helft van de 21e eeuw, Europese Commissie (14 juni 2018). Geraadpleegd van: http://europa.eu/rapid/pressrelease_STATEMENT-18-4155_en.htm 9 "Energieakkoord voor duurzame groei", Sociaal-Economische Raad (SER), september 2013. Geraadpleegd van: http://www.energieakkoordser.nl/energieakkoord.aspx 10 "Energierapport 2016 - Transitie naar duurzaam", Ministerie van Economische Zaken, januari 2016. Geraadpleegd van: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2016/01/18/energierapport-transitienaar-duurzaam 8

Ruimtelijke onderbouwing Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | 719109 15 december 2020 | Definitief v1.0

Pondera Consult

10

zoals afgesproken in het klimaatakkoord van Parijs (2015) er mondiaal een balans moet zijn tussen de uitstoot en vastlegging van broeikasgassen (ofwel klimaatneutraliteit). Het kabinet houdt dus onverkort vast aan de Europese afspraken voor 2020, 2030 en 2050 en aan de afspraken uit het Energieakkoord die samen met milieuorganisaties, bedrijfsleven en overheden zijn gemaakt. Het Energierapport geeft daarom een integrale visie op de toekomstige energievoorziening van Nederland. Het kabinet stelt, voor de transitie naar duurzame energie, drie uitgangspunten centraal: 1.

sturen op CO2-reductie;

2.

verzilveren van de economische kansen die de energietransitie biedt;

3. integreren van energie in het ruimtelijk beleid. De Nederlandse energiehuishouding moet duurzamer en minder afhankelijk worden van eindige fossiele brandstoffen. Het kabinet wil onder meer de uitstoot van broeikasgassen in 2050 met 80-95% terugdringen op Europees niveau. Op dit moment zijn we voor onze energievoorziening nog voor bijna 95% afhankelijk van fossiele brandstoffen. De energietransitie biedt bovendien kansen voor behoud en ontwikkeling van het Nederlandse verdienvermogen. Ten slotte heeft de energietransitie alleen kans van slagen als vroegtijdig en zorgvuldig het gesprek wordt aangegaan met burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties over de ruimtelijke inpassing van productie, opslag en transport van energie. Zoveel als mogelijk moet gezamenlijk de afweging plaatsvinden tussen de bijdrage van een initiatief aan de energievoorziening en de overlast of risico's die dit voor omwonenden met zich meebrengt. Dit wordt de ‘energiedialoog’ genoemd. Voor Windpark Energiepark A59 is deze energiedialoog gevoerd door het houden van de omgevingsdialoog (zie ook paragraaf 6.2).

Nationaal Klimaatakkoord (2019) Om de doelen te halen die in het Klimaatakkoord van Parijs zijn afgesproken heeft Nederland gewerkt aan een nationaal Klimaatakkoord. In het Klimaatakkoord, onder regie van het kabinet, maken bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden concrete afspraken over de maatregelen waarmee de CO2-uitstoot in Nederland gehalveerd kan worden. Verschillende sectoren denken mee over concrete plannen. De vijf sectortafels zijn: gebouwde omgeving, industrie, landbouw en landgebruik, mobiliteit en elektriciteit. Op 10 juli 2018 is het 'voorstellen voor hoofdlijnen' document gepresenteerd. In december 2018 is het ontwerp van het Klimaatakkoord gepresenteerd. De eerste maanden van 2019 rekende het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) de afspraken door. De doorrekeningen van het ontwerp-Klimaatakkoord door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Centraal Planbureau (CPB) toonden aan dat de reductieopgave van 49% gehaald kan worden. Op 28 juni 2019 is het definitieve Klimaatakkoord door het Kabinet gepresenteerd aan de Tweede Kamer.

Het centrale doel van het Klimaatakkoord is het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen in Nederland met ten minste 49% in 2030 ten opzichte van 1990, de verschillende sectoren (zoals gebouwde omgeving, mobiliteit, industrie, elektriciteit, landbouw en landgebruik) hebben hier hun eigen taak en rol in om dit gezamenlijk te bereiken. Aan de sectortafel 'elektriciteit' zijn afspraken geformuleerd die ertoe moeten leiden dat in 2030 meer dan 70% van de elektriciteitsproductie uit hernieuwbare bronnen komt. Een belangrijk

719109 | Ruimtelijke onderbouwing Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout 15 december 2020 | Definitief v1.0

Pondera Consult

11

doel is derhalve het vergroten van de productie van hernieuwbare energie. De omschakeling heeft impact op onze leefomgeving. Gemeenten en provincies hebben hierin met de aanpak van de Regionale Energie Strategieën (RES) een belangrijke rol. Daarbij steunt het kabinet de mogelijkheid voor bewoners om te kunnen participeren in lokale energieprojecten. De productie van hernieuwbare energie moet vervijfvoudigen. Concreet wordt hierbij gestreefd naar het opschalen van de elektriciteitsproductie uit hernieuwbare bronnen tot 84 TWh (terawattuur). De productie wind op zee moet worden uitgebreid, maar ook de productie zon en wind op land. In de hoofdlijnen staat als doel beschreven dat in 2030 via windenergie en zonneenergie op land 35 TWh wordt gerealiseerd. Tevens wordt benadrukt dat de beschikbare ruimte zo efficiënt mogelijk benut moet worden door meervoudig ruimtegebruik. Vraag en aanbod dienen zoveel mogelijk bij elkaar gebracht te worden. Ten slotte is gesteld dat het belangrijk is om te zoeken naar functiecombinaties en aan te sluiten bij specifieke kwaliteiten van het gebied. Windpark Energiepark A59 draagt bij aan de toename van de productie van duurzame energie in een functiecombinatie van blijvend agrarisch grondegebruik en duurzame elektriciteitsopwekking.

Klimaat en Energieverkenning (2019) De eerste Klimaat en Energieverkenning11 heeft twee boodschappen. De eerste boodschap is dat er nog veel moet gebeuren om het kabinetsdoel van 49 procent reductie van broeikasgasemissies in 2030 te halen. In 2018 had Nederland een reductie van iets minder dan 15 procent ten opzichte van 1990. In ruim 10 jaar moet er dus nog meer dan twee keer zoveel worden bereikt als in de afgelopen kleine 30 jaar. De tweede hoofdboodschap is dat het daadwerkelijk uitvoeren van beleid in de praktijk moeilijk is; de 2020-doelen voor broeikasgasreductie, besparing en hernieuwbare energie worden daardoor naar verwachting niet of waarschijnlijk niet gehaald. Hernieuwbare energie Het energieverbruik uit hernieuwbare bronnen in Nederland is gestegen van 140 petajoule in 2017 naar 157 petajoule in 2018. De relatieve stijging van 12,5 procent in één jaar zal volgens de raming na 2018 versnellen. In 2020 ligt het verbruik naar verwachting op 239 petajoule en in 2023 op 331 petajoule. Dat correspondeert met een gemiddelde relatieve stijging van 16 procent per jaar voor de jaren 2019 tot en met 2023. In 2020 zal het aandeel naar verwachting zijn gestegen naar 11,4 procent (tussen 10,4 procent - 12,1 procent), waarmee het Europese doel van 14 procent niet gehaald wordt. Het doel uit het Energieakkoord van 16 procent in 2023 wordt net gehaald.

De projectie ligt in deze verkenning op 16,1 procent (14,4 procent -17,0 procent)12. Windpark Energiepark A59 draagt bij aan (een versnelling van) de groei van het aandeel hernieuwbare energie.

Dit rapport is tot stand gekomen door samenwerking tussen het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), ECN part of TNO, het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). 12 Klimaat- en Energieverkenning 2019 geraadpleegd van: https://www.pbl.nl/publicaties/klimaat-enenergieverkenning-2019 11

Ruimtelijke onderbouwing Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | 719109 15 december 2020 | Definitief v1.0

Pondera Consult

12

Regionale energiestrategieën (2020/2021) De nationale doelen en afspraken vragen om regionaal maatwerk. Hoe passen hernieuwbare opwek, opslag en de infrastructuur voor warmte en elektriciteit in de leefomgeving van mensen en dieren? Zowel boven als onder de grond? Ruimte is schaars. De doelen zijn alleen te halen door samen te werken. Afspraken over bijvoorbeeld grote zonprojecten in de ene gemeente, hebben invloed op een buurgemeente. Ook op regionaal niveau hebben overheden, inwoners, bedrijfsleven, netbeheerders en maatschappelijke organisaties elkaars vakkennis, kunde of wettelijke bevoegdheden nodig. Daarom spraken de overheden in het Interbestuurlijke Programma (februari 2018) af een meerjarige programmatische nationale aanpak uit te werken met landsdekkende regionale energiestrategieën. Daarvoor is Nederland verdeeld in 30 ‘energieregio’s’. De gemeente Oosterhout valt in de energieregio West-Brabant. Afgesproken is dat deze strategieën uiteindelijk ruimtelijk geborgd worden via het omgevingsbeleid van gemeenten, provincies en Rijk en via het beleid van de waterschappen. Elke energieregio geeft invulling aan de afspraken uit het Klimaatakkoord die zijn gemaakt aan de sectortafels voor Elektriciteit en Gebouwde omgeving. Samen met maatschappelijke partners, bedrijfsleven, overheden en inwoners wordt gekomen tot een regionaal gedragen RES. Deze geeft inzicht in: •

mogelijkheden voor regionale opwek en besparing

•

die mogelijkheden vertaald naar keuzes in concrete plekken, projecten en planning

•

de afstemming omtrent warmtebronnen

•

de gevolgen voor de energie-infrastructuur

•

al gerealiseerde projecten en plannen.

De RES is daarmee een instrument om de ruimtelijke inpassing van de energietransitie met maatschappelijke betrokkenheid te organiseren. De RES is ook een manier om langjarige samenwerking tussen alle regionale partijen te organiseren, onder andere bij de voorbereiding en de realisatie van projecten. Deze samenwerking tussen provincie, waterschappen, gemeenten, de netbeheerders, het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en burgerinitiatieven, kan gezamenlijk gedragen keuzes bevorderen. Maar ook helpen bij het formuleren en vaststellen van omgevingsbeleid van gemeenten, provincies en Rijk, waarvoor de RES een bouwsteen is. In dat omgevingsbeleid vindt integrale besluitvorming over de fysieke leefomgeving plaats, op grond waarvan vergunningen kunnen worden verleend. Daarmee krijgen bedrijven en burgers meer zekerheid voor het doen van investeringen. Tenslotte is de RES een product. Het is een document waarin elke regio beschrijft welke energiedoelstellingen zij zal halen en op welke termijn. En welke aanpak/strategie de regio hanteert om deze energiedoelstellingen te bepalen en te halen. De concept-RES-sen dienen landelijk voor 1 juni 2020 te zijn vastgesteld en definitieve vaststelling door individuele gemeenteraden voor 1 maart 2021.

719109 | Ruimtelijke onderbouwing Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout 15 december 2020 | Definitief v1.0

Pondera Consult

13

Windenergie ten opzichte van andere duurzame energiebronnen Volgens het rijksbeleid13 zijn de belangrijkste vormen van hernieuwbare energie in Nederland: windenergie, zonne-energie, bio-energie en aardwarmte. Een kleinere rol spelen waterkracht, omgevingswarmte (warmtepompen in woningen) en energie uit potentieel verschil zoet-zout (osmose-energie of ‘blue energy’). Hoewel grijze energie uit fossiele energiebronnen in de komende decennia nodig blijft, zal hernieuwbare energie een steeds groter onderdeel gaan uitmaken van de energiemix. Drie duurzame energiebronnen leveren daarbij de belangrijkste bijdrage voor Nederland: bio-energie, wind op land en wind op zee. Grote windparken dragen significant bij aan het behalen van de doelstellingen. Geconcludeerd kan worden dat windenergie op land een belangrijk aandeel heeft in het behalen van de Europese taakstelling op het gebied van duurzame energie en CO2-reductie, maar dat deze taakstelling niet gehaald kan worden met windenergie alleen. Er is een energiemix nodig waarbij duurzame energie, en windenergie in het bijzonder, een steeds belangrijker aandeel krijgt. De realisatie van windenergie is interessant vanuit het oogpunt:

•

van ruimtebeslag per vierkante meter: relatief weinig ruimtegebruik per geproduceerde eenheid energie;

•

van het multifunctionele gebruik van de ruimte: het gebied kan bijvoorbeeld tevens gebruikt (blijven) worden als landbouw en/of industriegebied. De combinatie van wind met andere duurzame bronnen zoals zon is ook een multifunctioneel ruimtegebruik;

•

vanuit het oogpunt van kostprijs.1415

Windenergie op land heeft een belangrijk aandeel in het behalen van de Europese taakstelling op het gebied van duurzame energie, naast bijvoorbeeld ook zonne-energie. Windpark Energiepark A59 draagt ook bij aan de Europese taakstelling.

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De “Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte” (SVIR, maart 2012)16 geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid op rijksniveau. Het is de 'kapstok' voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. Ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en energietransitie wordt in het SVIR aangemerkt als een nationaal belang. Het Rijk stelt op het gebied van energie dat voor de opwekking en het transport van energie voldoende ruimte gereserveerd moet worden. Het aandeel van duurzame energiebronnen als wind, zon, biomassa en bodemenergie in de totale energievoorziening moet omhoog.

zie onder andere: "Energieakkoord voor duurzame groei", Sociaal-Economische Raad (SER), september 2013, "Energierapport 2016 - Transitie naar duurzaam", Ministerie van Economische Zaken, januari 2016 en "Energieagenda - Naar een CO2-arme energievoorziening", Ministerie van Economische Zaken, december 2016 14 Bron: "Eindadvies basisbedragen SDE+ 2018', ECN, 2076, rapportnummer: ECN-E-17-048. Wind op land kost volgens ECN circa 5,4 tot 7,3 ct./kWh, terwijl bijvoorbeeld PV zonne-energie 10,7 ct./kWh kost. Deze 'kosten' zijn gebaseerd op het advies voor de basisbedragen en geven een indicatie van de benodigde financiën per energie opwekmethode. 15 In opdracht van het ministerie van Economische Zaken hebben CE Delft en ECN onderzoek gedaan naar de kosten en maatschappelijke effecten van zon-PV en windenergie op land. Het onderzoek wijst uit dat windenergie op land niet alleen goedkoper is van nu tot 2023, maar ook naar verwachting tot 2030. Bron: Geert Warringa et al, MKEA zon-PV en wind op land – vergelijking kosten en maatschappelijke effecten, publicatienummer: 16.7J46.125, Delft, december 2016 16 "Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte - Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig" (SVIR), Ministerie van Infrastructuur en Milieu, maart 2012). 13

Ruimtelijke onderbouwing Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | 719109 15 december 2020 | Definitief v1.0

Pondera Consult

14

Voor grootschalige windenergie is in het SVIR het volgende opgenomen: “Rijk en provincies zorgen voor het ruimtelijk mogelijk maken van de doorgroei van windenergie op land tot minimaal 6.000 MW in 2020. Niet alle delen van Nederland zijn geschikt voor grootschalige winning van windenergie. Het Rijk heeft in de SVIR gebieden op land aangegeven die kansrijk zijn op basis van de combinatie van landschappelijke en natuurlijke kenmerken, evenals de gemiddelde windsnelheid. Binnen deze gebieden gaat het Rijk in samenwerking met de provincies locaties voor grootschalige windenergie aanwijzen. Hierbij worden ook de provinciale reserveringen voor windenergie betrokken. Deze gebieden zullen nader worden uitgewerkt in de Rijkstructuurvisie “Windenergie op Land”. Windpark Energiepark A59 draagt bij in de toename van het aandeel van duurzame energiebronnen in de totale energievoorziening. Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij moet de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling worden aangetoond.

De ladder kent drie treden die achter elkaar worden doorlopen. Op basis van jurisprudentie17 is de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing op een windpark omdat dat niet wordt beschouwd als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid in samenhang met artikel 1.1.1, eerste lid, onder i, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Voor Windpark Energiepark A59 hoeft geen Ladder doorlopen te worden.

Structuurvisie Windenergie op Land De doelstelling van de Structuurvisie Wind op Land (SWOL, maart 2014)18 is zodanig ruimtelijke voorwaarden te scheppen dat begin 2020 een opwekkingsvermogen van ten minste 6.000 MW aan windturbines op land operationeel is. Daarvoor worden drie soorten beleid gepresenteerd: •

Visie: bundeling in gebieden die geschikt zijn voor grootschalige windenergie (windparken met een vermogen groter dan 100 MW) en daarmee andere gebieden vrijhouden van grootschalige windenergie. Bij het ruimtelijk ontwerp van windturbineprojecten aansluiten bij de hoofdkenmerken van het landschap.

•

Aanwijzen van concrete gebieden die geschikt zijn voor grootschalige windturbineparken. Het kabinet zal initiatieven voor windturbineparken met een omvang van ten minste 100 MW toetsen aan deze gebieden.

•

Taakverdeling tussen Rijk en provincies bij het ruimtelijk mogelijk maken van windenergie, en de prestatieafspraken die daarover met het IPO zijn gemaakt. Verder wordt ingegaan op beleidsonderwerpen die van groot belang zijn voor het slagen van de doelen voor windenergie, zoals de stimuleringsregeling SDE+ en het landelijke elektriciteitsnet.

17 18

ABRvS 16 maart 2016, nr. 201503226/1. "Structuurvisie Windenergie op land" (SWOL), Ministerie van Infrastructuur en Milieu, 28 maart 2014.

719109 | Ruimtelijke onderbouwing Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout 15 december 2020 | Definitief v1.0

Pondera Consult

15

Het kabinet heeft in de SWOL elf gebieden aangewezen waar grootschalige windturbineparken op land mogen komen. Om de doelstelling van 6.000 MW te halen is het noodzakelijk dat ook buiten deze gebieden ruimte wordt geboden voor kleinere windturbineparken. Provincies kunnen daarvoor locaties aanwijzen of hebben dit reeds gedaan. De kleinere windturbineparken, waaronder Windpark Energiepark A59, moeten samen zorg dragen voor nog eens de helft van de doelstelling aan opgesteld vermogen windenergie op land.

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)19 voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Bij de vaststelling van een ruimtelijke plan voor de ontwikkeling van een windpark dient rekening gehouden te worden met de regels die het Barro stelt in Titel 2.6 Defensie ten aanzien van militaire radarstations, en over beperkingen rondom een radarstation en de beoordeling van gevolgen van bouwwerken, als ook beperkingen in verband met militaire laagvliegroutes jachten transportvliegtuigen. In paragraaf 5.7 wordt daar op ingegaan. Specifiek voor het project zijn er, behalve defensieradar, geen andere nationale belangen waar mee rekening te houden dient te worden.

Provinciaal beleid De provincie Noord-Brabant heeft als doelstelling om in 2020 ten minste 470,5 MW aan windvermogen te hebben opgesteld. Deze taakstelling is vooral opgenomen in de Energieagenda Noord-Brabant en de Structuurvisie ruimtelijke ordening. Hierin zijn de kaders voor windenergie helder vastgesteld. De Omgevingsvisie Brabant is vastgesteld om voorbereid te zijn op de komst van de Omgevingswet. De Omgevingsvisie bevat geen sectorale beleidsdoelen. De concrete doelen staan nog steeds onder andere in de Structuurvisie ruimtelijke ordening.

Energieagenda van Noord-Brabant 2010-2020 Provincie Noord-Brabant heeft in 2010 een Energieagenda opgesteld. De agenda concentreert zich op zeven gebieden. Rond drie gebieden ziet de provincie kansen om Noord-Brabant uit te laten groeien tot een internationale topregio: zon-pv, biobased economy en elektrisch rijden/slimme netwerken. Op vier andere gebieden schept de provincie kansen door het vergroten van mogelijkheden binnen het ruimtelijk instrumentarium, wet- en regelgeving en het wegnemen van drempels. Het gaat om de aandachtsgebieden windenergie, duurzame warmte, energiebesparing in de gebouwde omgeving en de onderliggende decentrale netwerken. In de agenda wordt gesteld dat de toepassing van windenergie direct bijdraagt aan de productie van hernieuwbare energie en aan het naderbij brengen van klimaatdoelstellingen.

Besluit van 22 augustus 2011, houdende algemene regels ter bescherming van nationale ruimtelijke belangen (Besluit algemene regels ruimtelijke ordening) 19

Ruimtelijke onderbouwing Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | 719109 15 december 2020 | Definitief v1.0

Pondera Consult

16

In de agenda is verwoord dat voor windenergie gemeente en uitvoerders de belangrijkste spelers zijn. Als die partijen er niet uitkomen heeft de provincie de bevoegdheid met vaststelling van een Provinciaal inpassingsplan de realisering van een windturbineproject (alsnog) mogelijk te maken. De provincie heeft haar ruimtelijk beleid voor de ontwikkeling van windenergie in de provincie Noord-Brabant geformuleerd in de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2010, partiële herziening 2014 en de inmiddels door de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vervangen Verordening Ruimte. Dit beleid is leidend voor het bereiken van de provinciale doelstelling voor wind op land in de provincie Noord-Brabant: 470,5 MW in 2020. Windpark Energiepark A59 draagt direct bij aan de productie van hernieuwbare energie en aan het naderbij brengen van klimaatdoelstellingen.

Omgevingsvisie Brabant Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant, Visie op de Brabantse leefomgeving’ vastgesteld door Provinciale Staten om voorbereid te zijn op de komst van de Omgevingswet. De Omgevingsvisie bevat geen sectorale beleidsdoelen. De concrete doelen, voor bijvoorbeeld natuur, water en ruimtelijke kwaliteit, staan nu nog in de bestaande plannen van de provincie zoals in de Structuurvisie ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie ziet als hoofdopgave het ‘werken aan de Brabantse energietransitie’ met de doelstelling dat in 2050 in Brabant 100% duurzame energie en een reductie van 90% van de CO2-uitstoot ten opzichte van 1990 is gerealiseerd. De provincie stelt dat hiervoor, ook op weg naar 2030, een wezenlijke verandering noodzakelijk is. Hiervoor is de doelstelling gesteld om in 2030 50% van de energieopwekking uit duurzame bronnen te halen en een reductie van 50% in de uitstoot van CO2 ten opzichte van de uitstoot in 1990. Windpark Energiepark A59 draagt bij aan de Brabantse CO2-reductie.

Structuurvisie ruimtelijke ordening Provinciale Staten hebben in 2014 de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2010, partiële herziening 2014 vastgesteld, waarin wordt beschreven welke ruimtelijke doelen de provincie wil bereiken en op welke manier. Op 19 maart 2014 trad de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 in werking. Dit is een actualisatie van de visie die in 2010 werd vastgesteld. Het geeft de hoofdlijnen voor het beleid tot 2025 weer (met een doorkijk naar 2040). De hoofdgedachte in de structuurvisie is ‘samenwerken aan kwaliteit’. Dit doel moet gerealiseerd worden door regionaal samen te werken, te ontwikkelen, beschermen en stimuleren. Ruimtelijke structuren De provincie heeft een indeling gemaakt in vier ruimtelijke structuren: de groenblauwe structuur, het landelijk gebied, de stedelijke structuur en de infrastructuur. Voor ieder van deze structuren zijn specifieke doelen opgesteld en is aangegeven met welke instrumenten deze doelen behaald dienen te worden. De structuurvisie vertaalt de opgaven en doelen uit de Agenda van Brabant naar het ruimtelijk domein, en is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie. In de Agenda van Brabant zijn de opgaven voor de provincie voor de komende jaren en de rol die de provincie daarin neemt beschreven.

719109 | Ruimtelijke onderbouwing Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout 15 december 2020 | Definitief v1.0

Pondera Consult

17

Het plangebied maakt deel uit van de ‘groenblauwe structuur’ volgens de structurenkaart uit de structuurvisie. Voor de groenblauwe structuur heeft de provincie de volgende doelen gesteld: 1. een positieve ontwikkeling van de biodiversiteit: De achteruitgang in de ontwikkeling van de biodiversiteit wordt omgebogen in een positieve ontwikkeling. De natuur- en watersystemen in de gebieden zijn daarom beschermd en worden verbeterd door deze goed met elkaar te 2.

verbinden; Een robuuste en veerkrachtige structuur: Natuur en water moeten toekomstige ontwikkelingen in Noord-Brabant kunnen opvangen of daar tegen bestendig zijn. De provincie wil de groenblauwe structuur daarom vanuit ecologisch oogpunt robuust en

3.

veerkrachtig maken. De natuurlijke basis en landschappelijke contrasten versterken: De gebieden in de groenblauwe structuur versterken de identiteit van de verschillende landschappen in NoordBrabant. Daarom wil de provincie de natuurlijke basis en de landschappelijke contrasten

4.

versterken en ontwikkelen. De gebruikswaarde van natuur en water verbeteren: De gebieden in de groenblauwe structuur zijn ook belangrijk vanuit economische en sociaal–culturele belangen. De provincie wil de samenhang daartussen verbeteren en de mogelijkheden voor gebruik en beleving van deze gebieden verbeteren. Dit biedt ook kansen om het toeristisch-recreatieve product in Noord-Brabant te versterken. Binnen de groenblauwe structuur liggen ook mogelijkheden voor de ontwikkeling van agrarische functies die passen in de groene omgeving.

Duurzame energie Door allerlei ontwikkelingen en wensen gaat de provincie meer dan voorheen duurzaam en zorgvuldig om met de ruimte. Eén van de trends die genoemd wordt in de Structuurvisie is de toenemende behoefte aan duurzame energie. Duurzame alternatieven waarop wordt gedoeld zijn onder andere windenergie, warmtekrachtkoppeling, zonne-energie, biomassavergisting en geothermie. Duurzame energie biedt op een veelheid van terreinen kansen, maar vraagt om een goede ruimtelijke visie. De landschappelijke impact van windenergie en windturbines leidt tot het dilemma op welke schaal dit kan plaatsvinden: een beperkt aantal grootschalige locaties, vele kleinschalige oplossingen of een combinatie van beide. De ontwikkeling en opwekking van duurzame energie, zoals uit wind, zon, bodem, biomassa-, (co)vergisting en geothermie wordt door de provincie ondersteund. Windenergie wordt ondersteund onder voorwaarden, zodat het past bij de ruimtelijke visie voor het landschap. Geclusterde opstellingen bij grootschalige bedrijventerreinen in het stedelijk concentratiegebied dragen bij aan het voorkomen van de versnippering van meerdere kleine initiatieven. Clusteropstellingen zijn daarnaast mogelijk in landschappen die daarvoor geschikt zijn qua schaal en maat.

In paragraaf 4.4 wordt daar kort ten aanzien van Windpark Energiepark A59 nader op in gegaan, in de uitwerking van het plan wordt dit uitgebreider opgepakt. Daarnaast wordt het belang van sanering na afloop van de gebruiksperiode benadrukt. De provinciale doelstelling is om in 2020 470,5 MW aan vergund vermogen windenergie te hebben opgesteld. Deze doelstelling is tot stand gekomen in het Interprovinciaal Overleg in 2013, tussen de twaalf provincies en het Rijk.

Ruimtelijke onderbouwing Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | 719109 15 december 2020 | Definitief v1.0

Pondera Consult

18

Windpark Energiepark A59 draagt bij aan het realiseren van de provinciale doelstelling.

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (2019) Provinciale Staten hebben op 25 oktober 2019 de Interim omgevingsverordening vastgesteld. De Interim omgevingsverordening is tot stand gekomen door de verschillende regelingen op provinciaal niveau over de fysieke leefomgeving samen te voegen. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De Interim omgevingsverordening is daarbij een eerste stap op weg naar een omgevingsverordening, die op grond van de nieuwe Omgevingswet wordt vastgesteld en die verplicht is voor provincies. De Interim omgevingsverordening vervangt zes provinciale verordeningen, waaronder de Verordening Ruimte die vanaf 2014 in werking was. In de Verordening is het plangebied aangeduid als ‘Landelijk gebied’ en ‘Groenblauwe Mantel’ (zie ook Figuur 2.1). Figuur 2.1 Uitsnede basiskaart landelijk gebied – Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant

Om sturing te kunnen geven aan de ruimtelijke inpassing en de landschappelijke impact te beperken is in de Interim Omgevingsverordening regelgeving opgesteld voor het plaatsen van windturbines. Het plangebied is gelegen in ‘Landelijk gebied’ waardoor artikel 3.37 van de Interimverordening van toepassing is voor de vestiging van de windturbines. Artikelen 3.9 en 3.32 van de Interimverordening van toepassing zijn daarbij relevant voor de invulling van de planvorming. Op het gebied van landschap en kwaliteit. Hieronder wordt worden de relevante artikelen uit de Interimverordening per lid geciteerd (schuin gedrukt en “tussen aanhalingstekens”) en toegelicht in relatie tot het project.

719109 | Ruimtelijke onderbouwing Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout 15 december 2020 | Definitief v1.0

Pondera Consult

19

“Artikel 3.37 Windturbines in landelijk gebied Lid 1 In Landelijk gebied is nieuwvestiging mogelijk van windturbines met een bouwhoogte van tenminste 25 meter, gemeten van de bovenkant van de fundering tot aan de wiekenas, als: a.

de windturbines inpasbaar zijn in de omgeving;

b. c.

er sprake is van een geclusterde opstelling van minimaal 3 windturbines; de ontwikkeling een maatschappelijke meerwaarde geeft, waaronder de mogelijkheid voor de omgeving om te participeren in het project;

d.

de ontwikkeling op regionaal niveau is afgestemd met omliggende gemeenten en de netwerkbeheerder, gelet op de ontwikkeling van overige duurzame energie initiatieven in de omgeving.

Lid 2 Er kan uitsluitend toepassing gegeven worden aan het eerste lid met een omgevingsvergunning waarbij door toepassing te geven aan artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 2 of 3, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt afgeweken van een bestemmingsplan, waarbij aan de omgevingsvergunning in ieder geval de volgende voorwaarden worden verbonden: a.

de omgevingsvergunning geldt voor een bepaalde termijn, die ten hoogste 25 jaar bedraagt;

b.

na het verstrijken van de termijn wordt de vóór de verlening van de omgevingsvergunning bestaande toestand hersteld en worden de windturbines verwijderd;

c.

voor het gestelde onder b. wordt financiële zekerheid gesteld.

De beoogde windturbines hebben een bouwhoogte van meer dan 25 meter. De windturbines zijn inpasbaar in de omgeving (zie paragraaf 4.4), er is sprake van een geclusterde opstelling van minimaal 3 windturbines met de bestaande windturbines Weststad III (zie paragraaf 4.2). De ontwikkeling geeft een maatschappelijke meerwaarde (zie paragraaf 4.5 onder ‘Landschappelijke inpassing Energiepark’ en paragraaf 6.2). en voor wat betreft participatie wordt vanuit het project een bijdrage gedaan in een gemeentelijk duurzaamheidsfonds (zie paragraaf 6.2), dit is nader geregeld in de anterieure overeenkomst. De ontwikkeling is op regionaal niveau afgestemd in onder andere de RES (zie paragraaf 2.3.5) en met de netbeheerder (zie paragraaf 4.2). De aanvraag omgevingsvergunning wordt gedaan voor maximaal 25 jaar en de sanering van de windturbines na deze termijn wordt feitelijk en financieel nader geregeld in de anterieure overeenkomst. Voldaan wordt aan artikel 3.37 Interim omgevingsverordening. Voor de groenblauwe mantel zijn geen specifieke regels meer voor de vestiging van windturbines, zoals dat nog wel was opgenomen in de Verordening Ruimte 2014. Voor de groenblauwe mantel geldt in zijn algemeenheid het volgende: “Artikel 3.32 landschappelijke waarden in de groenblauwe mantel Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op de Groenblauwe mantel:

Ruimtelijke onderbouwing Windpark Energiepark A59 (Oranjepolder), gemeente Oosterhout | 719109 15 december 2020 | Definitief v1.0

Pondera Consult

20

a.

strekt tot behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oosterhout&id=31bda6a8-54f7-4c3c-93c9-e457f2066601