Raadsvoorstel Verklaring van geen bedenkingen Windpark_A59 (1000976)
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL Datum raadsvergadering Zaaknummer raadsvoorstel Portefeuillehouder
4 april 2023 1000976 Beenhakker
Onderwerp Verklaring van Geen Bedenkingen Windpark A59
Voorgesteld besluit 1. De nota van zienswijzen vast te stellen, met daarin de beantwoording van de zienswijzen die zijn ingediend over de ontwerp vergunningaanvraag en de ontwerpverklaring van geen bedenkingen voor het Windpark A59; 2. Een Verklaring van Geen Bedenkingen, als bedoeld in artikel 2.27 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), af te geven voor het verlenen van een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 2.12 lid 1 onder a, sub 3 van die wet, ten behoeve van de realisatie en in gebruik name van het Windpark A59 in de Oranjepolder. Samenvatting Op 15 december 2020 heeft Eneco een aanvraag omgevingsvergunning ingediend voor de realisatie van een windpark met 2 windmolens in de Oranjepolder. De raad heeft op 30 maart 2021 een ontwerp verklaring van geen bedenkingen afgegeven voor de omgevingsvergunning voor deze twee windmolens. De raad heeft daarbij o.a. gevraagd onderzoek te doen naar een hogere sociale en financiële participatie. Op 13 juli 2021 heeft het toenmalige college van B&W besloten de pauzeknop in te drukken voor de vergunningprocedure van het project Windpark A59. De aanleiding daarvan was de uitspraak van de Raad van State over de bestaande normen voor windturbines.
In het Bestuursakkoord 2022-2026 is opgenomen dat de coalitie afziet van de bouw van twee windmolens in de Oranjepolder langs de A59 om nog langere onzekerheid voor de omgeving te voorkomen. Op 16 mei 2022 heeft het kabinet de Tweede Kamer geïnformeerd dat de reikwijdte van de windturbinebepalingen van het Activiteitenbesluit milieubeheer wordt beperkt tot één of twee afzonderlijke windturbines. Dit betekent dat voor de vergunningprocedure voor het Windpark A59 de bestaande normen voor o.a. geluid en slagschaduw uit het Activiteitenbesluit moeten worden gehanteerd. Met de brief van het Rijk van 16 mei 2022 ontstaat een nieuwe situatie. Het project Windpark A59 voldoet, zoals ook in de eerdere besluitvormingsronde bij de ontwerp Verklaring van Geen Bedenkingen vastgesteld, aan de bestaande wettelijke normen. Ook de 37 ingediende zienswijzen en aanvullend onderzoek door TNO geven geen aanleiding om op deze conclusie terug te komen. De zienswijzen vormen geen aanleiding voor aanpassing van het project en/of het afwijzen van de vergunningaanvraag. Er is sprake van een goede ruimtelijke ordening. Met de twee windmolens blijft er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor omwonenden. Wel worden de vergunningsvoorwaarden aangescherpt door het: -
toevoegen van afspraken over hoe het gebied na 25 jaar wordt teruggebracht in de huidige staat; aanscherpen van de norm voor slagschaduw (maximaal 30 minuten per jaar i.p.v. 6 uur);
-
toevoegen dat verlichting op de windturbines wordt aangebracht met de best beschikbare techniek.
Met Eneco is daarnaast overeengekomen de bijdrage aan het duurzaamheidsfonds te verdubbelen van 0,50 euro naar € 1 euro per opgewekt MWh. Daarmee komt Eneco tegemoet aan het amendement van de raad bij de ontwerp Verklaring van Geen Bedenkingen. Aanleiding Op 15 december 2020 heeft Eneco een aanvraag omgevingsvergunning ingediend voor de realisatie van een windpark met 2 windmolens in de Oranjepolder. De ontwerp Verklaring van Geen Bedenkingen (VvGB) is samen met het ontwerpbesluit van de omgevingsvergunning 6 weken ter inzage gelegd 14 april tot en met 26 mei 2021. In totaal zijn 37 zienswijzen ingediend. Deze zijn van een beantwoording voorzien. Bij de behandeling van de ontwerp Verklaring van Geen Bedenkingen op 30 maart 2021 heeft de gemeenteraad een motie en een amendement aangenomen. Daarin wordt het college verzocht: Onafhankelijk onderzoek te laten doen naar de verhouding participatiegelden in het duurzaamheidsfonds en groenfonds in relatie tot de opbrengsten van Eneco (amendement). Dit onderzoek is uitgevoerd door Topwind B.V. Onafhankelijk onderzoek te laten plaatsvinden naar de uitwerking van de laagfrequente geluidsgolven van windturbines met tiphoogte 235 m op de gezondheid van omwonenden (motie). Dit onderzoek is uitgevoerd door TNO.
Kader Uitspraak Raad van State/Nevele-Arrest Bij uitspraak van 30 juni 2021 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (RvS) geoordeeld dat de bepalingen uit de paragrafen 3.2.3 Activiteitenbesluit milieubeheer en 3.2.3 Activiteitenregeling milieubeheer over windturbineparken in strijd zijn met het Europese Unierecht. Voor deze “windturbinebepalingen” geldt volgens de RvS de verplichting voor het rijk om een planMER te verrichten op grond van de SMB-richtlijn. Dat was echter (nog) niet gebeurd. De verwachting was dat het opstellen van de benodigde onderzoeken ongeveer anderhalf tot twee jaar in beslag zal nemen. Het zou dus nog enkele jaren duren voordat nieuwe normen wettelijk worden vastgelegd. Pauzeknop De uitspraak van de RvS is voor het toenmalige college aanleiding geweest om de ‘pauzeknop’ in te drukken op 13 juli 2021. Het college vond dat zorgvuldigheid voor snelheid van de vergunningprocedure ging. Besloten werd af te wachten hoe de Rijksoverheid om zou gaan met deze uitspraak. In het coalitieakkoord van het nieuwe kabinet Rutte IV is aangegeven dat werk gemaakt zou worden van afstandsnormen voor de bouw van windmolens op land. Dat maakte dat het college de pauzeknop ingedrukt hield. Brief Staatssecretaris van I&W Op 16 mei 2022 heeft de staatssecretaris van I&W een brief aan de Tweede Kamer gestuurd met als titel ‘structuurvisie wind op land’.
Hiermee informeert zij de Kamer over de wijzigings-AMvB die inmiddels is vastgesteld en op 13 mei 2022 is gepubliceerd. Hierin staat: ‘In de wijzigings-AMvB wordt de reikwijdte van de windturbinebepalingen van het Activiteitenbesluit milieubeheer beperkt tot één of twee afzonderlijke windturbines. Ook de overeenkomstige regels in de Omgevingswet (in het Besluit activiteiten leefomgeving en het Besluit kwaliteit leefomgeving) worden beperkt tot één of twee afzonderlijke windturbines. Deze bepalingen gelden niet meer voor windturbineparken (drie of meer windturbines). De regelgeving is daarmee aangepast aan de uitspraak van de RvS Afdeling bestuursrechtspraak van 30 juni 2021. Een overbruggingsregeling gaat vanaf 1 juli 2022 gelden voor nieuwe windparken (3 of meer windmolens).’ Hiermee biedt het Rijk duidelijkheid over de toe te passen normen voor het project Windpark A59. Immers dat project omvat maar 2 windmolens en daarvoor blijven de bestaande normen in het
Activiteitenbesluit dus van kracht. Bij beoordeling of sprake is van een goede ruimtelijke ordening is de gemeente Oosterhout dan ook verplicht de vergunningaanvraag aan deze normen te toetsen. Wat willen we bereiken? Het Energiepark langs de A59 draagt bij aan de duurzame lokale stroomvoorziening, naast zon op bedrijfsdaken en op woningen. De ambitie is om in 2030 de CO2-uitstoot met 49% terug te brengen. In 2050 moet de gemeente energieneutraal zijn. Daartoe willen we in 2030 192 GWh duurzaam opgewekte energie hebben. Het Windpark A59 levert met 30 GWh een forse bijdrage daaraan. Argumenten en kanttekeningen bij het voorgestelde besluit Bestuursakkoord 2022-2024 In het bestuursakkoord staat opgenomen af te zien van de windmolens. De in het kader genoemde brief van de Staatssecretaris van I&W kwam op een moment dat de onderhandelingen over het bestuursakkoord al nagenoeg waren afgerond. De inhoud van deze brief heeft de onderhandelingstafel niet bereikt. Het Bestuursakkoord 2022-2026 is op 31 mei ondertekend. Het voornemen uit het Bestuursakkoord om de vergunningaanvraag voor het Windpark A59 af te wijzen, is voor het college een opdracht die te onderbouwen met een argumentatie die daarop ziet. De gemeente kan de vergunningaanvraag alleen weigeren als deze niet voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Met de brief van het Rijk van 16 mei 2022 ontstaat een nieuwe situatie.
Het project Windpark A59 voldoet, zoals ook in de eerdere besluitvormingsronde bij de ontwerp Verklaring van Geen Bedenkingen vastgesteld, aan de bestaande wettelijke normen. Ook de 37 ingediende zienswijzen en aanvullend onderzoek door TNO geven geen aanleiding om op deze conclusie terug te komen. Op 20 september 2022 heeft de ontwikkelaar Eneco een brief aan het college van B&W gestuurd met het dringende verzoek de vergunningprocedure voor het Windpark A59 spoedig voort te zetten. Onder meer in verband met het investeringsbesluit project Zonnepark A59 en de volgende aanbetaling voor de netaansluiting bij Enexis. Extern juridisch advies AKD Het college heeft omwille van de zorgvuldigheid extern juridisch advies ingewonnen bij advocatenkantoor AKD om te bepalen of de vergunningaanvraag afgewezen kan worden. Uit dit advies blijkt dat er geen ruimtelijke relevante redenen zijn de vergunning niet te verlenen (bijlage 2). De aanvraag samen met de ruimtelijke onderbouwing voldoet voor de activiteit ‘afwijken van het bestemmingsplan’, zodat op dit punt ingestemd kan worden. Tijdlijn De tijdlijn van de vergunningprocedure en belangrijke besluitvormingsmomenten zijn hieronder weergegeven in figuur 1. Besluitvormingsmoment
Datum
Gevolg
Windbod aan Provincie NoordBrabant
2012
Toekomstvisie 2030
2018
Routekaart energietransitie 2019-2022
2019
Oosterhout committeert zich aan 2 windmolens in de Oranjepolder als onderdeel van landelijk programma ‘Wind op Land’ Het voornemen wordt hierin uitgesproken om van 10 windturbines in de Oranjepolder en 5 op Vijf Eiken te plaatsen. Op een van de Oosterhoutse bedrijventerreinen worden er nog eens 5 geplaatst. Met de routekaart wordt beleid voor duurzaam opgewekte energie vastgesteld. Onderdeel daarvan zijn 3 tot 4 windturbines plaatsen langs
de A59 (Oranjepolder). De windturbines hebben een tiphoogte van 235 meter. Akkoord op principeverzoek Windpark A59
2020 (september)
Vergunningaanvraag Windpark A59
2020 (december)
Vaststelling RES 1.0
2021 (maart)
Vaststelling Ontwerp Verklaring van Geen Bedenkingen
2021 (maart)
College van B&W akkoord met ontwerpvergunning en ter inzagelegging
2021 (april)
College van B&W drukt op de ‘pauzeknop’
2021 (juli)
Rijksbeleid windnormen aangepast
2022 (mei)
Presentatie bestuursakkoord 2022-2026
2022 (mei)
Het college van B&W gaat akkoord met het principeverzoek van Eneco voor het realiseren van Windpark A59. Op grond van de uitgesproken zorgen door de omgeving tijdens de inspraakprocedure en omgevingsdialoog, verzoekt het college wel het project aan te passen van 3 naar 2 windmolens. Hiermee geeft het college toestemming de vergunningaanvraag in te dienen. Eneco dient de vergunningaanvraag in. Vanaf dit moment kan de vergunning (en de Verklaring van Geen Bedenkingen) enkel geweigerd worden op ruimtelijk relevante gronden. De raad stelt de regionale energiestrategie 1.0 vast. Hiermee committeert Oosterhout zich aan 192 GWh duurzaam opgewekte energie in 2030, waarvan 90 GWh windenergie en 2 nieuwe windmolens in de Oranjepolder. Op voorstel van het college stelt de gemeenteraad de Ontwerp Verklaring van Geen bedenkingen vast (inclusief amendement op participatie en motie voor extra onderzoek naar geluid). De vergunningaanvraag is getoetst. Er is geen strijdigheid met een goede ruimtelijke ordening. De ontwerpvergunning wordt gepubliceerd en ter inzage gelegd. Hierop komen 37 zienswijzen binnen, van zowel individuele inwoners, als belangengroepen en maatschappelijke organisaties en 2 buurgemeenten. De vergunningprocedure voor het Windpark A59 wordt stil gelegd naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State over de bestaande windnormen (i.r.t. het Nevele-arrest).
Het college wil eerst duidelijkheid over de te hanteren normen voor windmolens. De beantwoording van de zienswijzen wordt niet afgerond. De Staatssecretaris van het ministerie van I&W stelt vast dat bestaande normen uit Activiteitenbesluit blijven geldig voor 1 of 2 windmolens. Voor nieuwe windparken met 3 of meer turbines wordt een tijdelijke regeling ingesteld. Hiermee wordt de voor het college benodigde duidelijkheid over de te hanteren normen voor windmolens vanuit het Rijk gegeven. In het bestuursakkoord 2022-2026 wordt het voornemen opgenomen om af te zien van de windturbines in de Oranjepolder. Dit voornemen blijkt niet uitvoerbaar, omdat er geen ruimtelijk relevante redenen zijn om de vergunning te weigeren.
Ingediende zienswijzen De ingediende zienswijzen zijn in de bijgevoegde ‘notitie zienswijzen’ (bijlage 1) van een beantwoording voorzien. De ingediende zienswijzen behandelen een breed scala aan onderwerpen, van het doorlopen proces tot gezondheid en natuur. Omdat de verschillende onderwerpen, zoals geluid, gezondheid, etc. vaker terugkeren in de individuele zienswijzen, is er gekozen voor een behandeling per onderwerp en deze van een conclusie voorzien. Alle zienswijzen zijn daarnaast samengevat en integraal beoordeeld (zie hoofdstuk 4 ‘notitie zienswijzen’). Specifieke zienswijzen of onderwerpen zijn waar nodig van een individuele reactie voorzien. De argumenten en zienswijzen die zijn ingebracht vormen geen reden om de vergunningaanvraag af te wijzen of het project aan te (laten) passen. Wel leiden enkele zienswijzen ertoe dat de vergunning op een aantal punten wordt aangescherpt. Dit betreft: - Het opnemen van de afspraken in de vergunning (naast in de anterieure overeenkomst) over hoe de windturbines en het gebied daaromheen na 25 jaar weer wordt teruggebracht in de huidige staat. - De norm voor slagschaduw wordt aangescherpt tot maximaal 30 minuten per jaar (i.p.v.
6 uur conform landelijke richtlijn) - Het opnemen in de vergunning dat de verlichting op de windturbines moet worden aangebracht met de best beschikbare techniek (minste kans op hinder) op het moment van realisatie. Sinds de ter inzagelegging van de vergunningaanvraag en ruimtelijke onderbouwing in het voorjaar van 2021 zijn er veel ontwikkelingen geweest. Eneco heeft de ruimtelijke onderbouwing waar nodig van een update voorzien van de laatste stand van zaken, zoals de situatie rondom het zonnepark A59, reeds verleende vergunningen door andere overheidspartijen als provincie en RWS, en de gevolgen van de uitspraken van de Raad van State over stikstof (Aerius-berekeningen). Deze update heeft geen inhoudelijke gevolgen voor de vergunningaanvraag. Windpark A59 is onderdeel van vastgesteld beleid De verplichting die we als gemeente Oosterhout zijn aangegaan om in 2030 de helft van onze energie duurzaam opgewekt te hebben komt voort uit landelijke en regionale afspraken (RES 1.0) en onze eigen vastgestelde duurzaamheidsambities (Ambitienota Energietransitie 2030 en Routekaart Energietransitie 2019-2022). Een mix van wind en zon is noodzakelijk om onder verschillende weersomstandigheden een gegarandeerde opwek te hebben. Dit is ook van belang voor een goede balans op het elektriciteitsnetwerk.
Deze mix aan bronnen wordt door netbeheerders ook als essentieel gezien om overbelasting van het net te voorkomen en een constante leveringszekerheid te garanderen. Het is niet realistisch te veronderstellen dat we onze duurzaamheidsambities alleen met zonenergie kunnen realiseren. Mede omdat windenergie zeer efficiënt is in vergelijking met zon en veel minder ruimte vraagt. De gemeente Oosterhout heeft deze locatie in de Oranjepolder (in 2011) aangewezen als mogelijke locatie om windmolens te realiseren, omdat deze locatie aansluit bij grootschalige infrastructuren zoals de snelweg en bedrijventerrein Weststad en de daar al gerealiseerde windmolens. Daarover zijn afspraken gemaakt met de provincie Noord-Brabant. Alternatieve locaties zijn niet geschikt bevonden. Geluid Geconcludeerd wordt dat ruimschoots wordt voldaan aan de ruimtelijk aanvaardbare geluidsnormen. Er is geen sprake van gevoelige objecten (woningen, etc.) binnen de 47 (dag) of 41 (nacht) dB contour (zie rode lijn in figuur 1. Dit betreft het worst case-scenario. Dus in de praktijk zal deze contour kleiner zijn.
Figuur 1 geluidscontour 47 dB Het geluid van de windmolens dat waarneembaar is op de gevels van woningen of objecten in Dommelbergen, Raamsdonksveer en op de Kloosterhoeve zal dus veel lager zijn dan die 47 dB1 door de relatief grote afstand tot de windmolens en de toetspunten (geluidsgevoelige objecten). Ook zal het geluid van de windmolens grotendeels wegvallen in het (veel luidere) omgevingsgeluid van de snelweg A59, Industrieterrein Weststad en (specifiek voor de Kloosterhoeve) de toekomstige wegaansluiting A59-Oosterhout-Raamsdonksveer. Het dichtstbijzijnde toetspunt met de hoogste belasting van de nieuwe windmolens is een woning die staat op het geluidsgezoneerde industrieterrein Weststad. Hiervan heeft de gemeenteraad van Oosterhout eerder bepaald dat er geen beperkingen zijn voor de geluidsbelasting van industriegeluid. De berekende geluidsbelasting van industrielawaai op deze woning is dan ook hoog (58 dB). Incidenteel kunnen windmolens kortstondig hoorbaar zijn, afhankelijk van windrichting en windsnelheid. De incidenteel en kortstondige ervaren hinder die hiermee mogelijk ontstaat, wordt door het college als aanvaardbaar beoordeeld. Laagfrequent geluid Geconcludeerd is bij de beoordeling van de Omgevingsvergunningaanvraag dat het laagfrequent geluid dat wordt geproduceerd door de beoogde windmolens geen risico voor de volksgezondheid oplevert.
De wettelijke norm Lden 47 dB en Lnight 41 dB biedt voldoende bescherming tegen laagfrequent geluid van windturbines. De berekende contour laat zien dat er een dusdanige afstand tot geluidsgevoelige objecten is dat het geluid van de windmolens niet tot (structurele) hinder zal leiden. Op verzoek van uw raad is een second opinion uitgevoerd door TNO op het onderdeel laagfrequent geluid (bijlage bij de ‘notitie zienswijzen’). Ook TNO concludeert dat er (momenteel) geen bewijs is dat de huidige grenswaarden voor windturbinegeluid onvoldoende bescherming bieden tegen laagfrequent geluid. TNO stelt dat de in de ruimtelijke onderbouwing gebruikte wetenschappelijke literatuur (o.a. RIVM) inderdaad kan worden beschouwd als een onderbouwing van de stelling dat de genoemde normen voldoende bescherming bieden. Daarnaast heeft TNO een extra toets uitgevoerd op laagfrequent geluid op de 14 toetspunten uit de ruimtelijke onderbouwing volgens twee in Nederland gangbare, maar niet wettelijk vastgelegde methodes: de methode van de NSG (Nederlandse Stichting Geluidshinder) en de methode van Vercammen. De NSG geeft een frequentie-afhankelijk geluidniveau (de NSG-curve) waarboven het laagfrequente geluid hoorbaar is. De tweede methode werkt met de Vercammen-curve, die het niveau aangeeft waarbij een bepaalde kans op hinder (volgens Vercammen 3 tot 10%) door laagfrequent geluid optreedt.
1
47 dB is vergelijkbaar met geluidniveau van een normaal gesprek.
Voor de vergelijking tussen de resultaten van de berekeningen en de bovengenoemde curves beschouwt TNO zowel de huidige als de toekomstige situatie. Op vijf van de veertien toetspunten is er in de bestaande situatie al een overschrijding van de NSG-curve en op één van deze vijf punten is er een overschrijding van de Vercammen-curve. Dit betreft een bedrijfswoning op een gezoneerd industrieterrein. Hiervoor gelden andere geluidsnormen. In de toekomstige situatie, met de twee extra windmolens, is er (vanzelfsprekend) op dezelfde vijf punten een overschrijding van de NSG-curve. Door de plaatsing van de twee windmolens komen er drie punten met een overschrijding van de NSG-curve bij (totaal 8). Dit betekent dat laagfrequent geluid hoorbaar kan zijn. De toekomstige situatie leidt niet tot overschrijdingen van de Vercammencurve op andere punten dan het punt waar in de bestaande situatie al een overschrijding is. Er zijn dus geen andere punten waar (structureel) hinder op zal treden als gevolg van laagfrequent geluid. Er zijn daarmee geen redenen om aan te nemen dat de beoogde twee extra windturbines in de Oranjepolder een dusdanige extra geluidsbelasting opleveren ten opzichte van de bestaande geluidsbronnen (wegen en industrieterreinen) dat deze windmolens tot gezondheidsproblemen zullen leiden.
Incidenteel kunnen de windmolens wel hoorbaar zijn, maar de hinder die de omgeving hier mogelijk door ervaart is kortdurend en beperkt. Met de komst van het Windpark A59 blijft dus sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor de omgeving. Ten aanzien van de Kloosterhoeve wordt dezelfde conclusie getrokken. Deze locatie is één van de locaties waar met de twee extra windmolens de NSG-curve wordt overschreden. Dus er kan op sommige momenten ook laagfrequent geluid hoorbaar zijn. De Vercammen-curve wordt niet overschreden, dus dit leidt niet tot (structurele) hinder. Het geluid van de windmolens zal grotendeels wegvallen in het (veel luidere) omgevingsgeluid van de snelweg A59, Industrieterrein Weststad en ook de toekomstige wegaansluiting A59-Oosterhout-Raamsdonksveer. Visuele hinder en ruimtelijke kwaliteit Er is geen sprake van onaanvaardbare visuele hinder door slagschaduw of verlichting. Eneco heeft toegezegd de slagschaduw te reduceren tot maximaal een half uur per jaar (ruim onder de wettelijke norm van circa 6 uur per jaar). Ten aanzien van de verlichting zal op het moment van bouwen de best beschikbare techniek worden gebruikt om mogelijke hinder door verlichting te beperken tot een minimum. Hiertoe wordt door Eneco een verlichtingsplan opgesteld dat moet worden goedgekeurd door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILenT).
De windturbines voegen door hun grote maat en schaal in vergelijking met andere objecten een nieuwe laag toe aan het landschap. Door hun grote afmetingen ontstijgen moderne windturbines de schaal van andere landschapselementen, dat is iets wat niet te ontkennen valt. De windturbines tasten ter plaatse aanwezige landschappelijke structuren in het plangebied niet direct aan. De realisatie van twee windturbines in Windpark A59 zijn landschappelijk aanvaardbaar en inpasbaar, gezien de ruimtelijke clustering met bestaande windturbines op Weststad, bundeling met grootschalig bedrijventerrein en nabij grootschalige infrastructuur. Natuur Op basis van de uitgevoerde Natuurtoets wordt geconcludeerd dat geen sprake is van significante aantasting van de natuur(waarden) van het gebied door de komst van de windmolens. Er is daarom sprake van een goede ruimtelijke ordening. Tevens is de benodigde ontheffing Wet natuurbescherming op 10 augustus 2021 door de provincie Noord-Brabant verleend. Inspraak en participatie Inspraak In de ‘notitie zienswijzen’ is uitgebreid beschreven op welke wijze de omgeving is betrokken in het vergunningproces. Naast het ter inzage leggen van de ontwerp vergunning zijn vanaf april 2021
diverse gesprekken gevoerd met o.a. de belangengroep Oranjepolder, de directie Kloosterhoeve, de gemeente Geertruidenberg, overige omwonenden en de Wijkraad Geertruidenberg. Ook is ondersteuning vanuit de gemeente gefaciliteerd voor de belangengroep Oranjepolder bij het indienen van een zienswijze. En er is een (digitaal) vragenuur georganiseerd waarin iedereen zijn vragen kon stellen en antwoord kon krijgen. De antwoorden zijn, zoals alle informatie en communicatie over het project, ook terug te vinden op de projectwebsite www.energieparkA59.nl. Participatie Voor de invulling van het lokaal eigenaarschap waren al de volgende afspraken gemaakt met Eneco: • Een bijdrage aan het duurzaamheidsfonds van de gemeente Oosterhout van €0,50 per opgewekt MWh (€ 500 per GWh). Dit fonds wordt ingezet om duurzame projecten te kunnen stimuleren. Een voorstel voor dit fonds is voorzien in 2023. Daartoe stellen we een werkgroep in met inwoners van Oosterhout en stakeholders zoals Oosterhout Nieuwe Energie. Een voorstel wordt nog voor besluitvorming aan uw raad voorgelegd. • Een bijdrage van circa €100.000 euro (€10.000 per opgesteld MW vermogen, 2 windmolens van 5 MW) aan het Groenfonds van de gemeente. Hiermee geeft Eneco invulling aan de provinciale eis van kwaliteitsverbetering van het landschap.
Het is aan de gemeente een invulling te geven aan deze kwaliteitsverbetering rondom het projectgebied of elders in de gemeente Oosterhout. • Eneco zal zich aantoonbaar inspannen om de geproduceerde energie geheel of gedeeltelijk te leveren aan lokale (groot)afnemers, zoals ondernemers. • Eneco zal zich voor aanleg en beheer aantoonbaar inspannen om lokale bedrijven, en waar mogelijk ook mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, via SROI (Social Return On Invest) te betrekken. • Er is een directe uitkering van planschade overeengekomen met Eneco voor iedereen die daar wettelijk gezien recht op heeft. Eneco laat een ‘Planschade analyse’ uitvoeren conform de wettelijke systematiek. Eneco zal uiterlijk binnen 3 maanden na het onherroepelijk worden van de vergunning contact opnemen met rechthebbenden en een aanbod doen voor een tegemoetkoming in de planschade. Onderzoek Topwind B.V. verhouding opbrengst Windpark A59 en participatie Het college heeft Topwind B.V. de opdracht gegeven de verhouding participatiegelden tot de opbrengsten van Eneco te onderzoeken. Topwind heeft 2 scenario’s onderzocht om inzicht te geven in de gevolgen van alle variabelen die een rol spelen bij een dergelijke businesscase berekening. Het rapport is als bijlage 3 bijgevoegd. Het betreft een businesscase berekening op basis van (onderbouwde) aannames en variabelen.
Een belangrijke factor voor het te behalen rendement is de windopbrengst, maar ook zaken als grondstofprijzen voor de bouw van de windturbines en energieprijzen zijn een belangrijke factor voor het rendement. De Taakgroep Financiering Klimaatakkoord stelt dat, afhankelijk van de mate van invloed van marktrisico, een rendement van 6-8% c.q. 8-10% een marktconforme vergoeding voor kapitaal is. In de beide doorgerekende scenario’s blijkt het behaalde rendement marktconform. Dit rendement is voor bedrijven nodig om ook in de toekomst risicovolle ontwikkelingen mogelijk te maken. Immers, lang niet alle investeringen komen uiteindelijk tot een gewenst rendement. De verhouding opbrengsten Eneco en financiële participatie (bijdrage Groenfonds en Duurzaamheidsfonds) ligt afhankelijk van het scenario en de looptijd tussen 5% en 30%. Dit percentage vloeit dus terug naar de omgeving en is nog exclusief de bijdrage in de plankosten, de legesvergoeding en jaarlijkse OZB. Eneco voldoet met deze bijdragen aan het Groen- en Duurzaamheidsfonds aan de provinciale regelgeving voor kwaliteitsverbetering landschap en de gedragscode ‘Wind op land’. Eneco voldoet hiermee tevens aan de gemaakte afspraken met het college wat betreft sociale en financiële participatie bij de goedkeuring van het principeverzoek en het laten vervallen van de 3e windmolen.
Situatie na pauzeknop Sinds de pauzeknop is ingedrukt in juli 2021 is er veel gebeurd in de wereld. Dit heeft geleid tot stijgende energieprijzen en hoge inflatie. Navraag bij Topwind B.V. over de gevolgen van de huidige
elektriciteitsmarkt voor de businesscase leert dat de hoge elektriciteitsprijzen een flinke impact hebben op de businesscase. Op dit moment meer dan de gestegen bouwkosten als gevolg van de inflatie. Maar de onzekerheid over de elektriciteitsprijzen op de middellange termijn is erg hoog. De hoge elektriciteitsprijzen zullen komende jaren daarnaast invloed hebben op de hoogte van de SDEsubsidie die jaarlijks wordt vastgesteld. Al met al biedt de businesscase waarschijnlijk wel enige ruimte, maar zijn de risico’s voor de ontwikkelaar door de onzekerheden groot. Het college is het gesprek aangegaan met Eneco over de ontstane situatie. En over de wens vanuit de gemeenteraad om meer invulling te geven aan participatie door de omgeving. Naar aanleiding hiervan heeft Eneco ingestemd met het vergroten van de participatiemogelijkheid door de bijdrage aan het duurzaamheidfonds te verdubbelen van €0,50 naar €1 euro per opgewekte MWh. Een tweede optie die is besproken is om aan omwonenden de mogelijkheid te bieden te investeren in het park met obligaties (in dit geval blijft de bijdrage aan het duurzaamheidsfonds wel € 0,50). Er is niet gekozen voor deze vorm van participatie, omdat uit de omgevingsdialoog destijds bleek dat er weinig interesse was in deze vorm van participatie. Ook profiteert vooral het welgestelde deel van de bevolking van deze participatievorm.
Mocht de raad dit wensen, dan is Eneco bereid ook op een later moment de tweede optie voor obligaties alsnog uit te werken. Alternatieve oplossingsrichting(en) De keuze voor windenergie op deze locatie is vastgelegd in o.a. de Toekomstvisie 2030, Ambities Energietransitie 2030 en Routekaart Energietransitie 2019-2022. Aan het halen van onze duurzaamheidsdoelstellingen die we hebben op het gebied van energietransitie, en de afspraken die we daarover in regionaal verband in de RES hebben gemaakt, draagt het Windpark A59 in belangrijke mate bij. In Oosterhout zijn er, mede als gevolg van beperkingen door mogelijke radarverstoringen voor vliegverkeer en wet- en regelgeving, geen andere locaties beschikbaar om een windpark te realiseren. Na de realisatie van de twee windturbines in de Oranjepolder en het repoweren van de bestaande windmolens op Weststad voldoet Oosterhout aan de opgave voor windenergie zoals opgenomen in de RES. Gezien de huidige beperkingen zijn daarmee alle mogelijkheden voor grootschalige windenergie benut. Naast zon- en windenergie zijn geen andere alternatieven voorhanden om de ambities voor en gemaakte afspraken over duurzame opwekking van elektriciteit voor de gehele gemeente in te vullen. Waterstof is geen vervanger van elektriciteit en kernenergie is een landelijk vraagstuk.
De combinatie van wind- en zon is ook zeer wenselijk omdat de zon lang niet altijd schijnt en de wind niet altijd waait. Windmolens zijn daarnaast vele malen effectiever dan zonneparken en verbruiken daarnaast veel minder (agrarische) gronden. Ook de netbeheerder Enexis is voorstander van deze combinatie in verband met het voorkomen van piekbelastingen van het elektriciteitsnet. Indien de raad de Verklaring van Geen Bedenkingen weigert, zal het college de vergunning voor het windpark ook moeten weigeren. Eneco kan een weigering van de vergunning juridisch aanvechten. Zoals uit het eerder genoemde advies van AKD blijkt staat Eneco dan zeer sterk. De verwachting is dat de vergunning dan alsnog uiteindelijk verleend moet worden. Het betekent daarnaast een langdurig en kostbaar juridisch proces (inzet ambtelijke capaciteit en inhuur extern juridisch advies), met mogelijk ook forse financiële consequenties in de vorm van schadeclaims. Financiën De gemeente heeft kosten aan ambtelijke inzet, communicatie en proces (o.a. organisatie van webinar, website, etc.). Deze kosten worden gedekt uit de inkomsten van het project in de vorm van een bijdrage in de plankosten en de leges. Tevens ontvangt de gemeente jaarlijks OZB-inkomsten.
Vervolg Na instemming door uw raad op de Verklaring van Geen Bedenkingen kan het college de herroepelijke vergunning afgeven. Belanghebbenden kunnen vervolgens tegen deze vergunning bezwaar maken bij de Raad van State.
Oosterhout 13 december 2022, Burgemeester en wethouders.
Bijlage(n) 1 Notitie zienswijzen Windpark A59 en bijbehorende bijlagen 2 AKD advies 3 Onderzoek businesscase TopWind B.V.