CConstaterende datOosterhout
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Bijlage 3 Rapport_Business_Case_Windpark_Oranjepolder_R01_Final (1000976)

Raadsvergadering 4 april 2023, gemeente OosterhoutBij agendapunt: Raadsvoorstel ZN1000976 Verklaring van geen bedenkingen Windpark A594.924 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

pwind

Energizing ambitions

Business Case Windpark Oranjepolder Second opinion in opdracht van Gemeente Oosterhout

Topwind Consultancy B.V.

Energizing ambitions

Titel: Business Case Windpark Oranjepolder

Project: Windpark Oranjepolder

Datum: 24-06-2021 Rev: R01 Pagina: 2 van 21

pwind Energizing ambitie

Opdrachtgever

Opdrachtnemer

Gemeente Oosterhout

Topwind Consultancy B.V.

Slotjesveld 1

Hanzeweg 35c

4902 ZP Oosterhout

3771 NG, Barneveld

Nederland

Nederland Tel: +31 (0)342 74 54 62

5.1,2,e

KvK: 59546123

Document Business Case Windpark Oranjepolder

Titel

Classificatie

Niet-vert rouwelijk

Auteur

5.1,2,e

Datum

24-06-2021

Revisie

R01

Project

Windpark Oranjepolder

Versiebeheer Versie

Auteur

Gecontroleerd

Datum

Wijzigingen

R01

JdV

PS

24-06-2021

Niet-vertrouwelijk rapport

Disclaimer: Ondanks dat alle moeite is gedaan om er zeker van te zijn dat de informatie in dit document correct en vrij van fouten is, kan Topwind Consultancy B.V. niet verantwoordelijk worden gehouden of aansprakelijk worden gesteld voor verliezen of schade als resultaat van het vertrouwen op informatie in dit document.

© Copyright Topwind Consultancy BV, Nederland

Energizing ambitions

rdo

Titel: Business Case Windpark Oranjepolder

Project: Windpark Oranjepolder

Datum: 24-06-2021 Rev: R01 Pagina: 3 van 21

pwind Ene

I

Inhoudsopgave 1.

Inleiding

4

2.

Algemene aannames

4

3.

Financiële aannames

5

Opbrengsten.

5

3.1

3.1.1

Windklimaat & windopbrengst per jaar

5

3.1.2

SDE++ subsidie

6

3.1.3

Marktprijs voor teruglevering elektriciteit.

7

3.2

3.2.1

Financieringskosten

7

3.2.2

Afschrijvingskosten

8

3.2.3

Operationele kosten

9

Resultaten business case

10

4.1

Rendement op het Eigen Vermogen

10

4.2

Verhouding participatiegelden en opbrengsten Eneco

11

Kansen & risico's

13

5.1

Opbrengsten elektriciteitsprijzen

13

5.2

Investeringen in de toekomst

13

5.3

Rente & inflatieontwikkeling

13

5.4

Afwijkende afschrijvingstermijn

13

Conclusie

14

4.

5.

6.

7

Kosten

Bijlage 1: Windkaart windsnelheid per gemeente versie februari 2021

15

© Copyright Topwind Consultancy BV, Nederland

Energizing ambitions

rdo

Titel: Business Case Windpark Oranjepolder

Project: Windpark Oranjepolder

pwind

Datum: 24-06-2021 Rev: R01 Pagina: 4 van 21

Ene

I

1. Inleiding Topwind Consultancy B.V. heeft voor de Gemeente Oosterhout een onafhankelijk onderzoek uitgevoerd middels

het opstellen van business case om inzicht te geven in verhouding participatiegelden en de opbrengst van Eneco. Topwind Consultancy heeft voor de business case voor Windpark Oranjepolder waar mogelijk gesteund op externe bronnen in gecombineerd met onze marktkennis en de ervaring met het realiseren van windparken. Bronnen die

zijn gebruikt betreffen onder andere de adviezen (uitgevoerd in opdracht) van het Planbureau voor de

Leefomgeving (PBL) ter onderbouwing van de vaststelling van de Subsidie Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie (SDE++). Ter validatie van het onderzoek dat is gedaan hebben twee gesprekken plaats gevonden tussen Topwind Consultancy en Eneco om bepaalde aannames project specifiek te maken.

Het onafhankelijk onderzoek heeft geleid tot een vertrouwelijke en niet-vertrouwelijk versie van het rapport. De

vertrouwelijke versie is confidentieel vanwege gevoelige commerciële en project specifieke informatie daarin

opgenomen. Het voorliggende rapport betreft het niet-vertrouwelijk rapport. Dit rapport dient als oplegger bij het vertrouwelijke rapport [xx]. Hierin zal allereest op hoofdlijnen worden ingegaan op de aannames die ten grondslag

liggen aan de uitwerking van de business case. Daaropvolgend zal worden de verhouding tussen opbrengsten en de vergoeding die ten goede komt aan de omgeving. In hoofdstuk 5 zal vervolgens worden ingegaan op de kansen en risico's die als kanttekening meegenomen dienen te worden bij de beoordeling van betreffende business cases.

Hoofstuk 6 gaat in op de conclusies volgend uit voorgaande hoofdstukken. 2.

Algemene aannames

Voor Windpark Oranjepolder wordt uitgegaan van twee windturbines met een maximale tiphoogte van 235 meter,

een maximale rotordiameter van 170 meter en een as-hoogte van maximaal 170 meter. Voor de term as-hoogte wordt ook wel de term hub-hoogte gebruikt. Dit betreft de positie waar de naaf van de rotor aan de turbine is bevestigd. Er zijn geen eisen gesteld aan het maximaal opgesteld vermogen per windturbine. Uit de

marktverkenning blijkt dat er verschillende windturbines beschikbaar zijn in de markt.

Vanwege optimalisatie tussen de verhouding van additionele investering en additionele windopbrengst wordt doorgaans gezocht naar een model windturbine waarbij de vergunningseisen qua omvang zo goed mogelijk

worden benut. Omdat Windpark Oranjepolder naar verwachting in 2023 of 2024 gerealiseerd zal worden is het mogelijk dat in de komende tijd modellen beschikbaar komen met een grotere rotordiameter en/of een hoger

nominaal vermogen. Als referentieturbine gaan we uit van een turbine van 5,7MW met een hub-hoogte van 148

meter.

© Copyright Topwind Consultancy BV, Nederland

Energizing ambitions

rdo

Titel: Business Case Windpark Oranjepolder

Project: Windpark Oranjepolder

Datum: 24-06-2021 Rev: R01 Pagina: 5 van 21

pwind Ene

I

3.

Financiële aannames

De uitgangspunten van de business case worden opgesplitst in de paragrafen opbrengsten en kosten. De

opbrengsten van een windpark worden voornamelijk gedetermineerd door de verwachte windopbrengst (MWh), de SDE++ subsidie en de marktprijs voor elektriciteit.

De jaarlijkse kosten van een windpark worden gedreven door operationele kosten (vaste kosten, variabele kosten en overige jaarlijkse kosten), de afschrijvingskosten welke verband houden met de investering bij aanvang en de kosten verband houdend met de financiering van het windpark.

Als algemene uitgangspunten gaan we uit van een langjarige inflatie over kosten en baten van 1,5%. Voor wat betreft de belasting op winst (vennootschapsbelasting) gaan we uit van het huidige stelsel. De exploitatietermijn

ligt tussen de 20 en 25 jaar.

3.1

Opbrengsten

De opbrengsten van een windpark komen voort uit de vermenigvuldiging van de factor windopbrengst in MWh en de factor prijs. De factor windopbrengst is een belangrijke driver in de business case welke in dit stadium van

het project de meeste onzekerheid in zich heeft. Deze factor is een product van het lokale windklimaat, de verliezen ten opzichte van de bruto productie en de powercurve van een bepaalde windturbine. De factor prijs wordt sterk bepaald door de SDE++ subsidie en in zekere mate door de 'grijze' stroomprijs.

3.1.1

Windklimaat & windopbrengst per jaar

Om een goede inschatting te kunnen maken van het windklimaat dient een windstudie uitgevoerd te worden.

Vanwege het relatief vroege stadium van dit project is een uitgebreide windstudie nog niet beschikbaar. Voor de

subsidiebeschikking heeft de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) de Windviewer beschikbaar gesteld. Hiervan is echter bekend dat dit in het algemeen een acceptabel beeld geeft maar lokaal significante afwijkingen kan vertonen.

Hiertoe is vanuit twee verschillende partijen door een windexpert een verkennend onderzoek gedaan. Scenario I

is gebaseerd op twee referentieprojecten en voor Scenario II is gebruik gemaakt van de ERA5 dataset voor het bepalen van het windklimaat. Beide verkennende onderzoeken hebben geleid tot de uitkomsten zoals

gepresenteerd in tabel 1. Factor(en)

Scenario I

Scenario II

Verwachte nettoproductie

34.762 MWh

31.350 MWh

Tabel 1: Windopbrengst Windpark Oranjepolder

Gehanteerde aanpak: Wanneer het windklimaat wordt geconfronteerd met een vermogenskromme van een windturbine leidt dit tot de verwachte bruto productie. De nettoproductie komt vervolgens tot stand na aftrek van

algemene en project specifieke verliezen. Verliezen bestaan voor dit windpark voornamelijk uit beschikbaarheid van windturbine, vaste verliezen,

beschikbaarheid van het net, environmental losses (Slagschaduw,

Geluidsmitigatie, Ecologisch) en zog-effecten. De zog-effecten betekent de afvang van wind door bijvoorbeeld

andere windturbines. Hierbij heeft Windpark Weststad een beperkt effect en heeft de positionering van de turbines ten opzichte elkaar een groter effect. Ook de factor onzekerheid in het windklimaat kan onderdeel vormen van © Copyright Topwind Consultancy BV, Nederland

Energizing ambitions

Titel: Business Case Windpark Oranjepolder

Project: Windpark Oranjepolder

Datum: 24-06-2021 Rev: R01 Pagina: 6 van 21

pwind

T’

Enen

i

het onderdeel verliezen. Het verschil tussen de scenario's wordt voornamelijk veroorzaakt doordat de verliezen bij Scenario I meer in relatie staan tot de verwachtingswaarde en de verliezen bij Scenario II in grotere mate

rekening houden met de meer of minder incidentele toekomstige afwijkingen en onzekerheden. Gezien de relatieve mate van onzekerheid rondom het windklimaat en de windopbrengst is het niet mogelijk om

zonder een uitgebreide windstudie en/of metingen ter plaatse een standpunt in te nemen. Uitgangspunt is dat met name Scenario I meer in relatie staat tot de verwachtingswaarde en Scenario II meer verband houdt met de meer of minder incidentele toekomstige afwijkingen en onzekerheden. Dit heeft geleidt tot het opstellen van de business case op basis van twee scenario's (Scenario I en Scenario II) om daarmee recht te doen aan de

onzekerheden rondom het windklimaat en de windopbrengst.

3.1.2

SDE++ subsidie

Windparken worden door de Rijksoverheid via de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO) gesubsidieerd

door middel van de Subsidie Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie (SDE++). De SDE++ is een subsidie

per geproduceerde eenheid energie (kWh) en wordt nadat de vergunning is verleend aangevraagd. Over de

afgelopen 5 jaar is het subsidiebedrag voor het windregime welke van toepassing is voor Windpark Oranjepolder behoorlijk afgenomen (zie figuur 1). Hierbij is het basisbedrag de cap en de basisprijs de floor waartussen,

afhankelijk van de daadwerkelijke elektriciteitsprijs, subsidie wordt uitbetaald. Ook is te zien dat na de piek in 2017 het totaal beschikt vermogen in MW afneemt (over alle windregimes).

2.000'

8

1.800' 1.600'

1.200'

8 R

1.000'

9

800

R

EUR/KWh

1.400'

600 400

0,010 0,000

Beschikt vermogen in MW

0,100

8

SDE(+/++) subsidiebedragen per KWh <6,75m/S (tot 2018<7m/s)

200

Beschikt vermogen (MW)

2016 326

1.782

825

748

223

Basisbedrag

0,093

0,085

0,073

0,071

0,056

0,054

Basisprijs

0,030

0,025

0,022

0,025

0,029

0,021

2017

2018

2019

2020

2021

0

Jaar

Figuur 1: Overzicht SDE/SDE+/SDE++ subsidiebedragen 2016-2021 & beschikkingen Windpark Oranjepolder zal in aanmerking komen voor de SDE++ subsidie. Volgens de gemeentekaart van het RVO ligt de gemeente Oosterhout in de regio met een gemiddelde windsnelheid op 100 meter hub-hoogte van

<6,75 m/s (Zie bijlage 1).

© Copyright Topwind Consultancy BV, Nederland

Energizing ambitions

rdo

Titel: Business Case Windpark Oranjepolder

Project: Windpark Oranjepolder

Datum: 24-06-2021 Rev: R01 Pagina: 7 van 21

pwind Enen

i

Uitgangsput is dat de ontwikkelaar in 2021 de aanvraag voor de SDE++ subsidie indient voor de volledige verwachte nettoproductie. Hierbij vult de SDE++ subsidie aan op de marktprijs van elektriciteit tussen EUR 0,021 per kWh en EUR 0,054 per kWh1 (zie 3.2.4 voor verder toelichting). De definitieve jaarlijkse subsidie is daarmee

afhankelijk van de daadwerkelijke productie en het ongewogen gemiddelde van de marktprijs voor elektriciteit met een afslag voor Wind op Land gerelateerde profiel- en onbalans (P&O) kosten. 3.1.3

Marktprijs voor teruglevering elektriciteit

De elektriciteit welke terug wordt geleverd door een windpark kan verhandeld worden op de dag-markt of op de termijnmarkt. De dag-markt betreft de EPEX-spot markt, waarbij de verwachtte volumes per kwartier één dag van tevoren verkocht worden (day-ahead). De termijnmarkt betreft de ENDEX-markt, waarbij voor verschillende

volumes en verschillende termijnen elektriciteit verkocht kan worden. De prijs komt tot stand op basis van vraag en aanbod. In de basis geldt hierbij het principe dat verkocht wordt 'at any price'. Vanwege het afwijkende

productieprofiel van zon- en windenergie ontstaan er profieleffecten in de prijsvorming. Wanneer de op voorhand

doorgegeven productie afwijkt van de gerealiseerde productie kan er onbalans ontstaan op het elektriciteitsnet.

De kosten die hierdoor ontstaan worden doorbelast aan de leveranciers. Voor de marktprijs voor elektriciteit is

een lange termijn gemiddelde vastgesteld (onderdeel van vertrouwelijk rapport). Ook wordt er in de business

case rekening gehouden met opbrengsten voor de Garantie van Oorsprong (GvO's).

3.2

Kosten

De kosten van een windpark bestaan uit (1) financieringskosten, (2) afschrijvingskosten welke afhankelijk zijn van de aanvangsinvestering, (3) de operationele kosten zoals onderhoud van de windturbines en

grondvergoedingen en (4) overige jaarlijkse kosten zoals bijdrage aan het duurzaamheidsfonds.

3.2.1

Financieringskosten

Voor de vermogensstructuur van Windpark Oranjepolder gaan wij uit van een deel inbreng Eigen Vermogen, door de aandeelhouder(s), en van een deel projectfinanciering. De verhouding Eigen Vermogen ten opzichte van het

vreemd vermogen vloeit enerzijds voort uit de financierbaarheid van het project en anderzijds uit de wensen van de aandeelhouder. Doorgaans is een zo laag mogelijk inbreng van het Eigen Vermogen gewenst door de aandeelhouder(s) om het beschikbare kapitaal optimaal te laten renderen De financierbaarheid wordt gemeten

door middel van de projectie van de Debt Service Coverage Ratio (DSCR). De DSCR geeft de verhouding tussen beschikbare liquide middelen en de financieringsverplichtingen weer. De DSCR dient op basis van een P90

windverwachting gemiddeld 1,20 en minimaal over de gehele financieringstermijn 1,10 te zijn. Dit wordt ondersteund door de analyse van de Taakgroep Financiering Klimaatakkoord2. Als fiscale stimulering kan er naar verwachting gebruikgemaakt worden van een rentekorting wegens het verkrijgen van een Groenverklaring. De nadere uitwerking van de financieringsparameters zijn opgenomen in het vertrouwelijke rapport.

1 Bron: Planbureau voor de Leefomgeving, Eindadvies basisbedragen SDE++ 2021 2 Bron: https://www.klimaatakkoord.nl/themas/financiering/documenten/publicaties/2018/06/22/financieringswijzer

© Copyright Topwind Consultancy BV, Nederland

Energizing ambitions

rdo

Titel: Business Case Windpark Oranjepolder

Project: Windpark Oranjepolder

Datum: 24-06-2021 Rev: R01 Pagina: 8 van 21

pwind Ene

I

3.2.2

Afschrijvingskosten

De jaarlijkse afschrijvingskosten zijn een afgeleide van de investeringskosten voor een windpark. Gangbaar is

een afschrijvingstermijn van 15 jaar lineair3. De investeringen voor Windpark Oranjepolder zijn in het vertrouwelijke rapport uitgewerkt op basis van de structuur zoals weergegeven in tabel 2. Als basis hiervoor zijn de uitgangspunten van het PBL4 gebruikt welke wij op basis van onze marktkennis en project specifieke

afwijkingen hebben aangepast en aangescherpt.

Onderbouwing

Pos. Investeringen

a)

Windturbine

b)

Civiel, Elektrisch, netaansluiting, etc.

c)

Financieringskosten eenmalig

d)

Legeskosten

e)

Bijdrage verbetering ruimtelijke kwaliteit

f)

Ontwikkelingskosten

g)

Due Dilligence

h)

Project Management uitvoering

i)

Grondvergoedingen tijdens bouwfase

j)

Risico opslag (5%)

€10.000/MW cf. vvgb

Over posten a, b, g, h, i

Tabel 2: Investeringen per positie Windpark Oranjepolder

Toelichting 81 onderbouwing: a)

Windturbine

b)

Onder Civiel, Elektrisch, netaansluiting, etc, worden onder andere fundering, kraanopstelplaatsen, netaansluiting, bouwrente en constructieverzekering gevat.

C)

Financieringskosten eenmalig betreft voornamelijk de afsluitprovisie.

d)

Legeskosten en gemeentelijke kosten worden verwacht zijnde EUR 170.000 conform de informatie uit het

Raadsvoorstel van 25 januari 2021.

e)

Bijdrage ruimtelijke kwaliteit EUR 10.000 per opgesteld vermogen conform vvgb. Uitgaande van 11,4MW

opgesteld vermogen resulteert dit in een verwachte bijdrage van EUR 114.000

f)

De ontwikkelkosten

Eneco

betreffen onder andere de

kosten voor vooronderzoeken, eventuele

windmeetcampagnes, interne ontwikkel- en apparaatskosten Eneco, vergoedingen tot start bouw. g)

Due Dilligence omvatten de kosten voor het doen van technische en juridische verificatie van het projecten en de bijbehorende documentatie als ook notariële kosten.

h)

Project Management tijdens bouwfase betreft de bouwbegeleiding en de beheersing van interfaces tussen de

verschillende aannemers. i) 3

Grondvergoedingen tijdens bouwfase gebaseerd op project specifieke informatie.

Zie paragraaf 5.4 Bron: Planbureau voor de Leefomgeving, Eindadvies basisbedragen SDE++ 2021

© Copyright Topwind Consultancy BV, Nederland

Energizing ambitions

rdo

Titel: Business Case Windpark Oranjepolder

Project: Windpark Oranjepolder

Datum: 24-06-2021 Rev: R01 Pagina: 9 van 21

pwind Ene

I

j)

Risico-opslaq wordt ingeschat op 5% risico opslag voor onvoorziene kosten en de onzekerheid gezien het tijdspad tot realisatie.

3.2.3

Operationele kosten

De operationele kosten bestaan uit een deel variabele operationele kosten, een deel vaste operationele kosten en een deel

overige

kosten.

Variabele operationele

kosten

houden voornamelijk verband

met de

onderhoudskosten van de windturbines. Hiervoor wordt doorgaans een langjarig onderhoudscontract afgesloten met een beschikbaarheidsgarantie. De vaste operationele kosten betreffen onder andere de kosten voor opstalrecht en erfdienstbaarheid, onderhoud aan civiele inrichting, netaansluiting, verzekeringen, asset

management en onroerendezaakbelasting. De overige jaarlijkse kosten bestaan uit de bijdrage aan het duurzaamheidsfonds, opvolging voorschriften

natuurbescherming,

onvoorzien

en

een

reservering

voor

amoveringskosten.

De

bijdrage

aan

het

duurzaamheidsfonds is gebaseerd op €0,50 per MWh en bedraagt daarmee op basis van Scenario I naar

verwachting EUR 17.381 en op basis van Scenario II naar verwachting EUR 15.675. De reservering voor amoveringskosten wordt jaarlijks getroffen om de kosten voor het amoveren van de windturbines en verwijderen van permanente werken na einde levensduurte kunnen bekostigen.

© Copyright Topwind Consultancy BV, Nederland

Energizing ambitions

rdo

Titel: Business Case Windpark Oranjepolder

Project: Windpark Oranjepolder

Datum: 24-06-2021 Rev: R01 Pagina: 10 van 21

pwind Ene

I

4.

Resultaten business case

In dit hoofdstuk zal er op basis van de uitwerking van de business case ingegaan worden op de verwachte

opbrengsten voor de ontwikkelaar in relatie tot de vergoedingen die ten goede komen aan de omgeving. De nadere uitwerking van de business case is opgenomen in het vertrouwelijke rapport.

In lijn met hetgeen in 3.2.1 beschreven wordt zijn de resultaten uitgewerkt op basis van twee scenario's. Scenario I gaat uit van een verwachte windopbrengst van 34.762 MWh en Scenario II gaat uit van een verwachte

windopbrengst van 31.350 MWh.

Binnen deze scenario's worden de resultaten gepresenteerd over drie verschillende periodes, namelijk: Jaar 115, Jaar 1-20 en Jaar 1-25. Jaar 1-15 betreft de periode waarover zowel de subsidie van toepassing is als

waarover de projectfinanciering van toepassing is. Deze periode wordt gepresenteerd ter indicatie. Jaar 1-20 en Jaar 1-25 worden gepresenteerd als mogelijke varianten in verband met de economische levensduur. Vanaf Jaar

16 is er geen sprake meer van subsidie en is de projectfinanciering afgelost. Vanaf jaar 16 zijn de opbrengsten

dus volledig afhankelijk van de marktprijs voor elektriciteit.

4.1

Rendement op het Eigen Vermogen

Een ontwikkelaar brengt als aandeelhouder Eigen Vermogen in de project vennootschap. Tegenover de inbreng van dit risicodragend kapitaal dient de aandeelhouder voorzien te worden van opbrengsten. Deze opbrengsten

zijn benodigd vanuit economische overwegingen en om de kosten van niet gerealiseerde projecten op te vangen. Om projecten te beoordelen op hun merites zijn er verschillende financiële maatstaven. Een veelgebruikte

maatstaf om het rendement te beoordelen is de Internal Rate of Return (IRR) op het Eigen Vermogen. De IRR houdt hierbij rekening met de tijdswaarde van geld. De IRR wordt berekend aan de hand van de jaarlijks beschikbare cashflow5'6. De beschikbare cashflow wijkt af van de beschikbare winst doordat afschrijvingen wel

leiden tot kosten maar niet tot cashflow en aflossing van de projectfinanciering wel leidt tot cashflow maar niet

tot kosten. De uitkomsten zijn per scenario opgenomen in tabel 3. Onderliggende aanname hierbij is dat het volledige cashflow surplus, voor zover de financieringsvoorwaarden dat

toelaten, terugvloeien naar de aandeelhouder. Dit kan door het uitbetalen van dividend of het terugbetalen van Eigen Vermogen. De fiscaliteit hieromtrent zijn buiten beschouwing gelaten. IRR Eigen Vermogen Jaar 1-15

Jaar 1-20

Jaar 1-25

Equity IRR Scenario I

8%

11%

12%

Equity IRR Scenario II

3%

6%

8%

Tabel 3: IRR Eigen Vermogen o.b.v. twee scenario's

5

Voor de cashflow wordt ten behoeve van de financier rekening gehouden met een Debt Service Reserve Account ter grootte van 3 maanden aan financieringsverplichtingen. Deze wordt in jaar 1 gevuld met vrijval in jaar 15. Voor de cashflow wordt 20% van de omvang van de SDE-subsidie gereserveerd als werkkapitaal aangezien de voorschotbeschikking wordt vastgesteld op 80% van het verwachtte subsidiebedrag. 6

© Copyright Topwind Consultancy BV, Nederland

Energizing ambitions

rdo

Titel: Business Case Windpark Oranjepolder

Project: Windpark Oranjepolder

Datum: 24-06-2021 Rev: R01 Pagina: 11 van 21

pwind Ene

I

Vanuit het Klimaatakkoord heeft de Taakgroep Financiering Klimaatakkoord onderzocht hoe de investeringen ten behoeve van het behalen van het Klimaatakkoord gefinancierd kunnen worden (Klimaatakkoord, 2018). Tijdens

de looptijd van de SDE++ subsidie (15 jaar) valt een windpark in de categorie Infrastructuurprojecten op basis

van overheidskasstromen. Hierbij indiceert deze taakgroep een vereiste IRR van 6-8% door de Eigen Vermogen vestrekker. Aangezien de inkomsten vanaf jaar 16 volledig onderhevig zijn aan het marktrisico, valt een windpark

ook deels in de categorie Infrastructuurprojecten met meer marktrisico, waarvoor een IRR van 8-10% wordt vereist door een Eigen Vermogen verstrekker7.

4.2

Verhouding participatiegelden en opbrengsten Eneco

Voor projectparticipatie in wind- en zonprojecten bestaan er verschillende mogelijkheden. De meest risicovolle

variant betreft mede-eigenaarschap. De Participatiewaaier vanuit het Klimaatakkoord definieert vier verschillende

soorten projectparticipaties zoals opgenomen in figuur 2. Omwonenden nemen risicodragend deel aan een project, bijvoorbeeld door

obligaties

Mede-eigenaarschap

Financiële deelneming

Omgevingsfonds

Omwonendenregeling

Figuur 2: Opties voor projectparticipaties volgens de Participatiewaaier3 Voor Windpark Oranjepolder wordt uitgegaan van een vergoeding vanuit het omgevingsfonds. In het

geamendeerde raadsbesluit gedateerd 30 maart 2021 wordt het college van de Gemeente Oosterhout specifiek

opdracht gegeven tot een onafhankelijk onderzoek van de verhouding participatiegelden ten opzichte van de

opbrengsten van

Eneco.

De

participatiegelden

bestaan

uit de

zowel

periodieke

bijdrage

aan

het

duurzaamheidsfonds als de eenmalige bijdrage aan de verbetering van de landschappelijke kwaliteit

(Groenfonds), hoewel de bijdrage aan landschappelijke verbetering formeel geen onderdeel vormt van een

Omgevingsfonds. Om tot een verhoudingsgetal te komen worden de participatiegelden gecorrigeerd voor het

effect van de Vennootschapsbelasting tegen het tarief van de eerste schijf (15%). In tabel 4 wordt op basis van Scenario I de verhouding van participatiegelden ten opzichte van de opbrengst van

Eneco uitgewerkt. Aangezien de SDE++ subsidie voor 15 jaar wordt afgegeven neemt voornamelijk de onzekerheid in de opbrengsten toe tussen jaar 16 en jaar 20. Vanaf jaar 20 neemt daarbij ook de onzekerheid over de technische en economische levensduur toe.

7 Link: https://www.klimaatakkoord.nl/themas/financiering/documenten/publicaties/2018/06/22/financieringswijzer s Bron: Participatiewaaier zon- en windprojecten, Elektriciteitstafel klimaatakkoord, November 2019 © Copyright Topwind Consultancy BV, Nederland

Energizing ambitions

rdo

Titel: Business Case Windpark Oranjepolder

Project: Windpark Oranjepolder

pwind

Datum: 24-06-2021 Rev: R01 Pagina: 12 van 21

Ene

I

Scenario I: Verhouding participatiegelden en opbrengsten Eneco (x EUR 1.000)

Verhouding

Jaar 1-15

Jaar 1-20

Jaar 1-25

10%

6%

5%

Tabel 4: Scenario I: Verhouding Participatiegelden en opbrengst Eneco In tabel 5 wordt op basis van Scenario II de verhouding van participatiegelden ten opzichte van de opbrengst van Eneco gepresenteerd. Hieruit blijkt dat voor de periode jaar 1-15 de verhouding met 31% ruim hoger is. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de lage geprojecteerde winst voorjaar 1-15. Aangezien de SDE++ subsidie

voor 15 jaar wordt afgegeven neemt voornamelijk de onzekerheid in de opbrengsten toe tussen jaar 16 en jaar 20. Vanaf jaar 20 neemt daarbij ook de onzekerheid over de technische en economische levensduur toe.

Scenario II: Verhouding participatiegelden en opbrengsten Eneco (x EUR 1.000)

Verhouding

Jaar 1-15

Jaar 1-20

Jaar 1-25

31%

10%

6%

Tabel 5: Scenario II: Verhouding participatiegelden en opbrengsten Eneco

© Copyright Topwind Consultancy BV, Nederland

Energizing ambitions

rdo

Titel: Business Case Windpark Oranjepolder

Project: Windpark Oranjepolder

Datum: 24-06-2021 Rev: R01 Pagina: 13 van 21

pwind Ene

I

5.

Kansen & risico's

In dit hoofdstuk zullen wij een aantal kansen en risico's benoemen, voor zover nog niet eerder genoemd.

5.1

Opbrengsten elektriciteitsprijzen

Aangezien de SDE++ subsidie jaarlijks wordt beschikt over het verschil tussen het ongewogen EPEX-gemiddelde en het basisbedrag van de SDE is het mogelijk om het ongewogen EPEX-gemiddelde te out performen door

bijvoorbeeld het handelen op termijnmarkten in plaats van op de day-ahead markt, het actief inspelen op de verwachte onbalans en het eventueel deelnemen aan het leveren van noodvermogen. Anderzijds bestaat er ook een risico dat het ongewogen EPEX-gemiddelde niet gehaald wordt. Gezien het basisbedrag voor de SDE++ subsidie van 2021 van EUR 54,30/MWh bestaat er de kans dat de

gemiddelde prijs voor een bepaald jaar voor teruglevering het basisbedrag van de subsidie overstijgt. Wanneer dit fenomeen zich voordoet zal dit een positief effect op de business case hebben en zal in dat geval de subsidie

voor dat jaar nihil zijn.

5.2

Investeringen in de toekomst

Aangezien de contractering en realisatie van Windpark Oranjepolder nog geruime tijd duurt is het mogelijk dat

materiaal- en loonkosten stijgen, wat een opwaartse druk veroorzaakt op zowel de prijzen van de windturbine als de prijzen van overige investeringen. Anderzijds constateren wij dat gezien de substantiële vraag en beperkte concurrentie, op vooral de relatief kleine windparken, de markt gedomineerd wordt door windturbineleveranciers. Het is niet ondenkbaar dat de macht van leveranciers weer zal afnemen.

5.3

Rente & inflatieontwikkeling

Voor het aangaan van projectfinancieringen wordt doorgaans de IRS gebruikt als maatstaf voor de marktrente.

In de afgelopen 6 maanden is de IRS zeer volatiel gebleken. Waar de langjarige IRS-tarieven 6 maanden geleden

negatief waren zijn deze inmiddels tot +0,30 tot +0,40 gestegen. Het risico bestaat dat de marktrentes verder zullen doorstijgen. Ook is het mogelijk dat de rentes weer zullen dalen. Voor deze business case wordt uitgegaan van een langjarige inflatiegemiddelde van 1,5% per jaar. Wanneer de

inflatie hoger is dan het uitgangspunt zal dit per saldo vooral een negatief effect hebben op de business case. 5.4

Afwijkende afschrijvingstermijn

In de uiteindelijke business case kunnen een aantal modelmatige afwijkingen zitten ten opzichte van de aannames zoals eerder omschreven, specifiek ten aanzien van de afschrijving. Het PBL gaat uit van een afschrijving in 15 jaar met een economische levensduur van 20 jaar. Gezien de economische levensduur van 20 jaar is het mogelijk

dat de ontwikkelaar de activa afschrijft over 20 jaar. Dit leidt over de levensduur van het project niet per definitie tot meer of minder opbrengsten, maar voornamelijk een verschuiving van winsten. Bij een beoordeling van de business case op (tenminste) Jaar 1-20 zullen deze verschuivingen in nominale zin beperkte tot geen impact

hebben, aangezien afschrijvingen geen (directe) impact hebben op de cashflow.

© Copyright Topwind Consultancy BV, Nederland

Energizing ambitions

rdo

Titel: Business Case Windpark Oranjepolder

Project: Windpark Oranjepolder

Datum: 24-06-2021 Rev: R01 Pagina: 14 van 21

pwind Ene

I

6.

Conclusie

Vanuit de Gemeente Oosterhout is aan Topwind Consultancy B.V. opdracht gegeven om inzicht te geven in de

verwachte business case van Windpark Oranjepolder. Als uitgangspunt hebben we hiervoor waar mogelijk gesteund op objectieve bronnen in combinatie met onze kennis van de markt. Vanuit het geamendeerde

Raasbesluit gedateerd 30 maart 2021 wordt het college opdracht gegeven een onafhankelijk onderzoek te laten doen naar de verhouding van participatiegelden in relatie tot de opbrengsten van Eneco. De participatiegelden bestaan uit de jaarlijkse bijdrage aan het duurzaamheidsfonds en de eenmalige bijdrage aan het Groenfonds ten behoeve van kwaliteitsverbetering van het landschap.

Een belangrijke drijfveer in de business case is de verwachte project specifieke windopbrengst. Zoals in paragraaf 3.2.2 beschreven is niet met relatieve zekerheid vast te stellen wat de verwachte windopbrengst zal zijn voor

Windpark Oranjepolder. Zonder een uitgebreide windstudie en/of windmetingen ter plaatse is het niet mogelijk

hier uitsluitsel over te geven. Dit heeft geresulteerd in de uitwerking van twee scenario's. Naast alle aannames zoals onderbouwd in hoofdstukken 2 en 3 zijn er ook een aantal kansen en risico's die de business case kunnen

beïnvloeden (hoofdstuk 5). Om de business case te beoordelen dient de technische en economische levensduur als uitgangspunt genomen worden. Een windpark heeft een technische en economische levensduur van tenminste 20 jaar. De onzekerheden

rondom de technische en economische levensduur nemen echter toe na jaar 20. Derhalve adviseren wij om de business case van Windpark Oranjepolder te beoordelen op jaar 1-20.

De verhouding van participatiegelden ten opzichte van de opbrengst van Eneco kan niet beoordeeld worden

zonder het rendement voor de Eigen Vermogen verstrekker in beschouwing te nemen. De ontwikkelaar, als private partij, brengt risicodragend kapitaal in en zal hiervoor (onder andere) eisen stellen aan het rendement ten behoeve van de aandeelhouder. Dit rendement is benodigd omdat een investering in economische zin dient te redeneren en om de kosten van niet gerealiseerde projecten op te vangen. Als maatstaf is hiervoor de IRR van

het Eigen Vermogen gebruikt. Voor het scenario met een hogere windopbrengst (Scenario I, 34.762 MWh) ligt de IRR van jaar 1-20 op 11%. Voor het scenario met een lagere windopbrengst (Scenario II, 31.350 MWh) ligt de IRR van jaar 1-20 op 6%. De Taakgroep Financiering Klimaatakkoord stelt dat, afhankelijk van de mate van invloed van marktrisico, een rendement van 6-8% c.q. 8-10% een marktconforme vergoeding voor kapitaal is.

Kanttekening hierbij is dat de IRR bij jaar 1-20 relatief sterk wordt beïnvloed in de periode van jaar 16 tot jaar 20. In deze periode zijn door wegvallen van SDE++ subsidie echter de inkomsten ook sterker onderhevig aan

marktrisico.

De verhouding participatiegelden en de opbrengst van Eneco hangt sterk af van de uiteindelijke windopbrengst in MWh. Ten aanzien van Scenario I wordt over jaar 1 tot en met 20 6% van de opbrengsten toegekend aan de omgeving en in Scenario II wordt over jaar 1 tot en met 20 10% toegekend aan de omgeving.

© Copyright Topwind Consultancy BV, Nederland

Energizing ambitions

Titel: Business Case Windpark Oranjepolder

Project: Windpark Oranjepolder

Datum: 24-06-2021 Rev: R01 Pagina: 15 van 21

pwind Energi

I

Bijlage 1: Windkaart windsnelheid per gemeente versie februari 2021

Windsnelheid pergemeente SDE++ en sce Gemiddelde windsnelheid in m/s 2 8,5 m/s 28,0 en < 8,5 m/S jel

27,5 en < 8,o m/s

leuwal

7,0 en < 7,5 m/s

r

1

ssem

26,75 en <7,0 m/s

< 6,75 m/S

7

/

Gemeentegrenzen* per 31 december 2019

j ■

■

I

(bron: BAG)

Zwbolle

Lehstad.

Haarkm lam

'1 -Gravennage,

S ( P-

icht;L

K

~U

‘m s-helogenboëh

1 idd.

1^

*

Tv

?

S(

Maastricht

•vanwege grote verschmen In winasneiheid Is gemeente Rotterdam onderverdeeld OpWK-orbuurtniveau.

Bron: RVO (https://www.rvo.nl/sites/default/files/2021/02/Windkaart0/o20windsnelheid0/o20per°/o20gemeente0/o20versie0/o20februari°/o202021.pdf)

© Copyright Topwind Consultancy BV, Nederland

Energizing ambitions

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oosterhout&id=bc947724-fb15-4cda-9716-2804067726b4