Raadsvoorstel Veranderopgave Inburgering
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL Datum raadsvergadering Zaaknummer raadsvoorstel Portefeuillehouder
20 juli 2021 ZN290733 Marcel Willemsen
Onderwerp
Veranderopgave Inburgering beleidskader
Voorgesteld besluit 1. De bestuursopdracht Veranderopgave Inburgering ‘Verkenning Samen Inburgeren’ vast te stellen en daarbij de volgende kaders te hanteren: a. De inwoner staat centraal – de situatie en wensen van de inburgeraar als vertrekpunt nemen; b. Maatwerk – het aanbod afstemmen op startniveau, interesses en leerbaarheid van de statushouder; c. Ondertussen-groep doet mee – de huidige inburgeraars die onder de ‘oude’ wet vallen zo veel mogelijk mee laten doen in het nieuwe stelsel; d. Evenwichtige mix van aanbieders – streven naar een mix van aanbieders die lokaal en regionaal georiënteerd zijn, en gericht zijn op zowel taal als werk; e. Handhaving uit vertrouwen – handhaving beperken tot de wettelijk bepaalde minimale toets momenten, en inzetten op persoonlijke aandacht en nabijheid; f. Lokaal, tenzij – uitvoering waar mogelijk lokaal inrichten, specifieke onderdelen van het aanbod regionaal inkopen, en processen zo veel mogelijk regionaal om samenwerking te stimuleren; g. Evoluerende samenwerkingsvorm - de bestuursopdracht fungeert als formele samenwerkingsovereenkomst tot 1 januari 2022; h. Harmonisering budgettaire kaders en sturing – creatieve middelen zoeken om de doelen te bereiken met de beschikbare middelen. 2. De regionale doelstellingen van het beleidskader (voor 1 januari 2022) aan te vullen met lokale doelstellingen.
Samenvatting Per juli 2021 gaat de nieuwe Wet Inburgering in. De nieuwe wet heeft als doel om alle inburgeraars de kans te geven om snel en volwaardig mee te doen in de Nederlandse samenleving, het liefst via betaald werk. In de nieuwe wet voert de gemeente de regie op de uitvoering van de inburgering. In de voorliggende regionale beleidskader Veranderopgave inburgering Dongemond worden uitgangspunten beschreven die houvast bieden voor de verdere invoering van de wet. Het college geeft aan het belangrijk te vinden dat inburgeraars zich snel thuis voelen, dat de situatie en wensen van de inburgeraar als vertrekpunt worden genomen en dat het aanbod afgestemd wordt op de interesses van de statushouder. De gemeente voert de regie op de totale voortgang van het traject. Het doel van dit kader is om inburgeraars in onze regio snel en goed te laten integreren. Samenwerking in de regio ligt voor de hand, alleen zo kunnen de kosten zo veel mogelijk worden gedrukt en kan maatwerk mogelijk worden gemaakt. Daarom trekken Gemeenten Altena, Drimmelen, Geertruidenberg en Oosterhout (hierna te noemen Dongemondgemeenten) samen op in de voorbereiding op de nieuwe wet. Op basis van visie, ambitie en doelstellingen hebben de Dongemondgemeenten een aantal beleidsuitgangspunten geformuleerd en geprioriteerd. In de nota
ligt de focus op het regionale kader voor de uitvoering van de nieuwe wet. De regionale doelstellingen kunnen worden aangevuld met lokale doelstellingen. In de komende maanden worden de uitgangspunten ook op lokaalniveau verder uitgewerkt. De samenwerking heeft geleid tot een regionaal beleidskader, deze treft u ter vaststelling aan. Aanleiding Met het intreden van de nieuwe Wet inburgering (beoogde ingangsdatum 1 januari 2022) verschuift de verantwoordelijkheid voor inburgering naar de gemeenten. De nieuwe wet heeft als doel dat alle inburgeringsplichtigen zo snel mogelijk kunnen meedoen aan de samenleving, het liefst via betaald werk. De gemeente krijgt een centrale rol in de intake, begeleiding en advisering van de inburgeringsplichtigen en is vanaf dat moment verantwoordelijk voor de inburgering van de aan hen toegewezen statushouders. Dat is nodig, want de huidige wet volstaat niet. De verantwoording ligt nu bij de inburgeraar zelf en uit onderzoek blijkt dat dit niet leidt tot de gewenste resultaten. Het systeem is te ingewikkeld en het inburgeringsproces wordt in veel gevallen niet succesvol afgerond. Kader De nieuwe Wet Inburgering vormt de wettelijke kader. Uitgangspunt van de nieuwe wetgeving is duurzame participatie. De wet zet hierop in door maatwerk voorop te stellen. De doelgroep is zeer divers, en ieder van hen vraagt om passend aanbod.
Bij aanvang van het traject wordt de persoonlijke situatie van de inburgeraar in kaart gebracht: opleiding- en werkervaring in land van herkomst, fysieke en mentale gezondheid, gezinssituatie, leerbaarheid, maar bovenal de motivatie en ambitie. Op basis hiervan worden afspraken gemaakt over het inburgeringstraject. Gemeenten moeten zorgen voor een passend aanbod in taalonderwijs, participatie en maatschappelijke begeleiding. Dit aanbod wordt gevormd op basis van drie mogelijke leerroutes die de inburgeraar kan volgen. In de wet is vastgelegd dat de inburgeraar keuze heeft uit drie verschillende leerroutes. De gemeente bepaalt samen met de inburgeraar op basis van startpositie en toekomstperspectief welke route de inburgeraar gaat volgen: 1. Onderwijsroute: bedoeld voor hen die willen en kunnen doorstromen naar hoger onderwijs. 2. B1-route: bedoeld voor de inburgeraar die kan en wil werken en daarbij taalniveau B1 kan behalen. 3. Z-route: oftewel de zelfredzaamheidsroute, gericht op zelfredzaamheid binnen de maatschappij, voor de doelgroep met een lagere leerbaarheid en grotere afstand tot de arbeidsmarkt.
Naast de wettelijke aanbodplicht bestaat op onderdelen gemeentelijke beleidsvrijheid, zoals de vorm en invulling van brede intake, begeleiding richting financiële zelfredzaamheid, de invulling van de drie leerroutes en de lokale ruimte voor maatwerk in de uitvoering van maatschappelijke begeleiding, Participatieverklaringstraject (PVT) en de Module Arbeid en Participatie (MAP). De nieuwe wet geeft de mogelijkheid om meer maatwerk te kunnen bieden, zicht te houden op de kwaliteit van het taalonderwijs en te sturen op samenhang tussen taal en participatie. Gemeenten worden grotendeels vrijgelaten in de keuze over hoe zij de nieuwe taken die ze in het kader van de regierol krijgen, inbedden in de gemeentelijke organisatie. Van belang is dat inburgering zoveel mogelijk wordt gepositioneerd in het brede sociale domein. Zo kunnen gemeenten hun taken op het gebied van inburgering waar nodig, goed verbinden met hun taken op met name het gebied van participatie, werk, maatschappelijke ondersteuning en (jeugd)zorg. Zo kan de gemeente bijdragen aan een doelmatigere uitvoering, een integrale aanpak en verbetering van de kwaliteit van de ondersteuning. Daarmee ook aan een snelle en goede inburgering in de Nederlandse samenleving.
Daarnaast worden gemeenten vanuit het Rijk aangemoedigd om de inburgeraars die nog onder huidige wetgeving vallen, oftewel de ‘ondertussen-groep’, al zo veel mogelijk mee te nemen in de
nieuwe werkwijze. Hoewel gemeente Oosterhout geen formele verantwoordelijkheid over de inburgering van deze doelgroep kent, is de groep vanuit de Participatiewet al wel in beeld bij de gemeente. Waar de middelen dat toelaten wordt de ondertussen-groep meegenomen in de implementatie. De wetgever vindt regionale samenwerking bij uitvoering van deze taak zeer belangrijk omdat bovenlokale samenwerking moet zorgen voor voldoende mogelijkheden tot maatwerk en een reële prijs voor de taakstelling. Wat willen we bereiken? De gemeente Oosterhout hecht waarde aan de kwaliteit van leven van haar inwoners. We willen de nieuwe Oosterhouters welkom heten en ervoor zorgen dat inburgeraars zich snel thuis voelen en deel uit gaan maken van de (Oosterhoutse) samenleving. We willen dat de inburgeraar de Nederlandse taal begrijpt, spreekt en kan lezen en kan schrijven op het voor hen hoogst haalbare niveau en werknemersvaardigheden leert. We vinden het belangrijk dat het leren van taal wordt gecombineerd met activiteiten die erop gericht zijn deel te nemen aan het dagelijks leven zodat ze zichzelf kunnen redden en snel volwaardig mee kunnen doen. Daarnaast is van belang dat men kennis heeft van de samenleving en Nederlandse gewoontes.
We zijn ervan overtuigd dat duurzame participatie alleen kan worden bereikt wanneer het inburgeringstraject past bij de capaciteiten en ambitie van de inburgeraar en waarbij het uitstromen naar (betaald) werk een belangrijk uitgangspunt is. Sinds 2019 verkennen wij samen met de gemeenten, Altena, Drimmelen en Geertruidenberg (hierna de Dongemond-gemeenten) of we op diverse vlakken kunnen samenwerken bij het realiseren van een tijdig passend inburgeringsaanbod en of we samen kunnen werken op beleidsmatig niveau. Door bovenlokale samenwerking bij beleid, inkoop, regie en uitvoering willen we tijdig klaar zijn en schaalgrootte en diversiteit benutten om meer maatwerk voor inburgeraars mogelijk te maken. Op basis van de visie, ambitie en doelstellingen hebben de Dongemond-gemeenten een aantal beleidsuitgangspunten geformuleerd en geprioriteerd. Het vaststellen van de regionale beleidsnota “Verkenning samen inburgeren” biedt kaders en richting aan de manier waarop wordt samengewerkt tijdens de implementatie, inkoop van inburgeringsvoorzieningen en de uitvoering, en aan de wijze waarop daar budgettair mee wordt omgegaan. Het beleidskader verwoordt de gezamenlijke visie van de Dongemond gemeenten op het te ontwikkelen beleid voor de implementatie van de nieuwe Wet inburgering.
Het vormt de leidraad voor de implementatie en het realiseren van de regionale doelen: a) Op 1 januari 2022 hebben de Dongemond-gemeenten een eenduidige werkwijze betreffende inburgeraars. b) Op 1 januari 2022 hebben de Dongemond-gemeenten het aanbod voor de leerroutes ingekocht. De volgende uitgangspunten zijn geformuleerd: De inwoner staat centraal – de situatie en wensen van de inburgeraar als vertrekpunt nemen; Maatwerk – het aanbod afstemmen op startniveau, interesses en leerbaarheid van de statushouder; Ondertussen-groep doet mee – de huidige inburgeraars die onder de ‘oude’ wet vallen zo veel mogelijk mee laten doen in het nieuwe stelsel; Evenwichtige mix van aanbieders – streven naar een mix van aanbieders die lokaal en regionaal georiënteerd zijn, en gericht zijn op zowel taal als werk; Handhaving uit vertrouwen – handhaving beperken tot de wettelijk bepaalde minimale toets momenten, en inzetten op persoonlijke aandacht en nabijheid; Lokaal, tenzij – uitvoering waar mogelijk lokaal inrichten, specifieke onderdelen van het aanbod regionaal inkopen, en processen zo veel mogelijk regionaal om samenwerking te stimuleren;
Evoluerende samenwerkingsvorm - de bestuursopdracht fungeert als formele samenwerkingsovereenkomst tot 1 januari 2022; Harmonisering budgettaire kaders en sturing – creatieve middelen zoeken om de doelen te bereiken met de beschikbare middelen.
Argumenten en kanttekeningen bij het voorgestelde besluit 1.1 Samen staan we sterker Het bieden van maatwerk en de noodzakelijke diversiteit in inburgeringsaanbod, is voor gemeenten met een lage instroom van inburgeraars, zoals de Dongemond-gemeenten, een lastige opgave. Door samenwerking realiseren wij meer schaalgrootte, kunnen wij meer differentiatie bieden en beter aansluiten op de specifieke behoefte van een inburgeraar. Met beter maatwerk verwachten wij een betere inburgering te realiseren. Verder geeft de schaalgrootte een betere uitgangspositie voor de inkoop van het ondersteuningsaanbod. Samenwerking en een eenduidige werkwijze hebben ook het voordeel dat inburgeraars en ketenpartners met een consistente aanpak te maken hebben. Ketenpartners worden niet geconfronteerd met inefficiëntie doordat het in de verschillende gemeenten anders is. Inburgeraars ervaren geen willekeur door grote gemeentelijke verschillen. Samenwerking heeft in de voorbereiding het voordeel dat ambtelijke kennis en kwaliteiten worden gebundeld en elkaar kunnen versterken. Ook in de voorbereiding biedt dit efficiëntie- en kwaliteitsvoordeel. 1.2 Beleidskader geeft richting in dynamisch proces De besluitvorming betreffende de wetgeving is nog niet afgerond. De financiële kaders zijn nog niet bekend. De nieuwe Wet inburgering wordt gezien als een lerend stelsel.
Dit maakt dat de voorbereiding en implementatie ook een proces met onzekerheden en van voortschrijdend inzicht is. Het beleidskader is daarom een groeidocument. Ook na de vaststelling gaat het denkproces over en de ontwikkeling van het inburgeringsproces door. In een dergelijk dynamisch proces is het wenselijk om over een goed kompas te beschikken. Om gedurende het experimenteren, ervaring opdoen en de beleidsontwikkeling de koers vast te houden. Om processen zoals de aanbesteding parallel te kunnen laten lopen met beleidsontwikkeling. 1.3 Gezamenlijk optrekken met ruimte voor lokale verschillen Het beleidskader en de voorbereiding is een proces van gezamenlijk optrekken met ruimte voor lokale verschillen. Om daarbij de gewenste samenhang te behouden is het beleidskader een belangrijke basis. Het proces is een continu samenspel tussen regionaal en lokaal. Bijvoorbeeld inkoop wordt regionaal voorbereid, waarna inkoopcontracten lokaal worden afgesloten. Regionale instrumenten worden lokaal ingepast in de eigen organisatiestructuur en systemen. Verder wordt lokaal de verbinding gezocht met ketenpartners, maatschappelijk veld en werkgevers. In deze lokale processen en activiteiten vormt het beleidskader het koersdocument. 1.4 Kaderstelling via beleidskader en beleidsregels De verordeningsplicht voor de nieuwe Wet Inburgering is komen te vervallen.
Gemeenten mogen zelf beslissen of ze een verordening opstellen, of dat beleidsregels voldoende basis geven. Het college stelt / de colleges van de Dongemond-gemeenten stellen voor om geen verordening op te stellen, want de kans is groot dat de verordening achteraf meerdere keren moet worden bijgesteld. Dit risico bestaat omdat een aantal zaken in de implementatie nog onduidelijk is (onder andere de aanbesteding). De onduidelijkheden zullen niet geheel verholpen zijn op het moment dat de verordening ‘de route in moet’. Ook na de inwerkingtreding van de nieuwe wet bestaat er een kans op wijzigingen vanuit de regio en vanuit het Rijk, aangezien de wet als een ‘lerend systeem’ wordt gezien. Het niet opstellen van een verordening geeft medewerkers meer ruimte om dynamisch te kunnen werken en via het vaststellen van het beleidskader en beleidsregels wordt invulling gegeven aan de kader stellende rol van het bestuur. 1.5 Beoogd effect
Het beoogde effect van onze inspanningen is dat inburgeraars zich thuis voelen in de gemeente Oosterhout, deel uitmaken van onze (lokale) samenleving en daar aan bij dragen. Dat willen zij ook zelf graag. 1.6 Regionaal en lokaal Onder “1.1 Samen staan we sterker” is ingegaan op het waarom van dit regionale beleidskader. Daarbij geldt het afgesproken motto: “Lokaal, tenzij”. Dat tenzij speelt met name daar waar de gemeenten in de leerroutes vanwege de aantallen onvoldoende maatwerk zouden kunnen leveren. De beleidsregels worden lokaal opgesteld. 1.7 Lokaal plan van aanpak en lokale samenwerking Op dit moment wordt gewerkt aan een (lokaal) plan van aanpak hoe inburgeraars goed te laten landen in de gemeente Oosterhout. Daartoe wordt verbinding gezocht met de lokale partners. 1.8 Ruimte voor lokale accenten van gemeenteraad Om resultaten meetbaar te maken en te bepalen of de visie en ambitie van het beleidskader zijn gerealiseerd, worden doelstellingen geformuleerd. In het beleidskader zijn twee regionale procesdoelstellingen opgenomen (zie paragraaf Beoogd effect). De Dongemond-gemeenten zijn vrij om de regionale doelstellingen in een later stadium aan te vullen met lokale doelstellingen. Het college stelt voor om de gemeenteraad van Oosterhout via lokale doelstellingen de mogelijkheid te bieden haar eigen accenten in de aanpak aan te laten brengen.
De lokale doelstellingen worden voor de inwerkingtreding op 1 januari 2022 vastgesteld. Ook hierbij wordt regionale afstemming gezocht om zoveel als mogelijk regionale samenhang met lokale accenten te realiseren. Via het opstellen van de lokale doelstellingen (aanvullend op het regionale beleidskader) wordt de kader stellende rol van de gemeenteraad geborgd. 1.9 Inspraak en besluitvorming lopen parallel aan voorbereiding Idealiter wordt het beleidskader ter beoordeling voorgelegd aan de Adviesraad Sociaal Domein en vervolgens aan college en gemeenteraad. Na bestuurlijke besluitvorming zou het implementatieproces vervolgen. De voorbereidingstijd tot 1 januari 2022 is echter te kort voor een dergelijk stappenplan. Zeker gezien de benodigde termijnen voor het aanbestedingstraject (zie bijlage 2). Op het moment dat het oordeel van adviesraden of college/gemeenteraden van de Dongemondgemeenten over een (deel)product wordt gevraagd, loopt de verdere uitwerking door. Dit geldt ook voor het beleidskader. Het college heeft het beleidskader geagendeerd voor raadsvergadering in juli. Terwijl het advies van de Adviesraad Sociaal Domein in aanvraag is. Het advies en de reactie van het college worden/zijn aan de gemeenteraad nagestuurd. De aandachtspunten en feedback vanuit inspraak en besluitvorming worden in het lopende proces meegenomen/verwerkt.
Om op tijd klaar te zijn, lopen inspraak en besluitvorming parallel aan de voorbereiding en implementatie. 1.10 Financiële kaders niet bekend Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en de VNG zijn nog in gesprek over de financiële middelen die gemeenten gaan ontvangen voor de nieuwe inburgering. Daarnaast fluctueert de taakstelling voor inburgering sterk. Dit maakt dat eerder gepubliceerde bedragen zullen wijzigen. De verwachting is dat gemeenten tweede kwartaal 2021 duidelijkheid krijgen over de budgetten. Omdat we op 1 januari 2022 gereed willen zijn voor de nieuwe wet, is het niet mogelijk om te wachten met de uitwerking van het beleid(skader) en de aanbesteding tot de financiële kaders helder zijn. Gemeenten lopen hierdoor een risico. Visie, ambitie en uitwerking kunnen pas op een laat moment in het proces worden gespiegeld aan de beschikbare middelen. Inspraak en participatie De belangrijkste betrokken partij betreft de inburgeraar zelf. Dit zijn de ‘nieuwe’ inburgeraars maar ook de ondertussen-groep die nog onder de huidige wetgeving valt. Een klankbordgroep, bestaande uit huidige inburgeraars uit de regio, wordt regelmatig om inbreng gevraagd. Overige betrokken partijen vanuit de gemeenten Altena, Oosterhout, Drimmelen en Geertruidenberg betreffen: colleges en
gemeenteraden, adviesraden, maatschappelijke organisaties en verenigingen, het bedrijfsleven, platforms dat tevens advies levert op het beleidskader) en inwoners. De Dongemond gemeenten hebben een regionaal beleidskader opgesteld (zie bijlage). Dit kader is opgesteld met input vanuit de doelgroep zelf, maatschappelijke organisaties en betrokken collega’s (uitvoering en beleid) van de vier gemeenten. Binnen de regionale kaders is ruimte voor lokale invulling. Ter ontwikkeling van het beleidskader zijn de volgende stappen gezet: In het kader van lerend ontwikkelen zijn twee regionale pilots gestart. Ten eerste de pilot ‘Ontzorgen’ (met landelijke subsidie), waarbij de uitvoering van het financieel ontzorgen wordt onderzocht. Ten tweede de pilot ‘Duale Trajecten’ (met MidZuid), waarbij een traject wordt vormgegeven wat taal en werk combineert. De ontwikkelingen en uitkomsten van de pilots worden meegenomen in het verdere implementatieproces. Het regionale inkooptraject is gestart. Hiervoor moeten drie verschillende ‘routes’ worden ingekocht. Regionale werkgroepen hebben input gegeven voor het beleidskader en zullen ook komende maanden helpen de verdere implementatie vorm te geven. Een (online) bijeenkomst met betrokken partners in het maatschappelijk veld is georganiseerd om kennis, inspiratie en onduidelijkheden uit te wisselen.
De komende maanden zal het implementatieproces verder worden vormgegeven. Het beleidskader vormt hiervoor de basis. Vanwege verschillende parallelle processen en de (op het moment van schrijven) openstaande onduidelijkheden vanuit het Rijk, wordt het beleidskader beschouwd als een groeidocument. Alternatieve oplossingsrichting(en) Hoewel de Wet Inburgering veel kaders biedt voor de implementatie, bestaan er binnen de kaders ook keuzemogelijkheden voor gemeenten. Dit maakt dat er veel alternatieven zijn, zowel op uitvoeringsals beleidsniveau. Denk bijvoorbeeld aan: aanbesteden of inbesteden, interne of externe uitvoering, wel of geen duaal traject inrichten, wel of geen opstartklas, wel of geen verordening. Wat echter vaststaat is dat regionale samenwerking in regio Dongemond een pré is. Alleen zo kunnen de kosten zo veel mogelijk worden gedrukt en kan maatwerk mogelijk worden gemaakt. Financiën Uitvoeringskosten Gemeenten ontvangen middelen om de wet uit te kunnen voeren. Dit zijn middelen voor het uitvoeren van de brede intake, het opstellen van het PIP, het volgen van de voortgang, de handhaving, het financieel ontzorgen en de begeleiding. Deze middelen worden toegevoegd aan het Gemeentefonds. Er zijn geen bestedingsvoorwaarden aan verbonden. Onderstaand overzicht geeft een beeld van de verschillende budgetten.
Dit zijn de eerder gepubliceerde bedragen, die als gevolg van het uitstellen van de inwerkingtreding en verhoogde taakstelling kunnen/zullen wijzigen. Het bedrag dat Dongemond-gemeenten in 2020 hebben ontvangen, betreft de incidentele bijdrage in de invoeringskosten en is over gemeenten verdeeld op basis van het aantal inwoners. Daarnaast is een bedrag ontvangen voor het uitvoeren van een pilot uit het landelijke pilotprogramma van het ministerie van SZW. De bedragen die gemeenten vanaf 2021 ontvangen betreffen de structurele bijdragen in de uitvoeringskosten.
Tabel 1: Financieel overzicht rijksgelden gemeenten Dongemond
2020
2021
2022
2023
2024
2025
Altena Inburgering Maatschappelijke begeleiding Verhoging taalniveau
€
110.261
€
28.440
€
63.752
€
70.426
€
156.523
€
172.194
€
172.194
€
172.194
Drimmelen Inburgering Maatschappelijke begeleiding Verhoging taalniveau
€
54.050
€
34.682
€
77.081
€
84.798
€
84.798
€
84.798
€
40.290
€
31.503
Inburgering Maatschappelijke begeleiding Verhoging taalniveau
€
42.832
€
28.063
€
62.371
€
68.616
€
68.616
€
68.616
€
14.220
€
25.047
Pilot
€
150.000
€
110.719
€
83.179
€
184.868
€
203.377
€
203.377
€
203.377
€
16.590
€
100.000
€
64.195
Geertruidenberg
Oosterhout Inburgering Maatschappelijke begeleiding Verhoging taalniveau
Zoals eerder aangegeven verwachten we tweede kwartaal 2021 duidelijkheid over de beschikbare budgetten. Taakstelling De taakstelling vanaf 2022 is nog niet bekend. Wel is de taakstelling van 2021 bekend. Tabel 2: Taakstelling 2021 gemeenten Dongemond
Gemeente Altena Drimmelen Geertruidenberg Oosterhout
Taakstelling 1e helft 2021 43 21 22 43
Taakstelling 2e helft 2021 35 17 14 35
De taakstelling van de tweede helft van 2021 valt lager uit dan die van de eerste helft om dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) achterloopt (mede door corona) en er dus niet genoeg statushouders zijn om aan de gemeente te koppelen. Met het fluctueren van de taakstelling fluctueren ook de middelen voor inburgeringsvoorzieningen (zie hierna). Kosten inburgeringsvoorzieningen De gemeente ontvangt middelen om inburgeringsvoorzieningen te kunnen uitvoeren of inkopen. Die middelen zijn afhankelijk van het feitelijk aantal inburgeraars (en vanaf 2026 jaar ook afhankelijk van prestatiebekostiging) en bewegen dus mee met de omvang van de doelgroep. Per inburgeraar zijn de volgende bedragen beschikbaar: Asielmigranten Gezinsmigranten Leerroutes € 10.000 MAP € 136 Maatschappelijke begeleiding € 1.944 PVT € 216 Tolkvoorziening € 417 € 12.713
€
195
€ € €
216 179 590
Deze bedragen zijn exclusief btw, declaratie bij het btw-compensatiefonds. Tevens zijn het gemiddelde bedragen. De feitelijke bedragen kunnen per inburgeraar verschillen, bijvoorbeeld omdat
de kosten van de taalcomponent van de leerroutes kan verschillen. De middelen worden aan de gemeente betaald in de vorm van een specifieke uitkering. Dat betekent dat deze moeten worden besteed aan inburgeringsvoorzieningen. Op basis van de huisvestingstaakstelling voor de eerste helft van 2021 zou het gaan om de volgende bedragen per jaar: Gemeente
2022
2023
2024
Altena
€
440.714
€
664.714
€
720.714
Drimmelen
€
221.830
€
333.830
€
361.830
Geertruidenberg
€
221.830
€
333.830
€
361.830
Oosterhout
€
440.714
€
664.714
€
720.714
Let op: bovenstaand schema is een schatting. De definitieve middelen moeten nog bekend gemaakt worden in de verschillende circulaires. Ontwikkelingen zoals een nieuw kabinet, instroom vluchtelingen en andere maatschappelijke ontwikkelingen hebben invloed op de hoogte van de uitkering. Vervolg Voor de realisatie van het beleidskader, de voorbereiding van de nieuwe wet is een regionale projectstructuur met planning opgesteld. In bijlage 2 vindt u een overzicht van de planning. Zoals genoemd zijn de voorbereidingen op de Wet Inburgering een doorlopend proces. De lopende aanbestedingen (van de ‘Onderwijsroute’ samen met gemeente Breda en de ‘B1-’ en ‘Z-route’ die we zelf aanbesteden) vormen daarin een belangrijke factor. Op het moment van vaststelling van het beleidskader zullen de Programma’s van Eisen van beide aanbestedingen naar alle waarschijnlijkheid reeds zijn gepubliceerd. Deze processen lopen dus parallel. Voor de voortgang van de aanbestedingen en het implementatieproces in brede zin zijn we voor een groot deel afhankelijk van landelijke ontwikkelingen en besluitvorming vanuit het Rijk (met name als het gaat om de financiën). Vanwege de veranderlijke aard en onzekere factoren kan het niet genoeg worden benadrukt dat het beleidskader een groeidocument betreft. Gedurende het implementatieproces wordt het beleidskader doorlopend aangepast.
Op regionaal niveau zullen de verschillende werkgroepen worden voortgezet om de implementatie vorm te geven, steeds meer gericht op concrete uitvoering. Op lokaal niveau zullen stappen worden gezet om de interne formatie verder in te richten, en worden lokale werkprocessen ingericht. Verkenning opstartklas De Dongemond gemeenten hebben besloten de mogelijkheden voor een opstartklas te gaan verkennen, rekening houdend met de financiële kaders. Bij aanvang van het traject wordt samen met de inburgeraar een persoonlijk plan voor de inburgering opgesteld. Dit plan vormt de basis voor het te volgen inburgeringstraject. Omdat dit binnen korte tijd moet worden opgesteld, kan het een uitdaging zijn om een passend en weloverwogen plan op te stellen. Een voortraject of ‘opstartklas’ biedt uitkomst: Het zorgt voor inzicht in de leefwereld, de leerbaarheid, de competenties en het taalniveau van de inburgeraar. Voordat hij instroomt in een leerroute worden algemene thema’s behandeld (bv. gezondheid en de sociale kaart) en wordt de tijd genomen om een weloverwogen inburgeringsplan op te stellen. Bijkomend voordeel is dat zo’n opstartklas als overbruggingsperiode kan functioneren, voordat instroom in de gewenste leerroute mogelijk is. De opstartklas kan hierdoor bijdragen aan een actieve start in de gemeente en een doorlopende lijn vanuit AZC naar gemeente.
Naast dat de opstartklas bovenstaande voordelen kent is er ook een financieel vraagstuk. Bij het maken van een financiële doorberekening is het de insteek om zo veel mogelijk gebruik te maken van bestaande voorzieningen en organisaties. Voor een aantal onderwerpen kan het echter wenselijk zijn om externe organisaties aan te laten haken. Hier komen mogelijk extra middelen bij kijken. De omvang van deze extra middelen is op dit moment nog lastig in te schatten. Kan het worden bekostigd
vanuit de inburgeringsvoorzieningen? Of is dit niet mogelijk en moet de financiering op een andere manier worden opgelost? Er zijn meerdere manieren om de opstartklas te organiseren. Oosterhout, 21 juni 2021 Burgemeester en wethouders. Bijlagen 1. Beleidskader Veranderopgave inburgering Dongemond 2. Projectplanning
RAADSBESLUIT Onderwerp: Veranderopgave Inburgering beleidskader Zaaknummer: ZN290733 De raad van de gemeente Oosterhout, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 21 juni 2021, gelet op de nieuwe Wet inburgering, BESLUIT: 1. de bestuursopdracht Veranderopgave Inburgering ‘Verkenning Samen Inburgeren’ vast te stellen en daarbij de volgende kaders te hanteren: a. De inwoner staat centraal – de situatie en wensen van de inburgeraar als vertrekpunt nemen; b. Maatwerk – het aanbod afstemmen op startniveau, interesses en leerbaarheid van de statushouder; c. Ondertussen-groep doet mee – de huidige inburgeraars die onder de ‘oude’ wet vallen zo veel mogelijk mee laten doen in het nieuwe stelsel; d. Evenwichtige mix van aanbieders – streven naar een mix van aanbieders die lokaal en regionaal georiënteerd zijn, en gericht zijn op zowel taal als werk; e. Handhaving uit vertrouwen – handhaving beperken tot de wettelijk bepaalde minimale toets momenten, en inzetten op persoonlijke aandacht en nabijheid; f. Lokaal, tenzij – uitvoering waar mogelijk lokaal inrichten, specifieke onderdelen van het aanbod regionaal inkopen, en processen zo veel mogelijk regionaal om samenwerking te stimuleren; g. Evoluerende samenwerkingsvorm - de bestuursopdracht fungeert als formele samenwerkingsovereenkomst tot 1 januari 2022; h.
Harmonisering budgettaire kaders en sturing – creatieve middelen zoeken om de doelen te bereiken met de beschikbare middelen. 2. de regionale doelstellingen van het beleidskader (voor 1 januari 2022) aan te vullen met lokale doelstellingen. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 20 juli 2021, de raad voornoemd, , voorzitter {{Signer1}} , griffier {{Signer2}}