Raadsvoorstel meerjarenbegroting 2023-2026 - ZN.363435.docx
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL Datum raadsvergadering Zaaknummer raadsvoorstel Portefeuillehouder
1 november 2022 363435 Melsen
Onderwerp Meerjarenbegroting 2023-2026
Voorgesteld besluit 1. Vast te stellen de meerjarenbegroting 2023-2026; 2. Het voteren van de investeringskredieten conform bijlage 8.2 van de programmabegroting 20232026 te delegeren aan het college.
Samenvatting Gezonde ambitie en doen wat moet! Hierbij bieden wij u de programmabegroting 2023-2026 aan. Deze begroting is een nadere uitwerking van de door uw raad vastgestelde bestuursakkoord 2022-2026 ‘De stap vooruit’. Dit heeft zich vertaald in een begroting met vele ambities voor de aankomende jaren. Echter we zullen in de meerjarenbegroting wel flexibel en adaptief moeten blijven. Zaken als Covid-19, de oorlog in de Oekraïne en de energiecrisis hebben laten zien dat op voorhand niets zeker is en de voorspellende waarde van de begroting onder druk staat. Dit zal het nodig maken om gaandeweg integrale afwegingen te maken welke investeringen en ambities, op basis van voortgang in lopende projecten, beschikbare capaciteit en financiële middelen, op de planning kunnen blijven staan en welke eventueel verder opschuiven in de tijd. Dit vraagt veerkracht, flexibiliteit en ruimte. Veerkracht van bestuur en organisatie om onze denk- en doekracht dáár in te zetten waar die het meest nodig is. Flexibiliteit van college en raad om gedurende het jaar financieel en inhoudelijk de bakens te verzetten als de omstandigheden daarom vragen. En ruimte voor onze medewerkers om in de uitvoering datgene te kunnen doen waarmee onze inwoners het beste geholpen zijn. We presenteren u een sluitende begroting 2023. Voor de wat verdere toekomst (2026 en verder) is het beeld ongewisser.
Dat heeft deels te maken met de veelheid aan geplande investeringen, onder andere op het gebied van mobiliteit, sport, onderwijs en het stadhuis. Hierdoor zullen de jaarlijkse kapitaallasten stijgen, wat een extra druk voor de begrotingen na 2025 gaat opleveren. Daarnaast wordt in 2026 vooralsnog een forse verlaging van het Gemeentefonds voorzien. Deze beide ontwikkelingen zorgen voor een negatieve doorkijk van onze begroting in 2026 en verder. Maar ook in mogelijk financieel minder florissante tijden is voor ons college het uitgangspunt dat we het goede moeten blijven doen. Aanleiding Jaarlijks wordt in het kader van de planning & controlcyclus door het college een meerjarenbegroting aangeboden aan de gemeenteraad. De kaders die leidend zijn geweest voor het opstellen van deze begroting zijn vastgelegd in het bestuursakkoord 2022-2026 ‘De stap vooruit’. Kader De Gemeentewet stelt een aantal eisen aan de begroting en de jaarrekening, bijvoorbeeld voor welke
datum ze moeten zijn vastgesteld. Deze zijn opgenomen in de artikelen 186 – 211. De inhoudelijke regels waaraan de begroting en jaarrekening moeten voldoen, staan beschreven in het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV). Tevens is met de regels vanuit het Gemeentelijke Toezichtskader (kader waarop de provincie haar oordeel over de begroting baseert) rekening gehouden. De eerste drie jaren zijn structureel sluitend en daarmee voldoet de begroting ook aan de criteria van het financieel toezicht. Wat willen we bereiken? Met als uitgangspunt het bestuursakkoord 2022-2026 ‘De stap vooruit’, aangevuld met de nieuwe ontwikkelingen wordt u een sluitende begroting 2023 voorgelegd, die voldoet aan de eisen van de provinciaal toezichthouder. Hiermee wordt naar verwachting (wederom) repressief toezicht voor het komende jaar verkregen. Formele bevestiging hiervan wordt na vaststelling van de begroting door de gemeenteraad, echter voor eind 2022 verwacht. Argumenten en kanttekeningen bij het voorgestelde besluit Financiële beeld De programmabegroting 2023-2026 geeft het volgende financiële beeld: Exploitatie Rekening Begroting Begroting Begroting Lasten Baten Subtotaal programma's Vennootschapsbelasting Stortingen in reserves Resultaat
(bedragen * € 1.000)
2021
2022
2023
2024
Begroting 2025
Begroting 2026
168.676 -176.010 -7.334 -759 -3.443 -11.536 voordeel
168.287 -173.860 -5.573 2 4.938 -633 voordeel
171.299 -168.393 2.906 2 -2.918 -10 voordeel
171.170 -168.712 2.458 2 -2.769 -309 voordeel
171.594 -170.663 931 2 -2.838 -1.905 voordeel
171.629 -161.673 9.956 2 -3.478 6.480 nadeel
De begroting 2023, en de meerjarenschijven 2024 en 2025 sluiten met een (licht) positief saldo. Het jaar 2026 sluit met een negatief saldo van bijna € 6,5 miljoen. In onderstaande tabel is een samenvattend overzicht gegeven van de ontwikkeling van het saldo ten opzichte van de begroting 2021. (bedragen * € 1.000, - = voordeel) Exploitatieresultaat Para Begroting Begroting Begroting Begroting (+ = voordeel, - = nadeel) graaf 2023 2024 2025 2026 Geactualiseerde begroting 2022 1.329 995 1.073 1.113 V Mutaties: Wijzigingen op de programma’s 7.3 excl. algemene uitkering -8.758 -8.256 -8.003 -7.723 N Algemene uitkering (netto) 6.12 10.817 11.864 13.575 5.218 V Personele kosten 7.4 -3.934 -3.934 -3.931 -3.931 N Kapitaallasten 7.6 -632 -1.828 -2.559 -3.697 N Rente / Treasury 7.7 354 219 35 22 V Gesloten systemen 7.5 1.012 1.270 1.572 1.685 V Mutaties reserves 7.9 -178 -20 143 833 N Saldo begroting 2023 10 309 1.905 -6.480 V Wijzigingen programma’s en opgaven Voor een nadere toelichting van de wijzigingen in de begroting 2023 ten opzichte van de begroting 2022, verwijzen wij naar de paragrafen zoals deze in bovenstaande tabel zijn genoemd. Enkele van de meest in het oog springende aanpassingen in de begroting 2023 betreffen: • De budgetten voor jeugdzorg worden structureel met ruim € 2 miljoen opgehoogd in 2023.
Daarnaast zijn de komende jaren incidentele middelen gereserveerd voor het verbetertraject toegang jeugdzorg, de nieuwe inkoop(systematiek) en het oprichten van de GR Jeugdzorg. • De budgetten voor Hulp bij Huishouden (HbH) worden structureel verhoogd met € 600.000. Hierin is ook een nieuwe CAO met 6,5% loonstijging verwerkt.
•
Voor de opgave Duurzaamheid en klimaatadaptatie is in de begroting 2023 € 750.000 aan extra middelen opgenomen. Dit is deels vertaald in extra capaciteit in de ambtelijke organisatie en deels in het beschikbaar stellen van exploitatiegelden. We doen dit vooruitlopend op het beschikbaar komen van de middelen voor de uitvoering van het klimaatakkoord vanuit het Rijk. • Voor de opgave Arbeidsmarkt en Economie is een jaarlijks budget van € 100.000 opgenomen, voor de uitvoering van de Agenda economie en arbeidsmarkt welke de gemeenteraad in het najaar van 2022 behandelt. • Voor de opgave wonen wordt structureel € 500.000 per jaar vrijgemaakt om de gebiedsontwikkeling aan de oostzijde van de A27 verder uit te werken. • De exploitatiebudgetten voor het onderhoud van de openbare ruimte wordt met structureel € 300.000 verhoogd. Daarnaast wordt ook het investeringsplafond voor de openbare ruimte met eveneens € 300.000 structureel verhoogd. • Vanwege de implementatie van de omgevingswet zien wij de inkomsten vanuit de bouwvergunningen fors teruglopen. • Corona: In de begroting 2023 zijn geen kosten meer in het kader van Corona opgenomen. • De budgetten van de gemeenschappelijke regelingen zijn bijgesteld op basis van de vastgestelde begrotingen voor 2023. • In de begroting 2023 is een separate stelpost prijscompensatie van ruim € 700.000 gevormd.
Deze is opgenomen om prijsstijgingen gedurende 2023 binnen de begroting op te kunnen vangen. • De inkomsten vanuit de algemene uitkering stijgen op basis van de meicirculaire in 2023 met € 11,1 miljoen. De stijging zet in 2024 en 2025 door. Echter in 2026 (het zogenaamde ravijnjaar) daalt het extra accres tot € 5,2 miljoen. • De totale OZB-inkomsten zijn in de begroting 2023, naast de verwachte areaaluitbreiding, verhoogd met 3,3%. De verwachte inflatie voor 2023 is momenteel 4,3%. Hiermee blijft de stijging van de OZB onder de verwachte inflatie. Een nadere toelichting op de bovenstaande punten en de overige aanpassingen in de meerjarenbegroting vindt u terug in paragraaf 7.3. Personeel In 2023 wordt de personele formatie van de gemeente Oosterhout versterkt met 24,5 FTE. Voor 12,1 FTE is deze dekking gevonden binnen de huidige exploitatie en wordt 2,6 FTE gedekt uit inkomsten via de tarieven. De overige 9,9 FTE betreft uitbreiding zonder bestaande dekking. De extra formatie zit vooral bij de teams buiten beleid (op gebied van duurzaamheid en strategisch advies) en bij het sociaal team uitvoering (WMO-consulenten, schuldhulpverlening, inburgering). Daarnaast wordt in de begroting 2023 reeds rekening gehouden met 5% kostenstijging vanwege de nieuwe, nog af te sluiten, CAO voor 2023. Deze is in de begroting 2023 reeds voor 3,6% doorgerekend in de personele kosten.
Voor de overige 1,4% is een centrale stelpost gevormd. Voor een toelichting hierop verwijzen wij naar de paragraaf personele kosten (7.4). Algemene uitkering De meicirculaire 2022 (welke de basis vormt voor de begroting 2023) laat een financieel positief beeld zien voor de komende jaren. Deze circulaire bevat informatie over de invoering per 1 januari 2023 van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds en de actualisatie van het accres op basis van de Voorjaarsnota 2022. De VNG heeft op 9 augustus een bericht “Afspraken jeugdmiddelen in meerjarenraming” gepubliceerd. Hieruit blijkt dat het Rijk, de VNG en het IPO voor de jaren 2024, 2025 en 2026 zijn overeengekomen dat gemeenten zowel de extra rijksbijdragen voor de jeugdzorg als de geplande bezuinigingen voor 100% in de begroting 2023 mogen. In onderstaande tabel zijn de financiële ontwikkelingen vanuit de meicirculaire 2022 en de afspraken jeugdmiddelen afgezet tegen de gewijzigde meerjarenbegroting 2022. Omschrijving Berekende beginstand Accressen, hoev.verschil,WOZ-mutaties etc
Begroting Begroting 2022 2023 96.426 93.472 5.607 12.701
Raming 2024 93.443 10.295
Raming 2025 93.459 14.181
X € 1.000 Raming 2026 93.705 5.124
Omschrijving Herverdeeleffect Algemene mutaties Energietoeslag Uitvoeringskosten klimaatakkoord Diverse kleine taakmutaties Taakmutaties Acressen en onderuitputting (20%) Stelpost BCF Overige stelposten Correctie maatstaven door Rijk energietoelage lage inkomens Verhoging energietoelage Aanvulling WOZ-waarden Afspraken jeugdmiddelen in meerjarenraming Stelposten Berekende eindstand Mutatie
Begroting Begroting 2022 2023 0 421 5.607 13.122 2.211 0 354 0 63 41
Raming 2024 1.265 11.560 0 0 26
Raming 2025 1.618 15.799 0 0 -242
X € 1.000 Raming 2026 1.618 6.742 0 0 -250
2.628 0 0 0 73
41 -1.545 353 -835 -
26 -2.495 0 -757 -
-242 -3.150 0 -820 -
-250 -1.692 0 -626 -
1.594 540 0 0 104.661 8.235
-2.027 104.608 11.136
3.849 597 105.626 12.183
2.307 -1.663 107.353 13.894
1.117 -1.201 98.996 5.291
Uit bovenstaande tabel is op te maken dat de gemeente Oosterhout in 2023 totaal ruim € 11,1 miljoen meer aan Algemene Uitkering mag verwachten ten opzichte van de vorige begroting. Het coalitieakkoord Rutte IV is verwerkt in de startnota en de maartbrief. Dat gaf al flinke accressen te zien tot en met 2025. Helaas ook een ravijn in 2026, mede door het ontdooien van de opschalingskorting. In de meicirculaire 2022 komt daar bovenop de effecten van de Voorjaarsnota. De berekeningen van het gemeentefonds zijn voor een groot deel gebaseerd op prognoses en inschattingen. Ondanks het feit dat de berekeningen zo zorgvuldig mogelijk worden gedaan met medewerking van verschillende disciplines in de organisatie, bestaat er altijd een risico op afwijkingen ten opzichte van de werkelijke cijfers. Ook de uitgaven van het Rijk kunnen anders verlopen dan begroot, hetgeen ook direct gevolgen heeft voor de gelden uit het gemeentefonds voor de gemeente Oosterhout. Gemeentelijke woonlasten De gemeentelijke woonlasten worden gevormd door de onroerend zaakbelasting (OZB), de rioolheffing en de afvalstoffenheffing. In het bestuursakkoord is opgenomen dat de rioolheffing en de afvalstoffenheffing 100% kostendekkend zijn en dat de OZB met maximaal het inflatiepercentage wordt verhoogd indien dat nodig is om de begroting sluitend te krijgen.
Meer informatie en achtergronden over de lokale heffingen en de kostentoerekening vindt u in paragraaf 6.1. van de begroting 2023. De totale opbrengst van de OZB zal ten opzichte van de begroting 2022, naast de areaaluitbreiding, groeien met 3,3%. Dit is 1,00% lager dan de momenteel geprognosticeerde inflatie van 4,3% voor 2023. Daarnaast zijn binnen zowel de afvalstoffenheffing als de rioolheffing kostenstijgingen zichtbaar. Om deze kostenstijging te matigen, wil het college in 2023 een deel van de voorziening afvalstoffenheffing en rioolheffing inzetten. Op basis van de in de begroting 2023 opgenomen kosten en huidige aantallen, leidt dit tot de volgende verwachte lokale belastingen in 2023: Nr Omschrijving A OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde B Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde C Afvalstoffenheffing voor een gezin D Eventuele heffingskorting voor een gezin E Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde (A+B+C-D) F Woonlasten landelijk gemiddelde voor gezin in T-1 1 Belastingcapaciteit (E/F) x 100%
Rekening 2021 268,47 203,00 259,00 -
Begroting 2022 262,74 202,00 277,00
Begroting 2023 271,47 204,00 296,00
730,47 777,00 94,0%
741,74 811,00 91,5%
771,47 904,00 85,3%
1 Bron: COELO Altas van de lokale lasten 2022; woonlasten eigenaar-bewoner
De belastingverordeningen met de tarieven voor 2023 zullen in de raadsvergadering van december 2022 aan u worden voorgelegd. Corona In de begroting 2023 zijn geen middelen voor Corona opgenomen. Investeringen Naast de investeringen die binnen het reguliere investeringsplafond (van € 5,5 miljoen) worden uitgevoerd, is de komende jaren sprake van een groot aantal geplande extra investeringen. In 2023 bedraagt het totale investeringsvolume afgerond € 68,5 miljoen. Een groot deel hiervan, zijnde € 29,1 miljoen, betreft investeringen die bovenop het reguliere investeringsplafond zijn opgenomen. Dit betreft investeringen in het kader van het mobiliteitsplan, voor de sporthallen Arkendonk en Oosterheide, de Pannehoef, investeringen op het gebied van duurzaamheid en het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHP). Voor een bedrag van in totaal € 21,4 miljoen staan er investeringen op de planning die gedekt worden uit de reserves. En verder wordt er voor € 3,6 miljoen aan investeringen gepland die worden gedekt via een kostendekkend tarief. Dit betreft investeringen op het gebied van riolering, afvalverwijdering en een deel van de tractiemiddelen. Ook meerjarig staan er nog forse investeringen in de stad gepland. Deze investeringen zijn conform de onderliggende plannen in de meerjarenbegroting 2023-2026 meegenomen in de vorm van kapitaallasten (rente en afschrijving).
De investeringen die gepland zijn voor 2023 vindt u terug in paragraaf 7.8. van de begroting. De gemeenteraad wordt gevraagd om de uitvoering van een deel van deze investeringen te delegeren aan het college, mits voldaan is aan de volgende voorwaarden: • De investering betreft een vervangingsinvestering; • De investering past binnen een vastgesteld beheersplan; • De investering betreft een routinematige investering met een hoge mate van uitvoerend karakter. Delegatie van investeringen vindt plaats binnen de in deze begroting bepaalde budgettaire kaders, zijnde de investeringsplafonds per beleidsterrein. Bij mogelijke overschrijding hiervan dient een investering alsnog te worden voorgelegd aan de gemeenteraad. Verantwoording over de voortgang van het investeringsplan wordt afgelegd middels de 2e corap en de jaarrekening. Na delegatie van de investeringen door de raad aan het college, worden investeringskredieten pas beschikbaar gesteld nadat over de concrete uitwerking van de plannen is besloten in het college. In bijlage 2 van de programmabegroting 2023-2026 is een overzicht opgenomen met een voorstel welke investeringen de gemeenteraad gevraagd wordt om te delegeren aan het college. Investeringen waarvan de kaders nog onvoldoende helder zijn worden in principe niet gedelegeerd naar het college.
Deze investeringen zullen, voor zover dit nog niet gebeurd is, aan de gemeenteraad worden voorgelegd. Reserves Zoals hierboven vermeld worden een deel van de geplande investeringen de komende jaren uit de reserves bekostigd. Dit betreft dan voornamelijk de vrije reserve en de reserve infrastructurele werken. De reserve infrastructurele werken wordt in 2023 gevoed met € 5,5 miljoen. Vanuit deze reserve zal de komende jaren zo’n € 11,7 miljoen worden ingezet voor de realisatie van een aantal projecten uit de mobiliteitsvisie (zie paragraaf 6.7. Grondbeleid van de begroting 2023). De vrije reserve is voor de begroting 2023 opnieuw geactualiseerd. Meest opvallende nieuwe claims binnen deze reserve betreffen: € 4,5 miljoen extra reservering voor stadhuis, € 5,5 miljoen overheveling naar reserve infrastructurele werken (ihkv mobiliteitsvisie), reservering voor onderwijshuisvesting van € 5,5 miljoen en reservering voor Pannehoef van € 750.000. Voor het complete beeld van de vrije reserve wordt verwezen naar paragraaf 7.10 van de begroting 2023. Inspraak en participatie Deze meerjarenbegroting 2023-2026 is opgesteld vanuit het bestuursakkoord 2022-2026 ‘De stap vooruit’. Dit bestuursakkoord bouwt verder aan de ambities zoals deze zijn geformuleerd in de breed gedragen Toekomstvisie Oosterhout 2030.
Alternatieve oplossingsrichting(en) De meerjarenbegroting 2023-2026 bevat veel keuzes die gemaakt worden over de richting waarop de gemeente zich begeeft, alsmede de bijbehorende budgetten. Een deel van deze ontwikkelingen bevatten keuzes waar partijen andere accenten in kunnen leggen. Financiën Zie het boekwerk programmabegroting 2023-2026. Alle benodigde budgetten en kredieten worden afzonderlijk toegelicht. In het financiële meerjarenperspectief, is vanaf 2026 (en verder) een groot financieel tekort zichtbaar. Dit tekort heeft zoals toegelicht een aantal oorzaken. Enerzijds is het teruglopen van de landelijk te ontvangen accressen (tot het niveau van 2021) een belangrijke oorzaak, maar ook de stijgende kapitaallasten vanwege de geplande investeringen in de periode 2023-2026 zorgen voor een oplopend tekort. De vraag wat het Rijk verder gaat doen met de accressen en in welk tempo wij als gemeente de geplande investeringen daadwerkelijk gerealiseerd krijgen, zullen bepalend zijn voor de vraag hoe hoog dit tekort meerjarig daadwerkelijk gaat zijn. Maar ook andere onzekere factoren zoals de ontwikkeling van de inflatie, CAO, energiecrisis, etc. gaan een grote rol spelen in de ontwikkeling van het meerjarig financieel kader. Het college gaat deze ontwikkeling strak monitoren om te zorgen dat hierin (indien nodig) tijdig kan worden bijgestuurd.
Vervolg Na vaststelling van de programmabegroting 2023-2026 (raadsvergadering 1 november 2022) zal deze naar de provinciaal toezichthouder worden verstuurd voor toetsing aan het toezichtsbeleid.
Oosterhout 26 september 2022, Burgemeester en wethouders.
Bijlage(n) 1 Boekwerk meerjarenbegroting 2023-2026 2 Bijlagenboek meerjarenbegroting 2023-2026
RAADSBESLUIT Onderwerp
Meerjarenbegroting 2023-2026
Zaaknummer
363435
De raad van de gemeente Oosterhout, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 26 september 2022, BESLUIT: 1. vast te stellen de meerjarenbegroting 2023-2026; 2. het voteren van de investeringskredieten conform bijlage 8.2 van de programmabegroting 20232026 te delegeren aan het college.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 1 november 2022, de raad voornoemd,
, voorzitter {{Signer1}} , griffier {{Signer2}}