Raadvoorstel en RB instellen RK Oosterhout
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL Datum raadsvergadering Zaaknummer raadsvoorstel Portefeuillehouder
2 maart 2021 ZN 268904 fractievoorzitters
Onderwerp
Instellen rekenkamer Oosterhout
Voorgesteld besluit 1. De Verordening op de rekenkamer gemeente Oosterhout 2021 vast te stellen; 2. Een selectiecommissie in te stellen. Samenvatting Wij stellen u voor om de rekenkamer Oosterhout in te stellen en daartoe de Verordening op de rekenkamer gemeente Oosterhout 2021 vast te stellen, met daarin keuzes over o.a.: - de samenstelling (drie leden; één daarvan is voorzitter); - de vergoeding (maandvergoeding voor de voorzitter van € 300 en voor de leden van € 250; uurtarief van € 80 bij eigen onderzoek). Het instellen van een selectiecommissie is gebaseerd op artikel 3 lid 1 van de verordening en is nodig om de werving en selectie van de kandidaten te kunnen starten. Uw besluiten stellen ons in de gelegenheid om u later dit jaar een voordracht tot benoeming van de voorzitter en overige leden van de rekenkamer Oosterhout voor te leggen. Tegelijkertijd met de benoeming stelt u ook het budget 2021 beschikbaar. Aanleiding Het convenant voor de rekenkamer West-Brabant eindigde per 31 december 2020. Op 27 oktober 2020 heeft u ervoor gekozen om niet opnieuw een convenant aan te gaan. U besloot om een eigen rekenkamer in te gaan stellen. Kader Hoofdstuk IVa van de Gemeentewet regelt een aantal zaken voor de rekenkamer. Raden moeten het aantal leden (art. 81b) en de vergoeding (art. 81k) vaststellen, de leden benoemen (art. 81c) en middelen beschikbaar stellen (art. 81j).
Hoofdstuk XIa van de Gemeentewet regelt de bevoegdheid van de rekenkamer. Zo stelt artikel 182 dat de rekenkamer de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur onderzoekt. Wat willen we bereiken? We streven naar een eigentijdse, gezaghebbende invulling van de rekenkamer, die nauw aansluit bij de Oosterhoutse praktijk en die belang hecht aan de beweging naar buiten. Daar waar dat past, kiezen de leden van onze rekenkamer voor innovatieve onderzoeksmethoden, waar zij zelf (mede) uitvoering aan geven en waar organisaties en inwoners van Oosterhout bij betrokken worden. Door die nabijheid, in combinatie met deskundigheid en onafhankelijkheid, krijgt onze rekenkamer positie binnen Oosterhout. Argumenten en kanttekeningen bij het voorgestelde besluit Onze verwachtingen bij een Oosterhoutse rekenkamer - nabij
De rekenkamer investeert in lokale bekendheid. De voorzitter en leden verdiepen zich in onze gemeente en zijn zichtbaar: zij bouwen aan hun netwerk en relaties met het gemeentebestuur, de ambtelijke organisatie en met organisaties in Oosterhout. Deze nabijheid en bekendheid helpt hen bij het inventariseren en beoordelen van onderwerpen, die zich in onze praktijk aandienen en voor een onderzoek in aanmerking kunnen komen. - deskundig De rekenkamer verenigt een variatie aan kennis en ervaring in zich, waarmee deze in staat is om op verschillende terreinen (deels) zelf onderzoek te doen maar ook om het opdrachtgeverschap bij extern uit te voeren onderzoeken adequaat in te vullen. Vanuit deze deskundigheid presenteert de rekenkamer gezaghebbende rapporten of brieven. Ook durft de rekenkamer te kiezen voor een innovatieve onderzoeksmethode en het betrekken van organisaties en inwoners, daar waar onderwerpen zich daar voor lenen. - onafhankelijk De rekenkamer stelt zich onafhankelijk op bij het kiezen en uitvoeren van onderzoek en het doen van aanbevelingen. De rekenkamer laat zich voeden, maar vormt zich eigenstandig een oordeel.
De voorzitter en leden mogen niet actief zijn (of recent zijn geweest) in de gemeentelijke politiek of ambtelijke organisatie van Oosterhout en ook niet bij maatschappelijke of commerciële organisaties die een subsidie- of zakelijke relatie hebben met de gemeente. - output De rekenkamer voert ieder jaar minstens één groot onderzoek uit dat uitmondt in een rapport, of minstens twee kleinere onderzoeken die eventueel in een compactere vorm zoals een rekenkamerbrief worden aangeboden De samenstelling U bent vrij om het aantal leden te bepalen. Onze voorkeur heeft een rekenkamer van drie leden. Het lid dat de rol van voorzitter invult is vooral ‘het gezicht’ van de rekenkamer, onderhoudt de relaties en heeft een goede antenne voor politiek-bestuurlijke ontwikkelingen en posities. De andere twee leden concentreren zich meer op de onderzoeken. Vooral bij het doen van eigen onderzoek is het werken als tweetal prettig. De voorzitter volgt het onderzoek, is klankbord voor de leden en kan uiteraard desgewenst op onderdelen aansluiten, bijvoorbeeld bij interviews. De vergoeding Ook bij het bepalen van de vergoeding bent u vrij. De meest gangbare varianten zijn een vergoeding per vergadering of een vast maandbedrag voor werkzaamheden en kosten. De bedragen variëren behoorlijk per rekenkamer(commissie). Een vast maandbedrag heeft onze voorkeur.
Dit geeft de rekenkamer meer flexibiliteit om de werkzaamheden in te vullen (anders samenwerken) en geeft vooraf meer zekerheid over het bedrag dat nodig is voor vergoedingen en welk deel van het budget dus beschikbaar is voor andere activiteiten. Dit maandbedrag is bedoeld als tegemoetkoming voor de kosten (inclusief reiskosten) en werkzaamheden die samenhangen met het zijn van een rekenkamerlid. Voor het zelf uitvoeren van het onderzoek geldt een bijkomende vergoeding in de vorm van een vast bedrag per uur. De werving en benoeming Wij stellen u voor dat u een selectiecommissie instelt conform artikel 3 lid 1 van de Verordening op de rekenkamercommissie Oosterhout 2021, die de werving organiseert en een voordracht aan uw raad voorlegt. De selectiecommissie is bij voorkeur een representatieve afspiegeling van uw raad. De commissie zal de profielschetsen en vacaturetekst opstellen, die ter vaststelling aan het Fractievoorzitersoverleg worden voorgelegd en vervolgens de basis vormen voor de werving. Inspraak en participatie De vormgeving van dit raadsinstrument leent zich niet voor inspraak en participatie. Alternatieve oplossingsrichting(en) Samenwerking Gemeenten kunnen een gemeenschappelijke rekenkamer instellen (art. 81l; gemeenschappelijke regeling).
Ook kan, zoals voorheen bij de Rekenkamercommissie West-Brabant gebruikelijk was, een rekenkamer door meerdere gemeenten in dezelfde samenstelling worden benoemen en dus
functioneren voor meerdere gemeenten. Deze mogelijkheden zijn niet nader verkend, omdat die onvoldoende recht zouden doen aan ons streven naar een nabije rekenkamer. Directeur Ook een rekenkamer van één persoon is mogelijk (art.81c). Dit zgn. directeursmodel is naar onze verwachting kwetsbaarder en beperkt de mogelijkheid voor eigen onderzoek. Binnen een rekenkamer met meerdere leden kan een grotere diversiteit aan kwaliteiten en achtergronden vertegenwoordigd zijn en kunnen leden afwezigheid onderling opvangen. Rekenkamercommissie Als geen rekenkamer is ingesteld, kunnen raden bij verordening eigen regels stellen voor de uitoefening van de rekenkamerfunctie (art. 81oa). Dit vormt de basis voor de rekenkamercommissies. De Gemeentewet wordt naar verwachting gewijzigd, waardoor dit artikel vervalt. De rekenkamer is steviger wettelijk verankerd en de bepalingen voor de rekenkamer leveren geen beperkingen op voor hoe wij deze functie in willen vullen. Wij zien daarom geen aanleiding om nu nog voor een rekenkamercommissie te kiezen. Financiën In de meerjarenbegroting zijn middelen opgenomen voor de rekenkamerfunctie. Voor 2021 bedraagt het budget € 35.000,--. De rol van secretaris van de rekenkamer wordt vanuit de griffie ingevuld. Deze kosten komen niet terug in dit budget voor de rekenkamer.
Voor zover het budget in enig jaar niet aangewend wordt, vloeit het terug naar de begroting van de gemeenteraad. Startkosten De kosten van de werving en eventuele andere startkosten worden opgevangen binnen het budget 2021. Daarvoor ontstaat naar verwachting voldoende ruimte, omdat de rekenkamer Oosterhout in de loop van 2021 start en dus niet over een heel jaar vergoedingen hoeven te worden betaald. Beschikbaar stellen van middelen voor 2021 Bij het benoemen van de leden zal u gevraagd worden het budget 2021, na aftrek van de startkosten, aan de rekenkamer Oosterhout beschikbaar te stellen. De rekenkamer is verantwoordelijk voor de aanwending van dit bedrag en zal daartoe zelf een begroting opstellen. Vervolg Na uw besluit start de selectiecommissie met de werving van de leden. Wij leggen u vervolgens een voorstel voor om de voorzitter en overige leden te benoemen. Daarna kan de rekenkamer Oosterhout daadwerkelijk van start gaan. Oosterhout, 19 januari 2021, het fractievoorzittersoverleg. Bijlagen 1. Verordening op de rekenkamer gemeente Oosterhout 2021 (concept-raadsbesluit) 2. Besluit tot het instellen van de selectiecommissie (concept-raadsbesluit) 3. toelichting op vergoedingen 4. tekst over rekenkamer uit gemeentewet
RAADSBESLUIT Zaaknummer ZN 268904 De raad van de gemeente Oosterhout, gelet op artikel 81a van de Gemeentewet, besluit vast te stellen de Verordening op de rekenkamer gemeente Oosterhout 2021 Artikel 1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: wet de Gemeentewet; raad de gemeenteraad van Oosterhout; college het college van burgemeester en wethouders van Oosterhout; voorzitter de voorzitter van de rekenkamer, tevens lid van de rekenkamer. Artikel 2 Rekenkamer 1. Er is een rekenkamer. 2. De rekenkamer heeft drie leden. Artikel 3 Benoeming leden 1. De raad benoemt uit zijn midden een selectiecommissie. De selectiecommissie draagt de kandidaten voor benoeming voor aan de raad. 2. De voordracht gaat vergezeld van een door de kandidaat te verstrekken: a. verklaring omtrent het gedrag en b. overzicht van de openbare betrekkingen die de kandidaat bekleedt. Artikel 4 Ontslag en non-activiteit 1. De rekenkamer bericht de raad als één van de ontslaggronden zich voordoet, bedoeld in artikel 81c, zesde of zevende lid, van de wet. 2. De rekenkamer bericht de raad als één van de gronden voor non-actiefstelling zich voordoet bedoeld in artikel 81d, eerste of tweede lid, van de wet. Artikel 5 Taken en bevoegdheden van de rekenkamer 1. De rekenkamer heeft de taken en bevoegdheden zoals geregeld in de wet. 2. De voorzitter: a.
draagt zorg voor het tijdig bijeenroepen van de vergadering van de rekenkamer; b. bevordert de voortgang van de activiteiten zoals opgenomen in het jaarplan van de rekenkamer; c. is budgetverantwoordelijke; d. investeert in de relaties van de rekenkamer met de raad en met andere actoren in de gemeente Oosterhout. Artikel 6 Onderzoeksprotocol 1. De rekenkamer stelt een protocol voor de uitvoering van haar onderzoek vast. 2. De rekenkamer regelt daarin onder andere dat aan onderzochte partijen gelegenheid tot ambtelijk en bestuurlijk wederhoor wordt geboden. 3. De rekenkamer zendt het onderzoeksprotocol naar de raad en naar het college ter informatie.
4. De rekenkamer informeert zich over de ontwikkelingen op het gebied van rekenkameronderzoek en kiest, daar waar dat past, voor vernieuwende onderzoeksmethoden en/of betrokkenheid van organisaties en/of inwoners in de gemeente Oosterhout. Artikel 7 Ondersteuning 1. De griffier staat de rekenkamer bij bij de uitvoering van haar taken. 2. De griffier organiseert in samenspraak met de rekenkamer de ondersteuning van de rekenkamer. Artikel 8 Overleg met de raad 1. De rekenkamer overlegt minstens twee maal per jaar met een afvaardiging van de raad over de werkzaamheden van de rekenkamer. Artikel 9 Werkwijze 1. De rekenkamer regelt de openbaarheid van haar eigen vergaderingen. 2. De rekenkamer stelt elk jaar vóór 1 januari een jaarplan vast en brengt het ter kennis van de raad. De rekenkamer neemt daarbij als uitgangspunt dat de rekenkamer ieder jaar minstens één groot onderzoek uitvoert dat uitmondt in een rapport, of minstens twee kleinere onderzoeken die eventueel in een compactere vorm zoals een rekenkamerbrief aan de raad worden aangeboden. 3. Bij het inventariseren van mogelijke onderwerpen voor onderzoek betrekt de rekenkamer suggesties die door organisaties, inwoners en raadsleden van de gemeente Oosterhout onder de aandacht van de rekenkamer zijn gebracht.
Alvorens een onderwerp te kiezen, gaat de rekenkamer na of het college niet al op basis van artikel 213a van de wet onderzoek uitvoert of gaat uitvoeren naar het betreffende onderwerp. 4. De rekenkamer stelt een onderzoeksopzet vast voor het door de rekenkamer gekozen onderwerp. De rekenkamer informeert de raad en het college over de onderzoeksopzet. 5. De raad legt zijn verzoek ingevolge artikel 182, tweede lid, van de wet vast in een besluit. 6. Over een verzoek als bedoeld in het vijfde lid vindt overleg plaats met de fractievoorzitters. De rekenkamer bericht vervolgens de raad zo snel mogelijk of en op welke wijze aan dat verzoek wordt voldaan. Indien de rekenkamer niet aan het verzoek van de raad voldoet, motiveert zij haar besluit. Artikel 10 Rapportage rekenkamer 1. Voordat de rekenkamer tot vaststelling en openbaarmaking van een rapportage overgaat, stelt zij de onderzochte partijen schriftelijk op de hoogte van het concept. 2. De rekenkamer geeft, indien de raad daarom verzoekt, een toelichting aan de raad over het onderzoek. Artikel 11 Vergoeding 1. De leden ontvangen een maandelijkse vergoeding voor de werkzaamheden, inclusief een tegemoetkoming in de kosten. Daarnaast worden uren onderzoek vergoed. 2. De maandelijkse vergoeding bedraagt voor de voorzitter € 300,- en voor de overige leden € 250,-. 3.
Indien de rekenkamer besluit één of meer van zijn leden onderzoekswerkzaamheden uit te laten voeren, ontvangen deze leden een vergoeding van € 80,- per onderzoeksuur. De leden declareren deze uren per kwartaal via de voorzitter. De declaratie van uren door de voorzitter wordt beurtelings door een lid geaccordeerd. Artikel 12 Budget 1. De rekenkamer is bevoegd, binnen een aan haar door de raad beschikbaar gesteld budget, uitgaven te doen ten behoeve van de uitvoering van haar taken. 2. Ten laste van het in het voorgaande lid bedoelde budget worden de kosten gebracht van: a. De vergoedingen aan de leden; b. Externe deskundigen die door de rekenkamer worden ingeschakeld; c. Ondersteuning, voor zover die niet vanuit de griffie kan worden geboden; d. Eventuele andere uitgaven die de rekenkamer nodig acht voor de uitoefening van haar taak. 3. De rekenkamer verantwoordt de baten en lasten van het vorig begrotingsjaar in het jaarverslag aan de raad, als bedoeld in artikel 185, derde lid, van de wet. 4. Op aanvraag verstrekt de rekenkamer een overzicht van de gedeclareerde uren per lid met daarin het doel, de activiteit en de tijdsbesteding van de onderzoeksuren. Artikel 13 Intrekkingsbepaling
De verordening gemeentelijke rekenkamercommissie 2017, vastgesteld op 18 oktober 2016, wordt ingetrokken. Artikel 14 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na de voorgeschreven bekendmaking. Artikel 15 Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening op de rekenkamer Oosterhout 2021’.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 2 maart 2021, de raad voornoemd,
, voorzitter Signed By: Buijs, M. <mark.buijs@oosterhout.nl> {{Signer1}} 03/03/2021 22:26:18 CET ID: 9a9085fa-d25d-4549-9ca4-36c25612356c Auth: Scribble
, griffier Signed By: Kaarsemaker, E. <e.kaarsemaker@oosterhout.nl> {{Signer2}} 03/03/2021 20:46:19 CET ID: 9a9085fa-d25d-4549-9ca4-36c25612356c Auth: Scribble
RAADSBESLUIT Onderwerp:
Instellen rekenkamer Oosterhout: selectiecommissie
Zaaknummer:
ZN 268904
De raad van de gemeente Oosterhout, gelezen het voorstel van het fractievoorzittersoverleg van 19 januari 2021, BESLUIT: 1. een selectiecommissie in te stellen zoals bedoeld in artikel 3 lid 1 van de Verordening op de rekenkamer gemeente Oosterhout 2021, waarin zitting nemen: 1. mevr. De Wit (VVD) 2. mevr. Broekhoven (GBV) 3. dhr. De Nijs (GB) 4. dhr. Van der Zanden (GroenLinks).
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 2 maart 2021, de raad voornoemd,
, voorzitter Signed By: Buijs, M. <mark.buijs@oosterhout.nl> {{Signer1}} 03/03/2021 22:26:21 CET ID: 9a9085fa-d25d-4549-9ca4-36c25612356c Auth: Scribble
, griffier Signed By: Kaarsemaker, E. <e.kaarsemaker@oosterhout.nl> {{Signer2}} 03/03/2021 20:46:21 CET ID: 9a9085fa-d25d-4549-9ca4-36c25612356c Auth: Scribble
BIJLAGE 3 Toelichting op de vergoedingen Type vergoedingen - Maandbedrag voor werkzaamheden en als tegemoetkoming in de kosten Het maandbedrag is bedoeld als tegemoetkoming voor: o alle kosten zoals: reiskosten bureaukosten, gebruik telefoon/pc/tablet e.d. o alle werkzaamheden die samenhangen met het zijn van een rekenkamerlid zoals: het vergaderen, het volgen van ontwikkelingen in onze gemeente, het volgen van ontwikkelingen op het gebied van rekenkameronderzoek, het oriënteren op onderzoeksonderwerpen, het formuleren van een onderzoeksopzet, het inhuren en begeleiden van een extern bureau (inclusief het als toehoorder bijwonen van interviews), het opstellen van reglementen, jaarplannen en –verslagen, het onderhouden van contacten en het presenteren van de rapporten aan uw raad. - Vergoeding per uur voor onderzoek Voor het zelf uitvoeren van het onderzoek geldt een bijkomende vergoeding in de vorm van een vast bedrag per uur. Hoogte van de bedragen - Voorgesteld wordt: € 300 per maand voor het lid dat als voorzitter is benoemd; € 250 per maand voor de overige leden. Deze maandbedragen zijn, in vergelijking met enkele rekenkamers/ rekenkamercommissies in de regio met een maandbedrag, eerder bescheiden.
Dit past bij het type rekenkamerlid waar wij op hopen: niet gedreven door de vergoeding maar geïnteresseerd in het doen van onderzoek en inhoudelijk gemotiveerd voor het doen van aanbevelingen aan onze gemeente. Ter vergelijking de bedragen bij twee gemeenten in de regio: Rekenkamercommissie Dongen: De leden en voorzitter ontvangen een maandelijkse vergoeding van € 330,26. De vergoeding is all-in, inclusief onkostenvergoeding en reiskosten. Rekenkamercommissie Altena: De vergoeding voor de voorzitter bedraagt € 320 per maand en voor de leden € 285 per maand. De leden ontvangen een reiskostenvergoeding. Diverse gemeenten in de regio kozen voor een bedrag per vergadering. Die bedragen liggen over het algemeen (beduidend) lager dan de nu voorgestelde maandbedragen. Wel zijn deze bedragen moeilijk te vergelijken met de maandbedragen, omdat daarvoor ook informatie nodig is over het aantal vergaderingen dat gemiddeld per maand wordt gehouden. -
De uurvergoeding van € 80 voor het zelf doen van onderzoek ligt in lijn met wat in de regio gebruikelijk is.
-
De bedragen worden niet geïndexeerd.
BIJLAGE 4 Tekst uit de gemeentewet De verordening regelt zaken, aanvullend op dat wat in de gemeentewet is bepaald. Voor een volledig beeld is hierna de tekst uit de wet vermeld. Hoofdstuk IVa. De Rekenkamer Paragraaf 1. De gemeentelijke rekenkamer Artikel 81a 1. De raad kan een rekenkamer instellen. 2. Indien de raad een rekenkamer instelt, zijn de navolgende artikelen van dit hoofdstuk alsmede hoofdstuk XIa van toepassing. 3. Indien de raad geen rekenkamer instelt, is hoofdstuk IVb van toepassing. Artikel 81b De raad stelt het aantal leden van de rekenkamer vast. Artikel 81c 1. De raad benoemt de leden van de rekenkamer voor de duur van zes jaar. 2. Indien de rekenkamer uit twee of meer leden bestaat, benoemt de raad uit de leden de voorzitter. 3. De raad kan plaatsvervangende leden benoemen. Indien de rekenkamer uit één lid bestaat, benoemt de raad in ieder geval een plaatsvervangend lid. Deze paragraaf is op plaatsvervangende leden van overeenkomstige toepassing. 4. De raad kan een lid herbenoemen. 5. Voorafgaand aan de benoemingen, bedoeld in het eerste tot en met het vierde lid, pleegt de raad overleg met de rekenkamer. 6. Een lid van de rekenkamer wordt door de raad ontslagen: a. op eigen verzoek; b. bij de aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het lidmaatschap; c.
indien hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft; d. indien hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surséance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld; e. indien hij naar het oordeel van de raad ernstig nadeel toebrengt aan het in hem gestelde vertrouwen. 7. Een lid van de rekenkamer kan door de raad worden ontslagen: a. indien hij door ziekte of gebreken blijvend ongeschikt is zijn functie te vervullen; b. indien hij handelt in strijd met artikel 81h. Artikel 81d 1. De raad stelt een lid van de rekenkamer op non-activiteit indien: a. hij zich in voorlopige hechtenis bevindt; b. hij bij een nog niet onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft; c. hij onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surséance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld ingevolge een nog niet onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak. 2.
De raad kan een lid van de rekenkamer op non-activiteit stellen, indien tegen hem een gerechtelijk onderzoek ter zake van een misdrijf wordt ingesteld of indien er een ander ernstig vermoeden is van het bestaan van feiten en omstandigheden die tot ontslag, anders dan op gronden vermeld in artikel 81c, zesde lid, onder a, en zevende lid, onder a, zouden kunnen
leiden. 3. De raad beëindigt de non-activiteit zodra de grond voor de maatregel is vervallen, met dien verstande dat in een geval als bedoeld in het tweede lid de non-activiteit in ieder geval eindigt na zes maanden. In dat geval kan de raad de maatregel telkens voor ten hoogste drie maanden verlengen. Artikel 81e Artikel 121 is van overeenkomstige toepassing op de leden van de rekenkamer. Artikel 81f 1. Een lid van de rekenkamer is niet tevens: a. minister; b. staatssecretaris; c. lid van de Raad van State; d. lid van de Algemene Rekenkamer; e. Nationale ombudsman; f. substituut-ombudsman als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman; g. commissaris van de Koningin van de provincie waarin de gemeente waar hij lid van de rekenkamer is, is gelegen; h. gedeputeerde van de provincie waarin de gemeente waar hij lid van de rekenkamer is, is gelegen; i. secretaris van de provincie waarin de gemeente waar hij lid van de rekenkamer is, is gelegen; j. griffier van de provincie waarin de gemeente waar hij lid van de rekenkamer is, is gelegen; k. lid van de raad; l. burgemeester van de betrokken gemeente; m. wethouder van de betrokken gemeente; n. lid van een deelraad van de betrokken gemeente; o. lid van het dagelijks bestuur van een deelgemeente van de betrokken gemeente; p. lid van een commissie van de betrokken gemeente; q.
ambtenaar, door of vanwege het gemeentebestuur aangesteld of daaraan ondergeschikt; r. ambtenaar, door of vanwege het Rijk of de provincie aangesteld, tot wiens taak behoort het verrichten van werkzaamheden in het kader van het toezicht op de gemeente; s. functionaris die krachtens de wet of een algemene maatregel van bestuur het gemeentebestuur van advies dient. 2. In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder q, kan een lid van de rekenkamer tevens zijn: a. ambtenaar van de burgerlijke stand; b. vrijwilliger of ander persoon die uit hoofde van een wettelijke verplichting niet bij wijze van beroep hulpdiensten verricht; c. ambtenaar werkzaam voor een school voor openbaar onderwijs. Artikel 81g Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen, leggen de leden van de rekenkamer in de vergadering van de raad, in handen van de voorzitter, de volgende eed (verklaring en belofte) af: «Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van de rekenkamer benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.
Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de rekenkamer naar eer en geweten zal vervullen. Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!» («Dat verklaar en beloof ik!») Artikel 81h Artikel 152, eerste en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op de leden van de rekenkamer.
Artikel 81i 1. De rekenkamer stelt een reglement van orde voor haar werkzaamheden vast en, indien zij uit twee of meer personen bestaat, tevens voor haar vergaderingen. 2. De rekenkamer zendt het reglement ter kennisneming aan de raad en maakt het bekend op de in artikel 139, tweede lid, bedoelde wijze. Artikel 81j 1. De raad stelt, na overleg met de rekenkamer, de rekenkamer de nodige middelen ter beschikking voor een goede uitoefening van haar werkzaamheden. 2. Op voordracht van de voorzitter of het enige lid van de rekenkamer benoemt het college zoveel ambtenaren van de rekenkamer als nodig zijn voor een goede uitoefening van haar werkzaamheden. 3. De ambtenaren die werkzaamheden verrichten voor de rekenkamer, verrichten niet tevens werkzaamheden voor een ander orgaan van de gemeente. 4. De ambtenaren die werkzaamheden verrichten voor de rekenkamer, zijn ter zake van die werkzaamheden uitsluitend verantwoording schuldig aan de rekenkamer. Artikel 81k De leden van de rekenkamer ontvangen een bij verordening van de raad vastgestelde vergoeding voor hun werkzaamheden en een tegemoetkoming in de kosten. Hoofdstuk XIa. De bevoegdheid van de Rekenkamer Artikel 182 1. De rekenkamer onderzoekt de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur.
Een door de rekenkamer ingesteld onderzoek naar de rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur bevat geen controle van de jaarrekening als bedoeld in artikel 213, tweede lid. 2. Op verzoek van de raad kan de rekenkamer een onderzoek instellen. Artikel 183 1. De rekenkamer is bevoegd alle documenten die berusten bij het gemeentebestuur te onderzoeken voor zover zij dat ter vervulling van haar taak nodig acht. 2. Het gemeentebestuur verstrekt desgevraagd alle inlichtingen die de rekenkamer ter vervulling van haar taak nodig acht. 3. Indien de zorg voor een administratie aan een derde is uitbesteed, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing op de administratie van de betrokken derde dan wel van degene die de administratie in opdracht van die derde voert. Artikel 184 1. De rekenkamer heeft de in de volgende leden vermelde bevoegdheden ten aanzien van de volgende instellingen en over de volgende periode: a. openbare lichamen en gemeenschappelijke organen ingesteld krachtens de Wet gemeenschappelijke regelingen, waaraan de gemeente deelneemt, over de jaren dat de gemeente deelneemt in de regeling; b.
naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid waarvan de gemeente meer dan vijftig procent van het geplaatste aandelenkapitaal houdt, over de jaren dat de gemeente meer dan vijftig procent van het geplaatste aandelenkapitaal houdt; c. andere privaatrechtelijke rechtspersonen waaraan de gemeente of een derde voor rekening en risico van de gemeente rechtstreeks of middellijk een subsidie, lening of garantie heeft verstrekt ten bedrage van ten minste vijftig procent van de baten van deze instelling, over de jaren waarop deze subsidie, lening of garantie betrekking heeft. 2. De rekenkamer is bevoegd bij de betrokken instelling nadere inlichtingen in te winnen over de jaarrekeningen, daarop betrekking hebbende rapporten van hen die deze jaarrekeningen hebben gecontroleerd en overige documenten met betrekking tot die instelling die bij het
gemeentebestuur berusten. Indien een of meer documenten ontbreken, kan de rekenkamer van de betrokken instelling de overlegging daarvan vorderen. 3. De rekenkamer kan, indien de documenten, bedoeld in het tweede lid, daartoe aanleiding geven, bij de betrokken instelling dan wel bij de derde die de administratie in opdracht van de instelling voert, een onderzoek instellen. De rekenkamer stelt de raad en het college van haar voornemen een dergelijk onderzoek in te stellen in kennis. Artikel 185 1. De rekenkamer legt haar bevindingen en haar oordeel vast in rapporten, met dien verstande dat hierin niet worden opgenomen gegevens en bevindingen die naar hun aard vertrouwelijk zijn. 2. De rekenkamer deelt aan de raad, het college en, indien van toepassing, aan de betrokken instelling, de opmerkingen en bedenkingen mee die zij naar aanleiding van haar bevindingen van belang acht. Aan de raad of het college kan zij ter zake voorstellen doen. 3. De rekenkamer stelt elk jaar voor 1 april een verslag op van haar werkzaamheden over het voorgaande jaar. 4. De rekenkamer zendt een afschrift van haar rapporten en haar verslag aan de raad en het college. Indien zij met toepassing van artikel 184 een onderzoek heeft ingesteld, zendt de rekenkamer tevens een afschrift van het rapport aan de betrokken instelling. 5. De rapporten en de verslagen van de rekenkamer zijn openbaar 1 Artikel 12
1. De leden van de raad maken openbaar welke andere functies dan het lidmaatschap van de raad zij vervullen. 2
Artikel 15
1. Een lid van de raad mag niet: a. als advocaat, procureur of adviseur in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de gemeente of het gemeentebestuur dan wel ten behoeve van de wederpartij van de gemeente of het gemeentebestuur; b. als gemachtigde in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de wederpartij van de gemeente of het gemeentebestuur; c. als vertegenwoordiger of adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het met de gemeente aangaan van: 1e. overeenkomsten als bedoeld in onderdeel d; 2e. overeenkomsten tot het leveren van onroerende zaken aan de gemeente; d. rechtstreeks of middellijk een overeenkomst aangaan betreffende: 1e. het aannemen van werk ten behoeve van de gemeente; 2e. het buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de gemeente; 3e. het leveren van roerende zaken anders dan om niet aan de gemeente; 4e. het verhuren van roerende zaken aan de gemeente; 5e. het verwerven van betwiste vorderingen ten laste van de gemeente; 6e. het van de gemeente onderhands verwerven van onroerende zaken of beperkte rechten waaraan deze zijn onderworpen; 7e. het onderhands huren of pachten van de gemeente. 2.
Van het eerste lid, aanhef en onder d, kunnen gedeputeerde staten ontheffing verlenen.